39

 

Oefenen met angst

 

 

 

 

 

 

 

Angst is de allermoeilijkste emotie om bij gewaar te blijven. Dat komt omdat angst altijd een sterke fysieke reactie oproept: het lichaam reageert erop met een vlucht-, vecht- of bevriesreactie. Het is een puur biologische reactie, een overlevingsreflex. En omdat het lichaam zo autonoom op angst reageert, is het heel moeilijk om de geest zich in deze angstreactie te laten ontspannen. De meditatieve ‘het mag er zijn’-houding wordt door het lichaam zelf tegengewerkt met deze ‘het mag er beslist niet zijn’-reflex. En dat is natuurlijk prima zolang er sprake is van een werkelijk bedreigende situatie in het hier en nu. In meditatie gaan op het moment dat er een vrachtwagen recht op je af komt denderen, is niet aan te bevelen (en trouwens ook zo goed als onmogelijk). Maar de angsten die voortvloeien uit de identificatie met ons ego worden niet veroorzaakt door een echte bedreiging maar door een tijdens onze jeugd aangeleerde dreiging van verlating, eenzaamheid en zelf-afwijzing. Het is eigenlijk angst die voortvloeit uit gedachten. En ons lichaam reageert op gedachten aan een situatie net zo sterk als op de echte situatie. Of preciezer uitgedrukt: het lichaam reageert op gedachten ongeacht of die betrekking hebben op een reëel gevaar of op een gevaar dat alleen in die gedachten bestaat. Zolang je denkt dat het echt gebeurt of zou kunnen gebeuren, reageert je lichaam hoe dan ook met angst. Oefenen met angst is dus ook oefenen in gewaarzijn van angstige gedachten zonder te geloven in de suggestie dat ze werkelijk waar zijn. Dat is het heldere aspect van de beoefening. Maar bij angst is het vooral het liefdevolle omhelzende aspect van de beoefening dat nodig is om met angst te kunnen beoefenen, en dat zich daardoor weer enorm kan ontwikkelen. In het oude Tibet gingen de gevorderde beoefenaars soms ’s nachts op een begraafplaats mediteren. In die cultuur werden lijken niet in de grond begraven (die was rotsig of bevroren) en ook niet gecremeerd (in het hooggebergte is weinig hout) maar in stukken gehakt en aan de gieren gevoerd. Zo’n ‘lucht-begraafplaats’ zag er dus tamelijk luguber uit met al die aangevreten restanten van overledenen. Bovendien geloven Tibetanen in geesten en demonen dus je kunt je voorstellen dat er moed voor nodig was om ’s nachts op zo’n plek te gaan zitten mediteren. Voor de meesten van ons zou dat niet werken: onze begraafplaatsen zijn veel te netjes en we geloven bovendien niet dat daar nog boze geesten rondhangen. Wij kunnen beter oefenen met gedachten aan het kwijtraken van je goeie baan, het verlies van je gezondheid, het afbranden van je mooie huis, en de meest beangstigende: het verlies van je liefdespartner. In het traditionele boeddhisme wordt gecontempleerd op een reeks van gedachten als: ‘Wat verzameld wordt zal verloren gaan; wat opgebouwd wordt zal weer uiteenvallen; wat samen is zal weer scheiden; wat leeft zal weer sterven, enzovoort.’ Zulke contemplaties helpen je het verzet tegen mogelijk verlies van waar je aan gehecht bent te verminderen. Als zo’n situatie zich dan ooit werkelijk voordoet, is de schok veel minder groot en het lijden eraan beperkt. Dat betekent trouwens niet dat je ook niet meer zou mogen genieten van je mooie huis, je goeie baan, je gezondheid of je liefdespartner. Integendeel: hoe minder je je identificeert met die fijne omstandigheden, hoe bewuster je er juist van kunt genieten.

 

Als je eenmaal aan het idee gewend bent dat je geen enkel recht hebt op fijne omstandigheden en dat ze komen en gaan in je leven, als je bovendien doorkrijgt dat verzet tegen het (mogelijke) verlies ervan de oorzaak is van lijden en het loslaten ervan de oorzaak van geluk, dan ga je dit steeds meer toepassen in je leven. In plaats van je grootste vijand wordt angst je meest betrouwbare metgezel op het pad van verlichting. Zodra je je afkeer van en je verzet tegen angst opgeeft, kom je in een spirituele stroomversnelling terecht. Traditioneel wordt dit wel The path of the warrior genoemd, in het Nederlands nog betekenisvoller te vertalen als ‘het pad van de krijger’. Immers, als je al je angsten onder ogen kunt zien en elke zelfbescherming opgeeft, dan ben je niet alleen een krijger in de gebruikelijke betekenis, maar ook in de betekenis van ‘ontvanger’: geluk dat niet langer nagejaagd wordt, wordt moeiteloos verkregen. Angst die niet langer omzeild of toegedekt wordt, verandert in kracht en onvoorwaardelijke eigenwaarde. Heb je last van verlegenheid, dan ga je af en toe vreemde mensen in het openbaar aanspreken. Ben je bang voor eenzaamheid, dan blijf je af en toe opzettelijk een avond of een weekend alleen thuis. Heb je angst om voor groepen mensen je mond open te doen, dan ga je een cursus spreken in het openbaar volgen. Ben je bang om je pijnlijke emoties met anderen te delen, dan is dat precies wat je af en toe gaat doen. In het algemeen geldt: ben je bang om jezelf tegen te komen, dan ga je jezelf juist uitdagen. En de grootste uitdagingen van je angst zijn dus te vinden in je liefdesrelatie.

 

Als je met je spirituele liefdespartner gaat oefenen in het omhelzen van angsten, is het wel heel belangrijk dat je met elkaar overlegt hoeveel veiligheid je bereid bent los te laten en welke angsten je onder ogen wilt en kunt zien zonder er te veel in te verkrampen. Juist het feit dat je vrijwillig en in overleg sommige angsten in jezelf laat opwekken, maakt het mogelijk ermee te oefenen. Zo kan het voor sommigen al een hele uitdaging zijn om af te spreken elkaar een paar dagen of een week niet te bellen, te sms’en of te mailen. Opmerkelijk hoe anders je elkaar daarna weer ontmoet: er is zoveel meer te vertellen, zoveel meer vreugde in het samenzijn! Nog iets beangstigender kan het zijn om na een samenzijn niet af te spreken wanneer je elkaar weer zult zien, maar dat af te laten hangen van wanneer je allebei weer naar elkaar verlangt. En als je samenwoont, zijn er talloze veiligheidsafspraken die tijdelijk of definitief losgelaten kunnen worden. Zelfs hierover met elkaar praten is in het begin al beangstigend! Naarmate dit soort oefeningen vorderen en je dus steeds sterker en onafhankelijker van elkaar wordt, groeit de liefde en de wederzijdse dankbaarheid voor deze gezamenlijke spirituele onderneming.

Als je in een gevorderd stadium van beoefening komt, kun je grotere stappen zetten. Zoals bijvoorbeeld elkaars seksuele autonomie erkennen: dat beide partners vrij zijn in de keuze met wie ze vrijen. Dat is aanvankelijk enorm beangstigend, ook als jij en je partner in de praktijk helemaal niet met anderen in bed duiken. En de absolute top van beangstigende beslissingen die je met je spirituele liefdespartner kunt beoefenen, is af en toe de relatie te beëindigen. Hoe bizar dit ook klinkt, het is de ultieme consequentie van je verbondenheid in spirituele liefde. Immers, hoe je ook je best doet om in je spirituele relatie gewaarzijn te beoefenen, er sluipen toch altijd gewoontes in die geleidelijk aan een versluiering gaan vormen van de helderheid en de liefde tussen partners. En dit is natuurlijk niet verkeerd, en soms zelfs een tijdlang heel erg leuk en gezellig en vertrouwd. Maar ook vertroebelend, en dat wordt na een tijdje zichtbaar in het langzaamaan ‘gewoon’ worden van de liefde, en soms zelfs in lichte gevoelens van beknelling. Dat is een moment om in alle eerlijkheid tegenover elkaar te gaan zitten en alles te vertellen wat misschien verborgen is gebleven in de dagelijkse routines van het samenzijn. En dan elkaar los te laten, in liefde elkaar opnieuw vrij te laten, geen afspraken te maken, en eventueel een tijdje geen contact met elkaar te hebben. Niet vanuit een verbod op contact, maar uit behoefte om eerst je eigen angsten weer te ontmoeten en te zuiveren van ego’s toedekkingen. Pas daarna ontstaan er vanzelf weer nieuwe liefdevolle ontmoetingen, en het geluk dat daarbij vrijkomt, is onuitsprekelijk veel bruisender dan het veilige geluk van de ego-relatie. Zodra er geen ego-beklemmingen meer zijn, stroomt de liefde volkomen onbegrensd, open en helder en allesomvattend. Dat is de natuurlijke staat van Zijn waarvan jij en je partner de steeds zuiverder wordende uitingsvormen zijn.

 

Hoe mis verstaan we onze diepste angst!

Als een jonge vogel die niet durft te vliegen,

zo schrikt het kind in ons telkens weer terug

voor de onbegrensde ruimte

van onze natuurlijke staat van Zijn.

Hoe vertederend. Hoe lang nog?