27
Al rescate
San Juan Chamula
Chiapas, Mexico
Er lagen diepe schaduwen over het kerkhof en de rijen kruisen staken scherp af tegen de beschimmelde muren van de verlaten kerk. Iets lager, achter de kerk en het marktplein, lag Moore op zijn buik naar de grote groepen plaatselijke bewoners en toeristen te kijken. Ze stonden in groepjes en in lange rijen aan weerszijden van de hoofdstraat, waar de optocht en het vuurwerk van het carnaval algauw zouden beginnen. Dansers renden heen en weer over de bedden gloeiende kooltjes, terwijl de vonken om hen heen opspatten.
Moore keek door zijn nachtkijker naar rechts en achter zich naar het huis waar de kleine blauwe auto en de bus nog steeds stonden. Torres had hun huurauto opgehaald en deze achter een paar kleinere huizen beneden aan de weg geparkeerd. Daar had hij de auto laten staan en de sleutels onder de mat gelegd.
Moore haalde diep adem en verstevigde zijn greep op zijn wapen, een Mark 11 Model 0, die de bijnaam Pirate Killer, piratenmoordenaar, had gekregen doordat de Navy seal’s dit wapen hadden gebruikt om Somalische piraten gevangen te nemen. Fitzpatrick had net gedaan alsof het hem verbaasde dat hij dit wapen bij zich had, en Torres had Moore doorgezaagd over hoe hij aan zo’n krachtig militair wapen kwam. ‘Ik heb je toch verteld,’ had Moore geantwoord, ‘dat de mensen voor wie ik werk bijzonder goede relaties hebben?’
Inderdaad.
De Mark 11 was een semiautomatisch geweer met twintig kogels, voorzien van een tweepoot en het magazijn van dit wapen bevatte twintig 7.62x5-millimeter nato-kogels. Moore zei weleens voor de grap dat je, als je twintig kogels nodig had om je doelwit te raken, maar beter in de politiek kon gaan en uit het leger. Als Moore met de Mark 11 schoot, verliet de kogel de loop sneller dan het geluid, met een supersone knal die wegebde als de kogel vertraagde tot een subsone snelheid. Vanaf een afstand van ongeveer zeshonderd meter, in gebieden zoals de bergen van Afghanistan, kon een sluipschutter zijn doelwit beschieten zonder dat deze iets hoorde. Maar in meer stedelijke omgevingen zoals San Juan Chamula moesten Moore en Fitzpatrick, die aan de andere kant van de heuvel ook op zijn buik lag, gebruikmaken van de kac-geluiddemper. Als Moore zijn doelwit vanaf een afstand van meer dan achthonderd meter beschoot, zou hij kunnen vuren zonder dat zijn vijand wist waar hij zich bevond. Maar omdat de wet van Murphy nu van toepassing was, was dit rekensommetje niet in hun voordeel.
De afstand tot het huis en de vier bewakers was maar 527 meter. Er waaide een matige noordnoordoosten wind, kracht 3. Ze bevonden zich op een hoogte van 2.250 meter, ongeveer acht meter hoger dan hun doelwit, met een hoek van negen procent. Rekening houdend met de wind en hun huidige positie zou het moeilijk maar niet onmogelijk zijn het doelwit te raken. Ze zouden zeker worden gehoord, en het enige wat dat geluid zou helpen maskeren was het vuurwerk beneden in het stadje. Zoals Moore eerder had opgemerkt, was dat hun enige lichtpuntje. Maar ze hadden veel meer nodig dan geluk, want de echte test zou pas komen nadat ze de bewakers hadden uitgeschakeld...
Moore belde Towers die de radiozender van de Avenging Vultures in de gaten hield. ‘Nog nieuws?’
‘Gaan nog steeds hun gesprekken via de mobiele telefoons na. Kan nog wel even duren. Alleen maar kletspraatjes over de radio. Eén vent noemen ze Captain Salou, en ik heb opgezocht wat we van hem weten: Guatemalaanse Special Forces, twintig jaar veteraan tot hij met pensioen ging en huurling werd. In technische termen is hij een gemene hufter.’
‘En handig met een hakmes,’ voegde Moore eraan toe.
‘Er speelt nog iets, in Cristóbal. De lokale politie is in de hoogste staat van paraatheid en voor zover wij weten zijn ze op zoek naar vermiste personen.’
‘Verbaast me niets. Misschien heeft papa ontdekt dat zijn zoontje is ontvoerd en heeft hij een paar telefoontjes gepleegd.’
‘Nou, als hij dat heeft gedaan, dan moet je ze daar weg zien te krijgen en verdwijnen voordat Rojas’ team er is.’
‘Dat begrijp ik. Ik wacht nog even tot het feest begint...’
Moore sloot zijn ogen en probeerde alle externe gedachten buiten te sluiten en zich te concentreren op de schoten, op het moment. Maar zijn hersens werkten niet mee doordat deze situatie precies leek op een situatie uit het verleden. Met tegenzin ging hij in gedachten terug naar het strand van Coronado, waar hij naar de golven stond te kijken, naar de donkere zee waar een hand boven de golven uit kwam... en een stem die in werkelijkheid van hemzelf was... ‘Laat me niet alleen! Laat me niet alleen!’
‘We moeten terug!’
‘Hij stijgt op! Dat kan niet!’
‘Doe het niet, Max! Doe het niet!’
‘Geen keus! Hou je bek, verdomme! We gaan!’
Moore rilde heftig toen hij die stemmen hoorde.
Daarna hoorde hij een andere stem: ‘Jullie zijn klas 198. Jullie zijn de soldaten die het hebben overleefd dankzij jullie teamwork.’
Niet meer. Hij had de Navy laten denken dat hij het waard was, maar hij was niet meer dan een schooljongen die nooit een seal had mogen worden. Hij was een jongen die de meest basale regel had overtreden, een jongen die gestraft had moeten worden voor zijn daden en omdat dit niet was gebeurd, dacht hij dat hij dat zelf maar moest doen. Na wat hij had gedaan, verdiende hij geen gewoon leven. Nee, dat verdiende hij niet.
Gedurende een periode in zijn leven waarin hij zwaar depressief was, had hij geprobeerd zichzelf op te vrolijken door zichzelf letterlijk de lucht in te schieten, maar niet met behulp van een parachute. Hij had met een paar jongens gepraat en in het Romsdal in Noorwegen iets ontdekt wat veel exotischer was. Twee dagen na aankomst droeg hij een wingsuit en vloog met een snelheid van 240 km/uur door de lucht. Hij dook het dal in en maakte gebruik van de wind tijdens de zomer zonnewende. Dankzij de wingsuit kon hij zweven als een vogel, met de stof gespreid tussen zijn armen en benen. Het was geen gewone vrije val, maar een ongelooflijk snelle, enorm gevaarlijke glijvlucht. Het enige wat Moore moest doen, was naar links of naar rechts leunen om nog geen meter van de hoge rotswanden vandaan te racen.
Hij scheurde de bocht om, zo dicht langs de rotswand dat hij hem had kunnen aanraken; daarna rolde hij naar links en liet zich als een baksteen naar beneden vallen, terwijl de wind langs hem heen suisde. De dood lag op de loer, fluisterde in zijn oor. Opeens had hij vrede met zichzelf, met de wind, met het dal, en heel even sloot hij zijn ogen en wist heel goed dat hij nu aan het touw moest trekken. Maar hij wachtte om te zien hoe lang hij zou wachten, hoe lang nog, een paar seconden nog, steeds euforischer bij de gedachte aan de rotsbodem onder zich.
Hij trok aan het touw. Boem! De parachute ontvouwde zich, de touwen spanden zich. Het was voorbij.
De groep achter hem brulde.
Van de vijftien mensen in zijn team die vanuit de hele wereld waren gekomen om extreme sporten te doen, was Moores vlucht de snelste, de langste en absoluut de gevaarlijkste geweest, als iets uit een actiefilm in plaats van een pleziertochtje. Hij had zich niet gerealiseerd wat hij eigenlijk had gedaan, tot hij zag dat de anderen vol bewondering naar hem keken, alsof zijn bakkebaarden grijs waren geworden en hij God had gezien.
Na afloop had hun Noorse gids Bjoernolf hen allemaal meegenomen om te lunchen. En terwijl ze genoten van het smørrebrød met gerookte zalm en vele koppen sterke koffie had hij Moore even apart genomen en met zijn zware Engelse accent aan hem gevraagd: ‘Waarom wilt u dood?’
‘Wát zegt u?’ vroeg Moore en hij liet zijn koffiekopje zakken.
‘Ik heb dit al honderden keren met heel veel klanten gedaan en niemand heeft ooit op die manier gevlogen. Zelfs ik niet. U hebt nog maar drie oefenvluchten gemaakt en nu doet u dit?’
‘Ik heb u toch verteld dat ik bij de Navy was.’
De man schudde zijn hoofd. ‘Dat maakt niet uit. U kwam veel te dicht bij de rotswand. U wachtte veel te lang voordat u aan het touw trok. Het spijt me, maar ik neem u niet meer mee naar boven.’
‘Je maakt een grapje zeker? Ik heb de twee volgende dagen al vooruitbetaald.’
‘Het spijt me, meneer Moore. Ik wil alleen maar werken met mensen die willen terugkomen. Ik weet niet wat úw probleem is, maar ik wil niet dat u míjn probleem wordt. Ik zal u uw geld teruggeven.’
‘Dit is ongelooflijk!’
‘Luister, u bent niet de eerste die hier is gekomen voor meer dan ik kan geven. Zorg dat u hulp krijgt. Wat u ook dwarszit, ik denk dat u het wel aankunt. Maar dit is niet de juiste manier. Het spijt me.’
Moore had zin om de arrogante, langharige klootzak een trap te geven, maar de man leek echt bezorgd. Bovendien was de man geen jongen, want hij was ongeveer even oud als Moore zelf, en hij had waarschijnlijk al meer dan genoeg emotioneel gestoorde en sensatiebeluste idioten gezien die zichzelf wilden straffen.
‘Hoe leer je jezelf te vergeven?’ vroeg Moore, die zich heel goed realiseerde dat hij dit vroeg aan een heuvel in San Juan Chamula en niet aan een Noorse lefgozer.
‘Als u er klaar voor bent om te praten, moet u terugkomen. Ik wil uw verhaal horen. Ik ben een oude man, ik kan goed luisteren.’
Misschien had die oude man, Wazir, verborgen in zijn kamp in de tribale gebieden, wel een antwoord...
De eerste knallen van het vuurwerk werden met gejuich ontvangen en op dat moment rinkelde Moores mobiele telefoon.
‘Als jij zover bent, ben ik het ook, baas,’ zei Fitzpatrick.
‘Ho, wacht even,’ zei Moore en hij verschoof zijn geweer iets naar rechts. Hij zag de voordeur opengaan en de oudste man, van wie Moore aannam dat het Salou was, naar buiten komen.
‘Misschien wil hij naar het vuurwerk kijken,’ zei Fitzpatrick.
‘Als hij die deur niet sluit, zijn we de lul.’
Salou bleef staan en haalde een pakje sigaretten uit zijn zak. Hij stak er een aan, nam een lange trek en bleef staan kijken naar de lichtjes van de optocht.
‘Schiet op, schiet op,’ zei Moore toen een nieuwe serie vuurpijlen werd afgeschoten. Een paar gedempte knallen uit snipergeweren zouden gemakkelijk worden overstemd door dit geluid, maar deze klojo zat de boel een beetje te verpesten.
‘O, shit. Zie je hem? Zie je Torres? Wat is die verdomme aan het doen?’ vroeg Fitzpatrick.
Torres had de auto’s van explosieven voorzien en zou die tot ontploffing brengen, vlak nadat Moore en Fitzpatrick de bewakers met hun snipergeweer hadden uitgeschakeld. Maar nu liep die idioot naar de voordeur van het huis. Een nieuwsgierige Salou nam nog een laatste trekje van zijn sigaret en stapte toen van de veranda af.
‘Wat gebeurt er in vredesnaam?’ vroeg Moore.
‘Wacht eens even,’ zei Fitzpatrick, toen Torres Salou een hand gaf. ‘De klootzak! Volgens mij kent Torres die vent! Holy fucking shit. Volgens mij is dit doorgestoken kaart!’
‘Verdomme, schiet dan, schieten!’ schreeuwde Moore terwijl Salou zijn arm over Torres’ schouder sloeg en hem meenam naar het huis. Die dikke hufter had een spelletje met hen gespeeld en nu ging hij die Guatemalanen vertellen wat er aan de hand was. Misschien hadden hij, Zuniga en Salou een deal met elkaar gesloten en Moores groep buiten de onderhandelingen gehouden.
Maar zou Torres echt zo stom zijn om zich zo vriendschappelijk te gedragen terwijl hij wist dat Moore en Fitzpatrick toekeken?
Misschien kon het hem niets meer schelen.
Nou ja, Moore zou er nooit achter komen...
Want de dikke man was de eerste op wie hij schoot. De kogel sloeg de achterkant van Torres’ hoofd weg, waarna de man rondtolde als een olievat van een vrachtschip. Hij viel op de grond en verdween in het duister.
Moore richtte zijn geweer nu op de eerste bewaker, die al in beweging was gekomen. Hij rende naar een boom aan de noordkant en keek onderzoekend naar de heuvels. Moore moest hem volgen, opnieuw richten en ten slotte vuren, in de hoop dat de vent letterlijk in de kogel zou lopen. Bingo. De kogel raakte hem precies in de borst, het bloed spoot eruit terwijl hij op zijn rug viel... en dat alles in een fractie van een seconde.
Ondertussen knalde Fitzpatricks geweer, ondanks de geluiddemper, en daarna nog een keer. Moore hoopte dat de dea-agent een goede schutter was, want hij was niet van plan Sonia kwijt te raken. Absoluut niet!
Over mijn lijk, had Moore besloten.
Hij kende de vrouw natuurlijk niet, maar hij moest er niet aan denken wat haar verlies zou betekenen. Hij dacht, misschien wel onlogisch, dat hij als hij haar zou redden zichzelf ook zou redden. Als hij faalde, wist hij niet wat gered zou kunnen worden.
Hij hield zijn adem in, ontdekte de tweede bewaker en schoot twee kogels op hem af terwijl de man voor het huis langsrende, terug naar de voordeur.
Op dat moment, en zonder enige aanleiding omdat Torres de draadloze detonator voor de beide auto’s op zak had, ontploften ze achter elkaar. De beide motorkappen vlogen minstens één meter de lucht in en er ontstonden paddenstoelachtige vuurballen die het huis in een flikkerende, buitenaardse gloed zetten.
Moore had geen idee of Torres lang genoeg was blijven leven om de auto’s tot ontploffing te brengen of dat hij een timer had ingesteld. Hij had niet gedacht dat de dikke man slim genoeg was om met een timer overweg te kunnen en daarom had hij hem de meest basale instructie gegeven: hier C-4, draad en daar afstandsbediening. Druk met je vette duim op dit knopje. Gesnopen, dikzak?
Hoe dan ook, ze hadden gewild dat de auto’s onbruikbaar werden en dat was nu geregeld.
‘Kom, we gaan!’ riep Moore. Hij haalde zijn beide Glocks uit hun holster en rende op volle snelheid de heuvel af. Fitzpatrick rende algauw naast hem.
Ze hadden donkere kleren aangetrokken − lange broek en shirt met lange mouwen − en droegen nu ook een bivakmuts en een kogelvrij vest. Torres had erover gezeurd, omdat hij zijn vest niet over zijn massieve mannenborst had kunnen trekken.
Toen Moore aan de voet van de heuvel kwam, zag hij dat Salou weer naar buiten rende met een geweer in zijn handen. Sonia en Miguel liepen achter hem aan; hun benen waren losgemaakt, maar hun armen waren nog steeds achter hun rug vastgebonden. Ze werden allebei meegesleurd door een paar mannen, allemaal gewapend met een pistool. Moore dacht dat de Guatemalanen, nu ze geen vervoermiddel meer hadden en doordat de brandende auto’s de aandacht van alle toeschouwers trokken, maar één ontsnappingsroute hadden: het smalle straatje heuvelopwaarts, in oostelijke richting bij het marktplein vandaan.
De groep liep inderdaad die kant op, maar toen Salou achteromkeek, ontdekte hij Moore en riep iets tegen zijn mannen.
Maar Moore was al in de lucht, sprong op een hoop afval en schoot met beide pistolen; de stank van het buskruit was zowel vertrouwd als welkom en hij vertrok zijn gezicht. Salou had zich losgemaakt van de groep en dat was zijn laatste fout. Op het moment dat de oude Special Forces-veteraan zijn AK-47 op Moore richtte, kreeg hij twee kogels in de borst, een in zijn hals en een laatste in zijn bovenbeen waardoor hij door zijn knieën zakte, zijn geweer opzij viel en de kogels tien meter voor Moore in de grond sloegen.
Moore wist niet zeker of er nog meer mannen in het huis waren, maar ze moesten het wel weten. ‘Schiet op het huis!’ zei hij tegen Fitzpatrick, terwijl de twee mannen die Miguel vasthielden hem naar Sonia duwden, hem loslieten en zich op de veranda lieten vallen zodat ze konden terugschieten.
De kogels dwongen Moore dieper in de hoop afval, maar even later kon hij naar rechts rollen en hun schoten beantwoorden. Zijn eerste drie schoten waren allemaal mis. Shit. Dat kreeg je ervan als je met één hand vuurde, ook al was zijn eerste schot op Salou in de roos geweest. Hij ging iets rechterop zitten, richtte en raakte de rechterman, maar die schoot ook op Moore en zijn kogel sloeg een centimeter of tien onder Moore in de berg afval. Muziek van de optocht waaide vanuit het dal naar boven, zware trommels en gitaren en trompetten te midden van nog meer knallend vuurwerk, en heel even wist Moore niet zeker of de mannen voor hem nog steeds op hem schoten.
Hoe dan ook, hij stond snel op en rende naar het huis, haalde Fitzpatrick in; zijn laarzen stampten zwaar op de grond en hij ademde onregelmatig en hijgend.
Miguel, Sonia en de drie overgebleven mannen haastten zich naar het achterafstraatje, zoals Moore al had voorzien. Hij rende om het huis heen, terwijl Fitzpatrick naar binnen rende.
Geweervuur ratelde en glas versplinterde. Verdomme, Salou had een paar mannen in het huis achtergelaten. Fitzpatrick was nu alleen. Moore rende de weg op, waar de groep nu naar een ander huis op de heuvel liep. In de straat stonden twee oude auto’s en terwijl Moore langs een oud vervallen hek rende, hoorde hij Sonia gillen en vloeken. Door de auto’s kon Moore niets zien, maar dit was voldoende. Dit had hij willen horen. Hij kon niets veranderen aan wat er die nacht bij het olieplatform was gebeurd, maar misschien kon hij voorkomen dat hetzelfde nu weer gebeurde. Sonia zou niet worden achtergelaten om te sterven.
Gestrest door een woede die al sinds die afschuwelijke nacht in hem sudderde en kwaad omdat hij het zichzelf nog steeds niet had kunnen vergeven, arriveerde Moore in volle vaart boven op de heuvel, met de adem van een geest op zijn rug.
Toen hij om de auto’s heen rende, zag hij dat Sonia zich had losgerukt van een van de mannen en nog maar door één man werd vastgehouden die, toen hij Moore zag, zijn pistool op Sonia’s hoofd richtte.
De andere twee mannen hadden hun pistool op Moores borst gericht en de jonge man huilde nu en smeekte om zijn leven.
Er was geen sprake van een impasse, geen tijd voor onderhandelingen, geen tijd om de mannen over te halen zich over te geven omdat hun baas al dood was en ze niets meer te winnen hadden. Er werden geen deals meer gesloten en geen inzetten meer aangenomen.
Terwijl de adrenaline als gesmolten lava door zijn aderen stroomde nam Moore de hele situatie dankzij zijn jarenlange training en ervaring als Navy seal en als cia-spion − dankzij de honderden uren waarin hij had geluisterd naar instructeurs die tegen hem schreeuwden, hem opdrachten gaven en hem beloonden − in een fractie van een seconde in zich op en reageerde als de man die hij was, als een soldaat met een spiergeheugen voor doden.
Hij klemde zijn kaken op elkaar en dacht aan alle ellende die deze drie mannen van het Guatemalaanse doodseskader hadden veroorzaakt. Hij keek naar de man die Sonia vasthield en riep: ‘Hé!’
De man keek hem met grote ogen aan.
Boem! Moore schoot hem in zijn hoofd.
Dat de andere twee mannen Moore waarschijnlijk zouden doden, was niet belangrijk. Het ging nu alleen maar om Sonia.
Dat de Guatemalanen besloten zich op Moore te richten in plaats van de jongen te doden, was een geluk voor Miguel.
Moore schoot met zijn beide pistolen en raakte elke man in de borst. Ze wankelden en lieten de jongen los, terwijl Moore zelf bijna achteroverviel.
Hij hervond zijn evenwicht, boog zich naar voren, liep naar de twee criminelen en schoot ze allebei dood. Toen zijn twee Glocks zwegen, hoorden ze het geluid van de politiesirenes boven de trompettisten van de optocht uit. Moore bleef even staan, zijn hoofd tolde en door de adrenaline had hij het gevoel dat zijn borstkas op springen stond.
‘Wie bent u?’ riep Miguel.
Moore antwoordde hem in het Spaans: ‘Ik werk voor je vader.’
Uit zijn heupzak haalde hij een karambit, een mes met een gebogen lemmet. Snel sneed hij eerst Sonia’s boeien door en daarna die van Miguel; hij gebaarde dat ze moesten meekomen. ‘Ik heb een auto beneden staan. Sleutels onder de mat. Die kant op. Neem hem maar. Pak hem maar. Zorg dat je hier wegkomt en kijk niet om. Ga naar het vliegveld. Verlaat het land. Nu!’
‘Kom mee!’ riep Sonia tegen Miguel en ze nam hem mee.
Moore bleef even staan om op adem te komen. Daarna stopte hij zijn pistolen in hun holster en rende terug naar het huis. Hij moest over de dode Torres springen om de woonkamer in te kunnen. Daar zag hij Fitzpatrick op de grond liggen met twee kogelwonden in zijn hoofd.
‘O, verdomme... Kom op, makker, dit kan niet...’
Hij liet zich op zijn knieën vallen, maar het was verdomde duidelijk dat de dea-agent dood was. Moore trok zijn bivakmuts af en bleef zitten waar hij zat.
Ergens buiten hoorde hij een telefoon rinkelen. Moore stond op, liep naar Torres en haalde het mobieltje uit de heupzak van de dikke man. Zuniga belde.
‘Hallo?’
‘Luis, ben jij dat?’
‘Nee, señor Zuniga, dit is señor Howard. Ik heb heel slecht nieuws. Luis en Flexxx zijn dood. Rojas’ zoon en zijn vriendin zijn ontsnapt...’
‘Wat!?’ riep Zuniga. ‘U hebt me verteld dat uw groep heel machtig was!’
‘Ik kom terug naar Juárez. Ik moet u spreken.’
‘Als u slim bent, doet u dat niet, meneer Howard. Die ontmoeting zou u niet overleven.’
‘Luister naar me. We zijn nog niet klaar. Ik bel u wel als ik terug ben.’ Moore verbrak de verbinding, stopte Torres’ telefoon in zijn zak, rende naar Salou en pakte ook diens telefoon. Terwijl hij het huis weer binnenliep, belde hij Towers en vertelde zijn baas wat er was gebeurd.
‘Ik moet hier als de sodemieter vandaan met Fitzpatrick.’
‘Ga de heuvels in, noordwaarts. Ik heb al een reddingsteam op weg gestuurd.’
Moore zuchtte. ‘Dankjewel.’
Moore bukte zich en nam Fitzpatrick in de brandweergreep. Zijn ogen begonnen te branden. ‘Volhouden,’ fluisterde hij. ‘Ik haal je hier wel weg.’
Hij liep naar buiten en om het huis heen, hij versnelde zijn pas toen die verdomde sirenes dichterbij kwamen. Er kwam een auto aan razen, twee tieners sprongen eruit en staarden naar de lijken.
‘Ik heb hulp nodig!’ riep Moore. Daarna trok hij zijn Glock uit de holster. ‘En dat betekent dat ik jullie auto meeneem.’
Ze staken hun handen omhoog en liepen achteruit. Moore opende het achterportier van de auto en legde Fitzpatrick op de bank. Op dat moment hadden de jongens hem kunnen bespringen, maar ze waren slim genoeg om hun toekomst in zijn gezichtsuitdrukking weerspiegeld te zien. ‘Maak je maar geen zorgen,’ zei hij. ‘Jullie krijgen je auto terug.’ Hij sprong achter het stuur en gaf plankgas, de zwakke motor jammerde en bracht hem met moeite naar de weg heuvelopwaarts.