2
De vader van alle problemen:
je ego bestrijden
Alle mensen hebben een zelfbeeld. Er zijn weliswaar zeer zeldzame gevallen bekend waarin kinderen opgroeiden zonder zelfbeeld, bijvoorbeeld omdat ze door dieren waren opgevoed, of door een psychotische moeder die nooit met het kind communiceerde. Maar dit zijn eigenlijk geen ‘mensen’ in de eigenlijke betekenis: in deze omstandigheden groeien kinderen op als dieren: zonder menselijk bewustzijn, zonder taal, zonder zelfbeeld. Deze uitzonderingen maken duidelijk dat een zelfbeeld of ‘ego’ een noodzakelijk stadium is in de ontwikkeling van het leven tot een menselijk bewustzijn. Het is geen fout in de schepping, geen erfzonde, geen fout van onze ouders en ook niet van onszelf dat we een ego ontwikkelen. Evolutionair gezien heeft het ego ons enorme voordelen gebracht boven dieren die géén zelfbeeld hebben ontwikkeld. Ego is helemaal niet het eigenlijke probleem! Dat is de volledige identificatie ermee, zonder enig inzicht in de psychische automatismen die er deel van uitmaken. Dus hoewel ons ego een symptoom is van de groei van ons bewustzijn, stagneert de verdere groei ervan door de volledige versmelting ermee. Inzicht in het functioneren van ons zelfbeeld opent de mogelijkheid tot het overstijgen ervan. Ego blijkt dan niet het eindpunt van onze ontwikkeling te zijn maar een doorgangsfase op weg naar een volledige realisatie van onze werkelijke staat van Zijn. Op die weg komen we echter eerst de valkuil van de dissociatie tegen.
Bij veel mensen ontstaat namelijk meteen nadat ze zich bewust worden van (delen van) hun ego, de sterke neiging ervan af te willen. Of anders gezegd: na de fase van volledige versmelting met ons ego, ontstaat bijna altijd een fase van dissociatie ervan: we willen bepaalde pijnlijke onderdelen van ons ego afstoten en andere ervoor in de plaats aanleren. Maar deze neiging vormt een valkuil. Zo werd ik me tijdens mijn opleiding tot trainer bewust van mijn nice-guy patroon. Als trainer moet je in staat zijn om confronterende feedback te geven aan je cursisten, en al gauw bleek dat ik dat totaal niet kon. In allerlei oefensituaties bleef ik mijn confrontaties verpakken in de meest wollige bewoordingen, alsmaar met verkrampte vriendelijkheid om de hete brij heen draaiend en ondertussen vanbinnen verschrikkelijk bang om afgewezen te worden. Toen ik me hiervan bewust werd, voelde ik meteen een sterke afkeer van dit automatisme. Ik wilde er dolgraag vanaf en ik deed dus mijn uiterste best om assertiviteit en directheid aan te leren. Dat lukte vrij aardig en zo ontstond een nieuw ego-patroon, namelijk assertiviteit. Dit werd mijn nieuwe strategie om van mijn gevoel van angst en zwakheid af te komen. Het nieuwe ego-patroon leverde me wel wat meer succes op en wat minder zelf-afwijzing: je bent immers beter af als je voor jezelf kunt opkomen in plaats van altijd over je heen te laten lopen. Maar het bleef een ego-patroon, een toedekking van het oude kind-gevoel van zwakheid en angst voor afwijzing. Telkens wanneer ik te moe of te bang was om assertief te zijn kwam onmiddellijk het gevoel van zwakheid en zelf-afwijzing weer naar boven.
Het veroordelen van een neurotisch ego-patroon levert tezamen met het aanleren van een gezondere strategie dus wel enige verbetering van je welzijn op, maar vormt tevens een nieuw ego-patroon. In feite is dit het domein van de psychotherapie, die immers niet als doel heeft het ego te overstijgen, maar beknellende onderdelen ervan te genezen en het zo succesvoller te maken in het binnenhalen van liefde en erkenning van anderen. Vanuit psychologisch perspectief is daar natuurlijk niks mis mee. Maar vanuit een spiritueel perspectief is hier sprake van stagnatie: zolang je dit hele systeem niet doorhebt, blijf je versmolten met je aangeleerde zelfbeeld. Hier geldt een algemene spirituele wetmatigheid die dicteert dat zodra je een ego-patroon veroordeelt en er vanaf probeert te komen, er meteen een versmelting ontstaat met een nieuw ego-patroon. Er vindt dus altijd identificatie met ons zelfbeeld plaats: door onbewuste versmelting met een ego-patroon, of via bewuste dissociatie ervan naar de onbewuste versmelting met een nieuw ego-patroon. In beide gevallen blijft het bewustzijn zich identificeren met een aangeleerd zelfbeeld en stagneert de verdere groei ervan. Dit dissociatiemechanisme is zo sterk dat het ook op het spirituele pad werkzaam blijft. Zo zie je mensen die in aanraking komen met een spirituele stroming gaandeweg hun zelfbeeld aanpassen aan die stroming. Het boeddhisme bijvoorbeeld heeft nederigheid en compassie hoog in het vaandel staan: je ziet beginnende boeddhisten zich heel snel dissociëren van eigendunk en onverschilligheid en in plaats daarvan een boeddhistisch correct zelfbeeld aanleren. Ook hier geldt dat er wel enige vooruitgang geboekt wordt omdat (de schijn van) nederigheid en compassie je minder in de problemen brengen dan eigendunk en onverschilligheid. Maar de identificatie met het nieuw aangeleerde zelfbeeld vormt net als het oude een stagnatie van je spirituele ontwikkeling. Een boeddhistische uitspraak hierover zegt dat het voor je gevangenschap niet uitmaakt of je ketens van ijzer of van goud zijn. Deze neiging om je ego te veroordelen als een last die achter je gelaten moet worden, zorgt voor veel narigheid op het spirituele pad.
JANTINE (39):
Hoe lastig is het toch om ego te weerstaan! Ik kan er zo moeilijk afstand van nemen want eigenlijk geloof ik dat ik zichtbaar ben dankzij mijn ego. Ik ben bang voor gelijkmatigheid. Juist dat heftige van mijn emoties brengt beweging in mij. Of is dat soms ook een illusie?
ERIC (24):
Sinds ik mediteer en me in spiritualiteit verdiep, verloopt mijn leven een stuk rustiger dan voorheen. Ik oefen in het loslaten van elk streven en ben daar enerzijds best tevreden over. Ik voel me soms zelf gelukkig! Toch is er ook een drang in mij die streeft naar ontwikkeling. Ik merk dat ik mezelf graag meer in het leven zou willen neerzetten om mijn potentie tot volle wasdom te laten komen. Dat lijkt me toch ook heel gezond voor een mens! Maar hiervan raak ik nu in de war omdat hier weer streven in zit!
Beide briefschrijvers hebben hier een oordeel aangeleerd over hun ego en menen dat het spirituele pad hen moet brengen naar een staat van bewustzijn zonder ego. En dat is heel begrijpelijk, want veel traditionele spirituele literatuur spreekt in misleidende termen over het ego, zoals bijvoorbeeld dat het bestreden dient te worden als de vijand van verlichting. Ook de term ‘ego-loosheid’ als synoniem voor realisatie van een hogere staat van Zijn is misleidend: realisatie impliceert in werkelijkheid helemaal niet het verdwijnen van het ego, alleen van het idee dat jij je ego bént. Dit leven in de overtuiging dat je werkelijk bent wie je denkt dat je bent, zonder dat je zelfs maar doorhebt dat dit slechts een overtuiging is, dat noemen we ‘identificatie’, en het is de oorzaak van heel veel ellende. Realisatie van een hogere staat van bewustzijn betekent niet het einde van je ego, maar van de identificatie ermee. Het betekent ook beslist niet het einde van je emoties; alleen het beknellende effect van je identificatie met die emoties verdwijnt. En het tot uiting willen brengen van je mogelijkheden is beslist niet in strijd met spirituele groei; genieten van waar je goed in bent mág. Het is alleen de identificatie met je zelfbeeld die problemen oplevert; alleen deze identificatie maakt dat je je capaciteiten gaat misbruiken om je zelf-afwijzing toe te dekken met erkenning van anderen. Alleen identificatie zorgt ervoor dat je je minder dan anderen gaat voelen als dat even niet lukt, en soms zelfs dat minderwaardige gevoel weer toedekt door te denken dat je beter bent dan anderen. Alleen identificatie maakt dat je pijnlijke emoties probeert te bestrijden (waardoor ze veel langer pijn blijven doen) of prettige probeert vast te houden (waardoor ze minder lang duren en bij het verdwijnen meteen gemis opleveren). Alleen het doorzien van dit spel, en dus het loslaten van je identificatie ermee, brengt spirituele groei en bevrijding met zich mee. Je bént je ego niet, je bent het nooit geweest! We zijn veel ruimer en liefdevoller dan ons zelfbeeld ons ingeeft.
SASKIA, (23):
Met mijn jeugdliefde was ik totaal vergroeid. Ik kon niet slapen als hij een weekend weg was; ik werd al misselijk van angst als hij een ander meisje aardig noemde; the whole thing.
Met mijn nieuwe vriend zou ik het heel anders aanpakken. Stoer, onafhankelijk en heel spiritueel, dacht ik. Maar eigenlijk was het hartstikke nep. Als hij met een vriendin uitging whatsappte ik ‘ik heb ook lol’, terwijl ik misselijk van de Engelse drop een familiepak zakdoekjes aan het volsnotteren was. Ik werd een toneelspeler die alles waar ik niet trots op was, achter het gordijn hield.
Dus die relatie ging ook uit.
Ik ken nu een leuke jongen met wie ik ‘de middenweg’ oefen, zoals we het noemen. Als we samenkomen, benoemen we vaak eerst de ‘niet-spirituele’ gedachten en gevoelens die we de vorige keer of in de tussentijd niet durfden te vertellen – angst, wrok, ergernis, jaloezie, you name it. Soms is dat eng en lastig, maar meestal is het alleen maar een opluchting. Alles mag er dan gewoon zijn. We proberen alleen om ons gedrag er niet door te laten sturen.
Laatst maakten we er zelfs een wedstrijdje van wie de meeste en de ergste kon opnoemen, dat was zo grappig. Toen leek het alsof we het helemaal niet over onszelf hadden, maar over onze avatars. En eigenlijk is dat ook zo.
Door ons bewust te worden van het aangeleerde zelfbeeld zonder veroordeling en met een liefdevolle omhelzing ervan, ontstaat geleidelijk en spontaan een nieuw perspectief op onszelf en de werkelijkheid. Door het ego-spel van versmelting en dissociatie te doorzien vanuit een helder en oordeelvrij gewaarzijn, verliest het zijn beknellende werking op onze geest. Alleen op dat hogere niveau van bewustzijn wordt elk streven losgelaten, en dan niet als een nieuwe spirituele regel waar je aan moet voldoen op straffe van zelf-afwijzing, maar omdat op dat niveau elk streven spontaan overbodig wordt. Alleen op dat niveau heerst ‘gelijkmatigheid’, hetgeen niet betekent dat je geen emoties meer ervaart, maar dat ze je niet meer van je stuk brengen, dat je ze kunt hébben in plaats van ze te zijn! Naarmate onze identificatie met een aangeleerd zelfbeeld langzaamaan verdwijnt, verschijnt vanzelf die vrije liefdevolle staat van Zijn die de basis is van ons bestaan. Je hoeft daar eigenlijk niets voor te doen, alleen maar iets af te leren. En zelfs dat gaat steeds moeitelozer naarmate dat heldere vriendelijke oordeelvrije gewaarzijn er steeds meer door aan het licht komt. Zo blijkt de beknellende vicieuze cirkel van ons ego en de identificatie ermee geleidelijk te veranderen in een positieve vicieuze cirkel van het loslaten van identificatie en het tot bloei komen van onze fundamentele natuur van liefdevolle helderheid.
Zo sterk is de kracht waarmee we het afhankelijke
en behoeftige kind in onszelf
om zeep proberen te brengen!
Maar wat vermoord wordt, leeft voort in de beknelling
van het anders willen zijn dan je nu bent.