De liefde komt als een vlinder met gouden vleugelpunten
Halfnegen. Op Barry’s broek zaten vlekken van de koeienstront van de metalen zitting van de tractor, zijn handen stonken naar benzine en alleen God wist of zijn das niet scheef zat. Hij belde bij Patricia aan, hield de deurkruk met een hand vast en wachtte. De deur ging open.
‘Sorry dat ik te laat ben.’
Ze lachte. ‘Dat is niet erg. Jouw mevrouw Kincaid heeft gebeld. Ze zei dat je onverwacht op huisbezoek moest en jij haar had gevraagd mij dat te laten weten.’
Terwijl hij naar Patricia keek bedankte hij Kinky in gedachten. Patricia had haar haar los laten hangen en dat viel glanzend en soepel op haar schouders, als de vleugels van een raaf. Ze had roze lippenstift opgedaan en een klein beetje oogschaduw accentueerde haar amandelvormige ogen.
‘Sta je met je mond vol tanden?’
‘Nee. Ik stond me net te bedenken dat het geen wonder is dat Marcus Antonius verliefd werd op Cleopatra als zij net zulke ogen had als jij.’
‘Ik dank u voor dat compliment, meneer,’ zei ze luchtig. Toen kuste ze hem op zijn mond. Een kort kuis kusje, zoals een broer en zus dat konden uitwisselen. Toch deed hij zijn ogen dicht en genoot van haar geparfumeerde smaak. ‘Heb je een leven gered?’
‘Een leven? Een enkel leven? Ik heb een plaag van de builenpest in Ballybucklebo voorkomen, een lijntrekker net op tijd tot de orde geroepen, mijn eigen bloed gegeven…’
‘Houd je mond,’ zei ze lachend. ‘Volgens mij kun jij nooit serieus zijn.’
‘Jawel, hoor.’
‘Niet echt. Je bent zo laat dat het wel een belangrijk ziektegeval moet zijn geweest.’
‘Nee. Het ging om een hypochonder met een stijve nek.’ Die ellendige majoor Fotheringham, dacht hij. ‘Het heeft niet lang geduurd voordat ik wist wat er aan de hand was.’
‘Waarom ben je dan zo laat?’
‘Ik stond zonder benzine.’
‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Ik heb een lift met een tractor gekregen. Daarom…’ Hij wees op zijn smerige broek. ‘We kunnen nu beter gaan, want de keuken van de jachtclub sluit om negen uur.’
‘Dat hoeft niet. Ik heb gebeld om te annuleren en zelf een hapje voor ons klaargemaakt.’ Ze pakte zijn hand en trok hem mee de hal in.
Wat een meisje! Mooi, overtuigd van eigen kunnen en prima in staat zich aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Anders dan zijn vorige vriendinnetje, dacht hij droog, die nijdig werd als hij op de afdeling was opgehouden en daarmee haar plannen in het honderd liet lopen.
‘Je vindt het echt niet erg?’
‘Ik kook graag. Het kan niet direct jouw schuld worden genoemd dat je je werk moest doen. Je baan is altijd belangrijk.’ Ze nam hem mee naar een kleine kamer. ‘Verder heb ik nog nooit gehoord dat iemand zonder benzine was komen te staan als hij onderweg was náár een afspraakje.’
‘Dat weet ik. Gewoonlijk regel ik zoiets voor de terugweg. In een donker, stil straatje.’
‘Vanavond zul je dat niet kunnen doen.’
‘Zoiets zou ik bij jou ook nooit willen proberen!’ Hij wilde haar vastpakken, maar ze liep weg. Hij ging niet achter haar aan, want hij wist dat hij alle tijd van de wereld had, en hij keek in de kamer om zich heen.
Boeken stonden netjes op planken die op bakstenen rustten. Vele daarvan hielden verband met weg-en waterbouwkunde, maar hij zag ook boeken van Steinbeck, Tolkien en een boek van een zekere Betty Friedman, The Feminine Mystique geheten. Hij vroeg zich af of dat zoiets was als dat eigenaardige Le deuxième sexe van die Française Simone de Beauvoir, dat hij tevergeefs had geprobeerd te lezen. Een tafel was voor twee personen gedekt, bij een raam met uitzicht over Belfast Lough.
‘Je woont hier leuk.’
‘Dank je.’
Ze zette een grammofoonplaat op. Barry luisterde naar een volgens hem in het Italiaans zingende sopraan. De stem zwol aan en zakte weer weg in cadansen die hem diep ontroerden.
‘Wie is dat? Het is heel mooi.’ Dat was zij ook, zoals ze daar stond, afstekend tegen het licht dat werd weerkaatst door het kalme water van Belfast Lough. Haar witte shirt legde subtiel de nadruk op haar donkere ogen en dito haren, zoals de zetting van een diamanten ring de edelsteen kon accentueren.
‘Mozart,’ zei ze. ‘“Voi che sapete” uit Le nozze di Figaro. Vind je het mooi?’
‘Het is verbazingwekkend.’
‘Ik hoop dat je van lasagne houdt.’
‘Ik heb er ooit een gehad, maar toen zijn de wielen eraf gevallen.’
‘Wat zeg je?’
Hij schoot in de lach. ‘Ik heb er nog nooit van gehoord.’
‘Idioot!’ Ze grinnikte. ‘Dat is een Italiaans gerecht.’
‘O.’
‘Italiaanse muziek, Italiaans eten en Italiaanse wijn.’ Ze gaf hem een kurkentrekker en wees op een fles die op tafel stond. ‘Wil je die openmaken? Valpolicella.’
‘Nu hebben we alleen nog een paar mandolinespelers nodig om hier la bella notte van te maken.’ Hij wist dat zijn Italiaanse accent goed was na vele jaren vriendschap met Jack Mills, de rasimitator.
‘Spreek je Italiaans?’
‘Helemaal niet, maar ik heb Lady and the Tramp gezien.’
‘Idioot!’ zei ze nogmaals. Haar haar kwam zacht in beweging toen ze haar hoofd schudde, en haar lach – dieper dan de tonen van de sopraan – vulde de kamer. ‘Ik heb ooit gelezen dat vrouwen moeten oppassen voor mannen die hen aan het lachen maken. Ik zal je goed in de gaten moeten houden, Barry Laverty.’
En ik zal jou in de gaten houden, Patricia, dacht hij. Hij zag de welving van haar borsten en haar slanke taille. Haar hinken viel hem totaal niet op toen ze grinnikend een deur door ging die, zo vermoedde Barry, naar haar keuken leidde.
Hij legde zijn mes en vork op een door tomatensaus gekleurd bord neer en zei: ‘Dat was zalig.’ Hij nam een slokje van de donkere wijn en proefde de Toscaanse zon terwijl de zon van Ulster achter de horizon verdween. ‘Echt heerlijk.’
‘Ik ben blij dat je het lekker vond.’ Ze pakte hun borden. ‘Blijf zitten. Ik ben zo weer terug. Deze borden kunnen vast weken in de spoelbak.’
Barry voelde zich voldaan na de lasagne en twee – hij keek naar zijn glas – nee, bijna drie glazen wijn, en strekte zijn benen. Hoewel de avond een ware ramp had kunnen worden, leek alles zich in zijn universum naar behoren te ontvouwen. Hij bleef zich alleen wel een beetje bezorgd afvragen of hij meer tijd had moeten besteden aan het onderzoeken van majoor Fotheringham. Wat zou Fingal zeggen? ‘Gedane zaken nemen geen keer.’ Hij zette alle gedachten aan zijn patiënt van zich af toen Patricia de kamer weer in kwam en zich over de grammofoon heen boog.
‘Dit is mijn favoriet,’ zei ze. ‘Goed luisteren.’
Het was een duet. Twee sopranen met stemmen als vloeibaar zilver en gesmolten goud zongen in perfecte harmonie.
‘Het bloemenduet – “Viens Malika” – uit Lakmé,’ zei ze terwijl ze met dichte ogen met de muziek mee wiegde.
Hij ging staan, liep naar haar toe en sloeg zijn handen om haar middel. Ze leunde tegen hem aan, met haar hoofd tegen zijn borstkas. Hij kuste de fijne donshaartjes in haar nek. Hij hoorde dat ze sneller ademhaalde toen hij haar omdraaide en haar zachte gestalte dicht tegen zich aan bleef houden. Hij kuste haar langzaam, diep, en voelde dat ze aan zijn onderlip knabbelde. Hij sloeg zijn armen om haar heen terwijl de muziek hen zacht omarmde en het steeds vager wordende licht de muren van haar kamer op een aquarel deed lijken.
Zijn hand vond haar borst, die stevig aanvoelde, en ze slaakte een kreetje. Haar adem was warm als verse botermelk, zoet als net gemaaide klaver. Hij worstelde met het bovenste knoopje en voelde dat ze zijn pols vastpakte. Toen maakte ze zich uit zijn armen los.
‘Nog niet, Barry. Alsjeblieft.’
‘Patricia…’
‘Nog niet. Ga het niet verpesten.’ Haar stem klonk laag.
Barry slikte. Moeizaam. Haar ogen waren groot en zacht als fluweel, en er leken tranen in te glanzen.
‘Oké.’ Had hij haar angst aangejaagd? Was hij te hard van stapel gelopen? Zou ze hem nu vragen om te vertrekken? Uit de grond van zijn hart hoopte hij van niet.
‘Sorry, Barry. Ik wil het wel, maar…’
Hij produceerde zachte, geruststellende geluidjes en streelde haar haar.
‘Maar nu nog niet. Niet vanavond al.’
‘Ik begrijp het.’ Onzin, natuurlijk. Hij had weliswaar niet veel ervaring met vrouwen, maar hij wist volkomen zeker dat zij hem even sterk begeerde als hij haar. ‘Het geeft niet.’
‘Dank je.’ Ze pakte zijn hand en trok hem mee naar een kleine bank. ‘Kom je naast me zitten? Wees alsjeblieft niet boos.’
Hij ging zitten. ‘Ik ben niet boos.’
‘Barry?’ Ze aarzelde. ‘Ik denk dat ik verliefd op je zou kunnen worden, maar ik weet niet of ik daar klaar voor ben.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik ingenieur wil worden.’
‘Dat weet ik.’
‘Ik heb geen tijd voor verliefdheid.’
‘Ik wel.’ Aan de stand van haar kaken zag hij dat het zinloos was hierover in discussie te gaan. Door het bonzen van zijn hart, zijn vochtige handpalmen en het racen van zijn gedachten wist hij dat hij al smoorverliefd op haar was.
Toen de laatste, trieste tonen van het ‘Bloemenduet’ weerklonken was het buiten bijna donker geworden. Hij zat daar op de bank, met haar hand in de zijne, en wist niet wat hij kon zeggen.
‘Je begrijpt het niet,’ zei ze. ‘Het gaat niet om de seks, maar om mij. Ik wil in de mannenwereld mannenwerk doen en dus moet ik twee keer zo hard werken. Je weet wat het jou heeft gekost om je medicijnenstudie af te ronden.’
‘Ik heb de examinatoren omgekocht,’ zei hij, zoals altijd zijn toevlucht nemend tot een grap. Kon hij het begin van een glimlach zien?
Ze schudde haar hoofd. ‘Daar waren hard werken en toewijding voor nodig.’ Het laatste schemerlicht bescheen het silhouet van haar gezicht.
‘Toch heb ik ook wel wat tijd gehad om plezier te maken.’
‘Ik heb vanavond een college laten schieten om jou te kunnen zien, en je hebt zelf gezegd dat je studie intensief was.’ Haar borsten gingen op en neer.
‘Toch had ik wel tijd voor een vriendinnetje.’
‘Die heb ik niet… Tijd voor een vriend, bedoel ik. In elk geval niet voor een serieus vriendje. Ik durf met mijn studie niet achterop te raken.’ Ze ging staan en sloeg haar armen over elkaar.
Hij wenste dat hij haar ogen kon zien, maar daarvoor was het al te donker in de kamer. ‘Ik kan nu maar beter gaan,’ zei hij afgemetener dan zijn bedoeling was geweest.
‘Wees alsjeblieft… alsjeblieft niet boos. Ik vind je heel erg aardig, maar ik wil niet dat jij of wie dan ook…’
‘Ik begrijp het.’ Hij ging staan. ‘Ken je dat oude liedje over een ballerina die wordt aangemoedigd te dansen en de lege stoel op de tweede rij gewoon te negeren?’
‘Wat probeer je daarmee te zeggen?’ Haar stem klonk nu een beetje gespannen.
‘Die ballerina had omwille van haar carrière de man opgegeven die van haar hield, en daar had ze later spijt van.’
‘Denk je dat ik hier ook spijt van zal krijgen?’ Ze liep een eindje van hem vandaan.
‘Patricia, dat weet ik werkelijk niet, maar mij spijt het in elk geval wel.’ Heel erg, als een ondraaglijk verlies, voegde hij er in gedachten aan toe.
‘Het spijt me.’
‘Mij ook.’ Hij wachtte of ze nog iets – wat dan ook – zou zeggen, maar ze had zich half omgedraaid en keek de donkere avond in.
‘Oké.’ Hij liep naar de deur. ‘Dank voor een heerlijk etentje.’ Zijn stem klonk beleefd, koud.
‘Barry, ik…’
‘Ja?’
‘Ik zou je wel graag weer willen zien.’ Ze liep dichter naar hem toe en hij rook haar parfum.
Om me te vertellen dat je carrière belangrijker is? Om me hoop te geven en die dan opnieuw de grond in te boren? Hij herinnerde zich de goede raad van een professor in de chirurgie. ‘Als je probeert kanker te behandelen, moet je er vlug bij zijn en de incisie breed en diep maken om alles weg te halen.’ Aan die raad kon hij zich nu beter houden. Maar toch… ‘Pas over een paar weken heb ik weer een vrije dag.’
‘Wil je me bellen?’
Hij aarzelde. Nee. Het was zinloos weer hoop te gaan koesteren.
‘Alsjeblieft?’ Ze liep nog iets dichter naar hem toe, maar hij stak zijn hand uit. Dat gebaar negeerde ze. Ze kuste hem, en hij hield haar vast.
‘Ik zal je bellen,’ zei hij. Hij slikte en hield zichzelf voor dat hij een dwaas was. Een andere Patricia zou er echter nooit zijn. Niet voor hem. Dat was iets anders wat hij van die prof had geleerd. ‘Zolang er hoop is, al is het nog zo weinig, moet je de strijd niet opgeven.’
‘Dank je. Probeer het alsjeblieft te begrijpen.’
‘Nog een goede avond,’ zei Barry, en hij trok de deur achter zich dicht.
