10. Bezoek
‘Wat is er volgens jou?’ wil Edwin weten.
‘Ik weet het niet zeker,’ zegt Peter, ‘maar het zou weleens kunnen zijn dat hier iets wordt gekweekt wat verboden is.’
Buiten stopt een donkere Mercedes vlak voor de loodsdeur. Er stappen twee mannen uit. Ze lopen naar de schuur. Zonder iets te zeggen, gaan ze naar binnen.
John doet het licht aan. Meteen valt zijn oog op de trap onder aan de geopende zolderdeur. Wat vreemd, denkt hij, die open deur. En die trap hoort daar ook niet … Hij klimt op de trap, sluit de deur en haalt de trap weg.
Dan loopt hij naar het bureau en opent de onderste la. Verbaasd staart hij in de lege la. Wat is dat nu? De sleutelbos is weg. Meteen loopt hij naar de brede deur in de achterwand en ziet dat de sleutel in het slot steekt. Meteen beginnen bij hem alarmbellen te rinkelen. Hij wenkt Falko en fluistert: ‘We hebben visite. Pak je pistool.’
Falko begrijpt hem onmiddellijk en grijpt in zijn broekzak. Even later ligt er ook in zijn hand een vuurwapen.
John opent voorzichtig de deur en loert om de hoek. Hij sluipt de ruimte in. Er is niets te zien.
Falko volgt hem op de voet.
Dan grijpt John de klink van de deur achter in de ruimte en met het pistool naar voren gericht duwt hij deze deur ook langzaam open.
Vera is wakker geworden. Waarvan weet ze niet. Ze doet haar bedlampje aan en ziet dat het bijna twee uur is. Ze schrikt, want ineens bedenkt ze dat ze haar wekker helemaal niet heeft gehoord. Onmiddellijk grijpt ze het apparaat. Hij is helemaal niet afgegaan, ziet ze nu. De knop is ingedrukt. Oei! Hoe kan dat? Als Edwin nu maar wakker geworden is.
Ze stapt uit bed en loopt op haar tenen naar de kamer van haar broer. Daar kijkt ze om de hoek van de deur. Het is helemaal donker. Ze knipt een lichtje aan en ziet tot haar geruststelling dat Edwins bed leeg is. Snel doet ze het licht weer uit en sluipt terug naar haar kamer.
Maar slapen lukt niet meer. Zou Edwin Tim echt mee terugbrengen? vraagt ze zich af. Hij heeft gezegd dat hij weet waar Tim is. Waarom toch al die geheimzinnigheid? Echt Edwin, om zo te doen. Soms wel een beetje overdreven stoer. Peter is heel anders. Maar ze vindt het wel bijzonder dat hij zomaar midden in de nacht Tim wil gaan zoeken. Ze weet wel dat Peter ook mee is, maar toch … als Edwin iets in zijn hoofd heeft!
Op datzelfde moment gaat de tussendeur in de loods van Teunis steeds verder open en spieden twee paar ogen door de verlichte ruimte. Ineens ontdekken ze tussen de plantenbakken een blonde jongen, die een van de planten staat te bestuderen.
John stoot Falko aan en loopt dan de verlichte ruimte binnen. Het pistool heeft hij vooruit gericht.
Peter heeft nog steeds niets in de gaten, totdat er ineens een stem klinkt: ‘Wat moet dat hier?’
Peter staat als versteend.
Edwin, die zojuist de plantenbakken die op tafels staan aan de onderzijde bestudeert, heeft de stem ook gehoord. Van schrik kan hij even geen vin verroeren, maar dan kruipt hij verder weg onder de tafels. Z'n hart bonst in zijn keel. Zouden ze mij ook hebben gezien? vraagt hij zich angstig af. Hij houdt de adem in.
De twee mannen staan binnen een paar seconden bij Peter en een van hen grijpt hardhandig zijn arm beet. Peter is te beduusd om tegenstand te bieden en laat zich gewillig meevoeren.
Achter in de grote ruimte is een hok. Falko opent de deur en John duwt Peter naar binnen. De deur wordt achter hem dichtgesmeten. Hij hoort hoe het slot knarsend omdraait. Het dringt tot hem door dat hij is opgesloten. En Eddy? schiet het door hem heen. Hebben ze die ook te pakken? Hij hoort de mannen praten aan de andere kant van de deur, maar kan niet verstaan wat ze zeggen. Hij drukt een oor tegen de deur. Nog is het niet te verstaan. Het lijkt er ook op dat de mannen weer weggaan.
Waar was Eddy eigenlijk? vraagt hij zich af. Ineens weet hij het weer. Edwin zat onder een van de vele tafels waar de plantenbakken op stonden. Dan moet hij daar nog zitten of … zou hij naar buiten hebben kunnen vluchten? Het geeft hem een klein beetje hoop. Maar wat moet Eddy tegen deze twee ongure kerels beginnen?
Peter voelt zich erg ongelukkig. Dom dat ze zich zo hebben laten overvallen. Als het straks weer licht wordt, zullen ze hem thuis ook missen. En dan? Hij hoopt maar dat Edwin naar buiten kon komen en iemand is gaan waarschuwen. Ineens voelt hij iets tegen zijn been. Tegelijkertijd hoort hij een stem in een hoek van het hok.