1. Een dure auto of een pony?

‘Zo hé! Da's cool. Een echte Ferrari! … En daar een Porsche!’ roept Edwin.

‘Geef mij die pony's buiten maar’, zegt Vera.

‘Echt niet! Eén van die auto's is veel meer waard dan al die pony'tjes bij elkaar.’

‘Kan wel zijn, maar jij mag toch niet in zo'n auto rijden en ik wel op een pony.’

Teunis hoort het glimlachend aan.

‘Hebben jullie medicijnen voor m'n zieke pony meegekregen van jullie vader?’ vraagt hij.

Vera haalt meteen een wit doosje uit haar jaszak en geeft het aan Teunis.

‘Kijk aan. Dat is mooi. Dankjewel’, zegt de oude man.

‘Die auto moet zeker nog gespoten worden?’ vraagt Edwin aan Teunis.

‘Ja, hij zat aan een kant helemaal in elkaar, maar John en Falko zijn echte vaklui. Die hebben de auto keurig opgeknapt en nu moet er inderdaad alleen nog weer een nieuw kleurtje op aan één kant.’

‘John en Falko?’ vraagt Edwin.

‘Dat zijn de mannen die mijn loods huren en gebruiken voor hun werk. Sinds ik gepensioneerd ben, heb ik de meeste grond verkocht en heb dus deze loods ook niet meer nodig voor landbouwwerktuigen’, antwoordt Teunis. Glimlachend voegt hij eraan toe: ‘Ik ben nu alleen nog maar boer van een paar pony's, koetjes en wat kippen. Maar eh … kijk ook eens aan de andere kant van die Porsche.’

Edwin loopt meteen om de zilvergrijze auto heen. Vera volgt hem. Als Edwin de andere kant van de auto ziet, maakt hij een sissend geluid. ‘Dat is niet mis, zeg!’

Vera slaat een hand voor haar mond. ‘Zat er iemand op de bijrijdersstoel toen het ongeluk gebeurde?’ vraagt ze.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordt Teunis, ‘maar als dat zo is, zal het niet zo best zijn afgelopen, vrees ik.’

‘Volgens mij heeft hij een botsing gehad met een boom’, zegt Edwin. ‘Moet je hier kijken. Die boom is tot halverwege de bestuurdersstoel naar binnen gedrongen.’

Hij loopt weer naar de andere kant van de auto.

‘En toch is er aan deze kant van de auto eigenlijk niets van te zien’, merkt hij op.

‘Het is een sterk automerk dat hier staat’, zegt Teunis. ‘Als mijn Astraatje hetzelfde was overkomen, dan was hij waarschijnlijk zo krom als een banaan geweest. Overigens repareren John en Falko alleen maar van dit soort dure merken. Over een dag of wat komt er weer een hele dure, vertelde John me. Die wagen heeft ergens op de Duitse Autobahn een ongeluk gehad en is nu onderweg.’

‘Wat is het er voor een?’ wil Edwin weten.

‘John heeft het me wel verteld, maar ik ben niet zo thuis in die dure automerken, dus weet ik het niet meer. Maar je moet maar eens komen kijken. Dat zul je vast wel interessant vinden.’

‘Dat is een goed idee’, zegt Edwin. ‘Volgende week hebben we vakantie. Mag Peter, onze vriend, ook meekomen?’

‘Van mij gerust’, antwoordt Teunis. ‘Dat is toch die zoon van Groeneveld, uit die boerderij in de Biesbosch?’

Edwin knikt. ‘Als ik later een goede baan heb en goed verdien, ga ik ook zo'n auto rijden’, zegt hij.

Vera schraapt luidruchtig haar keel.

‘Moet jij maar eens opletten’, zegt hij.

‘Nu, wat dan?’ kaatst Vera terug.

‘Dan koop ik ook een Porsche, natuurlijk. Mag je wel een keertje meerijden, hoor zus.’

Vera moet er eigenlijk een beetje om lachen. Die jongens altijd met die stoere en dure dingen, denkt ze. ‘En die goede baan is zeker politieman of piloot?’

‘Dat weet je wel, Veer’, mompelt Edwin voorzichtig. Hij weet al wat er gaat komen.

‘Nou, dan mag je eerst weleens voor betere cijfers op je rapport gaan zorgen’, plaagt Vera.

Altijd hetzelfde gezeur, denkt Edwin en zegt: ‘Zullen we maar weer gaan?’

Samen lopen ze de loods weer uit.

‘Is het zo slecht gesteld met jouw rapport?’ vraagt Teunis.

‘Valt best mee’, zegt Edwin.

Vera loopt achter hem en trekt een bedenkelijk gezicht.

Teunis moet er hartelijk om lachen. ‘Komt allemaal wel goed, kinderen’, zegt hij. ‘Als jullie het verstand van je vader hebben, ben ik daar niet bang voor. Die heeft het tot dierenarts geschopt en dat doe je ook niet zomaar. Dus Eddie, nog een poosje je best doen, dan komt die Porsche er wel.’

Edwin kijkt verrast naar Teunis. Die man begrijpt hem tenminste.

‘Heeft u z'n rapportcijfers dan gezien?’ vraagt Vera.

‘Nee, dat niet’, antwoordt Teunis als Vera hem passeert. ‘Als ik het goed begrijp, moet je broer er nog even tegenaan. Maar dat komt toch wel voor elkaar, denk je niet?’

Vera kijkt de oude man even lachend aan. Hij heeft wel een heel groot vertrouwen in haar broer.

‘Maar er is meer dan dure auto's en … leuke pony's alleen, kinderen’, gaat de oude man verder. Hij kijkt hen een voor een even zwijgend aan.

Als ze allebei buiten zijn en Teunis de deur van de loods weer op slot doet, draaien Vera en Edwin zich om. Eigenlijk weten ze wel wat de oude man bedoelt. Maar Teunis gaat niet verder.

‘Maar als jij meer van pony's houdt, Vera,’ zegt Teunis, ‘dan gaan we daar ook even kijken. Eerlijk is eerlijk.’

Daar is Vera meteen voor te vinden.

Edwin loopt wat minder enthousiast achter Vera en Teunis aan. Maar ‘eerlijk is eerlijk’ daar heeft Teunis wel gelijk in, denkt hij. Vera heeft ook bij de auto's gekeken. Alleen moet ze niet altijd zo zeuren over z'n cijferlijst.

Naast de grote loods is een wei waarin een paar pony's lopen. Teunis opent het hek en als ze alle drie in de wei zijn sluit Teunis het weer.

‘Wij hebben van vader medicijnen meegebracht voor een zieke pony. Is dat een van deze?’ vraagt Vera. Ze kijkt zoekend rond.

‘Nee, de zieke staat in de loods die aan het huis vastzit,’ antwoordt Teunis, ‘daar gaan we zo wel even kijken.’

Hij loopt naar een van de pony's toe en pakt hem bij een koord dat om het hoofd van het dier zit.

‘Dit is een hele rustige pony,’ vertelt Teunis, ‘daar kun je zo op rijden. Wil je het eens proberen?’

Nu beginnen Vera's ogen te glimmen.

‘Klim er maar op’, moedigt Teunis haar aan.

Dat laat Vera zich geen twee keer zeggen. De pony is niet zo hoog en in een wip zit ze op de rug van het dier.

De pony blijft kalm staan, totdat Teunis hem maant om wat te gaan lopen. Hij houdt de halster vast.

Vera vindt het eerst wel een beetje spannend, maar het went heel snel en als Teunis haar het touw dat aan de halster zit in handen geeft, voelt ze zich de koning te rijk.

De pony stapt rustig verder.

‘Als je naar links wil, moet je links een beetje trekken en rechts de andere kant. Niet zo moeilijk, hè?’ zegt Teunis.

Vera probeert het voorzichtig en ja hoor, de pony gehoorzaamt keurig. Zo loopt ze een paar rondjes door de wei.

Edwin kijkt z'n zus bewonderend na.

‘Jij ook even proberen?’ vraagt Teunis als Vera en de pony weer vlakbij zijn.

Edwin wil zich niet laten kennen en knikt.

‘Goed, dan stap jij er maar even af, Vera, zodat je broer ook een rondje kan maken.’

Als Vera zich van de rug van de pony heeft laten glijden, springt Edwin erop. Net iets te stoer. Bijna valt hij er aan de andere kant weer af, maar hij kan nog juist z'n evenwicht bewaren. De pony loopt weer kalm z'n rondje.

Als Edwin weer terug is bij Teunis en Vera vindt hij het welletjes. Het is wel aardig, dat ponyrijden, maar echt iets voor meiden. Niet voor hem. Hij wil van de rug van de kleine pony stappen, maar dat gaat niet helemaal goed. Terwijl z'n ene been half over de rug van de pony is, glijdt zijn andere voet weg, doordat er iets glads in de wei ligt.

Een tel later ligt hij onder de pony.

Teunis loopt op hem toe en vraagt bezorgd: ‘Heb je je bezeerd?’

Edwin schudt zijn hoofd en staat snel op. Z'n hele rechterbeen zit onder een groenbruine derrie.

Teunis ziet het ook en moet hard lachen. ‘Je bent uitgegleden over een ponykeutel.’

Edwin vindt er weinig lolligs aan en staat er met een vies gezicht naar te kijken.

Snel plukt Teunis een hand gras en wrijft er Edwins been mee af. Het ergste is weg, maar het stinkt wel.

Even later zitten Vera en Edwin weer op de fiets richting het dorp.

‘En, wat vond je ervan?’ vraagt Vera aan haar broer.

‘Geef mij maar een van die auto's, in plaats van zo'n domme pony’, bromt Edwin.

Een dikke Mercedes komt hen tegemoet. De auto rijdt hard. Achter het stuur zit een nors kijkende jongeman.

Als de auto gepasseerd is, zegt Vera: ‘Zo'n dure auto en dan nog niet blij kunnen kijken … Ik houd het maar bij een pony.’

Edwin zegt niets en kijkt achterom. De Mercedes rijdt een eindje achter hen het erf van Teunis op.