1900 San José de Gracia
De wereld draait door
Sommigen joegen de spaarcenten van verschillende generaties er in één lange braspartij doorheen. Velen beledigden degenen die zij niet hoorden te beledigen en kusten degenen die zij niet mochten kussen, maar niemand wilde zonder biecht sterven. De dorpspastoor gaf voorrang aan zwangere vrouwen en kraamvrouwen. De onbaatzuchtige priester bracht drie dagen en drie nachten vastgekluisterd in de biechtstoel door, tot hij oververzadigd van zonden in zwijm viel.
Toen het middernacht werd op de laatste dag van de eeuw, maakten alle bewoners van het dorp San José de Gracia zich gereed om goed te sterven. Sinds de stichting van de wereld had God veel toorn vergaard en niemand twijfelde eraan dat het ogenblik van de laatste uitbarsting was gekomen. Met ingehouden adem, gesloten ogen en opeengedrukte kaken luisterden de mensen naar de twaalf slagen van de kerkklok, de een na de ander, er volledig van overtuigd dat er geen later was.
Maar dat was er wel. De twintigste eeuw is alweer enige tijd op weg en gaat gewoon verder. De bewoners van San José de Gracia wonen nog steeds in dezelfde huizen en leven of overleven nog steeds tussen dezelfde bergen in Centraal Mexico, tot teleurstelling van de kwezels, die op het Paradijs hoopten, en tot opluchting van de zondaars, die, als je het goed nagaat, dit dorpje al met al nog niet zo gek vinden.
1900 Orange, New Jersey
Edison
Zijn uitvindingen brengen de pasgeboren eeuw licht en muziek. Het dagelijkse leven draagt het stempel van Thomas Alva Edison. Zijn elektrische lamp verlicht de nacht en zijn fonograaf bewaart en verspreidt de stemmen van de wereld, die nooit meer verloren gaan. Men praat per telefoon dank zij de microfoon die Edison aan het apparaat van Graham Bell toevoegde en men ziet film dank zij de projector waarmee hij de uitvinding van de broers Lumière completeerde.
Op het octrooibureau grijpen ze naar hun hoofd wanneer ze hem weer zien verschijnen. Edison laat geen minuut voorbijgaan zonder iets te scheppen. Zo gaat het sinds de dagen dat hij krantejongen was op de treinen en op een goede dag besloot dat hij, behalve kranten verkopen, ze ook zelf kon maken: en hij ging aan de slag.
1900 Montevideo
Rodó
De Meester, een standbeeld dat spreekt, slingert zijn preek naar de jeugd van Amerika.
José Enrique Rodó verdedigt de etherische Ariël, de zuivere geest, tegen de woeste Calibân, de bruut die wil eten. De ontluikende eeuw is de tijd van de gewone man. Het volk wil democratie en vakbonden, en Rodó waarschuwt ervoor dat de barbaarse menigte de toppen van het rijk van de geest kan vertrappen, waar de superieure wezens hun verblijfplaats hebben. De door de goden uitverkoren intellectueel, een groot onsterfelijk man, strijdt ter verdediging van het privébezit van de cultuur.
Ook valt Rodó de Noordamerikaanse beschaving aan, die is gegrondvest op vulgariteit en utilitarisme. Hij stelt er de Spaanse aristocratische traditie tegenover, die neerkijkt op de zakelijkheid, de handarbeid, de techniek en andere mediocriteiten.
1901 New York
Dit is Amerika, en naar het zuiden het niets
Andrew Carnegie verkoopt het staalmonopolie voor 250 miljoen dollar. Het wordt gekocht door de bankier John Pierpont Morgan, eigenaar van General Electric, die daarmee de United States Steel Corporation laat ontstaan. Consumptiekoorts, maalstroom van het geld dat in een waterval van de toppen van de wolkenkrabbers omlaag valt: de Verenigde Staten behoren aan de monopolies en de monopolies aan een handvol mannen, maarjaar najaar komen op de roep van de fabriekssirenes horden arbeiders uit Europa en in hun slaap op het dek dromen zij dat zij miljonair worden zodra zij op de kade van New York springen. In het industriële tijdperk ligt Eldorado in de Verenigde Staten, en de Verenigde Staten is Amerika. Zuidelijk slaagt het andere Amerika er niet eens meer in zijn eigen naam te stamelen. Een pas verschenen rapport onthult dat alle landen van dit Sub-Amerika handelsverdragen hebben met de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Duitsland, maar dat geen enkel land deze met zijn buurlanden heeft. Latijns Amerika is een archipel van onnozele vaderlanden, die zijn georganiseerd om hun banden te verbreken en getraind om zich te ontwapenen.
1901 In heel Latijns Amerika
Processies begroeten de pasgeboren eeuw
In de dorpen en steden ten zuiden van de Rio Bravo strompelt Jezus Christus, een stervend dier dat glimt van het bloed, en achter hem heffen haveloze, met zwerende wonden overdekte mensen fakkels en gezang: een door duizend kwalen getroffen volk, dat door geen enkele dokter of handoplegger zou kunnen worden genezen, maar dat lotgevallen waardig is, die geen enkele profeet of waarzegger in staat zou zijn te verkondigen.
1901 Amiens
Verne
Twintig jaar eerder had Alberto Santos Dumont de boeken van Jules Verne gelezen. En al lezend was hij uit huis en uit Brazilië en uit de wereld gevlucht, had hij door de hemel gereisd, van wolk naar wolk, en had hij besloten in de lucht te leven.
Nu verslaat Santos Dumont de wind en de wet van de zwaartekracht. De Braziliaanse luchtvaarder vindt een bestuurbare ballon uit, die baas is over zijn koers, niet op drift raakt en niet verloren gaat op open zee of in de Russische steppen of op de Noordpool. Voorzien van motor, propeller en roer verheft Santos Dumont zich in de lucht, draait een volledig rondje om de Eiffeltoren en landt tegen de wind in op de daarvoor uitgekozen plek ten overstaan van een menigte die hem toejuicht.
Meteen daarna reist hij naar Amiens om de hand te drukken van de man die hem heeft leren vliegen.
Zich wiegend in zijn schommelstoel strijkt Jules Verne over zijn lange witte baard. Hij bevalt hem wel, deze met moeite als heer vermomde jongen, die hem mon capitain noemt en hem zonder met de ogen te knipperen aankijkt.
1902 Quezaltenango
De regering besluit dat de werkelijkheid niet bestaat
Met volle kracht wordt er op de trommels geslagen en op de hoorns geblazen op het grote plein van Quezaltenango om de burgers bijeen te roepen, maar niemand kan iets anders horen dan het angstaanjagende geraas van de vulkaan Santa María die in volle uitbarsting is. De omroeper leest luidkeels de bekendmaking van de opperste regering voor. Meer dan honderd dorpen in deze streek van Guatemala worden op dit moment weggevaagd door de lawine van lava en modder en de voortdurende asregen, terwijl de omroeper, die zich zo goed en zo kwaad als het gaat bedekt, zijn plicht vervult. De Santa María doet de grond onder zijn voeten beven en bombardeert zijn hoofd met stenen. Midden op de dag is het volslagen nacht en in het duister is niets anders dan de vuurspuwende vulkaan te zien. Wanhopig krijsend leest de omroeper met veel moeite bij het schuddende licht van zijn lantaarn de bekendmaking voor.
De bekendmaking, ondertekend door president Manuel Estrada Cabrera, deelt de bevolking mee dat de vulkaan de Santa María in rust is en dat alle andere vulkanen in Guatemala in rust zijn en dat de aardschok ver van hier plaatsvindt, ergens in Mexico, en dat, aangezien de situatie normaal is, niets verhindert vandaag het feest van de godin Minerva te vieren, dat in de hoofdstad zal worden gehouden ondanks de boosaardige geruchten verspreid door de vijanden van de orde.
1902 Guatemala Stad
Estrada Cabrera
In de stad Quezaltenango had Manuel Estrada Cabrera vele jaren het verheven priesterschap van de Wet in de majestueuze tempel van de Gerechtigheid op de onwankelbare rots van de Waarheid uitgeoefend. Nadat hij de provincie had kaalgeplukt, kwam deze meester in de rechten naar de hoofdstad, waar hij zijn politieke carrière tot een gelukkig hoogtepunt bracht door zich met een revolver in de hand van het presidentschap van Guatemala meester te maken. Sindsdien heeft hij in het hele land het gebruik van het blok, de zweep en de galg hersteld. Zo plukken de Indianen gratis de koffie op de plantages en bouwen de metselaars gratis gevangenissen en garnizoenen.
Om de paar dagen, en ook er tussenin, legt president Estrada Cabrera in een plechtige ceremonie de eerste steen van een nieuwe school die nooit zal worden gebouwd. Hij heeft zichzelf de titel toegekend van Opvoeder van het Volk en Beschermer van de Leergierige Jeugd, en ter eigen ere viert hij elk jaar het kolossale feest van de godin Minerva. In het parthenon van hier, dat een weergave op ware grootte van het Helleense parthenon is, tokkelen de dichters op hun lieren: zij verkondigen dat Guatemala Stad, het Athene van de Nieuwe Wereld, een Pericles heeft.
1902 Saint Pierre
Alleen de veroordeelde ontkomt
Ook op het eiland Martínique komt een vulkaan tot uitbarsting. Er klinkt een geluid alsof de wereld in tweeën breekt en Mont Pelée spuwt een geweldige rode wolk uit, die de hemel bedekt en gloeiendheet op de aarde neervalt. In een oogwenk is de stad Saint Pierre vernietigd. De vierendertigduizend inwoners verdwijnen, één uitgezonderd.
De overlevende is Ludger Sylbaris, de enige gevangene van de stad. De muren van de gevangenis waren vluchtbestendig gemaakt.
1903 Panama Stad
Het Panamakanaal
De doorgang tussen de oceanen was een obsessie geweest voor de conquistadores.
Zij zochten er furieus naar en vonden hem te diep in het zuiden, bij het verre en ijskoude Vuurland. En toen iemand het idee kreeg het nauwe middel van Midden-Amerika open te maken, beval koning Philips II daarmee te stoppen: op straffe des doods verbood hij het graven van het kanaal, omdat de mens niet mag scheiden wat God heeft verenigd.
Drie eeuwen later begon een Franse maatschappij, de Compagnie Universelle du Canal Interocéanique haar werkzaamheden in Panama. De onderneming was drieëndertig kilometer gevorderd, toen zij met een geweldige klap failliet ging.
Op dat moment besloten de Verenigde Staten het kanaal te voltooien en in bezit te houden. Er is één bezwaar: Colombia is het er niet mee eens en Panama is een Colombiaanse provincie. In Washington raadt senator Hanna aan te wachten, gezien de aard van de dieren waarmee wij te maken hebben, maar president Teddy Roosevelt gelooft niet in geduld. Roosevelt stuurt een stel mariniers en maakt Panama onafhankelijk. En zo wordt deze provincie een apart land, dank zij de Verenigde Staten en zijn oorlogsschepen.
1903 Panama Stad
In deze oorlog sneuvelen een Chinees en een ezel,
slachtoffers van de salvo’s van een Colombiaanse kanonneerboot, maar meer ongelukken zijn er niet te betreuren. Manuel Amador, kersverse president van Panama, wordt in een zetel tussen Noord-amerikaanse vlaggen door de menigte gedragen. Amador roept hoera’s voor zijn collega Roosevelt.
Twee weken later wordt in Washington, in de Blauwe Zaal van het Witte Huis, het verdrag getekend waarbij het halfvoltooide kanaal en meer dan veertienhonderd vierkante kilometer Panamees grondgebied voor altijd aan de Verenigde Staten worden overgedragen. Als vertegenwoordiger van de pasgeboren republiek treedt bij deze gelegenheid op Philippe Buneau-Varilla, magiër van het zakendoen, acrobaat van de politiek en Frans staatsburger.
1903 La Paz
Huilka
De Boliviaanse liberalen hebben de oorlog tegen de conservatieven gewonnen. Of liever gezegd, die heeft het Indiaanse leger van Pablo Zárate Huilka voor hun gewonnen. De heldendaden, die de besnorde militairen aan zichzelf toeschrijven, werden door de Indianen verricht.
Kolonel José Manuel Pando, aanvoerder van de liberalen, had de soldaten van Huilka vrijmaking uit alle slavernij en teruggave van hun grond beloofd. Van gevecht tot gevecht vestigde Huilka de Indiaanse macht: op zijn doortocht door de dorpen gaf hij de hun ontnomen grond aan de gemeenschappen terug en onthalsde iedereen die een lange broek droeg.
Toen de conservatieven verslagen waren, riep kolonel Pando zich uit tot generaal en president. En verklaart, letterlijk:
‘De Indianen zijn minderwaardige wezens. Hun eliminatie is geen delict.’ En voegt de daad bij het woord. Velen worden gefusilleerd. Huilka, gisteren nog zijn onmisbare bondgenoot, doodt hij verschillende keren, met de kogel, het zwaard en de strop. Maar op regenachtige avonden staat Huilka president Pando bij de uitgang van het regeringspaleis op te wachten en kijkt hem strak aan zonder een woord te zeggen, tot Pando zijn blik afwendt.
1904 Rio de Janeiro
De inenting
Door ratten en muggen te doden heeft hij de builenpest en de gele koorts overwonnen. Nu verklaart Oswaldo Cruz de oorlog aan de pokken.
Bij duizenden sterven de Brazilianen aan de pokken. Steeds meer gaan er dood, terwijl de dokters de stervenden aderlaten en de kwakzalvers de ziekte verjagen met de rook van koemest. Oswaldo Cruz, die verantwoordelijk is voor de openbare hygiëne, voert de verplichte inenting in.
Senator Rui Barbosa, een spreker met vooruitgestoken borst en geleerde tong, houdt redevoeringen die de inenting bestrijden met juridische wapens versierd met bloemrijke adjectieven. In naam van de vrijheid verdedigt Rui Barbosa het recht van ieder individu om besmet te worden als hij dat wil. Na iedere volzin wordt hij onderbroken door een stortvloed van applaus en ovaties.
De politici verzetten zich tegen de inenting. En de artsen. En de journalisten: er is geen krant die geen woedend hoofdartikel of een meedogenloze karikatuur publiceert die Oswaldo Cruz tot slachtoffer heeft. Hij kan zich niet op straat begeven zonder dat hij beledigingen of stenen naar zijn hoofd geworpen krijgt.
Het hele land sluit de rijen tegen de inenting. Overal wordt het weg met de intenting gehoord. De kadetten van de Militaire School komen tegen de intenting in opstand en het scheelt weinig of zij doen de president vallen.
1905 Montevideo
De auto,
een brullend beest, haalt voor het eerst zijn dodelijke klauw uit in Montevideo. Een weerloze voetganger blijft vermorzeld liggen wanneer hij in het centrum op een hoek de straat oversteekt.
Er rijden nog weinig auto’s rond in deze straten, maar de oude vrouwtjes slaan een kruis en de mensen vluchten weg en zoeken beschutting in de portalen van de huizen.
Tot niet zo lang geleden liep door deze stad zonder motoren op een drafje de man die dacht dat hij een tram was. Op de hellingen liet hij zijn onzichtbare zweep knallen en omlaag hield hij de teugels in die niemand zag. Bij de zijstraten blies hij op een hoorn van lucht, zoals ook de paarden van lucht waren en de passagiers die bij de haltes instapten en de kaartjes die hij hun verkocht en het geld dat hij ontving. Toen de Tram-mens niet meer voorbijkwam, en nooit meer voorbijkwam, ontdekte de stad Montevideo dat zij die aardige gek miste.
1905 Montevideo
De decadente dichters
Roberto de las Carreras klimt op het balkon. Tegen zijn borst gedrukt houdt hij een bos rozen en een gloedvol sonnet. Maar in plaats van de schone jonkvrouw wacht een kwaadaardige heer hem op die vijf kogels op hem afvuurt. Twee treffen doel. Roberto sluit de oogleden en fluistert:
‘Vanavond zal ik met de goden eten.’
Hij eet niet met de goden maar met de verplegers, in het ziekenhuis. En een paar dagen later laat deze mooie Satan, die gezworen heeft alle gehuwde en huwbare vrouwen van Montevideo te zullen verleiden, zijn excentrieke verschijning weer zien in de Sarandí-straat. Vol trots draagt hij zijn rode, met twee gaten gedecoreerde vest. En op de voorplaat van zijn nieuwe boek, Het doodsdiadeem, drukt hij een bloedvlek af.
Een andere zoon van Byron en Afrodite is Julio Herrera Reissig, die de smerige zolderkamer waar hij schrijft en reciteert Toren der Panorama’s noemt. Tussen Julio en Roberto is een verwijdering opgetreden als gevolg van de diefstal van een metafoor. Maar beiden strijden dezelfde strijd tegen de schijnheilige achterlijkheid van Domstevideo, dat op het gebied van liefdesdranken niet verder is gekomen dan eierdooier met marsala, om van de schone letteren maar te zwijgen.
1905 Ilopango
Miguel, toen hij een week oud was
Mejuffrouw Santos Marmól, ongehuwd zwanger, weigert de naam te zeggen van de veroorzaker van haar schande. Haar moeder, Doha Tomása, jaagt haar met stokslagen het huis uit. Doña Tomása, weduwe van een arme maar blanke man, vreest het ergste.
Wanneer het kind er is, brengt de verstoten juffrouw Santos het in haar armen naar huis:
‘Dit is je kleinzoon, moeder. ’
Doña Tomása slaakt een gil van afgrijzen wanneer zij de pasgeborene ziet, een blauwe spin, plat Indianengezicht, zo lelijk dat je eerder boos wordt dan medelijden hebt, en slaat de deur met een klap voor haar neus dicht.
Van de schrik valt juffrouw Santos plat op de grond. Onder zijn flauwgevallen moeder lijkt het kleintje dood. Maar wanneer de buren haar opzij trekken, zet het verpletterde kind het op een brullen.
En zo vindt de tweede geboorte plaats van Miguel Mármol, bijna aan het begin van zijn leven.
1906 Parijs
Santos Dumont
Vijf jaar nadat hij de bestuurbare ballon heeft bedacht vindt de Braziliaan Santos Dumont het vliegtuig uit.
Die vijf jaar heeft Santos Dumont in hangars doorgebracht met het in elkaar zetten en uit elkaar halen van enorme insecten van ijzer en bamboe, die voortdurend en in hoog tempo werden geboren en vergingen: ’s avonds gingen zij voorzien van meeuwevleugels en vinnen slapen en ’s morgens waren zij veranderd in libellen of wilde eenden. In deze insecten wilde Santos Dumont zich van de aarde verwijderen en werd hij door haar tegengehouden. Hij botste en sloeg tegen de grond, hij raakte in brand, sloeg over de kop en viel in zee, hij overleefde het allemaal omdat hij een stijfkop was. En zo knokte hij door tot hij het tenslotte voor elkaar kreeg dat een van zijn insecten vliegtuig of vliegend tapijt werd dat hoog door de lucht voer.
Iedereen wil de held van dit geweldige wapenfeit leren kennen, deze koning van de lucht, heer van de winden, die anderhalve meter lang is, fluisterend praat en niet meer weegt dan een vlieg.
1907 Sagua La Grande
Lam
In de eerste hitte van deze hete morgen ontwaakt de jongen en ziet. De wereld ligt op zijn rug en draait in het rond, en in de werveling van de wereld vliegt een wanhopige vleermuis in cirkels achter zijn eigen schaduw aan. De zwarte schaduw vlucht weg door de wand en de vleermuis, die hem wil pakken, kan hem slechts met zijn vleugel striemen.
De jongen springt uit bed, slaat zijn handen voor zijn gezicht en loopt met een klap tegen een grote spiegel op. In de spiegel ziet hij niemand of een ander. En als hij zich omdraait ziet hij in de openstaande kast de onthoofde costuums van zijn Chinese vader en zijn zwarte grootvader.
Op een plek in de ochtend ligt een stuk wit papier op hem te wachten. Maar deze Cubaanse jongen, deze paniek die Wifredo Lam heet, kan nog niet de verloren schaduw tekenen die waanzinnig ronddraait in de huiveringwekkende wereld, omdat hij nog niet zijn verbijsterende manier om de angst te bezweren heeft ontdekt.
1907 Iquique
De vlaggen van verschillende landen
gaan voorop in de mars van de salpeterarbeiders dwars door de stenige woestijn in het noorden van Chili. Duizenden stakende arbeiders en duizenden vrouwen en kinderen trekken op naar de havenstad Iquique, terwijl zij leuzen roepen en liederen zingen. Wanneer de arbeiders Iquique bezetten geeft de minister van Binnenlandse Zaken bevel op hen te schieten. De arbeiders, die in voortdurende vergadering bijeen zijn, besluiten stand te houden en nog geen steen te gooien.
José Briggs, leider van de staking, is de zoon van een Amerikaan, maar weigert bescherming te vragen aan de consul van de Verenigde Staten. De consul van Peru probeert de Peruaanse arbeiders weg te halen. De Peruaanse arbeiders laten hun Chileense kameraden niet in de steek. De consul van Bolivia wil de Boliviaanse arbeiders redden. De Boliviaanse arbeiders zeggen:
‘Met de Chilenen leven wij, met de Chilenen sterven wij. ’
De mitrailleurs en de geweren van generaal Roberto Silva Renard maaien de ongewapende stakers neer, die de grond overdekken. Minister Rafael Sotomayor rechtvaardigt het bloedbad in naam van de meest gewijde zaken en dat zijn, in volgorde van belangrijkheid, het eigendom, de openbare orde en het leven.
1907 Río Batalha
Nimuendajú
Kurt Unkel werd niet als Indiaan geboren, maar hij werd het of ontdekte dat hij het was. Jaren geleden kwam hij uit Duitsland naar Brazilië en in Brazilië, in de binnenlanden van Brazilië, herkende hij de zijnen. Sindsdien vergezelt hij de Guaraní-Indianen, die rondzwerven door het oerwoud op zoek naar het paradijs. Met hun deelt hij de maaltijd en de vreugde van het delen van de maaltijd. Hoog stijgt het gezang. Diep in de nacht vindt een gewijde ceremonie plaats. De Indianen doorboren de onderlip van Kurt Unkel, die voortaan Nimuendajú heet, dat wil zeggen: Hij die zijn huis schept.
1908 Asunción
Barrett
Misschien had hij vroeger in Paraguay gewoond, honderden of duizenden jaren geleden, wie weet wanneer, en was hij het vergeten. Zeker is dat Rafael Barrett vier jaar geleden, toen hij bij toeval of uit nieuwsgierigheid in dit land van boord ging het gevoel had dat hij op een plek was aangekomen die op hem wachtte omdat deze ongelukkige plek zijn plek in de wereld was.
Sinds die dag spreekt hij het volk op de straathoeken vanaf een houten kist geestdriftig toe en publiceert hij woedende onthullingen en aanklachten in kranten en vlugschriften. Barrett stort zich in de werkelijkheid, laat er zich door meeslepen en opbranden.
De regering jaagt hem het land uit. De bajonetten duwen de jonge anarchist die wordt gedeporteerd omdat hij een buitenlandse agigator is, naar de grens.
De beste Paraguyaan onder de Paraguyanen, het beste kruid van deze grond, het beste speeksel van deze mond, is in Asturias geboren uit een Spaanse moeder en een Engelse vader en is opgegroeid in Parijs.
1908 De Boven-Paraná
De mate-plantages
Een van de zonden die Barrett heeft begaan, een onvergeeflijke schending van het taboe, is het aan de kaak stellen van de slavernij op de mate-plantages.
Toen veertig jaar geleden de uitroeiingsoorlog tegen Paraguay was afgelopen, hebben de overwinnaars in naam van de Beschaving en de Vrijheid de slavernij van de overlevenden en van de kinderen van de overlevenden gelegaliseerd. Sindsdien tellen de Argentijnse en Braziliaanse grootgrondbezitters hun Paraguyaanse arbeiders bij zoveel stuks, alsof het koeien zijn.
1908 San Andrés de Sotavento
De regering besluit dat de Indianen niet bestaan
De gouverneur, generaal Miguel Marino Torralvo, geeft het bewijs af dat door de op de Colombiaanse kust opererende oliemaatschappijen is gevraagd. De Indianen bestaan niet, verklaart de gouverneur ten overstaan van een notaris en in bijzijn van getuigen. Het is reeds drie jaar geleden dat wet nummer 1905/55, goedgekeurd in Bogotá door het Nationaal Congres, vaststelde dat de Indianen niet bestonden in San Andrés de Sotavento en andere Indiaanse gemeenschappen, waar plotseling olie uit de grond spoot. Nu doet de gouverneur niets anders dan de wet bevestigen. Als de Indianen bestonden zouden zij onwettig zijn. Daarom zijn zij naar het kerkhof of in verbanning gezonden.
1908 San Andrés de Sotavento
Portret van een heer over levens en haciënda’s
Generaal Miguel Marino Torralvo, vertrapper van Indianen en vrouwen, schrokop van gronden, regeert te paard over deze streken van de Colombiaanse kust. Met het handvat van zijn zweep slaat hij op gezichten en deuren en bepaalt hun lot.
Wie zijn pad kruist, kust hem de hand. Te paard gaat hij over de wegen in zijn smetteloos witte pak, altijd gevolgd door een page op een ezel. De page draagt de cognac, het gekookte water, het scheeretui en het schrift waarin de generaal de namen van de maagden noteert die hij gebruikt.
Zijn eigendommen groeien wanneer hij ergens langskomt. Hij is begonnen met één veehoeve en nu heeft hij er al zes. Als voorstander van de vooruitgang zonder de traditie uit het oog te verliezen gebruikt hij het prikkeldraad om de grond en het blok om de mensen in te perken.
1908 Guanape
Portret van een andere heer over levens en haciënda’s
Hij beveelt:
‘Zeg hem dat hij zijn doodskleed alvast achterop zijn paard bindt. ’
Met vijf kogels bestraft hij, wegens het niet nakomen van zijn plicht, de horige die traag is met het betalen van het mud maïs dat hij hem schuldig is, of wie wat aarzelend is wanneer hij een dochter of een stuk grond moet afstaan.
‘Langzaamaan’, beveelt hij. ‘En zorg dat pas de laatste kogel dodelijk is. ’ Zelfs zijn eigen familie ontkomt niet aan de toorn van Deogracias Itriago, de baas van de Venezolaanse Guanape-vallei. Op een avond besteeg een familielid zijn beste paard om ermee te pronken op een dansfeest. De volgende ochtend liet Don Deogracias hem ondersteboven aan vier staken binden en met de yuccarasp vilde hij hem de huid van zijn voeten en zijn zitvlak om herri de lust te benemen om te dansen en met het paard van een ander te pronken. Wanneer op een onbewaakt ogenblik een paar door hem veroordeelde arbeiders hem tenslotte doden, bidt de familie gedurende negen nachten de gebeden van het rouwbeklag en viert het dorp Guanape gedurende negen nachten een ononderbroken dansfeest. Niemand wordt moe van het vrolijk zijn en niet één muzikant wil geld voor zo lang spelen.
1908 Mérida de Yucatán
Doek, en dan
De trein verwijdert zich, de president van Mexico gaat weg. Porfirio Díaz heeft de sisalplantages in Yucatán geïnspecteerd en neemt een uiterst aangename indruk mee naar huis:
‘Een mooi gezicht,’ zei hij tijdens het diner met de bisschop en de eigenaren van miljoenen hectaren en duizenden Indianen die goedkope vezels produceren voor de International Harvester Company. ‘Alles ademt hier een sfeer van algemeen welzijn.’
De rookpluim van de locomotief trekt weg in de lucht. En dan vallen de huizen van beschilderd bordkarton met hun keurige ramen om, met een hand worden zij omver geduwd. Slingers en vlaggetjes worden vuilnis, weggeveegd vuilnis, verbrand vuilnis, en een windvlaagje is voldoende om de fleurige erebogen over de weg neer te halen. Zodra het vluchtige bezoek voorbij is halen de kooplieden van Mérida de naaimachines en de Noordamerikaanse meubels terug, evenals de nieuwe kleren die de slaven hebben gedragen zolang de vertoning duurde.
De slaven zijn Maya-Indianen, die behoorden tot de stam die tot voor kort in vrijheid leefde in het rijk van het kleine sprekende kruis, en ook Yaqui-Indianen uit de vlakten in het noorden die voor vierhonderd peso het stuk zijn gekocht. Zij slapen opgestapeld in stenen forten en werken in het ritme van de natte zweep. Wanneer er eentje onhandelbaar wordt, begraven ze hem tot aan zijn oren en jagen de paarden over hem heen.
1908 Ciudad Juárez
Gezocht
Een paar jaar geleden staken Noordamerikaanse vangers op verzoek van Porfirio Díaz de Mexicaanse grens over om de staking van de arbeiders in de kopermijn in Sonora neer te slaan. Met gevangenen en gefusilleerden eindigde vervolgens de staking in de textielwerk-plaatsen van Veracruz. Dit jaar zijn er stakingen uitgebroken in Coa-huila, Chihuahua en Yucatán.
De staking, die de orde verstoort, is een misdrijf. Wie staakt begaat een misdrijf. De broers Flores Magón, agitators van de werkende klasse, zijn zeer gevaarlijke criminelen. Hun gezichten hangen aan de muur van het spoorwegstation van Ciudad Juárez en in alle stations aan beide zijden van de grens. Voor elk van de twee broers looft detectivebureau Furlong een beloning uit van veertigduizend dollar.
De broers Flores Magón drijven al enkele jaren de spot met de eeuwige Porfirio Dfaz. Met hun kranten en pamfletten hebben zij het volk geleerd het respect voor hem kwijt te raken. Nu het volk het respect voor hem is kwijtgeraakt, begint het ook de angst voor hem te verliezen.
1908 Caracas
Castro
Hij begroet met het geven van zijn wijsvinger, want niemand is de andere vier waardig. Cipriano Castro regeert in Venezuela en bij wijze van kroon draagt hij een muts met een afhangende kwast. Zijn voorbijgaan wordt aangekondigd door schel getrompetter, donderend applaus en het gekraak van buigende ruggen. Hij wordt gevolgd door een stoet krachtpatsers en hofnarren. Castro is klein, dapper, danser en vrouwenjager, net als Bolívar, en hij zet net zo’n gezicht als Bolívar wanneer hij poseert voor de onsterfelijkheid, maar Bolívar verloor een paar gevechten en Castro, de Immer Onoverwinnelijke, nooit.
Zijn kerkers zitten vol. Hij vertrouwt niemand, behalve Juan Vicente Gómez, zijn rechterhand in de oorlog en in de regering, die hem de Grootste Man van de Moderne Tijden noemt. Het minst van allen vertrouwt Castro op de plaatselijke doktoren, die lepra en gekte met een bouillon van gekookte gier genezen, zodat hij besluit zijn kwalen in handen te leggen van knappe geleerden in Duitsland. In de havenstad La Guaira gaat hij scheep naar Europa. Het schip is nog niet los van de kade of Gómez grijpt de macht.
1908
Caracas Poppen
Iedere Venezolaanse man is de Cipriano Castro van de vrouwen die hem ten deel vallen.
Een meisje dient, zoals het behoort, haar vader en haar broers, zoals zij haar man zal dienen, en zij doet niets of zegt niets zonder daartoe verlof te vragen. Als zij geld of een goede wieg heeft gaat zij om zeven uur naar de mis en brengt de dag door met te leren orders te geven aan het zwarte dienstpersoneel, keukenmeiden, dienstmeisjes, voedsters, kindermeisjes, wasvrouwen, en met borduren of kantwerk. Soms ontvangt zij vriendinnen en dan durft zij zelfs een of andere schaamteloze roman aan te bevelen en fluistert: Als je eens wist hoe ik ervan moest huilen...’
Twee keer per week, in de namiddag, luistert zij enkele uren naar haar verloofde, zonder hem aan te kijken en zonder toe te staan dat hij dichterbij komt, beiden op de bank gezeten onder het waakzame oog van de tante. Iedere avond voor het slapengaan bidt zij de weesgegroetjes van de rozenkrans en wrijft zij haar huid in met een aftreksel van bloemblaadjes van jasmijn, die bij maanlicht zijn fijngewreven in regenwater.
Als de verloofde haar verlaat, wordt zij plotseling tante en is zij derhalve gedoemd heiligenbeelden, gestorvenen en pasgeborenen te kleden, verloofden te chaperonneren, zieken te verzorgen, catechisatie te geven en ’s nachts, in de eenzaamheid van haar bed, te zuchten en naar het portret van de versmader te kijken.
1909 Parijs
Theorie van de nationale impotentie
De Boliviaan Alcides Arguedas, die met een beurs van Simón Patiño in Parijs verblijft, publiceert een nieuw boek getiteld Ziek volk. De tinkoning geeft Arguedas te eten om te zeggen dat het Boliviaanse volk niet ziek was, maar is.
Enige tijd geleden ontdekte een andere Boliviaanse denker, Gabriel René Moreno, dat de hersens van Indianen en mestiezen celmatig onbekwaam zijn en van honderdvijftig tot driehonderd gram minder wegen dan de hersens van het blanke ras. Nu spreekt Arguedas de mening uit dat de mestiezen de ergste gebreken van hun geslachten erven en dat daarom het Boliviaanse volk zich niet wil wassen, niet wil leren, niet kan lezen, maar wel weet hoe het dronken moet worden, twee gezichten heeft en egoïstisch, lui en somber is. Alle ellende van het Boliviaanse volk komt dus voort uit zijn eigen aard. Die heeft niets te maken met de vraatzucht van zijn heren. Ziehier een volk, gedoemd door de biologie en verlaagd tot de zoölogie. De dierlijke fataliteit van de os: niet in staat zijn geschiedenis te maken kan het slechts zijn lot vervullen. En dat lot, dat onherstelbare fiasco, staat niet geschreven in de sterren maar in het bloed.
1909 New York
Charlotte
Wat zou er gebeuren als een vrouw op een ochtend als man wakker zou worden? En als het gezin niet het oefenterrein was waar het jongetje leert bevelen en het meisje gehoorzamen? En als er kinder-bewaarplaatsen waren? En als de man zou meehelpen bij het schoonmaken en in de keuken? En als de onschuld een waardigheid werd? En als de rede en de emotie hand in hand zouden gaan? En als de predikers en de kranten de waarheid zeiden? En als niemand eigendom was van iemand anders?
Charlotte Gilman ijlt. De Noordamerikaanse pers valt haar aan en noemt haar ontaarde moeder. Maar nog feller wordt zij aangevallen door de spookbeelden die in haar zelf huizen en van binnen aan haar vreten. Zij zijn het, de schrikwekkende vijanden die Charlotte in bedwang houdt, die er soms in slagen haar te vellen. Maar zij valt en staat op en valt en staat weer op en vervolgt haar weg. Deze vasthoudende vrouw reist onvermoeibaar door de Verenigde Staten en verkondigt in woord en geschrift een omgekeerde wereld.
1909 Managua
De interamerikaanse betrekkingen
en de meest gebruikelijke methoden
Philander Knox was advocaat en is aandeelhouder van de onderneming The Rosario and Light Mines. Bovendien is hij minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. De president van Nicaragua, José Santos Zelaya, behandelt de onderneming The Rosario and Light Mines niet met de verschuldigde eerbied. Zelaya wil dat de onderneming de belastingen betaalt die zij nooit heeft betaald. Ook de Kerk wordt door de president niet met de verschuldigde eerbied behandeld. De Heilige Moeder heeft wraak gezworen sinds Zelaya haar grondbezit van haar afnam, haar tienden en eerstelingen ophief, en haar huwelijkssacrament ontwijdde met een echtschei-dingswet. Zodat de Kerk het toejuicht wanneer de Verenigde Staten de betrekkingen met Nicaragua verbreken en de minister van Buitenlandse Zaken Philander Knox een aantal mariniers stuurt, die president Zelaya ten val brengen en op zijn plaats de boekhouder van de onderneming The Rosario and Light Mines neerzetten.
1910 De jungle van de Amazone
De menseneters
In minder dan geen tijd stort de rubberprijs in, die tot een derde terugvalt, en is het uit met de droom van voorspoed van de Amazonesteden. Met een luide klets om de oren wekt de wereldmarkt de schone slaapsters, die in het oerwoud in de schaduw van de rubberboom liggen: Belem do Pará, Manaos, Iquitos... Van de ene dag op de andere verandert het Land van Morgen in het Land van Nimmermeer of hoogstens in dat van Gisteren, verlaten door de handelaren die het zijn levenssappen hebben ontnomen. Het grote geld van de rubber vlucht weg uit de jungle van de Amazone naar de nieuwe plantages in Azië, die meer en goedkoper produceren. Dit is een kannibaalse handel geweest. Menseneters noemden de Indianen de slavenjagers, die over de rivieren kwamen om mankracht te zoeken. Van dichtbevolkte dorpen lieten zij niets anders dan de resten achter. De menseneters verstuurden de Indianen, gebundeld, naar de rubbermaatschappijen. Ze verzonden hen in de ruimen van de schepen, samen met de andere goederen, met de bijbehorende factuur voor commissie en vrachtkosten.
1910 Rio de Janeiro
De Zwarte Admiraal
Aan boord klinkt het stiltesignaal. Een officier leest de veroordeling voor. De trommels roffelen terwijl een matroos om een of ander vergrijp tegen de discipline wordt gegeseld. Op zijn knieën, vastgebonden aan de railing, ontvangt de veroordeelde zijn straf voor het oog van de volledige bemanning. De laatste zweepslagen, tweehonderdachtenveertig, tweehonderdnegenenveertig, tweehonderdvijftig, vallen neer op een lichaam van rauw vlees, badend in het bloed, bezwijmd of gedood.
Dan breekt de muiterij uit. In de wateren van de baai van Guanabara komen de matrozen in opstand. Drie officieren worden neergestoken. De oorlogsschepen voeren een rode vlag. Een gewone matroos is de nieuwe aanvoerder van het eskader. Joao Candido, de Zwarte Admiraal, staat in de wind hoog op de commandotoren van het admiraalsschip en de rebellerende paria’s presenteren voor hem het geweer.
Bij het aanbreken van de dag wordt Rio de Janeiro door twee kanonschoten gewekt. De Zwarte Admiraal laat weten dat de stad aan zijn genade is overgeleverd en dat hij Rio zal vernietigen zonder één steen op de andere te laten, als de geseling, die gewoon is bij de Braziliaanse marine, niet wordt verboden. De vuurmonden van de pantserschepen staan op de belangrijkste gebouwen gericht: ‘Wij willen antwoord, hier en nu’.
De stad, in grote paniek, gehoorzaamt. De regering verklaart dat de lijfstraffen bij de marine zijn afgeschaft en beveelt dat de opstandelingen niet zullen worden gestraft. Joao Cándido doet zijn rode halsdoek af en levert zijn zwaard in. De admiraal wordt weer matroos.
1910 Rio de Janeiro
Portret van de duurste advocaat van Brazilië
Zes jaar geleden verzette hij zich in naam van de Vrijheid tegen de pokkeninenting. De huid van het individu is even onschendbaar als zijn geweten, zei Rui Barbosa: de Staat heeft niet het recht de gedachte of het lichaam te schenden, zelfs niet in naam van de openbare hygiëne. Nu veroordeelt hij met alle gestrengheid het geweld en de wreedheid van de opstand van de matrozen. De geleerde jurist en vermaarde wetgever is tegenstander van de gesel maar verafschuwt de methoden van de gegeselden. De matrozen, zegt hij, hebben hun gerechtvaardigde eis niet, zoals het behoort, naar voren gebracht via de grondwettelijke middelen, met gebruikmaking van de bevoegde kanalen in het kader van de geldende juridische normen.
Rui Barbosa gelooft in de Wet en staaft zijn geloof met erudiete citaten van keizerlijke Romeinen en liberale Engelsen. In de werkelijkheid, daarentegen, gelooft hij niet. De jurist toont alleen een zeker realisme wanneer hij aan het eind van de maand zijn salaris in ontvangst neemt als advocaat van de buitenlandse onderneming Light and Power, die in Brazilië machtiger is dan God.
1910 Rio de Janeiro
De werkelijkheid en de wet komen elkaar zelden tegen
in dit land van slaven die volgens de wet vrij zijn, en wanneer zij elkaar tegenkomen groeten zij elkaar niet. De inkt is nog nat van de wetten die een eind hebben gemaakt aan het oproer van de matrozen, wanneer de officieren op verraderlijke wijze de geseling weer invoeren en de zojuist gepardonneerde opstandelingen vermoorden. Vele matrozen worden op zee gefusilleerd. Nog veel meer sterven levend begraven in de catacomben van het Isla das Cobras, ook Eiland van de Wanhoop geheten, waar zij water met kalk voorgezet krijgen wanneer zij schreeuwen van de dorst. De Zwarte Admiraal eindigt in een gekkenhuis.
1910 Colonia Mauricio
Tolstoj
Verbannen omdat hij arm en jood is komt Isaac Zimerman in Argentinië terecht. De eerste keer dat hij een mate-kalebas zag, dacht hij dat het een inktpot was en brandde hij zijn hand aan de penhouder. In deze pampa bouwde hij zijn boerderij, niet ver van de boerderijen van andere pelgrims die ook uit de valleien van de Dnjestr gekomen waren, en hier bracht hij kinderen en oogsten voort.
Isaac en zijn vrouw bezitten erg weinig, bijna niets, maar dat weinige bezitten zij met gratie. Een paar groentekisten dienen tot tafel, maar het tafellaken is altijd gesteven, altijd spierwit, en op het tafellaken geven de bloemen kleur en de appels geur.
Op een avond treffen de kinderen Isaac aan die tafel aan, met het hoofd tussen de handen, geheel verslagen. Bij het kaarslicht zien zij dat zijn gezicht nat is. En hij vertelt hun de reden. Hij zegt hun dat hij zojuist, door puur toeval, heeft gehoord dat daar ver weg, aan de andere kant van de wereld, Leo Tolstoj is gestorven. En hij legt hun uit wie die oude vriend van de boeren was, die op zo’n grandioze manier zijn tijd wist te schilderen en een andere aan te kondigen.
1910 Havanna
De bioscoop
Met zijn laddertje over de schouder gaat de lantaarnopsteker voorbij. Met zijn lange stok steekt hij de kousjes aan zodat de mensen zonder te struikelen door de straten van Havanna kunnen lopen. Op zijn fiets gaat de boodschappenjongen voorbij. Hij brengt filmrollen, onder zijn arm, van de ene bioscoop naar de andere zodat de mensen zonder te struikelen door andere werelden en andere tijden kunnen lopen en hoog in de lucht kunnen zweven naast een meisje dat op een ster zit.
Twee aan het grootste wonder van de moderne tijd gewijde zalen heeft deze stad. Beide vertonen dezelfde films. Wanneer de boodschappenjongen uitblijft met de rollen, onderhoudt de pianist de aanwezigen met walsen en andere dansmuziek of draagt de plaatsaanwijzer enkele welgekozen fragmenten uit Don Juatt Tenorio voor. Maar het publiek bijt zich op de nagels van ongeduld, tot in het donker de fatale vrouw met de donkere slaapkamerkringen onder haar ogen schittert of de ridders met hun maliënkolders in epileptische gang voorbijgalopperen, op weg naar het in nevelen gehulde kasteel.
De bioscoop haalt het publiek weg uit het circus. De menigte staat niet meer in de rij om de besnorde leeuwentemmer te zien of de in een strak lovertjesmaillot gehulde Schone Geraldine, die frêle en flonkerend op de brede achterhand van het enorme paard staat. Ook de poppenkastspelers verlaten Havanna en trekken nu de stranden en dorpen langs, en de zigeuners die de toekomst voorspellen gaan weg, en de droefgeestige beer die danst op de klanken van de tamboerijn, het bokje dat rondjes draait op een kruk, de broodmagere in geblokte hemden geklede kunstenmakers. Zij gaan allemaal weg uit Havanna omdat de mensen hun geen muntstukken meer toewerpen uit bewondering, maar uit medelijden.
Niemand kan tegen de bioscoop op. De bioscoop is wonderbaarlijker dan het water uit Lourdes. Met kaneel uit Ceylon genees je kou op de buik, met peterselie rheumatiek, en met film al het andere.
1910 Mexico Stad
Het Eeuwfeest en de liefde
Omdat Mexico honderd jaar onafhankelijk is, hangt in alle bordelen van de hoofdstad het portret van president Porfirio Díaz.
In Mexico Stad werken twee op de tien jonge vrouwen in de prostitutie. Vrede en Orde, Orde en Vooruitgang: de wet regelt dit veel beoefende beroep. De door don Porfirio afgekondigde bordelenwet verbiedt het bedrijven van de vleselijke handel zonder de gepaste discretie of in de nabijheid van scholen en kerken. Ook verbiedt deze wet de vermenging van sociale klassen—in de bordelen zullen zich uitsluitend vrouwen bevinden van de klasse waartoe de klanten behoren— terwijl hij ook gezondheidscontroles en belastingen oplegt en de madammen verplicht te verhinderen dat hun pupillen de straat opgaan in groepen die de aandacht trekken. Als het niet in een groep is mogen zij naar buiten: veroordeeld tot een treurig leven tussen het bed, het ziekenhuis en de gevangenis hebben de hoeren tenminste het recht op nu en dan een wandelingetje door de stad. In die zin zijn zij beter af dan de Indianen. Op bevel van de president, een bijna zuivere Mixteco-Indiaan, mogen Indianen niet in de hoofdstraten lopen of op de openbare pleinen gaan zitten.
1910 Mexico Stad
Het Eeuwfeest en het eten
Het Eeuwfeest wordt geopend met een haute cuisine banket in de salons van het Nationaal Paleis. Driehonderdvijftig kelners dienen de door veertig koks en zestig koksmaten onder leiding van de sublieme Sylvain Daumont bereide gerechten op.
De elegante Mexicanen eten in het Frans. Zij verkiezen de crêpe boven de maïspannekoek, het hier geboren arme familielid, en de oeufs cocotte boven de boerenommelet. De béchamel-saus vinden zij veel waardiger dan de avocadosaus, die weliswaar een heel lekker maar zeer Indiaans mengsel is van avocado, tomaten en chilipeper. Als zij voor de keuze worden gezet tussen de buitenlandse peper en de Mexicaanse chilipeper of de rode peper, verloochenen de rijkeluiszoontjes de chilipeper, hoewel zij later wegglippen naar de keuken thuis om er stiekem van te eten, fijngewreven of in zijn geheel, bij iets anders of met iets anders er bij, gevuld of puur, ontveld of met het schilletje.
1910 Mexico Stad
Het Eeuwfeest en de kunst
Mexico viert de nationale feestdag niet met een tentoonstelling van de nationale beeldende kunst, maar met een grote expositie van Spaanse kunst die uit Madrid is gehaald. Opdat de Spaanse kunstenaars naar waarde zullen schitteren, heeft Don Porfirio midden in het centrum een speciaal paviljoen voor hen gebouwd.
In Mexico zijn zelfs de stenen van het postkantoor uit Europa gekomen, zoals alles wat men hier het bekijken waard acht. Uit Italië, Frankrijk, Spanje of Engeland komen de bouwmaterialen en ook de architecten, en wanneer er niet genoeg geld is om architecten te importeren, belasten de inheemse architecten zich ermee huizen te bouwen die er net zo uitzien als die in Rome, Parijs, Madrid of Londen. Ondertussen schilderen de Mexicaanse schilders Maagden in geestvervoering, mollige cupido’s en dames uit de hoogste kringen in de Europese trant van een halve eeuw geleden en geven de beeldhouwers hun monumentale werken in brons en marmer Franse namen: Malgré Tout, Désespoir, Après l’Orgie.
In de marge van de officiële kunst en ver van de grote figuren is de graveur José Guadalupe Posada de geniale blootlegger van zijn land en van zijn tijd. Geen enkele criticus neemt hem serieus. Hij heeft geen enkele leerling, hoewel er een paar jonge Mexicaanse kunstenaars zijn die hem al van jongs af aan volgen. José Clemente Orozco en Diego Rivera komen naar het kleine atelier van Posada en zien hem devoot, als bij de mis, werken, terwijl de metaalkrullen gestaag op de grond vallen zolang de graveernaald over de plaat gaat.
1910 Mexico Stad
Het Eeuwfeest en de dictator
Op het hoogtepunt van de feestelijkheden van het Eeuwfeest opent Don Porfirio een krankzinnigengesticht. Korte tijd later legt hij de eerste steen voor een nieuwe gevangenis.
Gedecoreerd tot op zijn buik steekt zijn bepluimde hoofd uit boven een wolk van bolhoeden en keizerlijke helmen. Zijn hovelingen, rheumatische oude heren in geklede jas en slobkousen en met een bloem in het knoopsgat, dansen op de muziek van Leve mijn misère, de wals die op dat moment populair is. In de grote salon van het Nationaal Paleis speelt een orkest van honderd vijftig man onder dertigduizend elektrische sterren.
Een hele maand duren de feestelijkheden. Don Porfirio, acht keer herkozen door zichzelf, benut een van deze historische dansfeesten om aan te kondigen dat zijn negende presidentiële periode er al aankomt. Tegelijkertijd bevestigt hij de concessie van het koper, de olie en de grond aan Morgan, Guggenheim, Rockefeller en Hearst voor de duur van negenennegentig jaar. Al meer dan dertig jaar is de dictator aan de macht, onbeweeglijk, doof, als beheerder van het grootste tropische gebied van de Verenigde Staten.
Op een van deze avonden, terwijl de patriottische fuif volop aan de gang is, dringt de komeet van Halley de hemel binnen. Paniek verspreidt zich als een olievlek. De pers verkondigt dat de komeet zijn staart in Mexico zal neerslaan en dat de grote brand in aantocht is.
1911 Anenecuilco
Zapata
Hij werd geboren als ruiter, drijver en temmer. Hij rijdt alsof hij glijdt en vaart te paard over de prairie, ervoor wakend de diepe slaap van de aarde niet te verstoren. Emiliano Zapata is een man van stilte. Hij spreekt door te zwijgen.
De boeren van Anenecuilco, zijn dorp, een paar over de heuvel verspreide huisjes van leem en palmbladeren, hebben Zapata tot hun leider gekozen en hebben hem de papieren uit de tijd van de onderkoningen gegeven, zodat hij ze kan bewaren en verdedigen. Dat bundeltje documenten vormt het bewijs dat deze gemeenschap, die al van oudsher hier is geworteld, geen indringer is op deze grond.
De gemeenschap Anenecuilco is gewurgd, net als alle overige gemeenschappen in de Mexicaanse streek Morelos. Er zijn steeds minder maïseilanden in de oceaan van suiker. Van het dorp Tequesquitengo, veroordeeld tot de dood omdat zijn vrije Indianen weigerden een ploeg landarbeiders te worden, is niets anders over dan het kruis van de kerktoren. De onmetelijke plantages storten zich op landerijen, wateren en bossen en slokken ze op. Zij laten nog geen ruimte om de doden te begraven:
‘Als ze willen zaaien doen ze het maar in een bloempot.’
Meedogenloze moordenaars en veile advocaten zorgen voor de grondroof, terwijl de verslinders van gemeenschappen in hun tuinen naar concerten luisteren en polopaarden en rashonden fokken. Zapata, aanvoerder van de overweldigde dorpelingen, begraaft de eeuwenoude eigendomsbewijzen onder de vloer van de kerk van Anenecuilco en trekt ten strijde. Zijn leger van Indianen, stevig gebouwd, stevig in het zadel, slecht bewapend, groeit met de dag.
1911 Mexico Stad
Madero
Terwijl Zapata de opstand in het zuiden ontketent, komt het noorden van Mexico in verzet rond Francisco Madero. Na meer dan dertig jaar ononderbroken regeren komt Porfirio Díaz in een paar maanden ten val.
Madero, de nieuwe president, is een rechtschapen zoon van de liberale Grondwet. Hij wil Mexico redden langs de weg van de juridische hervorming. Zapata eist de landhervorming. In antwoord op de luidkeels geuite klachten van de boeren beloven de nieuwe afgevaardigden hun ellende te zullen bestuderen.
1911 In de velden van Chihuahua
Pancho Villa
Van alle noordelijke aanvoerders die Madero naar het presidentschap van Mexico hebben gebracht, is Pancho Villa de meest geliefde en de meest liefhebbende.
Hij houdt van trouwen en hij doet het om de haverklap. Met een pistool in de nek is er geen pastoor die weigert en geen meisje dat weerstand biedt. Ook houdt hij ervan de tapatlo te dansen op de klanken van de marimba en aan schietpartijen mee te doen. De kogels ketsen van hem af als regendruppels van zijn hoed.
Al heel jong was hij de woestijn ingetrokken:
‘Voor mij begon de oorlog toen ik werd geboren.’
Hij was nog bijna een kind toen hij wraak nam voor zijn zuster. De eerste van de vele doden die hij op zijn geweten heeft, was zijn baas en zo moest hij veedief worden.
Hij was geboren met de naam Doroteo Arango. Pancho Villa was een ander, een bendelid, een vriend, zijn beste vriend: toen de politie Pancho Villa doodschoot, nam Doroteo Arango zijn naam en heeft die gehouden. Hij heette nu Pancho Villa, tegen de dood en tegen het vergeten, opdat zijn vriend zou blijven voortbestaan.
1911 Machu Picchu
Het laatste heiligdom van de Inca’s
was niet dood maar in slaap. De schuimende brullende rivier de Urubamba liet zijn machtige adem al eeuwenlang over de heilige stenen gaan en die dampen hadden hen bedekt met een deken van dicht oerwoud die hun slaap bewaakte. Zo was het laatste bolwerk van de Inca’s, de laatste verblijfplaats van de Indiaanse koningen van Peru, een geheim gebleven.
Tussen besneeuwde bergen die niet op de kaart staan vindt een Noordamerikaanse archeoloog, Hiram Bingham, Machu Picchu. Een jongetje uit de streek voert hem bij de hand langs afgronden tot bij de hoge door wolken en vegetatie versluierde troon. Bingham ontdekte de levende witte stenen onder het groen en onthult ze, ontwaakt, aan de wereld.
1912 Quito
Alfaro
Een geheel in het zwart geklede lange vrouw vervloekt president Alfaro terwijl zij haar dolk in zijn lijk stoot. Dan heft zij aan de punt een stok, als een wapperende banier, de bebloede flard van zijn hemd.
Achter de vrouw in het zwart lopen de wrekers van de Heilige Moederkerk. Aan touwen slepen zij de naakte dode bij zijn voeten met zich mee. Uit de ramen regenen bloemen. De oude heiligenaanbidsters, hostiesliksters en roddelaarsters gillen hun toejuichingen aan de religie. Op het plaveisel blijft een bloedspoor achter dat de honden en de regen nooit helemaal zullen kunnen uitwissen. In het vuur vindt de slachtpartij een einde. Er wordt een hoge brandstapel aangestoken en daarin werpen zij wat er over is van de oude Alfaro.
Later vertrappen de door de rijke heren betaalde moordenaars en schooiers zijn as.
Eloy Alfaro had het gewaagd de grond van de Kerk te onteigenen, de eigenaresse van heel Ecuador, en met de opbrengsten had hij scholen en ziekenhuizen gebouwd. Vriend van God maar niet van de Paus had hij de echtscheiding ingevoerd en de wegens schulden gevangengenomen Indianen vrijgelaten. Niemand anders werd zo gehaat door de soutanes of zo gevreesd door de geklede jassen. De nacht valt. De lucht van Quito stinkt naar verbrand vlees. De militaire kapel speelt walsen en pasodobles in de muziektent op het Grote Plein, zoals iedere zondag.
Trieste strofen van een Ecuatoriaanse straatzanger
Blijf toch uit mijn buurt.
Ga voor mij opzij:
Ik heb een besmettelijke kwaal,
het ongeluk huist in mij.
Alleen ben ik, alleen zag ik het licht,
alleen baarde zij haar kind,
en alleen drijf ik voort
als het veertje in de wind.
Waarom wil de blinde
een geschilderd huis,
of balkons aan de straat,
als hij niets ziet?
1912 District Santa Ana
Zedenschets van Manabí
Eloy Alfaro was geboren aan de kust van Ecuador, in de provincie Manabí. In dit hete land, streek van beledigingen en geweldadigheden, heeft niemand zich ook maar iets aangetrokken van de echt-scheidingswet die Alfaro ondanks alle tegenwerking tot stand heeft gebracht: hier is het makkelijker weduwnaar te worden dan je in allerlei formaliteiten te verwikkelen. In het bed, waarin er twee zijn gaan slapen, wordt er soms één wakker. De mannen uit ManabI hebben zich de faam verworven van weinig geduld, geen geld en veel hart.
Martín Vera was een rare in Manabí. Zijn mes had al zo lang stil in de schede gezeten dat het aan het roesten was. Toen het varken van de buren op zijn landje kwam en zijn yucca’s opvrat, ging Martín met ze praten, met de Rosado’s, en vroeg hij hun vriendelijk het varken op te sluiten. Na de tweede ontsnapping bood Martín aan de krakkemikkige wanden van het varkenskot voor niets te repareren. Maar de derde keer dat het varken in zijn aanplant rondwroette richtte hij zijn jachtgeweer op hem en schoot. De veelvraat viel als een blok neer. De Rosado’s sleepten hem naar hun land om hem een varkens waardige begrafenis te geven.
De Vera’s en de Rosado’s groetten elkaar niet meer. Een paar dagen later reed de varkensbeul, zich vasthoudend aan de manen van zijn muildier, door de kloof van El Calvo toen een kogel hem trof en hij met één been in de stijgbeugel bleef hangen. Het muildier sleepte Martín Vera mee naar huis, maar geen enkele bidvrouw kon hem nog helpen om goed te sterven.
De Rosado’s vluchtten weg. Toen de zoons van Martín hen te pakken kregen in een leeg klooster, in de buurt van Colimas, staken zij dat in brand. De Rosado’s, dertig man in totaal, moesten kiezen hoe te sterven. Sommigen stierven in het vuur en werden kaantjes, en anderen door het geweer en werden een vergiet.
Het is een jaar geleden gebeurd. Het oerwoud heeft de veldjes van de twee families, grond zonder mensen, verzwolgen.
1912 Pajeú de Flores
De familieoorlogen
In het woestijngebied in het noordoosten van Brazilië erven degenen die de baas zijn de grond en de haat: armzalige grond die sterft van de dorst, haat die de bloedverwanten van generatie op generatie, van wraak op wraak, voor altijd voortzetten. In Ceara heerst een eeuwigdurende oorlog van de familie Cunha tegen de familie Pataca en roeien de families Monte en Feitosa elkaar uit.
In Paraíba doden de Danta’s en de Nóbrega’s elkaar. In Pernambuco, in de streek van de rivier de Pajeü, krijgt iedere pasgeboren Pereira van zijn familieleden en zijn peetouders de opdracht zijn Carvalho te grijpen, terwijl iedere Carvalho die wordt geboren ter wereld komt om de Pereira die hem te beurt valt uit de weg te ruimen. Van de kant van de Pereira’s lost Virgulino da Silva Ferreira, Lampiao genoemd, zijn eerste schoten op de Carvalho’s. Nog een kind bijna, wordt hij al een bandiet. Het leven is niet veel waard in deze streken, waar geen ander ziekenhuis is dan het kerkhof. Als Limpião de zoon van rijke mensen was geweest, doodde hij niet voor rekening van anderen, maar zou hij laten doden.
1912 Daiquirí
Het dagelijkse leven in de Caribische Zee: een invasie
Het amendement Platt, het werk van senator Platt uit Connecticut, is de sleutel die de Verenigde Staten gebruiken om Cuba binnen te komen op het moment dat zij dat willen. Het amendement, dat deel uitmaakt van de Cubaanse grondwet, machtigt de Verenigde Staten Cuba binnen te vallen en er te blijven en kent hun de macht toe te bepalen wie de geschikte president voor Cuba is.
De geschikte president voor Cuba, Mario Garcia Menocal, die tevens aan het hoofd staat van de Cuban American Sugar Company, past het amendement Platt toe door de Noordamerikaanse mariniers op te roepen het oproer neer te slaan: er zijn veel opstandige negers en geen van hen heeft een hoge dunk van het privébezit. Zodat twee oorlogsschepen te hulp komen en de mariniers op het strand van Daiquiri voet aan wal zetten om heel snel de door de zwarte woede bedreigde ijzer- en kopermijnen van de ondernemingen Spanish American en Cuban Copper in bescherming te nemen, evenals de suikermolens langs de spoorlijnen van de Guantánamo and Western Railroad.
1912 Niquinohomo
Het dagelijkse leven in Midden Amerika: nog een invasie
Nicaragua betaalt de Verenigde Staten een kolossale schadevergoeding wegens morele schade. Die schade is toegebracht door de gevallen president Zelaya, die de Noordamerikaanse ondernemingen diep heeft gekwetst toen hij belastingen van hun wilde innen. Omdat Nicaragua geen geld heeft, lenen de bankiers in de Verenigde Staten het land geld om de schadevergoeding te betalen. En omdat Nicaragua, behalve geen geld, ook geen dekking heeft, stuurt de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Philander Knox, opnieuw mariniers, die zich meester maken van de douane, de nationale banken en de spoorwegen.
Benjamin Zeledón leidt het verzet. De aanvoerder van de patriotten heeft een jong gezicht en verbaasde ogen. De indringers kunnen hem niet ten val brengen door omkoping, omdat Zeledón geld minacht, maar het lukt hun wel door verraad.
Augusto César Sandino, een willekeurige landarbeider in een willekeurig dorp, ziet hoe het lijk van Zeledón, met handen en voeten aan het paard van een dronken indringer gebonden, door het stof wordt gesleept.
1912 Mexico Stad
Huerta
heeft het gezicht van een kwaadaardige dode. De weerkaatsende zonnebril is het enige levende in dat gezicht.
Victoriano Huerta, jarenlange lijfwacht van Porfirio Díaz, bekeerde zich plotseling tot de democratie op de dag dat de dictatuur viel. Nu is hij de rechterhand van president Madero en heeft hij zich op de jacht op de revolutionairen geworpen. In het noorden vangt hij Pancho Villa en in het zuiden Gildardo Magaña, luitenant van Zapata, en hij beschouwt ze reeds als gefusilleerd, het vuurpeleton heeft de vinger al aan de trekker, wanneer de voortgang wordt onderbroken door het pardon van de president:
‘De dood kwam mij halen, ’ zucht Villa, ‘maar hij vergiste zich in het uur. ’ De twee herrezenen komen in dezelfde cel in de gevangenis van Tlatelolco. Dagen, maanden brengen zij pratend door. Magana vertelt over Zapata en zijn landbouwhervormingsplan, en over president Madero die net doet of hij doof is omdat hij goede vrienden wil blijven met de boeren en met de grootgrondbezitters, hij zit op twee paarden tegelijk.
In hun cel krijgen ze een klein schoolbord en een paar boeken. Pancho Villa kan wel mensen lezen maar geen letters. Magana leert het hem en samen betreden zij, woord voor woord, degenstoot voor degenstoot, de kastelen van De drie musketiers. Dan gaan zij op reis in Don Quijote de La Mancha, de gekke wegen van het oude Spanje, en Pancho Villa, de woeste strijder van de woestijn, streelt de bladzijden met de hand van een verliefd man. Magaña zegt: ‘Dit boek..., weet je, is geschreven door een gevangene. Iemand zoals wij.’
1913 Mexico Stad
Een strop van achttien centavos
President Madero legt een belasting, een belastinkje, op aan de nog nooit door iets dergelijks getroffen oliemaatschappijen, en de Noordamerikaanse ambassadeur, Henry Lane Wilson, dreigt met invasie. De ambassadeur kondigt aan dat verschillende oorlogsschepen opstomen naar de Mexicaanse havens, terwijl generaal Huerta in opstand komt en met kanonnen het Nationaal Paleis aanvalt. Het lot van Madero wordt besproken in de Rooksalon van de ambassade van de Verenigde Staten. Besloten wordt de wet van de vlucht op hem toe te passen. Hij wordt in een auto gestopt en even later wordt hem gelast uit te stappen en wordt hij midden op straat doodgeschoten.
Generaal Huerta, de nieuwe president, neemt deel aan een banket in de Jockey Club. Daar deelt hij mee dat hij een goede remedie heeft, een strop van achttien centavos, om af te rekenen met Emiliano Zapata en Pancho Villa en alle andere vijanden van de orde.
1913 Jonacatepec
Het zuiden van Mexico groeit tegen de straf in
De officieren van Huerta, oudgedienden in het uitmoorden van opstandige Indianen, nemen zich voor grote schoonmaak te houden in de zuidelijke streken door dorpen in brand te steken en boeren te vangen. Iedereen die zij tegenkomen wordt gedood of gevangen genomen, want welke man die in het zuiden woont hoort niet bij Zapata?
Het leger van Zapata loopt er hongerig, ziek en gerafeld bij, maar de aanvoerder van de landlozen weet wat hij wil en zijn mensen geloven in wat hij doet, en daar kunnen geen branden en soldatenlichtingen tegenop. Terwijl de kranten in de hoofdstad berichten dat de Zapata-horden volledig zijn verpletterd, blaast Zapata treinen op, verrast en vernietigt hij garnizoenen, bezet dorpen, overvalt steden en wandelt onverstoord door bossen en ravijnen, vechtend en vrijend alsof er niets aan de hand is.
Zapata slaapt waar hij wil en met wie hij wil, maar onder al die vrouwen geeft hij de voorkeur aan twee die één zijn.
Zapata en zij
Wij waren ‘tweelingen. Wij waren allebei Luz, vanwege de dag waarop wij werden gedoopt, en allebei Gregoria vanwege de dag waarop wij werden geboren. Zij werd Luz genoemd en ik Gregoria, en wij waren twee jonge meisjes bij ons thuis toen het Zapatisme kwam. En toen begon de aanvoerder Zapata mijn zuster te overreden dat zij met hem mee moest gaan: ‘Vooruit, kom mee.’
En op een dag, op 15 september, kwam hij langs en nam haar mee.
En later, toen ze alsmaar rondtrok, is mijn zuster doodgegaan, in Huautla, aan een ziekte die ze, hoe noemen ze die ook weer?, sint vitus, sint-vitus-dans. Drie dagen en drie nachten bleef aanvoerder Zapata daar, zonder iets te eten of te drinken.
De kaarsjes voor mijn zuster waren bijna opgebrand, oh, oh, oh, toen hij mij met geweld meenam. Hij zei dat ik bij hem hoorde omdat mijn zuster en ik één waren...
1913 In de velden van Chihuahua
Het noorden van Mexico viert oorlog en feest
De hanen kraaien wanneer het hun uitkomt. Dit land is gek en vurig geworden en iedereen komt in opstand.
‘We gaan weg, vrouw, we gaan naar de oorlog.’
‘Waarom ik ook?’
‘Wil je soms dat ik in de oorlog sterf van de honger? Wie maakt mijn maïspannekoeken dan klaar?’
Zwermen gieren achtervolgen de gewapende landarbeiders over vlakten en bergen. Als het leven niets waard is, hoeveel is de dood dan waard? Als dobbelstenen rollen de mannen over de grond, ze hebben ruzie gekregen, en al rollend vinden zij wraak of vergetelheid in het vuurgevecht, een stukje grond om van te eten of onder te liggen.
‘Pancho Villa komt!’ De arbeiders juichen.
‘Pancho Villa komt!’ De opzichters slaan een kruis.
‘Waar is hij? Waar?’ vraagt generaal Huerta, Huerta de overweldiger. ‘In het noorden, het zuiden, het oosten en het westen, en nergens, ’ stelt de garnizoenscommandant van Chihuahua vast.
Tegenover de vijand is Pancho Villa altijd de voorste in de aanval en galoppeert hij tot aan de rokende vuurmonden van de kanonnen. Midden in het gevecht lacht hij als een paard. Als een vis op het droge hapt zijn hart naar adem.
‘De generaal is niet slecht. Hij is wat emotioneel, ’ leggen zijn officieren uit.
Omdat hij wat emotioneel is en van louter vreugde schiet hij soms de boodschapper, die in volle galop met goed nieuws van het front is aan komen rijden, een kogel in de buik.
1913 Culiacán
De kogels
Er zijn kogels met verbeeldingskracht die er genoegen in scheppen vlees te kwellen, ontdekt Martín Luis Guzmán. Hij kende de serieuze kogels, die de menselijke razernij dienen, maar wist niet dat er kogels bestonden die met de menselijke pijn spelen.
Omdat hij slecht mikt en van goede wil is wordt de jonge schrijver Guzman hoofd van een van de ziekenhuizen van Pancho Villa. De gewonden stapelen zich op in het vuil en hebben geen andere remedie dan hun tanden op elkaar te zetten, als ze die hebben.
Wanneer hij door de overvolle zalen gaat, ziet Guzman de onwaarschijnlijke baan van de fantasierijke kogels, die in staat zijn een oog te ledigen en het lichaam in leven te laten of een stukje oor in de nek te stoppen en een stukje nek in de voet, en is hij getuige van het lugubere genot van de kogels die, na opdracht te hebben gekregen een soldaat te doden, maken dat hij nooit meer kan slapen en nooit meer kan zitten of nooit meer met zijn mond kan eten.
1913 In de velden van Chihuahua
Op een ochtend heb ik mijzelf vermoord
op een stoffige weg in Mexico en dat feit heeft een diepe indruk op mij gemaakt.
Het is niet de eerste misdaad die ik heb begaan. Sinds ik tweeënzeventig jaar geleden in Ohio werd geboren en de naam Ambrose Bierce kreeg tot mijn recente overlijden, heb ik mijn ouders en verschillende familieleden, vrienden en collega’s aan het mes geregen. Deze roerende episoden hebben mijn dagen of mijn verhalen, dat is mij hetzelfde, met bloed besprenkeld: het verschil tussen het leven dat ik heb geleefd en het leven dat ik heb geschreven is een zaak van de komedianten die in de wereld de menselijke wet, de literaire kritiek en de wil van God uitvoeren.
Om een eind te maken aan mijn dagen sloot ik mij aan bij de troepen van Pancho Villa en koos ik een van de verdwaalde kogels uit die in deze tijd boven de Mexicaanse grond voorbijfluiten. Deze methode vond ik praktischer dan de galg, goedkoper dan het gif, gemakkelijker dan met mijn eigen vinger de trekker over te halen en waardiger dan te wachten tot ziekte of ouderdom zich van deze taak zou kwijten.
1914 Montevideo
Batlle
Hij schrijft artikelen waarin hij de heiligen belastert en houdt redevoeringen waarin hij de commercie van de verkoop van grond in het hiernamaals aanvalt. Toen hij het presidentschap van Uruguay aanvaardde, moest hij wel zweren bij God en bij de Heilige Evangeliën, maar onmiddellijk daarna verklaarde hij dat hij in niets van dat alles geloofde.
Tijdens zijn regering trotseert José Batlle y Ordóñez de machtigen van de hemel en van de aarde. De Kerk heeft hem een mooi plekje in de hel beloofd: het vuur zal worden gestookt door de ondernemingen die hij heeft genationaliseerd of door hem zijn gedwongen de vakbonden en de achturige werkdag te respecteren, en de Duivel zal de macho-wreker zijn van de beledigingen die hij het mannen-gilde heeft aangedaan.
‘Hij wettigt de bandeloosheid,’ zeggen zijn vijanden, wanneer Batlle de wet goedkeurt die vrouwen toestaat uit eigen vrije wil te scheiden.
‘Hij ontbindt het gezin,’ zeggen zij, wanneer hij het erfrecht uitstrekt tot natuurlijke kinderen.
‘De hersens van de vrouw zijn inferieur,’ zeggen zij, wanneer hij de universiteit voor vrouwen opricht en wanneer hij aankondigt dat de vrouwen spoedig zullen stemmen, opdat de Uruguayaanse democratie niet op één been blijft lopen en opdat de vrouwen niet eeuwige minderjarigen blijven die van de vader overgaan in handen van de echtgenoot.
1914 San Ignacio
Quiroga
Vanuit het oerwoud van de rivier de Parana, waar hij in vrijwillige ballingschap leeft, juicht Horacio Quiroga de hervormingen van Battle toe en die vurige overtuiging in goede dingen.
Maar Quiroga bevindt zich voorgoed ver van Uruguay. Hij verliet het land enkele jaren geleden om weg te vluchten van de schaduw van de dood. Een vervloeking heeft de hemel voor hem bedekt
sinds hij zijn beste vriend doodschoot toen hij hem wilde verdedigen, of misschien wel sinds daarvoor, of misschien wel sinds altijd.
In het oerwoud, vlak bij de ruïnes van de nederzettingen van de Jezuïten, leeft Quiroga omringd door gedierte en palmbomen. Hij vertelt verhalen zonder omwegen, op dezelfde manier als hij met zijn machete paden kapt in het bos, en hij bewerkt het woord met dezelfde stugge liefde waarmee hij de aarde, het hout en het ijzer bewerkt.
Wat Quiroga zoekt zou hij nooit ergens anders kunnen vinden. Hier wel, al komt het zelden voor. In dit huis, dat zijn handen aan de rivier hebben opgetrokken, heeft Quiroga soms het geluk machtiger stemmen te horen dan de roep van de dood: zeldzame en vluchtige zekerheden van leven die, zolang zij duren, even onbetwijfelbaar zijn als de zon.
1914 Montevideo
Delmira
In deze gehuurde kamer had de man die haar echtgenoot was geweest, haar laten komen, en omdat hij haar wilde hebben, omdat hij haar wilde houden, had hij haar lief en doodde hij haar en doodde hij zichzelf.
De Uruguayaanse kranten publiceren de foto van het lichaam dat naast het bed is neergevallen, Delmira neergelegd door twee revolverschoten, naakt als haar gedichten, haar kousen afgezakt, helemaal ontkleed in het rood:
‘Laten wij verder gaan in de nacht, verder... ’
Delmira Agustini schreef in trance. Zij had de liefdeskoorts onverholen bezongen en was verketterd door degenen die in vrouwen veroordelen wat zij in mannen toejuichen, omdat de kuisheid een plicht van de vrouw is en het verlangen, evenals de rede, een voorrecht van de man. In Uruguay lopen de wetten voor op de mensen, die de ziel nog van het lichaam scheiden alsof zij La Belle et la Bête waren. Zodat er bij het lijk van Delmira tranen en frasen worden geplengd vanwege een zo gevoelig verlies voor de nationale letteren, maar de treurenden in hun hart een zucht van verlichting slaken: de dode is dood, en het is maar beter zo.
Maar is zij wel dood? Zullen niet alle geliefden wier harten in de nachten van de wereld in vurige gloed staan een schaduw van haar stem en een echo van haar lichaam zijn? Zullen zij niet een plekje voor haar vrijmaken in de nachten van de wereld om haar ongeremde mond te laten zingen en haar luisterrijke voeten te laten dansen?
1914 Ciudad Jiménez
De kroniekschrijver van dorpen in razernij
Van de ene schrik in de andere en van de ene verbazing in de andere valt John Reed langs de wegen van het noorden van Mexico. Hij is op zoek naar Pancho Villa en hij vindt hem bij elke stap in anderen, in allen.
Reed, kroniekschrijver van de revolutie, slaapt waar de avond hem verrast. Niemand steelt ooit iets van hem, niemand laat hem ooit iets betalen behalve voor muziek om op te dansen, en er is altijd iemand die hem een stuk maïspannekoek geeft of een plaatsje op zijn paard aanbiedt.
‘Waar komt u vandaan?’
‘Uit New York. ’
‘Ik ken New York niet. Maar ik wed dat je daar niet zulke mooie koeien ziet als in de straten van Ciudad Jiménez. ’
Een vrouw draagt een kruik op haar hoofd. Een andere geeft, gehurkt, een kind de borst. Weer een andere maalt, op haar knieën, maïskorrels. De mannen zitten gehuld in verschoten wollen poncho’s, in een kring te drinken en te roken.
‘Hé, Juanito, waarom houden jouw mensen niet van ons Mexicanen? Waarom noemen ze ons vieze varkens?’
Iedereen heeft wel iets te vragen aan deze magere man met zijn blonde haren en zijn bril en een gezicht of hij hier per ongeluk is gekomen:
‘Hé, Juanito, hoe zeg je muildier in het Engels?’
‘In het Engels zeg je stijfkop, dwarskop, bastaard... ’
1914 Sak Lake City
De zanger van dorpen in razernij
Hij wordt veroordeeld voor het zingen van rode balladen, die de spot drijven met God, de arbeider wakker schudden en het geld vervloeken. Het vonnis zegt niet dat Joe Hill een volkstroubadour is, en ook nog buitenlander, die de goede gang van het zakendoen verstoort. Het vonnis spreekt van overval en misdaad. Er zijn geen bewijzen, de getuigen zeggen iedere keer dat zij een verklaring afleggen iets anders en de advocaten treden op alsof zij officier van Justitie zijn, maar deze kleinigheden zijn niet van belang voor de rechters en voor alle anderen die in Salt Lake City de beslissingen nemen. Joe Hill zal op een stoel worden vastgebonden en ze zullen een rondje van karton op de plek van zijn hart plakken zodat het vuurpeloton een doelwit heeft.
Joe Hill kwam uit Zweden. In de Verenigde Staten zwierf hij langs de wegen. In de steden maakte hij kwispedoors schoon en metselde hij muren, in de velden stapelde hij korenschoven en plukte fruit, hij groef koper in de mijnen, droeg balen op de kaden, sliep onder bruggen en in graanschuren, en hij zong altijd en overal, nooit hield hij op met zingen. Zingend neemt hij afscheid van zijn kameraden en zegt tegen ze dat hij naar Mars gaat om er de sociale rust te verstoren.
1914 Torreón
Op rails trekken zij naar het vuurgevecht
In de rode wagon, die in grote vergulde letters zijn naam draagt, ontvangt generaal Pancho Villa John Reed. Hij ontvangt hem in zijn onderbroek, biedt hem koffie aan en bestudeert hem enige tijd. Wanneer hij besluit dat deze gringo de waarheid waard is, begint hij te spreken:
‘Die chocoladepolitici willen overwinnen zonder hun handen vuil te maken. Die geparfumeerde...’
Later neemt hij hem mee naar een veldhospitaal, een trein met een chirurg en doktoren om eigen mensen en tegenstanders te genezen, en hij laat hem de wagons zien die maïs, suiker, koffie en tabak naar het oorlogsfront brengen. Ook laat hij hem het perron zien waar verraders worden gefusilleerd.
De spoorwegen waren het werk geweest van Porfïrio Diaz: de sleutel van orde en rust, de loper van de vooruitgang in een land zonder wegen en rivieren; zij waren niet ontstaan om het gewapende volk te vervoeren, maar de goedkope grondstoffen, de gedweeë arbeiders en de beulen van opstanden. Maar generaal Villa voert oorlog per trein. Vanuit Camargo liet hij een locomotief in volle vaart op een trein vol soldaten lopen. Verscholen in onschuldige kolenwagons kwamen de mannen van Villa Ciudad Juárez binnen en bezetten de stad na het lossen van een paar schoten, meer van vreugde dan uit noodzaak. Per trein trekken de troepen van Villa naar de voorste linies. Hijgend en steunend klimt de locomotief met veel moeite tegen de verlaten heuvels van het noorden op en achter de zwarte rookpluim volgen de krakende, schuddende wagons vol soldaten en paarden. Op de daken van de trein zie je veel geweren, enorme hoeden en komforen. Daar, tussen de soldaten die liedjes zingen en in de lucht schieten, blèren de kinderen en koken de vrouwen: de vrouwen, de soldatenmeisjes, die trouwjurken en zijden schoenen van de laatste plundering dragen.
1914 In de velden van Morelos
Het is tijd om te gaan vechten
en de echo’s van de kanonschoten en de geweren rommelen als neervallende stenen van een berghelling. Het leger van Zapata, weg met de haciënda‘s, leve de dorpen, baant zich een weg naar Mexico Stad. Naast aanvoerder Zapata maakt generaal Genovevo de la O, een knap gezicht, grote snor, peinzend zijn geweer schoon, terwijl Otilio Montaño, anarchist, met de socialist Antonio Díaz Soto y Gama een manifest bespreekt.
Onder de officieren en raadgevers van Zapata bevindt zich één enkele vrouw. Kolonel Rosa Bobadilla, die haar rang in het gevecht heeft verdiend, voert het bevel over een afdeling van de cavalerie en zij heeft de mannen verboden ook maar een druppel tequila te drinken. Zij gehoorzamen haar, op mysterieuze wijze, hoewel zij er nog steeds van overtuigd zijn dat vrouwen alleen dienen om de wereld mooi te maken of kinderen te krijgen en maïs, chilipeper en bonen te koken of wat God verschaft en vergunt.
1914 Mexico Stad
Huerta vlucht
in dezelfde boot die Porfirio Díaz uit Mexico had meegenomen. De lompen winnen de oorlog van het kant. De vloedgolf van boeren stort zich uit het noorden en uit het zuiden op de hoofdstad. Zapata, de Attila van Morelos, en Pancho Villa, de orang-oetan, de man die rauw vlees eet en op botten knaagt, vallen aan en wreken beledigingen. Aan de vooravond van Kerstmis verschijnen de kranten van Mexico Stad met een zwarte rand rond de eerste pagina. De rouw kondigt de komst aan van de struikrovers, de barbaarse verkrachters van meisjes en sloten.
Roerige jaren. Je weet niet meer wie wie is. De stad beeft van schrik en zucht van heimwee. Tot gisteren nog stonden de meesters in het middelpunt van de wereld, in hun herenhuizen met dertig lakeien, piano’s, kroonluchters en badkamers van Carrara-marmer, en daaromheen het dienstvolk, het bedelvolk van de arme buurten, afgestompt door de pulque, weggezonken in het vuil, gedoemd tot een loon of een fooi die nauwelijks genoeg is voor, heel af en toe, een beetje waterige melk of koffie van bruine bonen of ezels-vlees.
1915 Mexico Stad
De bijna macht
Een aarzelend tikje met de klopper, een deur die op een kier opengaat: iemand ontbloot het hoofd en vraagt, met de enorme hoed in de handen geklemd, om Godswil water of een maïspannekoekje. De mannen van Zapata, in witte broek en met patroongordels kruiselings over de borst, zwerven door de straten van de stad die hen veracht en vreest. In geen enkel huis worden zij gevraagd binnen te komen. Elk moment komen zij mannen van Villa tegen, ook vreemdelingen, verloren, blind.
Zacht geklep van sandalen op de marmeren treden, voeten die schrikken van het zachte genot van de tapijten, gezichten die zich met verbazing bekijken in de spiegel van de gewreven vloeren: de mannen van Zapata en Villa betreden het Nationaal Paleis en lopen voorzichtig, alsof zij zich verontschuldigen, van salon naar salon. Pancho Villa gaat op de vergulde zetel zitten die de troon was van Porfirio Díaz, om te zien hoe dat voelde, en naast hem beantwoordt Zapata, in een rijk geborduurd pak en met een gezicht van er zijn zonder er te zijn, met wat gemompel de vragen van de journalisten. De boerengeneraals hebben overwonnen, maar zij weten niet wat zij met de overwinning moeten doen:
‘Deze boerderij is ons te groot. ’
De macht is een zaak van wie geleerd heeft, een bedreigend mysterie dat alleen kan worden ontcijferd door de ontwikkelden, de mensen die verstand hebben van de hoge politiek, de mensen die op zachte hoofdkussens slapen.
Wanneer de avond valt gaat Zapata naar een hotelletje, op een paar passen van de spoorweg die naar zijn streek leidt, en Villa naar zijn militaire trein. Enkele dagen later nemen zij afscheid van Mexico Stad.
De landarbeiders van de haciënda’s en de Indianen van de gemeenschappen, de paria’s van het platteland, hebben het centrum van de macht ontdekt en hebben het een tijdje bezet, als op bezoek, op hun tenen, vol verlangen om deze excursie naar de maan zo snel mogelijk te beëindigen. Niet geïnteresseerd in de glorie van de overwinning keren zij tenslotte terug naar hun eigen grond, waar zij rond kunnen lopen zonder te verdwalen.
Een beter bericht kan de erfgenaam van Huerta, generaal Venustiano Carranza, zich niet voorstellen. Zijn verslagen troepen zijn zich met hulp van de Verenigde Staten aan het herstellen.
1915 Tlaltizapán
De landhervorming
In een oude molen van het dorp Tlaltizapan installeert Zapata zijn hoofdkwartier. Verschanst in zijn eigen gebied, ver van de heren met lange bakkebaarden en de bevederde dames, ver van de opzichtige en bedrieglijke grote stad, heft de leider van Morelos het grootgrondbezit op. Hij nationaliseert de suikerfabrieken en distilleerderijen, zonder een cent te betalen, en geeft de gemeenschappen de in de loop der eeuwen geroofde grond terug. De vrije dorpen, geweten en geheugen van de Indiaanse tradities, worden weer geboren en met hen de plaatselijke democratie. Hier beslissen niet de bureaucraten noch de generaals: de gemeenschap beslist na discussie in vergadering. Het verkopen of verpachten van grond is verboden. De hebzucht is verboden.
In de schaduw van de laurierbomen op het dorpsplein wordt niet alleen gepraat over hanen, paarden en de regen. Het leger van Za-pata, een bond van gewapende gemeenschappen, waakt over de herwonnen grond, oliet de wapens en vult opnieuw oude patronen voor de mauser en de punt dertig.
Jonge technici komen in Morelos aan, met hun drievoeten en andere vreemde instrumenten, om de landhervorming te helpen. Met bloemenregens ontvangen de boeren de ingenieurs uit Cuernavaca, maar de honden blaffen tegen de boodschappers die uit het noorden zijn komen galopperen met het verschrikkelijke bericht dat het leger van Pancho Villa in de pan wordt gehakt.
1915 El Paso
Azuela
In Texas in ballingschap, beschrijft een arts van het leger van Pancho Villa de Mexicaanse revolutie als een zinloze furie. Volgens de roman Los de abajo van Maríano Azuela is dit een geschiedenis van dronken blinden die schoten lossen zonder te weten waarom of tegen wie, en brute klappen uitdelen op zoek naar dingen om te stelen of vrouwen om te pakken, in een land dat ruikt naar kruitdamp en frituurolie.
1916 Tlaltizapán
Carranza
Door het bergland rijden nog een paar ruiters van Villa met hun rinkelende sporen, maar zij zijn geen leger meer. In vier lange veldslagen zijn zij vernietigd. Vanuit loopgraven die met prikkeldraad zijn beschermd hebben de mitrailleurs de vurige cavalerie van Villa neergemaaid, toen zij zich met blinde hardnekkigheid in opeenvolgende zelfmoordcharges te pletter liepen.
Venustiano Carranza, president ondanks Villa en Zapata, maakt zich sterk in Mexico Stad en begint de oorlog in het zuiden.
‘Dat verdelen van grond is waanzin,’ zegt hij. Een decreet bepaalt dat de door Zapata verdeelde grond aan de voormalige eigenaren zal worden teruggegeven. Een andere decreet belooft dat iedereen die zapatist is of lijkt, zal worden gefusilleerd.
Fusillerend en verbrandend, met geweren en toortsen, storten de regeringstroepen zich op de bloeiende velden van Morelos. In Tlaltizapán schieten zij vijfhonderd mensen dood, in de rest van de streek nog veel meer. Gevangenen worden in Yucatán verkocht, slavenarbeiders voor de sisalplantages, als in de tijd van Porfirio Díaz. En de oogsten en kuddes, oorlogsbuit, worden op de markten in de hoofdstad verkocht.
In de bergen biedt de waardige Zapata weerstand. Wanneer de regenperiode komt wordt de revolutie onderbroken voor het zaaien, maar daarna gaat hij, onbegrijpelijk, koppig door.
1916 Buenos Aires
Isadora
Blootsvoets, naakt, alleen gehuld in de Argentijnse vlag, danst Isadora Duncan het volkslied.
Op een avond haalt zij dit stoute stukje uit in een studentencafé in Buenos Aires en de volgende morgen weet iedereen ervan: de impresario verbreekt het contract, de goede families brengen hun entreebiljetten terug naar het Teatro Colón en de pers eist de onmiddellijke uitzetting van deze Noordamerikaanse zondares die naar Argentinië is gekomen om de vaderlandse symbolen te bezoedelen.
Isadora begrijpt er niets van. Geen Fransman heeft geprotesteerd toen zij de Marseillaise danste alleen gekleed in een rode shawl. Als je een emotie kunt dansen, als je een idee kunt dansen, waarom kun je dan geen volkslied dansen?
De vrijheid kwetst. Isadora, de vrouw met de glanzende ogen, is een verklaard tegenstandster van de school, het huwelijk, het klassiek ballet en alles wat de wind kooit. Zij danst omdat zij al dansend geniet, en zij danst wat zij wil, wanneer zij wil en hoe zij wil, en de orkesten zwijgen voor de muziek die uit haar lichaam opklinkt.
1916 New Orleans
De jazz
De meest vrije van alle muziek komt van slaven. De jazz, die vliegt zonder toestemming te vragen, heeft als grootouders de negers die zingend op de plantages van hun meesters werkten, in het zuiden van de Verenigde Staten, en als ouders de muzikanten in de zwarte bordelen van New Orleans. De bands in de bordelen spelen de hele nacht zonder te stoppen, op balcons die hen vrijwaren van klappen en messteken wanneer er herrie uitbreekt. Uit hun improvisaties wordt de waanzinnige nieuwe muziek geboren.
Met wat hij had opgespaard met het rondbrengen van kranten, melk en kolen heeft een kleine, schuchtere jongen zojuist voor tien dollar een eigen trompet gekocht. Hij blaast en de muziek rekt zich lui en langdurig uit en begroet de dag. Louis Armstrong is de kleinzoon van slaven, net als de jazz, en is, net als de jazz, opgegroeid in hoerenhuizen.
1916 Columbus
Latijns Amerika valt de Verenigde Staten binnen
Het regent omhoog. De kip bijt de vos en de haas schiet de jager neer. Voor de eerste en enige keer in de geschiedenis vallen Mexicaanse soldaten de Verenigde Staten binnen.
Met het doodvermoeide legertje dat hij nog over heeft, vijfhonderd man van de vele duizenden die hij heeft gehad, steekt Pancho Villa de grens over en met de kreet Viva Mexico! overvalt hij de stad Columbus.
1916 León
Darío
In Nicaragua, bezet land, vernederd land, sterft Ruben Darío.
Hij wordt gedood door een arts, met een trefzekere steek in de lever. De man die het lijk balsemt, de kapper, de grimeur en de kleermaker kwellen zijn resten.
Hem wordt een weelderige begrafenis aangedaan. De hete februarilucht van León ruikt naar wierook en mirre. De meest aanzienlijke jongedames, gehuld in lelies en reigerveren, zijn de Kaneforen en de Maagden van Minerva die bloemen strooien wanneer zij aan de chapelle ardente voorbijtrekken.
Omringd door kaarsen en bewonderaars pronkt het lijk van Dario overdag met Griekse tuniek en lauwerkrans en ’s avonds met gala-kostuum, geklede jas en bijpassende handschoenen. Een volle week, dag na nacht en nacht na dag wordt hij gegeseld met kitscherige verzen in voordrachten waar geen eind aan komt en worden hem redevoeringen toegediend waarin hij wordt uitgeroepen tot Onsterfelijke Zwaan, Messias van de Spaanse Lier en Samson van de Metafoor.
De kanonnen bulderen: de regering levert een bijdrage aan de martelgang door het afschieten van de eerbewijzen voor een minister van Defensie aan de dichter die de vrede predikte. De bisschoppen heffen kruisen, klokjes klingelen: op het hoogtepunt van de geseling daalt de dichter, die geloofde in de echtscheiding en in het openbaar onderwijs, als Kerkvorst in de groeve.
1917 In de velden van Chihuahua en Durango
De speld in de hooiberg
Een strafexpeditie, tienduizend soldaten en veel artillerie, trekt Mexico binnen om de rekening te vereffenen met Pancho Villa voor zijn onbeschaamde aanval op de Noordamerikaanse stad Columbus.
‘In een ijzeren kooi nemen wij die moordenaar mee! ’, verkondigt generaal John Pershing en het gebulder van zijn kanonnen echoot zijn woorden.
In de uitgestrekte dorre velden van het noorden vindt generaal Pershing verschillende graven—Hier rust Pancho Villa—zonder Villa erin. Hij vindt slangen en hagedissen en stenen die niets zeggen en boeren die valse aanwijzingen mompelen wanneer ze hen slaan, hen dreigen, of hun als beloning al het goud van de wereld beloven. Na vele maanden, bijna een jaar, keert Pershing terug naar de Verenigde Staten. Hij neemt zijn krijgsmacht mee, een lange karavaan van soldaten die het moe zijn stof te slikken en regens van stenen en leugens over zich heen te krijgen in ieder dorpje in deze stenige woestijn. Twee jonge luitenants gaan aan het hoofd van de processie van vernederden. Beiden hebben zij in Mexico de vuurdoop ondergaan. Dwight Eisenhower, pas van West Point gekomen, zet een eerste, minder gelukkige, stap op de weg naar militaire roem. George Patton spuugt op de grond wanneer hij weggaat uit dit achterlijke half wilde land.
Vanaf een heuveltop staat Pancho Villa te kijken en zegt:
‘Ze kwamen als adelaars en ze gaan als natte kippen.’
1918 Córdoba
Het geleerde Córdoba en haar beschimmelde geleerden
De Argentijnse universiteit van Córdoba weigert geen titel meer aan wie zijn blanke afkomst niet kan bewijzen, zoals tot enkele jaren geleden gebeurde, maar bij filosofie van het recht wordt nog steeds het thema Plichten ten aanzien van horigen bestudeerd en de studenten medicijnen studeren af zonder ooit een zieke te hebben gezien.
De professoren, eerbiedwaardige spookverschijningen, imiteren Europa met een paar eeuwen vertraging, een verloren gegane wereld van heren en vrome vrouwen, sinistere schoonheid van een koloniaal verleden, en met toga’s en baretten compenseren zij de verdiensten van de papegaai en de deugden van de aap.
De studenten van Córdoba, die het zat zijn, barsten los. Zij gaan in staking tegen de cipiers van de geest en roepen de studenten en de arbeiders van heel Latijns Amerika op samen te strijden voor
een eigen cultuur. Ten antwoord klinken krachtige echo’s van Mexico tot Chili.
1918 Córdoba
‘De pijnen die blijven zijn de vrijheden die ontbreken’
verkondigt het manifest van de studenten
... Wij hebben besloten alle dingen bij hun naam te noemen. Córdoba bevrijdt zich. Vanaf vandaag telt het land een schande minder en een vrijheid meer. De pijnen die blijven zijn de vrijheden die ontbreken. Wij denken dat wij ons niet vergissen, de resonanties van het hart zeggen het ons: wij betreden de revolutie, wij beleven het uur van Latijns Amerika... Eeuwenlang zijn de universiteiten het toevluchtsoord geweest van de middelmatigen, het inkomen van de onwetenden, het veilige ziekenhuis van de invaliden en—nog erger—de plaats waar alle vormen van tirannie en verdoving de kansel vonden, van waaraf zij werden gedicteerd.
Zo zijn de universiteiten een getrouwe afspiegeling geworden van die decadente samenlevingen die zich inspannen het treurige schouwspel van een seniele bewegingloosheid te bieden. Zo komt het dat de wetenschap, geplaatst tegenover deze zwijgende en gesloten huizen, stil voorbijgaat of verminkt en grotesk in bureaucratische dienst treedt...
1918 Ilopango
Miguel op zijn dertiende
Gedreven door de honger, die zijn ogen diep in zijn gezicht had laten zinken, kwam hij bij het garnizoen van Ilopango.
In het garnizoen begon Miguel in ruil voor de kost boodschappen te doen en de laarzen van de luitenants te poetsen. Snel leerde hij kokosnoten met één slag van zijn machete in tweeën slaan, alsof het nekken waren, en met de karabijn schieten zonder patronen te verspillen. Zo werd hij soldaat.
Na een jaar garnizoensleven kan het arme jongetje niet meer. Na al die tijd dronken officieren verdragen te hebben die hem zonder reden afranselen, ontsnapt Miguel. En die nacht, de nacht van zijn vlucht, is er een aardbeving in Ilopango. Miguel luistert er uit de verte naar.
In El Salvador, een klein land van vurige mensen, trilt de aarde bijna iedere dag en tussen die trillingen door springt soms een echte aardbeving op, een aardbeving waar je u tegen zegt, en gooit alles om. Deze nacht laat de aardbeving het garnizoen, zonder Miguel, tot de laatste steen in elkaar storten en alle officieren en alle soldaten sterven verpletterd onder het puin.
En zo vindt, op zijn dertiende, de derde geboorte plaats van Miguel Mármol.
1918 In de bergen van Morelos
Verwoest land, levend land
Zijn de varkens, de koeien, de kippen aanhangers van Zapata? En de kruiken, de potten en de pannen? De regeringstroepen hebben de halve bevolking van Morelos uitgeroeid in deze jaren van hardnekkige boerenoorlog, en ze hebben alles meegenomen. In de velden zie je slechts stenen en verkoolde stengels, een enkel verwoest huis, een enkele vrouw die een ploeg trekt. En wat de mannen betreft, wie niet dood of verjaagd is staat buiten de wet.
Maar de oorlog gaat door. De oorlog zal doorgaan zolang de maïs blijft opkomen in verscholen hoekjes in de bergen en zolang de ogen van aanvoerder Zapata blijven glinsteren.
1918 Mexico Stad
De nieuwe bourgeoisie wordt liegend geboren
‘Wij strijden voor de grond,’ zegt Zapata, ‘en niet voor illusies die niet te eten geven. ..Met of zonder verkiezingen, het volk blijft op bitterheden kauwen.’
Terwijl hij de boeren van Morelos hun grond ontneemt en hun dorpen met de grond gelijkmaakt, heeft president Carranza het over de landhervorming. Terwijl hij de staatsterreur op de armen loslaat, verleent hij hun het recht voor de rijken te stemmen en biedt hij de analfabeten de vrijheid van drukpers aan.
De nieuwe bourgeoisie in Mexico, vraatzuchtige dochter van de oorlog en de plundering, heft een lofzang aan op de Revolutie terwijl zij die met mes en vork aan een tafel met geborduurd tafelkleed naar binnen werkt.
1919 Cuautla
Deze man heeft hun geleerd dat het leven
niet alleen angst voor lijden en hoop op sterven is
Door verraad moest het gebeuren. Terwijl hij vriendschap voorwendt voert een regeringsambtenaar hem naar de hinderlaag. Duizend soldaten wachten hem op, duizend geweren schieten hem van zijn paard.
Dan brengen ze hem naar Cuautla. Ze laten hem zien, op zijn rug.
Uit alle omstreken stromen de boeren toe. Verschillende dagen duurt het défilé. Wanneer zij bij het lichaam komen staan zij stil, nemen hun hoed af, kijken eens goed en schudden hun hoofd. Niemand gelooft het: hij mist een wrat, hij heeft een litteken te veel, dit pak is niet van hem, dat van al die kogels opgezwollen gezicht kan van iedereen zijn.
De boeren praten zacht en traag onder elkaar, hun woorden stuk voor stuk te voorschijn brengend als de korrels uit een maïskolf.
‘Ze zeggen dat hij met een makker naar Arabië is gegaan. ’
‘Welnee, aanvoerder Zapata knijpt er niet tussenuit. ’
‘Hij is gezien bij de bergtoppen van Quilamula. ’
‘Ik weet dat hij in een grot van de Cerro Prieto slaapt. ’
‘Gisteravond stond zijn paard bij de rivier te drinken.’
De boeren van Morelos geloven niet en zullen nooit geloven dat Emiliano Zapata de schanddaad kan hebben begaan te sterven en hen alleen achter te laten.
Lied van de dood van Zapata
Sterretje dat in de nacht
je vasthoudt aan die bergpiek,
waar is aanvoerder Zapata
die de rijken een gesel bracht?
Viooltje van het veld
in de vlakte van Morelos,
als ze je naar Zapata vragen
zeg dat hij ten hemel snelt.
Rusteloze woelige stroom,
wat heeft die anjer je gezegd?
Dat de aanvoerder niet dood is,
onze Zapata komt weerom.
1919 Hollywood
Chaplin
In het begin waren er de vodden.
Uit het afval van de Keystone-studio’s koos Charles Chaplin de meest bruikbare kledingstukken, te groot of te klein of te lelijk, en harkte, als iemand die vuilnis bijeen veegt, een broek van een dikke, een jasje van een dwerg, een hoge hoed en een paar enorme afgetrapte schoenen bij elkaar. Toen hij dat allemaal had, voegde hij er nog een plaksnor en een wandelstok aan toe. En toen stond dat hoopje weggegooide vodden op, groette zijn schepper met een ridicule revérance en liep in waggelgang weg. Na een paar stappen botste hij tegen een boom op, die hij zijn excuses aanbood terwijl hij zijn hoed afnam.
En zo werd Charlie de Vagebond, paria en poëet, in de wereld gezet.
1919 Hollywood
Buster Keaton
De man die nooit lacht, brengt je aan het lachen.
Net als Chaplin is Buster Keaton een magiër van Hollywood. Ook hij heeft een held van de hulpeloosheid geschapen. Het personage van Keaton, met strohoed, een gezicht van steen, het lichaam van een kat, lijkt in niets op Charlie de Vagebond, maar hij is verwikkeld in dezelfde vrolijke oorlog tegen politieagenten, boeven en machines. Volkomen onbewogen, ijs van buiten, vuur van binnen, wandelt hij zeer waardig over de muur, door de lucht of over de bodem van de zee.
Keaton is niet zo populair als Chaplin. Zijn films amuseren, maar zij hebben te veel mysterie en melancholie.
1919 Memphis
Duizenden personen wonen het schouwspel bij
Er zijn talloze vrouwen met een kind op de arm. Het gezonde vermaak bereikt zijn hoogtepunt wanneer de benzine Eli Persons, vastgebonden aan een paal, doopt en de vlammen hem de eerste kreten ontrukken.
Korte tijd later trekt het publiek zich in goede orde terug, terwijl het zich beklaagt over de korte duur van dit soort afleidingen. Sommigen wroeten in de as op zoek naar een bot om ter herinnering mee naar huis te nemen.
Eli Persons is een van de zevenenzeventig negers die dit jaar in de zuidelijke staten van Noord Amerika levend zijn verbrand of zijn opgehangen, omdat zij een moord of een aanranding hebben gepleegd, dat wil zeggen, omdat zij een blanke vrouw met een mogelijke glinstering van wellust in de ogen hebben aangekeken of omdat zij ja in plaats van ja, mevrouw tegen haar hebben gezegd of omdat zij hun hoed niet hebben afgenomen toen zij tegen haar spraken.
Sommigen van al die gelynchte mannen droegen het militaire uniform van de Verenigde Staten en hadden Pancho Villa achtervolgd in de woestijn in het noorden van Mexico of waren net teruggekomen uit de wereldoorlog.
1921 Rio de Janeiro
Rijstepoeder
President Epitácio Pessoa geeft éen aanbeveling aan de leiders van het Braziliaanse voetbal. Om redenen van vaderlands prestige doet hij de suggestie geen enkele speler met een donkere huid naar het komende kampioenschap van Zuid-Amerika te sturen.
Maar bij het laatste kampioenschap werd Brazilië kampioen van Zuid-Amerika dank zij het feit dat de mulat Artur Friedenreich de winnende goal scoorde en sindsdien liggen zijn bemodderde voetbalschoenen in de etalage van een juwelier. Friedenreich, zoon van een Duitser en een negerin, is de beste speler van Brazilië. Hij komt altijd als laatste het veld op. In de kleedkamer heeft hij minstens een half uur nodig om zijn kroeshaar glad te strijken, maar daarna, tijdens het spel, komt er geen haartje van zijn plaats, zelfs niet bij een kopbal.
Het voetbal, een elegant vermaak voor na de mis, is alleen voor blanken.
‘Rijstepoeder! Rijstepoeder!’, schreeuwen de supporters tegen Carlos Alberto, een andere mulat-speler, de enige mulat van de club Fluminense, die zijn gezicht met rijstepoeder wit maakt.
1921 Rio de Janeiro
Pixinguinha
Er wordt aangekondigd dat de groep Los batutas in Parijs zal optreden en de verontwaardiging verspreid zich door de Braziliaanse pers. Wat zullen de Europeanen wel van Brazilië denken? Zullen zij geloven dat dit land een Afrikaanse kolonie is? In het repertoire van Los batutas zitten geen opera-aria’s of walsen, maar maxixe’s, lundu’s, cortajaca’s, batuque’s, caterete’s, modinha’s en pas ontstane samba’s. Dit is een orkest van negers dat negermuziek speelt: er komen artikelen in de kranten, waarin de regering wordt aangespoord een dergelijk verlies van prestige te voorkomen. Onmiddellijk verklaart de minister van Buitenlandse Zaken dat Los batutas geen officiële of officieuze missie hebben.
Pixinguinha, een van de negers van de groep, is de beste musicus van Brazilië. Hij weet van niets, het interesseert hem niet. Hij heeft het heel druk met op zijn fluit, met duivelse vreugde, de van de vogels gestolen klanken te zoeken.
1921 Rio de Janeiro
De onvolprezen Braziliaanse schrijver
wijdt het zwembad van een sportclub in. De redevoering van Coelho Neto, waarin hij de waarden van het zwembad verheerlijkt, maakt tranen en applaus los. Coelho Neto roept de machten van de Zee, van de Hemel en van de Aarde bijeen voor deze plechtigheid van zodanige reikwijdte dat wij haar slechts op haar juiste waarde kunnen schatten door haar dwars door de Schaduwen des Tijds heen naar de Toekomst te projecteren.
‘Een toetje voor de rijken, ’ hekelt Lima Barreto. Hij is geen onvolprezen schrijver, maar een vervloekte schrijver, omdat hij mulat en opstandig is, en vloekend krepeert hij van de pijn in een armoedig ziekenhuis.
Lima Barreto drijft de spot met de schrijvers die de hoogdravende letteren van de decoratieve cultuur lauweren. Zij bezingen de glorie van een gelukkig Brazilië, zonder negers, zonder arbeiders en zonder armen, maar met wijze economen, uitvinders van een uiterst originele formule, die eruit bestaat meer belastingen op te leggen aan het volk, en met tweehonderdtweeënzestig generaals die tot taak hebben nieuwe uniformen te ontwerpen voor het défilé van het volgende jaar.
1922 Toronto
Deze kwijtschelding van straf
redt miljoenen tot een vroege dood veroordeelde mensen. Het is geen gratieverlening door een koning, niet eens door een president. Hij is verleend door een Canadese arts, die vorige week met zeven cent in zijn zak op zoek was naar werk.
Door een ingeving die hem uit de slaap hield en na veel dwaling en ontmoediging, ontdekt Fred Banting dat de door de alvleesklier afgescheiden insuline de suiker in het bloed doet afnemen en annuleert hij de vele doodstraffen die de suikerziekte had uitgevaardigd.
1922 Leavenworth
Omdat hij blijft geloven dat alles van allen is
heeft Ricardo, de meest getalenteerde en meest gevaarlijke van de broers Flores Magón, verstek laten gaan bij de revolutie die hij met zoveel kracht heeft helpen ontketenen. Terwijl het lot van Mexico op het spel stond op de slagvelden, zat hij, geketend, stenen te bikken in een Noordamerikaanse gevangenis.
Een rechtbank van de Verenigde Staten had hem tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld omdat hij een anarchistisch manifest tegen het privébezit had ondertekend. Verschillende keren werd hem gratie aangeboden als hij er om zou vragen. Hij heeft er nooit om gevraagd.
‘Wanneer ik sterf zullen mijn vrienden misschien op mijn grafsteen zetten: “Hier rust een dromer”, en mijn vijanden: “Hier rust een gek”. Maar niemand zal het wagen er deze inscriptie op aan te brengen: “Hier rust een lafaard en verrader van zijn ideeën".‘
In zijn cel, ver van zijn land, wordt hij gewurgd. Hartstilstand, luidt het medisch rapport.
1922 In de velden van Patagonië
Arbeidersschieten
Drie jaar geleden hielden de jonge aristocraten van de Argentijnse Patriottische Liga een jachtpartij in de wijken van Buenos Aires. De safari was een groot succes. Een week lang schoten de jongeheren van goeden huize arbeiders en joden in grote getale dood en geen van hen kwam in de gevangenis terecht omdat hij het zonder toestemming had gedaan.
Nu is het het leger dat in de ijskoude streken van het zuiden met arbeiders het schijfschieten beoefent. De ruiters van het Tiende Regiment Cavalerie bezoeken de grootgrondbezitters in Patagonië en fusilleren stakende dagloners. Zij worden vergezeld door vurige vrijwilligers van de Argentijnse Patriottische Liga. Niemand wordt zonder voorafgaand proces geëxecuteerd. Ieder proces duurt korter dan het roken van een sigaret. Hereboeren en officieren spelen rechter. Bij stapels worden de veroordeelden begraven, in massagraven die zij zelf hebben gegraven.
Deze manier om korte metten te maken met de anarchisten en met de rooien in het algemeen bevalt president Hipólito Yrigoyen in het geheel niet, maar hij verheft nog geen vinger tegen de moordenaars.
1923 De Guayas
Er drijven kruisen in de rivier
honderden met veldbloemen getooide kruisen, een sierlijke vloot van minuscule schepen die dobberen op de bewegingen van de golven en de herinnering: ieder kruis herinnert aan een vermoorde arbeider. Het volk heeft deze drijvende kruisen in het water gegooid opdat de arbeiders, die op de bodem van de rivier liggen, in gewijde aarde zullen rusten.
Het gebeurde een jaar geleden, in de havenstad Guayaquil. Sinds enkele uren was Guayaquil in proletarische handen. Zelfs de stadsbestuurders mochten niet zonder vrijgeleide van de vakbonden over straat. De arbeiders, die er genoeg van hadden honger te eten, hadden de eerste algemene staking in de geschiedenis van Ecuador uitgeroepen. De vrouwen, wasvrouwen, sigarenmaaksters, keukenmeiden, straatverkoopsters, hadden het Rosa Luxemburg Comité gevormd. Zij waren het fierst van allemaal.
‘Vandaag is het gespuis lachend opgestaan. Morgen zal het huilend naar huis gaan,’ kondigde Carlos Arroyo, voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden, aan. En de president van de republiek, José Luis Tamayo, gaf generaal Enrique Barriga opdracht:
‘Koste wat het kost. ’
De stakers hadden zich in een enorme manifestatie verzameld, toen de militaire laarzen door de omliggende straten opmarcheerden. Bij de eerste schoten wilden vele arbeiders vluchten, als bij een verstoord mierennest, en zij vielen het eerst.
Een groot aantal van hen werd, de buik door bajonetten opengereten, in de rivier gesmeten.
1923 Acapulco
De functie van de ordetroepen in het democratisch proces
Toen de film van Tom Mix was afgelopen, was er een toespraak. Staande voor het doek van de enige bioscoop van Acapulco verraste Juan Escudero het publiek met een tirade tegen de bloedzuigers, de handelaren. Toen de geüniformeerden zich op hem wierpen was de Arbeiderspartij van Acapulco al geboren en bij ovatie gedoopt.
De Arbeiderspartij is in korte tijd gegroeid, heeft de verkiezingen gewonnen en haar roodzwarte vlag op het gemeentehuis geplant. Juan Escudero, een lange man met bakkebaarden en een opgedraaide snor, is de nieuwe burgemeester, de socialistische burgemeester: in minder dan geen tijd verandert hij het gemeentehuis in de zetel van de coöperaties en de vakbonden, zet hij de alfabetiseringscampagne in gang, en tart hij de macht van de eigenaren van alles, de drie ondernemingen die het water, de lucht, de bodem en het vuil bezitten van deze van God en de federale regering verlaten smerige Mexicaanse havenstad. Dan organiseren de eigenaren van alles nieuwe verkiezingen, zodat het volk zijn vergissing kan herstellen, maar opnieuw wint de Arbeiderspartij van Acapulco. Zodat er niets anders opzit dan het leger te hulp te roepen, dat onmiddellijk optreedt om de situatie te normaliseren. De zegevierende Juan Escudero krijgt twee kogels, de ene in zijn arm en de andere in zijn voorhoofd, een genadeschot van heel dichtbij, terwijl de soldaten het gemeentehuis in brand steken.
1923 Acapulco
Escudero
herrijst en blijft verkiezingen winnen. In een rolstoel, invalide, zo goed als stom, maakt hij een ware zegetocht in zijn verkiezingscampagne voor afgevaardigde. Zijn redevoeringen dicteert hij aan een jongen, die zijn gemurmel ontcijfert en het vanaf het spreekgestoelte luidkeels herhaalt.
De eigenaren van Acapulco besluiten dertigduizend peso te betalen aan de militaire patrouille om nu te schieten zoals het hoort. In het grootboek van de ondernemingen wordt wel de uitgaande post geboekt, maar niet de bestemming van dat geld. En ten slotte valt Escudero, nu volledig gefusilleerd, gestorven aan de totale dood, om iedere twijfel weg te nemen.
1923 Azángaro
Urviola
De familie wilde dat hij advocaat werd en in plaats van advocaat werd hij Indiaan, alsof zijn tweepuntige bult en zijn dwergachtige gestalte voor hem nog niet genoeg vervloeking betekenden. Ezequiel Urviola gaf zijn rechtenstudie in Puno op en zwoer het spoor van Túpac Amaru te zullen volgen. Sindsdien spreekt hij Quechua, loopt hij op sandalen, kauwt hij op cocabladeren en speelt hij op de bamboefluit. Dag en nacht komt en gaat hij en brengt mensen in opstand in de bergen van Peru, waar de Indianen een eigenaar hebben, net als de muildieren en de bomen.
De politie droomt er van de mismaakte Urviola te pakken te krijgen en de grootgrondbezitters hebben zijn dood gezworen, maar die verdraaide donderpad verandert in een adelaar die hoog boven de bergketen vliegt.
1923 El Callao
Mariátegui
Na enkele jaren in Europa te hebben geleefd keert José Carlos Mariátegui per schip naar Peru terug. Toen hij wegging was hij een bohémien van de Limase nachten, verslaggever van de paardenrennen en mystieke dichter die veel voelde en weinig begreep. In Europa ontdekte hij Amerika: Mariátegui leerde het marxisme kennen en leerde Maríategui kennen, en zo leerde hij, van verre, op opstand, Peru zien dat hij van dichtbij niet had gezien.
Mariátegui gelooft dat het marxisme even onweerlegbaar de vooruitgang vao de mensheid inhoudt als het pokkenvaccin en de relativiteitstheorie, maar om Peru te peruaniseren moet je eerst het marxisme peruaniseren en dat marxisme is geen catechismus noch een overdruk, maar een sleutel om in het diepe land binnen te komen. En de sleutels naar het diepe land vind je in de Indiaanse gemeenschappen, beroofd door het onvruchtbare grootgrondbezit maar onoverwinnelijk in hun socialistische tradities van werk en leven.
1923 Buenos Aires
Portret van een arbeidersjager
Met wellustige blik bekijkt hij de catalogi van vuurwapens, alsof het collecties pornografische foto’s zijn. Het uniform van het Argentijnse leger lijkt hem de mooiste mensenhuid. Hij houdt ervan de in zijn vallen gevangen vossen levend te villen en zijn schotvaardigheid te oefenen op vluchtende arbeiders, vooral wanneer het rooien zijn en nog liever wanneer het buitenlandse rooien zijn.
Jorge Ernesto Pérez Millán Témperley sloot zich als vrijwilliger aan bij de troepen van luitenant-kolonel Varela en vorig jaar trok hij naar Patagonië om daar vrolijk zoveel stakende dagloners neer te schieten als er binnen het bereik van zijn kogels kwamen. En later, toen de Duitse anarchist Kurt Wilckens, die opkwam voor de armen, de bom gooide die luitenant-kolonel Varela opblies, zwoer deze arbeidersjager met luider stemme dat hij zijn meerdere zou wreken.
En hij wreekt hem. In naam van de Argentijnse Patriottische Liga schiet Jorge Ernesto Pérez Millan Témperley zijn mausergeweer leeg op de borst van Wilckens, die in zijn cel ligt te slapen. Onmiddellijk daarna laat hij zich voor het nageslacht fotograferen, met het geweer in zijn hand, als krijgshaftig gebaar van de vervulde plicht.
1923 Tampico
Traven
Een spookschip, een oude tot schipbreuk gedoemde schuit, bereikt de Mexicaanse kust. Onder de matrozen, zwervers zonder naam of natie, is een overlevende van de verpletterde Duitse revolutie. Deze kameraad van Rosa Luxemburg, op de vlucht voor de honger en de politie, schrijft in Tampico zijn eerste roman. Hij zet er de naam Bruno Traven onder. Met die naam zal hij beroemd worden, maar niemand zal ooit zijn gezicht, zijn stem of zijn voetafdruk kennen. Traven besluit een mysterie te zijn, zodat de bureaucratie hem geen etiket zal opplakken en hij beter de spot kan drijven met een wereld waarin het huwelijkscontract en het testament belangrijker zijn dan de liefde en de dood.
1923 In de velden van Durango
Pancho Villa leest ‘Duizend-en-één-nacht’,
de woorden hardop spellend bij het licht van een kaars, omdat dit het boek is dat hem de mooiste dromen geeft, en daarna wordt hij heel vroeg wakker om samen met zijn oude strijdmakkers het vee te weiden.
Villa is nog steeds de meest populaire man in de noordelijke velden van Mexico, hoewel dat de mensen van de regering flink dwars zit. Het is nu drie jaar geleden dat Villa de haciënda Canutillo veranderde in een coöperatie, die al over een ziekenhuis en een school beschikt, en er is een massa mensen gekomen om dat te vieren. Hij zit naar zijn lievelingsliedjes te luisteren, wanneer Don Fernando, een pelgrim uit Granada, vertelt dat John Reed in Moskou is overleden.
Pancho Villa laat het feest stopzetten. Zelfs de vliegen zitten stil. ‘Is Juanito dood? Mijn tweelingbroer Juanito?’
‘Ja, hij is dood.’
Villa kan het niet geloven.
‘Ik heb hem gezien,’ verontschuldigt Don Fernando zich. ‘Hij is bij hun helden van de revolutie begraven.’
De mensen houden hun adem in. Niemand verstoort de stilte. Don Fernando fluistert:
‘Aan de tyfus, niet door een kogel.’
En Villa knikt.
‘Dus Juanito is dood.’
En hij herhaalt:
‘Dus Juanito is dood.’
En hij zwijgt. En in de verte starend zegt hij:
‘Ik had nog nooit van het woord socialisme gehoord. Hij heeft het mij uitgelegd.’
Dan richt hij zich op en terwijl hij zijn armen spreidt richt hij zich verwijtend tot de doodstille gitaristen:
‘En de muziek? Hoe zit het met de muziek? Spelen!’
1923 Mexico Stad
Een miljoen doden in tien jaar oorlog
heeft het volk aan de Mexicaanse revolutie gegeven, om te zien hoe uiteindelijk de militaire aanvoerders zich van de beste gronden en de beste handelszaken meester maken. De officieren van de revolutie delen de macht en de roem met de Indianen plukkende advocaten en de huurpolitici, briljante tafelredenaars die Obregón de Mexicaanse Lenin noemen.
Op de weg van de nationale verzoening wordt iedere onenigheid overwonnen door middel van contracten voor openbare werken, het weggeven van land, of gunsten met open beurs. Alvaro Obregón, de president, definieert zijn stijl van regeren met een uitspraak die in Mexico school zal maken:
‘Er is geen generaal die weerstand biedt aan een kanonschot van vijftigduizend peso.’
1923 Parral
Zijn trots was niet te temmen
Met generaal Villa vergist Obregón zich.
Er zit niets anders op dan Pancho Villa dood te schieten.
Vroeg in de ochtend komt hij per auto in Parral aan. Iemand wrijft met een rode zakdoek over zijn gezicht wanneer hij hem ziet. Twaalf mannen zien het teken en leggen de vinger aan de trekker.
Parral was zijn lievelingsstad, ik houd zoveel van Parral, zoveel, en op de dag dat de vrouwen en kinderen van Parral de Noordamerikaanse indringers met stenen verjoegen barstte zijn hart open, sloegen de paarden in zijn borst op hol en slaakte hij een geweldige vreugdekreet:
‘Ik houd zoveel van Parral dat ik er wel wil sterven!’
1924 Mérida de Yucatán
Nog meer over de functie van de ordetroepen
in het democratisch proces
Felipe Carrillo Puerto, eveneens onkwetsbaar voor het kanon waarmee Obregón pesos afschiet, staat op een vochtige januarimorgen voor het vuurpeleton.
‘Wilt u een biechtvader?’
‘Ik ben niet katholiek. ’
‘En een notaris?’
‘Ik heb niets om na te laten.’
Hij was kolonel geweest in het leger van Zapata, in Morelos, voordat hij in Yucatán de Socialistische Arbeiderspartij oprichtte. In de streek van Yucatán hield Carrillo Puerto zijn redevoeringen in de Maya-taal. In de Maya-taal legde hij uit dat Marx een broer was van Jacinto Canek en van Cecilio Chi, en dat het socialisme, de erfgenaam van de traditie van de gemeenschap, een toekomstdimensie gaf aan het glorieuze verleden van de Indianen.
Tot gisteren stond hij aan het hoofd van het socialistische bestuur van Yucatán. Eindeloze omkoperij en intimidatie hadden niet kunnen verhinderen dat de socialisten de verkiezingen met grote voorsprong hadden gewonnen, en daarna was er niets om te verhinderen dat zij hun beloftes nakwamen. De heiligschennende maatregelen tegen het heilige grootgrondbezit, de slavenbasis van de economische orde en het koloniale monopolie ontketenden de woede van de bazen van de sisal en van de International Harvester Company. De aartsbisschop van zijn kant kreeg heftige stuipen van razernij van het openbaar onderwijs, de vrije liefde en de rooie doopsels, zo genoemd omdat de kinderen hun naam ontvingen op een bed van rode bloemen, en met hun naam ontvingen zij de goede wensen voor een lange socialistische strijdbaarheid. Dus moest het leger te hulp worden geroepen om een eind te maken aan dat schandaal. De fusillering van Felipe Carrillo Puerto herhaalt de geschiedenis van Juan Escudero in Acapulco. Een paar jaar heeft het bestuur van de vernederden in Yucatán geduurd. De vernederden hadden het bestuur en de wapens van de rede. De vernederaars hadden niet het bestuur, maar wel de reden van de wapens. En, als in heel Mexico, wie het geluk beproeft speelt met de dood.
1924 Mexico Stad
De nationalisatie van de muren
De kunst van de schildersezel noodt tot opsluiting. De muurschildering daarentegen presenteert zich aan de menigte te voet. Het volk is analfabeet, dat wel, maar niet blind: Rivera, Orozco en Siqueiros bestormen de Mexicaanse muren. Zij schilderen wat nimmer is geschilderd: op de vochtige kalk ontstaat een werkelijk nationale kunst, kind van de Mexicaanse revolutie en van deze tijd van bevallingen en begrafenissen.
De Mexicaanse muurschildering valt de ontzielde, laffe dwergkunst aan van een land dat getraind is in zelfontkenning. Plotseling worden de stillevens en de verstilde landschappen waanzinnig levende werkelijkheid en de armen der aarde worden het onderwerp van de kunst en de geschiedenis in plaats van voorwerp van gebruik, minachting of medelijden.
De muurschilders worden overladen met hoon, lof krijgen zij in het geheel niet. Maar onvervaard zetten zij hun taak op de steigers voort. Rivera, met de ogen en de keel van een pad en de tanden van een vis, werkt zonder onderbreking zestien uur per dag. Hij heeft een pistool onder zijn riem:
‘Om de kritiek het rechte pad te wijzen,’ zegt hij.
1924 Mexico Stad
Diego Rivera
schildert Felipe Carrillo Puerto, de verlosser van Yucatán, met een schotwond in zijn borst maar rechtop tegenover de wereld, herrezen of zich niet bewust van zijn eigen dood, en hij schildert Emiliano Zapata die het volk in opstand brengt en hij schildert het volk: alle volken van Mexico, verenigd in het epos van het werk, van de oorlog en van het feest, op zestienhonderd vierkante meter muur van het ministerie van Onderwijs. Terwijl hij de wereld overdekt met kleuren, vermaakt Diego zich met liegen. Aan wie maar wil luisteren vertelt hij leugens die even enorm zijn als zijn buik en zijn scheppingsdrift en zijn gulzigheid van onverzadigbare vrouweneter.
Nauwelijks drie jaar geleden keerde hij terug uit Europa. Daar, in Parijs, was Diego een avant-garde schilder en kreeg hij genoeg van de -ismen, en toen hij al bijna was uitgedoofd en alleen nog maar uit verveling schilderde, kwam hij in Mexico en ontving hij het licht van zijn land tot zijn ogen in brand stonden.
1924 Mexico Stad
Orozco
Diego Rivera maakt ronde vormen, bij José Clemente Orozco zijn zij spits. Rivera schildert sensualiteit, vlezige goudgele lichamen, wulpse vruchten. Orozco schildert wanhoop, benige broodmagere lichamen, een verminkte agave die bloedt. Wat bij Rivera vreugde is, is bij Orozco tragedie. Bij Rivera vind je tederheid en stralende klaarheid, bij Orozco ernst en verwrongenheid. De Mexicaanse revolutie van Orozco heeft grootsheid, evenals die van Rivera, maar waar Rivera van hoop spreekt, lijkt Orozco ons te zeggen dat wie ook de góden het heilige vuur ontneemt, het aan de mensen zal onthouden.
1924 Mexico Stad
Siqueiros
Schuw is Orozco, verscholen, onstuimig naar binnen. David Alfaro Siqueiros is spectaculair, breed van gebaar, onstuimig naar buiten. Orozco beoefent de schilderkunst als een ceremonie van eenzaamheid. Siqueiros schildert uit strijdbaarheid voor de solidariteit. Er is geen andere weg dan de onze, zegt Siqueiros. Tegenover de Europese cultuur, die hij ziekelijk en kwijnend vindt, stelt hij zijn eigen gespierde energie. Orozco twijfelt, wantrouwt wat hij doet. Siqueiros valt aan, in de overtuiging dat zijn vaderlandslievende arrogantie geen slechte medicijn is voor een land dat aan een minderwaardigheidscomplex lijdt.
‘Het volk is de held van de Mexicaanse muurschildering’,
zegt Diego Rivera
Het werkelijk nieuwe van de Mexicaanse schilderkunst, in de zin waarin Orozco, Siqueiros en ik daarmee zijn begonnen, was dat wij van het volk de held van de muurschildering, hebben gemaakt. Tot dan waren góden, engelen, aartsengelen, heiligen, oorlogshelden, koningen, keizers en prelaten, de grote militaire en politieke leiders de helden van de muurschildering geweest, terwijl het volk werd afgebeeld als het koor rond de hoofdpersonages van de tragedie...
1924 Regla
Lenin
De burgemeester van het Cubaanse dorp Regla roept de mensen bijeen. Vanuit het naburige Havanna is het bericht gekomen van de dood van Lenin in de Sovjetunie en de burgemeester vaardigt een verordening van rouw uit. De verordening zegt dat voornoemde Lenin de welverdiende sympathie heeft verworven onder de proletarische en intellectuele inwoners van deze gemeente. Om deze reden zullen haar inwoners de volgende zondag om vijf uur in de namiddag twee minuten van stilte en overpeinzing in acht nemen, gedurende welke tijd personen en voertuigen een staat van absolute onbeweeglijkheid zullen aanhouden. Precies om vijf uur op de zondagmiddag bestijgt de burgemeester van het dorp Regla de Fortín-heuvel. Ondanks de hevige regen vergezellen hem meer dan duizend mensen. En in de regen verstrijken de twee minuten van stilte en overpeinzing. Daarna plant de burgemeester een olijf op de top van de heuvel ter ere van de man die zozeer voor altijd de rode vlag daar in het land van de sneeuw heeft geplant.
1926 San Albino
Sandino
De wind zou deze kleine magere man, niet meer dan een spriet, wegblazen als hij niet zo stevig op de Nicaraguaanse grond stond geworteld.
Op deze grond, zijn grond, staat Augusto César Sandino op en spreekt. En al sprekend vertelt hij wat zijn grond hem heeft gezegd. Wanneer Sandino zich op zijn grond te slapen legt fluistert deze hem diepe smarten en zoete geheimen toe.
Sandino staat op en vertelt de vertrouwelijkheden van zijn overrompelde en vernederde grond en vraagt: hoevelen van u houden zoveel van haar als ik.
Negenentwintig mijnwerkers van San Albino doen een stap voorwaarts.
Zij zijn de eerste soldaten van het Nicaraguaanse bevrijdingsleger. Analfabete arbeiders die vijftien uur per dag gouderts delven voor een Noordamerikaanse onderneming en opgestapeld in een loods slapen. De mijn blazen zij met dynamiet op en dan gaan zij met Sandino de bergen in.
Sandino rijdt op een wit ezeltje.
1926 Puerto Cabezas
De waardigste vrouwen van de wereld
zijn de hoeren van Puerto Cabezas. Dank zij de confidenties van het bed kennen zij de precieze plaats waar de Noordamerikaanse mariniers veertig geweren en zevenduizend patronen hebben laten zinken. Door hen, die met het tarten van de buitenlandse bezettingstroepen hun leven op het spel zetten, halen Sandino en zijn mannen bij het licht van toortsen hun eerste wapens en hun eerste munitie uit het water.
1926 Juazeiro do Norte
Pater Cícero
Juazeiro leek een onbetekenend gehucht, vier in de onmetelijkheid uitgespuwde boerderijen, toen God op een goede dag met zijn vinger naar dat hoopje vuil wees en besloot dat het de Heilige Stad zou worden. Sindsdien stromen de geplaagden bij duizenden toe. Naar hier voeren alle wegen van marteling en mirakel. Broodmagere pelgrims, uit heel Brazilië, lange rijen vodden en stompen, hebben Juazeiro in de rijkste stad van het noordoostelijke woestijngebied veranderd. In dit nieuwe Jerusalem, hersteller van het geloof, herinnering van de vergetenen, kompas van de dwalenden, heet het bescheiden stroompje Salgadinho nu de Jordaan. Omringd door devote vrouwen die bloedige bronzen kruisbeelden heffen verkondigt pater Cícero dat de komst van Jezus Christus nabij is.
Pater Cícero Romão Batista is heer van de grond en van de zielen. Deze redder van de schipbreukelingen van de woestijn, temmer van krankzinnigen en criminelen, geeft kinderen aan de onvruchtbare vrouw, regen aan de droge aarde, licht aan de blinde en aan de arme een paar kruimels van het brood dat hij eet.
1926 Juazeiro do Norte
Door een goddelijk wonder wordt een bandiet kapitein
De soldaten van Limpião schieten schoten af en zingen gezangen. Klokken en vuurpijlen heten hen welkom in de stad Juazeiro. De struikrovers dragen een compleet arsenaal en een weelderige overvloed van medailles en onderscheidingstekens op hun leren wapenuitrusting.
Aan de voet van het standbeeld van pater Cícero zegent pater Cícero de bendeleider. Het is bekend dat de bandiet Limpião nooit een huis zal overvallen waar een afbeelding van pater Cícero hangt en dat hij nooit iemand zal doden die een zo wonderdoende heilige vereert.
Namens de Braziliaanse regering verleent pater Cícero Limpião de rang van legerkapitein, drie blauwe linten aan iedere schouder, en wisselt zijn oude winchester jachtgeweren om voor smetteloze mauser geweren. Kapitein Limpião belooft dat hij de rebellen van luitenant Luis Carlos Prestes zal vernietigen, die door heel Brazilië trekken om de democratie en andere duivelse ideeën te prediken, maar hij heeft de stad nog niet verlaten of hij is de Prestes Colonne al vergeten en gaat weer over tot de orde van de dag.
1926 New York
Valentino
Gisteravond is Rudolf Valentino in een Italiaans restaurant dood neergevallen, geveld door een pastafeestmaal.
Miljoenen vrouwen in de vijf continenten zijn weduwen geworden. Zij aanbaden de Latijnse slanke panter op het witte doek-altaar van de bioscopen-tempels in alle dorpen en steden. Met hem galoppeerden zij, voortgedreven door de woestijnwind, naar de oase, en met hem betraden zij tragische stierenarena’s en mysterieuze paleizen en dansten zij op een spiegelvloer en ontkleedden zij zich in de verblijven van de Indiase prins of de zoon van de sjeik: zij werden doorboord door zijn blik, een smachtende spiraal, en in zijn armen geklemd zonken zij neer in de diepe zijden spondes.
Het drong niet eens tot hem door. Valentino, de god van Hollywood, die rokend kuste en dodend keek, die elke dag duizend liefdesbrieven ontving, was in werkelijkheid een man die alleen sliep en van zijn moeder droomde.
1927 Chicago
Louie
Zij woonde in Perdido Street, in New Orleans, in de diepste kelder van de kelderverdiepingen, waar iedereen die stierf tijdens de wake een schoteltje op zijn borst had, waarop de buren geldstukken konden leggen voor de begrafenis. Maar zij sterft nu en haar zoon Louie smaakt het genoegen haar een prachtige begrafenis te geven, de luxe-begrafenis die zij zich zou hebben gedroomd aan het eind van een droom waarin God haar blank en miljonair maakte.
Louis Armstrong was opgegroeid zonder iets anders te eten dan kliekjes en muziek, tot hij uit New Orleans weg kon vluchten naar Chicago met als enige bagage een trompet en als enig gezelschap een broodje vis. Enkele jaren zijn verlopen en hij is behoorlijk dik, want hij eet om zich te wreken en als hij naar het zuiden zou terugkeren zou hij misschien wel binnen kunnen gaan in sommige plaatsen die voor negers verboden of voor armen onmogelijk zijn en zelfs zou hij in bijna alle straten kunnen lopen zonder te worden verjaagd. Hij is de koning van de jazz en er is niemand die hem dat betwist: zijn trompet fluistert, bromt, kreunt, gilt als een gewond dier en lacht een luide schaterlach om euforisch, immens machtig, de absurditeit dat je leeft te vieren.
1927 New York
Bessie
Deze vrouw bezingt haar kwetsuren met de stem van de gelukzaligheid en niemand kan zich doof of afwezig houden. Longen van de diepe nacht: Bessie Smith, enorm dik, enorm zwart, vervloekt de dieven van de Schepping. Haar blues zijn de religieuze hymnen van de arme dronken negerinnen van de sloppenwijken: zij kondigen aan dat de blanken en de macho's en de rijken die de wereld vernederen zullen zorden onttroond.
1927 Rapallo
Pound
Twintig jaar geleden vertrok Ezra Pound uit Amerika. Onder de zon van Italië zoekt hij, zoon van de dichters, vader van de dichters, nieuwe beelden, die het gezelschap van de bisons van Altamira waardig zijn, en onbekende woorden die in staat zijn met goden ouder dan de vissen te spreken.
Onderweg vergist hij zich in de vijand.
1927 Charlestown
‘Een prachtige dag’,
zegt de gouverneur van de staat Massachusetts.
Te middernacht op deze maandag in augustus zullen twee Italiaanse arbeiders plaats nemen in de elektrische stoel in het Huis van de Dood van de gevangenis van Charlestown. Nicola Sacco, schoenmaker, en Bartolomeo Vanzetti, visverkoper, zullen worden geëxecuteerd wegens misdaden die zij niet hebben begaan.
De levens van Sacco en Vanzetti liggen in handen van een koopman die veertig miljoen dollar heeft verdiend met het verkopen van Packard-auto’s. Alvan Tufts Fuller, gouverneur van Massachusetts, is een kleine man achter een groot bureau van bewerkt hout. Hij weigert te zwichten voor de luide protesten die uit alle windstreken van deze planeet opklinken. Hij gelooft oprecht in de correctheid van de rechtsgang en in de geldigheid van de bewijzen; en bovendien gelooft hij dat alle vervloekte anarchisten en smerige buitenlanders die dit land komen ruïneren de dood verdienen.
1927 Araraquara
Mário de Andrade
is een uitdager van de slaafse, weeë, hoogdravende, officiële cultuur, een schepper van woorden die vergaan van afgunst op de muziek en die niettemin in staat zijn er op te kauwen, want Brazilië is een lekkere warme pinda.
Op vakantie schrijft Mario de Andrade louter voor zijn genoegen de woorden en daden op van Macunaïma, een held zonder enig karakter, zoals hij die hoorde uit de gouden snavel van een papegaai. Volgens de papegaai werd Macunaïma, een lelijke neger, diep in het oerwoud geboren. Tot zijn zesde jaar sprak hij geen woord, uit luiheid, zo druk had hij het met het onthoofden van mieren, het in het gezicht spugen van zijn broers en het met de vingers aan de charmes van zijn schoonzusters zitten. De vermakelijke avonturen van Macunaïma doorlopen alle tijden en alle ruimten van Brazilië, in één grote voor-de-gek-houderij waarvoor niets heilig is en die alles een kopje kleiner maakt.
1927 Parijs
Villa-Lobos
Achter de enorme sigaar komt een grote rookwolk. In die wolk fluit Heitor Villa-Lobos, vrolijk en verliefd, een zwerversliedje.
In Brazilië zeggen de negatieve critici dat hij muziek componeert om door epileptici te worden uitgevoerd en door paranoici te worden aangehoord, maar in Frankrijk wordt hij ovationeel ontvangen. De Parijse pers juicht zijn gedurfde harmonieën en zijn krachtige nationale gevoel gretig toe. Er verschijnen artikelen over het leven van de maestro. Een krant vertelt dat Villa-Lobos eens op een braadrooster werd vastgebonden en bijna door de menseneten de Indianen werd geroosterd toen hij met een victrola in zijn armen door het Amazone-woud liep om er Bach te verspreiden.
Tijdens een van de feesten die Parijs hem tussen de concerten door aanbiedt vraagt een vrouw hem of hij rauwe mens heeft gegeten en of hij het lekker vond.
1927 In de velden van Jalisco
Achter een enorm houten kruis
is het een gedrang van ruiters. De christenpartij van Jalisco en in andere staten van Mexico komt in opstand, op zoek naar het martelaarschap en de glorie. Zij juichen een Christus Koning toe die een met juwelen bezette kroon in plaats van doornen op het hoofd draagt, en een paus die zich niet neerlegt bij het verlies van de weinige clericale voorrechten die in Mexico nog overeind stonden.
De arme boeren zijn eerst gestorven voor een revolutie die hun de grond had beloofd. Ertoe veroordeeld om stervend te leven, gaan zij nu dood voor een Kerk die hun de Hemel belooft.
1927 San Gabriel de Jalisco
Een kind kijkt
Zijn moeder had zijn ogen bedekt zodat hij zijn aan de voeten opgehangen grootvader niet zou zien. En later verhinderden de handen van zijn moeder hem zijn door de kogels van de struikrovers doorzeefde vader te zien, evenals zijn in de wind aan de hoge telegraafpalen schommelende ooms.
Nu is ook zijn moeder doodgegaan of is het moe geworden zijn ogen te beschermen. Gezeten op de stenen wal, die over de heuvels kronkelt, kijkt Juan Rulfo met het blote oog naar zijn woeste land. Hij ziet de ruiters, federale of christelijke, dat maakt geen verschil, uit de rook opdoemen, en achter hen, in de verte, een brand. Hij ziet de rij gehangenen, flarden door de gieren leeggegeten kleren, en hij ziet een processie van in het zwart geklede vrouwen.
Juan Rulfo is een kind van negen jaar, omgeven door spoken die hem verschijnen.
Hier is niets levends. Er zijn geen andere stemmen dan het gehuil van de prairiewolven, er is geen andere luchtverplaatsing dan de zwarte wind die in een werveling opstijgt. In de velden vanjalisco zijn de levenden doden die net doen alsof.
1927 El Chipote
De oorlog van de tijgers en de vogels
Vijftien jaar geleden gingen de mariniers, voor korte tijd, aan land in Nicaragua om de levens en de eigendommen van de staatsburgers van de Verenigde Staten te beschermen, en zij vergaten weg te gaan. Tegen hen komen nu deze bergen in het noorden in opstand. Dorpen zijn hier schaars, maar wie geen soldaat van Sandino wordt, wordt zijn spion of boodschapper. Sinds het opblazen van de mijn in San Albino en het eerste gevecht, dat in de omgeving van Muy Muy plaatsvond, groeit het bevrijdingsleger gestaag.
Het hele Hondurese leger staat aan de grens om te verhinderen dat wapens Sandino over de rivier bereiken, maar de guerrillastrijders pakken de geweren van gevallen vijanden en halen ingeslagen kogels uit de bomen. Er zijn machetes genoeg, om te onthoofden, en de granaten van sardineblikjes gevuld met glasscherven, spijkers, moeren en dynamiet stichten heel wat verwarring.
De Noordamerikaanse vliegtuigen bombarderen lukraak en leggen gehuchten plat, en de mariniers zwerven door het oerwoud, tussen afgronden en bergpieken, gebraden door de zon, verzopen door
de regen, gestikt in het stof, alles wat zij op hun weg tegenkomen verbrandend en vermoordend. Zelfs de apen bekogelen hen met projectielen.
Sandino wordt een vrijgeleide aangeboden en tien dollar voor iedere dag die zijn opstand heeft geduurd. Kapitein Hatfield gelast hem zich over te geven. Vanuit de stellingen op El Chipote, een in nevels gehulde mysterieuze top, komt het antwoord: Ik verkoop mij niet en geef mij niet over. En de groet: Uw bereidwillige dienaar, die u in een prachtig graf met mooie bloemboeketten wil leggen. En de handtekening van Sandino.
De patriottische soldaten bijten als tijgers en vliegen als vogels. Waar je het het minst verwacht slaan zij hun klauw uit, een tijgersprong naar het gezicht van de enorme vijand, en nog voor hij erin slaagt te reageren vallen zij hem al in de rug of op de flanken aan, en in één vleugelslag zijn zij weer verdwenen.
1928 San Rafael del Norte
Een klein gek leger
Vier Corsair-vliegtuigen bombarderen de stellingen van Sandino op de El Chipote-berg, omsingeld en belaagd door de kanonnen van de mariniers. Gedurende enkele dagen en nachten dondert de lucht en trilt de grond in de hele streek, tot de indringers de bajonet opzetten en in de aanval gaan tegen de loopgraven met stenen wallen waar de geweren bovenuit steken. De heroïsche actie eindigt zonder doden of gewonden, want de aanvallers vinden soldaten van stro en geweren van hout.
Weldra berichten de Noordamerikaanse kranten over deze slag bij El Chipote. Zij vertellen niet dat de mariniers een legioen poppen met breedgerande hoeden en roodzwarte halsdoeken hebben verslagen. Integendeel, zij beweren dat Sandino zelf een van de gesneuvelden is.
In het afgelegen dorp San Rafael del Norte luistert Sandino naar zijn zingende mannen rondom de kampvuren. Daar ontvangt hij het bericht van zijn eigen dood:
‘God en onze bergen zijn met ons. En de dood is tenslotte niets anders dan een ogenblikje pijn.’
In de afgelopen maanden zijn zesendertig oorlogsschepen en zesduizend verse mariniers, aanvullingstroepen, in Nicaragua aangekomen. Van de vijfenzeventig gevechten en schermutselingen hebben zij het overgrote deel verloren. De prooi is hen verschillende keren door de vingers geglipt. Niemand weet hoe.
Klein gek leger noemt de Chileense dichteres Gabriela Mistral de strijdmacht van Sandino, deze haveloze soldaten die een meester zijn in dapperheid en duivelskunst.
‘Alles kon je delen’
Juan Pablo Ramírez: Wij maakten poppen van hooi en die zetten wij neer. En wij zetten houten stokken in de grond met een hoed erop. Dat was leuk... Ze beschoten ons wel zeven dagen, met bommen en al, en ik bescheurde me van het lachen!
Alfonso Alexander: De indringers vertegenwoordigden de olifant en wij de slang. Zij waren de onbeweeglijkheid, wij de beweeglijkheid.