Zuidelijk Estland

6


In zuidelijk Estland is eigenlijk alles mogelijk wat met natuur en recreatie te maken heeft. Het heeft prachtige heuvels en valleien, die in de winter worden gebruikt om te skiën en te langlaufen, en in de zomer om te fietsen en te wandelen. De mooiste plekken vind je in de Haanja Hooglanden en het Nationaal Park Karula, maar ook daarbuiten is het schitterend en is er genoeg te beleven. Zo ligt er achter de bomen altijd wel een meertje verscholen om in te zwemmen; anders kunnen watersporters zich wel uitleven op de idyllische rivieren met prachtige rotsachtige oevers. Daarnaast hebben de studentenstad Tartu en attractieve provincieplaatsen zoals Võru en Viljandi in cultureel opzicht het een en ander te bieden.

Interessant zijn de Setu’s in de zuidoosthoek. Dit is een volk met een Fins-Oegrische achtergrond, maar doordat zij in het feodale tijdperk onder Russisch bewind vielen, hebben zij zich cultureel anders ontwikkeld. Overigens hebben de Esten in het zuiden over het algemeen al een andere (meer Bourgondische) mentaliteit dan in het noorden. Een overblijfsel uit de tijd van de kruisridders toen de gebieden strikt van elkaar waren gescheiden. Vandaar ook dat de zuidelijke dialecten, verzameld onder de naam Võru, voor een noorderling nauwelijks zijn te begrijpen.

Tartu

Tartu is de ziel en het brein van Estland. Veel Esten zien het als de eigenlijke hoofdstad, al was het maar omdat het een van de weinige grote steden (100.000 inwoners) is met een kleine Russische minderheid. Belangrijker is echter dat vanuit deze universiteitsstad in de 19de eeuw het Nationale Ontwaken op gang kwam en in de jaren tachtig van de vorige eeuw waren hier de eerste protestgeluiden tegen het sovjetregime te horen. Nog steeds is Tartu voor intellectuelen. Nergens anders in het land staan zoveel standbeelden van professoren en kunstenaars, terwijl op elke hoek van de straat wel een museum te vinden is. In de cafés kan altijd een praatje gemaakt worden met de studenten: hetzij over de kwaliteit van het bier, hetzij over de problemen in Estland.

Tartu ligt je of ligt je niet. De middeleeuwse Hanzestad is tijdens oorlogen en stadsbranden verloren gegaan. Daarvoor zijn neoclassicistische gebouwen in de plaats gekomen die wat steriel overkomen. Aan de andere kant heeft het centrum een vriendelijk karakter met houten huizen en opvallend veel laagbouw. Hoe je er ook over denkt, het valt niet te ontkennen dat Tartu ondanks zijn lange en tragische bestaan een jong en dynamisch karakter heeft.

Dorpat

Tartu komt voort uit het Estse fort Tarbatu dat rond 600 n.Chr. werd opgericht op de plek waar nu het observatorium staat. Met de komst van de Zwaardbroeders in 1224 werd de naam veranderd in Dorpat en binnen tien jaar stond er een stenen fort. Niet veel later kwamen de eerste Duitse handelaren en handwerklieden, waarna het bisschopsdom zich in 1280 aansloot bij de Hanzeliga. De stad bereikte toen al een redelijke welvaart, maar het ging nog beter nadat de Zweden na de Lijflandse Oorlog in 1625 de macht overnamen. Ze plaatsten er het Lijflandse gerechtshof, er werd een drukkerij opgericht, een middelbare school geopend en als klap op de vuurpijl werd er in 1632 een universiteit geopend.

Bijna een eeuw lang had Dorpat status als intellectueel bolwerk, totdat het in 1704 verloren ging aan de tsaristische troepen. Bij de gevechten was het grotendeels in puin komen te liggen en alsof dit niet genoeg was, werd het ook nog eens geteisterd door drie grote branden (1708, 1763 en 1775). Van de oude Hanzestad bleef derhalve niets over en Tartu werd herbouwd naar de laatbarokke en classicistische mode van het eind van de 18de eeuw.

Pas toen de universiteit in de 19de eeuw werd heropend, kwam de stad weer tot leven. Nadat het later die eeuw ook aan Esten werd toegestaan om te studeren, groeide de stad uit tot het centrum van de nationalistische beweging. In 1869 vond er het eerste nationale songfestival plaats en een jaar later werd het Vanemuine Theater geopend met een voorstelling van Lydia Koidula’s De neef van Saaremaa.

De Tweede Wereldoorlog legde de stad wederom in de as. Historische panden zoals het Vanemuine Theater, het Nationale Museum, een oud warenhuis en enkele universiteitsgebouwen werden weggeblazen. Ook de oude stenen brug over de Emajõgi, altijd het symbool geweest van Tartu, overleefde het niet. Maar opnieuw toonde de stad zich veerkrachtig en tegenwoordig is het weer het intellectuele centrum van het land.

Oude centrum

Het historische hart van Tartu ligt rondom het trapeziumvormige Raadhuisplein (Raekoja plats). Nog steeds is hier de meeste bedrijvigheid. Het opvallendste gebouw op het plein is het nog functionerende raadhuis (1786), overigens erg lijkend op de barokke stadspaleizen die in de 17de eeuw in Nederland werden ontworpen. Voor het raadhuis staat Tartu’s beroemde fontein met daarin een beeld van kussende studenten. Het verhaal gaat dat twee geliefden ooit door de bliksem getroffen werden toen ze elkaar omstrengelden, waarna ze, met een paraplu in de hand, in steen veranderden.

Rond het plein staan enkele prestigieuze gebouwen. Een van de oudste is het barokke pand op nr. 2, te herkennen aan de draakvormige waterspuwer. Memorabel is het huis op nr. 18, dat gedeeltelijk op de oude stadsmuur is gebouwd en nu enigszins scheef staat doordat de muur is verzakt. Dit ‘Pisahuis’ was ooit eigendom van Barclay de Tolly, een Rus van Schotse afkomst die furore maakte in het tsaristische leger tijdens de oorlog met Napoleon. Nu is er een kunstgalerie waar 20ste-eeuwse Estse kunst wordt tentoongesteld.

In het verlengde van het plein ligt de brug over de Emajõgi. Er zijn plannen om de oorspronkelijke stenen brug uit de 18de eeuw te reconstrueren. Aan de andere kant van de rivier bevindt zich het stadsmuseum. Het meest aansprekend daar zijn de uitgebreide archeologische collectie en de tafel waaraan het Vredesverdrag van Tartu in 1920 werd getekend, de officiële onafhankelijkheidsverklaring van Estland.

common STADSMUSEUM, Narva 23. Geopend: di.–zo. 11–18 uur.

Ten noorden van het Raadhuisplein lag de oude stad. Alleen de typische straatnamen als Gildi (Gildenstraat), Rüütli (Ridderstraat) of Lai (Breestraat) herinneren nog aan de middeleeuwen, naast de bakstenen Johanneskerk (Jaani kirik) uit 1370. Het is een indrukwekkende gotische kerk, maar oorspronkelijk nog mooier toen alle 2000 terracottabeelden in hun nissen in de binnen- en buitenmuren stonden. In dezelfde straat (Jaani) staan tevens enkele oude houten huizen die de brand van 1775 hebben overleefd. Naar verluidt woonde Peter de Grote tijdelijk in het huis op nr. 20, nadat hij in 1704 Tartu had veroverd. Even verderop is het Burgermuseum. Je krijgt er een beeld van het leven van de burgerij in de 19de eeuw.

f0094-01

Tartu
Klik op een van de volgende deelkaarten voor een vergroting: linksboven, rechtsboven, linksonder en rechtsonder.

Jaani ligt parallel aan Rüütli, de belangrijkste winkelstraat. Het Sportmuseum halverwege heeft oude foto’s, sportattributen en enkele van de weinige olympische medailles die de Esten bijeen hebben gesprokkeld. Aan het eind van de straat ligt de Botanische tuin van de universiteit. Naast ongeveer 5000 verschillende plantensoorten tref je er ook fragmenten aan van de oude stadsmuur en gracht.

common TARTU BURGERMUSEUM, Jaani 16. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

ESTSE SPORTMUSEUM, Rüütli 15. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

BOTANISCHE TUIN, Lai 40. Geopend: dag. 10–17 uur.

Ülikooli

De faculteiten van de universiteit liggen over de hele stad verspreid, maar het hoofdgebouw ligt zo centraal als maar kan aan de voet van de Domheuvel. De prachtige classicistische tempel uit 1809 met haar zes Corinthische zuilen geldt nu als het symbool van de stad en is ook afgebeeld op het bankbiljet van twee kroon. Op de binnenplaats staat een standbeeld van Gustavus II Adolphus, de Zweedse koning die de universiteit in 1632 oprichtte.

In het gebouw zijn twee musea gevestigd. Het Universitair Kunstmuseum is het oudste museum (1803) van Estland en heeft voornamelijk 19de-eeuwse klassieke gipsmodellen. Het meest curieuze object is echter het dodenmasker van de filosoof Immanuel Kant.

Daarnaast kun je de zogeheten 19de-eeuwse opsluitkamers bezoeken. De hokken waren bedoeld om relschoppers af te schrikken. Afhankelijk van de ‘misdaad’ (uiteenlopend van het beledigen van vrouwen en garderobepersoneel tot het te laat terugbrengen van boeken) kon de schuldige voor een paar dagen worden opgesloten. Let op het graffitiwerk op de muren.

common UNIVERSITAIR KUNSTMUSEUM. Geopend: ma.–vr. 11–17 uur.

OPSLUITKAMERS. Geopend: ma.–vr. 11–17 uur.

Domheuvel

Op de Domheuvel (Toomemägi), overigens een flinke klim achter de universiteit langs, staan meer universiteitsgebouwen. Centraal ligt de ruïne van de 13de-eeuwse Dom. Het moet een imposante kathedraal zijn geweest, te vergelijken met die van Riga. Bijna twee eeuwen lang had men eraan gewerkt, maar in 1624 ging het bouwwerk alweer in vlammen op. Het koor werd in 1804 hersteld als universiteitsbibliotheek, maar dient sinds 1982 als Universitair Historisch Museum. Interessant is het gedeelte over het studentenleven en de rol van studentenclubs ten tijde van het nationale ontwaken.

common UNIVERSITAIR HISTORISCH MUSEUM, Lossi 25. Geopend: wo.–zo. 11–17 uur.

Lopend over de heuvel heb je vanuit verschillende hoeken mooi uitzicht over de stad en de rivier. Je passeert regelmatig standbeelden van universitaire prominenten. Zo staat bij de kathedraal de ontdekkingsreiziger en bioloog Karl Ernst von Baer (1792–1876), Tartu’s bekendste wetenschapper en uitvinder van de embryologie. Hij is tevens afgebeeld op het bankbiljet van twee kroon, temeer omdat hij als een van de weinige Baltische Duitsers de moeite had genomen om de Estse taal te leren.

Even verderop staat een beeld van een jongeman met wandelstok. Dit is Kristjan Jaak Peterson (1801–1822), dichter en grondlegger van de Estse literatuur. Gezegd wordt dat hij zo graag in Riga wilde studeren dat hij helemaal van Tartu naar Riga was gelopen.

Achter het monument zie je bij een bruggetje een kleine heuvel. Vanwege de romantische uitzichten wordt deze de Kusjesheuvel (Musumägi) genoemd.

Aan de andere kant van de ruïne zorgt een schattig bruggetje met de naam Kuradisild (Duivelsbrug) voor een verbinding met het zuidelijke gedeelte van de heuvel. Hier staat het Anatomisch Theater, veelal beschouwd als het mooiste classicistische bouwwerk van de stad. Het is ontworpen door Krause, verantwoordelijk voor meer gebouwen in Tartu. Aan de voorkant van het theater staat een beeld van de Estse schrijver en dokter Friedrich Robert Faehlmann (1798–1850). Hij verzamelde veel folkloristische verhalen waaruit Kreutzwald later de Kalevipoeg opbouwde.

Een pad gaat verder naar het Observatorium. In de 19de eeuw had het de grootste telescoop ter wereld. Op verzoek (tel. +372 7372932) kan een collectie oude telescopen worden bekeken. Teruglopend naar het centrum heb je vanaf de Engelbrug (Inglisild) een mooi uitzicht over de oude stad.

Museumstad

Passend bij Tartu’s intellectuele status is er een groot aantal musea. In Vanemuise, ten zuiden van het Raadhuisplein, liggen het Literatuurmuseum en het Zoölogisch en Geologisch Museum. Ook vind je hier het Vanemuine Theater, gevestigd in een compleet nieuw gebouw.

Een aanrader is het Estse Nationale Museum. Het geeft een goed beeld van het leven in Estland door de eeuwen heen: niet alleen de Esten komen aan bod, maar ook de diverse overheersers. Bijzonder de moeite waard is de collectie folkloristische klederdrachten. Alles is voorzien van Engelstalige uitleg.

Nog een greep uit de overige musea. Voor kinderen is het leuk om naar het Speelgoedmuseum te gaan, met ouderwetse (porseleinen) poppen en houten schommelpaarden. In Riia maantee staat het huismuseum van Oskar Luts, een beroemde novellist. In dezelfde straat vind je de KGB-Cellen die nu voor publiek toegankelijk zijn. Zo’n 7 km ten zuiden van de stad in het plaatsje Ülenurme ligt het Agrarisch museum. In dit voormalige herenhuis leer je over landbouwtechnieken door de eeuwen heen. De omringende tuin is gevuld met oude werktuigen, houten wagens, stoomlocomotieven en tractors.

common ESTSE LITERATUURMUSEUM, Vanemuise 43. Geopend: ma.–do. 9–17; vr.–zo. 9–16.30 uur.

ZOÖLOGISCH EN GEOLOGISCH MUSEUM, Vanemuise 46. Geopend: wo.– zo. 10–16 uur.

ESTSE NATIONALE MUSEUM, Kuperjanovi 9. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

TARTU SPEELGOEDMUSEUM, Lai 1. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

HUISMUSEUM VAN OSKAR LUTS, Riiamaantee 38. Geopend: wo.–za. 11–17 en zo. 13–17 uur.

KGB-CELLEN, Riiamaantee 15b. Geopend: di.–za. 11–16 uur.

AGRARISCH MUSEUM, Ülenurme. Geopend: ’s zomers dag. 10–18; ’s winters dag. 10–16 uur.

In de omgeving van Tartu

Er is oneindig veel te zien rondom Tartu. Vrijwel elk dorpje heeft een verhaal en het lijkt alsof je geen heuvel voorbij kunt gaan of er is op gevochten of er heeft een bolwerk gestaan. Ten oosten van de stad ligt het Võrtsjärv, Estlands tweede meer. Vanaf het herenhuis van Tamme heb je er een mooi uitzicht op. De populairste bestemming is Trepimägi, een heuvel nabij Vehendi. Er is een zandstrand waar je kunt zwemmen. Op de weg terug naar Tartu kun je een stop maken in het iets grotere plaatsje Elva (6000 inwoners). Twee meren in de plaats zelf zorgen voor een pittoreske sfeer, evenals de oude dennenbomen.

f0098-01

Zuidoost-Estland
Klik op een van de volgende deelkaarten voor een vergroting: linksboven, rechtsboven, linksonder en rechtsonder.

Slapen als een prins

Ooit gedacht te kunnen overnachten in het Windsor? In Sangaste staat een herenhuis dat veel wegheeft van de residentie van de Engelse koningin. Het neogotische bakstenen kasteel uit 1881 is een lust voor het oog vanwege de fantasierijke architectuur met veel torentjes en gevels. Verrassend genoeg is dit tevens een van de goedkoopste hotels in Zuidoost-Estland. Verwacht geen koninklijke luxe: je krijgt een kamer met een bed en dat is het. Het idee dat je in een kasteel slaapt, vergoedt echter veel. Bovendien kun je in de grote eetzaal goed en goedkoop dineren en een bezoek aan het kasteelmuseum is bij de prijs inbegrepen.

Otepää

Op een heuvel in de vorm van een berenhoofd (ote-pää) bevindt zich Estlands hoogst gelegen plaatsje. Het heeft een gemoedelijk centrum rondom een classicistisch stadhuis. Bezienswaardigheden liggen hier net buiten. In de 17de-eeuwse kerk kwam in 1884 de Estse Studentenvereniging bijeen om haar nieuwe vlag in te wijden: de blauw-zwart-witte die later de nationale vlag zou worden. Plaquettes aan de voorzijde van de kerk herinneren aan deze gebeurtenis.

In het zuidwestelijke uiteinde van Otepää ligt het Pühajärv, een schitterend meer met talloze inhammen en vijf kleine beboste eilandjes. Men zegt dat er positieve energie van uitgaat. Test het zelf door de zuil aan te raken. De naam (‘Heilig Meer’) kreeg in 1992 een extra dimensie door een bezoek van de Dalai Lama. Een monument herinnert aan deze gebeurtenis.

In de winter ondergaat Otepää een ware metamorfose. Zodra de eerste sneeuwvlokken vallen, worden binnen de kortste keren de ski’s uit de kast gehaald en vanuit het hele land komt men over om te langlaufen en van de bergjes af te skiën. Otepää is Estlands wintersportplaats nummer één met als grootste evenement de Skimarathon van Tartu in februari.

Rondom Põlva

Põlva heeft een grote aantrekkingskracht op jongeren. Dit in tegenstelling tot andere provincieplaatsen, waar de jeugd meestal zo snel mogelijk naar de stad trekt. De plaats zelf heeft niet veel bezienswaardigheden, maar de omgeving is schitterend en het kan goed dienen als uitvalsbasis. Zo ligt 7 km noordelijker Taevaskoja, een prachtig recreatiegebied in de vallei van de Ahja. De laatste leent zich geweldig voor kanotochten: je hebt een prachtig uitzicht op steile kliffen van rood zandsteen. Wandelaars en fietsers kunnen de grotten Väike en Suur Taevaskoja bezichtigen of helemaal doorlopen tot aan Kiidjärve.

De omgeving van Põlva heeft ook genoeg te bieden voor de liefhebbers van herenhuizen. Zij kunnen bijvoorbeeld terecht in Ahja, Mooste en Räpina. Laatstgenoemd plaatsje heeft een prachtig park.

Värska is bekend om zijn mineraalwater. Het pittoreske gehucht ligt in het gebied van de Setu’s, van wie in een plaatselijk boerderijmuseum te zien is hoe ze leven. Let op de bijzondere manier waarop de boerderijgebouwen zijn neergezet: als een gesloten cirkel om het erf waardoor het op een soort fortificatie lijkt. Je ziet dit terug in het iets noordelijker gelegen gehucht Võporzova. Als je toch deze kant op bent, ga dan ook even langs Tonja. Speciaal aan dit vissersdorpje is dat alle huizen aan één kant van de weg zijn gebouwd, uiteraard aan die van het water. In Obinitsa, waar de meeste Setu’s wonen, zou je voor een goede impressie van hun cultuur het Setu Huismuseum moeten bezoeken.

common SETU BOERDERIJMUSEUM. Geopend: ’s zomers dag. 10–17; ’s winters dag. 10–16 uur.

SETU HUISMUSEUM. Geopend: ’s zomers di.–zo. 11–17 uur. Informeer over de mogelijkheden om hier een traditionele maaltijd te nuttigen.

Setumaa

De uiterste zuidoosthoek van het land is eigenlijk geen Estland meer, maar tegelijkertijd Estser dan Ests. Het is het land van de Setu’s, een bijzondere gemeenschap die taalkundig en etnologisch verbonden is met Estland, maar in cultureel opzicht meer affiniteit heeft met Rusland. Setumaa was het enige Estse gebied dat in de middeleeuwen onder Russische controle kwam en dus niet Duits en Luthers werd. In de loop van de tijd is veel van de Russische cultuur overgenomen, het orthodoxe geloof voorop. Maar omdat de Russische taal zo moeilijk was, werd deze (op een aantal leenwoorden na) nooit overgenomen. En omdat de priester lange tijd alleen in het Russisch preekte, duurde het ook veel langer alvorens ze bekeerd waren. De Setu’s raakten zodoende in een taalkundig en religieus isolement, met als gevolg dat het Võru-Setu veel dichter bij de oorspronkelijke Fins-Oegrische talen ligt dan het officiële Estisch, terwijl in hun cultuur ook veel meer tradities bewaard zijn gebleven. Zo hebben ze een eigen god, Peko genoemd, over wie een 8000 verzen tellend epos bestaat. Daarnaast hebben ze veel traditionele dansen en liederen, gezongen door vrouwen die dan grote zilveren borstplaten dragen. Zoals veel etnische minderheden strijden de Setu’s voor hun bestaan. De jeugd gaat langzaam op in de Estse maatschappij en het bevolkingsaantal loopt snel terug. Een groot struikelblok is de grens tussen Rusland en Estland die sinds 1991 dwars door Setumaa loopt. Estse Setu’s kunnen tegenwoordig nauwelijks in contact komen met hun verwanten in het Russische Pecory (Petersi in het Estisch), de officieuze hoofdstad van Setumaa. Door middel van feesten en evenementen probeert men de cultuur en taal van de ongeveer 4000 overgebleven Setu’s in Estland (naast 3000 in Rusland) zo goed mogelijk in stand te houden. Setu-vrouwen drinken ether op feestjes; in een grote kring gaat de etherfles rond.

Niet alledaags zijn de zandgrotten van Piusa, bij de spoorwegovergang aan de weg tussen Värska en Obinitsa. Ze zijn het resultaat van glaszandwinning in de jaren twintig. Neem een zaklamp mee, verken de grotten en vind het zandaltaar van hedendaagse heksen. Zorg er wel voor dat je niet verdwaalt, want voor je het weet kom je terecht in een gigantische vleermuizenkolonie.

Vanaf de grotten richting Võru kom je na een paar kilometer bij de rivier de Piusa. Hier begint een wandeltocht van 15 km (alleen de heenweg). Je loopt door een schitterende vallei met steile zandstenen wallen. Uiteindelijk kom je terecht in het park van het herenhuis van Vana-Vastseliina. Niet veel verder liggen de aantrekkelijke ruïnes van het 14de-eeuwse Duitse kasteel van Vastseliina. Natuurlijk kun je ook met de auto gaan.

Võru

Võru (16.000 inwoners) is een typisch provinciestadje dat aan een mooi meer ligt en uitkijkt op de Suur Munamägi en Vällamägi, de hoogste toppen in het Baltische gebied. Het is een slaperig plaatsje, mede door het fantasieloze, rechthoekige stratenplan dat zo in de 18de eeuw was uitgedacht in opdracht van Katharina de Grote, maar door de mooie classicistische houten huizen en het groen heeft het toch een vriendelijke uitstraling. Bezienswaardigheden zijn de orthodoxe (1806) en Lutherse (1793) kerk. Voor de laatste staat een monument ter nagedachtenis aan de plaatselijke raadslieden die in 1994 omkwamen bij de veerbootramp. Ook is er een Regionaal museum.

De beroemdste inwoner van Võru was F.R. Kreutzwald (1803–1882), de schrijver van het nationale epos Kalevipoeg. Zijn huis, waar hij een dokterspraktijk had, een van de oudste gebouwen (1793) van de stad, is nu een museum. In het park bij het meer staat een standbeeld van de schrijver, gemaakt door Adamson.

Het Võru Instituut in de plaats houdt zich bezig met de taal (het Võru) en cultuur van de regio. Dat deze nog volop in de belangstelling staan, blijkt het best uit de Estse afvaardiging voor het Eurovisiesongfestival van 2004: een groep jongedames in klederdracht die in het Võru zongen.

common REGIONAAL MUSEUM, Katariina 11. Geopend: wo.–zo. 11–18 uur.

KREUTZWALD MUSEUM, Kreutzwaldi 31. Geopend: wo.–zo. 10–17 uur.

Informatie is alleen in het Estisch.

Natuurschoon in de zuidpunt

De oervallei Rõuge is zo mooi dat het moeilijk te begrijpen valt dat er maar zo’n 2000 mensen (willen) wonen in het gelijknamige plaatsje. Dit is eigenlijk het echte hoogtepunt van Haanja, in plaats van de 10 km oostelijker gelegen Suur Munamägi! Tegelijkertijd is het een dieptepunt: Suurjärv, in het midden van het dorp, is met 38 m het diepste meer van Estland. Men zegt dat er een geneeskrachtige werking van uitgaat, vandaar de bijnaam het ‘Heksenmeer’. Het dorp wordt omgeven door zeven kleine meertjes die samen met de omringende heuvels voor een romantische sfeer zorgen. De vallei is in totaal 10 km lang en leuk om doorheen te wandelen. Een mooi uitzicht heb je vanaf Linnjärv, het noordelijkste meer. Bij het Kahrilameer (het grootste van de zeven), ligt de canyon van Hinni, de enige van Estland met een diepte tot 20 m en een breedte van 3–7 m.

Verder naar het zuiden tegen de grens met Letland liggen nog enkele reservaten. Het interessantst is Luhasoo, 15 km vanaf Rõuge in de richting van Krabi. Door een studiepad (4,5 km) kom je meer te weten over het ecosysteem van de moerasmeren en de beschermde plantensoorten. Wees gewaarschuwd: je kunt natte voeten krijgen en volgens legendes woont de duivel in een van de meren (Mustjärv). Meer onheil kun je verwachten in Paganamaa (Duivelland), iets ten zuidwesten van Krabi. De Piiriorgvallei aldaar met een reeks aan meertjes biedt echter zulke mooie uitzichten dat je de ‘angst’ maar even opzij moet zetten. Er zijn wandel- en fietstrajecten en een uitkijktoren.

Eveneens prachtig zijn de hooglanden van het Nationaal Park Karula. De eivormige heuvels zijn gevormd door een gletsjer die tevens oneindig veel kleine meertjes heeft achtergelaten. Het grootste en attractiefste meer is Ähijärv, ten zuidwesten van Antsla. In het gelijknamige plaatsje is een bezoekerscentrum waar men je meer kan vertellen over wandel- en fietsroutes.

Concurrentie op hoog niveau?

Zoals vaker bij buurlanden, bestaat er tussen Letland en Estland een speelse rivaliteit. Natuurlijk vooral op sportgebied: zolang ze maar van de ander winnen is alles goed. Daarnaast weten ze precies wat beter of groter bij elkaar is. Zo kunnen de Letten zeggen dat zij met Riga tenminste een echte stad hebben: Tallinn is daarmee vergeleken maar een gehucht. Estland stelt daar tegenover dat Letland geen eilanden heeft: zelfs Ruhnu, dat dichter bij de Letse dan de Estse kust ligt, wilde niet bij Letland horen. Daarnaast moeten de Letten dulden dat hun hoogste punt, Gaizaņkalns (312 m) net iets lager is dan de Suur Munamņgi (318 m). In Estland gaat het verhaal dat er op een dag een aantal Letten met scheppen naar de ‘Grote Eiheuvel’ waren gegaan om eigenhandig de zes meter verschil ongedaan te maken. Gelukkig mislukte hun missie, want zelfs met deze 318 m zul je boven echt geen hoogtevrees krijgen. Zelfs ons drielandenpunt ligt hoger (321 m). Niettemin heb je vanaf de observatietoren op de top wel degelijk uitgestrekte vergezichten over het omliggende Haanja Natuurpark. Bij helder weer kijk je zelfs tot aan Tartu en Pskov. Een schrale troost voor de Letten: hun regio Vidzeme heeft het grootste aaneengesloten gebied in het Balticum dat boven de 200 m ligt.

common OBSERVATIETOREN. Vanaf de weg tussen Võru en Ruusmäe, iets ten zuiden van Haanja, is het ongeveer 10 minuten naar boven lopen. Geopend: mei–aug. dag. 10–20; sept. dag. 10–17; okt. za.–zo. 10–20 uur.

Baltische Berlijnse Muur

Dwars door het grensstadje Valga loopt de grens met Letland. Tot het eind van de Eerste Wereldoorlog leefden Esten en Letten hier gebroederlijk naast elkaar (beiden maakten immers deel uit van het tsaristische rijk), maar toen de onafhankelijkheid een feit was, claimden ze beiden de hele plaats. De spanning liep zo hoog op dat een oorlog dreigde, maar een Brits voorstel bracht uitkomst: de grens werd dwars door de stad getrokken. Zodoende zijn er nu twee plaatsen: Valga in Estland en Valka in Letland.

Viljandi

Viljandi is absoluut de mooiste van alle plattelandsstadjes in het Balticum. Het ligt aan een prachtig meer met daaromheen heuvels waarop ooit een machtig kasteel prijkte. De straten gaan op en neer, ook in de oude binnenstad die verder rijk is aan knusse houten huizen uit verschillende tijden.

Viljandi is de provincie op zijn best: het is er schoon, groen en rustig. Behalve tijdens het folklorefestival in juli, want dan staat de stad volledig op zijn kop. Vier dagen lang zijn er openluchtconcerten, workshops, dansvoorstellingen en worden er muziekinstrumen tentoongesteld. Het jonge publiek dat hierop afkomt, maakt duidelijk dat de folklore hier nog altijd leeft.

Tegenwoordig is de economische en politieke betekenis van Viljandi beperkt; vroeger was dit wel anders. In de middeleeuwen was het een welvarend handelsstadje dat vanaf de 14de eeuw bij de Hanzeliga hoorde, maar vanwege de vruchtbare landbouwgrond was er ook in latere tijden altijd rijkdom. Daarnaast heeft het kasteel van Viljandi eind 15de eeuw als hoofdkwartier van de Lijflandse Orde gediend. De Zwaardbroeders hadden het bolwerk al in 1224 gebouwd. Uitgestrekt over twee heuvels was dit de grootste van Lijfland. Helaas is veel verwoest, maar wat is overgebleven spreekt nog tot de verbeelding, vooral vanwege het schitterende uitzicht op het Viljandimeer.

Achter de ruïnes is een mooie rode hangbrug (1931) gebouwd. Deze leidt naar het park van een voormalig herenhuis. Hierin staat ook een kerk uit de 15de eeuw, al is er weinig over van het oorspronkelijke bouwwerk.

Vanaf de oever van het meer zie je goed hoe de huizen kriskras tegen de heuvelwand zijn neergezet om maar uitzicht op het water te hebben. Nog beter uitzicht heb je als je een bootje of waterfiets huurt. Even uitrusten op het strandje of een duik in het schone water (er is zelfs een bron die gebruikt wordt als drinkwater) kan geen kwaad, want de klim naar boven over de 158 treden van de Trepimägi is behoorlijk zwaar. Eenmaal boven sta je voor het 18de-eeuwse stadhuis op het Laidonerplein. Deze is vernoemd naar de in Viljandi geboren generaal die als rechterhand van Päts een heldenrol vervulde tijdens de Eerste Onafhankelijkheidsoorlog (1918–1920). Op het plein staat tevens een watertoren die je kunt beklimmen. Het Viljandi Museum is gevestigd in een mooi classicistisch gebouw uit 1780. Te zien is onder andere een maquette van het kasteel.

common VILJANDI MUSEUM, Laidoneri plats 10. Geopend: wo.–zo. 10–17 uur.

Rondom Viljandi

In de omgeving van Viljandi liggen enkele mooie herenhuizen. Het best bewaard gebleven complex van het land is dat van Olustvere, pal boven de provinciestad. Zowel het huis als de tuin is in Engelse stijl. In het hoofdgebouw is nu een café. Je kunt vervolgens nog even doorrijden naar het plaatsje Suure Jaani, dat mooi aan een meer ligt. Ook staat er een statige 14de-eeuwse kerk.

Slechts enkele kilometers ten zuidwesten van Viljandi bevindt zich het herenhuis van Heimtali. Het huis zelf is niet zo bijzonder, maar de voormalige zuivelfabriek met vier torens in neogotische stijl is een aparte verschijning.

Het leukste plaatsje uit de regio is Karksi, dat wordt omringd door zes meren. De rijkdom van de omgeving blijkt wel uit de drie herenhuizen. Op een heuvel langs het water liggen de romantische ruïnes van een 14de-eeuws kasteel en een scheefstaande oude kerk.

Het opvallendste herenhuis uit de regio staat in Taagepera. Het dateert uit het begin van de 20ste eeuw en is geïnspireerd op de Jugendstil uit Riga. Vanbinnen is het minstens zo bont gestileerd als vanbuiten. Tegenwoordig dient het als hotel.

Verder richting Valga passeer je het dorp Helme. Langs de weg liggen de ruïnes van een 13de-eeuws kasteel. De grot achter het bolwerk werd in tijden van oorlog vaak gebruikt om kostbaarheden en heiligdommen te verstoppen.

Nationaal Park Soomaa

Soomaa betekent ‘moerasland’: duidelijker kan het niet zijn. Het gebied beslaat 372 km2 en bestaat uit vier grote moerassen. Een dergelijke concentratie aan modderpoelen kom je niet vaak tegen. Vandaar dat Soomaa veel wordt bestudeerd, vooral tijdens het zogenoemde vijfde seizoen aan het eind van de winter (april) als het land grotendeels onderloopt door het smeltwater. Talloze kleurrijke bloemen, insecten en vogels zorgen dan voor een schitterend tafereel. Maar ook in andere jaargetijden is het de moeite waard. In het bezoekerscentrum kun je wijzer worden over wandel-, fiets- en kampeermogelijkheden.

Komend uit Viljandi is Kuresoo het eerste en tevens grootste moeras (11.000 ha) dat je tegenkomt. Eigenlijk bestaat het uit tien kleinere poelen die met elkaar verbonden zijn door heel drassige gebieden. In Hüpassaare, ten noordwesten van Viljandi, ligt een wandelroute. Deze begint bij de oude woning van de componist Mart Saar, die hier zijn jeugd en de zomers doorbracht. Saar (1882–1963) was een van de eerste Esten die het conservatorium doorliep en zich met professionele Estse muziek bezighield. Kenmerkend voor zijn werk is dat hij oude folkloristische liederen een eigentijds geluid gaf. Daarnaast archiveerde en analyseerde hij de oude melodieën en teksten. Ook schreef hij eigen liederen, waarbij natuur en vaderland centraal stonden.

Meer naar het westen richting Jõesuu ligt het Riisa-moeras. Hier kun je wandelen over een 2 km lang traject. De weg vervolgend (voorbij Jõesuu en het bezoekerscentrum) in zuidelijke richting kom je bij het Öördi-moeras. Ook hier is een wandelpad (1,4 km). In de herfst kleuren de veenbessen schitterend rood. In de zomer is het een mooie plek om van de zonsondergang te genieten.

Een andere optie is om iets voor het bezoekerscentrum af te slaan in oostelijke richting. De twee rivieren, Raudna en Lemmjõgi, treden hier in de lente bijna altijd buiten hun oevers. Doorrijdend om het Valgeraba-moeras heen kom je in Lubjasaare. Hier staat het huis van de schilder Johann Köler, nu ingericht als museum. Köler (1826–1899) wordt gezien als de grondlegger van de Estse schilderkunst. Na lange tijd te hebben rondgereisd in Europa (hij heeft tijdelijk in Nederland gewoond), vestigde hij zich uiteindelijk in Sint-Petersburg waar hij onder andere voor de tsaristische familie werkte. Gebruikmakend van zijn positie wist hij de positie van zijn volk in de Russische hoofdstad aan de orde te brengen. Köler dankt zijn faam vooral aan de expressieve portretten die hij maakte van prominente personen.

common BEZOEKERSCENTRUM, Kõrtsi-Tõramaa, op de weg tussen Jõesuu en Kõpu. Geopend: ’s zomers di.–zo. 10–18; ’s winters wo.–za. 10–16 uur. Het heeft een video en interactieve rondleiding door het park, maar kan ook informeren over wandelroutes, excursies en kampeergelegenheden. Kamperen kan overigens ook bij het centrum. Voor kinderen zijn er een speeltuin en sportveld aangelegd. Vlak bij het bezoekerscentrum is een beverpad uitgezet.

Het kanocentrum Saarisoo ten noorden van het Riisa-moeras verhuurt kano’s en traditionele haabja’s die uit een esp worden gemaakt.