25
De hulpverleningsrelatie
In alle relatievoorbeelden in de voorgaande hoofdstukken zit een element van ongelijkwaardigheid. De ene partner is veel afhankelijker dan de ander, veel eenzamer, veel gemotiveerder om een gezinnetje te stichten, veel angstiger om iets van zichzelf op te geven, veel slimmer, gevoeliger, depressiever of vrolijker dan de ander. En dat is voor een ego-relatie geen probleem, sterker nog: het biedt allerlei mogelijkheden voor ego’s ruilhandel in veiligheid en toedekking van pijnlijke gevoelens. De een brengt een stabiel goed humeur mee in de relatie waardoor de ander zich af en toe kan uitleven in humeurige reacties zonder meteen afgewezen te worden. In ruil daarvoor krijgt de stabiele partner een gevoel van morele superioriteit. De ene partner brengt warme zorgzaamheid in de relatie, terwijl de gevoelsarme partner in ruil daarvoor een hoop geld en zekerheid inbrengt, of anders misschien handigheid in het doen van prachtige verbouwingen aan het huis. Een ego-relatie is altijd een voor-wat-hoort-wat-constructie, ook al vindt die uitwisseling doorgaans onbewust plaats.
Een bijzonder geval doet zich voor als een van beide partners hulpbehoevender is dan de andere. Het kan een fysieke handicap zijn of een psychische, maar zulke geliefden komen bijna altijd in een hulpverlenersrelatie terecht. Dat is een relatie waarin de niet-hulpbehoevende partner een deel van zijn energie steekt in het helpen van de ander met diens handicap. Hoe altruïstisch dit ook lijkt, ook hier vindt een ruilhandel plaats en is er altijd een voordeel voor de hulpverlenende partner. Voor een ego met veel verlatingsangst kan dat een extra veilig gevoel zijn: deze partner is zo hulpbehoevend, die laat mij nooit in de steek. Voor een ego met een ‘ik ben tot last’-geloof levert deze hulpverleningsrelatie een solide ‘ik mag er zijn want ik ben onmisbaar’-toedekking. Natuurlijk levert deze ego-ruilhandel op de langere duur ook weer nadelen op: de hulpbehoevende partner blijft zich minderwaardig voelen, de helpende partner komt zo nooit in aanraking met de diepere lagen van zijn ego-constructie. Beiden blijven vervreemd van zichzelf. Pas als beide partners door psychotherapie of spirituele beoefening zich bewust worden van deze complementaire toedekkingspatronen, kunnen ze aangewend worden voor spirituele groei. Dat kan het beste door de hulpverlening te stoppen en de afhankelijkheid van hulp te beperken tot professionele hulpverleners of zo mogelijk helemaal te beëindigen. Waar dat om praktische redenen niet of maar ten dele mogelijk is, geeft het in elk geval al meer ruimte als beide partners inzien dat er een wederzijdse ego-hulpverlening plaatsvindt en dat de ene partner dus niet meer of beter is dan de andere. Zo wordt tenminste de gelijkwaardigheid weer hersteld. Want op een fundamenteel niveau is er alleen maar gelijkwaardigheid. Het is alleen vanuit ego’s versluierde perceptie dat we onszelf als beter of minder zien dan een ander.
ROSITA (38):
Ik heb een nogal ellendige jeugd gehad met incest, en mijn ontworteling door emigratie vanuit Zuid-Amerika naar Nederland merk ik ook nog iedere dag. Met medicatie en therapie weet ik me aardig te redden, maar ik heb ook aanvallen van angst en paniek, en periodes van somberheid. Toen ik Marcel leerde kennen, was het of ik in een warm bad van liefde, aandacht en ondersteuning terechtkwam. Eindelijk iemand die kon luisteren als ik het moeilijk had, die niet ongeduldig werd als ik een angstaanval had, en die soms hele zinvolle adviezen gaf. Hij is namelijk psychotherapeut en best een goeie, denk ik. Een paar jaar floreerde onze relatie, en hij kon enorm genieten van mijn vrolijke buien, en van mijn dankbaarheid voor zijn ondersteunende aanwezigheid. Ik zag dus wel dat hij er ook iets voor terugkreeg. Maar na een paar jaar begon de liefde toch te vervlakken, en viel het me op dat hij eigenlijk haast nooit iets over zichzelf vertelde. Hij wilde wel maar zoals hij zelf zei: ik maak gewoon nooit iets moeilijks mee. Vandaar dat onze gesprekken altijd over mijn problemen gingen. Totdat ineens de bom barstte…
MARCEL (39):
Ik was meteen stapelverliefd op Rosita, ze is zo mooi en zo kwetsbaar! Natuurlijk vertelde ze algauw over haar moeilijke jeugd en de gevolgen die ze daarvan ondervond, maar dat vond ik geen enkel probleem. In mijn ogen maakte dat haar nog eens extra aantrekkelijk en ik sloofde me uit om het voor haar zo leuk mogelijk te maken. Als we al eens een onenigheid hadden dan dacht ik meteen: zij heeft het veel moeilijker met zo’n beschadigde jeugd dan ik, en dan kon ik me gemakkelijk inhouden en haar gelijk geven. En aan die altruïstische houding ontleende ik weer een soort meerderwaardigheidsgevoel. Ik was zogenaamd al verder dan zij in mijn ontwikkeling. Dat bleek dus echt een ego-misvatting, die nog eens versterkt werd door mijn werk: altijd anderen met problemen helpen. Enfin, het ging een paar jaar heel voorspoedig tussen ons, totdat ik op een dag ineens een heel sterke aversie voelde voor haar moeilijkheden. Ik had een vermoeiende dag achter de rug en die avond had ze ineens een hele moeilijke bui. Normaal kan ik dat goed hebben, maar ineens zei ik nogal heftig: Ik heb hier geen zin meer in! Ze schrok zich rot natuurlijk, maar na de eerste schok konden we erover praten. Daar kwam toch ineens een stroom van jarenlang weggeduwde gevoelens in mij naar boven! Toen bleek dat mijn hulpverlenersrol vooral bedoeld was om maar niet mijn eigen angstige en minderwaardige gevoelens te hoeven voelen. Op die avond hebben we meteen een besluit genomen…
ROSITA:
Ik was geschokt toen Marcel die uitbarsting kreeg want het leek eerst of hij geen zin meer had in de relatie met mij. Maar algauw bleek dat het vooral die hulpverlenersrol was die zo beknellend voor hem was geworden. We hebben toen besloten dat hij zich niet meer met mijn problemen mocht bemoeien, en alleen nog over die van hemzelf mag praten. Die werden daardoor steeds zichtbaarder, wat voor hem zelfs als een soort bevrijding voelde. Maar wat nog verbazender is: zodra we besloten dat Marcel niet meer mijn hulpverlener was, voelde ik me steeds sterker worden! Ik kon mijn buien best zelf oplossen! Wat een bevrijdend gevoel dat ik weer helemaal zelf verantwoordelijk was voor mijn leven! En tussen ons is het daardoor ook weer veel en veel leuker geworden!
Een perfecte relatie vormen ze: de lamme en de blinde.
Maar wat als de verlamming ingebeeld is,
en voorbijgaand slechts de blindheid?
Hoe pijnlijk is het lot van hen
die elkaar helpen afhankelijk te blijven!