Hoofdstuk 9
'Ik denk dat je je theorie vanavond wel bewezen hebt,' zei David terwijl hij twee glazen warme melk op de keukentafel zette. 'Wat betreft moord in de operatiekamer.'
'Nee, dat heb ik niet.' Somber staarde Kate naar haar dampende glas. 'We hebben niets kunnen bewijzen, David. Alleen dat het hoofd Anesthesiologie een zieke hond heeft.' Ze zuchtte. 'Arme oude Avery. Ik heb hem waarschijnlijk de stuipen op het lijf gejaagd.'
'Blijkbaar hebben jullie elkaar de stuipen op het lijf gejaagd. Heeft hij trouwens wel een hond?'
'Hij zou nooit tegen me liegen.'
'Het is maar een vraag. Ik ken hem verder niet.' Hij nam een slok melk, die een vage witte snor op zijn bovenlip achterliet.
Hij leek niet op zijn plaats in zijn glanzende keuken. Zijn kaak was donker van de stoppels, en zijn overhemd, dat die ochtend nog smetteloos was geweest, was nu overal gekreukt. Hij had zijn bovenste knoopje opengedaan, en ze voelde zich raar zweverig toen ze een glimp opving van de donkergouden haartjes op zijn borst.
Ze boog haar hoofd en keek strak naar haar melk. ik weet bijna wel zeker dat hij een hond heeft,' vervolgde ze. 'Sterker nog, ik heb een foto op zijn bureau zien staan.'
'Heeft hij een foto van zijn hond op zijn bureau?'
'Van zijn vrouw eigenlijk, die een bruinige terriër vasthoudt. Ze was echt heel mooi.'
'Ik neem aan dat je zijn vrouw bedoelt?'
'Ja. Ze heeft een paar maanden geleden een beroerte gekregen. Die arme man was er helemaal kapot van dat hij haar in een verpleeghuis moest stoppen. Sindsdien sleept hij zich door zijn werk heen.' Verdrietig nam ze een slok.' Ik durf te wedden dat hij het niet kon.'
'Dat hij wat niet kon?'
'Zijn hond doden. Sommige mensen kunnen nog geen vlieg kwaad doen.'
'Terwijl anderen hun hand niet omdraaien voor moord.'
Ze keek hem aan. 'Denk je nog steeds dat het moord was?'
Hij gaf niet meteen antwoord, en dat vond ze eng. Ging haar enige bondgenoot haar in de steek laten, vroeg ze zich af.
ik weet niet wat ik moet denken.' Hij zuchtte. 'Tot nu toe heb ik me door mijn instinct laten leiden, niet door de feiten. En daar heb je niets aan in de rechtszaal.'
'Of tijdens een hoorzitting,' voegde ze er somber aan toe.
'Is de hoorzitting dinsdag?'
'ja, en ik heb nog steeds geen flauw idee wat ik tegen ze moet gaan zeggen.'
'Kun je geen uitstel vragen? Ik zeg mijn afspraken voor morgen wel af. Misschien dat we iets van een bewijs kunnen vinden.'
'Ik heb al om uitstel gevraagd. Dat is afgewezen. E11 trouwens, zoals het er nu uitziet, is er geen bewijs. Het enige wat we hebben, is een paar moorden die geen duidelijk verband houden met Ellens dood.'
Hij leunde achterover en keek fronsend naar de tafel. 'Stel dat de politie op het verkeerde spoor zit? Dat Charlie Decker niet schuldig is?'
'Ze hebben zijn vingerafdrukken gevonden, Da- vid. En ik heb hem gezien.'
'Maar heb je hem ook daadwerkelijk zien moorden?'
'Nee. Maar niemand anders heefteen motief.'
'Laten we dat eens wat nader bekijken.' Langzaam stak hij zijn hand uit naar het zoutvaatje en zette het midden op tafel. 'We weten dat Henry Tanaka een drukbezet man was. En dan heb ik het niet over zijn praktijk. Hij had een relatie...' David zette de pepermolen naast het zoutvaatje, '...met, naar we aannemen, Ann Richter.'
'Oké. Maar hoe past Ellen in dit plaatje?'
'Dat is de vraag.' Hij klopte op de suikerpot. 'Hoe past Ellen O'Brien in dit plaatje?'
Kate fronste haar wenkbrauwen. 'Een driehoeksverhouding?'
'Zou kunnen. Maar mannen hoeven het niet bij één minnares te laten. Hij had er wel tien kunnen hebben. En die hadden allemaal op hun beurt ook jaloerse minnaars kunnen hebben.'
'Driehoeken binnen driehoeken? Dit wordt met de minuut gekker. Doktoren die links en rechts verhoudingen hebben en tussen allerlei slaapkamers heen en weer rennen! Ik kan me dat niet voorstellen.'
'Die dingen gebeuren. En niet alleen in ziekenhuizen.'
'Ook op advocatenkantoren zeker, hè?'
ik zeg niet dat ik het heb gedaan, maar we zijn allemaal maar gewoon mensen.'
Onwillekeurig begon ze te glimlachen. 'Grappig. Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, vond ik je niet bepaald menselijk.'
'Nee?'
'Je vormde een bedreiging. Je was de vijand. Zo'n verdomde advocaat.'
'O. het schuim der natie, bedoel je.'
'Daar deed je je uiterste best voor, ja.'
Hij kromp ineen. 'Je wordt bedankt.'
'Maar nu niet meer,' haastte ze zich te zeggen, ik zie je niet meer als het schuim der natie. Niet sinds...'
Haar stem stierf weg op het moment dat hun blikken elkaar vonden.
'Niet sinds ik je heb gekust,' maakte hij haar zin zacht af.
Haar wangen begonnen te gloeien. Ze stond snel op en bracht haar glas naar het aanrecht, zich er al die rijd van bewust dat hij naar haar zat te kijken. 'Het is allemaal zo ingewikkeld,' verzuchtte ze.
'Wat? Dat ik menselijk ben?'
'Dar we allebei menselijk zijn,' barstte ze uit. Hoewel ze niet naar hem keek, voelde ze de aantrekkingskracht tussen hen, de chemie, de vonken die russen hen oversprongen.
Ze waste haar glas af. Twee keer. Daarna ging ze met opzet weer aan de tafel zitten, zo rustig als ze kon. Hij zat naar haar te kijken met een licht ironische, geamuseerde uitdrukking op zijn gezicht.
ik ben de eerste om het toe te geven,' zei hij met pretlichtjes in zijn ogen. 'Het is verdomde ongemakkelijk om mens te zijn. Een slaaf van al die lastige biologische behoeften.'
Biologische behoeften.... Wat een hopeloos lauwe omschrijving van de hormonale storm die op dit moment in haar woedde. Zijn blik vermijdend keek ze naar het zoutvaatje dat midden op tafel stond. Plotseling dwaalden haar gedachten af naar Henry Tanaka. Naar driehoeken binnen driehoeken. Waren al die doden een gevolg van uit de hand gelopen lust en jaloezie? 'Je hebt gelijk,' gaf ze toe, nadenkend met het zoutvaatje spelend. 'Mens zijn leidt tot allerlei soorten complicaties. Zelfs tot moord.'
Nog voor hij iets gezegd had, voelde ze de spanning van hem afstralen. Zijn blik ging naar de tafel, en plotseling zat hij doodstil. 'Ongelooflijk dat ik daar niet eerder aan heb gedacht,'zei hij toen.
Waaraan?' vroeg ze.
Hij schoof zijn lege glas naar de suikerpot. Er stond nu geen driehoek meer maar een vierkant. 'We hebben hier niet met een driehoek te maken, maar met een vierkant.'
Het was even stil. 'je wiskundig inzicht is werkelijk voortreffelijk,' complimenteerde ze hem.
'Stel dat Tanaka inderdaad een tweede vriendin had,' vervolgde hij, 'en dat die vriendin Ellen O'Brien was?'
'Dat was onze eerdere driehoek.'
'Maar we hebben één iemand niet meegerekend. Een belangrijk iemand.' Met zijn wijsvinger tikte hij tegen het lege melkglas.
Fronsend keek Kate naar de vier voorwerpen op de tafel. 'O mijn god,' fluisterde ze. 'Mrs. Tanaka.'
'Precies.'
'lk heb zelfs nog nooit aan zijn vrouw gedacht.'
Hij keek op. 'Misschien wordt het tijd dat we dat welgaan doen.'
De Japanse vrouw die de deur van de kliniek opendeed had brandweerrode lippenstift op en poeder dat een paar tinten te licht was voor haar huidskleur. In combinatie met de ietwat gejaagde blik in haar ogen leek ze wel een voortvluchtige geisha. 'Dus u bent niet van de politie?' vroeg ze.
'Nee, niet echt,' antwoordde David. 'Maar we hebben wel een paar vragen -'
'Ik praat niet meer met journalisten.' Ze maakte aanstalten om de deur dicht te doen.
'We zijn geen journalisten, Mrs. Tanaka. Ik ben advocaat. En dit is dokter Kate Chesne.'
'Nou, wat wilt u dan?'
'We proberen informatie te krijgen over een moord die verband houdt met de moord op uw echtgenoot.'
Nu was de vrouw ineens wel geïnteresseerd. 'U bedoelt toch die verpleegster? Dat mens van Richter?' 'Ia.'
'Wat weet u van haar?'
'We willen u graag alles vertellen wat we weten als u ons binnenlaat.'
Ze aarzelde. In haar ogen streden nieuwsgierigheid en voorzichtigheid een strijd. Uiteindelijk won de nieuwsgierigheid het, opende ze de deur en gebaarde ze dat ze mee de wachtkamer in moesten komen.
Ze was lang voor een Japanse. Langer, zelfs, dan Kate. Ze droeg een eenvoudige blauwe jurk, hoge hakken en schelpvormige gouden oorbellen. Haar haar was zo zwart dat het er geverfd uit had gezien als er bij haar rechterslaap niet één witte lok had gezeten. Mari Tanaka was een opmerkelijk mooie vrouw.'U moet maar niet letten op de rotzooi,' verontschuldigde ze zich terwijl ze midden in de keurig nette wachtkamer bleef staan. 'Maar het is allemaal zo chaotisch. Er moet zo ontzettend veel geregeld worden.' Ze keek om zich heen naar de lege banken, alsof ze zich afvroeg waar de patiënten waren gebleven. Op de bijzettafel lagen nog steeds tijdschriften, en in de hoek stond een doos met kinderspeelgoed te wach- ten tot ermee gespeeld ging worden. De enige aanwijzing dat hier een tragedie had plaatsgevonden, waren de condoléancekaart en een bos met witte lelies die door een treurende patiënte waren gestuurd. Door een glazen afscheiding voor de receptiebalie keek je in een aangrenzend kantoor, waar twee vrouwen met stapels dossiers om zich. heen zaten.
'Er zijn zo ontzettend veel patiënten die aangeschreven moeten worden,' verzuchtte Mrs. Tanaka. 'En al die openstaande rekeningen. Ik wist niet dat het zo'n bende was. Ik liet alles altijd aan Henry over, maar nu hij er niet meer is...' Vermoeid liet ze zich op de bank zakken. 'Ik neem aan dat u het weet van mijn man en dat... die vrouw?' David knikte. U?'
'Ja. Ik bedoel, ik wist niet hoe ze heette, maar ik wist wel dat er iemand moest zijn. Grappig, nietwaar, dat ze zeggen dat de echtgenote er altijd als laatste achter komt?' Ze keek naar de twee vrouwen achter de glazen afscheiding, ik weet zeker dat zij het wel wisten. En de mensen in het ziekenhuis moeten het ook geweten hebben. Ik was de enige die van niets wist. Het onnozele vrouwtje.' Ze keek op. 'U zei dat u me over die vrouw zou vertellen. Die Ann Richter. Wat weet u van haar?'
ik heb met haar gewerkt,' begon Kate. is dat zo?' Mrs. Tanaka verplaatste haar blik naar Kate. 'Ik heb haar zelfs nog nooit ontmoet. Wat was het voor iemand? Was ze mooi?'
Kate aarzelde, instinctief aanvoelend dat de andere vrouw die dingen alleen wilde weten om zichzelf nog
meer te kwellen. Mari Tanaka leek bezeten van de bizarre behoefte zichzelf te straffen. 'Ann was wel... aantrekkelijk, ja.'
intelligent ook?'
Kate knikte. 'Ze was een goede verpleegster.'
'Dat was ik ook.' Mrs. Tanaka beet op haar lip en keek weg van haar gasten. 'Ze was blond, heb ik gehoord. Henry hield van blondines. Is het niet ironisch dat hij van het enige hield wat ik niet kon zijn?' Ze wierp David een vijandige blik toe. 'En u houdt zeker van oosterse vrouwen?'
'Een mooie vrouw is een mooie vrouw,' reageerde hij kalm. 'Ik maak geen onderscheid.'
Ze knipperde een waas van tranen weg. 'Henry wel.' *
'Zijn er andere vrouwen geweest?' vroeg Kate zacht.
'Ik denk het wel.' Ze haalde haar schouders op. 'Het was een man, hè?'
'Heeft u ooit van de naam Ellen O'Brien gehoord?'
'Was er een... connectie tussen haar en mijn man?'
'We hoopten dat u ons dat kon vertellen.'
Mrs. Tanaka schudde haar hoofd. 'Hij noemde nooit namen. Maar ik heb dan ook nooit vragen gesteld.'
Fronsend keek Kate haar aan. 'Waarom niet?'
'Ik wilde niet dat hij tegen me loog.'
Op de een of andere manier klonk het, zoals zij het zei, volkomen logisch.
'Heeft de politie tegen u gezegd dat ze een verdachte hebben?' vroeg David.
'U bedoelt Charles Decker?' Mrs. Tanaka's blik richtte zich weer op David. 'Brigadier Trophy is gistermiddag bij me langs geweest. Hij heeft me een foto van de man laten zien.'
'Herkende u hem?'
ik heb hem nog nooit gezien. Ik kende zijn naam niet eens. Het enige wat ik wist, was dat mijn man vijf jaar geleden door een of andere gestoorde gek is aangevallen. En dat die stomme politie hem nota bene de volgende dag al heeft laten gaan.'
'Maar uw man weigerde een aanklacht in te dienen,'zei David.
'Wat?'
'Daarom werd Decker zo snel vrijgelaten. Blijkbaar wilde uw man de zaak laten vallen.'
'Dat heeft hij me nooit verteld.'
'Wat heeft hij u wel verteld?'
'Bijna niets. Maar er waren een heleboel dingen waar we nooit over praatten. Daarom is het ons gelukt al die jaren bij elkaar te blijven. Door over bepaalde dingen te zwijgen. Het was bijna een soort afspraak. Hij vroeg niet waar ik het geld aan uitgaf, en ik vroeg niet naar zijn vrouwen.'
'Dus u kunt ons niets meer over Charles Decker vertellen?'
'Nee. Maar misschien dat Peggy u kan helpen.'
'Peggy?'
Ze knikte in de richting van het kantoor. 'Onze receptioniste. Ze was erbij toen het gebeurde.'
Peggy was een blonde, ongeveer veertig jaar oude matrone met een witte stretchbroek. Hoewel ze haar vroegen te gaan zitten, bleef ze liever staan. Of misschien wilde ze gewoon niet op dezelfde bank zitten als Mari Tanaka.
'Of ik me de man kan herinneren?' vroeg Peggy. 'Die vergeet ik nooit. Ik was bezig een van de onder- zoekkamers schoon te maken toen ik hem hoorde schreeuwen. Ik ben meteen op het geluid afgerend, en die gek bleek hier te zijn, in de wachtkamer. Hij had zijn handen om Henry's - om de dokters - nek en hij stond maar tegen hem te schreeuwen.'
'Bedoelt u dat hij hem uitschold?'
'Nee, hij schold hem niet uit, hij zei iets van: "Wat heb je met haar gedaan?"'
'Zei hij het zo? Weet u het zeker?'
'Zo goed als zeker.'
'En wie was die "haar" over wie hij het had? Een van zijn patiënten?'
'Ja. En die zaak zat de dokter niet lekker. Het was zo'n aardige vrouw, en dan sterven ze nota bene allebei, zij en haar kindje. Nou ja...'
'Hoe heette ze?'
'Jenny... Even denken. Jenny nog iets. Brook. Volgens mij was dat het. Jennifer Brook.'
'Wat deed u toen u zag dat de dokter werd aangevallen?'
'Nou, ik heb die man natuurlijk weggetrokken. Wat denkt u nou? Hij hield hem stevig vast, maar ik heb hem los gekregen. Vrouwen zijn niet helemaal hulpeloos, weet u.'
'Ja, daar ben ik me zeer van bewust.'
'Hoe dan ook, toen stortte hij min of meer in.'
'De dokter?'
'Nee, de man. Hij kroop in het hoekje bij de leestafel en ging zitten huilen. Hij zat daar nog steeds toen de politie arriveerde. Een paar dagen later hoorden we dat hij zichzelf in zijn mond had geschoten.' Het was even stil. De vrouw staarde naar de grond, alsof ze daar een of andere geestverschijning zag zitten. 'Het is raar, maar ik had medelijden met hem. Hij huilde tranen met tuiten. Ik denk dat zelfs Henry medelijden met hem had...'
'Mrs.Tanaka?' De andere administratiekracht stak haar hoofd om de hoek van de wachtkamer. 'Er is telefoon voor u. Uw boekhouder. Ik verbind hem door naar het achterste kantoor.'
Mrs. Tanaka ging staan. 'We kunnen u echt niets meer vertellen,' zei ze. 'En bovendien moeten we weer aan het werk.' Ze wierp Peggy een veelbetekenende blik toe. Vervolgens schreed ze, met een heel klein afscheidsknikje, de wachtkamer uit.
'Twee weken,' mopperde Peggy. 'En dan zijn we ontslagen. En dan verwacht ze ook nog dat we deze zooi op orde brengen. Geen wonder dat Henry die heks niet in zijn buurt wilde hebben,' zei ze, waarna ze aanstalten maakte om terug te gaan naar haar kantoor.
'Peggy?' vroeg Kate. 'Nog één vraag, als je het niet erg vindt. Als er patiënten doodgaan, hoe lang bewaren jullie de dossiers dan?'
'Vijf jaar. Langer als de patiënt in het kraambed sterft. U weet wel, voor het geval we worden aangeklaagd wegens nalatigheid.'
'Dus jullie hebben het dossier van Jenny Brook nog
steeds?'
'O, zeker.' Ze liep het kantoor in en trok de archiefkast open. Ze liep de B-la twee keer door. Daarna keek ze de J's na. Na een tijdje schoof ze gefrustreerd de la dicht. 'Ik begrijp het niet. Het had hier in moeten zitten.'
David en Kate keken elkaar aan. is het zoek?' vroeg Ka te.
'Nou, hier is het in ieder geval niet. Ik ben heel zorgvuldig in die dingen. Neem van mij maar aan dat i k niet iemand ben die er een rommeltje van maakt op kantoor.' Ze draaide zich om en keek naar de andere administratrice, alsof ze van die kant protest verwachtte. Dat kwam er niet.
'Wat suggereert u nou?' vroeg David. 'Dat iemand hem heeft meegenomen?'
'Dat moet wel,' antwoordde Peggy. 'Ik begrijp alleen niet waarom hij dat dan heeft gedaan. Het is amper vijfjaar geleden.'
'Hij? Wie?' vroeg David.
Peggy keek hem aan alsof hij niet goed bij zijn hoofd was. 'Dokter Tanaka natuurlijk.'
'Jennifer Brook,' zei de administratrice op effen toon terwijl ze de naam in de computer typte. 'Is dat met of zonder een "e" op het eind?'
ik weet her niet,' antwoordde Kate.
'Middelste letter?'
'Weet ik niet.'
'Geboortedatum?'
Kate cn David keken naar elkaar. 'Weten we niet,' antwoordde Kate.
De administratrice draaide zich naar hen toe en keek hen aan over haar hoornen montuur, ik neem niet aan dat u het nummer weet van het medisch dossier?' vroeg ze vermoeid.
Ze schudden hun hoofden.
'Daar was ik al bang voor.' De administratrice ging weer voor haar computer zitten en toetste een andere code in. Na een paar seconden verschenen er twee namen op het scherm, een Brooke en een Brook, beiden met de voornaam Jennifer. 'Is het een van deze twee?' informeerdeze.
Een blik op de geboortedata leerde hen dat de ene zevenenvijftig jaar oud was en de andere vijftien.
'Nee,'zei Kate.
'Dat merk ik.' De administratrice zuchtte en schoonde het scherm. 'Dokter Chesne,' vervolgde ze quasi-geduldig, 'waarom hebt u speciaal dit dossier nodig?'
'Het gaat om een onderzoeksproject,' verklaarde Kate. 'Dokter Jones cn ik -'
'Dokter Jones?' De administratrice keek naar David. ik kan me nier herinneren dat er een dokter Jones bij ons werkt.'
Kate zei snel: 'Hij werkt op de universiteit...'
'Van Arizona,' vulde David glimlachend aan.
'Het gaat allemaal via de praktijk van dokter Ave- ry. Het gaat om een formulier over een sterfgeval en-'
'Een sterfgeval?' De administratrice knipperde
met haar ogen. 'U bedoelt dat deze patiënt overleden
is?'
'Ja.'
'Nou, geen wonder. Die dossiers bewaren we ergens anders.' Aan haar toon te horen had het andere archief net zo goed op Mars kunnen zijn. Met tegenzin stond ze op. 'Dit duurt wel even. U zult moeten wachten.' Ze draaide zich om, liep met een slakkengangetje naar een deur aan de achterkant en verdween in wat ongetwijfeld het overledenenarchief was.
'Waarom heb ik het gevoel dat ik haar nooit meer zal zien?' mompelde David.
Kate liet zich slap tegen de balie zakken. 'Wees maar blij dat ze niet naar je papieren heeft gevraagd. Ik kan hier grote problemen mee krijgen, weet je. Een beetje ziekenhuisdossiers aan de vijand laten zien.'
'De vijand? Wie, ik?'
'Je bent toch advocaat?'
'Ik ben gewoon die arme oude dokter Jones uit Ari- zona.' Hij draaide zich om en keek om zich heen. Aan een tafel in de hoek zat een arts gapend een bladzijde om te slaan. Een duidelijk verveelde archiefmedewerker duwde een karretje door het gangpad, pakte de losliggende dossiers op en legde die op een wankele stapel. 'Levendig hier,' merkte David op. 'Wanneer gaat het dansen beginnen?'
Ze draaiden zich allebei om toen ze voetstappen hoorden. De administratrice met de hoornen bril kwam met lege handen terug.
'Het dossier is er niet,' kondigde ze aan.
Stomverbaasd keken Kate en David elkaar aan.
'Hoe bedoelt u, het is er niet?' vroeg Kate.
'Het zou er moeten zijn, maar het is er niet.'
'Is het aan iemand meegegeven?' vroeg David snauwerig.
Met een koele blik keek de administratrice hem over haar bril aan. 'We geven geen dossiers mee, dokter Jones, want mensen raken ze kwijt.'
'O. Ja, natuurlijk.'
De vrouw ging weer achter haar computer zitten en typte een commando in. 'Ziet u? Dit is de lijst. Het hoort in het archief te liggen. Het enige wat ik ervan kan zeggen, is dat het op de verkeerde plek ligt.' Fluisterend voegde ze eraan toe: 'Wat betekent dat we het waarschijnlijk nooit meer terug zullen zien.' Ze wilde het scherm weer schonen toen David haar tegenhield.
'Wacht. Wat betekent die aantekening daar?' vroeg hij, wijzend op een raadselachtige code.
'Dat is een verzoek om een exemplaar.'
'Bedoelt u dat iemand een exemplaar heeft aangevraagd?'
'Ja,' verzuchtte de administratrice vermoeid. 'Dat betekent het inderdaad, dokter.'
'Wie heeft erom gevraagd?'
Ze verplaatste de cursor en toetste een andere knop in. Op het scherm verscheen als bij toverslag een naam en adres: Joseph Kahanu, advocaat, Alakea Street. Datum van aanvraag: 2 maart.
David fronste zijn voorhoofd. 'Dat is nog maar een maand geleden.'
'Ja, dokter, volgens mij ook.'
'Een advocaat. Waarom zou die in vredesnaam geïnteresseerd zijn in een sterfgeval van vijf jaar geleden?'
De administratrice draaide zich om en keek hem weer koel aan over de rand van haar bril. 'Zeg het maar.'
De verf in de hal was aan het bladderen en duizenden voeten hadden in het midden van het versleten tapijt een pad uitgesleten. Aan de buitenkant van het kantoor hing een bord:
JOSEPH KAHANU , ADVOKAAT
gespecialiseerd in echtscheidingen, voogdij-
zaken, testamenten, ongelukken, verzekeringszaken, rijden onder invloed en lichamelijk letsel
'Goed adresje,' fluisterde David. 'Volgens mij komen hier meer ratten dan cliënten.' Hij klopte aan.
De deur werd geopend door een flink uit de kluiten gewassen Hawaïaan in een slechtzittend pak. 'Bent u David Ransom?' vroeg hij nors.
David knikte. 'En dit is dokter Chesne.'
Even keek de man Kate aan, toen deed hij een stap opzij en gebaarde stuurs naar een paar gammele stoelen. 'Ja, kom binnen.'
In het kantoor was het om te stikken. De krakende tafelventilator gaf geen verkoeling, maar verplaatste de hitte alleen maar. Een halfopen raam, mat van het vuil, bood uitzicht op een steegje. In één oogopslag herkende Kate alle tekenenen van een noodlijdend advocatenkantoor: de bejaarde computer, de kartonnen dozen met dossiers, het tweedehands meubilair. Er was amper ruimte voor het ene bureau dat er stond. Kahanu zag er oververhit uit in zijn colbertje, dat hij waarschijnlijk vanwege zijn bezoekers op het allerlaatste moment had aangetrokken.
'Ik heb de politie nog niet gebeld,' zei Kahanu, terwijl hij op een bureaustoel ging zitten die eruitzag alsof hij het ieder moment kon begeven.
'Waarom niet?' wilde David weten.
'Ik weet niet hoe u uw kantoor runt, maar ik verdom het om mijn cliënten te verlinken.'
'Bent u zich ervan bewust dat Charles Decker gezocht wordt wegens moord?'
Kahanu schudde zijn hoofd. 'Dat is een vergissing.'
'Heeft Decker u dat verteld?'
'Ik heb hem niet kunnen bereiken.'
'Misschien wordt het dan tijd dat de politie hem voor u vindt.'
'Luister,' reageerde Kahanu fel. 'We weten allebei dat ik niet van jouw niveau ben, Ransom. Ik heb gehoord dat je een poenig kantoor hebt in Bishop Street, met een zootje van die brave medewerkers erbij. in de weekenden ga je waarschijnlijk golfen om je in te likken bij een of andere rechter. Ik daarentegen...' Hij gebaarde om zich heen en begon te lachen, '...ik heb maar een paar cliënten. Meestal weten ze niet eens meer dat ze me moeten betalen. Maar het zijn wel mijn cliënten, en ik verlink ze niet.'
' Weet u ook dat er twee mensen vermoord zijn?'
'Ze kunnen niet bewijzen dat hij het heeft gedaan.'
'De politie zegt van wel. Ze zeggen dat Char- lie Decker gevaarlijk is. En ziek. Hij heeft hulp no- dig.'
'Noemen ze een gevangeniscel tegenwoordig zo? Hulp?' Vol afkeer viste hij een zakdoek uit zijn zak en bette zijn voorhoofd, alsof hij tijd wilde winnen om na te denken. 'Dan heb ik denk ik geen keus,' mompelde hij. 'Straks staat de politie hier hoe dan ook voor de deur.' Langzaam vouwde hij de zakdoek op en stopte hem terug. Vervolgens opende hij een la en haalde er een map uit die hij op het gehavende bureau gooide. 'Dit is het exemplaar waar je om had gevraagd. Blijkbaar ben je niet de enige die erin geïnteresseerd is.'
Fronsend pakte David de map. 'Heeft er nog iemand om gevraagd?'
'Nee, iemand heeft in mijn kantoor ingebroken.'
Met een ruk keek David op. 'Wanneer?'
'Vorige week. Hij heeft al mijn dossiers overhoop gehaald. Niets gestolen, terwijl ik toch vijftig dollar in een geldkistje had liggen. Op dat moment begreep ik er niets van, maar vanochtend, toen je me had verteld over die verdwenen dossiers, ben ik gaan nadenken en vroeg ik me af of hij achter dit dossier aan zat.'
'Maar hij heeft het dus niet te pakken kunnen krijgen.'
'Die nacht dat hij heeft ingebroken had ik de papieren thuis.'
' Is dit het enige exemplaar dat u heeft?' 'Nee. Ik heb er net een paar gekopieerd. Voor de zekerheid.'
' Mag ik het inzien?' vroeg Kate. David aarzelde, toen gaf hij haar het dossier. 'Jij bent de dokter, ga je gang.'
Ze keek even naar de naam op het omslag: Jennifer Brook. Toen sloeg ze het open en begon te lezen.
De paar bladzijden die het dossier lang was bevatten de standaardgegevens van een opname op de verloskundige afdeling. De patiënt, een gezonde achtentwintigjarige vrouw in de zesendertigste week van haar zwangerschap, was vlak nadat de weeën waren begonnen naar Mid Pac Hospital gekomen. Uit een eerste onderzoek, uitgevoerd door dokter Tana- ka, bleek dat alles was zoals het hoorde te zijn. De hartslag van het ongeboren kind was normaal en de bloedtesten waren goed. Kate bladerde door naar de aantekeningen die waren gemaakt tijdens de bevalling.
Hier was het allemaal fout gegaan. Helemaal fout. Het handschrift van de verpleegster, eerst uiterst netjes, veranderde in één slordige Ietterbrij. De aantekeningen werden steeds korter en grilliger. De dood van een jonge vrouw werd teruggebracht tot een paar zakelijke zinnetjes.
Meerdere aanvallen... Reageert niet op valium en dilantin... de Spoedeisende Hulp om assistentie gevraagd.. . Ademhaling onregelmatig... Geen pols... Hartmassage gestart... Hartslag foetus hoorbaar,
maar gaat achteruit... Nog steeds geen pols... Dokter Vaughn van de Spoedeisende Hulp assisteert bij keizersnee... Kind...
Wat daarna kwam was onleesbaar doordat de tekst was doorgestreept.
Op de volgende pagina stond nog één aantekening, geschreven toen de rust was weergekeerd.
Reanimatie gestaakt. Patiënte doodverklaard om 01.30 uur.
'Ze is gestorven aan een hersenbloeding,' zei Kaha- nu. 'Achtentwintig was ze pas.' 'En het kind?' vroeg Kate. 'Een meisje. Stierf een uur na de moeder.' 'Kate,' mompelde David terwijl hij Kate aan haar arm trok. 'Kijk eens onder aan de bladzijde. Naar de namen van het verpleegkundig team.'
Kates blik ging omlaag naar de drie namen. Onder het lezen werden haar handen ijskoud.
Henry Tanaka, arts
Ann Richter, verpleegkundige
Ellen O'Brien, verpleegkundige
'Ze hebben één naam weggelaten,' zei ze. Ze keek op. 'Dokter Vaughn van de Spoedeisende Hulp. Hij kan ons misschien vertel -'
'Nee, dat kan hij niet,' onderbrak Kahanu haar. 'Dokter Vaughn heeft kort na de dood van Jennifer
Brook namelijk een ongeluk gekregen. Een frontale botsing met zijn auto.'
' U bedoelt dat hij dood is?'
Kahanu knikte. 'Ze zijn allemaal dood.'
Het dossier gleed uit Kates bevroren vingers op het bureau. Er kleefde iets gevaarlijks aan dit dossier, iets kwaadaardigs. Ze pakte het niet weer op, op de een of andere manier bang dat het besmettelijk was.
Kahanu keek peinzend uit het raam. 'Vier weken geleden kwam Charlie Decker naar mijn kantoor toe. Wie weet waarom hij mij koos? Misschien kwam het zo uit. Misschien kon hij zich geen andere advocaat veroorloven. Hij wilde juridisch advies over een eventuele aanklacht vanwege een medische fout.'
'Met betrekking tot deze zaak?' vroeg David. 'Maar Jenny Brook is vijfjaar geleden gestorven. En Decker was niet eens familie. U weet net zo goed als ik dat hij geen schijn van kans zou hebben dat het tot een rechtszaak zou komen.'
'Hij betaalde me voor mijn diensten, Mr. Ransom. Contant.'
'Contant', dat was het toverwoord voor een advocaat die nauwelijks zijn hoofd boven water kon houden.
ik heb gedaan wat hij vroeg. Ik heb het dossier gevorderd en contact gezocht met de arts en de twee verpleegsters die Jenny Brook onder hun hoede hadden. Maar die mensen hebben mijn brieven nooit beantwoord.'
'Omdat ze niet lang genoeg leefden,' verklaarde David. 'Decker was eerder bij ze dan de brieven.''Waarom zou hij?'
'Uit wraak. Omdat ze de vrouw hebben gedood van wie hij hield. Dus heeft hij ze vermoord.'
'Mijn cliënt heeft niemand vermoord.'
'Uw cliënt had een motief, Mr. Kahanu. En u heeft hem hun namen en adressen gegeven.'
'Je hebt Decker nooit ontmoet. Ik wel. Het is geen gewelddadige man.'
'U zult versteld staan hoe gewoon een moordenaar kan overkomen. Ik heb ze in de rechtszaal tegenover me gehad en-'
'En ik verdédig ze! Ik werk voor het uitschot waar niemand anders zijn vingers aan vuil wil maken. Ik weet wanneer ik met een moordenaar te maken heb. Ze zijn anders, z? kijken anders uit hun ogen. Er ontbreekt iets aan ze. Ik weet niet wat. Een ziel of zo. En ik zeg je dat Charlie Decker niet zo was.'
Kate leunde naar voren. 'Hoe was hij dan wel, Mr. Kahanu?' vroeg ze kalm.
De Hawaïaan was even stil. Zijn blik dwaalde van het vieze raam naar het steegje daaronder. 'Hij was... Hij was echt heel gewoon. Niet lang, maar ook weer niet heel klein. Vel over been, alsof hij niet goed at. Ik had medelijden met hem. Hij zag eruit als iemand die flink door de mangel was gehaald. Hij zei niet veel, maar hij schreef het voor me op. Ik denk dat het pijn deed als hij zijn stem gebruikte. Hij had iets aan zijn keel en kon alleen maar fluisteren. Hij zat daar in precies dezelfde stoel als waar u nu in zit, dokter Chesne. Zei dat hij niet veel geld had. Op een gegeven moment pakte hij zijn portemonnee en begon hij twintigjes uit te tellen, een voor een. Uit de manier waarop hij ze aanraakte, echt heel langzaam en voorzichtig, kon ik opmaken dat het alles was wat hij had.' Kahanu schudde zijn hoofd, ik begrijp nog steeds niet waarom hij al die moeite heeft gedaan, jullie wel? Die vrouw is dood. De baby is dood. Met al dat gegraaf in het verleden krijg je ze niet terug.'
'Weet u waar we hem kunnen vinden?' vroeg Da- vid.
'Hij heeft een postbus,' antwoordde Kahanu. 'Die heb ik al gecheckt. Hij heeft zijn post al drie dagen niet opgehaald.'
'Heeft u zijn adres? Telefoonnummer?'
'Nee, die heb ik nooit gekregen. Luister, ik weet niet waar hij uithangt. Laat de politie hem maar vinden. Dat is hun werk, nietwaar?' Hij duwde zijn bureaustoel naar achteren. 'Dat is alles wat ik weet. Als jullie nog wat willen weten, zullen jullie het aan Decker moeten vragen.'
'Die toevallig verdwenen is,' zei David.
'Of die dood is.' voegde Kahanu er somber aan toe.