“Lieverd, zou je dat nu wel doen?” Bezorgd keek Jannie de Ruiter haar dochter aan. “In je eentje naar Ierland? Ik vind het nogal wat.”
“Mam, ik loop echt niet in zeven sloten tegelijk.” Lucy onderdrukte een geïrriteerde zucht. Haar moeder zag altijd overal beren op de weg. Dat was ook een van de redenen waarom ze zo lang mogelijk had gewacht om haar ouders op de hoogte te brengen van haar reis.
“Kan die Koen van je geen vrij krijgen?” informeerde haar vader.
“Hij is ‘mijn Koen’ niet,” reageerde Lucy snibbig. Ze deed net of ze de veelbetekenende blikken tussen Jannie en Karel niet zag. “Bovendien zou ik hem niet eens mee willen hebben. Koen is heus wel aardig, maar ik moet hem niet te vaak in mijn buurt hebben.”
“Aha, dus de liefde tussen jullie is over,” constateerde Karel droogjes.
Lucy schoof haar stoel achteruit en stond op.
“Misschien is er wel nooit sprake geweest van liefde,” zei ze schokschouderend terwijl ze naar de deur liep.
“Als dat zo is, heb je hem aardig lang aan het lijntje gehouden,” riep Jannie geschokt uit. Ze schudde haar hoofd. “Lucy, kind, wat mankeert je toch de laatste tijd? Zo kom je nooit aan de man. Eerst Gerben, nu Koen weer. En het waren allebei zulke aardige jongens.”
“Precies.” Lucy knikte heftig. “Aardige jóngens. En wat ik zoek is een man. Een echte man!”
“Zoals die countryzanger?” merkte Karel kalm op.
Met een ruk draaide Lucy zich om. “Hoezo? Wat weet jij van die countryzanger?”
“Niet veel,” gaf hij toe. “Maar je oude vader is niet zo dom als jij denkt. Ik ken mijn dochter langer dan vandaag. Uit alle kleine stukjes en beetjes die jij loslaat, heb ik heus wel begrepen dat jouw onrust van de laatste maanden heel veel te maken heeft met die zanger. Na dat ongeluk van hem vorig jaar ben je helemaal veranderd. Je bent kilo’s afgevallen en je hebt voor niets en niemand tijd. Behalve voor linedansen en dat terwijl je daar vroeger niets van moest hebben. Ik ben geen Sherlock Holmes, maar ik kan wel één en één bij elkaar optellen. Ik hoop alleen dat als je moeder en ik je ergens mee kunnen helpen je niet zult aarzelen om bij ons aan te kloppen.”
De tranen sprongen in Lucy’s ogen. Ze liep terug naar de tafel en sloeg haar armen om haar vaders hals.
“Je bent een schat,” fluisterde ze en legde even haar wang tegen de zijne. “Als er wat te vertellen was geweest, had ik dat heus wel gedaan, pap, maar er valt niets te vertellen. Dat is juist het probleem.”
Karel legde even troostend zijn hand op de hare. “Dat weet ik toch, kindje. Ga jij nou maar lekker in je eentje naar Ierland. Misschien helpt het. Al was het maar om jezelf weer terug te vinden.”
“Dat zou wel fijn zijn,” verzuchtte Lucy terwijl ze overeind kwam en de tranen van haar wangen veegde.
“Is er dan echt niemand die met je mee kan?” drong Jannie nog een keer aan. “Ik vind het zo sneu voor je dat je alleen moet reizen. Dat is toch niet gezellig?”
“Vrouw, ze wíl niemand mee hebben, begrijp dat dan,” gromde Karel. Hij rolde demonstratief met zijn ogen. “Je snapt er ook weer helemaal niets van.”
Lucy lachte door haar tranen heen. “Pap heeft gelijk, mam. Ik ga liever alleen. Agnes heeft ook al aangeboden om mee te gaan, maar dit is iets wat ik alleen moet doen. Alleen wíl doen. Je hoeft je heus geen zorgen te maken. Ik ben oud en wijs genoeg om te weten wat ik doe.”
“Dat hopen we dan maar,” mompelde Jannie zorgelijk.
Ze was het er nog steeds niet mee eens, maar ze wist dat het weinig zin had om er verder op door te gaan. Als Lucy iets in haar hoofd had, kreeg je het er niet zo makkelijk uit. Dat had ze wel geleerd van het verleden toen zij en Karel er alles aan hadden gedaan om haar weg te houden bij die… die lapzwans van een Arjan. Geholpen had het niet. Lucy had haar zin toch doorgedreven en was halsoverkop met hem gaan samenwonen. Met alle gevolgen van dien. Zij en Karel hadden gehoopt dat ze er iets van had geleerd, maar zo te horen viel ze nog steeds op de verkeerde mannen. Een countryzanger… dat betekende toch niets dan ellende? Het betekende seks, en drugs, en… en…
Jannie kneep haar lippen op elkaar en wenste met heel haar hart dat haar oudste dochter eindelijk eens een keer verstandig zou worden.
Lucy moest toch wel even slikken toen ze een paar dagen later in haar eentje op de luchthaven van Dublin stond.
Tot nu toe had ze zich niet zo gerealiseerd wat het inhield om alleen te reizen. Ruud en Agnes hadden haar naar Schiphol gebracht en in het vliegtuig had ze naast een jong echtpaar gezeten met wie ze heel gezellig had gekletst.
Maar vanaf nu moest ze het alleen zien te redden. Ze had haar bagage van de band gehaald, op een karretje gezet en was door de douane de aankomsthal ingelopen. Het eerste wat ze moest doen was zich melden bij het autoverhuurbedrijf om de auto op te halen die ze via internet had gereserveerd. Ze had alleen geen idee waar ze dat bedrijf kon vinden.
Bovendien moest ze erg nodig naar het toilet. Door al dat geklets was ze helemaal vergeten om in het vliegtuig te gaan en nu stond ze hier met al haar bagage. Die kon ze toch moeilijk meenemen het toilethokje in? Hoe deden andere alleenreizenden dat? Met al die terroristendreigingen was er niemand meer die even een oogje op de bagage van een vreemde wilde houden.
Ze beet op haar lip en haalde een paar keer diep adem.
Het autoverhuurbedrijf.
Daar moest ze eerst naar toe. Misschien hadden ze daar wel een toilet en anders mocht ze er haar bagage vast wel even stallen. Het enige wat ze moest doen was kalm blijven. Ze was heelhuids in Dublin gearriveerd, haar bagage was niet zoekgeraakt, ze hoefde nergens op tijd te zijn.
Zoekend keek ze naar de borden. Daar stond het: Car Rental.
Daar moest ze heen. Zie je wel, het was helemaal niet moeilijk, als ze maar rustig bleef en de druk op haar blaas negeerde. Het was gewoon psychisch. Die aandrang werd alleen maar veroorzaakt door het feit dat ze niet naar het toilet kón. Ze hoefde helemaal niet. Het was onzin. Ze had onderweg bijna niets gedronken, dus hoefde er ook niets uit. Toch?
Haar blaas gaf echter andere impulsen door en haastig duwde Lucy haar bagagekarretje in de richting van de autoverhuurbalie.
Gelukkig stond de naam van het bedrijf waar ze de auto had gehuurd duidelijk aangegeven en opgelucht overhandigde Lucy haar voucher aan de vriendelijke receptioniste.
“Mijn collega zal u naar uw auto brengen,” zei het meisje na het intikken van de gegevens. “Ik roep hem meteen voor u op.”
“Zou ik… eh… is het mogelijk om…” Lucy keek speurend om zich heen. “Ik moet vreselijk nodig naar het toilet. Kunt u misschien even een oogje houden op mijn bagage?”
Het meisje aarzelde. “Het is ons niet toegestaan om…”
Ze zag Lucy’s benauwde gezicht en veranderde van gedachten. “Zet het karretje maar even hier naast de balie. Het mag niet, maar ik kan me helemaal voorstellen hoe lastig het is als je alleen reist. Het toilet is daar, rechts aan de overkant.”
“O, dank je wel,” riep Lucy dankbaar uit. “Ik ben zo terug.” Op een drafje spoedde ze zich in de aangegeven richting.
Toen ze even later een stuk opgeluchter terugkwam, was de collega, een jongen van haar eigen leeftijd, al gearriveerd. Hij legde haar uit dat de auto op een speciaal parkeerterrein stond waar hij haar met een busje naartoe zou brengen. Als ze hem dus maar wilde volgen? Dat wilde Lucy wel en opgewekt hobbelde ze met haar karretje achter de jongen aan naar het busje.
De auto bleek een lichtblauwe Corsa te zijn en de behulpzame jongeman legde haar uitvoerig uit hoe alles werkte. De bediening zou het probleem niet zijn, ze was wel gewend om in verschillende types auto te rijden.
Het enige waar ze een beetje van schrok, was het feit dat het stuur aan de rechterkant zat. Natuurlijk had ze geweten dat er in Ierland links werd gereden, maar op de een of andere manier was het niet tot haar doorgedrongen dat de huurauto dan ook automatisch het stuur aan de andere kant zou hebben.
De jongen wuifde haar angsten glimlachend weg.
“Het went heel snel,” verzekerde hij haar. “En het is veel makkelijker om links te rijden met een daarvoor bedoelde auto dan met een auto die het stuur aan de verkeerde kant heeft zitten. Zeker als je alleen bent.”
Hij begon een lang verhaal over inhalen, wat heel lastig was met auto’s die bedoeld waren om rechts te rijden, maar Lucy luisterde niet echt. Haar hart klopte in haar keel. Waar was ze aan begonnen? Deze keer had haar moeder toch gelijk gehad. Ze had iemand mee moet nemen. Ze kon dit niet alleen. Stel dat ze bij een rotonde de verkeerde kant opreed? Of automatisch met rechts wilde schakelen zoals ze altijd gewend was? Ze wist de weg niet, ze zou zelf moeten kaartlezen en op de borden moeten kijken. De tranen sprongen bijna in haar ogen.
Ineens dacht ze aan Nick. Wat stond ze hier nu een beetje medelijden te hebben met zichzelf? Vergeleken met de problemen die hij had moeten overwinnen stelde dit niets voor.
Oké, dan zou het allemaal wat minder soepel gaan dan ze was gewend. Nou en?
Ze had de tijd aan zichzelf en als ze verdwaalde had ze altijd haar mond nog bij zich. Haar Engels was prima, dus ze zou heus wel iemand kunnen vinden die haar weer de goede richting op kon sturen. Ze stond zich gewoon een beetje aan te stellen hier. Het kwam allemaal helemaal goed.
Met een nog wat beverige glimlach wendde ze zich tot de jongen.
“Ik denk dat het wel gaat lukken,” onderbrak ze hem kordaat. “Ik maak gewoon eerst een paar oefenrondjes hier over het parkeerterrein voor ik de weg opga. Bedankt voor je uitleg. Moet ik nog ergens tekenen?”
Ze zette haar handtekening onder het formulier dat hij haar voorhield en pakte de autosleutel aan. “Tot over veertien dagen!” riep de jongen nog vrolijk voor hij fluitend naar zijn busje terugliep.
Lucy wachtte tot hij was weggereden. Toen zette ze haar koffer in de achterbak, legde haar handtas op de passagiersstoel en gooide haar jas op de achterbank. Ze haalde diep adem om het laatste restant zenuwen weg te krijgen en schoof achter het stuur.
Haar reis naar Leenane was begonnen.
De autojongen had gelijk gehad. Het rijden viel haar honderd procent mee. De eerste paar kilometer was het een beetje lastig, maar het wende inderdaad snel. Alleen bij de rotondes moest ze iedere keer nog goed nadenken welke kant ze op moest rijden. Het voelde heel tegennatuurlijk aan om een linksom draaiende cirkel te maken.
Gelukkig hoefde ze niet zo heel ver te rijden. Omdat Leenane helemaal aan de andere kant van Ierland lag, had ze een overnachting gepland in Mullingar, een stadje dat op een klein uurtje rijden van de luchthaven was gelegen. Het was precies de juiste afstand na de vermoeiende dag die ze er al op had zitten.
Tegen half zes arriveerde ze bij het pensionnetje dat ze ook via internet had geboekt.
Mrs. Mead, de eigenaresse, kwam het tuinpad al opgelopen toen ze de auto hoorde.
“Jij bent vast de jongedame uit Holland,” begroette ze Lucy al van verre. “Welkom in Mullingar, kind. Kom verder, kom verder. Heb je een goede reis gehad?”
Lucy voelde zich meteen thuis.
Op Mrs. Meads aanwijzingen reed ze de auto naar de parkeerplaats achter het huis. Met de koffer in haar hand volgde ze haar gastvrouw de lichtgroen geverfde, modern uitziende bungalow in. Haar kamer zag er keurig uit met twee eenpersoonsbedden, fris ruikend beddengoed en zalmroze gestuukte muren.
“Alle kamers hebben een eigen badkamer,” zei Mrs. Mead. Ze opende een deur om hem te laten zien. “Er is centrale verwarming voor als je het vannacht koud mocht krijgen, en daar, op het kastje, ligt de afstandsbediening voor de televisie. Het ontbijt morgenochtend wordt geserveerd in de eetkamer die ik je straks zal wijzen, maar ik denk dat je nu eerst aan een lekkere kop thee toe bent. Ik heb heerlijke verse scones gebakken, dus als je zover bent, kun je naar de lounge komen, daar heb ik alles klaarstaan.”
“Dat klinkt fantastisch,” zei Lucy. “Ik fris me even een beetje op en dan kom ik er meteen aan.” Ze deed de deur achter de vriendelijke Mrs. Mead dicht en liet zich op het uitnodigende bed zakken. Nu pas voelde ze hoe vermoeid ze was. Niet zo gek natuurlijk, ze was vanmorgen al vroeg opgestaan om op tijd klaar te zijn voor het vertrek. Maar ze had het allemaal gered, ze was in Ierland, ze had haar overnachtingsadres zonder problemen gevonden en Mrs. Mead had de thee voor haar klaarstaan.
Lucy glimlachte tevreden.
Een beter begin van haar vakantie kon ze zich niet wensen.
Die avond at ze in een kleine pub in het centrum van Mullingar. Tegen tienen kwamen er drie mannen van een jaar of veertig binnen die rond een tafeltje gingen zitten, hun muziekinstrumenten tevoorschijn haalden en begonnen te spelen. Een van de barjongens pakte zijn viool van de plank en voegde zich bij hen, een paar minuten later gevolgd door een oudere man, die een prachtige stem bleek te bezitten.
Geboeid luisterde Lucy naar de vrolijke danswijsjes en droevige ballades die het vijftal ten gehore bracht.
Het publiek klapte en zong enthousiast mee, vooral toen de muzikanten een nummer inzetten dat The reason I left Mullingar heette. Het leek wel of iedereen de woorden kende.
De melodie was niet zo moeilijk en als vanzelf neuriede en wiegde Lucy zachtjes het refrein mee. Ze genoot van de sfeer die haar zo’n gevoel van saamhorigheid gaf, dat ze zich geen minuut eenzaam of alleen voelde. Op de een of andere manier hoorde ze er gewoon bij, ook al had ze niemand van deze mensen voor vanavond eerder ontmoet.
Toen de muzikanten uiteindelijk hun instrumenten weer opborgen, zag ze tot haar verbazing dat het al tegen enen liep. Het was maar goed dat Mrs. Mead haar de sleutel van de buitendeur had meegegeven. Nu hoefde ze gelukkig niemand wakker te maken om binnen te komen.
Binnen tien minuten lag ze in bed en met een diepe, tevreden zucht knipte ze het lampje op het nachtkastje uit. Het was een heerlijke avond geweest en morgen… morgen zou ze verder rijden naar Leenane.
