Nieuw regime

De inval van de Pruisen maakte weliswaar een eind aan de interne strubbelingen, de toestand van het land bleef rampzalig. Internationaal kon de Republiek geen vuist meer maken en economisch was het land uitgeteld. Het einde bleek bovendien toch nabij, want in 1795 werd de stadhouder door Franse troepen alsnog verdreven. Frankrijk was op 14 juli 1789 op zijn kop gezet door een revolutie die radicaler van aard was dan de patriottische revolutie in Nederland van een paar jaar daarvoor, maar die daarmee wel veel gemeen had. Ook in Frankrijk werden de revolutionairen gedreven door verlichte idealen en een diep geloof in de vooruitgang van demensheid, en ook daar richtten zij zich tegen het oude bewind, het ‘ancien régime’, en de verkalkte bestuursinstellingen waarbij het merendeel van de bevolking niets te zeggen had. De koning was afgezet en na een paar jaar terechtgesteld, en onder het revolutionaire motto ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’ werd er een republiek opgericht die radicaal met het verleden brak. De Nederlandse patriotten, van wie velen zich na de mislukking van hún revolutie in het toen al roerige Frankrijk hadden gevestigd, voelden zich met deze ontwikkelingen zeer verbonden.

Toen de revolutie zich in Frankrijk na een paar jaar had geconsolideerd, kwam het tot de export van de revolutionaire idealen. In 1793 werd de Republiek – of eigenlijk de stadhouder als symbool van een achterhaalde staatsvorm – de oorlog verklaard. Nadat de Franse generaal Pichegru in december 1794 met zijn leger zomaar de bevroren grote rivieren had kunnen oversteken, viel het hele land binnen de kortste keren in Franse handen. Op 18 januari 1795 vluchtte Willem V vanaf het strand van Scheveningen op de visserspink van ene Jan Roos naar Engeland. In de ogen van velen voltooiden de Fransen met hun bezetting van de Republiek de patriottische revolutie van een paar jaar daarvoor. Vandaar dat zij in veel steden door een revolutionair comité werden opgewachtwaarin patriotten zitting hadden. Met genoegen hadden zij de poorten van hun stad voor de Fransen opengezet.

Met de Franse overwinning kwam vrijwel zonder slag of stoot eeneind aan de ooit zo roemruchte Republiek en leek de rol van de Oranjes in Nederland voorgoed te zijn uitgespeeld. Het land bleef wel een onafhankelijke staat, al werden Staats-Vlaanderen, Venlo en Maastricht door Frankrijk geannexeerd en werd de naam veranderd in Bataafse Republiek. Met deze verwijzing naar de Bataven die tegen de Romeinen in opstand waren gekomen, moest de nieuwe republiek geplaatst worden in de lange traditie van vrijheidsstrijd die door onder anderen Hugo de Groot was opgetekend en onlangs door de patriotten als voorbeeldwas genomen. De nieuwe republiek moest een in haar interne structuren werkelijk vrije republiek worden – dat werd met deze naam ondubbelzinnig aangegeven. Maar vooralsnog veranderde de staatsvorm niet echt.

Begin 1796 waren de Staten-Generaal afgeschaft en vervangen door een Nationale Vergadering, die door alle mannen met een vaste woonplaats en een eigen inkomen kon worden gekozen, mits zij verklaarden geen aanhanger te zijn van de stadhouder. Hierin kregen ook Drenthe en Staats-Brabant hun plaats, gewesten die steeds buiten de Staten-Generaal waren gehouden. Eindeloos delibereerde het gezelschap over een nieuwe staatsvorm. Opnieuw ging de discussie over de vraag of Nederland een eenheidsstaat moest worden of dat de sinds de jaren 1580 geldende federalistische structuur gehandhaafd moest blijven. Pas nadat begin 1798 een door de Fransen ondersteunde staatsgreep was uitgevoerd, werd de knoop doorgehakt. Men brakmet het verleden: Nederland werd een eenheidsstaat. De oude gewesten werden opgeheven en vervangen door acht departementen naar Franse snit, die dan ookmeestal naar rivieren – Dommel en Amstel bijvoorbeeld – waren genoemd en heel andere grenzen hadden dan hun voorgangers. Het oude Holland werd botweg in drieën gehakt. Al snel bleek die maatregel te rigoureus en in de praktijk onwerkbaar. In 1801 werden de oude gewesten alweer in ere hersteld en kwamen de regenten van weleer met hun bestuurlijke ervaring op veel plaatsen zelfs opnieuw aan demacht. Wat bleef was dat zij hun oude soevereinemacht aan de centrale staat waren kwijtgeraakt.

img0017.jpg

De regeringen volgden elkaar in een onrustig tempo op. De nieuwe Franse leider Napoleon, die zich in 1804 tot keizer had laten kronen, was dermate ontevreden over de ontwikkelingen in de Bataafse Republiek, dat hij er in 1806 eigenhandig een eind aan maakte. Hij zette daarmee een streep door de staatkundige vorm die Nederland sinds de onafhankelijkheid had gekend. De republiek veranderde hij in een koninkrijk, met zijn eigen broer Lodewijk als vorst. In 1808 maakte de nieuwe koning van het stadhuis van Amsterdam zijn paleis, waarmee hij symbolisch nog eens het einde van de Republiek en de overheersende rol van de Amsterdamse regenten benadrukte. Maar Lodewijk Napoleon, die serieus probeerde Nederlands te leren, bleekminder een zetbaas van Frankrijk te zijn dan de bedoeling was geweest. Mede daardoor veranderde het bestuur ook nu niet wezenlijk. Na vier jaar was voor de keizer demaat vol. Wat met de Zuidelijke Nederlanden al in 1795 was gebeurd, gebeurde nu ook met het Noorden: het werd bij Frankrijk ingelijfd. De onafhankelijkheid, die al jaren beperkt was geweest, werd definitief opgeheven, waarbij Amsterdam nog wel de eer kreeg uitgeroepen te worden tot de derde hoofdstad van het rijk – na Parijs en Rome.

Tijdens al deze politieke en bestuurlijke onrust veranderde er in het land veel. Met het verdwijnen van de soevereine gewesten verdwenen ook allerlei economische barrières tussen die gewesten, zoals verschillende belastingsystemen. Doordat de gilden werden afgeschaft, die sinds de Middeleeuwen in elke stad de verschillende beroepsgroepen tegen concurrentie van buiten hadden beschermd, werd op economisch terrein de stedelijke autonomie ingeperkt en konden buitenstaanders zich voortaan overal vrij vestigen als ambachtsman. De zorg en verantwoordelijkheid voor de belangrijkste dijken en wateren werden in 1798 bij een centrale dienst gelegd, de voorloper van Rijkswaterstaat, zoals er ook op andere terreinen centrale organen werden ingesteld. Tijdens het bewind van de gematigde Rutger Jan Schimmelpenninck, die in 1805 door Frankrijk onder de ouderwetse titel van raadpensionaris aan de macht was geholpen, lukte het een nieuw uniform belastingstelsel en een nieuw onderwijssysteem in te voeren, waarbij voor het eerst de spelling van het Nederlands werd vastgelegd. Ten tijde van het Koninkrijk Holland werden voor het hele land geldende wetboeken afgekondigd. Onder de Franse bezetting werden eveneens enkele wezenlijke veranderingen ingevoerd, zoals de instelling van het kadaster en een burgerlijke stand. Voortaan moest iedere inwoner bij zijn gemeente ingeschreven staan en daarom voor het eerst ook een eigen achter naam hebben; wie er geen had, moest er zelf maar een verzinnen. Tevens werden Franse wetboeken ingevoerd. Pogingen het in Frankrijk ontworpen metrieke stelsel in te voeren, waardoor vertrouwde lengtematen als ellen, voeten en roeden net als de bestaande inhoudsmaten en gewichten zouden vervallen, mislukten echter vooralsnog, evenals in Frankrijk zelf. Pas vanaf 1820 zouden de Nederlanders in meters, liters en grammen moeten leren meten en denken – als eerste volk ter wereld trouwens. Ook al duurde het soms lang voordat de nieuwe maatregelen praktijk werden, de breuk met het verleden was niettemin direct merkbaar. Dat gold ook op religieus gebied: de overheersende rol van de gereformeerde kerk was meteen met de komst van de Fransen uitgespeeld, en in het vervolg mochten alle gelovigen hun godsdienst openlijk belijden. Vooral voor de roomskatholieke kerk was dit een belangrijke doorbraak. Katholieken waren althans op papier niet langer tweederangsburgers, net zo min als onder anderen de joden: voortaan hoorden ook zij gewoon voor openbare ambten in aanmerking te komen.

Het aanvankelijke enthousiasme en het nieuwe elan dat met de komst van de Fransen over de oude republiek leek te zijn gekomen, zakten niettemin vrij snel in. Veel veranderingen bleken op papier gemakkelijker te kunnen worden verwoord dan in de praktijk als gevolg van hardnekkige tradities uitgevoerd. Er ontstond een groeiende weerzin tegen de als Frans gevoelde maatregelen. Bovendien was de economische malaise groot. Frankrijk had ondertussen een groot deel van Europa in zijn greep gekregen. Alleen Engeland was als voornaamste vijand overgebleven. Daar had Nederland veel last van. Hoewel in 1799 een Engelse invasie op de Noord-Hollandse stranden was mislukt, waren vrijwel alle koloniën in Engelse handen gekomen. Het werd Nederlandse handels- en vissersschepen steeds moeilijker gemaakt het zeegat uit te zeilen. Hollands welvaren werd door de voortdurende oorlogssituatie in de kern getroffen. Waren er in 1785 ongeveer 4200 schepen Hollandse havens binnengelopen, in 1797 waren dat er nog maar ruim 2700, en dat was nog heel wat vergeleken met de situatie in 1811, toen zegge en schrijve vijftien schepen konden worden geteld. Werven, pakhuizen, havens, hele steden raakten in verval. In 1802 had het er even op geleken dat de zaak ten goede kon keren toen Engeland en Frankrijk zowaar vrede sloten. Maar de vreugde was van korte duur: in 1806 verbood Napoleon de handel op Engeland. Voor de Hollandse handel en scheepvaart was dat de genadeklap. Al probeerden de Nederlanders met een omvangrijke sluikhandel nog iets van hun handelseconomie op peil te houden, uiteindelijk raakte het land in een bijna volkomen economisch isolement.

img0018.jpg

In 1799 bepaalde een groep internationale geleerden tijdens een bijeenkomst in Parijs de precieze lengte van de meter – de nieuwe lengtemaat die gedefinieerd werd als een-tienmiljoenste deel van een kwart meridiaan. Er werden toen een platina standaard gemaakt en hiervan een aantal ijzeren kopieën. Eén daarvan werd door de twee Nederlandse vertegenwoordigers meegenomen en aan de regering van de Bataafse Republiek aangeboden. Pas in 1820 voerde Nederland demeter in, samenmet de kilo en de liter, waardoor voor het eerst overal in het land met dezelfde maten werd gemeten. De uit Parijs meegenomen ijzeren meter werd toen de officiële Nederlandse standaard van de meter.

De inlijving bij Frankrijk duurde uiteindelijk maar kort – van 1810 tot 1813 –, maar voltooide wel de ineenstorting van de handelseconomie. Diep greep ook de invoering van de dienstplicht in, een tijdens de Republiek met haar beroepsleger ongekend fenomeen. Tal van Nederlandse jongens sneuvelden ver van huis en haard voor de eer van Frankrijk. Vooral Napoleons megalomane wens Rusland te veroveren, betekende het einde van menig jong leven. Die Russische veldtocht luidde ook het einde van Napoleon zelf in. Dankzij zijn nederlagen op het slagveld verloor Frankrijk in 1813 de greep op Nederland.