DEEL II

EEN ANDERE WERELD

Progressieve verkenningen van de geest in trance.

12

Progressie. Chiltar en de fijnstoffelijke

'planeet'

Chiltar's eerste verkenning. In 'vliegende bollen 'naar de aarde om spirituele hulp te verlenen. Toekomstig leven in een andere werkelijkheid.

Ik weet niet wat de mensen in onze tijd verwachten van de toekomst van de aarde, zoals die er nu uitziet. De wereld is overbevolkt, ondervoed, ontbost en tot op het bot vervuild. Er is vele malen meer uitgegeven aan bewapening dan aan voedsel. Er is op vele plaatsen in de wereld een schrijnend tekort aan de allereerste levensbehoeften. En waar we op aarde ook kijken, overal vinden we hetzelfde beeld: oorlog, anarchie, rebellie , revolte, uitbuiting, honger! En altijd is het leger oppermachtig. De armste 'derde wereld'-landen beschikken over een overvloed aan zware wapens. Die willen de heersers daar boven alles in handen hebben. Meer nog dan voldoende voedsel. Wapens! Daar moeten ze elkaar beslist mee beoorlogen, en ze bevechten elkaar op bloedige wijze met de meest afschuwelijke middelen. En waarom toch? Om macht te bezitten, meer dan een ander. Want dat betekent persoonlijk of groepsgewin, materie. Maar ook uit afgunst, haat en wraakgevoelens. De terreur van de angst heerst alom. Een mensenleven telt niet. Er wordt gemarteld en gemoord met een beestachtige wreedheid. Daarnaast heersen er hongersnood en armoede. Dat de toestand in vele gebieden erbarmelijk is, weten we allemaal via de communicatiemedia. En toch blijven de mensen elkaar op grote schaal uitroeien. Bijna geen land ter wereld maakt zich daar niet schuldig aan.

Dit is schandelijk, ongelooflijk en dom! Waar is de liefde voor elkaar? Er is slechts rivaliteit en onverdraagzaamheid tussen vele groepen in de maatschappij. Dat dit allemaal zo niet ongelimiteerd kan doorgaan, moet ieder weldenkend mens toch beseffen. We werken ijverig aan onze eigen ondergang. En waar is het einde van deze wereldchaos, deze wanorde? Echte oplossingen worden

vooruitgeschoven.

De levende Schepping blijft echter steeds gericht op ordening, kosmos. Er moet een betere aarde, een andere wereld komen. Dat zal ons allemaal duidelijk zijn. En die zal er ook komen, onvermijdelijk. Het is al eerder gebeurd in de geschiedenis van de aarde. 'Een andere wereld.' Omgeploegd, zodat er opnieuw gezaaid kan worden, en het zaad dan in schone,vruchtbare grond zal vallen.

12.165

Tenzij...? Is de keuze nog aan ons?

Voor de proefpersoon die bij mij in trance zit, is het niet zo moeilijk om vooruit te gaan in de aardse tijd, de aardse toekomst, en te zien, te schouwen en te ervaren wat er gaat gebeuren. Omdat er, zoals we de lezer al eerder duidelijk maakten, helemaal geen tijd bestaat in de kosmische ordening. Binnen tijd en ruimte, dat is een aards begrip. Een flexibel systeem, waarmee je naar believen kunt manoeuvreren. Waar wij heengaan, in het Eeuwige NU, buiten tijd en ruimte, waarin geen heden, verleden en toekomst bestaan, daar is leven in een andere werkelijkheid, een andere dimensie; een toekomst-illusie die, voor zover wij weten, alleen op de planeet aarde bestaat.

Wij gaan een fijnstoffelijke of onstoffelijke wereld binnen. Deze esoterische of binnenste wereld wordt door de wetenschappelijke, de exoterische of buitenste wereld, niet erkend, omdat hij niet tastbaar en niet met aardse ogen waarneembaar te maken is. De wetenschappers wijzen die binnenste wereld en de kennis daarover, de empirische evidentie, over het algemeen duidelijk af. Welk een zelfopgelegde beperking. Maar het leven zelf, dat voortkomt uit die binnenste wereld en dat het diezelfde wetenschappers mogelijk maakt onderzoek te verrichten, is nu eenmaal niet tastbaar of met aardse ogen waar te nemen. Dat blijft voor hen een vooralsnog niet te doorgronden raadsel.

Het wetenschappelijk onderzoek naar het bestaan van mens, dier en plant stuit uiteindelijk onontkoombaar op de slotvraag: waar vinden we nu die laatste schakel die het wetenschappelijk 'ontdekte' veroorzaakt heeft en in stand houdt, het leven zelf dus. Leven, wat is dat? Hoe kunnen wij dat verder onderzoeken? Dat kunnen we niet met een uitsluitend op de aardse materie gerichte denkwijze en onderzoekmethode. Het afsluiten van menig werkelijk diepgaand, zinnig wetenschappelijk onderzoek loopt op die vraag, het belevendigen van de materie, dood. En dat is bijzonder jammer.

Want we zouden toch veel verder kunnen reiken en meer bereiken, indien beide denkwerelden, de exoterische en de esoterische, samensmolten tot één bron van wetenschap. Zoals dat al eens eerder in een Atlantische samenleving en cultuur het geval was.

Als die barrière doorbroken zou kunnen worden, ontstaan er ongekende mogelijkheden. Maar helaas, zover is het nog niet. Toch zal het wel tot een synthese moeten komen om het verschijnsel mens optimaal te leren kennen. Naar mijn mening zijn de hersenen bijvoorbeeld duidelijk slechts een 'doorgeefluik', een omschakelend, vertalend verbindingsmechanisme tussen het lichaam en de geest. De geest is de waarlijk ontvangende, waarnemende instantie.

12.166

Ik geef mijn progressante instructies om naar een op aarde toekomstig leven te gaan, maar dan in een andere werkelijkheid. Dat kan vanuit een andere planeet uit ons zonnestelsel zijn, maar ook vanuit een volkomen onbekende fijnstoffelijke dimensie.

Maandagavond, 15 september 1980

Daar zit ze dan, diep in trance, in principe bereid daarheen te gaan, waarheen we samen overeengekomen zijn te gaan. En dan blijkt weer eens te meer dat we voor verrassingen kunnen komen te staan. Want ze krijgt een duidelijke en uitvoerige instructie. Maar er is een 'hogere intelligentie' die kennelijk 'het stuur' overneemt en de bestemming bepaalt. 'Wat zie je, wat gebeurt er?' vraag ik. Er is even een stilte. Dan zegt ze helder en duidelijk: 'Het is donker, het is nacht. Ik zie een heleboel lichtjes, kleine witte lichtjes. Ze zijn allemaal rond. De omgeving is als een halve cirkel. En het zijn geen lichtjes van een straat of iets dergelijks. Maar het zijn lichtjes ... ja, ergens anders. Het lijken haast sterren aan de hemel. Maar dan dat ik erin zit, in één ervan, en dat ik vlakbij die andere lichtjes ben.' 'Welke gedaante heb je?' vraag ik haar.

'Dat is het juist,' antwoordt ze, 'ik zie geen gedaante. Het is best wel plezierig. Het lijkt eigenlijk alsof ik in de ruimte ben. Ik zweef daar rond. Maar ik weet nog steeds niet of ik al een lichaam heb of niet. Het is nu net alsof ik op een of andere glijbaan een berg af ga. Maar dan in een soort grote bol die naar beneden glijdt, en dat gaat ongelooflijk snel. Langs dezelfde baan ga je ook weer terug. Heel vreemd ... Maar goed, dat zie ik dus opeens.

Er zijn enorm veel bomen, maar geen bos. Ik zie het nu helemaal van boven en ik weet niet waar ik ben.

Ik zit in zo'n bol. Het gaat nogal hard, maar dat merk je niet, en ik zie het van zo hoog. Die bol gaat langs een mentaal geprojecteerde baan. Er zijn wel bergen in de buurt, en die zijn opeens niet meer zo dichtbij. Dat bewijst wel hoe snel het gaat. Het is een heel vreemde situatie,' zegt ze vrolijk lachend.

'Heb je een mooi uitzicht?' informeer ik.

'Nou, ik zit nu naar de constructie van de bol te kijken,' antwoordt ze. 'Ga verder totdat je de eindbestemming van de bol hebt bereikt. Je bent uit die bol gestapt. Wat zie je dan?'

'Het ziet er allemaal verschrikkelijk onbewoond uit, onherbergzaam! Heel puntig en rotsachtig. Ik weet niet of het op aarde is. Ik denk het haast wel. Ik ben eigenlijk op zoek naar een groep mensen bij elkaar. Ik heb het gevoel dat het is om ze iets te leren.' 'Heb je voedsel bij je?'

12.167

'Nee. Voedsel is niet nodig.' Ze haalt zwaar adem en zwijgt even. 'Er is een soort stadje met verschrikkelijk veel mensen ... en niet zoveel gelukkige mensen.'

'Wat is dat dan voor een samenleving?'

Er volgt een heel diepe zucht. Dan zegt ze: 'Het is een dorp zoals overal op aarde, maar vrij arm. En er is een paniekerige situatie. Je ziet her en der puin liggen. Er gebeurt nu niks. Het is al gebeurd. Iedereen is ongerust. Er is oorlog, of er is een ramp gebeurd, zoiets.' 'In welke tijd is het, ongeveer? Komt er een jaartal op je af, volgens de aardse jaartelling?'

Ze snuift een paar keer. 'Even kijken,' zegt ze dan. 'Een twee, dat is zeker. Tweeduizend.' 'En nog wat?' vraag ik.

'Ja. Een één en dan een vier, en dan weer een één ... 2141. Er heeft daar een ramp plaatsgevonden. Het ziet er nogal verwoest uit,' gaat ze verder. 'Het lijkt op een geweldige overstroming. Ik zag daarnet ergens een stuk strand langs de zee, met allemaal puin erin. Er is een vloedgolf geweest, maar die heeft zich in ieder geval al weer teruggetrokken. Het is een natuurramp, dat staat wel vast. Er ligt overal puin van ingestorte huizen en gebouwen, ook in de zee en op het strand.' Ze zwijgt lange tijd, en als ze verder gaat, is er iets van wanhoop en verschrikking in haar stem.

'Er is allemaal water ... overal water.' Ze zegt het zo fluisterend, dat het nauwelijks verstaanbaar is. 'Waar kom je tenslotte terecht?'

'Bij een groot meer ... ja ... en er zijn daar veel bomen. En een heleboel mensen die daar na de ramp nog in leven waren, zijn gevlucht. Het zijn donkere mensen, maar niet zwart. Het is niet zo'n erg warm land, niet in de tropen. En het is hoog in de bergen. Het doet me aan Zuid Amerika denken.

Ze hebben een voorlopig dorp gevormd. En het is heel vreemd, want ze worden namelijk geleid door andere wezens. En ik geloof dat ik zelf ook tot die andere wezens behoor die dat op een of andere manier leiden. Vandaar die bol waar ik in zit. Het is misschien mijn opdracht om die mensen te helpen. Maar er is meer. Ze moeten gereorganiseerd worden. Ze moeten opnieuw beginnen omdat alles kapot is. Die mensen moeten geholpen worden.'

'Waar ben jij vandaan gekomen?' vraag ik nieuwsgierig.

'Nou, niet van de aarde, nee. Ik ben daar wel, maar ik kom er niet vandaan. Ik heb wel een "menselijke gestalte". Ja, dat wel, maar die is niet hetzelfde als van de anderen, de mensen op aarde. De gestalten wijken niet zoveel af dat het erg opvallend is, maar het is toch heel wat anders.'

'Is die bol soms een soort vliegende schotel?'

'Ja, ongeveer,' antwoordt ze.

12.168

'Hoe heet je eigenlijk?' Ik verwacht helemaal geen naam. Maar tot mijn verrassing zegt ze: 'Die kwam ineens zo heel raar tevoorschijn. Ik zie hem namelijk geschreven staan. Ik heet Chiltar.' (Spreek uit: Sjiltar.) Ze spelt de letters één voor één. 'Toen je het vroeg, werd hij zo voor me in de lucht geschreven. Ja, het klinkt niet zo bekend, maar zo heet ik.' 'Waar kom je ergens vandaan met je vliegende bol?' 'Ja, ik kom van een totaal andere wereld. Die is grootser, weet je. De aarde is een onderdeel van waar ik thuis hoor. En daarom kun je daar ook heengaan.'

'Waar jij thuis hoort, is dat een andere planeet van dit zonnestelsel? Of is het ver buiten ons zonnestelsel, heel ver van de aarde verwijderd?' 'Tja? Het is van een heel andere structuur.' 'Beschrijf die dan eens, als je kunt?'

'Het is een soort land in de ruimte, leven in de ruimte. Maar het is zo enorm groot. Die "planeet" is een bepaalde landingsbaan. En het is zelf ook een heel grote bol, maar eigenlijk geen planeet. Het is een plek, waarnaar je heen-en teruggaat met die bollen.' 'Naar teruggaat?' reageer ik verbaasd.

'Ja. Je komt er aan, en door een vorm van zuiging floep je er met je bol stevig aan vast. En dan kun je uit de bol stappen. In de holle "armen" waaraan je vastgezogen bent, daarin kun je eruit. Dus door die armen, die tunnels, daar kun je ook door lopen.'

'Is het een gelukkige samenleving daar?' Het is op aarde zo'n beroerde toestand, dat ik dat graag wil weten.

'Ja,' antwoordt ze. 'Het is een heel gelukkige en vreedzame samenleving. Er is geen agressie, geen onderlinge strijd. Dat is iets dat daar gewoon niet bestaat. En eigenlijk ben ik naar de aarde gegaan om de mensen daar ook zoiets te laten aanvoelen. Diegenen helpen die de ramp overleefd hebben.'

'Kun je de toestand van dit moment op aarde beschrijven? De algemene toestand van de aarde. Je zag toch het jaartal 2141 staan, dat klopt toch?'

'Ja, ik zie het echt staan, twee...één...vier...één,' zegt ze met overtuiging. 'Er is geen plezierige sfeer, geen goed leefklimaat.' 'Hoe komt dat? Wat is er allemaal gebeurd?' 'Nou ja, het zijn de mensen zelf die dat veroorzaken.' 'Zijn het alleen natuurrampen of is er ook oorlogsgeweld?' 'Ook oorlogen. Die zijn er altijd. Ik weet niet precies wat het is. Ik kan het niet allemaal overzien, maar de sfeer is beslist onprettig. De mensen zijn erg ongelukkig. Ze willen wel graag een nieuwe wereld, maar ze krijgen dat niet voor elkaar.'

'En nu gaan jullie ze helpen? Een voorbeeld geven van hoe het zou kunnen zijn. Is dat de bedoeling of heb je een andere opdracht?' 'Het is meer de bedoeling dat ze het zelf zo opzetten. En ze moeten er

12.169

ook zelf achter staan, anders heeft het totaal geen zin, want we kunnen niet altijd daar blijven. Dus ze moeten het zelf opnieuw opbouwen, weten hoe het moet. Het is geen materiële kwestie, maar een heel sterke gedachteprojectie, een ingeven. Je hoeft maar enkele mensen te hebben waarop je die idee projecteert. Je probeert in een paar mensen, die een enigszins leidende functie hebben, gedachten te projecteren waardoor ze of die bol zien en erachteraan gaan, of dat ze het gevoel hebben die kant op te moeten gaan.'

'Maar is die bol zichtbaar?'

'Ja. Maar hij is beslist niet voor iedereen zichtbaar. Uitsluitend voor de mensen die er een hoger ontwikkeld gevoel voor hebben.' 'En wat wordt er dan ten slotte bereikt? Zie je nu gebeurtenissen zich ontwikkelen, in en door die leidinggevende mensen, waarin jullie positieve gedachten projecteren?'

'Het breidt zich allemaal uit,' zegt ze langzaam. 'Het is alweer wat later, wat verder in de tijd op aarde. De situatie is er, zo te zien, beter op geworden. Het is er nog niet helemaal, want het is maar een klein gedeelte. Nee, je moet er mensen voor winnen, het "werkterrein" groter maken. Het plan, de gedachte, moet verder verspreid en ontwikkeld worden, overal op aarde. Ik weet niet waar het allemaal in gang is gezet, maar er gebeurt overal iets, op bepaalde plekken. Geestelijk, spiritueel. En dan moet het dus verder uitgedragen worden, en zo dat op een gegeven moment al die afzonderlijke plekken elkaar raken, zodat het over de gehele aarde in beginsel verspreid is. En ja, daar zijn ze nu eigenlijk mee bezig. Dan komt er vrede op aarde, als dat plan lukt.' 'Is dat een geestelijke stroming, die je probeert te projecteren?' 'Ja, die is er heel duidelijk. Maar niet een religieuze stroming. Het ligt meer op het spirituele vlak. Er zijn nu bijvoorbeeld mensen op aarde die met ons contact kunnen maken. Die worden natuurlijk op een bepaalde manier vereerd als leiders. Die hebben gezag. Ja, en ze worden ook beschermd, omdat ze dingen voorzeggen die daarna blijken te kloppen, die uitkomen. De nieuwe profeten. En ze kunnen trouwens ook raad geven. Het zijn mensen met grote wijsheid.'

'Hoeveel jaren, in aardse tijd gemeten, denk je datje nu verder bent, na dat jaartal 2141?' 'Nou, een heleboel.'

'Ben je in die tussentijd terug geweest naar waar je thuis hoort? Ben je aangezogen aan één van die "buizen" en binnen geweest in je eigen wereld, Chiltar, of ben je al die tijd op het aardse plan geweest om te helpen?'

'Ja. Ik geloof toch wel dat ik in de buurt ben gebleven.'

'Hoe blijf je in leven? Alleen door het opladen met energie of moet jij je ook voeden met bepaalde stoffen?'

'Nee. Ik voed me niet. Ik ben er. Kijk, nu ben IK.

12.170

'Maar ben jij je bewust datje ooit een mens op aarde bent geweest?'

'Dat ik ooit een mens ... Ja. Dat ik ooit op aarde heb geleefd?' Het lijkt alsof ze zich dat verschrikt afvraagt. 'Ja ...' Ze zucht. 'Dat hoeft dus niet meer. Nu ben ik daar niet meer. Nu ben ik hier, ergens anders.' Het klinkt als een opluchting. 'Nee. Niet meer op aarde, als mens.'

'Maar ben je dat vroeger wel geweest?' Het is eigenlijk vragen naar de bekende weg. Toch wil ik graag weten wat haar herinnering daaraan is.

'Ja ...' zegt ze met een diepe zucht. Wil ze dat nog weten?

'Kun jij je nog herinneren wanneer je laatste leven als mens op aarde was?'

'Ja? Er waren er wel veel. Ja, het laatste?' Ze ontwijkt het antwoord op mijn vraag. En dat is best begrijpelijk.

'Toen je overging naar die andere werkelijkheid. Je herinnert je datje in een aards lichaam bent geweest, voor de laatste keer.' 'Ja,' zegt ze nu. 'Er komt een jaartal voor mijn geest. Dat is tweeduizend ... hmm ... twintig...vierentachtig, 2084. Toen ben ik overgegaan naar de andere werkelijkheid van waaruit ik nu met die bollen reis, om hier op aarde te helpen.'

'Wat deed je in dat laatste leven op aarde? Kun jij je dat nog herinneren?'

'Hmm ... ik probeer beelden te krijgen.' 'Wil je het blokkeren, wil je het niet zien?'

'Een beetje ... nee,' stamelt ze. 'Dat laatste leven op aarde was niet zo prettig.'

'Was het niet prettig op de aarde zelf?'

'Ja, ook dat. Maar de mensen zijn tegen mij. Ik weet niet precies wat het was, maar het lijkt of ze het niet eens zijn met de dingen die ik doe of die ik vertel.'

'Verkondig je dan een bepaalde filosofie, of zoiets?' 'Ja, maar niet zo verkondigen als een pastoor of een dominee, nee! Ik heb wel duidelijke ideeën. Wat die precies zijn, weet ik niet meer. Maar daar zijn ze het bepaald niet mee eens. Ik zag daarnet beelden van allemaal jouwende en scheldende mensen. En dat ik achter tralies ...'

Chiltar lijkt geschokt en maakt haar zin niet af.

'Ik zit ergens vast. Maar ik weet niet meer wat er precies gebeurd is.' Ze wil het waarschijnlijk ook niet weten. Misschien is ze daarbij overleden op een minder prettige manier.

'En ben je daarna rechtstreeks naar de andere werkelijkheid gegaan, waarin jij je nu dienstbaar maakt door in die vliegende bollen naar de aarde te gaan? Waar je dan nu bent.'

'Bijna wel, denk ik,' zegt ze na een korte pauze. En dat antwoord is veel-zeggend. Einde sessie.

12.171

Een genoemde tijd is niet altijd helemaal betrouwbaar, maar kan het wel zijn. Tijd wordt eigenlijk als een vaag beschreven label aan aardse gebeurtenissen en ervaringen gehecht. Maar het kan zeker wel als een indicatie gebruikt worden. Dat geldt uiteraard alleen voor de aardse levens. In de fijnstoffelijke wereld telt de tijd niet.

12.172

13