XVIII. Rhiannon's wraak
Carse bleef doodstil tussen de kristallen en
metalen mechanismen staan. Ze hadden geen betekenis voor hem en hij
wist glashelder dat hij verslagen was. Hij hoorde nu van alle
kanten het zo oneindig wreed en spottend, sissend gelach.
Garach stak een trillende hand naar Hishah uit. 'Maar,' stamelde
hij, 'hij is dus Rhiannon niet?'
'Zelfs jouw menselijke geest had je dat nu al verteld moeten
hebben,' zei Hishah neerbuigend. Hij had zijn kap afgeworpen en
kwam naar Carse. Zijn koolzwarte ogen stonden vol spot.
'Door het lezen van je geest alleen, zou ik al hebben geweten dat
je een bedrieger bent, maar zelfs dat had ik niet nodig. Jij zou
Rhiannon zijn, Rhiannon van de Quiru die in vrede en broederschap
zijn kinderen komt groeten in Caer Dhu?'
Uit elke Dhuviaanse keel sloop nu het steelse, sissende gelach en
Hishah wierp zijn hoofd in zijn nek en de huid van zijn keel klapte
van zijn woeste pret. 'Kijk hem aan, broeders! Heil aan Rhiannon
die de Sluier niet kende noch de reden waarom het Caer Dhu
bewaakt!' En ze bogen diep en spottend voor hem.
Carse bleef doodstil staan. Op dat moment vergat hij zelfs zijn
angst.
'Dwaas!' siste Hishah. 'Op het einde haatte Rhiannon ons. Want toen
had hij zijn dwaasheid ingezien en gemerkt dat de leerlingen, aan
wie hij kruimels van zijn kennis had gegeven, te verstandig waren
geworden. Met de Sluier, wier geheim hij ons had geleerd, hadden we
Caer Dhu onneembaar gemaakt, zelfs voor zijn wapens. Toen hij zich
uiteindelijk tegen ons keerde, was het te laat.'
'Waarom keerde hij zich tegen jullie?' vroeg Carse traag.
'Hij merkte welke gebruik wij wilden maken van de kennis die hij
ons had gegeven,' lachte Hishah.
Ywain deed een stap voorwaarts en zei: 'En welk gebruik is dat
dan?
'Ik denk dat jij dat wel vermoedt,' antwoordde Hishah. 'Daarom
werden jij en Garach hier ontboden ... Niet alleen om deze
bedrieger te zien ontmaskeren maar om eens en voor altijd jullie
plaats in onze wereld te kennen.'
Zijn zachte stem had nu de bijtende klank van een
veroveraar.
'Sinds Rhiannon in zijn tombe werd opgesloten, hebben we een
subtiele macht verworven op elke kust van de Witte Zee. We zijn
weinig talrijk en afkerig van openlijke oorlog. Daarom hebben we
via menselijke koninkrijken gewerkt en gebruikten we uw inhalerig
volk als onze werktuigen.
'Maar nu hebben we de wapens van Rhiannon. Weldra zullen we weten
hoe ze te gebruiken en dan hebben we geen menselijke werktuigen
meer nodig. De Kinderen van Het Serpent zullen in elk paleis
regeren ... en we zullen de meest absolute gehoorzaamheid en
eerbied eisen van onze onderdanen.
'Wat denk je daarvan, Ywain met het trotse hoofd, die ons altijd
verachtte en op ons neerkeek?'
'Ik geloof dat ik me eerder op mijn zwaard zal werpen,' zei Ywain
koel
Hishah haalde zijn schouders op. 'Doe dat dan,' zei hij
achteloos. Hij wendde zich tot Garach: 'En jij?'
Maar Garach lag ineengedoken en bewusteloos van angst op de
stenen.
Hishah richtte zich weer tot Carse. 'En nu,' zei hij, 'zul je zien
hoe we onze heer verwelkomen.'
Boghaz kreunde en bedekte zijn gezicht met zijn handen. Carse greep
het nutteloze zwaard steviger beet en vroeg met vreemde, lage stem:
'Niemand heeft ooit geweten dat Rhiannon zich uiteindelijk tegen
jullie had gekeerd?'
'De Quiru wisten het,' antwoordde Hishah zacht, 'maar ze
veroordeelden Rhiannon omdat zijn berouw te laat kwam. Buiten hen
wisten wij het alleen. En waarom zouden we die waarheid verder
vertellen als het ons prettig leek dat de wereld Rhiannon, die ons
haatte, als haar vijand vervloekte?'
Carse sloot zijn ogen. De wereld leek onder hem te beven en er
klonk een misselijk makend gebrul in zijn oren toen hij de waarheid
besefte.
Rhiannon had de waarheid gesproken in de grot van de Wijzen. Hij
had niet gelogen toen hij vertelde dat hij de Dhuvianen
haatte!
De zaal werd vervuld met een geluid dat leek op het ritselen van
droge bladeren toen de rijen van Dhuvianen zich langzaam
sloten.
Met een bijna bovenmenselijke wilsinspanning, wierp Carse alle
kanalen van zijn geest open en probeerde in die laatste minuut
wanhopig die vreemd stille, verborgen hoek te bereiken.
'Rhiannon!' riep hij luid.
De hese schreeuw deed de Dhuvianen even stilhouden. Niet uit angst,
maar van de pret. Dit was inderdaad de klap op de
vuurpijl!
'Ja, roep Rhiannon maar aan!' schreeuwde Hishah. 'Misschien komt
hij wel uit zijn tombe om je te helpen!' En ze bekeken Carse met
hun bodemloze, spottende ogen, toen die gefolterd zijn lichaam
rekte.
Maar Ywain begreep het. Ze kwam vlug aan Carse's zijde staan en
haar zwaard vloog schurend uit de schede. Ze wilde hem zo lang
mogelijk beschermen.
'Een prachtig paar!' lachte Hishah. 'De prinses zonder rijk en de
valse god!'
'Rhiannon!' fluisterde Carse opnieuw vol
wanhoop. En Rhiannon antwoordde.
De Vervloekte had zich verborgen gehouden in de diepten van Carse's
geest en schoot nu plotseling met verschrikkelijke kracht omhoog
door elke cel en atoom van het brein van de Aardling en bezat hem
volkomen nu Carse de weg vrij liet.
En opnieuw stond Matthew Carse in zijn eigen lichaam aan de kant en
keek en luisterde, net als in de grot van de Wijzen.
'Zie hier jullie Heer, o kruipende kinderen van
het Serpent! Kijk. .. en sterf!'
Het spottend gelach stierf weg. Hishah week achteruit en een begin
van angst sloop in zijn ogen.
Rhiannon's stem donderde met rollende echo's tegen de muren. De
krafcht en de woede van Rhiannon gloeide op in het gezicht van de
Aardling. Diens lichaam leek nu hoog boven de Dhuvianen uit te
torenen en het zwaard was als een bliksem in zijn hand.
'Reik nu eens met je geest naar me, Hishah!
Tast dieper ... dieper dan toen jouw zwakke krachten de mentale
barrière die ik had opgericht niet konden doordringen!'
Hishah stootte een doordringende, sissende kreet
uit. Hij vluchtte vol afschuw en de kring van de Dhuvianen werd
verbroken toen ze zich omdraaiden en met wijdopen, liploze monden
van angst hun wapens zochten. Rhiannon lachte het verkillend gelach
van iemand die een eeuwigheid op zijn wraak heeft gewacht en die
eindelijk vindt.
'Vlucht! Vlucht! Probeer jezelf te redden. . .
want in jullie grote wijsheid hebben jullie Rhiannon door
jullie Waaksluier gelaten en de dood regeert nu in Caer
Dhu!
En de Dhuvianen renden en bewogen slangachtig in de schaduw
toen ze hun wapens zochten waarvan ze hadden gedacht dat ze
die niet nodig zouden hebben. Het groene
licht viel op glimmende cilinders en prisma's.
Maar Carse's hand, thans zelfverzekerd geleid door de
kennis van Rhiannon, graaide bliksemsnel naar het grootste van
de oude wapens, naar de rand van het grote, platte,
kristallen wiel.
En die hand liet het wiel draaien.
Zijn vingers hadden een verborgen trekker aangeraakt, een
ingewikkelde manier om de energie in de metalen bol te ontladen.
Carse heeft het nooit geweten. Hij wist alleen dat er een vreemde,
donkere halo in de schemerige lucht verscheen die hem en Ywain en
de sidderende Boghaz en Garach omsloot. Garach kroop als een hond
op handen en knieën en bekeek het tafereel met ogen waaruit alle
menselijkheid was verdwenen. De oude wapens werden ook ingesloten
in die duistere krachtkring en een vaag zingende toon kwam van de
kristallen staven.
De donkere kring begon zich uit te breiden zoals een cirkelvormige
golf naar buiten toe uitdeint.
De wapens van de Dhuvianen probeerden de kring te vernietigen.
Lansen van bliksems of van koude vlammen met een verschroeiende
schijn sprongen naar de kring, raakten hem, versplinterden en
stierven. Krachtige, elektrische ontladingen beukten tegen de
onzichtbare dieëlektrische beveiliging rond Rhiannon's kring, en
vielen uit elkaar.
De donkere krachtkring dijde gestaag uit en waar de Dhuvianen
werden geraakt, vielen de kille slangelichamen neer, kronkelden en
verschrompelden tot ze als afgedankte huiden op de plavuizen
lagen.
Rhiannon sprak niet meer. Carse voelde de dodelijke macht in zijn
hand kloppen toen het glimmende wiel vlugger en vlugger op zijn as
draaide en zijn geest trok zich sidderend terug van wat hij in
Rhiannon's brein kon voelen.
Want hij kon vaag raden naar de werking van het vernietigende wapen
van de Vervloekte. Het was verwant aan de dodelijke, ultra-violette
straling van de zon die alle leven zou vernietigen zonder de
beschermende ozonlaag in de atmosfeer.
Maar de ultra-violette stralen die de Aardse wetenschap in Carse's
tijd kende, werden gemakkelijk geabsorbeerd terwijl die van
Rhiannon's oude wetenschap in onbekende oktaven onder de
vierhonderd angström-limiet opgeslagen lagen en in de vorm van een
uitdijende halo die niet door materie kon worden opgevangen, konden
worden opgewekt. Die halo vernietigde alle levende weefsels die
erdoor werden aangeraakt.
Carse haatte de Dhuvianen, maar nooit eerder was er zo'n haat in
een menselijk hart geweest als hij nu voelde in Rhiannon.
Garach begon te kreunen. Kwijlend week hij voor de schitterende
ogen van de man die boven hem uittorende. Half kruipend, half
lopend vluchtte hij met een geluid dat op lachen leek.
Hij rende recht in de donkere kring. De dood ontving hem gretig en
verschrompelde hem geruisloos.
De stille kracht bleef kloppend uitzetten, drong door metaal, vlees
en steen. Ze vernietigde en verschrompelde cellen, vond het laatste
Kind van het Serpent dat door de donkere gangen van Caer Dhu
vluchtte. De wapens braakten geen vlammen meer tegen de kring. Geen
soepele arm ging nog omhoog om de dood af te weren.
Tenslotte raakte de kring de Sluier die als een koepel over de stad
hing. Carse voelde de lichte schok van het kontakt en toen legde
Rhiannon het wiel stil.
Er viel een verstarde stilte, terwijl de drie enige overlevenden in
de stad onbeweeglijk bleven staan, haast te verdoofd om te
ademen.
Uiteindelijk sprak Rhiannon: 'Het Serpent is
dood. Laat zijn stad... en mijn wapens die zo'n kwaad op deze
wereld hebben gebracht. . . samen met de Dhuvianen vernietigd
worden.'
Hij draaide zich om en zocht een ander instrument. Het was één
van de brede, gedraaide, metalen staven.
Hij hief het kleine, zwarte ding op en drukte op een
geheime knop. Uit de loden buis die de loop vormde, spatte
een kleine vonk die te helder was om er naar te
kijken.
Het was slechts een kleine lichtvlek, die op de
stenen neerstreek. Maar ze begon te gloeien. Het was alsof dit
licht zich voedde met de atomen van de rots zoals een vlam
hout verslindt. Het sprong als Grieks vuur over de plavuizen
van het plein. Het raakte het kristallen wiel en dat wapen,
dat het Serpent had vernietigd, werd op zijn beurt
verteerd.
Het was een kettingreactie waarvan geen kernspecialist
op Aarde tot nu toe had durven dromen, een reactie die
de atomen van metaal, kristal en steen even onstabiel
maakte
als de zware radioactieve elementen, hoog op de tabel
van Mendelejen.
'Kom,' zei Rhiannon.
Ze liepen zwijgend door de lege gangen en achter hen woedde het
bizarre heksenvuur en groeide aan tot de grote binnenzaal in dit
alles verterende proces werd opgenomen. De kennis van Rhiannon
leidde Carse naar het zenuwstelsel van de Sluier naar een kamer bij
de grote poort. Daar maakte hij het glinsterende web onklaar en de
gloed verdween en doofde voor eeuwig uit.
Ze verlieten de citadel en liepen langs de afbrokkelende dijk terug
naar de kaai waar de zwarte bark dobberde. En toen draaiden ze zich
om en keken naar de vernietiging van de stad. Ze beschutten hun
ogen want de ongelooflijke en angstaanjagende gloed had iets van
het vuur van de Zon in zich. Het raasde hongerig door de
uitgestrekte ruïnes en maakte van het burchtslot een toorts die de
hele hemel verlichtte, waardoor de sterren leken uit te doven en de
lage manen verbleekten.
Toen begon de weg te branden. Een hongerige vlammentong lekte
tussen het riet van het moeras.
Opnieuw hief Rhiannon de brede cilinder op. Uit de loop sloeg deze
keer geen vonk, maar een kleine bol van zacht licht, naar de
naderende gloed. De gloed aarzelde, wankelde en werd toen matter
tot hij doofde. De vreemde kernreactie die als een tovervuur om
zich heen had gevreten, werd thans door Rhiannon tot stilstand
gebracht en uitgedoofd, door middel van een tegenkracht waarvan
Carse zich de aard in de verste verte niet kon
voorstellen.
Ze duwden de bark in het water, terwijl de trillende straling
achter hen uit stierf. En toen werd de nacht weer duister en van
Caer Dhu was niets meer te zien dan een wolk stoom. En weer sprak
de stem van Rhiannon. 'Het is volbracht,'
zei hij. 'Ik heb mijn zonde
uitgewist.'
De Aardling voelde de totale uitputting van het wezen in hem, toen
het zijn meesterschap over zijn geest en lichaam opgaf.
En opnieuw werd hij slechts Matthew Carse.