15
Vreemdgaan: van ‘mag niet’ via ‘moet kunnen’ naar ‘hoeft niet zo nodig meer’
In de standaard liefdesrelatie heerst doorgaans een streng verbod op buitenechtelijke seksualiteit. Dat is heel begrijpelijk: het doet namelijk veel pijn als je partner vreemdgaat. Dat komt doordat de veiligheid van de relatie dan plotseling verstoord wordt, en je diepste gevoelens van verlatingsangst en zelf-afwijzing erdoor aan de oppervlakte komen. In de standaard liefdesrelatie leidt het vreemdgaan bijna altijd tot een ernstige relatiecrisis. Omdat het in stand houden van de relatie belangrijker gevonden wordt dan de vrije ontwikkeling van de individuele partners, is vreemdgaan doorgaans dus taboe. Het moet koste wat kost voorkomen worden en dus zullen partners in een standaard relatie allerlei afspraken maken over wat wel en niet geoorloofd is in de omgang met anderen. Traditioneel vindt deze houding zijn hoogtepunt in de trouwbelofte: tot aan je dood elkaar trouw blijven betekent doorgaans vooral dat je je leven lang niet vreemd mag gaan.
Het zou mooi zijn als deze belofte ook werkelijk zou bijdragen aan meer liefde en geluk in de relatie. Maar het tegendeel blijkt het geval: buitenechtelijke seksualiteit vindt er niet minder door plaats, hooguit vaker stiekem, met alle bijbehorende extra ellende tot gevolg. Verplichte monogamie wordt de laatste decennia steeds algemener gezien als onhaalbaar en hypocriet, en buitenechtelijke seksualiteit wordt steeds vaker met tegenzin gedoogd, oogluikend toegestaan en soms zelfs met wederzijdse instemming beoefend. Omdat de termen ‘buitenechtelijk’ en ‘vreemdgaan’ nogal beladen zijn met veroordeling, spreken we dan liever over ‘poly-amorie’: dat je van meer dan één persoon tegelijk kunt houden. Deze term dient in veel gevallen weer als versluiering van de seksuele dwangmatigheid die er de eigenlijke drijfveer van vormt. Want hoewel het loslaten van het morele verbod op buitenechtelijke seks beslist een vooruitgang is ten opzichte van de traditionele hypocrisie, levert de praktijk doorgaans toch behoorlijk wat ellende op, waar mensen zich bovendien eigenlijk geen raad mee weten.
ESTHER (28):
Mijn vriend en ik hechten beiden erg aan onze zelfstandigheid. Om die reden zijn we niet gaan samenwonen, en hebben we ook afgesproken dat we elkaar niets verbieden. De eerste jaren voelde dit heel erg goed: we waren hartstikke gek op elkaar, hadden vaak en goeie seks, en toch voelde ik me zelfstandig en vrij. Maar laatst vertelde mijn vriend dat hij af en toe ook seks heeft met een vroegere collega van hem, en ik raakte er totaal van in paniek! Terwijl ik eigenlijk vind dat het wel moet kunnen. Ik baal er verschrikkelijk van, vind mezelf een ouderwetse trut, doe soms onuitstaanbaar gemeen tegen hem, puur om hem terug te kwetsen. Ik merk dat ik hem aan het wegduwen ben. Ik wil zo graag ruimdenkend zijn maar dit voelt zo ellendig, ik kan dit gewoon niet aan!
LEONTINE (43, al vijftien jaar getrouwd met Kees):
Sinds twee jaar heb ik een minnaar, een oude schoolvriend die ik ongeveer één keer per maand zie. We kletsen en we vrijen en ik geniet er intens van! De eerste paar keer gebeurde het nog stiekem, maar dat is echt niks voor mij. Dus heb ik het maar opgebiecht. Kees heeft het er moeilijk mee, maar hij wil het me niet verbieden. Eigenlijk praten we er niet zoveel meer over, ik denk dat Kees erg zijn best doet om er niet moeilijk over te doen maar dat hij het toch wel pijnlijk vindt. Daar voel ik mij dan zo schuldig over! Als ik eerlijk ben dan weet ik dat ik andersom niet in staat zou zijn om hem zoiets te gunnen. Toch kan ik het niet laten; het contact met die oude vriend voelt ook zo goed, zo puur, hoe kan dat dan verkeerd zijn? Maar toch ben ik telkens ook bang om Kees erdoor kwijt te raken.
Binnen een spirituele liefdesrelatie probeer je alle claims en verboden op elkaars gedrag los te laten. Je beschouwt jezelf en elkaar als zelfstandige volwassen mensen die zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Dat betekent echter niet dat buitenechtelijke seks dan geen problemen meer zou opleveren. Het betekent wel dat eventuele gevoelens van verliefdheid of seksuele begeerte naar iemand anders niet langer veroordeeld of onderdrukt hoeven te worden. De vrijheid om het te mogen voelen en het gesprek erover scheppen een heel nieuwe situatie: je kunt nu overleggen met jezelf en met je partner of en in welke mate je gevolg zult geven aan deze verlangens. Van belang daarbij is vooral de inschatting of jij en je partner al voldoende spiritueel getraind zijn om de heftige gevoelens die erdoor opgewekt zullen worden te kunnen benutten voor verdere spirituele ontwikkeling. Is je liefde groot genoeg om je partner dit avontuur te gunnen zonder er zelf aan onderdoor te gaan? Anderzijds: is je liefde groot genoeg om je verlangens los te laten omdat je ziet dat je partner eraan onderdoor zou gaan? Zodra elk gevoel gevoeld mag worden zonder veroordeling en afwijzing, ontstaat een unieke liefdevolle ruimte die zo kenmerkend is voor een spirituele relatie. In ego-relaties vindt buitenechtelijke seks meestal plaats omdat de vreemdgaande partner het simpelweg niet kon laten, en het vervolgens vreselijk moeilijk vindt om er eerlijk over te zijn, uit schuldgevoel en angst voor afwijzing. En het is deze dwangmatigheid plus de (zelf-)afwijzing ervan die voor extra veel spanning en problemen zorgt. Hoeveel anders wordt de situatie als je partner zonder schuld en zelf-afwijzing aan jou vertelt van zijn of haar verlangens naar iemand anders, respect heeft voor de pijnlijke gevoelens die dit bij jou opwekt, en met jou overlegt of en zo ja hoe hiermee verder te gaan. Als je vervolgens gezamenlijk besluit om wel door te gaan met dit avontuur, zal je partner veel gemotiveerder zijn om jouw avontuur te respecteren, en de pijnlijke gevoelens die erdoor opgewekt worden te benutten voor spirituele groei. Op deze manier kan dit buitenechtelijke avontuur juist bijdragen aan de wederzijdse liefde en dankbaarheid binnen de spirituele relatie. Cruciaal daarbij is de vrijwilligheid waarmee beide partners dit avontuur aangaan. Het is dus niet een kwestie van vragen om toestemming, want uiteindelijk beslis je zelf wat het beste is. Het is veeleer een kwestie van onderzoeken of dit buitenechtelijke avontuur gaat bijdragen aan jullie liefde en autonomie, of dat de kans groot is dat alle emotionele rompslomp jullie eerder gaat afhouden van spirituele groei. Daarbij geldt dat het loslaten van verlangens, als dat niet gebeurt uit angst voor schuldgevoelens en verlating, eveneens bijdraagt aan spirituele groei en autonomie. Pas als buitenechtelijke seks niet zo nodig meer hoeft, kan zowel het doen als het nalaten ervan bijdragen aan spirituele groei.
ARTHUR (39):
Als ik nu zin heb in een andere vrouw, dan ga ik eerst bij mezelf na wat het is waarnaar ik écht verlang. Dan blijkt dat ik het altijd anders kan interpreteren dan dat ik met die vrouw naar bed moet. Soms is het antwoord dat ik gewoon iets leuks wil doen, iets anders, iets nieuws. Soms is het antwoord dat ik meer lichamelijke intimiteit met mijn vrouw wil. Laatst kwam ik erachter dat ik eigenlijk erkenning zocht voor hoe goed ik iets had gedaan in mijn werk, maar die erkenning kreeg ik niet. Tja, grappig hè. Met een nieuwe vrouw naar bed gaan, kan een oplossing zijn voor van alles. Maar nu ga ik kijken wát ik eigenlijk wil oplossen of camoufleren. Gevolg: veel meer echte gesprekken met mijn vrouw, en minder gedoe met andere vrouwen.
Mijn belangrijkste conclusie na twee jaar ‘open relatie’? Mijn vrouw kan het redelijk aan, maar ikzelf vind het steeds lastiger worden. Het is niet mijn eigen vrouw die bonje maakt, zij is echt fantastisch! Maar die andere vrouwen hebben allemaal hun eigen gedoe bij zich en daar word ik zo onrustig van, zoveel drukte in mijn hoofd, dat ik er steeds minder behoefte aan krijg.
Een spirituele beoefenaar hoeft
om te kunnen beminnen
en bemind te worden
niet noodzakelijk uit de kleren.