Hoofdstuk 10
In de achtenveertig jaar dat hij als tuinman op het kerkhof werkte, had Ben Hoomalu heel wat vreemde dingen meegemaakt. Zijn vrienden grapten dat dat kwam doordat hij de hele dag tussen de overleden mensen ronddoolde, maar in feite waren het niet de doden die al die toestanden veroorzaakten, maar de levenden: de hitsige tieners die in het donker tussen de grafstenen zaten te flikflooien, de weduwe die obsceniteiten op de nieuwe marmeren grafsteen van haar echtgenoot krabbelde, de oude man die betrapt werd toen hij bezig was zijn geliefde poedel naast zijn geliefde vrouw te begraven. Ja, er gebeurden vreemde dingen op het kerkhof.
En nu was die auto weer terug.De afgelopen week had hij diezelfde zilverkleurige Ford met de getinte ramen iedere dag door het hek zien rijden. Soms kwam hij 's ochtends vroeg, andere keren laat in de middag. Hij parkeerde bij de Arch of Eternal Comfort en bleef daar dan een uur of twee staan. De chauffeur stapte nooit uit. Ook dat was vreemd. Als iemand helemaal hiernaartoe kwam om een geliefde te bezoeken, zou je denken dat ze op zijn minst zouden uitstappen om bij het graf te kijken.
Van sommige lui kreeg je gewoon geen hoogte.
Ben pakte de heggenschaar en begon de hibiscus- struik te snoeien. Hij vond het prettig om het geknip te horen, het geknip van de messen in het middagstilte. Hij keek pas op op het moment dat er een oude, gedeukte Chevy door het hek kwam rijden. De auto stopte, en er stapte een magere man uit. De man zwaaide naar Ben, die glimlachend terug zwaaide. Vervolgens liep de man met een bos margrieten naar het graf van een vrouw. Ben had geen haast en bleef staan kijken terwijl de man zijn ritueel uitvoerde.
Eerst pakte hij de verlepte bos bloemen op die hij tijdens zijn vorige bezoek had gebracht en raapte hij alle losse blaadjes en takjes heel precies op. Daarna, nadat hij zijn nieuwe gift naast de steen had gelegd, ging hij eerbiedig op het gras zitten. Ben wist dat de man daar lange tijd zou blijven zitten, dat deed hij altijd. Elk bezoek was precies hetzelfde. Blijkbaar putte hij daar troost uit.
Tegen de tijd dat de man opstond om weg te gaan, was Ben klaar met de hibiscus en was hij bezig met de bougainville. Hij zag dat de man langzaam naar zijn auto liep en voelde een steek van verdriet toen de oude Chevy het pad af reed naar het toegangshek van het kerkhof. Hij wist niet eens hoe de man heette; hij wist alleen dat van degene die in dat graf lag nog steeds heel veel werd gehouden. Hij liet de heggen- schaar vallen en liep naar de met een roze strik samengebonden bos margrieten. Op de plek waar de man had geknield was het gras nog steeds plat.
Het geluid van een startende motor trok zijn aandacht, en hij zag dat de zilverkleurige Ford optrok en langzaam achter de Chevy reed.
Wat zou dat nou weer te betekenen hebben? Ja, er gebeurden hier inderdaad vreemde dingen.
Hij keek naar de naam op de steen: Jennifer Brook, 28 jaar oud. Nu al had de wind een dood blad op het graf geblazen. Hij schudde zijn hoofd.
Zo'n jonge vrouw. Zo zonde.
'Ik heb hier één broodje ham, een bakje mayo en een telefoontje op lijn vier voor je,' zei brigadier Brophy terwijl hij een bruine zak op het bureau neerzette.
Pokie, geconfronteerd met de keuze russen een broodje ham en een knipperende telefoon, koos voor het broodje. Tenslotte moest een man prioriteiten stellen, en hij nam aan dal bij iedereen een rammelende maag hoog op het lijstje van prioriteiten stond. Hij knikte naar de telefoon. 'Wie is het?'
'Ransom.'
'Niet weer.'
'Hij wil dat we een onderzoek starten naar de O'Brien-zaak.'
'Waarom blijft hij ons in godsnaam aan onze kop zeuren over die zaak?'
'Ik denk dat hij een beetje verkikkerd is op die... op die...' Brophy's gezicht kromp plotseling helemaal in elkaar doordat er een nies aankwam, en hij wist nog maar net op tijd een zakdoek te pakken om de explosie te smoren, '...vrouwelijke dokter, je weet wel, rozen en dinertjes bij kaarslicht.'
'Rozen en dinertjes bij kaarslicht? Davy?' Pokie lachte zo hard dat er een stuk brood uit zijn mond schoot. 'Mannen als Davy hebben niets met rozen en dinertjes bij kaarslicht. Die denken dat ze te slim zijn voor al die romantische flauwekul.'
'Geen enkele man is daar te slim voor,' meende Brophy.
Er werd op de deur geklopt, en een geüniformeerde agent stak zijn hoofd naar binnen, inspecteur? De hoofdcommissaris wil dat u naar zijn kantoor komt.'
'Waarom?'
'Het zit daar barstensvol met journalisten. Ze vragen naar dat vermiste Sasaki-meisje. Eigenlijk had u daar tien minuten geleden al moeten zijn.'
Spijtig keek Pokie naar zijn broodje. Helaas, op het lijstje met prioriteiten stond een oproep van de hoofdcommissaris nu eenmaal zo'n beetje op gelijke hoogte met ademhalen. Zuchtend liet hij zijn broodje op zijn bureau achter en trok zijn jasje aan.
'Wat doen we met Ransom?' vroeg Brophy met een knikje richting telefoon.
'Zeg maar dat ik hem terugbel.'
'Wanneer?'
'Volgend jaar,' gromde Pokie terwijl hij naar de deur liep. Waarna hij er nauwelijks hoorbaar aan toevoegde: 'Als hij mazzel heeft.'
David vloekte binnensmonds toen hij achter het stuur kroop. Met een klap trok hij het portier dicht. 'Ze gaan niet op ons verzoek in.'
Met grote ogen keek Kate hem aan. 'Maar ze hebben Jenny Brooks dossier gezien. En ze hebben met Kahanu gepraat en -'
'Ze zeggen dat ze niet genoeg bewijs hebben om een moordonderzoek te starten. Wat hen betreft is Ellen O'Brien gestorven ten gevolge van een medische fout. Einde onderwerp.'
'Dan moeten we het zelf doen.'
'Fout. We doen helemaal niets.' Geïrriteerd startte hij de motor en reed weg. 'Het wordt te gevaarlijk.'
'Het is van het begin af aan gevaarlijk geweest. Waarom begin je hem nu opeens te knijpen?'
'Oké, ik geef het toe. Tot nu toe wist ik niet zeker of ik je kon gelo-'
' Dacht je dat ik lóóg?'
'Er bleef altijd die... Die knagende twijfel in mijn achterhoofd. Maar inmiddels weten we dat er dossiers zijn gestolen uit het ziekenhuis. En dat mensen inbreken in advocatenkantoren. Er is hier iets vreemds gaande, Kate. Dit is niet het werk van een maniakale psychopaat, daarvoor is het te doordacht en te systematisch.' Fronsend keek hij naar de weg voor hem. 'En het heeft allemaal te maken met Jenny Brook. In dat ziekenhuisdossier van haar staat iets wat gevaarlijk is, iets wat de moordenaar verborgen wil houden.'
'Maar we hebben dat ding al ik weet niet hoe vaakdoorgelezen, David. Het is gewoon een medisch dossier.'
'In dat geval zien we iets over het hoofd. En ik vertrouw erop dat Charlie Decker ons kan vertellen wat dat is. Ik stel voor dat we gewoon wachten tot de politie hem heeft gevonden.'
Charlie Decker, dacht ze. Was hij haar ondergang of haar redding? Ze keek naar het late middagverkeer en probeerde zich zijn gezicht te herinneren. Tot nu toe was haar herinnering getekend door angst. Telkens wanneer ze zijn gezicht voor zich had gezien in die spiegel was ze bang geworden. Nu probeerde ze haar klamme handen en snel kloppende hart te negeren en dwong ze zichzelf te denken aan dat gezicht, die vermoeide, holle ogen. Waren dat ogen van een moordenaar? Ze wist het niet meer. Haar blik dwaalde naar het dossier van Jenny Brook op haar schoot. Was daar de sleutel tot Charlie Deckers gekte in te vinden?
'Ik zorg dat ik Pokie morgen te pakken krijg.' zei David terwijl hij ongeduldig door het verkeer manoeuvreerde. 'Kijken of ik hem op andere gedachten kan brengen.'
'En als je hem niet kunt overtuigen?'
'Ik ben heel overtuigend.'
'Hij wil meer bewijs zien.'
'Laat hém dat dan vinden. Ik denk dat wij ons best wel hebben gedaan. Het wordt tijd dat wij ons terugtrekken.'
'Dat kan ik niet, David. Mijn carrière staat op het spel.'
'En je leven?'
'Mijn carrière is mijn leven.'
'Dat is een allejezus groot verschil.'
Ze wendde zich van hem af. 'Ik kan niet van je verwachten dat je het begrijpt. Het is jouw gevecht niet.'
Hij begreep het echter wel. En dat koppige trekje in haar stem zat hem dwars. Ze deed hem denken aan die krijgsmannen in vroeger tijden die liever door hun eigen zwaard gedood werden dan te accepteren dat ze verslagen waren, 'je hebt het mis,' liet hij haar weten. 'Over dat het niet mijn gevecht is.'
'Bij jou staat er niets op het spel.'
'Vergeet niet dat ik de zaak heb laten vallen - een zaak die heel lucratief had kunnen zijn, mag ik wel zeggen.'
'O. Sorry dat je door mij zo'n leuk bedragje aan je neus voorbij ziet gaan.'
'Denk je dat ik inzit over het geld? Ik geef geen moer om dat geld. Het gaat me om mijn reputatie. En dat allemaal omdat ik dat idiote verhaal van jou toevallig geloof. Moord op de operatietafel! Ik sta compleet voor schut als ik dat niet kan bewijzen. Dus zeg niet dat ik niets te verliezen heb!' Ondertussen zat hij te schreeuwen. Hij kon er niets aan doen. Ze mocht hem van van alles en nog wat beschuldigen, hij zou er geen minuut wakker van liggen, maar dat ze hem ervan beschuldigde dat het hem allemaal geen zak kon schelen, was iets wat hij niet pikte.
Het stuur stevig omklemmend dwong hij zichzelf voor zich uit op de weg te kijken. 'Het ergste van alles is nog,' mompelde hij, 'dat ik een waardeloze leugenaar ben. En ik denk dar de O'Briens dat doorhebben.'
'Bedoel je dat je ze niet hebt verteld wat er aan de hand is?'
'Dat ik denk dat hun dochter vermoord is? Jezus, nee. Ik heb voor de makkelijke weg gekozen. Ik heb ze gezegd dat er sprake was van tegenstrijdige belangen. Een lekker vaag excuus. Ik dacht dat het niet zo heel veel kwaad kon, aangezien ik de zaak heb overgedragen aan een gerenommeerd advocatenkantoor.'
'Wat heb je gedaan?' Met wijd opengesperde ogen keek ze hem aan.
'Ik was hun advocaat, Kate, ik ben verplicht hun belangen te behartigen.'
'Uiteraard.'
'Dat was niet makkelijk, hoor,' ging hij verder. 'Ik hou er niet van om mijn cliënten te beduvelen. Geen enkele. Ze hebben al genoeg ellende in hun leven. Het minste wat ik kan doen, is zorgen dat hun rechten zo goed mogelijk worden behartigd. Ik vind het echt klote als ik mijn beloften niet na kan komen. Dat begrijp je toch wel?'
'Ja, dat begrijp ik heel goed.'
Aan haar verongelijkte toon te horen begreep ze het niet echt. En dat irriteerde hem, omdat hij had gedacht dat ze het wél zou begrijpen.
Ze zat roerloos voor zich uit te kijken toen hij de oprit op reed, en stapte niet uit nadat hij de motor had uitgezet. Zwijgend bleven ze daar in de hete schaduwzitten. Seconden strekten zich uit tot minuten. Toen ze eindelijk weer wat zei, praatte ze op de afstandelijke toon van een vreemde.
'Ik heb je in een netelige positie gebracht, hè?'
Zijn antwoord bestond uit een kort hoofdknikje.
'Dat spijt me.'
'Luister, vergeet het, oké?' Hij stapte uit en deed haar deur open. Ze zat daar nog steeds, als een beeld zo onbeweeglijk. 'En?' vroeg hij. 'Kom je nog binnen?'
'fa, om mijn koffers te pakken.'
Hij verbeet zijn teleurstelling. 'Ga je weg?'
'Wat je voor me hebt gedaan, stel ik zeer op prijs,' zei ze gespannen. 'Je nam een risico, en dat hoefde je niet te doen. Misschien dat we elkaar in het begin nodig hadden, maar het is duidelijk dat deze... regeling niet langer goed voor je is. En voor mij ook niet, trouwens.'
'Ik begrijp het,' zei hij, hoewel hij het niet begreep, in feite vond hij haar reactie nogal kinderachtig. 'En waar ga je heen?'
'Ik ga bij vrienden logeren.'
'O, geweldig. Dus nu ga je hun in gevaar brengen.'
'In dat geval neem ik een hotel.'
'Je tas is gestolen, weet je nog? Je hebt geen geld, geen creditcard.' Hij pauzeerde even om het dramatische effect te vergroten. 'Helemaal niets.'
'Op dit moment niet, maar -'
'Of wilde je geld van me lenen?'
'Ik heb je hulp niet nodig,' snauwde ze. 'Ik heb nog nooit hulp van iemand nodig gehad.'
Even overwoog hij om de ouderwetse methode van bruut geweld te hanteren, maar omdat hij wist hoe trots ze was, wist hij ook dat dat niet zou werken. Dus zei hij alleen maar: 'Zoals je wilt,' en liep naar huis.
Terwijl zij bezig was met pakken, liep hij te ijsberen in de keuken en probeerde hij het steeds sterker wordende gevoel van onbehaaglijkheid van zich af te zetten. Hij pakte een pak melk uit de ijskast en nam er een slok uit. Eigenlijk moet ik haar bevelen te blijven, dacht hij. ja, dat is nou precies wat ik moet doen. Hij zette de melk terug in de ijskast, gooide de deur dicht en stormde naar haar slaapkamer.
Maar eenmaal bij haar kamer gekomen bedacht hij zich. Slecht idee. Hij wist precies hoe ze zou reageren als hij bevelen zou gaan staan uitdelen. Zo ging je niet met vrouwen als Kate Chesne om. Niet als je een greintje verstand in je kop had.
Hij ging breeduit in de deuropening staan en keek toe terwijl ze een jurk opvouwde en die netjes in de koffer legde. Achter haar maakte het daglicht plaats voor de schemering. Ze stak een verdwaalde lok achter haar oor, en bij het zien van de gekneusde wang die daardoor tevoorschijn kwam, voelde hij een brok in zijn keel. Het herinnerde hem eraan hoe kwetsbaar ze eigenlijk was. Ondanks haar trots en zogenaamde onafhankelijkheid was ze maar gewoon een vrouw, en zoals iedere vrouw was ze kwetsbaar.
Ze zag hem in de deuropening staan en stopte even, haar nachtjapon in haar hand. 'Ik ben bijnaklaar,' zei ze, terwijl ze de nachtjapon hoven op haar andere kleren liet vallen.
Ondanks zichzelf werd zijn blik tot tweemaal toe naar het perzikkleurige bergje getrokken. De brok die net nog in zijn keel had gezeten schoot door naar zijn maag.
'Heb je al een taxi gebeld?' vroeg ze, terwijl ze zich omdraaide naar de klerenkast.
'Nee, nog niet.'
'Nou, het duurt niet lang meer. Zou je er nu een kunnen bellen?'
'Nee, dat doe ik niet.'
Ze draaide zich om en keek hem met gefronste wenkbrauwen aan. 'Hè?'
'Ik zei dat ik geen taxi ga bellen.'
Daar was ze even stil van. 'Goed,' zei ze kalm, 'dan bel ik er zelf een.' Ze liep de gang op, maar voor ze verder kon lopen, pakte hij haar bij haar arm.
'Niet doen, Kate.' Hij draaide haar om, zodat hij haar aan kon kijken. 'Ik vind datje moet blijven.'
'Waarom?'
'Omdat het ergens anders niet veilig is.'
'De buitenwereld is nooit veilig geweest, maar tot nu toe heb ik me altijd prima weten te redden.'
'O ja, stoere meid, hoor. En wat gebeurt er als Decker je vindt?'
Ze trok haar arm los. 'I leb je niets beters om je zorgen over te maken?'
'Zoals wat?'
'|e gevoel voor ethiek? Stel je voor! Ik zou niet willen dat ik je dierbare reputatie zou schaden.'
'Bedankt, maar ik kan wel voor mijn eigen reputatie zorgen.'
Ze keek naar hem op. 'Dan wordt het misschien tijd dat ik beter op de mijne pas!'
Ze stonden zo dicht bij elkaar dat hij bijna kon voelen dat de hitte tussen hen opliep. Wat er vervolgens gebeurde was net zo onverwacht als een spontaan ontbrandend vuur. Hun blikken klonken ineen. Haar ogen werden plotseling groot van verbazing. En verlangen. Want ja, ondanks haar grote mond zag hij in die diepe groene poelen dat ze naar hem verlangde.
'Ach, wat kan het mij ook schelen,' gromde hij hees van begeerte, ik denk dat onze reputaties toch al naar de knoppen zijn.'
En toen gaf hij toe aan de drang waartegen hij de hele dag had gevochten. Hij trok haar in zijn armen en kuste haar. Het was een lange, hongerige kus. Ze protesteerde zwakjes, maar liet zich nog geen twee tellen later tegen de deurpost zakken en voegde haar lichaam naar het zijne. Ze pasten perfect bij elkaar. Echt perfect. Ze sloeg haar armen om zijn nek toen hij haar lippen van elkaar dwong met de zijne. De kus werd steeds vuriger. H ij voelde een steek van verlangen in zijn onderbuik toen ze kreunde.Ook Kate stond nu in vuur en vlam. Ze merkte dat hij de knoopjes van haar jurk open probeerde te krijgen, maar zijn vingers waren zo onhandig als die van een onervaren tiener. Gefrustreerd grommend trok hij de jurk van haar schouders. Het leek wel alsof hij in slow motion van haar heupen naar de grond gleed. De kanten beha daarentegen verdween als sneeuw voor de zon, en binnen een mum van tijd sloten zijn handen zich om haar borsten. Onder zijn strelende vingers werden haar tepels onmiddellijk hard. Beiden wisten ze dat ze zich dit keer niet zouden terugtrekken, maar dat ze zich zouden overgeven.
Ze was al bezig met zijn overhemd en kreunde zacht omdat ze de knoopjes niet meteen open kreeg. Verdomme. Verdomme. Ze stonden nu allebei aan zijn overhemd te sjorren. Samen trokken ze het van zijn schouders.
Meteen begroef ze haar vingers in de stugge gouden haartjes op zijn borst.
Tegen de tijd <fat ze al vrijend via de gang naar zijn schemerige slaapkamer gingen, lagen zijn schoenen en sokken verspreid over de gang, was zijn broek los- geritst en was zijn erectie duidelijk zichtbaar.
Het bed protesteerde krakend toen hij zich boven op haar liet zakken. Van voorspel was geen sprake. Daarvoor hadden ze te veel haast. Terwijl zijn mond de hare bedekte en hij zijn handen in haar haren begroef, kwam hij in haar, zo diep dat ze het uitschreeuwde.
Meteen hield hij op en vroeg gespannen: 'Heb ik je pijn gedaan?'
'Nee... O,nee...'
Hij hoefde alleen maar naar haar gezicht te kijken om te weten dat ze het niet had uitgeschreeuwd van pijn maar van genot. Ze genoot van wat hij met haar deed.Op de een of andere manier had ze steeds al geweten dat hij haar op zou eisen. Zelfs toen haar gezonde verstand haar had ingefluisterd dat het onmogelijk was, had ze geweten dat het zou gebeuren.
Ze kon niet langer wachten en begon te bewegen.
Hij liet zich door haar naar de top brengen, net zolang tot hij wist dat de val onvermijdelijk was. In een laatste opleving nam hij de leiding over en bracht hij hen beiden naar de rand van de afgrond.
De val was duizelingwekkend.
Na de landing waren ze beiden volkomen uitgeput. Een eeuwigheid ging voorbij, alleen het geluid van hun ademhaling was te horen. Buiten sloegen de golven tegen de zeewering.
'Nu weet ik wat het is om verslonden te worden,' fluisterde ze terwijl in het raam de gloed van de ondergaande zon steeds vager werd.
'Heb ik dat gedaan?'
Ze zuchtte. 'Helemaal.'
Hij begon te grinniken, en zijn mond gleed warm naar haar oorlel. 'Nee, volgens mij valt er nog steeds wat te peuzelen.'
Ze sloot haar ogen en gaf zich over aan de genotvolle huiveringen die zijn mond teweegbracht, ik had nooit kunnen dromen dat je zo zou zijn.'
'Zowat?'
'Zo... gulzig.'
'Wat had je dan verwacht?'
'Een ijskonijn.' Ze lachte. 'Zat ik er even naast!'
Hij pakte een lok haar van haar en liet het tussen
zijn vingers door glijden. 'Ik denk dat ik heel koel kan overkomen. Dat zit in de familie. In ieder geval van mijn vaders kant. De ouderwets strenge tak uit New England. Het moet doodeng zijn geweest om tegenover hem te staan in de rechtszaal.'
'Was hij ook advocaat?'
'Rechter. Hij is vier jaar geleden overleden. Hij viel zo voorover in zijn stoel, midden in de rechtszaal, midden in een proces. Precies zoals hij het gewild zou hebben.' Hij glimlachte. 'De rechtlijnige rechter noemden ze hem.'
'O, het type dat vindt dat je je te allen tijde aan de wet moet houden.'
'Absoluut. Heel anders dan mijn moeder, die zich van geen enkele wet of regel wat aantrekt.'
Ze begon te giechelen. 'Dat moet een explosieve combinatie zijn geweest.'
'O, dat was het ook.' Met zijn vinger streek hij over haar lippen. 'Bijna net zo explosief als wij. Ik heb nooit wat begrepen van hun relatie. Wat mij betrof sloeg het nergens op. Maar de chemie tussen hen was bijna tastbaar. De vonken... Dat is wat ik me herinner van mijn ouders, al die rondspattende vonken thuis.'
'Dus ze waren wel gelukkig?'
'O ja. Het was heel vermoeiend en vaak ook frustrerend, maar ze waren beslist gelukkig.'
Het werd nu echt donkerder. Haar in stilte bewonderend liet hij zijn hand over haar lichaam glijden, een luie, langzame verkenning die haar heerlijke huiveringen bezorgde, 'je bent mooi,' fluisterde hij. ik had
nooit gedacht...'
'Wat?'
'Dat ik nog eens in bed zou belanden met een arts die een hekel heeft aan advocaten. Over vreemde bedgenoten gesproken.'
Ze lachte zacht. 'En ik voel me een muis die het de kat naar de zin probeert te maken.'
'Betekent dat dat je nog steeds bang voor me bent?'
'Een beetje. Een heleboel.'
'Waarom?'
'Ik kan me niet over het gevoel heen zetten dat je de vijand bent.'
'Als ik de vijand ben,' zei hij terwijl zijn lippen aan haar oor knabbelden, 'dan denk ik dat een van ons tweeën zich zojuist heeft overgegeven.'
'Is dit het enige waaraan u kunt denken, raadsman?'
'Sinds ik jou ken wel, ja.'
'En voor je me kende?'
'Was het leven erg, erg saai.'
'Dat geloof ik niet.'
ik wil niet beweren dat ik celibatair was, maar ik ben een voorzichtig mens. Misschien wel te voorzichtig. Ik vind het moeilijk om... close met mensen te zijn.'
'Vanavond heb je het anders prima gedaan.'
ik bedoel emotioneel close. Zo ben ik nu eenmaal. Er kunnen te veel dingen misgaan, en ik kan daar niet goed mee omgaan.'
In het avondlijke schijnsel bestudeerde ze zijn gezicht. 'Wat is er misgegaan met je huwelijk, David?''O. Mijn huwelijk.' Hij rolde op zijn rug en zuchtte. 'Niets, eigenlijk. Niets waar ik de vinger op kan leggen. Dat toont denk ik alleen maar aan wat een ongevoelige klootzak ik ben. Linda zei dat ik mijn gevoelens niet goed kon uiten, dat ik kil was, net als mijn vader. Destijds vond ik dat onzin, en dat heb ik ook tegen haar gezegd, maar nu denk ik dat ze gelijk had.'
'En ik denk dat het alleen maar een houding van je is. Een masker waarachter je je verschuilt.' Ze rolde naar haar kant om naar hem te kunnen kijken. 'Mensen tonen hun genegenheid op verschillende manieren.'
'Sinds wanneer doe jij aan psychologie?'
'Sinds ik omga met een heel gecompliceerde man.'
Teder stopte hij een lok haar achter haar oor. Zijn blik bleef bij haar wang hangen. 'Die blauwe plek wordt al minder. Iedere keer dat ik hem zie, word ik kwaad.'
'Je zei een keer dat je er opgewonden van werd.'
'Wat er echt gebeurt als ik die plek zie, is dat ik je wil beschermen. Waarschijnlijk een primitief mannelijk instinct, stammend uit de dagen dat we moesten zorgen dat de andere holbewoners met hun tengels van onze spullen afbleven.'
'O hemel, zo oud al?'
'Zo oud als...' Bezitterig gleed zijn hand om haar heup. '...dit.'
ik weet niet zo zeker of dit nu wel zo beschermerig van je is,' mompelde ze.'Je hebt gelijk. Dat is het niet.' Hij lachte en gafhaar een liefdevol klopje op haar bil. 'Weet je, ik ben uitgehongerd. Zullen we Mrs. Feldmans spaghettisaus opwarmen en een fles wijn opentrekken? En daarna...' Hij trok haar naar zich toe; zijn huid voelde net zo heet als de hare.
'En daarna?' fluisterde ze.
'En daarna...' Zijn lippen waren hemeltergend dicht bij de hare. '...doe ik wat advocaten als sinds jaar en dag met doktoren doen.'
'David!'gilde ze.
'Hé, ik maakte maar een grapje!' Toen ze naar hem uithaalde, stak hij verdedigend zijn armen in de lucht. 'Maar ik neem aan dat je begrijpt wat ik bedoel.' Hij trok haar uit bed en in zijn armen. 'Kom op. En kijk niet zo verleidelijk, anders komen we nooit de slaapkamer uit. Dan vinden ze ons hier languit liggend op bed, uitgehongerd.'
Ze wierp hem een ondeugende blik toe. 'O,' mompelde ze, 'maar wat een geweldige manier om dood te gaan.'
Uiteindelijk werd Kate wakker door het geluid van de golven die tegen de zeewering beukten. Nog slaapdronken stak ze haar hand uit naar David, maar het enige wat ze voelde, was een leeg kussen dat warm was geworden door de ochtendzon. Ze opende haar ogen en voelde zich ineens heel erg verlaten, zo in haar eentje in dat grote, omwoelde bed.
'David?' riep ze. Er kwam geen reactie. Het huis was akelig leeg.Ze zwaaide haar benen over de rand van het bed en ging zitten. Naakt en verdwaasd keek ze langzaam om zich heen in de zonverlichte kamer. Een voor een kwamen de herinneringen aan de vorige avond naar boven, herinneringen die haar een blos bezorgden. De fles wijn. De vrijpostige opmerkingen. De hopeloos door elkaar geraakte lakens. Ze zag dat de kleren die ze allebei zo achteloos aan de kant hadden gegooid allemaal waren opgeraapt. Zijn broek hing aan de kastdeur, haar beha en slipje waren nu netjes over een stoel gedrapeerd. Bij de gedachte dat hij die intieme kledingstukken bij elkaar had gezocht, werd ze nog roder. Giechelend trok ze het laken naar zich toe en drukte het tegen zich aan. Het rook nog steeds naar hem. Maar waar was hij?
'David?'
Ze stond op en liep naar de badkamer. Leeg. Aan het handdoekenrek hing een vochtige handdoek. Vervolgens liep ze naar de woonkamer, die tot haar verrassing volop in het licht van de ochtendzon baadde. De lege wijnfles stond nog steeds op de salontafel, een stil bewijs van de nachtelijke roes. Nachtelijke roes? Ze verkeerde nog steeds in een roes! Ze stak haar hoofd om de hoek van de keuken. Ook daar was hij niet. Terug in de woonkamer bleef ze even in het stralende zonlicht staan en riep zijn naam. Niets. Het hele huis leek te echoën van eenzaamheid.
Haar gevoel van verlatenheid werd sterker toen ze terugliep naar de hal en al zoekende deuren opende en in kamers keek. Ze had het vreemde gevoel dat ze een verlaten huis aan het verkennen was, dat dit niet het huis was van een levend mens, maar een lege huls, iets hols. Gedreven door iets wat ze niet begreep liep ze naar zijn kast en raakte een voor een zijn gevreesde pakken aan. Het bracht hem niet dichterbij. Terug in de gang opende ze een deur naar een kantoor vol boeken. Het meubilair was van eikenhout, de lampen van koper, en alles was ongehoord netjes. Een kamer zonder ziel.
Kate liep verder de gang in naar de laatste kamer. Ze was aan het gluren, dat wist ze ook wel, maar ze miste hem en ze wilde iets tastbaars hebben, iets waardoor ze hem beter zou leren kennen. Terwijl ze de deur opende, kwam haar een muffe lucht tegemoet. Blijkbaar was deze kamer al een hele tijd niet open geweest. Ze zag dat het een slaapkamer was. Een kinderkamer.
Bij het raam hing een prismamobiel die overal in de kamer kleine regenboogjes rondstrooide. Als aan de grond genageld bleef ze staan kijken naar de lichtjes die op het behang met zijn blauwe speelgoedpaardjes dansten, op de trieste, lege speelgoedplanken en op het bedje met de gebloemde sprei. Bijna tegen haar wil liep ze verder, alsof een kleine, onzichtbare hand haar naar binnen trok. Net zo plotseling echter was de hand verdwenen en was ze alleen, heel alleen, in een pijnlijk lege kamer.
Lange tijd stond ze daar tussen de dansende regenbogen, beschaamd omdat ze rust van deze kamer had verstoord. Uiteindelijk liep ze naar de ladekast, waar een stapeltje boeken lag te wachten tot de eigenaar terugkwam. Ze sloeg er een open en keek naar de naam binnenin. Noah Ransom.
'Het spijt me,' fluisterde ze met tranen in haar ogen. 'Het spijt me...'
Ze draaide zich om en vluchtte de kamer uit terug in de keuken, boog ze zich over een kop kof- fie heen en las en herlas het korte briefje dat ze, samen met een sleutelbos, uiteindelijk op het witbetegelde aanrecht had gevonden.
Heb een lift gekregen van Glickman. Auto staat vandaag geheel tot je beschikking. Tot vanavond.
Niet bepaald het briefje van een minnaar, dacht ze. Geen lieve woordjes, niet eens zijn naam. Het was koud en zakelijk, net als deze keuken, net als alles in dit huis. Dus zo was David, een ijskonijn, heer en meester van een huis zonder ziel. Ze hadden de afgelopen nacht hartstochtelijk gevreeën. Zij was helemaal hoteldebotel en hij liet een onpersoonlijk briefje achter op het aanrecht.
Het verwonderde haar dat hij zijn leven zo in hokjes had ingedeeld. Hij had zijn emoties afgeschermd voor de buitenwereld, net zoals hij de kamer van zijn zoon had afgeschermd voor de buitenwereld. Maar dat was niets voor haar. Ze miste hem nu al. Misschien hield ze zelfs wel van hem. Het was raar, volkomen geschift, en dat was ze niet gewend van zichzelf.Plotseling kwaad op zichzelf stond ze op en spoelde haar koffiekopje af in de gootsteen. Verdorie, ze had wel belangrijker dingen aan haar hoofd. De hoorzitting was vanmiddag, haar carrière stond op het spel. Het was absoluut niet het juiste moment om te gaan zitten piekeren over een man.
Ze draaide zich om en pakte het medische dossier van Jenny Brook, dat op de ontbijttafel had gelegen. Wat een triest en raadselachtig document. Langzaam bladerde ze het door, zich afvragend wat er nou zo gevaarlijk kon zijn aan een paar bladzijden met aantekeningen. Toch moest er iets vreselijks zijn gebeurd in de nacht waarin Jenny Brook was bevallen, iets wat als een machtig wapen door de tijd heen reikte en iedere persoon doodde die op deze bladzijden werd genoemd. Allemaal waren ze dood. Alleen Charlie Decker wist waarom. En hij was op zich al een puzzel, een puzzel met stukjes die niet pasten.
De politie had hem een maniak genoemd. Een monster dat kelen doorsneed.
Een ongevaarlijke man, had Kahanu gezegd. Een verloren ziel die door de mangel was gehaald.
Een man met twee gezichten.
Ze klapte het dossier dicht en keek naar de achterkant. Een dossier met twee kanten.
Een man met twee gezichten.
Ze ging rechtop zitten. Plotseling had ze het door. Natuurlijk.
Jekyll en Hyde.
'Meervoudige persoonlijkheden komen niet veel voor. Toch is het fenomeen goed gedocumenteerd in de psychiatrische vakliteratuur.' Susan Santini draaide zich om en pakte een boek van een plank achter haar. Nadat ze zich weer had omgedraaid naar haar bureau keek ze in de index om te zien welke pagina's ze moest hebben. Haar rode haar, normaal zo onhandelbaar, was samengebonden in een knotje. Op de muur achter haar hing een indrukwekkende verzameling medische en psychiatrische diploma's, die duidelijk maakten dat Susan Santini meer was dan alleen de vrouw van Guy. Ze was zelf ook arts, een zeer gerespecteerd arts bovendien.
'Hier staat het,' zei ze, naar voren leunend. '"Van live tot Sybil. Een verzameling ziektegeschiedenissen". Het is eigenlijk een fascinerend onderwerp.'
'Heb jij gevallen gehad in je praktijk?' wilde Kate weten.
'Ik wou dat het zo was. O, ik dacht dat ik er eentje had toen ik voor de rechtbank werkte, maar die engerd bleek gewoon een goede acteur te zijn die onder een gevangenisstraf voor moord uit probeerde te komen. Echt waar, die kon in een fractie van een seconde van een aimabel persoon in een beest veranderen. Die man gaf voorstellingen, geweldig gewoon!'
'Maar is het mogelijk dat een mens twee heel verschillende persoonlijkheden heeft?'
'De menselijke psyche bestaat uit een heleboel tegenstrijdigheden. Verstand versus gevoel, egoïsme versus altruïsme. Neem nou bijvoorbeeld geweld. De meeste mensen weten hun gewelddadige neigingen te onderdrukken, maar sommige mensen kunnen dat niet. Wie weet waarom? Omdat ze als kind misbruikt zijn? Door een defect in de hersenen? Wat de reden ook mag zijn, deze mensen zijn wandelende tijdbommen. Ga je te ver bij ze dan hebben ze zichzelf niet meer in de hand. Het enge is dat ze overal om ons heen zijn, maar dat we ze niet herkennen tot iets in ze, een innerlijk dam, doorbreekt. En dan komt de gewelddadige kant naar boven.'
'Denk je dat Charlie Decker zo'n wandelende tijdbom zou kunnen zijn?'
Susan leunde achterover in haar leren stoel en dacht na. 'Dat is een moeilijke vraag, Kate. Je zei dat hij uit een gebroken gezin komt. En dat hij vijf jaar geleden is gearresteerd voor openlijke geweldpleging. Aan de andere kant was dat niet iets wat hij vaker had gedaan. En de enige keer dat hij een pistool heeft gebruikt, heeft hij dat tegen zichzelf gebruikt.' Ze keek twijfelachtig, ik neem aan dat als hij aan stress onderhevig was, als er iets ergs gebeurd was...'
'Dat was er ook.'
'Bedoel je dit?' Susan gebaarde naar Jenny Brooks medische dossier.
'De dood van zijn verloofde. De politie denkt dat hij daardoor moorddadig werd. Dat hij de mensen die hij verantwoordelijk achtte voor haar dood heeft vermoord.'
'Het klinkt misschien vreemd, maar de meest dwingende reden voor geweld is blijkbaar liefde. Denk aan al die jaloerse echtgenoten en echtgenotes. Die afgewezen geliefden.'
'Liefde en geweld,' zei Kate. 'Twee kanten van dezelfde medaille.'
'Precies.' Susan gaf Kate het medische dossier terug. 'Maar ik speculeer alleen. Ik zou met die Mr. Decker moeten praten voor ik erover kan oordelen, Zit de politie hem dicht op de hielen?'
'Dar weet ik niet. Ze willen me niets vertellen. Het meeste van wat ik weet, heb ik zelf moeten uitzoeken.'
' Je maakt een grapje. Dat is toch hun werk?'
Kate zuchtte. 'Dat is nou juist het probleem. Voor hen is het gewoon werk, weer een dossier dat de kast in kan.'
De intercom zoemde. 'Dokter Santini,' zei de receptioniste, 'uw afspraak van drie uur is er.'
Kate wierp een blik op haar horloge. 'O sorry, ik hou je van je werk.'
'Je weet dat je altijd bij me kunt aankloppen voor hulp.' Susan stond op en begeleidde haar naar de deur. Daar raakte ze Kates arm aan. 'Die plek waar je logeert, weet je zeker dat je daar veilig bent?'
Kate keek Susan aan en zag de bezorgdheid in haar ogen. 'Ik denk van wel. Hoezo?'
Susan aarzelde, ik wil je niet bang maken, maar ik vind wel dat je het moet weten. Als je gelijk hebt en Decker een meervoudige persoonlijkheidsstoornis heeft, dan heb je te maken met een zeer labiel iemand, iemand die volkomen onberekenbaar is, die van het ene op het andere moment van een mens in een monster kan veranderen. Dus wees alsjeblieft heel, heel erg voorzichtig.'
Kates mond werd droog. 'Denk... Denk je echt dat hij zo gevaarlijk is?'
Susan knikte. 'Levensgevaarlijk.'