verschijning

 

Terwijl het regent tussen u en mij

is elke afstand bezig te vermind’ren.

Ieder figuur aanschouwt zijn overzij

zonder zich door de stof te laten hind’ren.

 

En vage sluiers nemen omtrek aan.

Een omgekeerde orde is op handen.

Ik zie uw ogen in de regen branden.

Om mijn gelaat liggen uw natte handen.

Ga niet meer heen. Of laat mij medegaan.

 

Gerrit Achterberg