Dankwoord

Mijn dank gaat in de eerste plaats uit naar Helene, Linda en Ton. Helene omdat ik haar beschouw als familie en haar oprechte belangstelling. Linda omdat ik haar een van de spontaanste vrouwen vind die ik ken en vanwege haar journalistieke achtergrond. Ton omdat hij niet alleen een goede vriend is, maar me eerlijk en zonder omhaal zou adviseren een gaatje in het manuscript te prikken en het op de wc te hangen. Alle drie hebben zij de eerste versie doorgeworsteld en mij ieder op hun eigen, specifieke wijze gestimuleerd en van repliek gediend.

Verder natuurlijk Olga voor alle avonden dat ze over de tekst gebogen zat en Hans en Baptiste voor hun professionele aanwijzingen. Niet te vergeten Roos, die mij een rustige plek gaf om te schrijven toen onze wijk een oorverdovende bouwput was.

Heel blij ben ik met het redigeerwerk van Eveline van Uitgeverij De Doelenpers, die altijd voor mij klaar stond tijdens de afspraakjes die ik op ieder moment van de dag plotseling verzon. Nooit gaf ze me het gevoel dat ik stoorde. Tevens bedank ik Jaap van Drukkerij Ter Burg voor zijn tijd en geduld. En Rob Komala voor het prachtige omslag.

Verder iedereen die mij geholpen heeft met het lezen van stukjes op de momenten dat ik het niet meer zag zitten. Ook mijn schrijf-docenten en medecursisten, te veel om bij naam te noemen, waren een bron van inspiratie.

Dan last but not least mijn kinderen Natasha en Marko, die door hun ongeduld en nieuwsgierigheid een koppig verlangen in mij wakker schudde om er iets van te maken. En mijn man Hein die er een rotsvast vertrouwen in heeft dat het in me zit. En wat erin zit, komt er ook uit.