de plaats

 

 

 

Blackeberg.

   Daarbij denk je misschien aan negerzoenen of aan drugs. Een fatsoenlijk leven. Je denkt: metrostation, buitenwijk. Verder denk je niet zoveel. Er zullen wel mensen wonen, net als op andere plaatsen. Daar is het ook voor gebouwd; om de mensen van woonruimte te voorzien.

   Geen organisch gegroeide plaats, nee. Hier was alles meteen al in eenheden ingedeeld. De mensen kwamen wonen in iets wat er al was. Betonnen flatgebouwen in aardetinten, neergesmeten in het groen.

   In de tijd dat deze geschiedenis zich afspeelt, bestaat Blackeberg als plaats dertig jaar. Je zou je pioniersgeest kunnen voorstellen. Mayflower, een onbekend land. Ja. De onbewoonde huizen die op hun mensen staan te wachten.

   En daar komen ze!

   Ze trekken de Tranebergbrug over in de zon, met een visioen in hun ogen. Het is 1952. Moeders dragen hun kleintjes op de arm, duwen ze in de kinderwagen voort of houden ze bij de hand. Vaders dragen geen hakken en spaden, maar keukenmachines en functionele meubels. Vermoedelijk zingen ze iets. De Internationale, misschien. Of Voorwaarts christen-strijders, afhankelijk van hun overtuiging.

   Het is groot. Het is nieuw. Het is modérn.

   Maar zo ging het niet.

   Ze kwamen met de metro. Of met auto’s, verhuiswagens. Een voor een. Ze druppelden de gereedstaande appartementen binnen en hadden spullen bij zich. Ze sorteerden die spullen in daarvoor op maat gemaakte vakken en kasten, zetten hun meubels geordend op het linoleum neer. Kochten nieuwe dingen om de gaten mee op te vullen.

   Toen het klaar was, sloegen ze hun ogen op en keken naar dit land dat hun was gegeven. Ze gingen hun deuren uit en stelden vast dat het land al was ontgonnen. Ze hoefden zich maar te voegen in wat er was.

   Er was een centrum. Er waren royale speelplaatsen voor de kinderen. Er waren uitgestrekte groenvoorzieningen om de hoek. Er waren veel autovrije voetgangerszones.

   Een mooi plekje. Dat zeiden ze een maand na de verhuizing aan de keukentafel tegen elkaar: “We hebben hier een mooi plekje.”

   Er ontbrak maar één ding. Een geschiedenis. Op school konden de kinderen geen speciaal project doen over het verleden van Blackeberg, aangezien het geen verleden had. Of ja, er was iets met een molen. En een tabakskoning. Vreemde, oude gebouwen onder bij het water. Maar dat was lang geleden en hield geen verband met het heden.

   Waar de flats van drie verdiepingen nu staan, was vroeger alleen bos.

   Ze waren er buiten het bereik van de mysteriën van het verleden; ze hadden niet eens een kerk. Een plaats met tienduizend inwoners, zonder kerk.

   Dat zegt wel iets over de moderniteit en de rationaliteit van die plaats. Het zegt wat over hoe vrij de mensen waren van de verschrikkingen en de angst uit de geschiedenis.

   Het verklaart gedeeltelijk hoe onvoorbereid men was.

 

Niemand zag hen komen.

   Toen de politie in december eindelijk de verhuizer opspoorde die hen had gereden, had hij niet veel te vertellen. In zijn register van 1981 stond alleen: “18 okt: Norrköping-Blackeberg(Sthlm).” Hij wist nog dat het een man was met zijn dochter, een leuk meisje.

   “En, o ja, trouwens. Ze hadden bijna geen spullen. Een bank, een stoel, een bed. Een licht vrachtje, op die manier. En … ze wilden ’s nachts overgaan. Ik zei dat het duurder werd met overurentoeslag en dergelijke. Maar dat was geen probleem. Als we maar ’s nachts reden. Dat was het belangrijkste. Is er iets gebeurd?”

   Ze vertelden de verhuizer waar het om ging, wie hij in zijn wagen had gehad. Hij sperde zijn ogen open, keek naar de letters in zijn register.

   “Potverdorie …”

   Zijn mond maakte een grimas, alsof hij een afschuw had gekregen van zijn eigen handschrift.

   18 okt: Norrköping-Blackeberg (Sthlm)

   Hij had hen verhuisd. De man en het meisje.

   Hij zou het aan niemand vertellen. Nooit.

Laat de ware binnenkomen
titlepage.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_000.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_001.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_002.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_003.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_004.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_005.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_006.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_007.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_008.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_009.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_010.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_011.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_012.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_013.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_014.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_015.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_016.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_017.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_018.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_019.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_020.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_021.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_022.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_023.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_024.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_025.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_026.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_027.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_028.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_029.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_030.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_031.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_032.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_033.xhtml
Laat_de_ware_binnenkomen-ebook_split_034.xhtml