EPILOOG
Wie dit boek van begin tot eind intensief heeft gelezen en overdacht, kan volgens mij niet anders dan tot de ontdekking en conclusie komen, dat de reïncarnatiefilosofie de enige weg is die, rationeel gezien, terugvoert naar onze oorsprong, als kinderen van de Eenheid van Geest, van onze Schepper, God. Die ons voor altijd terugvoert in het Licht, vol ervaringen hoe het niet moet. En met de wetenschap hoe we voor altijd karmische dwalingen kunnen voorkomen of ontgaan. Hoe we door een proces van liefde en genade weer zuiver en harmonisch kunnen worden. En hoe we immens gelukkig kunnen zijn, zonder de lasten van het aardse lichaam en bestaan.
De in deel III van dit boek weergegeven registraties zijn weliswaar extreem, maar toch stemmen zij ook weer in vele gevallen overeen met de praktijk van het leven. Dat heb ik persoonlijk ervaren tijdens talloze regressies naar de oorzaak van menselijke problemen. De mens is ver afgedwaald van zijn oorsprong, met alle gevolgen van dien, zoals we hebben kunnen lezen. Het verschijnsel mens is door de tijd heen veel complexer en ingewikkelder geworden. Het is allang niet meer zo glashelder en ongecompliceerd als 'in den beginne'.
En als sommigen tegen mij zeggen: 'Maar we zijn toch wel vooruitgegaan,' dan moet ik tot mijn spijt, en zeer tot hun verbazing, antwoorden: 'Nee. Dat zijn we niet. Integendeel, we zijn steeds verder afgegleden, ondanks alle uiterlijke veranderingen en technologische verfijningen.' Dat is mijn conclusie na vele jaren onderzoek en ervaring in mijn praktijk.
De spirituele kwaliteit van het leven is in het algemeen zeker niet verbeterd. Om dat te constateren hoeven wij alleen maar om ons heen te kijken. Hierbij wil ik niets verkeerds zeggen van de mensen van goede wil, die we ook in onze tijd vinden. Het ging toch zo gemakkelijk en snel, dat steil naar omlaag glijden, diep in het moeras van de materie, het materialisme. En het is zo gemakkelijk ons daarin comfortabel en behaaglijk te wentelen, verlangend naar meer, koste wat het kost. Totdat langzaam het besef komt dat deze weg een heilloze weg is, die naar ondergang en vernietiging leidt. Dan ervaren we dat de helling, waarlangs wij weer uit dat dal omhoog moeten, weliswaar minder steil is, maar wel langer en moeizamer te beklimmen. De reïncarnatiegedachte, waarin de genade om steeds weer gemaakte fouten te mogen en kunnen herstellen aanwezig is, geeft ons de kracht die moeizame en vaak eenzame klim te beginnen en door te zetten. Veel spirituele waarden zijn verloren gegaan. We zullen moeten vechten om die weer terug te winnen. Maar in de kansen, die in meer levens op
338
aarde te leven besloten liggen, vinden wij de verlossing uit de eeuwigheid van hel en verdoemenis.
Een God van Liefde veroordeelt Zijn eigen kinderen, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, niet tot eeuwige 'straffen'. Laten wij daar moed en vertrouwen uit putten. Bovendien zijn er nog helpers, tijdens ons leven op aarde en op onze weg naar en door de sferen aan Gene Zijde. Overgegane entiteiten, ervaringslichamen respectievelijk deel-iK-persoonlijkheden, kunnen, als zij daartoe zelf besluiten of geroepen worden, bijvoorbeeld uit hun ziele-eenheid treden om als Gids c.q. Geleidegeest te fungeren. En zij kunnen dan zeer uiteenlopende taken verrichten. Maar de mens zal uit het dal omhoog kruipen en weer volmaakt gelukkig worden in de Schoot van zijn Schepper, met inlevering van zijn IK/ Ego.
339
