24
De troostrelatie
In de pijnlijke nasleep van een verbroken relatie is het soms erg verleidelijk om je vast te klampen aan een nieuwe om de pijn maar niet te voelen. Je hebt grote moeite met alleen zijn omdat je je dan voortdurend waardeloos, eenzaam en ellendig voelt. Dan doet zich onverwacht een kans voor op toedekking van deze pijn: een oude vriend, een collega met wie je het altijd al goed kon vinden, iemand met wie je vroeger al een affaire hebt gehad, kortom, er blijkt iemand beschikbaar om je te troosten en je met warmte te omringen. Veel liefde hoeft er niet aan te pas te komen, zeker niet bij de rouwende partner. Ook voor de reddende partner is het bijzonder aantrekkelijk om iemand die in de ellende zit te kunnen helpen; het levert veel (voorwaardelijke) eigenwaarde. Kortom, deze situatie is een feest voor ons behoeftige ego en levert daardoor meestal méér ellende op dan ermee toegedekt wordt.
ERIC (32):
Al jaren had ik een oogje op Lidwien, een collega van de afdeling p&o, voornamelijk omdat ik haar waanzinnig mooi vind. Ik vind haar echt een stuk en heb altijd gedacht dat ik geen enkele kans bij haar maakte. Maar toen we eens naast elkaar zaten in de kantine stortte ze ineens haar hart bij me uit. Over hoe ze op een lullige manier gedumpt was door haar vriend waar ze al twee jaar mee samenwoonde. Ik had eerst nog niet door waar het naartoe ging, maar omdat ik goed kan luisteren, vertelde ze steeds meer over zichzelf en hoe moeilijk ze het had. Enfin, we eindigden die avond bij mij thuis en het was heel gezellig en ze vroeg gewoon of ze bij me mocht blijven slapen. Ik ging helemaal uit mijn dak van geluk en deed mijn uiterste best om het voor haar zo fijn mogelijk te maken. Dat lukte kennelijk want ze bleef sindsdien bijna elke nacht bij me slapen. We hadden lange gesprekken over hoe ze zich in de steek gelaten voelde door haar ex en wat voor lullige dingen hij allemaal had uitgespookt. Ik troostte haar en omringde haar met al mijn warmte en begrip. Ik was zo gelukkig met haar, het voelde als een geschenk dat ik eigenlijk niet waard was. Ik moest soms denken aan mijn vriend Eddy die monteur is en in een Ferrari rijdt: een auto die vér boven zijn stand is, maar omdat hij hem total loss gekocht heeft en helemaal zelf gerepareerd, kan hij het toch betalen. Zo voelde ik me met Lidwien: eigenlijk een vrouw die zo ongelooflijk mooi is dat ze ver boven mijn stand is, maar omdat ze zo diep in de ellende zat en ik haar heel langzaam weer uit het dal omhoog hielp, mocht ik met haar samen zijn. En ik was de ideale man voor haar: luisterend, zichzelf wegcijferend, in bed een warme tedere minnaar, een veilige haven in haar leven.
Ik had het misschien moeten zien aankomen, maar toen ze na een jaar weer opgeknapt was, en die hufter van een ex weer zin in haar had, wist ze niet hoe gauw ze weer bij hem terug moest komen. Dat deed pijn! En ik voelde me zo gebruikt!
Héél soms kan ik er ook de humor van inzien: we hebben eigenlijk elkáár gebruikt en ik heb er ook heel erg van genoten. Alleen mis ik haar verschrikkelijk. Geen Ferrari meer in mijn leven…
Eigenlijk zijn alle ego-relaties een vorm van ruilhandel, maar bij de troostrelatie is dat zo duidelijk zichtbaar: ik vul jouw beknellende eenzaamheid op en jij geeft mij de eigenwaarde die ik van mezelf mis. Meestal loopt zo’n relatie weer stuk als de rouwperiode voorbij is, wanneer blijkt dat ze elkaar verder niet veel te bieden hebben. De zichzelf wegcijferende houding van de reddende partner wordt door de ander dan steeds meer als een gemis aan eigenheid ervaren, er zit te weinig prikkeling en uitdaging in. En als de rouwende partner geen problemen meer heeft om over te praten, wordt de redder steeds onzekerder en komt zijn gebrek aan eigenwaarde meer en meer aan de oppervlakte. Grappig dat wat zo onmiskenbaar altruïstisch lijkt – er helemaal zijn voor iemand die het moeilijk heeft – soms toch gewoon een truc is van je ego om aan zijn trekken te komen. In werkelijkheid helpen beide partners op deze manier alleen zichzelf, en dan wel van de regen in de drup: toedekking van pijnlijke gevoelens van eenzaamheid en zelf-afwijzing levert altijd op langere termijn een versterking van die gevoelens op. Zolang we onze natuurlijke en volmaakte staat van Zijn niet hebben herkend, zal onze liefde telkens weer moeten rondzwerven in deze pijnlijke wereld van de ego-relaties.
De rouwende wil niet rouwen en
de redder kan zichzelf niet redden.
Ach, hoe lief zijn spelende kinderen
in de ogen van de wijsheid…