27
Samenwonen: een ernstige bedreiging van de liefde
Een kenmerkende eigenschap van ego-relaties is het willen veiligstellen van de liefde, en het toedekken van de verlatingsangst. Een van de belangrijkste strategieën om dit te bereiken is gaan samenwonen. Het wordt algemeen gezien als de meest voor de hand liggende ontwikkeling in een liefdesrelatie. Natuurlijk weten de meeste mensen wel dat je er ook weer niet te snel aan moet beginnen en eerst wat zekerder van elkaar moet zijn voordat je bij elkaar intrekt. Maar de meeste mensen ervaren na verloop van tijd een steeds sterkere behoefte aan samenwonen. Dit ego-mechanisme vormt voor de liefde een ernstige bedreiging: door een groot deel van de tijd samen te zijn, verliest de liefde geleidelijk haar glans. Vaak is de woonruimte zo beperkt dat je je niet eens af en toe terug kunt trekken op een eigen kamer. Het samenzijn wordt zo steeds meer een prettige gewoonte, liefde verandert in vertrouwdheid met elkaar, en het wordt steeds ondenkbaarder om zonder de ander te leven. Kortom, gaan samenwonen is bij uitstek de manier om liefde om zeep te helpen in een symbiotische ego-relatie. Betekent dit nu dat je dus nooit moet gaan samenwonen, of – als je al samenwoont – weer uit elkaar moet gaan om je spiritueel te kunnen ontwikkelen? Nee, dat is niet noodzakelijk want elke belemmering op het spirituele pad kan ook gebruikt worden als een hulpmiddel. Zoals al eerder uiteengezet is spiritualiteit niet gericht op het bestrijden en elimineren van ego-patronen maar op het overstijgen ervan. Maar daarvoor moet je ze wel leren herkennen zonder oordeel, vanuit het liefdevolle gewaarzijn dat je werkelijke ‘zelf’ is.
Wil je het samenwonen gebruiken als spirituele oefening, dan zul je in de eerste plaats moeten regelen dat je regelmatig alleen kunt zijn. Als je huis groot genoeg is om elk een aparte kamer te nemen, kun je beginnen met daar afspraken over te maken, bijvoorbeeld dat beide partners zich mogen terugtrekken in hun eigen kamer zonder zich daarvoor te hoeven verantwoorden. Zorg ervoor dat je zo min mogelijk uit gewoonte en vanzelfsprekendheid samen bent. Natuurlijk sluipen er af en toe gewoontes en vanzelfsprekendheden in je relatie. Dat is niet altijd verkeerd, zolang je je er maar van bewust bent. Je kunt daar regelmatig met je partner over praten en elkaar vragen of dit nog steeds is wat jullie werkelijk willen. Er is bijvoorbeeld bijna niks zo funest voor de liefde als regelmatig met je partner een hele avond op de bank voor de buis hangen. Anderzijds: als je doorgaans je avonden voor een deel apart doorbrengt, kan het heel leuk zijn om af en toe eens een avondje samen af te spreken om op de bank naar een leuke film te kijken. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat je samen en apart doet, als je maar telkens weer opnieuw in staat bent om jezelf en de ander te vragen: is dit wat we werkelijk willen? Dat geldt zelfs voor het samen slapen: wil je dit werkelijk elke nacht? Of doe je het omdat je niet meer alleen kunt slapen? Of omdat je angst voelt voor het stuklopen van de relatie als je partner vaker dan jij apart wil slapen?
Mocht je niet zo ruim wonen dat je aparte kamers kunt hebben, dan zul je het regelmatig alleen zijn op een andere manier voor elkaar moeten zien te krijgen. Bijvoorbeeld door er om beurten af en toe alleen op uit te gaan, om korte retraites in afzondering te houden, weekendjes alleen te gaan kamperen of dagjes alleen te gaan wandelen.
Wat ook een sterk hulpmiddel is in je spirituele ontwikkeling: met je partner periodes van stilte afspreken. Gewoon doen of de ander er niet is en je met je eigen zaken bezighouden. In het begin voel je vaak een soort gêne, alsof het onbeleefd is om te zwijgen als je samen bent. Soms merk je dat je telkens opwellingen krijgt om hardop te denken tegen je partner. Voor een spirituele beoefenaar is het telkens afdwalen in je gedachtestroom een onderwerp van voortdurende aandacht; als je samenwoont komt daar vaak de hardop uitgesproken gedachtestroom van je partner nog bij. Hoeveel meer gewaarzijn ontstaat er als je bij elke impuls tot praten je eerst afvraagt: is het nodig om dit te zeggen, is het zinvol, is het respectvol, is het liefdevol? En als het dat niet is, gewoon te blijven zwijgen en zelf je gedachten te laten oplossen in je heldere gewaarzijn.
Misschien dat je bij het lezen van dit hoofdstuk flink in verzet komt! Het druist ook zo in tegen wat we doorgaans doen als we een liefdesrelatie hebben. Het ego roept ons toe dat dit een verschraling van de relatie is: apart slapen, eigen kamers, regelmatig alleen zijn, zwijgend samen zijn, afschuwelijk! Zo ongezellig! Dit is een ego-reflex en dus niet iets om te veroordelen, te bestrijden, of in te zwelgen. Het is voldoende om ernaar te kijken, je er niet druk om te maken, en met je partner alleen die afspraken te maken waar je allebei achter kunt staan. Het helpt daarbij misschien wel als je weet dat deze spirituele manier van samenwonen helemaal niet ongezellig is; er ontstaat steeds meer liefde voor elkaar, en een diep respect voor elkaars en je eigen zelfstandigheid. Daarbinnen wordt het samenzijn telkens opnieuw weer een feest van gezelligheid, boeiende uitwisselingen en confrontaties of liefdevolle seks. En de periodes van alleen zijn worden steeds meer een gelegenheid om dieper in contact te komen met jezelf, te groeien in de liefde en helderheid van je natuurlijke staat van Zijn.
ANGELA (32):
Ik ben al vijftien jaar samen met Jan-Henk, hij is echt mijn jeugdliefde en mijn allergrootste liefde. We gingen samenwonen toen we twintig waren en al snel kregen we de tweeling. En toen sloop er steeds meer moeizaamheid in onze relatie. Jan-Henk is geen prater maar het viel me op dat hij steeds vaker achter zijn computer verdween, later dan ik naar bed ging, en dat we steeds minder seks hadden. Ik ging me daardoor onzeker voelen en aan hem trekken. Ik wilde zo graag weer close met hem zijn, maar hoe meer ik mijn best deed, hoe meer hij zich terugtrok achter een muur van norsheid. En op een dag wist ik ineens heel zeker, en dat zei ik ook tegen hem: ‘Als we hier niet iets aan doen zijn we binnen een jaar uit elkaar.’ Het effect was heftig: hij barstte in huilen uit en ineens kwam daar een enorme golf van emoties tevoorschijn: hoe bekneld hij zich al jaren voelde door al die drukte in huis en dat hij zichzelf daardoor een slechte vader en echtgenoot voelde. En dat het voelde alsof hij langzaam aan het verzuipen was in al die drukte om hem heen. En toen zag ik alles ineens heel duidelijk: dat zijn zachtheid en hoog-sensitiviteit precies de dingen zijn waarom ik van hem houd, en dat ik hem beslist niet kwijt wil. En toen kreeg ik een geniaal idee: ‘Laten we apart gaan wonen en co-ouders worden!’ Hij reageerde furieus maar toen ik het uit ging leggen kalmeerde hij. Waarom moet je eerst de pest aan elkaar krijgen voordat je apart gaat wonen en co-ouderschap gaat doen? Wij hielden nog steeds van elkaar, alleen heeft Jan-Henk meer rust en ruimte nodig dan ik. We hebben er een paar maanden over gepraat. Aanvankelijk leek dat al de nodige ruimte voor hem te geven. Maar toen een collega wegens overplaatsing naar het buitenland zijn appartement een jaar lang in onderhuur aanbood, hebben we die kans gegrepen. Jan-Henk woont nu alleen. Hij komt elk weekend bij mij en de tweeling, en soms ook doordeweeks als ik hulp nodig heb of een avond weg wil. En hoewel het hele project vooral begonnen is om hem meer rust en ruimte te geven, vind ik het zelf ook steeds leuker worden. Ik vind vooral Jan-Henk steeds leuker worden! En hij mij ook! Dit werkt echt heel goed voor ons allebei!
De angsten van het ego
wijzen de weg naar verlichting.