De witte neonreclame boven café Mort's pulseerde en vibreerde en trok de dorstige massa's van Truly, Idaho aan als een vuurtorenlicht. Maar Mort's was meer dan een bierbaken. Meer dan alleen een plek om op vrijdagavond een koude Goors te drinken en bij een vechtpartij betrokken te raken. Mort's had historische betekenis - ongeveer net zoals de Alamo. Terwijl de andere cafés in het stadje kwamen en gingen, was Mort's altijd hetzelfde gebleven.
Tot ongeveer een jaar geleden in elk geval, toen de nieuwe eigenaar het café had opgeknapt met liters lysol en verf en een streng beleid tegen het slipjes gooien had ingevoerd. Vroeger werd het gooien van ondergoed naar de geweitakken boven de bar aangemoedigd als een soort zaalsportevenement. Als een vrouw nu de behoefte voelde om haar slipje te gooien, werd ze in haar blote kont naar buiten gesmeten.
Tja, die goeie ouwe tijd.
Maddie Jones stond op de stoep voor Mort's en staarde naar het uithangbord, volkomen immuun voor de onbewuste aantrekkingskracht van het licht in de invallende duisternis. Een ondefinieerbaar gegons van stemmen en muziek sijpelde naar buiten door de kieren van het oude gebouw dat tussen
Ace IJzerwarenhandel en restaurant Panda geklemd stond.
Een stel in jeans en topjes passeerde Maddie rakelings. De deur ging open en het geluid van stemmen en het onmiskenbare gejengel van countrymuziek stroomden Main Street in. De deur ging dicht en Maddie bleef buiten staan. Ze hing het hengsel van haar schoudertas goed en trok de rits van haar dikke blauwe sweater omhoog. Ze was niet vergeten hoe koud het 's avonds kon zijn. Zelfs in juli.
Ze stak haar hand uit naar de oude deur en liet hem toen weer langs haar zij vallen. Een verbazingwekkende golf van ongerustheid zorgde ervoor dat haar nekharen overeind gingen staan en haar maag zich omdraaide. Ze had dit al tientallen keren gedaan. Waarom dan die angst? Waarom nu? vroeg ze zich af, hoewel ze het antwoord wist. Omdat het dit keer persoonlijk was, en als ze de deur eenmaal opendeed had ze de eerste stap gezet en was er geen weg meer terug.
Als haar vriendinnen haar nu konden zien staan, alsof haar voeten in beton waren gegoten, zouden ze geschokt zijn. Ze had seriemoordenaars en koelbloedige misdadigers geïnterviewd, maar krankzinnigen met asociale persoonlijkheidsstoornissen met mooie praatjes proberen te vleien was niets vergeleken met wat haar in Mort's te wachten stond. Achter het bordje met de tekst VERBODEN VOOR ONDER DE 21 wachtte haar verleden op haar en ze had onlangs geleerd dat graven in het verleden van andere mensen heel wat gemakkelijker was dan graven in haar eigen verleden.
'Jezus,' mompelde ze terwijl ze haar hand naar de deur uitstak. Ze walgde van zichzelf omdat ze zich als zo'n angsthaas gedroeg, en ze verpletterde haar bezorgdheid onder de zware vuist van haar sterke wil. Er zou niets gebeuren wat ze niet wilde. Ze was de situatie meester. Zoals altijd.
Het zware gedreun van de jukebox en de geur van bier en tabak overvielen haar toen ze naar binnen stapte. De deur ging achter haar dicht en ze bleef staan om haar ogen aan het schemerige licht te laten wennen. Mort's was een gewoon café. Net als duizenden andere cafés waar ze overal in het land was geweest. Niets speciaals, zelfs de geweien die boven de lange kastanjebruine bar hingen waren niet uitzonderlijk.
Maddie hield niet van cafés, en vooral niet van cowboycafés. De rook, de muziek, het voortdurend stromende bier. Ze had ook niet zoveel op met cowboys. Wat haar betreft woog een strak cowboykontje in een nauwsluitende Wrangier niet op tegen de laarzen, de gespen en de massa's kauwgom. Ze hield van mannen in kostuum en Italiaanse leren schoenen, hoewel ze de afgelopen vier jaar geen man en zelfs geen afspraakje had gehad.
Ze bestudeerde de menigte terwijl ze zich een weg baande naar het midden van de lange eiken bar en de enige lege kruk. Haar blik registreerde cowboyhoeden en baseballpetten, een paar mannen met borstelhaar en een of twee met matjes in hun nek. Ze zag paardenstaarten, bobs op schouderlengte en een paar afgrijselijke permanenten die rechtstreeks uit de jaren tachtig afkomstig leken. Wat ze niet zag was de man naar wie ze op zoek was, hoewel ze niet echt verwachtte hem aan een van de tafels te zien zitten.
Ze wrong zich tussen een man in een blauw T-shirt en een vrouw met te vaak geblondeerd haar op een barkruk. Achter de kassa, de flessen alcohol en de twee barkeepers die bier tapten en drankjes mixten, hing een spiegel over de volle breedte van de bar. De barkeepers waren geen van beiden de eigenaar van deze fantastische tent.
'Dat grietje at van twee walletjes, als je begrijpt wat ik bedoel,' zei de man links van Maddie. Hij was rond de zestig en pronkte met een baseballpet en een enorme bierbuik. Via de spiegel zag Maddie verschillende mannen in de rij knikken, terwijl hun aandacht gericht was op de vent met de bierbuik.
Een van de barkeepers legde een bierviltje voor haar neer en vroeg wat ze wilde drinken. Hij zag eruit alsof hij negentien was, hoewel ze aannam dat hij op zijn minst eenentwintig moest zijn. Oud genoeg om sterkedrank te schenken tussen de tabakswalmen en het oeverloze geklets.
'Sapphire martini. Extra droog, drie olijven,' zei ze terwijl ze de koolhydraten in de olijven berekende. Ze trok haar tas op haar schoot en zag de barkeeper zich omdraaien en naar de betere gin en vermout grijpen.
'Ik heb tegen dat grietje gezegd dat ze haar vriendinnetje mocht houden, zolang ze haar af en toe meenam,' voegde de man links van haar eraan toe.
'Gelijk heb je!'
'Dat had ik ook gedaan!'
Aan de andere kant, dit was het kleinsteedse Idaho, waar dingen als de drankwet over het hoofd werden gezien en sommige mensen een belachelijk verhaal een vorm van literatuur vonden.
Maddie rolde met haar ogen en beet op haar lippen om geen commentaar te geven. Ze had de gewoonte om te zeggen wat ze dacht. Ze vond dat zelf geen slechte gewoonte, maar niet iedereen kon het waarderen.
Ze keek via de spiegel het café rond, op zoek naar de eigenaar, hoewel ze hem al evenmin op een barkruk zou verwachten als aan een tafeltje. Toen ze naar het andere café in de stad had gebeld waarvan hij de eigenaar was, had ze gehoord dat hij vanavond hier zou zijn. Ze nam aan dat hij in zijn kantoor zat en zich over zijn administratie boog of, als hij op zijn vader leek, over de dijbenen van een serveerster.
'Ik betaal overal voor,' klaagde de vrouw rechts van Maddie tegen haar vriendin. 'Ik heb zelfs mijn eigen verjaardagskaart gekocht en heb J.W. zijn naam erop laten zetten, omdat ik dacht dat hij zich daardoor rot zou voelen en de hint zou begrijpen.'
'Jezus,' mompelde Maddie terwijl ze via de spiegel naar de vrouwen keek. Tussen de flessen Absolut en Skyy-wodka zag ze een bos gepermanent blond haar dat op mollige schouders viel
en borsten die uit een rood topje met bergkristallen puilden.
'Hij vond het helemaal niet erg! Hij klaagde alleen dat hij de kaart die ik had gekocht veel te sentimenteel vond.' Ze nam een slok van een drankje dat met een parasolletje was versierd. 'Hij wil dat ik langskom om voor hem te koken als zijn moeder volgend weekend de stad uit is.' Ze veegde baar ogen droog en snoof. 'Ik denk erover hem te zeggen dat ik het niet doe.'
Maddie trok haar wenkbrauwen op en liet een verbaasd 'Je meent het?' vallen voordat ze besefte dat ze iets had gezegd.
'Sorry?' vroeg de barkeeper terwijl hij het glas voor haar neerzette.
Ze schudde haar hoofd. 'Niets.' Ze zocht in haar tas en betaalde voor haar drankje terwijl er een nummer over een Honky Tonk Badonkadonk, wat dat ook mocht betekenen, uit de glanzende neon jukebox stroomde en versmolt met het voortdurende geroezemoes van de gesprekken.
Ze trok de mouw van haar sweater omhoog en pakte haar martini. Ze keek naar de opgloeiende wijzers van haar horloge en bracht het glas naar haar lippen. Negen uur. De eigenaar zou zijn gezicht vroeg of laat moeten laten zien. Als het vanavond niet gebeurde, was er altijd nog een morgen. Ze nam een slokje en de gin en vermout trokken een warm spoor naar haar maag.
Ze hoopte dat ze niet zo lang hoefde te wachten en dat hij er was voordat ze zoveel martini's had gedronken dat ze niet meer wist waarom ze op een barkruk zat en zielige passief-agressie- ve vrouwen en mannen met waanideeën afluisterde. Hoewel luisteren naar mensen met levens die zieliger waren dan het hare soms heel grappig kon zijn.
Maddie zette haar glas op de bar terug. Afluisteren was niet haar eerste keus. Ze gaf de voorkeur aan de rechtstreekse benadering: graven in de levens van mensen en hun smerige geheimen doorgronden. Sommige mensen vertelden hun geheimen zonder protest, die hunkerden ernaar om alles van zich af te praten. Anderen dwongen haar om diep te graven, ze met wortel en al uit te trekken en ze los te schudden. Haar werk was soms smerig en altijd intens, maar ze hield ervan om te schrijven over seriemoordenaars en psychopaten.
Een vrouw moest ergens in uitblinken, en Maddie, die onder de naam Madeline Dupree waargebeurde misdaadverhalen schreef, was een van de besten in haar genre. Ze schreef over gruwelijke misdaden, over gestoorden en krankzinnigen, en sommigen, onder wie haar vriendinnen, dachten dat wat ze schreef haar persoonlijkheid beïnvloedde. Maddie dacht graag dat het bijdroeg aan haar charme.