Naschrift
Door J.R.L. Anderson
Twee dagen lang – zaterdag en zondag, 27 en 28 mei – verzamelden zich duizenden mensen op de grasvelden en op de wallen van Plymouth Hoe om sir Francis Chichester te verwelkomen bij zijn terugkomst uit Australië. Bovendien zaten miljoenen bij hun televisieapparaat gespannen te wachten, om uiteindelijk in grote opgewondenheid in het schemerdonker een tengere figuur in een sloep te zien stappen om aan wal te gaan, zijn Gipsy Moth IV aan de zorgen van anderen overlatend, nadat hij haar van Plymouth naar Plymouth de wereld rond had gevoerd. Het was de verwelkoming van een vorst.
Waarom? Anderen hebben rond de wereld gevaren in kleine boten, sommige veel kleiner dan Gipsy Moth IV; anderen hebben ook zonder bemanning gezeild; sommigen zijn doorgegaan met zeilen tot een nog veel hogere leeftijd dan de 65 jaren van sir Francis. Maar weinigen hebben in hun levensverrichtingen dusdanig op de verbeelding van de wereld gewerkt als Chichester. Lindbergh misschien, of Hillary en Tensing – maar dergelijke vergelijkingen hebben geen zin. Want op deze eenzame hoogten van menselijke prestatie staat iedere man alleen, zonder weerga. Het saluut aan Chichester gold zijn prestatie, inderdaad, zijn volharding, moed, toewijding en dat alles. Maar er is meer.
Allereerst de prestatie: wat bereikte Chichester tussen 27 augustus 1966, toen hij uit Plymouth vertrok, en 28 mei 1967, toen hij er terugkwam na rond de wereld te hebben gezeild, heen langs Kaap de Goede Hoop en terug langs Kaap Hoorn? Ik vroeg hem wat hij zelf meende gepresteerd te hebben, en hier volgt zijn eigen opgave:
- 1. Snelste wereldreis, volbracht door een klein vaartuig (ongeveer tweemaal zo snel).
- 2. Langste passage, ooit gemaakt door een klein zeilschip, zonder aanloophaven (15.500 mijl).
- 3. Meer dan een verdubbeling van de langste afstand, tot nu toe door een solozeiler afgelegd (15.500 mijl, vergeleken met 7.400 mijl).
- 4. Tweemaal het record van de weekafstand van een solozeiler met meer dan honderd mijl gebroken.
- 5. Een record gevestigd voor een solosnelheid door 1400 mijl te zeilen van punt tot punt in acht dagen.
- 6. Tweemaal de solozeilerssnelheid voor een lange reis verbeterd, namelijk de 122½ mijl per dag van Nance gedurende 53 dagen, wat op zichzelf uitzonderlijk hard zeilen was voor zo’n kleine boot.
- De snelheden van Gipsy Moth waren 131! mijl per dag gedurende 107 dagen en 130½ mijl per dag over een tijdvak van 119 dagen.
- 7. Deze werkelijke omcirkeling van de wereld langs Kaap Hoorn met een klein vaartuig, langs een route die over twee antipodische punten liep.*
≡ De eerste twee waren met Conor O’Brien (drie jaren) en Marcel Bardiaux (zeven jaren).
Het belangrijkste van deze lijst is, dat hij geheel uit technische punten bestaat. De langste soloreis, de grootste snelheden, de ware ronding via antipodische punten – die zullen worden genoteerd in elk boek over records, maar dat was het naar mijn mening niet wat de mensen in drommen naar Plymouth Hoe trok. De werkelijke prestatie van Chichester is iets veel persoonlij kers – en dit niet alleen specifiek voor hem, maar iets dat in de harten van ons allen leeft. Hij is erin geslaagd dromen tot werkelijkheid te brengen, zijn eigen dromen en die welke de meeste mannen van tijd tot tijd hebben in hun reis door het leven.
Dromen blijven voor 99,9 procent van het mensdom verborgen in de geheime bergplaats van onze ziel. Niet aldus bij Chichester. Voor hem is dromen beslissen en beslissen volbrengen. De mensen zullen zeggen: “Nu ja, hij heeft geluk gehad. Hij heeft geld verdiend en rijke financiers gevonden. Hij hoeft niet elke dag met de tram van kwart over acht.” Maar dat is nu juist een deel van zijn succes! Niemand hóéft elke dag met de tram van kwart over acht. Wij worden in de sleur van het leven gevangen omdat we ons laten vangen. Het zal voor de sociale ordening van de maatschappij wel goed zijn dat we dat doen, want een gemeenschap van uitsluitend Chichesters zou niet denkbaar zijn. Maar de persoon die de sleur weigert te aanvaarden, is in zekere zin representatief voor ons allen. Chichester is tot in de zoveelste graad die persoon. Niet eenmaal, maar vele keren in zijn leven heeft hij zichzelf een taak gesteld, in de lucht of op zee, die uiterst moeilijk was en veel doorzettingsvermogen vereiste; hij rustte dan niet voor hij hem had volbracht – tenzij hij door overmacht werd gestopt, zoals het vliegongeval dat zijn eerste poging om de wereld rond te reizen abrupt afbrak. Toch bracht zelfs dat ongeluk, dat voor velen het einde van een verder doorzetten zou hebben betekend, hem slechts een tijdelijk falen. Hij haalde deze droom vijfendertig jaar later weer te voorschijn, transformeerde hem in zeilen in plaats van vliegen en liet hem werkelijkheid worden.
Dit is de Chichester die wij het eresaluut brengen. Hij verwerkelijkte niet alleen zijn eigen dromen, maar ook de onze.
♦
Zondagavond laat, de 28ste mei, kwam Chichester te Plymouth aan, in de verwachting na een paar dagen naar Londen door te zeilen. Daar wachtten hem, na de ontvangst door de burgemeester en bevolking van Plymouth, nog twee historische gebeurtenissen: de ridderslag, hem door Hare Majesteit de Koningin toegebracht met hetzelfde zwaard dat Koningin Elisabeth 1 sir Francis Drake ten geschenke gaf na die eerste wereldreis, bijna vier eeuwen geleden – en de lunch ten stadhuize, te zijner ere aangeboden door Londens burgemeester. Voorlopige data waren hiervoor vastgesteld toen Chichester nog op zee was; ze zouden in het begin van juni vallen.
Het in zakelijke stijl gehouden reisverhaal verbergt weinig van de fysieke beproevingen die Chichester gedurende zijn reis onderging.
Met een moed en zelfdiscipline die alle beschrijving tarten, zette hij door tot de uiterste grens van menselijk uithoudingsvermogen. Daarvoor moest hij betalen. Een week na aankomst te Plymouth stortte hij in door een ontsteking aan de twaalfvingerige darm en de daaropvolgende maand bracht hij door in het Royal Naval Hospital aldaar.
Maar hij was Chichester, had de reis naar zijn beginpunt aan de Theems te Londen nog niet volbracht en was spoedig weer op de been.
Begin juli zeilde hij Gipsy Moth naar Londen in gezelschap van Sheila en Giles Chichester, plus zijn vriend commander Erroll Bruce, R.N.
Op de 7de juli werd Chichester door de koningin te Greenwich ontvangen, waar zij hem in het Grand Quadrangle van het Royal Naval College met het zwaard van Drake in het openbaar tot ridder sloeg.
Dicht in de buurt lag de Cutty Sark, gepavoiseerd, gemeerd aan haar permanente ligplaats – een van de beroemdste klippers wier route Chichester op zijn reis om de wereld had gevolgd.
Na een bezoek van de koningin aan boord van de Gipsy Moth IV te Greenwich zeilde Chichester door naar de Tower Pier, waar hij werd begroet door de burgemeester van Londen en diens echtgenote, sir Robert en lady Bellinger. Daarna volgde een rit door de binnenstad naar het stadhuis, wat een triomfale tocht werd, waarbij de inwoners van Londen Chichester in hun hart sloten. Hij en zijn Gipsy Moth IV hadden hun werk gedaan. De kleinste wolklipper die ooit van Australië vertrokken was, bemand door het kleinste aantal opvarenden, had zijn symbolische lading van miniatuurwolbaaltjes veilig afgeleverd aan het andere eind van de wereld.
Chichester kon dit naschrift niet zelf schrijven, omdat hij zichzelf niet kon zien zoals de juichende Londense menigte hem zag. Ik wel. Tenger (tot je iets zag van de spieren in pols en onderarm), door de zee getaand, met dikke brilleglazen op, was er bij Chichester geen schijn van aanstellerij; toen hij de welkomstrede van de lord mayor onder het gejuich van de menigte beantwoordde, sprak hij meer over zijn vrouw Sheila en zijn zoon Giles dan over zichzelf. Hij was de held van de natie en voor mij vertegenwoordigde hij geen scharlaken en kant, maar het doorzettingsvermogen dat het Engelse volk aan den dag legde als het ervan werd verlangd, het uithoudingsvermogen van de mannen die met Drake, Anson, Cook en Nelson voor hun vaderland hebben gevaren. Naar mijn mening was het dat wat iedereen voelde. En daarom juichten wij.