Bijlage 2

Voorraden en stuwage

Een notitie door Sheila Chichester

Het verzorgen van de voorraden was altijd mijn taak, en ik vind het een werk dat met grote nauwkeurigheid moet worden uitgevoerd. Toen we in de zomer van 1965 alle drie een tijdlang op Gipsy Moth III woonden, schreef Francis een maand lang alles op wat we aten. Met die gegevens als uitgangspunt was hij in staat vast te stellen welke hoeveelheden voor één persoon nodig waren voor 120 dagen. Hierop heb ik mijn verdere uitwerking gebaseerd.

Nadat ik de hoeveelheden die ik nodig had kende, besprak ik een en ander met de directie van het London Health Food Store, omdat veel van wat Francis gebruikte vegetarisch was en dit het beste adres was voor dit soort voedingsmiddelen. We bestelden ook een hoeveelheid eieren van de fokkerij. Voor een grote winkel had ik nog een andere uitgebreide lijst, en aan hen werd gevraagd alles in kleine hoeveelheden te verpakken ter wille van het gemakkelijk stuwen, waarbij elk pak moest worden genummerd.

Al deze bestellingen werden aan ons huis, N°9 St. James’s Place, afgeleverd. Wij sloegen ze in een aparte kamer op en pakten ze stevig in. De verdere afhandeling liet ik over aan het personeel van ons kantoor. Het enige wat bij dit alles misliep, waren de eieren, die helaas bedierven, waardoor Francis veertien dozijn ervan heeft moeten weggooien. Op aanraden van een vriend wilde hij ze met bijenwas ingesmeerd hebben. Vroeger hadden we de eieren steeds met Oteg behandeld, maar toen hoefden ze uiteraard niet zo lang goed te blijven, omdat ze bestemd waren voor een veel kortere reis over de Atlantische Oceaan, van ruim dertig dagen. Het was warm weer toen het insmeren van de eieren aan de orde was, en niemand scheen daar veel animo voor te hebben. Niettemin werd het gedaan, hoewel kennelijk niet al te grondig. Maar bovendien ben ik van mening dat de eieren te vroeg waren besteld – het zou beter zijn geweest als we ze pas in Plymouth aan boord hadden genomen.

We konden de hand leggen op een aantal Tupperware-dozen, waarin de voorraden werden geborgen, nadat ze genummerd waren en op lijsten genoteerd. Twee lijsten hadden we, één alfabetisch naar artikel en één voor elke Tupperdoos, met vermelding van hun inhoud. Ook was er een stuwageplan, waaruit men kon zien waar de dozen in het schip waren gestuwd.

Het was daar aan de Tower Pier een uitzonderlijk warme tijd en de eieren werden ongelukkigerwijze nog te dicht bij de motor geplaatst.

Toen we de Theems afvoeren ontdekte ik dit, en zo waren de eieren alles bij elkaar dus niet fris meer, niet afdoende ingesmeerd en misschien nog halfgekookt ook! Dit was een lelijke zaak, want de eieren vertegenwoordigden het proteïne (eiwit). En omdat Francis geen vlees eet, was ik wel erg bezorgd toen ik hoorde dat ze alle bedorven waren.

Het speet me toen wel dat ik ze niet zelf had ingesmeerd, maar ik had zoveel meer te doen.

In de zomer, voor Francis vertrok, bekwaamde hij zich in het bakken van zijn eigen brood. Daartoe liet hij een kleine oven maken, die op de primus paste. Het volkorenbrood dat hij bakte, was een grote steunpilaar voor hem. Hij nam ook mosterdzaad en tuinkerszaad mee, dat op een flanellen lap kon worden uitgezaaid en vitamine-C zou opleveren. Op zijn eigen verzoek nam Francis op de reis naar Australië niet veel vis in blik mee, en ik geloof dat hij daarvan niet genoeg bij zich bleek te hebben. Voor de thuisreis zorgde ik dat er honderd blikken in de voorraad waren. Hij at veel natuurlijke voedingsbestanddelen, zoals honing, rozijnen, noten en Barmene (Marmite), dat een belangrijke hoeveelheid vitamine-B en gist bevat en heel makkelijk kon worden meegenomen. Omdat de reis zo inspannend was en de tijd voor koken vaak ontbrak, bleven belangrijke hoeveelheden uit Engeland meegenomen voorraden proviand ongebruikt. Na aankomst in Sydney werd alles uitgeladen en nagekeken. De nieuwe proviand, dat in Australië werd ingenomen, was allemaal afkomstig van de firma David Jones. Ik maakte de lijst van bestellingen klaar, waarop de benodigde hoeveelheden precies vermeld stonden, en had daarna een bespreking met de directie van deze firma. Daarna hoefde ik er niet meer naar om te kijken. Alles was uitstekend verpakt en werd bij het Royal Sydney Yacht Squadron bezorgd, waar we vlak bij het jacht een opslagruimte toegewezen kregen door bemiddeling van de secretaris van de club. Ik was nog nooit in staat geweest de bevoorrading op een zo gemakkelijke manier te regelen.

Dit neemt niet weg dat het toch een enorm werk was; vele dagen was ik bezig met inpakken en controleren. Giles hielp me daarbij, maar hij moest naar Engeland terug voor alles klaar was. Een heel aardige jongeman, Robert Anderson, en zijn moeder kwamen me toen helpen, en ze waren een geweldige steun voor me.

Op zondag, een week voor Francis’ vertrek, waren we in het jacht aan het pakken bij een temperatuur van 100° F., wat werkelijk een beproeving was. Ik ging terug naar mijn hotel om wat te rusten en ik geloof dat het ten dele aan mijn uitgeputte toestand te wijten was dat ik in mijn slaapkamer viel en drie pezen in de enkel scheurde.

Drie dagen moest ik met het been omhoog liggen; daarna was ik zwaar gezwachteld, en zo strompelde ik de rest van de tijd in Australië rond.

Ik geloof dat het voedsel van Francis op de terugreis beter was, deels omdat het verse fruit uitstekend verpakt was en ook omdat hij veel aardappels had. Op de uitreis had hij daar te weinig van. Dat kwam omdat de winkels in Engeland in die tijd alleen maar nieuwe aardappels hadden, en men nam aan dat die niet lang konden worden bewaard.

Hij heeft zonder twijfel nadelige gevolgen ondervonden door gebrek aan eieren zowel als aardappels, maar gelukkig was er wel eipoeder.

De hierna volgende lijsten van proviand en reservedelen en stuwageoverzichten zijn ten gevolge van het onvermijdelijke tijdgebrek niet zo volledig als ik wel zou hebben gewild.

Lijsten niet opgenomen in deze versie.