Riga

8


Lange drukke winkelstraten, fel neonlicht, voorbijflitsend verkeer en hoge flatgebouwen: Riga is het kloppende hart van het Balticum. Zo is het altijd al geweest. In de middeleeuwen zetelde hier de centrale macht van de Lijflandse orde, onder Zweeds en tsaristisch bewind was het de belangrijkste stad van de Baltische provincie, terwijl het tijdens de eerste periode van onafhankelijkheid uitgroeide tot een van de meest vooruitstrevende steden van Europa. Tegenwoordig is Riga een intrigerende metropool (760.000 inwoners) waar mooi en lelijk of ouderwets en modern elkaar voortdurend afwisselen. Het heeft een prachtig historisch centrum dat zich met hangen en wurgen door de eeuwen heen heeft gewerkt; nu is het het hart van de kunst- en uitgaanswereld. Karakteristiek zijn de Duitse pakhuizen uit de Hanzetijd en de spitse kerktorens, maar boven alles is Riga een stad van de Jugendstiltierelantijnen.

Geschiedenis

Het succes van Riga is te danken aan de ideale ligging aan de monding van de Daugava. Doordat de rivier vanuit Wit-Rusland komt, was dit een ideaal beginpunt voor een handelsroute naar het oosten. Russen en Scandinaviërs waren dan ook al meer dan 1000 jaar aanwezig alvorens de Duitse bisschop Albrecht hier in 1201 met zijn kruisridders aan land kwam. Zij werden gevolgd door een groot aantal handelaren, waarna Riga snel uitgroeide tot de grootste stad in Lijfland. In 1282 werd de stad lid van de Hanzeliga en in de volgende eeuwen nam de welvaart sterk toe. Dit ondanks de continue machtsstrijd tussen kerk, orde en de kooplieden.

Met de Lijflandse Oorlog (1558–1853) verloor de stad tijdelijk haar prominente status, maar toen Zweden in de 17de eeuw de macht greep, bloeide Riga weer op. Het was de tweede stad van het Zweedse rijk, maar toch bleef het vooral een stad voor Duitse adel en kooplieden. In wezen veranderde deze situatie ook niet toen het na de Grote Noordse Oorlog (1700–1721) bij het tsaristische rijk ging horen.

De industrialisatie van de 19de eeuw luidde een nieuwe fase in. Woonden er halverwege de 18de eeuw ongeveer 16.000 mensen, ruim 100 jaar later waren dat er naar schatting 100.000 en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had Riga ongeveer 500.000 inwoners. De helft hiervan waren Letten die na de afschaffing van het lijfeigenschap in 1817 massaal naar de stad waren getrokken. Er kwam een nieuwe intellectuele elite (Letse Genootschap van Riga) uit voort, waarna er een nationaal theater, een opera en zelfs een Letse encyclopedie verschenen. In 1873 werd voor het eerst een zangfestival georganiseerd.

De welvaart groeide gestaag, iets wat niet veranderde toen Letland in 1920 plotseling onafhankelijk was. Er hing een intellectuele en culturele sfeer in Riga en mede vanwege de elegante Jugendstilhuizen kreeg de stad de bijnaam ‘Klein Parijs’. Maar zoals overal bracht de Tweede Wereldoorlog een dramatisch eind aan de voorspoed. De joodse gemeenschap (naar schatting tussen de 45.000 en 100.000) werd volledig uitgeroeid, maar ook veel Letse inwoners verloren het leven.

Na de oorlog werd Riga vanwege haar goede infrastructuur een van de grootste industriesteden binnen de Sovjet-Unie. Elektrische machines, trein- en tramwagons, computers en robots: het kwam allemaal uit de grijze fabrieken van Riga’s buitenwijken. Het tekort aan arbeidskrachten werd aangevuld met Russen, waardoor Letten aan het eind van de jaren tachtig nog maar net de helft van de bevolking uitmaakten.

Was Riga in de sovjettijd een grauwe, onvriendelijke stad; sinds de onafhankelijkheid is het weer helemaal opgebloeid. Hoewel er nog problemen zijn met de Russische minderheid en de werkloosheid, gaat het over het algemeen goed. De stad kreeg in 2001 een enorme facelift ter ere van het 800-jarige bestaan en in de winkels liggen tegenwoordig de meest luxueuze artikelen. Een ander bewijs van de nieuw ingeslagen weg zijn de wolkenkrabbers die de skyline steeds meer gaan domineren. Overigens moet de stad hiermee oppassen, want het oude centrum dreigt vanwege de vele hoogbouw haar beschermde status van de Unesco te verliezen.

f0138-01

De oude stad van Riga
Klik op een van de volgende deelkaarten voor een vergroting: linksboven, rechtsboven, linksonder en rechtsonder.

Oriëntatie

Riga is gebouwd bij de monding van de rivier de Daugava, in de zuidoostelijke hoek van de Golf van Riga. In feite bestaat de stad uit drie ringen, die ook de voornaamste periodes uit de geschiedenis markeren. Als je vanaf de snelweg komt aanrijden, dan zie je allereerst de grijze industriestad en de betonnen hoogbouw. Het is de onmiskenbare nalatenschap van de Sovjets. Maar hoe meer je in het centrum komt (de handigste manier is via de lange Brīvības gatve), hoe meer Jugendstil je om je heen ziet. Helemaal aan het eind, tegen de Daugava aan, ligt het historische centrum met aansluitend enkele parken. Het woon- en industriegebied aan de andere kant van de rivier (Pārdaugava) is te bereiken via drie bruggen.

In het centrum zijn zowel stokoude als gloednieuwe herkenningspunten. Een populaire ontmoetingsplaats is het 350 m hoge Vrijheidsmonument, op de grens tussen het oude en het nieuwe centrum. De oude stad is op te delen in een helft ten noorden en een ten zuiden van de winkelstraat Kaļķu. Rondlopend zul je altijd wel de spits van een grote kerk zien. Meest noordelijk de Sint-Jakobskerk, centraal de Dom en in het zuidelijke gedeelte de Sint-Pieterskerk. In het nieuwe centrum is het Reval Hotel Latvijā met 27 etages een goed oriëntatiepunt.

Oude stad

De kronkelende oude gracht Pilsetas kanāls geeft aan waar ooit de stadsmuren liepen. Zonder pardon werden deze in de 19de eeuw tegen de grond gewerkt om de handel te bevorderen. Nu is dat ondenkbaar: sinds de middeleeuwse binnenstad op de Unesco-lijst staat, is het verboden om er zelfs maar een steen te verleggen. Prettig is dat auto’s geweerd worden: ze zouden toch niet in de smalle straatjes passen.

De Laima-klok, een gift van Letlands belangrijkste chocoladefabrikant en niet ver van het Vrijheidsmonument, is een mooi beginpunt voor een rondwandeling. Mensen spreken er vaak af. Aan de Aspazijas bulvāris kun je de Nationale Opera zien liggen. Oorspronkelijk was dit classicistische gebouw (1860) een Duits theater, maar tijdens de 1ste periode van onafhankelijkheid groeide het uit tot het belangrijkste podium voor Letse culturele activiteiten.

Gerestaureerd verdedigingswerk

Je betreedt de oude stad via de grote winkelstraat Vaļņu. Aan het noordelijke einde zie je de enige overgebleven toren van in de totaal achttien die ooit Riga’s fortificatiesysteem vormden. Deze Pulvertornis (‘Buskruittoren’) werd gebruikt als munitieopslagplaats. In de 2,5 m dikke muur zie je Russische kanonskogels uit de 17de en 18de eeuw nog zitten. Toepasselijk genoeg is er tegenwoordig een Oorlogsmuseum in gevestigd, waarin de rol van de Letten in beide wereldoorlogen en de strijd om onafhankelijkheid worden belicht.

common LETSE OORLOGSMUSEUM, Smilšu 20. Geopend: ’s zomers wo.–zo. 10–18; ’s winters wo.–zo. 10–17 uur.

In het verlengde van de toren zie je de bastionheuvel, een overblijfsel van Riga’s verdedigingssysteem. De vijf plaquettes herinneren aan de sterfplaats van de slachtoffers van 20 januari 1991. Op die dag bestormde een speciale sovjeteenheid het ministerie van Binnenlandse Zaken (Raiņa bulv. 6) en schoot daarbij deze voorbijgangers dood.

Torņa is een autovrije straat die wat kunstmatig aandoet doordat de 18de-eeuwse Zweedse barakken en het stuk oude stadsmuur wel heel erg netjes zijn gerestaureerd. Niet veel verder staat de Zweedse Poort, de enige overgebleven stadspoort. Toen deze in 1698 werd gebouwd om de Zweedse overheersing te vieren moest een woonhuis ervoor worden doorboord.

In het Nationaal Theater (1899–1901) aan de drukke K. Valdamāra werd op 18 november 1918 de onafhankelijkheid verklaard. Aan het Jekaba laukums ligt het voormalige arsenaal, nu een Kunstmuseum dat een grote collectie moderne kunst heeft. Loop nog even Arsenāla in vanwege de mooie oude pakhuizen.

common ARSENĀLS KUNSTMUSEUM, Torņa 1. Geopend: di.–wo. en vr.–zo. 11–17; do. 11–19 uur.

Bisschopskasteel

Het Kasteel van Riga ligt bij de Daugava aan het eind van de Torņa iela. Doordat het regelmatig is verwoest en verbouwd, ziet het er meer uit als een stadspaleis. Toch woonde hier in de middeleeuwen de bisschop van Riga, de machtigste man van Lijfland. Hij had het regelmatig aan de stok met de burgers, die het kasteel in 1353 zelfs hadden moeten opbouwen als straf voor een eerdere opstand waarbij de oorspronkelijke burcht (gelegen aan de Skārnu iela) was vernietigd.

Dat het niet zo goed boterde tussen de geestelijke machthebbers en de handelaars bleek een eeuw later bij een nieuwe burgeroorlog. Wederom moesten de burgers aan de bak, ditmaal om het kasteel te restaureren. In de daaropvolgende eeuwen voegde men er nieuwe vleugels aan toe, waarna het kasteel zijn oorspronkelijke functie verloor. Het werd een paleis voor de Zweedse en Russische gouverneurs. Tegenwoordig woont de president er. Ook het Historisch Museum en een Kunstmuseum zijn erin gevestigd. In de laatste hangen schilderijen van Hollandse 17de-eeuwse en Vlaamse 20ste-eeuwse kunstenaars.

Dat het echt een kasteel was, zie je het best als je een stuk de Akmensbrug oploopt. Je hebt er een mooi panorama over de oude stad. Naast het kasteel staan een rooms-katholieke (1785) en een Anglicaanse kerk (1859). De laatste werd in de sovjettijd gebruikt als discotheek.

common HISTORISCH MUSEUM VAN LETLAND. Geopend: ma.–za. 11–18 uur. KUNSTMUSEUM. Geopend: di.–zo. 11–17 uur.

De Drie Broeders

Het oudste woonhuis in de stad staat in Mazāpils. Het dateert uit de 15de eeuw. Doordat er in die tijd veel handelscontacten met Holland waren, heeft het een voor ons bekende trapgevel. De naastgelegen huizen (nrs. 19 en 21) zijn ook van respectabele leeftijd en vandaar dat ze gezamenlijk de Drie Broeders genoemd worden. Opvallend is hoe de oudste meer naar achter ligt en zelfs een stenen entree heeft met een bankje ernaast. Daar is bij de jongere broers (uit de 17de en 18de eeuw) geen sprake van, omdat de ruimte binnen de stadsmuren in latere tijden veel schaarser was en dus optimaal moest worden gebruikt.

In het huis op nr. 19 zit nu een Architectuurmuseum.

common LETSE ARCHITECTUURMUSEUM, Mazā Pils 19. Geopend: ma.–vr. 9–18 uur.

De broeders kijken uit op de straat Klostera, waar de eenvoudige Sint-Jakobskerk (1225) staat. Het is de enige kerk in de stad die zijn oorspronkelijke gotische spits heeft behouden. Tegenwoordig is het de zetel van de aartsbisschop van Riga. Om de hoek staat het renaissancistische parlementsgebouw waar de volksvertegenwoordiging (Saeima) bijeenkomt. In dezelfde stijl is het beursgebouw (1855) bij het Domplein. In het tegenoverliggende gebouw van de Letse radio zitten de kogelgaten nog in de muur, van de tumultueuze gebeurtenissen van 1991.

De Gilden

Het Grote Gilde verenigde de handelaars, juweliers en schrijvers van de stad. Hun gebouw dateert uit de 14de eeuw, maar door verbouwingen is er weinig van de originele architectuur overgebleven. In de grote zaal zit nog wel het originele gotische gewelf en een 14de-eeuwse pilaar. Het interieur is te zien tijdens optredens van het Letse Filharmonische Staatsorkest. De huidige neogotische verschijningsvorm dateert uit de 19de eeuw, evenals die van het naastgelegen Kleine Gilde, die was bedoeld voor handwerkslieden.

De kat zijn kont

In Meistaru iela staat een opvallend geel huis met op elk van de twee torens een zwarte kat. Deze stonden er oorspronkelijk niet op, maar werden er aan het begin van de 20ste eeuw geplaatst door een rijke koopman. Vergeleken met nu was er ēēn klein verschil: hun achterste was toen gericht naar het tegenoverliggende gebouw, het Grote Gilde! Het geval wilde namelijk dat zij hem het lidmaatschap hadden geweigerd. Op zoek naar wraak kocht hij het dichtstbijzijnde huis, liet zijn eigen katten naboetseren en plaatste deze op het dak. Zijn ludieke actie werd hem niet in dank afgenomen. Het gilde stapte zelfs naar de rechter. Er volgde een lang gevecht over de kwestie of de katten in deze niet zo elegante positie mochten blijven staan. Met de Eerste Wereldoorlog kwam er een eind aan de rel. Toen het Philharmonisch Orkest later de nieuwe bewoner van het Grote Gilde werd, besloot men dat de katten hun kont moesten keren.

Dom van Riga

Alles betreffende de Dom is massaal. Het is de grootste kerk in het Balticum, de toren is enorm, het aansluitende plein is het grootste van de stad en het orgel was ooit het grootste instrument ter wereld. Met de constructie ging men dan ook niet over een nacht ijs. Je mag stellen dat de beroemde uitspraak ‘Riga is nooit af’ (verwijzend naar een legende dat de stad naar de bodem van de Daugava zal zinken op de dag dat de stad voltooid is) zeker voor de kerk opgaat. Het oudste gedeelte (1211) rond het altaar is romaans, het 15de-eeuwse deel gotisch en de toren (1775, de derde nadat eerdere versies wegens brand en instortingsgevaar waren vervangen) is barok.

Het interieur is tijdens de Reformatie grotendeels verwoest. De preekstoel uit 1641 is een van de weinige objecten die bewaard zijn gebleven. Het meeste plezier zul je beleven aan het ontcijferen van de grafstenen die in de vloer liggen. Hoe dichter bij het altaar hoe rijker en voornamer de overledene. Interessant is dat sommige stenen aan de noordkant een code hebben die de positie of het beroep van de overledene aangeeft. De invloedrijke familie Tisenhausen heeft een eigen kapel.

De Dom is befaamd om het orgel dat in totaal 6718 pijpen telt. Het oorspronkelijke Duitse meesterwerk heeft een oranje tintje aangezien het in de jaren tachtig is herbouwd door een Zaandams orgelbouwbedrijf. De orgelkast dateert uit de 16de eeuw, de barokornamenten uit de 17de.

In het klooster dat later aan de Dom werd toegevoegd, zit sinds 1773 een museum. Tegenwoordig heet dit het Museum van Riga’s Geschiedenis en Navigatie, interessant als je meer wilt weten over hoe Riga uitgroeide tot de stad die het nu is. Veel aandacht gaat uit naar de Hanzeperiode en de ontwikkeling van de zeenavigatie.

common DOM VAN RIGA. Geopend: di.–vr. 13–17; za. 10–14 uur. Informeer bij het toeristenbureau over orgelconcerten.

MUSEUM VAN RIGA’S GESCHIEDENIS EN NAVIGATIE, Palasta 4. Geopend: ’s zomers wo.–zo. 10–17; ’s winters wo.–zo. 11–17 uur.

Aan de andere kant van de Dom ligt het Herdera laukums, vernoemd naar de Duitse schrijver en theoloog Johann Herder (1744–1803). Van 1764 tot 1769 gaf hij les in de Domschool en preekte hij in een aantal kerken. Tevens schreef hij in die tijd de Fragmente über die neuere Deutsche Literatur, waarin hij zijn (positieve) mening geeft over folkloristische liederen. Hij verzamelde in zijn leven in totaal 78 dainas, simpele vierregelige gedichtjes.

Doorlopend naar Palasta staat op nr. 9 het huis waar Peter de Grote verbleef als hij in Riga was. In 1745 werd dit paleisje verbouwd door Rastrelli, de architect van het Winterpaleis en het Rundālepaleis.

Rātslaukums

Weinig aan het Raadhuisplein is echt. Zo staat er op de hoek van het plein een nieuw ‘oud uitziend’ raadhuis, maar dit werd hier in 2001 neergezet ter ere van Riga’s 800-jarige bestaan. Hetzelfde geldt voor het Huis van de Zwarthoofden, dat net als het raadhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog volledig was vernietigd. Sommigen kijken er wat sceptisch tegenaan aangezien beide weinig meer van doen hebben met de oorspronkelijke gebouwen. Vooral bij het Huis van de Zwarthoofden hebben de architecten hun fantasie flink gebruikt. Niettemin heeft het een indrukwekkend rijk geornamenteerde renaissancistische voorgevel naar Hollands model. Het dient als toeristenbureau en museum (geopend dag. 10–17 uur). Voor het gebouw staat een Rolandstandbeeld, een middeleeuwse held die vocht voor gerechtigheid.

Wel echt, maar uit een veel latere tijd, is de lelijke grijze bunker naast het Huis van de Zwarthoofden. Oorspronkelijk diende het als sovjet-museum, maar tegenwoordig herbergt het een interessant en aangrijpend Bezettingsmuseum. Het heeft een schat aan informatie, foto’s en voorwerpen uit de jaren 1940–1991 toen de Letten achtereenvolgens door de nazi’s en de communisten onderdrukt werden. Na een bezoek hieraan begrijp je de gemengde gevoelens van de Letten betreffende het Standbeeld voor de Letse Schutters op het nabijgelegen plein. Deze dateert uit de sovjettijd en eert de Letse bodyguards van Lenin die een rol van betekenis speelden tijdens de Russische revolutie.

common HUIS VAN DE ZWARTHOOFDEN. Geopend: dag. 10–17 uur.

BEZETTINGSMUSEUM VAN LETLAND, Strēļnieku laukums 1. Geopend: ’s zomers dag. 11–18; ’s winters di.–zo. 11–17 uur. Toegang gratis.

Op de hoek van het plein achter het Huis van de Zwarthoofden staat het mooie 17de-eeuwse huis van de rijke koopman Mentzendorff. Het is nu een museum over het leven in Riga in de 17de eeuw.

common MENTZENDORFF HUIS, Grēcinieku 18. Geopend: dag. 11–17 uur.

Sint-Pieterskerk

De bakstenen Sint-Pieterskerk is de meest prominente verschijning in de oude stad. Met een hoogte van 124 m is hij van bijna overal te zien. In de middeleeuwen was het de belangrijkste kerk in de stad. Een eerste houten versie, overigens nog gebouwd door de Lijven, stond er al in 1209, maar de oudste delen van de huidige constructie dateren uit 1409. Verbouwingen gingen door tot aan het eind van de 15de eeuw met als resultaat deze prachtige gotische basiliek. Het interieur is helaas verwoest door branden, terwijl de huidige barokke toren al meerdere voorgangers heeft gehad. De laatste keer dat de toren instortte was na een Duits mortiervuur in 1941 (uitgerekend op 29 juni, de feestdag van Sint-Pieter). De kerk is nu ingericht als museum en een lift brengt je naar een uitkijkplatform op 73 m hoogte vanwaar je een prachtig uitzicht hebt.

common SINT-PIETERSKERK. Geopend: ’s zomers di.–zo. 10–18; ’s winters di.–zo. 10–17 uur.

Extravagantie van de Zwarthoofden

Tallinns renaissancistische huis met de groene deur en de door Passer gedecoreerde façade, en het overdadig geornamenteerde gebouw op het Stadhuisplein van Riga: ze behoren tot de opvallendste huizen van de stad. Geen toeval dat beide panden eigendom waren van de excentrieke Broederschappen van de Zwarthoofden. Hun naam is een verwijzing naar de gekleurde Afrikaan Sint-Mauritius, door het gezelschap gekozen als beschermheilige. Hoewel er weinig tot geen contacten waren tussen beide verenigingen (en met die in andere Baltische steden), hadden ze gemeen dat de leden jonge, ongetrouwde handelaren waren voor wie dit broederschap een opstapje was naar het Grote Gilde.

In eerste instantie waren de Zwarthoofden onbeduidend, maar later zouden ze een culturele positie van belang innemen. Dit kwam nadat ze faam hadden gemaakt als feestgangers. Hun fuiven waren altijd de beste met een overvloed aan drank en voedsel. Als je gezien wilde worden, moest je hier aanwezig zijn. Zelfs de tsaristische familie deed mee! Het moeten daarom interessante bijeenkomsten zijn geweest waar studentikoze praktijken (nieuwe leden moesten bijvoorbeeld het vuile werk opknappen) gecombineerd werden met de deftigheid van de society.

Ten zuiden van de straat Grēcinieku

Op de hoek van Mārtsaļu staat het prachtige Reiternhuis, vernoemd naar de rijke en machtige 17de-eeuwse koopman Johann Reitern. Voor zijn tijd had hij een revolutionair pand laten bouwen met een uitmuntend gedecoreerde barokke façade, grote ramen en meest opvallend: de lange zijde van het huis aan de straatkant.

In het naastgelegen huis, eveneens een mooi koopmanspand, is een fotografiemuseum gevestigd. Het heeft een bijzondere collectie foto’s van het Riga van voor 1900. Verder doorlopend kom je bij het Dannensternhuis op nr. 21. Dit schitterende barokke gebouw uit 1696 was in zijn tijd het grootste woonhuis van de stad. Eigenaar was de schatrijke Amsterdamse houthandelaar Ernst Metsue, die van de Zweedse koning de titel ‘Von Dannenstern’ had gekregen.

common FOTOGRAFIEMUSEUM, Mārtsaļu 8. Geopend: di., vr. en za. 10–17; wo. en do. 12–19 uur.

In een zijstraatje (Peitavas) staat de enige synagoge (1905) die niet tijdens de Tweede Wereldoorlog is verwoest: de nazi’s waren bang voor stadsbranden. De meeste joden woonden overigens in de buitenwijk Maskavas, een kilometer ten zuidoosten van het treinstation.

In de straten Alksnaja en Vecpilsetas staan enkele oude middeleeuwse pakhuizen; het Albertaplein is de plaats waar de Duitsers hun nederzetting oprichtten.

Konventa Sēta

Tussen de straat Skārnu en de parallel liggende Kaleju stond Wittenstein, Riga’s eerste kasteel. In 1227 werd dit verwoest door de rebellerende inwoners van de stad, waarna dominicaanse monniken uit de ruïnes een klooster mochten opbouwen. Zo werd de kapel gebruikt voor de in 1330 ingezegende Sint-Johanneskerk. De witte toren uit die tijd lijkt er een beetje geforceerd opgepropt te zijn. Verder is de kerk een allegaartje van gotische, renaissancistische en barokke bouwstijlen. Apart is de trapgevel aan de achterkant.

Binnen word je overbluft door het prachtige netwerk aan gewelven. Daarnaast is er een collectie sacrale kunst uit de 18de en 19de eeuw te zien. Let ook op de getraliede opening in de vorm van een kruis: twee monniken zouden in de 15de eeuw vrijwillig in de muur zijn gemetseld, waarna men hen door dit gat eten kon aanbieden. De stenen gezichten op de façade zouden hun afbeelding zijn.

Naast de Sint-Johanneskerk ligt de oude poort van het klooster. Deze leidt naar de Kloosterbinnenplaats (Konventa Sēta) waar enkele mooie pakhuizen staan. Ze maken nu deel uit van een hotelcomplex, maar oorspronkelijk werden ze gebruikt als tehuis voor armen en invaliden. Later moesten zij plaatsmaken voor weduwen en uiteindelijk werd het een opslagruimte.

Aan de andere kant van de poort staat nog een kerk, al zou je het niet zeggen. De witte Sint-Georgekerk (1297) is namelijk helemaal ingemetseld. Na de reformatie raakte deze in onbruik en vervolgens in vergetelheid, totdat men de kerk als opslagschuur ging gebruiken. Sindsdien bleef het gebouw onaangetast, zodat het nu het oudste stenen bouwwerk van Riga is. Het dient nu als Museum van Toegepaste Kunsten. In het Porseleinmuseum in de oude herberg (1435) van het convent is meer aardewerk te bewonderen.

common MUSEUM VAN TOEGEPASTE KUNSTEN, Skārnu 10–20. Geopend: di.–zo. 11–17 uur.

PORSELEINMUSEUM, Kalēju 9–11. Geopend: di.–zo. 11–18 uur.

Rondom de oude stad

Het nieuwe centrum omcirkelt de oude stad. De uitgestrekte parken en de brede boulevards werden hier in de tweede helft van de 19de eeuw aangelegd toen de stadsmuren waren weggebroken. Het is een ongekende luxe dat je in het hart van de stad een lange groenstrook hebt waar je ongestoord kunt picknicken.

Vrijheidsmonument

Het Vrijheidsmonument (1935) is met 350 m de langste in zijn soort in Europa. Een letterlijk toppunt van nationalisme, want het werd gefinancierd van gedoneerd geld. Op de top prijkt de 9 m hoge Vrijheid (afgebeeld als vrouw), in de volksmond ook wel ‘Milda’ genoemd. In haar opgeheven handen heeft ze drie sterren. Deze staan voor de regio’s Kurzeme, Vidzeme en Latgale. De inscriptie Tēvzemei un Brīvībai betekent ‘Voor Vaderland en Vrijheid’. Lager op het monument zie je een afbeelding van de mythologische held Lāčplecis. Twee soldaten houden er overdag de wacht. Hoewel het Vrijheidsmonument altijd een bron van nationalisme is geweest en vaak als verzamelpunt voor demonstraties diende, durfden de Sovjets het nooit te verwijderen. Wel plaatsten ze een (nu verwijderd) beeld van Lenin aan de andere kant van het plein. Jarenlang stonden Milda en Lenin met de ruggen naar elkaar toe: de één keek naar het westen, de ander naar het oosten.

common VRIJHEIDSMONUMENT. Van 9–20 uur is elk uur de ceremoniële wisseling te zien.

Esplanāde

Aan de Raiņa bulvāris staat het hoofdgebouw van de Universiteit van Riga. Iets verder de Brīvības bulvāris op ligt links het grote Esplanāde Park, gebouwd op een oud militair oefenterrein. De vijfkoepelige orthodoxe kathedraal (1884) werd in de sovjettijd gebruikt als planetarium, maar dient nu weer als kerk. Aan de andere kant van het park staan nog twee indrukwekkende gebouwen. In het neogotische bakstenen pand (1905) is de Kunstacademie gevestigd. Ook het naastgelegen barokke gebouw van het Nationale Kunstmuseum dateert uit die tijd. Er hangt veel werk van Jāņis Rozentāls; zijn standbeeld staat voor het museum. Elders in het park staan monumenten voor Jāņis Rainis en Barclay de Tolly.

common NATIONAAL KUNSTMUSEUM, K. Valdemāra 10a. Geopend: wo.–ma. 11–17 uur.

Niet te missen tegenover de orthodoxe kathedraal is het reusachtige Reval Hotel Latvija. Tegenwoordig ziet het 27 etages tellende gebouw er blits uit en is het alleen betaalbaar als je een lat net zo gemakkelijk kunt uitgeven als een euro. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit in de sovjettijd een afschuwelijke betonnen bouwval was. De meeste Letten zagen het toen het liefst met de grond gelijk gemaakt worden, maar in plaats daarvan werd het de laatste jaren volledig omgebouwd. Geen verkeerde beslissing, want nu kan men er trots op zijn. Vanaf de bar op de 26ste verdieping heb je een niet te overtreffen uitzicht. Neem gerust de glazen lift rechts van de receptie en overzie Riga onder het genot van een (duur) drankje.

Jugendstilhoofdstad

Trots presenteert Riga zich als de hoofdstad van de Jugendstil. Deze bouwstijl, ook wel art nouveau genoemd, ontstond aan het eind van de 19de eeuw in België en Duitsland en vond snel navolging in de rest van Europa. Rond de eeuwwisseling werd Riga bereikt, juist op een moment dat de stad een intensieve bevolkings- en welvaartsgroei doormaakte en er veel nieuwe huizen gebouwd moesten worden. De laatste architectonische mode had grote aantrekkingskracht op de nieuwe elite en vandaar dat de stijl in relatief korte tijd tot de Eerste Wereldoorlog zo’n nadrukkelijk stempel kon nalaten. Eenderde van de gebouwen in het centrum heeft namelijk wel de een of andere tierelantijn. Bovendien zijn ze, in tegenstelling tot in de meeste Duitse steden, vrij ongeschonden de wereldoorlogen doorgekomen.

Volgens het Jugendstilprincipe moet alles dat een functie heeft, ook mooi zijn. Daarnaast konden de kunstenaars, als reactie op de periode van eclectisch classicisme die eraan voorafging, hun fantasie weer de vrije loop laten. Symmetrie en eenvoud werden verafschuwd, absurde ornamenten verheerlijkt. Sierlijke bloemen, planten, dieren, draken, vreemde mythische hoofden, maskers en allerlei elegante vormen en groteske afbeeldingen: je kunt het zo gek niet bedenken wat er allemaal op de façades te zien is. Het kleurgebruik is afwisselend, met een voorkeur voor pastel.

Hoewel slechts 10 procent van de architecten van Letse afkomst was, waren zij wel verantwoordelijk voor bijna de helft van de nieuwe gebouwen. Daarbij ontwikkelden zij een eigen stijl waarin ruimte was voor folkloristische elementen. Eigen was ook het gebruik van hout als bouwmateriaal. Voorbeelden van deze ‘nationale romantiek’ tref je aan op Tērbatas 15/17, K. Valdemāra 67 en Brīvības 47, 58 en 62. Veel van dit soort gebouwen zijn ontworpen door Eižens Laube, Konstantin Pēkšēns en Aleksandrs Vanags.

Veel prominente Jugendstilhuizen staan aan de lange Elizabetes en in de wijk ten noorden hiervan. In Strēļnieku (met op 4a het verbluffende gebouw van de Stockholm School of Economics), Vīlandes en Ausekļa staan enkele schitterende voorbeelden. Het walhalla voor Jugendstilliefhebbers is echter de straat Alberta. Het lijkt wel alsof de gebouwen elkaar telkens moesten overtreffen in schoonheid en extravagantie. Je komt ogen tekort om alles in je op te kunnen nemen. Er staan de gekste creaties en vreemdste combinaties, met als uitschieter nr. 2a waar twee sfinxen in het portaal staan. Net als de nummers 2, 4, 6 en 8 is dit huis ontworpen door Michail Eisenstein, de vader van de beroemde filmregisseur Sergei Eisenstein. Dat hij de kant van de ‘even’ nummers koos, was niet zonder reden: het is een smalle straat met hoge huizen en de zon kan alleen op deze kant schijnen.

In een appartement op nr. 12 woonden de schilders Jāņis Rozentāls en Rūdolfs Blaumanis, naar wie een gelijknamig museum is vernoemd. Je hebt er goed uitzicht op de Alberta.

common JĀNIS ROZENTĀLS EN RŪDOLFS BLAUMANIS MUSEUM, Alberta iela 12-9. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

Centrale Markt

Op de Centrale Markt achter het treinstation vinden taferelen plaats die eerder aan Turkije doen denken. Of het nou zomer is of hartje winter, er is altijd bedrijvigheid. Echt alles is te koop: groente en fruit, maar ook kleding, cd’s met Russische schlagers of elektrische apparatuur. Als je wilt, kun je een halve geit mee naar huis nemen. De prijzen liggen hier beduidend lager dan in de normale winkels. Afdingen en opletten zijn soms noodzakelijk: een halve watermeloen wordt graag voor vijf lat in plaats van voor een halve lat verkocht!

In totaal beslaat de markt een gebied van 16.000 m2. Een deel bevindt zich in de openlucht, maar de meeste stallen staan in vijf enorme hallen (35 m hoog). Deze dienden oorspronkelijk als hangars voor zeppelins. De markt is door een tunnel verbonden met het stadskanaal, zodat het verkeer geen hinder ondervindt van het laden en lossen.

In de buitenwijken

De Letse geschiedenis op het kerkhof

Ten noordoosten van het centrum liggen drie begraafplaatsen. Meest zuidelijk is de Raiņisbegraafplaats (Raiņa kapi), vernoemd naar Letlands beroemdste schrijver. Veel schrijvers, kunstenaars en muzikanten liggen hier begraven, waaronder Raiņis en zijn vrouw en dichteres Aspāzija zelf. Iets noordelijker ligt de Broedersbegraafplaats (Brāļu kapi). Lindebomen, eiken, beeldhouwwerken en een eeuwig brandende vlam zorgen voor een rustieke ambiance. Het complex werd gemaakt voor Letse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog en Onafhankelijkheidsoorlog sneuvelden. Ten oosten hiervan ligt de Tweede Bosland Begraafplaats (Meža kapi II), de grootste van de drie. Het is de laatste rustplaats van politici waaronder een voormalige president (Jāņis Čakste) en culturele prominenten zoals Jāņis Rozentāls. Tevens staat er een monument voor de slachtoffers van de bestorming van het ministerie van Binnenlandse Zaken op 20 januari 1991.

common BEREIKBAARHEID. Neem vanuit het centrum tram 11 (gaat langs de Nationale Opera) tot de halte Brāļu kapi. Ook de bussen 4 en 9 gaan deze kant op.

Mežaparks en de dierentuin

Het Mežaparks is een goede plek om even onder de drukte van de binnenstad uit te komen. Het ligt direct ten noorden van de begraafplaatsen, bij Riga’s meest luxueuze woonwijk. Watersporters kunnen zich uitleven op het aangrenzende meer. Voor kinderen zijn er speelplaatsen. Riga’s dierentuin ligt in de oosthoek van het park. Daar worden tevens de zangfestivals gehouden.

common DIERENTUIN, Meža prospekts 1. Geopend: ’s zomers 10–18; ’s winters 10–16 uur. Neem tram 11 tot de eindstop.

Motormuseum

Het Motormuseum toont ruim 100 zeldzame auto’s en motoren. Zo is er een motorkoets van Daimler uit 1886. Het leukst zijn de oude wagens van voormalige sovjetleiders. Ze worden bestuurd door levensechte poppen: Stalin zit in zijn gepantserde limousine en (een dronken?) Brezjnev achter het stuur van zijn gecrashte Rolls-Royce.

common MOTORMUSEUM, Eizenšteina 6. Geopend: dag. 10–18 uur. Bus 21 rijdt vanaf de Russische kathedraal over de Brivibas iela langs Šmerļa iela (de halte Pansionāts). Loop het laatste stuk.

Openluchtmuseum

In het openluchtmuseum zijn boerderijcomplexen, windmolens en houten kerken te zien. Ze dateren uit de 16de tot de 19de eeuw en zijn ingericht per regio. Bij de bijenboerderij kun je in de zomerweekeinden zelfgemaakte honing proeven. Tevens zijn er dan folkloristische dansvoorstellingen en kun je handwerkslieden aan het werk zien.

common ETNOGRAFISCH OPENLUCHTMUSEUM VAN LETLAND. Brīvības gatve 440. Geopend: dag. 10–17 uur. Het museum ligt ten oosten van het centrum. Neem bus 1 vanuit het centrum tot de halte Brīvības muzejs vlak over de brug.

Overige musea

Het Luchtvaartmuseum (bij de terminal van Riga’s vliegveld) heeft een grote collectie vliegtuigen, waaronder modellen van de sovjet-Migs. Het Museum ter Nagedachtenis van Krišjāņis Barons (K. Barona 3) is gevestigd in het huis waar de belangrijkste verzamelaar van Letse volksliedjes zijn laatste jaren woonde. De namen van het Brandweermuseum (Hanzas 5), Spoorwegmuseum (Uzvaras bulv. 2/4), Farmaciemuseum (Vāgnera 13), Natuurmuseum (K. Barona 4), Sportmuseum (Alksnāja 9) en Medicijnmuseum (Antonijas 1) spreken voor zich.

JŪRMALA

Jūrmala is de verzamelnaam voor een tiental kleinere dorpen uitgestrekt over 20 km. De frisse zeelucht en bosrijke omgeving maken dat ze stuk voor stuk aantrekkelijke kuuroorden zijn, met als grootste trekpleister het spierwitte zandstrand dat in totaal maar liefst 32 km lang is. Ondanks deze lengte zijn bepaalde delen ’s zomers helemaal volgepakt als Riga massaal in zwembroek de trein instapt. Het is immers maar een halfuurtje rijden. Vooral de stranden van Bulduri en Majori zijn populair. Daar wappert ook de Blauwe Vlag, iets wat vijftien jaar geleden overigens voor onmogelijk zou zijn gehouden toen de Golf van Riga nog ernstig vervuild werd door een nabijgelegen papierfabriek. Niet dat dit de strandliefhebbers afschrikte: Jūrmala was toentertijd een van de grootste vakantieoorden binnen de Sovjet-Unie. Na de onafhankelijkheid was het even uit de gratie, maar de laatste jaren is het weer ‘hot’.

Activiteiten

Op de meeste stranden kun je voet- en volleyballen. Watersporters kunnen zich zowel in de Golf van Riga als op de Lielupe uitleven. Aan de rivier liggen een jachtclub en een watersportcentrum en in Vaivari ligt het waterpretpark Nemo. De bossen zijn uitermate geschikt voor fietstochten. Een speciale route gaat langs alle plaatsjes. Wandelen kan natuurlijk ook. Voor cultuur moet je in en rondom Majori zijn. Dit is welbeschouwd het centrum van Jūrmala, ook als het om dineren en uitgaan gaat. Liefhebbers van houten architectuur kunnen er hun hart ophalen. De mooiste en excentriekste gebouwen fungeren nu als hotel of sanatorium. Ze dateren uit het eind van de 19de en begin 20ste eeuw. Veel hebben een neoclassicistisch of Jugendstiluiterlijk.

common JACHTCLUB EN WATERSPORTCENTRUM, Lielupe, Vikingu 6.

NEMO, Vaivari, Atbalss 1. Geopend: ma.–do. en zo. 11–23; vr. en za. 11–16 uur.

Nationaal Park Ķemeri

Komend vanuit Riga over de A10 langs Jūrmala ga je door een gebied van bossen, moerassen, inlandse lagunes en duinen. Samen vormen ze het Nationaal Park Ķemeri, een beschermde strook land (38.165 ha) tussen Klapkalnciems aan de kust en Kalnciems landinwaarts. Watervogels maken er graag een tussenstop, vooral bij het ondiepe Kaņierismeer aan zee. Getrainde benen kunnen zich wagen aan een 3 km lang plankentraject over een moeras ten zuiden van de snelweg. Een kortere route (600 m) start vanaf een informatiecentrum dat verscholen ligt in de bossen ten westen van het oude sanatorium van Ķemeri. In de jaren dertig was deze plaats een populair kuuroord vanwege een bron met zwavelkleurig (maar schoon) mineraalwater.

common INFORMATIECENTRUM. Blijf vanuit Ķemeri de hoofdweg volgen totdat je het aan je linkerhand ziet liggen. Het centrum organiseert excursies en kan je vertellen waar je mag kamperen. Aan te raden is om een plekje aan de kust op te zoeken bij de karakteristieke vissersdorpjes.