Epiloog

Er was een gloednieuwe baby op bezoek in huis, en dat was te horen aan de misnoegde kreetjes die uit de kamer boven kwamen.

Jinx stak haar hoofd om de hoek van de deur. 'Wat is er in 's hemelsnaam met Emma aan de hand?'

Gracie, met een lichtroze veiligheidsspeld tussen haar lippen geklemd, keek wanhopig op van het schreeuwende kind. 'Het is allemaal zo nieuw voor me, Jinx. Ik ben bang dat ik het niet meer kan.'

'Niet meer? Wanneer heb jij ooit met baby's te maken gehad?'

'O ja, nou ja, je hebt gelijk.' Gracie zuchtte en haalde de speld uit haar mond. 'Ik heb het nooit gekund. Dar verklaart waarom ik er nu zo'n rommeltje van maak.'

'Ach, lieverd, baby's vergen veel oefening, dat is alles. Het is net als met pianospelen. Als je dat wilt leren, moet je ook iedere dag toonladders oefenen.'

Gracie schudde haar hoofd. 'Pianospelen is veel makkelijker.' Berustend stak ze de speld weer tussen haar lippen. 'En kijk nou toch eens naar al die onmogelijke luiers! Ik begrijp gewoon niet hoe iemand een veiligheidsspeld door al dat plastic en papier heen krijgt.'

Jinx barstte in lachen uit, zo hard dat Gracie rood aanliep van verontwaardiging. 'Mag ik vragen wat er zo grappig is aan wat ik zeg?' informeerde ze.

'Heb je het dan niet door, lieverd?' Jinx stak haar hand uit en trok de plakrand open. 'Je hoeft geen veiligheidsspelden te gebruiken. Dat is het hem nou juist met wegwerpluiers.' Het volgende moment keek ze verbaasd naar baby Emma, die plotseling begon te brullen.

'Zie je wel,' zei Gracie, verontwaardigd snuivend. 'Zij vindt het ook niet leuk dat je me uitlacht.'

Er dwarrelde een blad van de regenboom naar beneden dat zich naast een vers bosje margrieten nestelde. Streepjes zonlicht verspreidden zich over het gras en dansten op Davids blonde haar. Hoe vaak had hij hier in zijn eentje in de schaduw van de boom zitten treuren? Hoe vaak had hij hier in stilte met zijn zoon gepraat? Alle andere keren dat hij hier was geweest leken te versmelten tot één nare, grijze herinnering.

Vandaag glimlachte hij echter. En in zijn hoofd hoorde hij de glimlach in Noahs stem.

'Ben jij dat, pappie?'

'Ja, Noah. Ik ben het. Je hebt een zusje.'

'Ik heb altijd een zusje gewild.'

'Ze zuigt op dezelfde twee vingers als jij...'

'Echt waar?''En ze lacht altijd als ik haar kamer binnen loop.' ' Dat deed ik ook. Weet je nog?' 'ja, dat weet ik nog.'

'Je zult het nooit vergeten, hè, pappie? Beloof je me datje het nooit zult vergeten?'

'Nee, ik zal het nooit vergeten. Dat beloof ik je, Noah, ik zal het nooit ofte nimmer vergeten...'

David draaide zich om, en door zijn tranen heen zag hij Kate staan. Woorden waren niet nodig tussen hen. Alleen een blik. Een uitgestrekte hand.

Samen liepen ze weg van die trieste plek. Zodra ze uit de schaduw van de boom waren, trok David haar in zijn armen.

Toen ze zijn gezicht aanraakte, voelde hij de warmte van de zon in haar vingertoppen. En hij was genezen.

Hij was genezen.