Het begin van een nachtmerrie

Ik mag geen vrienden hebben, ik mag niet werken en ik mag niet naar school. ‘Ik ben hier de man in huis en ik zorg voor je,’ zegt Sertan. Net wat je zorgen noemt. Ik heb me nog nooit zo verwaarloosd en eenzaam gevoeld. Sertan zegt dat ik nooit een andere man zou kunnen krijgen, omdat ik inmiddels oud en lelijk ben geworden.

Zelf schept hij op dat tientallen vrouwen zo smoorverliefd op hem werden dat ze zelfs bereid waren om hun lichaam te verkopen. Tot voor kort geloofde ik daar geen woord van. Inmiddels ben ik bang dat hij de waarheid spreekt.

Enkele politieagenten bestormden vanochtend ons huis en namen Sertan mee. Twee vrouwen schijnen aangifte tegen hem te hebben gedaan.

Mijn man een loverboy? Ik kan het haast niet geloven.

Ik moet met iemand praten. Ik wil niemand met mijn ellende opzadelen, maar ik kan die ook niet langer opkroppen. Anders word ik gek. Ik wil zo graag mijn gevoelens de vrije loop laten in de hoop dat ik eindelijk door iemand begrepen word.

 

Na een boekpresentatie komt een vrouw naar me toe. Ze ziet er mooi uit: donkere ogen en blond haar, gekleed in een zwarte broek en een wit leren jasje.

‘Mijn leven is een boek waard en ik wil graag dat jij dat verhaal opschrijft,’ zegt ze.

‘Ik schrijf niet op bestelling,’ reageer ik kortaf.

De onbekende vrouw laat zich niet ontmoedigen en dringt aan op een ontmoeting.

Met tegenzin stem ik uiteindelijk toe.

 

Anna verschijnt precies op het afgesproken tijdstip. Ik ben nieuwsgierig naar haar verhaal. Een ongelukkige jeugd, een ongeneeslijke ziekte, seksueel misbruik in de familie?

Het blijkt geen van alle. Anna heeft onlangs ontdekt met wie ze twaalf jaar lang getrouwd is geweest. Met een loverboy. Voor de arrestatie van haar man had ze geen flauw idee dat hij in de internationale vrouwenhandel zat. Het enige wat ze wist was dat Sertan ’s nachts als chauffeur voor escortdames werkte omdat dit goed betaalde.

In een uur tijd vertelt ze me zoveel absurde verhalen dat ik zeker weet dat niet iedereen zoiets meemaakt. De escapades van haar man als loverboy waren voor haar ongrijpbaar: net drijfzand onder een rimpelloze oppervlakte.

‘Mijn man moet morgen terechtstaan voor vrouwenhandel, verkrachting en witwassen van geld,’ zegt Anna. ‘Ik vind het heel eng om met de waarheid geconfronteerd te worden. Hij was er zo goed in om zijn verkeerde daden goed te praten en hij kon superlief en romantisch zijn nadat hij iets ergs had gezegd. Mensen die dat niet gewend zijn, begrijpen niets van de regels van het spel van zo’n man. Ik had zijn regels pas door toen we al getrouwd waren, maar toen was het al te laat. Hij liet me niet meer gaan.’

Er valt een korte stilte.

‘Kun je morgen misschien mee naar de rechtszaak?’ vraagt Anna opeens. Ze heeft een trieste, haast wanhopige blik in haar ogen.

‘Oké, maar ik beloof je nog niet dat ik het verhaal ga schrijven.’

‘Geeft niet,’ zegt ze. ‘Ik kom je morgenochtend om negen uur ophalen en dan rijden we naar de rechtbank in Haarlem.’

 

Anna gaat snel weg. Ze lijkt opgelucht. Volgens mij gelooft ze dat haar levensverhaal zo interessant is dat ik niet kan weigeren om het op te schrijven. Ik moet toegeven dat ik geboeid naar haar heb zitten luisteren, maar ik heb nog steeds mijn bedenkingen. Ik verbaas me over de kalmte waarmee Anna de meest gruwelijke gebeurtenissen vertelde. Alsof iemand haar een klap op haar hoofd heeft gegeven en al haar emoties heeft uitgeschakeld. Misschien heeft ze dat zelf gedaan om alles op een normale toon te kunnen vertellen.

Haar verhaal is té sterk en ik ben bang dat het in boekvorm ongeloofwaardig zal klinken. Wie maakt er nou in zo’n korte tijd zoveel mee?

Toch twijfel ik geen moment aan wat ze me heeft verteld. Anna was een van de vele Oost-Europese vrouwen die mooie verhalen hoorden over hoe gemakkelijk het was om geld te verdienen in het Westen. De baantjes lagen voor het oprapen. Ze wilde helemaal niet rijk worden, ze wilde slechts haar familie financieel helpen.

Achteraf kon Anna zich voor de kop slaan om haar naïviteit. Maar ze besefte pas dat ze opgelicht was toen ze samen met enkele andere jonge vrouwen in een huis werd opgesloten. Hun paspoorten werden afgepakt. Er was geen weg meer terug. Anna’s nachtmerrie was nog maar net begonnen.