Hoofdstuk 14
'Nee, Davy. De zaak is gesloten.'
Pokie Ah Ching morste koffie uit zijn plastic kopje terwijl hij door het politiebureau liep - langs het kantoor van de wachtmeester, die zat te ruziën aan de telefoon, langs administratiepersoneel dat van de ene kant naar de andere kant rende met dossiers in hun handen, en langs een dronkaard met een kegel van jewelste die twee vermoeid uitziende agenten stond uit te schelden. Pokie laveerde er zo bedaard doorheen als een marineschip door een woeste zee.
'Je begrijpt toch wel dat het een waarschuwing is?' '|a, naar alle waarschijnlijkheid achtergelaten door Charlie Decker.'
'Kates buurvrouw is dinsdagochtend nog in haar huis geweest. Die boodschap is daar later achtergelaten, toen Decker al dood was.'
'Dan is het het werk van een stelletje kwajongens.' 'O ja? Waarom zou een stelletje kwajongens BJMJEZ schrijven? Bemoei je met je eigen zaken?''Begrijp jij wat van kinderen? Ik niet. Ik begrijp mijn eigen kinderen niet eens.' Pokie liep zijn kantoor in en draaide zijn stoel zo dat hij achter zijn bureau kwam te zitten. 'Zoals ik al zei, Davy, ik heb het druk.'
David leunde tegen het bureau. 'Gisteravond heb ik je verteld dat we gevolgd werden. En toen zei jij dat ik me dat verbeeldde.'
'Dat zeg ik nog steeds.'
'Dan duikt Decker op in het lijkenhuis. Een ongeluk dat handig van pas komt.'
'Ik begin een samenzwering te ruiken.'
'Dan is er blijkbaar niets mis met je reukorgaan.'
Pokie zette zijn kop neer en morste daarbij koffie op zijn papieren. Oké.' Hij zuchtte. 'Je hebt één minuut om je theorie uit de doeken te doen, daarna gooi ik je eruit.'
David pakte een stoel en ging zitten. 'Vier doden. Tanaka. Richter. Decker. En Ellen O'Brien-'
'Dood op de operatietafel valt buiten mijn bevoegdheid.'
'Maar moord niet. Dit spel heeft een verborgen speler, Pokie. Iemand die het voor elkaar heeft gekregen om binnen twee weken vier mensen uit de weg te ruimen. Iemand die slim is, zich op de achtergrond houdt en die medisch onderlegd is. En die heel, heel bang is.'
'Waarvoor?'
'Voor Kate. Misschien stelt ze te veel vragen. Misschien weet ze iets en realiseert ze zich dat niet. Ze heeft onze moordenaar zenuwachtig gemaakt. Zo zenuwachtig dat hij waarschuwingen op haar muur schrijft.'
'Een onzichtbare speler, hè? Ik neem aan dat je al een lijst met verdachten voor me hebt?'
'Ja, te beginnen met het hoofd Anesthesiologie. Heb je dat verhaal over zijn vrouw al gecontroleerd?'
'Ze is dinsdagnacht in het verpleeghuis overleden. Een natuurlijke doodsoorzaak.'
'Ja hoor. Eén dag nadat hij het ziekenhuis uit loopt met een voorraadje dodelijke medicijnen, legt zij het loodje.'
'Toeval.'
'De man woont alleen. Niemand gaat zijn gangen na.
'Ik zie die ouwe sok al voor me.' zei Pokie lachend. 'Een bejaarde Jack the Ripper.'
'Er is niet veel kracht voor nodig om iemands keel door re snijden.'
'Maar wat is dan het motief van die ouwe? Waarom zou hij het hebben gemunt op zijn eigen personeel?'
David zuchtte gefrustreerd. 'Ik weet het niet,' gaf hij toe. 'Maar het heeft iets te maken met Jenny Brook.'
Sinds hij de foto had gezien, had hij de vrouw niet meer uit zijn hoofd kunnen zetten. Er was iets met haar dood, met de koele feiten in haar medische dossier dat hij niet kon loslaten, waar hij steeds maar weer aan moest denken, als een melodie die keer op keer in zijn hoofd werd afgespeeld.
De ene aanval na de andere.
Een meisje, levend geboren.
Moeder en kind, twee mensenlevens die waren geëindigd in de operatiekamer.
Waarom was, na al die jaren, hun dood zo gevaarlijkvoor Kate?
Er werd op de deur geklopt. Brigadier Brophy, met rode ogen en een loopneus, liet een stapel papieren op Pokies bureau vallen. 'Hier is het rapport waarop u zat te wachten. O, en het Sasaki-meisje is weer gesignaleerd.'
Pokie snoof. 'Alweer? Op hoeveel zitten we nu? Drieënveertig?'
'Vierenveertig. Deze was in de Burger King.'
'Tjonge. Waarom spotten ze ze altijd in hamburgertenten?'
'Misschien zit ik daar memet... met...' Hij nieste. 'Met Elvis.' Hij snoot zijn neus drie keer. Een oorverdovend getoeter dat, als hij buiten had gelopen, een file van verontruste automobilisten had veroorzaakt. 'Allergisch, hè,' zei hij bij wijze van excuus. Met een nijdige blik in zijn ogen keek hij uit het raam naar zijn kwelgeest: een bloeiende mangoboom. 'Er staan hier te veel van die verdomde bomen,' mopperde hij terwijl hij het kantoor uit liep.
Pokie lachte. 'Brophy's idee van het paradijs is een betonnen doos met airco.' Toen zuchtte hij en pakte het rapport op. 'Dat was het, Davy, ik moet weer aan de slag.'
' Ga je de zaak heropenen ?'
'Ik zal erover nadenken.'
'En hoe zit het met Avery? Als ik jou was, zou ik-'
ik zei dat ik erover zal nadenken.' Hij sloeg het rapport open, een bot gebaar dat duidelijk maakte dat de gesprek voorbij was.
David begreep dat hij net zo goed met zijn hoofd tegen een stenen muur had kunnen bonken. Hij was bijna bij de deur, toen Pokie plotseling snauwde: 'Wacht even, Davy.'
David bleef staan, verbaasd dat Pokie zo scherp had geklonken. 'Wat is er?' 'Waar is Kate op dit ogenblik?' 'Ik heb haar naar het huis van mijn moeder gebracht. Ik wilde haar niet alleen laten.' 'Dan is ze veilig.'
'Als je bij mijn moeder in de buurt vertoeven veilig kunt noemen. Hoezo?'
Pokie gebaarde naar het rapport dat hij in zijn hand had. 'Dit kwam net binnen van het kantoor van de lijkschouwer. De autopsie van Decker. Hij is niet verdronken.'
'Wat?' David liep naar het bureau toe en griste het rapport uit Pokies hand. Zijn blik ging regelrecht naar de conclusie.
Röntgenfoto's van de schedel laten een fractuur zien, waarschijnlijk veroorzaakt door een dodelijke slag op het hoofd. Doodsoorzaak: hersenbloeding.
Pokie liet zich vermoeid in zijn stoel zakken en vloekte. 'De man was al uren dood voordat hij in het water terechtkwam.' 'Wraak?' zei Jinx Ransom, terwijl ze een hapje van een versgebakken gemberkoekje nam. 'Dat is een heel goede reden voor moord. Tenminste, als je even aanneemt dat er goede redenen voor moord zijn.'
Kate en zij zaten op de veranda, met uitzicht op het kerkhof. Het was een windstille middag. Niets bewoog, de bladeren aan de bomen niet, de laagliggende wolken niet, zelfs de wind boven de vallei was gaan liggen.
Het enige wezen dat bezig was, was Gracie, die de keuken uit kwam schuifelen met een blad met rinkelende koffiekopjes en theelepeltjes. Buiten gekomen bleef ze even stilstaan en keek op naar de lucht. 'Het gaat regenen,' kondigde ze met grote stelligheid aan.
'Charlie Decker was een dichter,' zei Kate. 'Hij hield van kinderen. Belangrijker nog, kinderen hielden van hem. Denk je niet dat die het niet zouden weten? Dat ze het niet zouden aanvoelen als hij gevaarlijk was geweest?'
'Larie. Kinderen zijn net zo stom als volwassenen. En wat dat dichterschap en die vriendelijkheid van hem betreft, dat zegt helemaal niets. Hij heeft vijfjaar de tijd gehad om te tobben over zijn verlies. Dan kan een obsessie makkelijk veranderen in iets gewelddadigs.'
'Maar de mensen die hem kenden waren het er allemaal over eens dat hij niet gewelddadig was.'
'We zijn allemaal gewelddadig, vooral als het gaat om de mensen van wie we houden. Liefde en haat horen onlosmakelijk bij elkaar.'
'Dat is een behoorlijk pessimistische kijk op de menselijke natuur.'
'Maar wel een realistische. Mijn echtgenoot was rechter. Mijn zoon is officier van justitie geweest. Ik heb al hun verhalen gehoord en geloof me, de werkelijkheid is nog veel grimmiger dan mensen zich voor kunnen stellen.'
Kate keek voor zich uit naar het licht hellende pad, naar de bronzen gedenkplaten die als voetstappen verspreid over het gras lagen. 'Waarom is David bij het Openbaar Ministerie weggegaan?'
'Heeft hij je dat niet verteld?'
'Hij zei iets over een slavenloon. Maar ik heb het gevoel dal geld niet zo belangrijk voor hem is.'
'Geld betekent geen sikkepit voor David,' kwam Gracie tussenbeide. Ze keek daarbij omlaag naar een gebroken gemberkoekje, alsof ze niet zeker wist of ze het zou opeten of het voor de vogeltjes moest strooien,
'Waarom is hij dan weggegaan?'
Jinx wierp haar een van haar kristalblauwe blikken toe. 'Je was een verrassing voor me, Kate. Het gebeurt maar zelden dat David vrouwen aan me voorstelt. En toen ik hoorde dat je arts was... Nou ja.' Verbaasd schudde ze haar hoofd.
'David houdt niet zo van artsen,' verklaarde Gra- cie behulpzaam.
'Het gaat wel iets verder dan "niet zo houden van", lieverd.'
'Je hebt gelijk,' beaamde Gracie na een paar seconden nadenken. 'Ik denk dat "haten" een beter woord is.'
Jinx pakte haar stok, ging staan en wenkte naar Kate. 'Kom,' zei ze, 'ik moet je iets laten zien.'
Het was een langzame en plechtige wandeling, via het gat in de heg naar een schaduwrijk plekje onder de regenboom. Aan hun voeten lag een klein bosje bloemen te verwelken op een graf.
NOAH RANSOM
7 jaar oud
'Mijn kleinzoon,' zei Jinx.
Een blad dwarrelde naar beneden en landde op het gras. Insecten zweefden als motten in de windstille lucht.
'Het moet verschrikkelijk zijn geweest voor David,' zei Kate zacht, 'om zijn enige kind te verliezen.'
'Het was voor iedereen verschrikkelijk. Maar vooral voor David.' Met haar stok duwde Jinx het blad weg. 'Laat me je iets vertellen over mijn zoon. In één opzicht lijkt hij heel veel op zijn vader: hij geeft zich niet gemakkelijk. Het is net een vrek die angstvallig waakt over zijn kostbare voorraad goud. Maar als hij het dan weggeeft, geeft hij ook meteen alles, en is dat het. Dan is er geen weg meer terug. Daarom was het voor hem zo moeilijk om Noah kwijt te raken. Dat jong was het dierbaarste in zijn leven, en hij kan nog steeds niet accepteren dat hij er niet meer is. Misschien heeft hij daarom zoveel moeite met jou.' Ze keek Kate aan. 'Weet je hoe Noah gestorven is?'
'Aan een hersenvliesontsteking, zei David.'
'Een bacteriële hersenvliesontsteking. Dat is te genezen, toch?'
'Als je er op tijd bij bent.'
'Als, ja, dat is het woord dat David niet loslaat.' Triest staarde Jinx naar de verwelkte bloemen. 'Hij was de stad uit voor een congres in Chicago toen Noah ziek werd. In eerste instantie maakte Linda zich er niet zo druk om. Je weet hoe het is met kinderen, die zijn zo vaak verkouden. Maar de koorts wilde niet zakken. En toen zei Noah ook nog dat hij hoofdpijn had. De huisarts waar hij normaal door behandeld werd was op vakantie, dus heeft Linda de jongen naar een andere dokter gebracht. Ze heeft twee uur lang in de wachtkamer moeten wachten. En na al dat wachten trok de dokter maar vijf minuten uit voor Noah. Daarna stuurde hij hem naar huis.'
Kate keek neer op het graf, bang voor wat er komen ging.
'Linda heeft de dokter die avond drie keer gebeld. Ze moet hebben geweten dat er iets vreselijk mis was. Maar ze kreeg nul op het rekest. Hij ging tegen haar tekeer dat ze een overbezorgde moeder was, en dat ze zich niet moest aanstellen en zoveel ophef moest maken over een koutje. Toen ze Noah uiteindelijk naar de Spoedeisende Hulp bracht, was hij aan het ijlen. Hij bleef maar naar zijn vader vragen. De doktoren in het ziekenhuis hebben gedaan wat ze konden, maar...' Jinx haalde haar schouders op.
'Het was voor geen van tweeën makkelijk,' vervolgde ze. Linda gaf zichzelf de schuld. En David...
Die kroop in zijn schulp. Hij trok zich terug in zijn eigen kleine wereldje en weigerde eruit te komen, zelfs niet voor haar. Het verbaast me niet dat ze bij hem is weggegaan.' Jinx keek naar het huis. 'Het kwam pas later aan het licht, van de dokter. Dat hij alcoholist was en dat hij zijn vergunning in Californië was kwijtgeraakt. Dat was het moment waarop het voor David een persoonlijke kruistocht werd. O, hij heeft de man kapotgemaakt, dat wel, en goed ook, maar het ging zijn leven beheersen en het kostte hem zijn huwelijk. Vlak daarop is hij weggegaan bij het Openbaar Ministerie. Sindsdien heeft hij veel geld verdiend aan het ruïneren van doktoren. Maar hij doet het niet voor het geld. Ergens in zijn achterhoofd zal hij altijd bezig zijn die ene dokter aan het kruis te nagelen. De arts die Noah gedood heeft.'
Dat is dus de reden waarom het gedoemd was te mislukken tussen ons, dacht Kate. Ik was de vijand. Degene die hij kapot wilde maken.
Langzaam liep Jinx terug naar het huis. Kate bleef nog lange tijd in de schaduw van de oude boom staan en dacht aan de zevenjarige Noah Ransom. Aan wat de liefde voor een kind allemaal kon losmaken in een mens. Zou ze zich ooit kunnen meten met de herinnering aan zijn zoon? En zou hij ooit ophouden met alle doktoren, en dus ook haar, de schuld geven van Noahs dood?Al die jaren had David zich vastgeklampt aan dat verdriet. Hij had het als een mysterieuze krachtbron gebruikt om steeds maar weer dezelfde strijd te strijden. Net zoals Charlie Decker zijn verdriet had aan- gewend om zich door vijf lange jaren in een inrichting heen te helpen.
Vijfjaar in een inrichting.
Ze fronste haar wenkbrauwen, zich plotseling het flesje met pillen in Charlie Deckers nachtkastje herinnerend. Haldol. Pillen voor psychoten. Was hij, goed beschouwd, gek?
Ze draaide zich om, keek naar de veranda en zag dat die leeg was. Jinx en Gracie zaten in huis. De lucht was zo zwaar dat ze het op haar schouders voelde drukken; er was zwaar weer op komst.
Als ze nu ging, was ze misschien nog net bij het ziekenhuis voor de regen losbarstte.
Dokter Nemechek was een magere man met afhangende schouders, een vermoeide blik en een rimpelig mondje. Zijn overhemd was gekreukt, en zijn witte jas hing als een vod om zijn iele schouders. Hij zag eruit alsof hij de hele nacht in zijn kleren had geslapen.
Ze liepen samen over het terrein van het ziekenhuis. Rondom hen liepen patiënten doelloos rond, als paardenbloempluisjes in het gras. Zo nu en dan stopte dokter Nemechek om op een schouder te kloppen of om iemand te groeten.
Hij bleef staan op het gazon en keek triest om zich heen naar zijn koninkrijk van verwarde geesten. 'Charlie Decker hoorde hier niet,' vertelde hij. 'Ik heb ze van het begin af aan gezegd dat hij geen misdadige gek is. Maar het hof had een zogenaamde expert in de arm genomen, en dus werd hij opgesloten.' Hoofdschuddend voegde hij eraan toe: 'Dat is het probleemmet die rechtbanken. Die kijken alleen maar naar het bewijs, ik kijk naar de mens.'
'En wat zag u toen u naar Charlie Decker keek?'
'Hij was teruggetrokken. Heel depressief. Soms had hij zelfs waandenkbeelden.'
'Dan was hij dus wel gestoord.'
'Maar niet misdadig.' Dokter Nemechek ging pal voor haar staan, alsof hij zich ervan wilde verzekeren dat ze begreep wat hij bedoelde. 'Krankzinnigheid kan gevaarlijk zijn. Of slechts een milde aandoening. Een barmhartig schild tegen verdriet. Dat was het voor Charlie: een schild. Zijn waandenkbeelden hielden hem in leven. Daarom heb ik er nooit wat aan gedaan. Ik had het gevoel dat als ik dat schild zou weghalen, hij het niet zou overleven.'
'De politie zegt dat hij een moordenaar is.'
'Belachelijk.'
'Waarom?'
'Hij was de zachtaardigheid zelve. Hij deed nog een stap opzij om niet op een krekel te trappen.'
'Misschien was het makkelijker om mensen te vermoorden.'
Dokter Nemechek maakte een afwerend gebaar. 'Hij had geen reden om iemand te vermoorden.'
' En Jenny Brook? Was zij niet de reden?'
'Charlies waandenkbeelden hadden niets met Jenny te maken. Hij had haar dood geaccepteerd.'
Kate fronste haar wenkbrauwen. 'Waar had hij dan waandenkbeelden over?'
'Over hun kind. Dat kwam door iets wat een van de doktoren hem had verteld, namelijk dat de baby levend geboren was. Alleen maakte Charlie daar in zijn hoofd iets heel anders van. Dat was zijn obsessie, die vermiste dochter van hem. In augustus vierde hij altijd een verjaardagsfeestje en dan zei hij tegen ons: "Mijn kleine meid is vandaag vijf geworden". Hij wilde haar vinden. Wilde haar als een prinsesje opvoeden, haar jurken geven en poppen en al die dingen die meisjes leuk vinden. Maar ik wist dat hij nooit echt zou proberen om haar te zoeken. Hij was doodsbang om achter de waarheid te komen: namelijk dat het kind dood was.'
Toen er een paar spetters vielen, keken ze beiden omhoog. De wind joeg de wolken voort, en op het gazon waren verpleegkundigen druk in de weer om ervoor te zorgen dat de patiënten binnen waren voor de storm zou losbarsten.
' Is er een mogelijkheid dat hij gelijk had?' vroeg ze. 'Dat het meisje nog steeds in leven is?'
'Nee.' De motregen lag nu al als een deken tussen hen in, waardoor ze zijn grijze gezicht niet meer kon zien. 'De baby is dood, dokter Chesne. De afgelopen vijf jaar heeft dat kind alleen maar bestaan in het hoofd van Charlie Decker.'
De baby is dood.
Terwijl Kate door een sluier van mist over de snelweg terug naar Jinx' huis reed, dacht ze telkens weer aan dokter Nemecheks woorden.
De baby is dood. De afgelopen vijf jaar heeft dat kind alleen maar bestaan in het hoofd van Charlie Decker.
Als het meisje nog in leven was geweest, hoe zou ze nu dan zijn, vroeg Kate zich af. Zon ze hel donkere haar van haar vader hebben? Of zouden haar vijf jaar oude ogen net als die van haar moeder het vuur van de eeuwigheid hebben?
Het gezicht van Jenny Brook nam vorm aan in haar hoofd, een ondeugende lach tegen een achtergrond van een blauwe, zomerse lucht. Op dat moment werd de mist dichter en moest Kate haar best doen om wat te zien. Terwijl ze haar ogen samenkneep, verdween het beeld van Jenny Brook en kwam er een ander gezicht voor in de plaats, een klein gezicht tegen een achtergrond van ijzerhoutbomen. Het wolkendek brak plotseling open en de mist verdween. En terwijl de zon voor de wolken drong, drong de waarheid tot Kate door. Bijna had ze boven op de rem getrapt.
Waarom had ze dat in godsnaam niet eerder gezien?
Het kind van Jenny Brook was nog steeds in leven.
En hij was vijf jaar oud.
'Waar is ze verdomme?' riep David, kwaad de hoorn op de haak gooiend. 'Dokter Nemechek zegt dat ze om vijf uur bij de inrichting is weggegaan. Ze had inmiddels al thuis moeten zijn.' Geïrriteerd keek hij over zijn bureau heen naar Phil Glickman, die met twee eetstokje in een portie chow mein zat te prikken.'Weet je,' mompelde Glickman, terwijl hij bedreven een hap mie in zijn mond stopte, 'deze zaak wordt met de dag ingewikkelder. Je begint met een simpel geval van een medische fout en je eindigt met moord. Moorden, meervoud. Wat komt er nog meer?'
'Ik wou dat ik het wist.' David zuchtte. Hij draaide zich om naar het raam en probeerde de verleidelijke geuren van Glickmans afhaalchinees te negeren. Buiten waren de wolken staalgrijs geworden, waardoor hij eens te meer besefte hoe laat het was. Normaal zou hij nu zijn tas pakken en naar huis gaan, maar hij moest nadenken, en hier kon hij dat altijd het beste, hier voor zijn raam.
'Een keel doorsnijden, wat een manier om iemand te vermoorden,' zei Glickman. 'Ik bedoel, al dat bloed! Daar heb je wel lef voor nodig.'
'Of je moet wanhopig zijn.'
'En zo makkelijk zal het niet zijn. Je moet behoorlijk dichtbij komen om zo'n halsslagader door te kunnen snijden.' Met zijn stokje maakte hij een kapbewe- ging. 'Er zijn veel eenvoudiger manieren om het te doen.'
'Dat klinkt alsof je erover hebt nagedacht.'
'Dat doen we toch allemaal? Iedereen heeft wel een of andere duistere fantasie. Dat je de minnaar van je vrouw in het nauw drijft in een steegje. Of dat je wraak neemt op die rotzak die je heeft aangevallen en beroofd. We kunnen allemaal wel iemand bedenken van wie we afwillen. En zo moeilijk kan het niet zijn, weet je, moord. Als je slim bent, pak je het subtiel aan.' Hij slurpte een mondvol mie naar binnen. 'Gif, bijvoorbeeld. Dat doodt snel en kan niet worden opgespoord. Ziezo, de perfecte moord.'
'Je vergeet alleen iets.''Wat dan?'
'De voldoening je slachtoffer te zien sterven. Waar is die gebleven?'
'Dat is een probleem,' gaf Glickman toe. 'In dat geval laat je ze eerst lijden door ze bang te maken, dus door ze te waarschuwen en te bedreigen.'
David verschoof ongemakkelijk in zijn stoel, zich het bloedrode doodshoofd op Kates muur herinnerend. Met samengeknepen ogen keek hij naar de laaghangende wolken. Met iedere seconde die voorbijging had hij meer en meer het gevoel dat er iets verschrikkelijks stond te gebeuren.
Hij ging staan en gooide de papieren in zijn attachékoffer. Het had geen zin om hier te blijven, hij kon zich net zo goed zorgen maken bij zijn moeder.
'Weet je, er is iets aan deze zaak wat me nog steeds dwarszit,' merkte Glickman op, terwijl hij de laatste hap van zijn maaltijd nam.
'En dat is?'
'Dat ECG. De moorden op Tanaka en Richter waren zo bloederig als wat. Waarom zou de moordenaar van zijn gewoonte zijn afgeweken en Ellen O'Briens dood er als een hartaanval hebben laten uitzien?'
'Eén ding heb ik wel geleerd als officier van justitie,' zei David, zijn koffertje dichtklappend, 'en dat is dat moord helemaal niet logisch hoeft te zijn.'
'Nou, het lijkt me dat onze moordenaar wel een hoop moeite heeft gedaan om de schuld op Kate Chesne af te schuiven.'
David, die al bij de deur was, stond plotseling stil. 'Wat zei je?'
'Dat hij een hoop moeite heeft gedaan om Kate Chesne de schuld in de schoenen te schuiven.'
'Nee, wat je zei was af te schuiven. Hij schoof de schuld af op Kate!'
'Zou kunnen. Hoezo?'
'Wie krijgt normaal gesproken de schuld als een patiënt onverwacht op de operatietafel overlijdt?'
'Meestal is dat de -' Glickman stopte. 'O mijn god. Waarom heb ik daar in vredesnaam niet eerder aan gedacht?'
David stond al bij de telefoon. Terwijl hij het nummer van de politie draaide, vervloekte hij zichzelf om zijn domheid. De moordenaar was al die tijd in de buurt geweest. Had alles in de gaten gehouden. Had afgewacht. Hij had geweten dat Kate op zoek was naar antwoorden en het antwoord bijna had. En nu was hij bang. Zo bang dat hij een waarschuwing op Kates muur had geschreven. Zo bang dat hij haar op een donkere snelweg achterna had gezeten.
Misschien wel zo bang dat hij nog een moord zou plegen.
Het was halfzes en het meeste personeel van het ziekenhuisarchief was al naar huis. De enige medewerker die er nog was, een vrouw, pakte met tegenzin Kates aanvraag aan en liep naar de computer om de dossiergegevens op te vragen. Fronsend keek ze naar de informatie op het scherm.
'Deze patiënt is overleden,' merkte ze op.
'Dat weet ik,' zei Kate, zich met een vermoeide zucht de laatste keer herinnerend dat ze had geprobeerd een dossier op te vragen van iemand die overleden was.
'Dus het ligt bij de opgeborgen dossiers.'
'Dat begrijp ik. Kunt u me het dossier alstublieft brengen?'
'Het kan even duren voor ik het heb gevonden. Waarom komt u morgen niet terug?'
Kate weerstond de neiging om de administratrice bij haar tierelantijnerige jurkje te grijpen. 'Ik heb dat dossier nu nodig.' Ze had zin om eraan toe te voegen dat het een kwestie van leven of dood was.
De administratrice keek op haar horloge en tikte met haar pen op de balie. Tergend langzaam stond ze op en verdween in het archief.
Na een kwartier kwam ze terug met het dossier. Kate ging aan een tafeltje in de hoek zitten en keek naar de naam op het omslag: Brook, meisje.
Het kind had niet eens een naam gehad.
Het dossier bevatte treurig weinig bladzijden, alleen het voorblad van het ziekenhuis, de overlijdensakte en een handgeschreven samenvatting van het korte bestaan van het kind. Ze was doodverklaard op zeventien augustus om twee uur 's ochtends, een uur na de geboorte. De doodsoorzaak was zuurstofgebrek. De overlijdensakte was ondertekend door dokter Henry Tanaka.
Vervolgens richtte Kate haar aandacht op het dossier van Jenny Brook, dat ze had meegenomen. Ze had deze bladzijden zo vaak gelezen, nu las ze het regel voor regel om te kijken of haar iets bijzonders opviel.'...achtentwintigjarige vrouw, eerste zwangerschap, in haar zesendertigste week, opgenomen via de Spoedeisende Hulp, weeën al begonnen...'
Niets bijzonders, dacht ze, gewoon routine. Geen vreemde dingen, geen tekenen van naderend onheil. Aan het eind van de eerste bladzijde stopte ze echter en bleef haar blik hangen bij een aantekening: Omdat in de vrouwelijke lijn open ruggen voorkomen, is in de achttiende week van de zwangerschap een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Dit bracht geen afwijkingen aan het licht.
Een vruchtwaterpunctie. Vroeg in de zwangerschap was er vruchtwater uit Jenny Brooks baarmoeder gehaald voor onderzoek. Met zo'n onderzoek kon je inderdaad vaststellen of de foetus afwijkingen vertoonde, maar je kon nog iets vaststellen, namelijk of het een jongen of een meisje was.
Het vruchtwaterpunctierapport zat niet in het ziekenhuisdossier. Dat verbaasde haar niet, waarschijnlijk zat dat in haar poliklinische rapport.
Dat toevallig uit dokter Tanaka's kantoor was verdwenen, realiseerde ze zich met een schok.
Met een klap sloot ze het dossier. Plotseling een en al adrenaline ging ze staan en liep terug naar de administratrice, ik heb nog een dossier nodig,' zei ze.
'Niet weer van een overleden patiënt, hoop ik.'
'Nee, deze leeft nog.'
'Naam?'
'WilliamSantini.'
Het duurde maar een minuut voor de administra- trice het had gevonden. Toen Kate het in haar handen had, durfde ze het bijna niet open te slaan, bang voor wat ze al wist dat erin zou staan. Ze stond daar maar voor de balie, zich afvragend of ze het echt wilde weten.
Ze sloeg het dossier open.
Het eerste wat ze zag, was de geboorteakte.
Naam: William Santini.
Geboortedatum: 17 augustus.
Tijd: 03.00 uur.
Zeventien augustus, dezelfde dag. Maar niet dezelfde tijd. Precies één uur nadat baby Brook deze wereld had verlaten, had William Santini zijn opwachting gemaakt in deze wereld.
Twee baby's. Eén leefde, één was dood. Was er een beter motief voor moord?
'Je gaat me toch niet vertellen dat je nog een rapport moet afmaken, hè?' zei een al te bekende stem.
Razendsnel draaide Kate haar hoofd. Guy Santini was zojuist binnen komen lopen. Ze klapte het dossier dicht, maar realiseerde zich op hetzelfde moment dat de naam met grote zwarte letters op het omslag geschreven stond. Paniekerig drukte ze dossier tegen haar borst en plakte een glimlach op haar gezicht.
'Ik ben gewoon bezig de laatste papieren op te ruimen.' Ze slikte en wist er op luchtige toon aan toe te voegen: 'Je bent laat.'
'Weer gestrand. De auto is weer bij de garage, dus Susan haalt me op.' Hij keek achter de balie of de ad-ministratrice er was, maar de vrouw was naar het archief gelopen. 'Waar is de administratrice?'
'Die was, eh... hier net nog,' antwoordde Kate, terwijl ze stapje voor stapje naar de uitgang liep.
'Ik neem aan dat je het al gehoord hebt. Van de vrouw van Avery. Een zegen, feitelijk, gezien haar -' Hij keek op en zag dat ze opeens een heel eind van hem af stond, slechts een halve meter van de deur vandaan.
'Is er iets mis?' vroeg hij fronsend.
'Nee. Ik moet alleen... Luister, ik moet echt gaan.' Ze draaide zich om en stond op het punt de deur uit te vluchten, toen de administratrice riep: 'Dokter Chesne!'
'Wat?' Kate draaide zich om en zag dat de vrouw verwijtend naar haar stond te kijken.
'Het dossier. Dat mag de afdeling niet af.'
Kate keek naar de map die ze nog steeds tegen haar borst gedrukt hield en vroeg zich paniekerig af wat ze moest doen. Ze durfde het dossier niet terug te brengen nu Guy bij de balie stond, want dan zou hij de naam zien, maar ze kon hier ook niet als een halvegare blijven staan.
Beiden keken haar met opgetrokken wenkbrauwen aan en wachtten tot ze iets zou gaan zeggen.
'Luister, als u er nog niet mee klaar bent, kan ik hem wel apart houden voor u,' bood de administratrice aan.
'Nee. Ik bedoel...'
Guy begon te lachen. 'Wat staat er trouwens in? Staatsgeheimen?'Kate realiseerde zich dat ze het dossier vasthield alsof ze bang was dat iemand het met geweld van haar zou afpakken. Met wild bonzend hart dwong ze zichzelf naar de balie te lopen. Haar hand trilde nog net niet toen ze het dossier met de bovenkant naar beneden op de balie legde. 'Ik ben er nog niet mee klaar.'
'Dan hou ik hem apart voor u.' De administratrice stak haar hand uit naar het dossier, en één verschrikkelijke seconde lang dreigde ze hem om te draaien en zo de naam van de patiënt te onthullen. In plaats daarvan pakte ze echter het aanvraagformulier dat Guy op de balie had gelegd. 'Waarom gaat u niet zitten, dokter Santini?' stelde ze voor. 'Dan breng ik de dossiers naar u toe.'
Tijd om te maken dat ik wegkom, dacht Kate.
Het vergde heel wat van haar zelfbeheersing om de deur niet uit te rennen. Ze voelde Guys ogen op haar rug toen ze met opzet langzaam naar de uitgang liep. Pas toen ze in de gang was en de deur achter zich dicht hoorde gaan, realiseerde ze zich wat ze had ontdekt. Guy Santini was haar collega. Haar vriend.
Hij was ook een moordenaar. En zij was de enige die dat wist.Nadenkend keek Guy naar de deur waar Kate net door vertrokken was. Hij kende Kate Chesne nu bijna een jaar, en hij had haar nog nooit zo zenuwachtig gezien. Zich afvragend wat er met haar aan de hand kon zijn, draaide hij zich om en liep naar de hoektafel. Het was zijn favoriete plek, dit hoekje, het gaf hem een gevoel van privacy in deze grote, onpersoonlijke ruim- te. Dat hij niet de enige was die dit een fijn plekje vond, was trouwens wel duidelijk, want er lagen nog steeds twee dossiers die opgeborgen moesten worden. Hij pakte een stoel en wilde de mappen opzij schuiven, toen zijn blik op de omslag van de bovenste map bleef hangen. Goeie god, dacht hij, terwijl hij voelde dat zijn benen het dreigden te begeven. Langzaam liet hij zich op de stoel zakken en staarde naar do naam.
Brook, meisje. Overleden
Dat zou toch niet dezelfde Brook zijn?
Hij sloeg de map open en zocht de naam van de moeder op de overlijdensakte. Paniek maakte zich van hem meester bij het zien van de naam.
Moeder: Brook, Jennifer.
Dezelfde vrouw, dezelfde baby. Hij moest nadenken, hij moest kalm blijven. Ja, hij zou kalm blijven. Hij hoefde zich nergens zorgen om te maken. Niemand zou een verband kunnen leggen tussen hem en Jenny Brook en haar kind. De vier mensen die bij de tragedie van vijf jaar geleden betrokken waren geweest, waren inmiddels dood. Niemand had nog een reden om nieuwsgierig te zijn.
Of toch wel?Hij sprong op en haastte zich naar de balie. Het dossier dat Kate zo onwillig had afgestaan lag daar nog steeds, met de bovenkant naar beneden. Hij draaide hem om en zag de naam van zijn zoon staan.
Kate wist het. Dat kón niet anders. En dat betekende dat ze tegengehouden moest worden.
'Daar bent u,' zei de administratrice, die met een armvol met dossiers uit het archief kwam. 'Ik denk dat we alles wel heb...' Stomverbaasd bleef ze staan. 'Waar gaat u heen? Dokter Santini!'
Guy reageerde niet, hij was te druk bezig met weg te rennen.
De hal van het ziekenhuis was geruststellend licht toen Kate uit de lift stapte. Een paar bezoekers treuzelden bij de buitendeuren vanwege de storm. Een bewaker hing bij de informatiebalie en stond te kletsen met een knappe baliemedewerkster. Kate liep snel naar de openbare telefoons. Op de eerste zat een briefje met de mededeling dat hij buiten werking was, bij de tweede was een man bezig geld in de gleuf te gooien. Ze ging achter hem staan wachten. De wind teisterde de ramen van de hal, buiten was het parkeerterrein bijna donker door de zware regen. In stilte bad ze dat inspecteur Ah Ching op zijn kantoor zat.
Hoewel het niet de stem van inspecteur Ah Ching was die ze op dit moment het liefst zou horen, maar die van David.
De man stond nog steeds te praten. Om zich heen kijkend zag ze tot haar schrik dat de bewaker er niet meer was. De baliemedewerkster was bezig op te ruimen en stond ook op het punt weg te gaan. Het werd hier veel te snel leeg. Ze wilde niet alleen achterblijven, niet hier, niet nu ze wist wat ze wist.Ze vluchtte het ziekenhuis uit en rende door de stortregen naar Jinx' auto, die ze helemaal aan de andere kant van het parkeerterrein had neergezet. De storm was een echte tropische storm geworden, met harde windvlagen en regen. Tegen de tijd dat ze bij de auto was, was ze doorweekt. Het duurde een paar seconden voor ze tussen alle vreemde sleutels de goede had gevonden en nog een paar seconden voor ze de deur open had. Ze was zo gefocust op het slechte weer dat ze de donkere vlek die op haar afkwam niet opmerkte. Net toen ze ging zitten, kwam de vlek dichterbij, Een hand greep haar arm.
Ze keek op en zag dat Guy Santini boven haar uittorende.