Voorwoord

De geschiedenis bestaat niet. De geschiedenis van Nederland bestaat dus ook niet. Geen enkele historicus zal tegenwoordig nog beweren dat objectieve geschiedschrijving mogelijk is — of gewenst. Elk historisch boek, elke visie op het verleden is onvermijdelijk een product van de eigen tijd. De normen, de waarden en het karakter van de huidige cultuur en samenleving vinden altijd onbewust op de een of andere wijze hun neerslag in de benadering van welk historisch onderwerp dan ook.

Dat geldt dus ook voor dit korte overzicht van de geschiedenis van Nederland. Over talloze aspecten van het Nederlandse geschiedverhaal vinden doorlopend discussies plaats en de kennis over bepaalde periodes en onderwerpen wordt steeds groter. In dit boek heb ik geprobeerd de meest recente gezichtspunten te verwerken zonder op de discussies zelf expliciet in te gaan. De bedoeling is in een beperkt aantal bladzijden de belangrijkste karakteristieken van de geschiedenis van Nederland uiteen te zetten, die elementen uit de lange en veelzijdige Nederlandse geschiedenis naar voren te halen welke kenmerkend zijn voor de ontwikkelingen en bepalend zijn geweest voor het land zoals we dat nu kennen: een landmet een hoge graad van verstedelijking, een decentraal karakter, een relatief grote tolerantie, om er een paar te noemen. Die keuze is vanzelfsprekend subjectief, door mij als auteur gemaakt. Maar met de bedoeling, al klinkt dat paradoxaal, zo objectief mogelijk te zijn.

De vorm waarvoor ik gekozen heb is die van het verhaal. Misschien kun je zelfs zeggen dat dit boek een soort levensverhaal is, niet van een mens maar van een land, en dus met een geheel andere chronologie dan een mensenleven: een erg lange conceptie, geen precies geboortejaar en zeker geen overlijden, al scheelde het soms niet veel.

Er zijn uiteraard tal van manieren om een geschiedenis van Nederland te schrijven. De nadruk op de karakteristieke elementen, op de eigen weg die Nederland geregeld is gegaan, leek mij in dit korte bestek het interessantst. Een leerboek is dit niet; het is een leesboek. Allesomvattend is het zeker ook niet. Het is een introductie tot een eigenlijk onuitputtelijk onderwerp waarvan menig inwoner van dit land, zo blijkt keer op keer, maar weinig afweet.

Ik hoop vooral aan te tonen dat het verleden in veel opzichten bepalend is geweest voor het heden, dat het resultaat van de gebeurtenissen weliswaar vaak toevallig was, maar dat tegelijkertijd veel van het hedendaagse Nederland op de geschiedenis van het land valt terug te voeren.

Dit boekje zou niet geschreven zijn zonder de hulp van anderen. Allereerst bedank ik graag prof. dr. J.C.H. Blom, die mij bij de oorspronkelijke uitgever naar voren schoof als mogelijke schrijver. De waarheid gebiedt te zeggen dat ik hemdaar tijdens het schrijven niet steeds even dankbaar voor was, want het was allerminst gemakkelijk een zo uitgebreid en uitwaaierend onderwerp binnen de krappe kaft van dit boek te krijgen. Hans Blomwas gelukkig ook bereid de eerste versie kritisch te lezen. Aan zijn opmerkingen en aan die van andere deskundigen die op mijn verzoek eveneens een eerste versie lazen — prof. dr. L.P. Louwe Kooijmans, prof. dr. M.E.H.N. Mout en prof. dr. W.H. Vroom — heb ik bijzonder veel gehad. Ik heb het zeer gewaardeerd dat zij de tekst hebben willen lezen. Het spreekt voor zichzelf dat de verantwoordelijkheid voor het resultaat geheel bij mij ligt.

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in 1998 bij Uitgeverij Nieuwezijds als eerste deel in een reeks populair-wetenschappelijke boeken. Die reeks is inmiddels stopgezet en mijn boek bleef in het fonds van Nieuwezijds een eenling. Ik ben uitgever Michiel ten Raa bijzonder erkentelijk dat hij mij vrij gelaten heeft in 2003 voor een nieuwe editie een andere uitgever te zoeken en ik ben Sjef van de Wiel van Uitgeverij SUN erkentelijk dat hij dit boek vervolgens zonder aarzelen in zijn fonds wilde opnemen.

In deze nieuwe editie zijn de fouten en vergissingen die ik eerder maakte uiteraard zo veel mogelijk verbeterd. De tekst is op enkele punten aangepast en, natuurlijk vooral aan het eind, uitgebreid, en dat geldt opnieuw voor deze nieuwe druk. Toegevoegd werd bovendien een twintigtal afbeeldingen van voorwerpen uit de rijke en veelzijdige collectie van het Rijksmuseum, waaraan ik sinds oktober 2001 als conservator Nederlandse Geschiedenis verbonden ben.

Graag draag ik dit boekje opnieuw op aanmijn geliefde. Zij spaarde mij indertijd bij de voorbereidingen niet door kritische opmerkingen te geven en stimuleerde en inspireerde mij ook nu weer, zoals altijd, buitengewoon.

Amsterdam, maart 1998 / december 2003 / februari 2009