Hoofdstuk 6

'Het is maar een klein huisje,' zei Susan Santini terwijl Kate en zij over de bochtige snelweg langs de noordkust reden. 'Niets chics. Alleen een paar slaapkamers en een stokoude keuken. Prehistorisch, eigenlijk. Maar wel gezellig. En het is zo heerlijk om de golven te horen...' Ze ging van de snelweg af en sloeg een onverharde weg in, die tussen dichte struiken halekoa door liep. Terwijl ze in de richting van de zee hobbelden, wierpen de banden van de auto dikke rode stofwolken op. 'Het lijkt wel of we er tegenwoordig amper nog gebruik van maken, nu een van ons tweeën altijd oproepbaar is. Soms heeft Guy het erover om het te verkopen, maar daar peins ik niet over. Zulke paradijselijke plekjes vind je tegenwoordig niet meer.'

De banden knersten op de kiezels. Onder de torenhoge ijzerhoutbomen zag het kleine arbeiderswoninkje eruit als een verwaarloosd poppenhuis. Door jaren van zon en wind waren de groene planken verweerd, en het leek wel of het dak bijna bezweek onder een dikke laag bruine ijzerhoutnaalden.

Kate stapte uit en bleef even onder de bomen staan luisteren naar de golven die op het zand spoelden. In de middagzon was de zee adembenemend blauw.

'Daar zijn ze,' zei Susan. Ze wees naar het strand, waar haar zoon William vrolijk liep te huppelen in het zand. Hij danste als een elfje, met lange, fladderende armen en een hoofdje dat van voor naar achteren bewoog wanneer hij lachte. De flodderige zwembroek bleef amper om zijn magere heupen hangen. Zoals hij daar stond tegen het licht, zo tussen de bomen, leek hij wel een verzameling takjes, een mythisch wezentje dat zomaar ineens zou kunnen verdwijnen als je met je ogen knipperde. Op een handdoek vlak bij hem zat een jonge vrouw met een mager gezicht lusteloos in een tijdschrift te bladeren.

'Dat is Adele,' fluisterde Susan. 'Het heeft ons zes advertenties en eenentwintig sollicitatiegesprekken gekost om haar te vinden. Maar ik denk eigenlijk niet dat het wat wordt. Alleen maak ik me wel zorgen over het feit dat William zich nu al aan haar gaat hechten.'

Plotseling kreeg William hen in het oog. Hij stond meteen stil en begon te zwaaien. 'Hai, mammie!'

'Hallo, schatje!' riep Susan, waarna ze even haar hand op Kates arm legde en zei: 'We hebben het huisje voor je gelucht. En als het goed is, staat er een pot koffie op je te wachten.'

Ze liepen het houten trapje op naar de keuken- veranda. De hordeur ging piepend open. Binnen hing de muffe lucht van ouderdom. Door een raam kwam zonlicht binnen dat op de dofgele linoleum vloer scheen. Op het blauw betegelde aanrecht stond een potje met Kaapse viooltjes. Her en der waren tekeningen op de muur geplakt. Tekeningen van blauwe en groene dinosaurussen, rode poppetjes en volstrekt onbekende diersoorten in alle kleuren van de regenboog. Alle tekening waren voorzien van de naam van de kunstenaar: William.

'We houden de lijn open voor noodgevallen,' liet Susan haar weten, wijzend op telefoon die aan de wand hing. 'Ik heb de ijskast al gevuld. Eigenlijk alleen het hoogst noodzakelijke. Guy zei dat we morgen je auto kunnen ophalen. Dan kun je de rest van de boodschappen doen.' Ze maakte een snel rondje door de keuken en wees haar wat er in de kastjes zat en waar de potten, pannen en borden stonden. Daarna ging ze Kate voor naar de slaapkamer. Daar liep ze naar het raam en opende de witte kanten gordijnen. Haar rode haar glansde in het invallende zonlicht. 'Kijk, Kate, hier heb je het beloofde uitzicht.' Liefdevol keek ze naar de zee. 'Weet je, mensen zouden geen psychiaters nodig hebben als ze dit iedere dag zouden kunnen zien. Als ze in de zon konden liggen en konden luisteren naar de golven en de vogels.' Ze draaide zich om en glimlachte naar Kate. 'Denk je ook niet?'

'Ik denk...' Kate keek om zich heen naar de glanzende houten vloer, de doorzichtige gordijnen en de stofjes die dansten op het gouden zonlicht dat door het raam scheen. 'Ik denk dat ik hier nooit meer weg wil,' antwoordde ze glimlachend.

Op de keukenveranda was het getrippel van voetjes te horen, twee tellen later gevolgd door het geklap van de hordeur. Susan rolde met haar ogen. 'Het is gedaan met de rust,' verzuchtte ze.

Ze gingen terug naar de keuken, waar kleine Wil- liam vals zingend bezig was allerlei takjes over de keukentafel uit te leggen. Adele, wier blote schouders glommen van de zonnebrandolie, schonk een beker appelsap voor hem in. Op het aanrecht lag een zanderig exemplaar van Vogue.

'Kijk, mammie!' riep William uit, trots op zijn nieuw verworven schat wijzend.

'Gossiemijne, wat een mooie verzameling,' zei Susan met gespeelde verbazing. 'Wat ga je doen met al die takken?'

'Het zijn geen takken, het zijn zwaarden, om monsters te doden.'

'Monsters? Maar lieverd, ik heb je toch verteld dat er geen monsters zijn?'

'Jawel, die zijn er wel.'

'Pappa heeft ze allemaal in de gevangenis gestopt, weet je nog?'

'Niet allemaal.' Geconcentreerd legde hij een volgende tak op tafel. 'Ze hebben zich verstopt in de bosjes. Gisteravond heb ik er een gehoord.'

'O.' Susan glimlachte veelbetekenend naar Kate. 'Daarom kroop hij vannacht om twee uur bij ons in bed.'

Adele zette de kop appelsap naast de jongen neer. 'Hier, William. Je...' Ze fronste haar wenkbrauwen. 'Wat zit er in je zak?'

'Niets.'

'Ik zag iets bewegen.'

William negeerde haar en nam een slok appelsap. Iets in zijn zak bewoog overduidelijk.

'William Santini, geef dat aan mij.' Adele hield haar hand op.

Smekend keek William naar het hof van beroep: zijn moeder. Die schudde echter treurig haar hoofd, waarna hij met een zucht zijn hand in zijn zak stopte, de bron van al het gewriemel pakte en het in Adeles hand liet vallen.

Iedereen schrok van de gil die ze slaakte, vooral de hagedis, die prompt de benen nam, nadat hij eerst nog zijn staart in Adeles hand had achtergelaten.

'Hij ontsnapt!' jammerde William.

Wat volgde was een krankzinnig heen en weer gekruip op handen en voeten van iedereen in de kamer. Tegen de tijd dat de onfortuinlijke hagedis weer gevangen was en in een theekopje was opgesloten, waren ze allemaal buiten adem en slap van de lach.

Susan, haar rode haar helemaal in de war, zakte in elkaar op de keukenvloer, met haar benen voor zich uitgespreid. 'Hoe is het mógelijk,' zei ze ademloos terwijl ze zich tegen de ijskast aan liet vallen, 'drie volwassen vrouwen tegen één pietepeuterig hagedisje. En een moeite dat we ermee hebben!'

William liep naar zijn moeder toe en keek naar het zonlicht dat in haar rode haar schitterde. Gefascineerd stak hij zijn hand uit naar een losse pluk en liet die langzaam tussen zijn vingers door glijden. 'Mijn mammie,' fluisterde hij.

Ze glimlachte, nam zijn gezicht in haar handen en kuste hem liefdevol. 'Mijn kindje.'

'Je hebt me niet het hele verhaal verteld,' zei David. 'Dus ik wil weten wat je hebt weggelaten.'

Pokie Ah Ching nam een enorme hap van zijn Big Mac en kauwde met de overgave van een man die te lang heeft moeten wachten op zijn lunch. Terwijl hij een kwak saus van zijn kin veegde, gromde hij: 'Waarom denk je dat ik iets heb weggelaten?'

'Omdat je er een hoop mankracht tegenaan hebt gegooid. Die bewaker bij haar kamer. Politietoezicht in de lobby. Je aast op iets groots.'

'Ja, op een moordenaar.' Pokie pakte een stuk augurk uit zijn hamburger en gooide het met een van afkeer vertrokken gezicht op een stapeltje servetten. 'Vanwaar al die vragen, trouwens? Ik dacht dat je weg was bij het Openbaar Ministerie.'

'Daarom ben ik nog wel nieuwsgierig.'

'Nieuwsgierig? Is dat alles?'

'Kate is toevallig een vriendin van me -'

'Wat een flauwekul!' Pokie wierp hem een beschuldigende blik toe. 'Denk je dat ik geen vragen stel? Ik ben rechercheur, Davy. En toevallig weet ik dat ze geen vriendin van je is. Ze is een verdachte in een van je rechtszaken.' Hij snoof. 'Sinds wanneer leg jij het aan met de tegenpartij?'

'Sinds ik haar verhaal over Ellen O'Brien ben gaan geloven. Twee dagen geleden kwam ze naar me toe met een verhaal dat zo absurd was dat ik haar lachend mijn kantoor uit heb gestuurd. Feiten kon ze niet aan- tonen, het enige waar ze mee kwam, was een onsamenhangend verhaal dat bijzonder paranoïde klonk. En daarna werd de keel van Ann Richter, die verpleegster, doorgesneden. Nu vraag ik me af: was de dood van Ellen O'Brien het gevolg van een medische misser, of is ze vermoord?'

'Vermoord?' Pokie haalde zijn schouders op en nam nog een hap. 'Als dat zo is, is het mijn zaak en niet de jouwe.'

'Luister, ik heb een proces aangespannen in de veronderstelling dat het om een medische fout ging. Het wordt verdomde gênant — om het nog maar niet te hebben over het feit dat het zonde van mijn tijd zou zijn - als dit om moord blijkt te gaan. Dus voor ik voor een jury ga staan en mezelf voor schut zet, wil ik de feiten horen. Breng me op de hoogte, Pokie, al was het maar vanwege vroeger.'

'Kom niet aan met die sentimentele flauwekul, Davy. Jij bent degene die het werk de rug heeft toegekeerd. Volgens mij omdat je geen nee kon zeggen tegen dat vette salaris. En ik? Ik zit hier nog steeds.' Hij schoof een la dicht. 'Met die troep die ze hier meubilair noemen.'

'Laat één ding duidelijk zijn, Pokie. Dat ik ophield met dit werk had niets met geld te maken.'

'Waarom ben je dan weggegaan?'

'Om persoonlijke redenen.'

'Ja, bij jou is het altijd "persoonlijk". Nog steeds zo gesloten als een oester, hè?'

'We hadden het over een moord.'

Pokie leunde achterover en keek hem gedurende een paar ogenblikken onderzoekend aan. Door de open deur van zijn kantoor kwam een kakofonie van geluiden: harde stemmen, rinkelende telefoons en geratel op toetsenborden. Een doodgewone middag in het politiebureau in het centrum van de stad. Walgend stond Pokie op en duwde de deur dicht. 'Oké.' Hij zuchtte en liep terug naar zijn stoel. 'Wat wil je weten?' 'Details.'

'Je moet iets specifieker zijn.' 'Wat is er zo belangrijk aan de moord op Ann Richter?'

Bij wijze van antwoord pakte Pokie een map uit een ongeordende stapel papieren op zijn bureau en gooide die naar David. 'M.J.'s voorlopige autopsierapport. Kijk maar.'

Het rapport was drie pagina's lang en walgelijk gedetailleerd. Hoewel David drie jaar lang officier van justitie was geweest en tientallen van dergelijke rapporten had gelezen, huiverde hij onwillekeurig van de kille details.

Linkerhalsslagader netjes doorgesneden... vlijmscherp instrument... Wond op rechterslaap waarschijnlijk veroorzaakt door bijkomende harde val tegen koffietafel... Patroon van bloedspetters op muur strookt met slagaderlijke bloeding...

'Ik zie dat M.J. het nog niet verleerd is zó te schrijven dat je maag omkeert,' zei David terwijl hij doorbladerde naar de tweede bladzijde. 'Hé, wat ze hier schrijft slaat nergens op. Is M.J. zeker van het tijdstip van overlijden?'

'Je kent M.J., die is altijd overal zeker van. Bovendien geven de feiten - de lijkvlekken en de lichaamstemperatuur-haar gelijk.'

'Waarom zou de moordenaar in godsnaam de keel van de vrouw doorsnijden en dan drie uur blijven rondhangen? Om na te genieten?'

'Om schoon te maken. Om het appartement uit te kammen.'

'Zijn er spullen verdwenen?'

Pokie zuchtte. 'Nee. Dat is het probleem. Geld en sieraden lagen voor het oprapen. De moordenaar heeft niets aangeraakt.'

is ze aangerand of verkracht?'

'Nee, er is niets wat daarop wijst. De kleren van het slachtoffer waren niet kapot. Daarnaast is de moordenaar heel efficiënt te werk gegaan. Als hij uit was op een kick, zou je denken dat hij daar wel de tijd voor had genomen. Dan had hij haar wel een beetje meer willen horen gillen.'

'Dus wat je hebt, is een brute moord en geen motief. Wat heb je nog meer?'

'Pak dat autopsierapport nog eens en lees eens voor wat M.J. over de wond heeft geschreven.'

'Linkerhalsslagader doorgesneden. Vlijmscherp instrument.' David keek op. 'En?'

'Het zijn dezelfde woorden die ze bij een ander autopsierapport van twee weken geleden heeft gebruikt. Alleen was het slachtoffer toen een man. Een gynaecoloog. Ene Henry Tanaka.'

'Ann Richter was verpleegster.'

'Klopt. En nu komt het interessante deel. Voor ze OK-verpleegster werd, werkte ze op de afdeling verloskunde. De kans is groot dat ze Henry Tanaka kende.'

Plotseling werd David stil, erg stil. Hij dacht aan een andere verpleegster die op de afdeling verloskunde had gewerkt. Een verpleegster die, net als Ann Richter, dood was. 'Vertel eens wat meer over die gynaecoloog.'

Pokie haalde een pakje sigaretten en een asbak tevoorschijn. 'Heb je er last van?'

'Niet als je door blijft praten.'

ik snak de hele ochtend al naar een sigaret,' bromde Pokie. 'Als Brophy er is, kan ik er geen een opsteken, want die loopt de hele tijd te jammeren over die verdomde allergie van hem.' Hij knipte de aansteker aan. 'Oké,' vervolgde hij, terwijl hij dankbaar een wolk rook uitblies. 'Het verhaal gaat als volgt. Henry Tanaka's praktijk zat in Liliha. Je weet wel, dat monsterlijke betonnen gebouw. Twee weken geleden, nadat zijn personeel was vertrokken, bleef hij in zijn kantoor achter. Om de administratieachterstand weg te werken, zei hij. Zijn vrouw zegt dat hij altijd laat thuis was, maar dat dat niet kwam doordat hij de administratie zat te doen.'

'Een vriendin?'

'Wat anders.'

'Kent zijn vrouw namen?'

'Nee. Ze denkt dat het een van de verpleegsters van het ziekenhuis was. Hoe dan ook, om een uur of zeven die avond werd zijn lichaam door een paar bewakers in een van de onderzoekkamers gevonden. Destijds dachten we dat het een junk was geweest die uit was op een shot, want er waren wel wat medicijnen verdwenen uit de kast.'

'Verdovende middelen?'

'Neuh, het echte spul zat achter slot en grendel in een kamer aan de achterkant. De moordenaar is voor het waardeloze spul gegaan, drugs waar je op straat geen rooie cent voor krijgt. We dachten dat hij of stoned was, of stom. Maar ook weer niet zo stom om vingerafdrukken achter te laten. Hoe dan ook, aangezien er verder geen bewijs was, kwam de zaak op een dood spoor. De enige aanwijzing die we hadden, kwam van een van de bewakers die een vrouw zag wegrennen over het parkeerterrein toen hij die avond naar het gebouw toe liep. Het was druilerig weer en bijna donker, dus hij heeft haar niet goed gezien, maar hij was er wel van overtuigd dat ze blond was.'

'Wist hij zeker dat het een vrouw was?'

'Hoe bedoel je? En geen man met een pruik?' Pokie begon te lachen. 'Daar heb ik nog niet aan gedacht. Maar het zou kunnen.'

'Heeft die aanwijzing nog wat opgeleverd?'

'Niet veel. Geen namen in elk geval. We begonnen al te denken dat die mysterieuze blondine helemaal niet bestond. Tot Ann Richter werd vermoord.' Hij stopte even. 'Die was blond.' Hij drukte zijn sigaret uit. 'Kate Chesne is onze eerste grote doorbraak. Nu weten we tenminste hoe onze man eruitziet. De tekening komt maandag in de krant. Misschien levert het wat namen op.'

'Wat voor soort bescherming krijgt Kate nu?'

'Ze zit ergens aan de noordkust. Iedere paar uur komt er een patrouillewagen langsrijden.'

'Is dat alles?'

'Niemand die haar daar vindt.'

'Een professional wel.'

'Wat moet ik dan doen? Haar vierentwintig uur per dag laten bewaken?' Hij knikte naar de stapel papier op zijn bureau. 'Kijk naar die dossiers, Davy! Ik zit tot over mijn oren in de lijken. Ik mag me gelukkig prijzen als er eens een nacht geen dooie voor de deur ligt.'

' Professionals willen geen getuigen.'

ik ben er niet van overtuigd dat het een prof is. Trouwens, je w&et hoe krap we hier bij kas zitten. Kijk maar naar deze rotzooi.' Hij gaf een trap tegen het bureau. 'Twintig jaar oud en aangevreten door de termieten. En dan heb ik het nog niet eens over die aftandse computer. Ik moet nog steeds vingerafdrukken naar Californië opsturen om een snelle identificatie te krijgen!' Gefrustreerd plofte hij neer in zijn twintig jaar oude bureaustoel. 'Luister, Davy. Ik ben er vrijwel zeker van dat ze daar goed zit. Ik zou je de garantie willen geven, maar je weet hoe het hier toegaat.'

Ja, dacht David, ik weet inderdaad hoe het hier toegaat. Sommige dingen veranderden nooit bij de politie. Er werd te veel geëist en er was te weinig geld voor. Hij probeerde zichzelf voor te houden dat hij alleen maar in de zaak geïnteresseerd was omdat hij de advocaat van de aanklager was en het zijn taak was om vragen te stellen. Hij moest zich ervan verzekeren dat de zaak, nu er nieuwe feiten aan het licht waren gekomen, niet door zou gaan. Toch bleef hij aan Kate denken, daar in haar eentje, zo kwetsbaar, in dat ziekenhuisbed.

Hij zou graag op het oordeel van Pokie afgaan, hij had lang genoeg met de man gewerkt om te weten dat hij over het algemeen een competente politieman was, maar hij wist ook dat zelfs de beste agenten fouten maakten. Helaas hadden agenten en artsen iets gemeen: allebei moffelden ze hun fouten weg.

De zon viel schuin op Kates rug en wiegde haar in een onrustige slaap. Ze had haar armen om haar gezicht geslagen en liet de golven aan haar voeten likken en de wind de bladzijden van haar boek omslaan. Dit eenzame stuk strand, waar ze alleen gestoord werd door de vogels die in de bomen kwetterden, was de perfecte plaats om zich te verstoppen voor de wereld - en om te genezen.

Ze zuchtte. De geur van kokosnoten prikkelde haar neusgaten. Stukje bij beetje werd ze wakker gemaakt door de wind in haar haren, en door een vage trek. Ze had sinds het ontbijt niets gegeten, en het was nu al bijna avond.

En toen voelde ze nog iets, iets waardoor ze ineens klaarwakker was. Ze was niet langer alleen, iemand keek naar haar. Ze was er zo zeker van dat toen ze zich op haar rug rolde en opkeek het haar helemaal niet verbaasde dat David er was.

Hij droeg een spijkerbroek en een oud katoenen overhemd waarvan de mouwen vanwege de hitte opgerold waren. Zijn haar danste in de wind en leek wel te vonken in het late zonlicht. Hij zei niets. Hij stond daar gewoon heel rustig met zijn handen in zijn zakken naar haar te kijken. Hoewel haar badpak niet heel erg bloot was, had ze het gevoel dat hij haar met zijn ogen uitkleedde. Ze kreeg het er warm van en werd roder dan ze ooit in de zon was geworden.

'Je bent moeilijk op te sporen,' zei hij.

'Dat is de bedoeling als je je verbergt. Dat mensen je niet kunnen vinden.'

Hij keek om zich heen en nam de eenzame omgeving onderzoekend op. 'Het lijkt ine niet zo'n goed idee om hier zo open en bloot te gaan liggen.'

'U hebt gelijk!* Haar handdoek en boek oppakkend ging ze staan. 'Je weet maar nooit wie er hier rondlopen. Dieven, moordenaars.' Ze gooide de handdoek over haar schouder, draaide zich om en liep weg. 'Misschien wel een stuk of wat advocaten.'

ik moet met je praten, Kate.'

'Ik heb een advocaat. Praat maar met hem.'

'Het gaat over de O'Brien-zaak.'

'Doe dat maar in de rechtszaal,' beet ze hem over haar schouder toe, waarna ze er flink de pas in zette en hem alleen achterliet op het strand.

'Misschien zie ik je niet in de rechtszaal.'

'Wat jammer.'

Ook hij zette de pas erin en haalde haar bij het huisje in. Vlak achter haar liep hij het trappetje op. Kate negeerde hem echter en liet de hordeur voor zijn neus dichtklappen.

'Heb je gehoord wat ik zei?' schreeuwde hij vanaf de veranda.

Midden inde keuken bleef ze stilstaan, zich plotseling realiserend dat hij iets heel belangrijks had gezegd. Langzaam draaide ze zich om en keek door de hor. Hij had zijn handen op de deurposten gelegd en stond haar indringend aan te kijken, ik ga misschien de rechtszaal niet in,' zei hij.

'Wat bedoelt u daarmee?'

'Dat ik erover denk de zaak te laten vallen.'

'Waarom?'

'Als je me binnenlaat, vertel ik het je.'

Hem nog steeds aankijkend, duwde ze de hordeur open. 'Kom binnen, Mr. Ransom. Het wordt tijd dat we praten.'

Zwijgend volgde hij haar de keuken in en ging bij de eettafel naar haar staan kijken. Doordat ze blootsvoets was, werd het verschil in lengte tussen hen alleen maar benadrukt. Ze was vergeten hoe lang hij was, met benen waar geen eind aan leek te komen. Ze had hem nog nooit zonder pak gezien cn bedacht dat ze hem veel leuker vond in een spijkerbroek. Doordat ze aan kleren dacht, was ze zich er ineens scherp van bewust dat ze er zelf nogal bloot bijliep, en dat hij haar overal waar ze liep volgde met zijn blik. Dat gaf haar een ongemakkelijk gevoel. Ongemakkelijk, maar tegelijkertijd ook onmiskenbaar opwindend. Net zoals het opwindend was om een lucifer naast een vat buskruit aan te steken. Was David Ransom net zo explosief?

Ze slikte nerveus. 'Ik... Ik moet me aankleden.

Neem me niet kwalijk.' Ze vluchtte naar de slaapkamer en pakte de eerste de beste schone jurk die ze zag, een dun wit geval uit India. In haar haast om hem aan te trekken, scheurde ze hem bijna. Bij de deur dwong ze zichzelf tot tien te tellen, maar ze merkte dat haar handen nog steeds trilden.

Toen ze eindelijk terug was in de keuken, bleek hij nog steeds bij de tafel te staan. Hij stond in haar boek te bladeren.

'Een oorlogsroman,' liet ze hem weten. 'Niet zo'n goeie, maar zo kom je tenminste de tijd door. En tijd heb ik genoeg de laatste dagen.' Ze zwaaide vaag naar een stoel. 'Ga zitten, Mr. Ransom, dan... dan zal ik koffiezetten.' Ze had al haar aandacht nodig om de ketel te vullen en die op het fornuis te zetten. Zelfs de meest simpele handelingen kostten haar moeite. Eerst stootte ze de doos met koffiefilters om in de gootsteen, en vervolgens kreeg ze het voor elkaar om de koffie over het aanrecht uit te strooien.

'Laat mij dat maar doen,' zei hij, haar zacht opzij duwend.

Niet in staat wat te zeggen keek ze toe terwijl hij de gemorste koffie opveegde. Ze was zich plotseling veel te bewust van zijn lichaam, zijn nabijheid en zijn kracht, en was niet voorbereid op de golf van begeerte die over haar heen sloeg. Op onvaste benen liep ze naar de tafel, en ze liet zich in een stoel zakken.

'Trouwens,' zei hij over zijn schouder, 'kunnen we dat Mr. Ransom-gedoe achterwege laten? Ik heet Da- vid.'

'O. )a. Dat weet ik.' Ze kromp ineen van schaamte omdat haar stem zo ademloos klonk.

Hij ging in een stoel tegenover haar zitten, en over de keukentafel heen ontmoetten hun ogen elkaar op gelijke hoogte.

'Gisteren was je van plan me af te maken,' zei ze. 'Hoe komt het dat je van gedachten bent veranderd?'

Bij wijze van antwoord haalde hij een vel papier uit zijn borstzakje. Het was een fotokopie van een artikel uit de plaatselijke krant. 'Dit verhaal stond twee weken geleden in de Star-Bulletin.'

Ze fronste bij het zien van de kop: gynaecoloog uit honolulu vermoord. 'Wat heeft dit met mij te maken?'

'Kende je het slachtoffer, Henry Tanaka?'

'Hij werkte ook in het ziekenhuis, maar ik heb nooit met hem samengewerkt.'

'Lees wat de krant schrijft over zijn verwondingen.'

Kate concentreerde zich weer op het artikel. 'Er staat dat hij overleden is ten gevolge van wonden aan zijn nek en rug.'

'Inderdaad. Wonden die zijn toegebracht met een vlijmscherp instrument. De halsslagader is in één keer doorgesneden. Heel efficiënt en heel dodelijk.'

Kate probeerde te slikken, maar merkte dat haar keel kurkdroog was. 'Zo is Ann...'

Hij knikte. 'Zelfde methode. Zelfde resultaat.'

'Hoe weet je dit allemaal?'

'Inspecteur Ah Ching zag de overeenkomsten bijna onmiddellijk. Daarom heeft hij ook een bewaker voor de deur van je ziekenhuiskamer neergezet. Als deze moorden iets met elkaar te maken hebben, zit er een soort systematiek in, iets rationeels...'

'Rationeel? Is het rationeel om een arts en een verpleegster te vermoorden? Het lijkt me eerder het werk van een psychopaat!'

'Moord is iets eigenaardigs. Soms is het onzinnig, soms logisch.'

'Het is nooit lógisch om iemand te vermoorden!'

'Het wordt iedere dag gedaan, door mensen die verondersteld worden normaal te zijn. En dat allemaal om de meest platvloerse redenen. Geld. Macht.' Hij wachtte even. 'Maar dan heb je ook nog,' zei hij zacht, 'de crime passionnel. Blijkbaar had Henry Tanaka een verhouding met een van de verpleegsters.'

' Een heleboel doktoren hebben verhoudingen.'

'Een heleboel verpleegsters ook.'

'Over welke verpleegster hebben we het?'

'Ik hoopte dat jij me dat kon vertellen.'

'Het spijt me, maar ik ben niet op de hoogte van de laatste ziekenhuisroddels.'

'Zelfs niet als het om een van je patiënten gaat?'

'Bedoel je Ellen? Ik... Ik zou het niet weten. Ik neus normaal gesproken niet in de privélevens van mijn patiënten. Tenzij het relevant is voor hun gezondheid.'

'Ellens privéleven was misschien heel relevant voor haar gezondheid.'

'Nou, het was een mooie vrouw. Ik weet zeker dat er... mannen in haar leven waren.' Kates blik viel weer op het artikel. 'Wat heeft dit met Ann Richter te maken?'

'Misschien niets. Maar misschien ook alles. In de afgelopen twee weken zijn drie mensen die in het Mid Pac werkten gestorven. Twee daarvan zijn vermoord. De ander had een onverwachte hartstilstand op de operatietafel. Is dat toeval?'

'Het is een groot ziekenhuis. Er werken veel mensen.'

'Maar die drie mensen kenden elkaar. Ze hebben zelfs met elkaar gewerkt.'

'Maar Ann was O K-verpleegkundige-'

'Die op de verloskundige afdeling heeft gewerkt.'

'Wat?'

'Acht jaar geleden ging Ann Richter scheiden. Een hele nare scheiding, waardoor ze met een torenhoge stapel rekeningen bleef zitten. Ze moest geld hebben, en snel. Dus kluste ze bij op de afdeling verloskunde. Ze draaide nachtdiensten. Net als Ellen O'Brien.

Henry Tanaka, Ann Richter en Ellen O'Brien kenden


elkaar. En nu zijn ze allemaal dood.'

Het gefluit van de fluitketel sneed door de stilte, maar Kate was zo verdoofd dat ze niet in staat was iets te doen. David ging staan en haalde de ketel van het fornuis. Ze hoorde dat hij de kopjes pakte en water inschonk en kwam weer een beetje bij toen ze even later de geur van koffie rook. 'Het is vreemd,' merkte ze op. 'Ik zag Ann bijna iedere dag in de OK. We hadden het over boeken die we gelezen hadden of films die we hadden gezien, maar we hebben het nooit echt over onszelf gehad. Ze was altijd nogal afstandelijk.'

'Hoe reageerde ze op de dood van Ellen?'

Kate gaf niet meteen antwoord en herinnerde zich dat toen het was misgegaan en Ellens leven aan een zijden draadje had gehangen, Ann als aan de grond genageld en met een lijkbleek gezicht was blijven staan. 'Ze leek wel... verlamd. Maar we waren allemaal van de kaart. Nadien ging ze ziek naar huis. Ze is niet teruggekomen. Dat was de laatste keer dat ik haar heb gezien. Levend, bedoel ik...' Ze keek verdwaasd naar de kop koffie die hij voor haar neerzette.

'Je zei het al. Ze moet iets geweten hebben. Iets gevaarlijks. Misschien deden ze dat allemaal wel.'

'Maar, David, het waren gewoon normale mensen die in een ziekenhuis werkten.'

'Er kan van alles gaande zijn in een ziekenhuis. Verdovende middelen die gestolen worden, verzekeringsfraude, buitenechtelijke liefdesrelaties, misschien zelfs moord.'

'Als Ann iets gevaarlijks wist, waarom is ze dan niet naar de politie gestapt?'

'Misschien kon ze dat niet. Misschien was ze bang de verdenking op zichzelf te laden. Of ze beschermde iemand anders.'

Een dodelijk geheim, dacht Kate. Hadden alle drie de slachtoffers van het geheim geweten? Voorzichtig vroeg ze: 'Dus je denkt dat Ellen vermoord is?'

'Daarom ben ik hier. Ik wil dat jij mij dat vertelt.'

Niet-begrijpend schudde ze haar hoofd. 'Hoe kan ik dat nou?'

'Jij hebt de medische kennis ervoor. Jij was in de OK toen het gebeurde. Hoe zou het gedaan kunnen zijn?'

'Daar heb ik al duizend keer over naged -'

'Doe het dan nog een keer. Kom op, Kate, denk na. Overtuig me dat het moord was. Overtuig me dat ik de zaak moet laten vallen.'

Blijkbaar had ze geen keus. Ze voelde dat hij haar met zijn blik dwong zich ieder detail te herinneren, alles wat vooraf was gegaan aan dat afschuwelijke moment in de OK. Ze herinnerde zich dat het allemaal van een leien dakje was gegaan, het toedienen van de narcotica, het inbrengen van de beademingsbuis. Ze had alle apparatuur gedubbelcheckt en had geweten dat alles goed aangesloten was en goed werkte.

'En?'drong hij aan.

ik kan niets bedenken.'

'Jawel, dat kun je wel.'

'Het was een routineoperatie.'

'En de operatie zelf?'

'Foutloos. Guy is de beste chirurg van het ziekenhuis. Trouwens, hij was nog maar net begonnen met opereren. Hij was nog maar net door de spierlaag toen...' Ze maakte haar zin niet af.

'Toen wat?'

'Hij... Hij klaagde dat de buikspieren te strak waren. Hij kon er niet langs.'

'Dus?'

'Dus heb ik een dosis succinylcholine geïnjecteerd.'

'Dat is zo'n beetje vaste routine, toch?'

Ze knikte, ik doe het bijna altijd. Maar bij Ellen werkte het niet. Ik moest een tweede dosis injecteren. Ik herinner me dat ik Ann heb gevraagd of ze een nieuw flesje wilde halen.'

'Had je maar één flesje?'

'Meestal heb ik er meer in mijn kar, maar die ochtend zat er maar één in de la.'

'Wat gebeurde er nadat je de tweede dosis succinyl- choline had toegediend?'

'Er gingen een paar seconden voorbij. Tien misschien. Of vijftien. En toen..Langzaam keek ze naar hem op.'.. .hield haar hart ermee op.'

Ze keken elkaar aan. Door het raam kwamen de laatste strepen licht van die dag binnen. Hij boog zich naar haar toe en boorde zijn blik in de hare. 'Als je kunt bewijzen dat -'

'Maar dat kan ik niet! Dat lege flesje is regelrecht de vuilverbrandingsoven in gegaan, net als de rest van het afval. En er isf>ok geen lichaam om autopsie op te plegen.' Ongelukkig keek ze van hem weg. 'O, hij was slim, David. Wie de moordenaar ook was, hij wist precies wat hij deed.'

'Misschien is hij te slim voor zijn eigen bestwil.'

'Wat bedoel je?'

'Blijkbaar is hij goed op de hoogte. Hij wist precies welke medicijnen je zou toedienen. En hij kreeg het voor elkaar om iets dodelijks in een van die flesjes te doen. Wie hebben er toegang tot de anesthesie- kar?'

'Die staan in de operatiekamers. Ik denk dat al het ziekenhuispersoneel er wel bij kan. Doktoren, verpleegkundig personeel. Misschien zelfs wel de bewaking. Maar er lopen wel altijd mensen rond.'

'Hoe zit het 's nachts en in de weekenden?'

'Als er geen operatie gepland staat, sluiten ze de

OK-afdeling af. Wel blijft er altijd een OK-verpleeg- kundige aanwezig voor noodgevallen.'

' Blijft die in de buurt van de operatiekamers?'

Machteloos haalde ze haar schouders op. 'Ik ben er alleen maar als er geopereerd wordt. Ik heb geen idee hoe het er 's nachts, als het rustig is, aan toegaat.'

'Als de OK-afdeling niet bewaakt wordt, kan iedereen van het verplegend personeel naar binnen zijn geglipt.'

'Het is niet iemand van het personeel. Ik heb de moordenaar gezién, David! Die man in het appartement van Ann was een vreemde.'

'Die kan een medeplichtige hebben. Iemand van het ziekenhuis. Misschien zelfs iemand die je kent.'

'Een samenzwering?'

'Kijk maar hoe systematisch deze moorden zijn uitgevoerd. Alsof onze moordenaar - of moordenaars - een lijst afwerken. Mijn vraag is: wie is de volgende?'

Kate schoot recht overeind toen haar kopje op haar schoteltje viel. Naar beneden kijkend zag ze dat haar handen trilden. Ik heb zijn gezicht gezien, dacht ze. Als hij een lijst heeft, staat mijn naam erop.

Het was inmiddels al bijna avond. Niet in staat te blijven zitten liep ze naar de openstaande deur. Daar bleef ze starend naar de zee staan. De wind, kort daarvoor nog behoorlijk stevig, was gaan liggen. Er hing een stilte in de lucht, alsof de avond zijn adem inhield.

'Hij is daar ergens buiten,' fluisterde ze. 'Op zoek naar mij. En ik weet niet eens hoe hij heet.' Toen ze

Davids hand op haar schouder voelde, begon ze te trillen. Hij stond achter haar, zo dichtbij dat ze zijn adem in haar haren voelde. 'Ik blijf zijn ogen maar zien, zoals hij naar me staarde vanuit de spiegel. Zwarte ogen en heel diep. Als op een van die foto's van ondervoede kinderen.'

'Hij kan je niets doen, Kate. Niet hier.' Davids adem schroeide in haar nek. Er ging een huivering door haar heen - niet van angst, maar van opwinding. Zelfs zonder naar hem te kijken voelde ze dat hij naar haar verlangde.

Plotseling was het niet meer zijn adem die haar huid schroeide, maar waren het zijn lippen. Door dikke lokken haar heen drukte hij zijn mond hongerig tegen haar nek. Her volgende moment greep hij haar schouders vast, alsof hij bang was dat ze zich zou losrukken, maar dat deed ze niet. Dat kon ze niet. Haar lichaam smachtte naar hem.

Zijn lippen lieten een warm, vochtig spoor na op haar schouders, en ze voelde zijn kaak over haar huid raspen. Even later draaide hij haar om, zodat ze met haar gezicht naar hem toe kwam te staan en hij zijn mond op de hare kon drukken.

Ze voelde dat ze viel onder de kracht van zijn kus, dat ze in een diepe, bodemloze put viel, tot ze met haar rug tegen de keukenmuur botste. Met zijn hele lichaam hield hij haar daar klem, buik tegen buik, dij tegen dij. Haar lippen gingen vaneen en zijn tong drong naar binnen en eiste haar mond op. Ze twijfelde er niet aan dat hij ook van plan was de rest op te eisen.De lucifer was aangestoken en het kruitvat stond op het punt te exploderen, met haar erbij. Geheel vrijwillig stortte ze zichzelf in de vuurzee.

Er werd niets gezegd, er werd alleen verlangend gekreund. Ze ademden allebei zo hard en zo snel dat haar oren niets anders meer hoorden. Het drong dan ook amper tot haar door dat de telefoon begon te rinkelen. Pas toen hij weer rinkelde, en weer, registreerde haar koortsige brein wat het was.

Het kostte haar al haar wilskracht om tegen de stroom van verlangen in te zwemmen en zich los te maken uit zijn omhelzing. 'De... De telefoon-'

'Laat gaan.' Zijn mond gleed langs haar hals naar beneden.

De telefoon bleef echter onverbiddelijk door rinkelen, en ze voelde zich gedwongen hem op te pakken. 'David. Alsjeblieft...'

Grommend trok hij zich terug en keek haar aan. Kate zag de verbazing in zijn ogen en wist dat hij, net als zij, nog niet helemaal kon geloven wat er net was gebeurd.

De telefoon ging weer over. Pas op dat moment wist ze zich te herpakken en zichzelf ertoe te brengen de keuken door te lopen en de hoorn van de haak te nemen. Nadat ze haar keel had geschraapt, lukte het haar een schor 'Hallo?' uit te brengen.

Ze was nog zo perplex dat het een paar seconden duurde voor ze doorhad dat het stil was aan de andere kant van de lijn. 'Hallo?' herhaalde ze.

'Dokter Chesne?' fluisterde een nauwelijks hoorbare stem.

Ja?'

 Bent u alleen?'

'Nee, ik... Met wie spreek ik?' Plotseling greep de angst haar bij de keel.

Er viel een stilte, zo lang en zo intens dat ze haar eigen hart in haar oren hoorde kloppen. 'Hallo?' schreeuwde ze. 'Met wie spreek ik?'

'Kijk uit, Kate Chesne, want de dood is overal om ons heen.'