DALRYMPLE'S DUBBELGANGER

'Zo, ' zei Frank, toen ze het politiebureau uitgingen, 'nu zijn we weer precies even ver als de eerste dag. '
'Ik weet zeker, dat we de oplossing zullen vinden, ' zei Joe. 'Tussen haakjes, vind je het ook niet gek, dat we nog niets van meneer Dalrymple hebben gehoord, sinds we hem twee dagen geleden opzochten?'
'Misschien heeft hij het druk. We mogen hem niet lastig vallen, behalve wanneer we hem iets belangrijks hebben te vertellen. '
'Maar — daar is meneer Dalrymple!' riep Joe opeens verrast uit. 'Waar?'
'Daar aan de overkant van de straat. Kom, laten we naar hem toe gaan. ' De jongens renden naar de overkant van de straat en liepen naar de man met het rode gezicht en het keurige, grijze pak, die op zijn gemak langs de huizen liep.
'Goedemorgen, meneer Dalrymple, ' zei Joe. 'We hadden het net over u, toen we u zagen. '
De man keek hen onverschillig aan.
'Het spijt me, jongens, ' zei hij, 'maar ik ken jullie niet en ik heet niet Dalrymple. '
De Hardy's waren stomverbaasd. Ze namen de vreemdeling scherp op en moesten toegeven, dat de man, hoewel hij op een afstand als twee druppels water op meneer Dalrymple leek, van dichtbij in geen geval voor de bankier kon worden versleten.
'Het is blijkbaar een vergissing, jongens, ' zei de vreemde man. 'Neem me niet kwalijk, maar ik moet verder. '
Joe's hart stond een ogenblik stil. Hij dacht opeens aan de bewering van Hurd Applegate, dat meneer Dalrymple zijn postzegels had gestolen en de verzekering van meneer Dalrymple, dat hij nooit in de buurt van Applegate's huis was geweest.
'Wat heeft u met de postzegels van meneer Applegate gedaan?' vroeg Joe lukraak.
De man scheen verbluft. 'Wat zeg je?' vroeg hij scherp.
'Ik vroeg u, wat u met de postzegels van Hurd Applegate heeft gedaan!'
'Wie is Hurd Applegate?'
'U ging een paar dagen geleden naar hem toe om een paar postzegels te bekijken en u ging er met een album vandoor. '
De vreemdeling keek Joe even aan en barstte toen in lachen uit. 'O ja, nu je het zegt, herinner ik me dat incidentje. De oude heer beweerde, dat hij een paar andere zegels zou gaan halen en liet me alleen. Hij bleef zo ontzettend lang weg, dat ik dacht, dat hij me had vergeten en naar bed was gegaan. Ik nam dus het album mee en ging weg. Ik stuurde een paar postzegels naar een expert in New York en als ze echt zijn, zal ik ze kopen. '
'Waarom heeft u meneer Applegate niet gewaarschuwd?' vroeg Frank, die de verklaring van de vreemdeling maar half geloofde. 'Hij dacht, dat u zijn postzegels had gestolen. '
'Me dunkt, ' zei de man stijf, 'dat jullie je bemoeien met zaken, die jullie geen steek aangaan. Zeg maar tegen de oude heer, dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Als zijn postzegels echt zijn, krijgt hij zijn geld wel. '
De man liet de Hardy's opeens staan en liep vlug naar een wagen, die langs de rand van het trottoir stond geparkeerd. 'Luister eens, ' riep Joe hem na. 'Als u nu eens even naar meneer Applegate ging om hem... '
'Hij heeft mij laten wachten, ' onderbrak de vreemdeling, terwijl hij zijn auto startte, 'laat hij nu ook maar eens wachten. Zijn postzegels zijn absoluut veilig. ' De auto sprong weg.
De jongens waren overbluft door deze snelle reactie van de onbekende en wisten een ogenblik niet, wat ze doen moesten. Het was mogelijk, dat de man de waarheid had gesproken, maar ze waren er lang niet zeker van. Toen ze elkaar snel aankeken en besloten de onbekende te achtervolgen, was het al te laat. De wagen begon hoe langer hoe harder te rijden en zou binnen enkele ogenblikken uit het gezicht verdwijnen.
Frank haalde papier en potlood uit zijn zak. Voor de wagen helemaal uit het gezicht verdween, noteerde hij het nummer. 'Wat denk je daarvan?' vroeg Joe. 'Ik voor mij — ik vertrouw die vent niet verder dan ik hem zie. '
'Ik heb zijn nummer, ' zei Frank. 'Als de politie ons de naam van de eigenaar kan bezorgen, kunnen we hem altijd weervinden. '
'Van zijn verhaal deugde geen steek. Zullen we meneer Applegate op de hoogte gaan brengen?'
'We hadden hem moet grijpen, ' zei Frank. 'Dat hij op de vlucht ging, was op zichzelf al een bewijs van een slecht geweten. ' De Hardy's gingen terug naar het politiebureau. Ze werden ontvangen door commissaris Collig, die ze van hun ontmoeting met de dubbelganger van meneer Dalrymple vertelden.
Eerst wilde de commissaris de jongens niet geloven, maar toen Frank hem het autonummer voorlegde, beloofde hij toch, dat hij de eigenaar zou opsporen.
Daarna gingen de jongens naar het huis van meneer Applegate. De oude heer vond het vreselijk, dat de jongens de onbekende zomaar hadden laten ontsnappen.
'Jullie hadden hem bij zijn kraag moeten pakken en naar het politiebureau brengen. Het is een dief!'
'Hij beweert van niet, meneer Applegate, ' zei Frank. 'Maar we konden niet bewijzen dat hij loog. '
'Maar dat deed hij wel!' zei meneer Applegate. 'Hij loog, want ik liet hem nog geen drie minuten alleen in de kamer. Hij ging de kamer uit, zodra ik in een andere kamer was verdwenen en hij nam mijn postzegels mee. O, jullie hadden hem bijna te pakken en jullie lieten hem weer lopen! Nu zie ik mijn postzegels nooit meer terug. '
'We hebben de zaak al doorgegeven aan de politie, meneer Applegate. Ik weet zeker, dat zijn nummer nu al is doorgegeven en omdat hij een half uur geleden nog in de stad was, zal hij wel gauw worden opgepikt. ' Maar Hurd Applegate had niet veel vertrouwen in de bekwaamheid van de politie. Hij beweerde, dat de dief niet op moeilijkheden met de politie zou wachten.
'Hij is allang de stad uit, ' hield hij vol, 'en we zullen hem nooit, nooit meer zien. '
Toen de Hardy's de oude heer een beetje hadden gekalmeerd, gingen ze weg. Omdat ze dachten, dat meneer Dalrymple wel belang zou stellen in zijn dubbelganger, besloten ze hem op te bellen.
Ze kregen de bank in Lakeside aan de lijn, maar een beleefde stem vertelde ze, dat meneer Dalrymple die dag nog niet op zijn kantoor was verschenen.
'Waar is hij dan?' vroeg Frank.
'Dat zou ik u niet kunnen zeggen, ' antwoordde de man. 'Als het heel dringend is, kunt u misschien eens naar zijn huis bellen?'
Al meer bezorgd vroeg Frank telefonische verbinding aan met het huis van meneer Dalrymple. Het duurde een hele poos voor hij antwoord kreeg en toen was het nog de stem van de telefoniste, die zei: 'Uw nummer antwoordt niet!'
Frank keek zijn broer strak aan.
'Daar is iets niet in orde, ' zei hij.
'Het bevalt me niet, ' zei Joe. 'Vooral niet, omdat ik weet, dat hij steeds met de dood werd bedreigd. Laten we dit direct gaan uitzoeken!'
'We mogen niet te hard van stapel lopen, ' zei Frank. 'Misschien is meneer Dalrymple voor zaken weg en is hij ergens opgehouden. We zullen na de middag nog eens opbellen en als we dan nog niets van hem horen, kunnen we naar Lakeside gaan. '
In de loop van de middag belden de jongens nog verschillende keren naar de bank en naar meneer Dalrymple privé, maar ze konden hem niet bereiken.
Ongeveer om vijf uur kwamen ze tot de conclusie, dat de zaak te ernstig was om nog langer te wachten.
'We zullen meteen naar Lakeside gaan, ' zei Frank. 'Misschien is hij in zijn eigen huis vermoord. '
Met hun sportwagen waren ze vrij snel in Lakeside. Ze informeerden naar de woning van de bankier en vonden ten slotte een keurig, bakstenen woonhuis in de Hoofdstraat van het kleine stadje. Toen de jongens door de voortuin naar het huis liepen, viel het hun op, dat de luiken dicht waren. 'Niemand thuis, ' mompelde Joe.
'Laten we het even aan de buurman vragen. Hij is in zijn tuin, ' stelde Frank voor.
De jongens liepen naar de lage omheining, die tussen de tuin van de bankier en de aangrenzende tuin was. De oude heer, die in de andere tuin aan het werk was, stond de jongens beleefd te woord. 'Meneer Dalrymple?' vroeg hij, toen Frank naar de bankier informeerde. 'Zijn familie is er niet. Ze gingen verleden week naar zee, maar meneer Dalrymple zelf is niet meegegaan. '
'Dan is het wel een beetje gek, dat hij de hele dag niet op de bank verscheen. '
'Ik weet zeker, dat hij niet meegegaan is, want ik heb hem vanmorgen nog gezien, toen hij het huis uitging. '
Meer kon de goede man de Hardy's niet vertellen en nadat ze hem beleefd hadden bedankt, gingen ze naar hun wagen terug. 'Hij was vanmorgen nog in de stad en nu is hij spoorloos verdwenen, ' zei Frank. 'Dat lijkt me te verdacht om de politie erbuiten te houden. Misschien is hij al uren geleden vermoord!'
Ze gingen naar het politiebureau van Lakeside. Het duurde een hele tijd voor ze de commissaris daar ervan konden overtuigen, dat er wel eens iets met meneer Dalrymple gebeurd kon zijn. Na heel lang aarzelen beloofde hij een kijkje te gaan nemen in het huis.
Het was al donker, toen de politie de woning van meneer Dalrymple binnendrong. Alle kamers werden doorzocht, maar alles scheen op het eerste gezicht helemaal in orde te zijn.
De bankier was nog steeds niet naar huis teruggekomen.
'Als jullie me voor de gek hebben gehouden... ' zei de commissaris dreigend tegen de Hardy's.
Maar de jongens hielden vol, dat de zaak heel ernstig was. 'Hij ging vanmorgen zijn huis uit, ' zei Frank. 'Hij ging niet naar de bank en kwam ook niet naar huis terug. Bovendien kreeg hij doodsbedreigingen van onbekenden. '
'Misschien is hij wel opgesloten in die... ' begon Joe, maar zijn broer viel hem in de rede.
'Daar zullen we zelf eens een kijkje gaan nemen, ' zei hij.
Vijf minuten later waren ze op weg naar het Purdy-huis. Wat zouden ze daar vinden?