6
Voorgevoel
Puc begon zijn bezwering.
De verzamelde studenten keken met gefascineerde aandacht toe toen boven de meestermagiër een zuil van energie op rees, die zich ongezien naar boven spoedde. Ze voelden de energie nog en sommigen, die gevoeliger waren voor de magische kunsten dan anderen, voelden de straling ervan bijna op hun huid. Hij leerde hun een basisvaardigheid, een taak die meestal werd overgelaten aan iemand wiens tijd minder kostbaar was voor het Conclaaf der Scha duwen, maar Puc voelde af en toe de behoefte om zelf voor de klas te staan. Het was een eenvoudige les: hoe je de aanwezigheid van magie kon voelen en die kon opsporen als ze in de buurt werd gebruikt. In de loop der jaren had hij tot zijn verbazing ontdekt dat veel magiërs en magische klerken pas beseften dat er een vuurbol naar hen toe was geworpen als de vlammen al hun haren hadden verschroeid.
Jonge mannen en vrouwen uit vele naties, en een paar van andere werelden, hadden zich hier verzameld om te studeren onder begeleiding van de grootste beoefenaar van de esoterische kunsten op Midkemia. De les van vandaag ging over perceptie en reactie op wijzigingen in de magie, en de eerste stap was het vermogen om te herkennen wanneer er magie was toegepast. De vaardigheid leek misschien voor de meeste studenten rudimentair, maar de drie mensen die de les vanaf enige afstand observeerden wisten wel beter: het was de eerste stap om te leren reageren op vijandige magie. Het vermogen om onmiddellijk een verandering in de magische atmosfeer te herkennen kon magiërs het leven redden.
Magnus wendde zich tot zijn broer en moeder. 'Hij schijnt het goed te maken.'
Miranda schudde haar hoofd. 'Met de nadruk op schijnt, inderdaad. Hij heeft weer last van een melancholieke bui.'
'Nakur?' vroeg Caleb. Miranda knikte. 'Misschien wel. Het is bijna tien jaar geleden, en hij verbergt het goed, maar hij heeft nog steeds last van die sombere stemmingen.'
Caleb, de jongste zoon van Puc en Miranda, was het met haar eens. 'Marie heeft het ook gemerkt.' Zijn echtgenote was een scherpzinnige vrouw, en in de tien jaar sinds ze op Tovenaarseiland was aangekomen was ze een soort meesteres van de huishouding geworden, een positie die Miranda met alle genoegen aan haar had afgestaan aangezien zij het druk had met haar magische studies.
'Ik was erbij,' zei Magnus, 'en niemand had meer kunnen doen dan wat vader deed. Nakur koos voor zijn eigen lot.' Zachtjes voeg de hij eraan toe: 'Voor zover je daar als mens de keus in hebt.'
Miranda's donkere ogen vertoonden een mengeling van ongerustheid en ergernis over de pijn van haar man, een uitdrukking die haar zoons goed kenden. Ze was soms teerhartig, maar ze kon ook ongeduldig als een kind zijn.
'Nakur?' vroeg Caleb nog eens.
'Hij mist hem,' beaamde Miranda. 'Meer dan hij aan ons wil laten merken. Die vagebond met zijn kromme beentjes had een unieke geest, en zelfs als ik woest op hem was kon hij me nog aan het lachen maken.' Ze zweeg, wendde zich af en wenkte haar zoons mee de heuvel af naar de villa. 'In de tien jaar sinds zijn dood heeft je vader het zo'n één of twee keer per maand over Nakur. Maar in de afgelopen week heeft hij zeker zes keer over hem gepraat. Hij heeft iets aan zijn hoofd, iets nieuws en onrustbarends.'
Villa Beata, 'het Gezegend Huis', was in de loop der jaren uitgedijd. Het grote vierkante huis domineerde nog altijd het hart van de vallei waarin het stond, maar eromheen waren andere gebouwen neergezet om onderdak en studieruimte te bieden aan de studenten die Puc had gerekruteerd. Miranda, Caleb en Magnus liepen over een lang, kronkelend pad omlaag naar wat ooit de tuin van de woning was geweest; nu werd die aan de noord- en zuidkant geflankeerd door barakachtige studentenonderkomens.
'Als vader nieuwe onrust verwacht, dan heeft hij daar tegen mij of iemand anders niets over gezegd, voor zover ik weet,' zei Magnus.
Caleb beaamde dat. 'Ik heb ook niets gezien of gehoord wat erop wijst dat onze huidige rust in gevaar is.'
'Er is altijd gevaar,' zei Miranda, 'alleen zien we het soms gewoon niet aankomen.'
Caleb glimlachte zwijgend. Hij had samen met zijn broer en twee jongere magiërs de taak gekregen om de inlichtingen te coördineren die werden verzameld door de talloze agenten van het Conclaaf der Schaduwen, van wie er velen op hoge posities in de grootste landen op Midkemia werkten. Er waren meldingen over politiek gemor in het Koninkrijk der Eilanden, maar dat kwam zo vaak voor dat het niet als een belangrijke zorg werd gezien. In Kesh was het ongebruikelijk rustig en de adel van Roldem bleef comfortabel op hun eiland zitten, overtuigd van hun eigen superioriteit.
Ze gingen de villa binnen en liepen naar de gezinskamers, nu alleen nog bewoond door Puc en Miranda sinds hun zoons volwassen waren geworden. Caleb woonde in de buurt met zijn vrouw, in een huisje dat Miranda voor hen had gebouwd toen haar zoon voor het eerst met Marie naar Tovenaarseiland kwam. Magnus woonde nog in de studentenvleugel van het grote landgoed, om in de buurt te zijn voor het geval hij in afwezigheid van zijn vader nodig was.
Zittend in haar lievelingsstoel, een groot houten geval met een beklede zitting en rugleuning, zei Miranda: 'Je vader wordt al jaren geplaagd door nog iets anders dan Nakurs dood.' Ze keek naar haar 'jongens'; alleen Caleb zag er zo oud uit als hij was, nu van middel bare leeftijd, terwijl Magnus er ondanks zijn sneeuwwitte haren en zijn leeftijd nog bijna net zo uitzag als toen hij een twintiger was. Zo te zien begrepen haar beide zoons niet waar ze het over had.
'Niemand kent jullie vader zoals ik,' zei Miranda. 'Ja, hij is een man met een groot gevoelsleven en diepe overtuigingen, zoals jullie allebei weten.' Ze wees eerst naar Magnus en toen naar Caleb. 'Maar wat jullie niet weten, is wat er met hem is gebeurd voordat jullie geboren waren, tijdens de oorlog tegen het leger van de Smaragden Koningin. Het kostte hem bijna zijn leven toen hij werd verrast door de magie van de demon.' Ze wendde haar blik af bij de herinnering. 'Ik krijg hem niet zover dat hij me veel over die tijd vertelt, behalve dat hij bijna dood was en dat alle genezers die er te vinden waren koortsachtig werkten om hem te redden. Maar daarna was er iets in hem veranderd.
Nakurs dood...' Ze onderbrak zichzelf. 'Natuurlijk was hij daar verdrietig om, maar dit is geen...' Weer zweeg ze even om haar woorden zorgvuldig te kiezen. 'Het is meer dan weemoedige spijt. Jullie vader is de meest complexe man die ik ooit heb gekend. Hij ziet dingen, weegt opties af en maakt keuzes voordat de meeste andere mensen zelfs maar begrijpen wat ze eigenlijk zien. Zijn geest werkt op manieren die ik bij lange na niet begrijp. O, de meeste magische disciplines' - ze keek naar Magnus - 'herken ik wel, maar verder...'
Ze zoog haar adem naar binnen toen ze besefte dat ze haar zorgen nog altijd niet beter onder woorden had gebracht dan tien minuten geleden.
Caleb was degene die de stilte verbrak. 'Hij wacht op de andere laars.'
'Huh?' zei Magnus.
'Een oude uitdrukking, "wachten tot de andere laars ook valt".' Zijn oudere broer scheen het nog altijd niet te begrijpen. 'Komt doordat je sandalen draagt, denk ik,' zei Caleb glimlachend. 'Stel dat je in een herberg bent, en iemand in de kamer boven die van jou schopt zijn laarzen uit voordat hij naar bed gaat. Je hoort die eerste laars de vloer raken, en je wacht tot je ook de tweede hoort voordat je geest weer verder kan gaan met waar hij tot dan toe mee bezig was.'
Magnus knikte. 'Hij komt inderdaad af en toe afwezig over.'
'Verstrooid,' zei zijn moeder. 'Hij verbergt het goed voor ieder een, behalve voor mij.'
'Misschien verwacht vader iets?' opperde Magnus. Hij keek uit het raam naar de warme middagzon. 'Nou ja, zoals je al zei, hij verbergt het goed.'
Caleb haalde zijn schouders op. 'Waarom vraag je het hem niet gewoon?'
'Denk je dat ik dat niet heb gedaan?' Ze stond op, liep naar haar jongste zoon toe en keek hem in de ogen. 'Hij draait heel handig om de hete brij heen als hij me iets niet wil vertellen.' Ze glimlachte spijtig. 'Ik vertel hem altijd dat hij zich met zijn eigen zaken moet bemoeien en mij met rust moet laten, maar hij is wat diplomatieker in zijn ontwijken.' Met een geërgerd geluid voegde ze eraan toe: 'Ik vind het vreselijk als hij dat doet!'
Haar zoons lachten. Hun ouders hielden ontzettend veel van elkaar, maar zowel Magnus als Caleb was zich ervan bewust dat het huwelijk tussen hun ouders soms op gespannen voet stond. Hun moeder had een sterke wil en ze was ouder dan haar man, hoewel het leeftijdsverschil eigenlijk puur theoretisch werd nu beide ouders meer dan een eeuw oud waren. Toch wisten ze allebei dat hun vader nog ergens anders mee zat.
Puc had een heleboel verantwoordelijkheden op zijn schouders genomen in de jaren sinds hij van de inmiddels verdwenen wereld Kelewan naar Midkemia was teruggekeerd. Eerst had hij een einde gemaakt aan de vreselijke oorlog tussen de Tsurani en het Koninkrijk der Eilanden, en daarna had hij de kolonie van magiërs gesticht die Sterrewerf werd genoemd.
'Hij is vaker naar Sterrewerf geweest dan normaal,' zei Magnus.
Toen het politieke gekonkel in Sterrewerf hem te veel werd, was hij stilletjes zijn eigen school hier op Tovenaarseiland begonnen. De buitenwereld beschouwde het eiland als een verdoemde plek en schepen uit alle naties voeren er in een grote boog omheen; iets wat Puc bevorderde met handig ingefluisterde geruchten en af en toe een angstaanjagend toneelstukje als een schip te dichtbij kwam.
Puc stond op het punt zijn droom waar te maken: een plek te creëren zoals hij Sterrewerf oorspronkelijk bedoeld had, een academie waar magiërs konden studeren en hun kunsten beoefenen, in formatie konden uitwisselen en een schat aan kennis konden verzamelen die zou worden doorgegeven aan toekomstige generaties van magiegebruikers. Dit was het mandaat dat hij als zijn persoonlijke erfgoed wilde nalaten; Puc wenste een toevluchtsoord te perfectioneren voor lieden die vrij wilden zijn van bekrompen politiek en de onverdraagzaamheid van bijgeloof. Een plek waar studenten werden doordrongen van het verlangen om anderen te dienen en van nut te zijn in plaats van hun talenten aan te wenden voor persoonlijke roem, winst of overheersing.
'Ik zie dat als een zoveelste teken van zijn bezorgdheid,' zei Miranda. 'Hij neemt normaliter amper de moeite om hen te bezoeken, behalve als hij wordt opgeroepen. Hij is vrij ingenomen met de huidige politieke situatie.'
'Daar had hij goede reden toe,' zei Caleb. 'Die afgevaardigde uit het Koninkrijk die met die onzin kwam... Wat zei hij ook alweer?'
'Zodra vader ontdekte dat het er weer om draaide dat we trouw moesten zweren aan het Koninkrijk, wimpelde hij hem af,' bracht Magnus hun in herinnering.
Miranda knikte. 'Hij liet die man niet eens uitpraten. Hij heeft het mij niet verteld, maar de vorige keer dat ik in Sterrewerf was schepte een van de studenten er een vals genoegen in te vertellen hoe de afgevaardigde van het Koninkrijk ineens in het meer lag, ongeveer honderd meter van de haven van Landreth vandaan.'
Caleb lachte. 'Ik neem aan dat die arme man kon zwemmen, anders zouden we nu in oorlog zijn met het Koninkrijk. Koningen nemen het over het algemeen niet goed op als je hun afgevaardigden verdrinkt.'
'Ze zouden nooit openlijk een oorlog tegen Sterrewerf beginnen,' weersprak Magnus. 'Ze zijn nog altijd te bang voor magie, en met zoveel magiërs...' Hij maakte zijn zin niet af.
'De mannen van de koning zijn vaak dom, maar ze zijn zelden suïcidaal,' zei Miranda.
Puc had enkele bittere lessen geleerd aan de Academie. Hij had uiteindelijk het dagelijks bestuur over Sterrewerf overgedragen aan degenen die daar woonden. Dit tot woede van het Koninkrijk der Eilanden, dat het eiland in het midden van het Grote Sterremeer als een van hun kleinere pachtgoederen zag, hoewel het hun eigen politieke doelen diende om het tot de status van hertogdom te verheffen. In het zuiden had het Keizerrijk Groot Kesh geprobeerd hun belangen veilig te stellen door vele jonge beoefenaars van magie over te halen hun toevlucht te zoeken in Sterrewerf en toch loyaal te blijven aan het keizerrijk. De twee broers, Watoom en Korsh, waren er bijna in geslaagd de meerderheid van studenten ervan te overtuigen dat Kesh' aanspraak op het eiland wettig was. Alleen Nakurs tijd op de Academie en zijn oprichting van een derde groepering, die hij grappend de Blauwe Ruiters had genoemd ter ere van een schitterend paard en een blauwe mantel van de keizerin zelf, herstelde een wankel evenwicht en hield de broers tegen, van wie Puc er nu lang na hun dood van overtuigd was dat het keizerlijke agenten waren geweest.
Hij was af en toe op bezoek gegaan bij de Academie, altijd met twee doelen. Ten eerste wilde hij dat niemand daar vergat dat hij nog altijd officieel de baas op het eiland was, hoewel hij zijn aanspraak op de adellijke titel van het Koninkrijk had afgezworen. Ten tweede wilde hij contact onderhouden met een handvol agenten van het Conclaaf en een oogje houden op wat het bestuurstriumviraat - de huidige leiders van de drie groeperingen - uitspookte.
'De Hand van Körsh' was de meest conservatieve groep, maar ze waren even fel gekant tegen een voortzetting als provincie van het Keizerrijk als tegen aansluiting bij het Koninkrijk. Maar ze zagen ook alle niet-magiegebruikers, en iedereen buiten hun eigen groepering, als mogelijke vijanden.
'De Staf van Watume' was gematigder in hun beleid ten opzichte van buitenstaanders, maar ze hadden ook een overduidelijk pro-Keshisch wereldbeeld.
Puc bleef ingenomen met de Blauwe Ruiters, want hun leider schap leek altijd een weerspiegeling van Nakurs enigszins gestoorde standpunten betreffende magie. Veel van hen hadden zijn idee over genomen dat magie eigenlijk helemaal niet bestond, dat er alleen geheimzinnig 'spul' bestond dat door iedereen kon worden gemanipuleerd als je er maar een zekere mate van bekendheid mee op bouwde. Zij waren de groep die bijna geheel verantwoordelijk was voor het rekruteren van nieuwe studenten, terwijl de conservatieve re groeperingen wachtten tot er iemand die aan hun strenge toelatingseisen voldeed in Sterrewerf arriveerde. Puc was altijd dankbaar voor hun kortzichtigheid, want daardoor hadden de Blauwe Ruiters meer kansen om de bevolking van het eiland in evenwicht te hou den.
'Als vader daar vaker naartoe gaat,' zei Caleb, 'dan is er vast iets mis. Ofwel hij waarschuwt onze agenten dat ze alert moeten zijn voor het een of ander, of ze hebben hem verteld dat er al iets aan de hand is.'
'Nee,' zei Magnus, 'dan zou hij wel iets tegen ons hebben gezegd.' Hij keek uit het raam toen de wind de bladeren van de oude bomen, die het gebouw beschutten tegen de middagwarmte, in beweging zette. 'Nee, het gaat om iets anders.'
Moeder en twee zoons zwegen terwijl ze zich afvroegen wat Puc zo verontruste dat ze het allemaal merkten, ondanks zijn pogingen om zijn onrust te verbergen. Uiteindelijk stond Miranda op. 'Nou, van één ding kunnen we zeker zijn: als je vader vindt dat het tijd is om zijn zorgen met ons te delen, zal hij volkomen eerlijk zijn, en dan kun je er ook op rekenen dat het om een heel groot probleem gaat.'
Ze verliet de kamer en de twee broers keken elkaar knikkend aan, want ze wisten dat hun moeder het waarschijnlijk afzwakte. Wat het ook was dat hun vader bezighield, het was waarschijnlijk eerder een ramp dan een probleem.
Puc beëindigde de les en pakte de weinige spullen die hij had gebruikt om demonstraties te geven. Hij wist dat zijn gezin hem al een tijdje in de gaten hield, en hij was bijna zeker van de reden. Hij had geprobeerd enkele grote zorgen voor hen verborgen te houden, maar dat was kennelijk mislukt. Vandaag wilde hij er echter niet aan denken dat de situatie misschien nog wel erger was dan hij al vermoedde. Vandaag zou hij eindelijk het hoofd bieden aan de oorzaak van zijn bezorgdheid: een oproep van het Orakel van Aal.
Maar het was meer dan de boodschap, het ging ook om de ma nier waarop die was aangekomen; het ene moment was Puc alleen geweest in zijn werkkamer, notities makend tot diep in de nacht, en het volgende moment had er een gestalte in een witte mantel naast hem gestaan. Zodra hij de man zag, had hij hem herkend als een van de partners of metgezellen van het Orakel. Conventionele menselijke concepten waren bij hen alleen bij benadering juist. Voor de Aal was hun geslacht iets wat ze hadden geërfd, hun lichamen waren die van mensen, dus hun fysieke gestalte was vertrouwd, maar hun geest en gedachten waren bovenmenselijk. Puc was aanvankelijk op zijn hoede geweest, want het Orakel had het stervende lichaam van een grote draak overgenomen. Haar gouden schubben waren in het heetst van de strijd door razende magie versmolten met een over daad aan edelstenen. Dit was gebeurd toen de draak en de berijder, Tomas, erfgenaam van de macht van de Valheru, streden tegen het gevaarlijkste wezen dat bestond: een opperdrocht.
Die strijd was meer dan een eeuw geleden, maar voor Puc had het evengoed gisteren kunnen zijn. Hij kon nog altijd levendige herinneringen oproepen aan de chaos die hem had omringd, aan Macros de Zwarte en de twee Tsuranimagiërs die samen met hem hadden geprobeerd de terugkeer van de Valheru, de Drakenheersers, op Midkemia te stuiten.
Die strijd onder de reeds lang verlaten stad Sethanon was nog maar de eerste geweest van vele ontmoetingen met agenten van de Naamloze, Nalar, God van het Kwaad; het brein achter de Chaosoorlog en de daaropvolgende slagen die door Puc en zijn bondgenoten waren geleverd.
Hij bleef even staan om zijn gedachten te ordenen. Het vreemdste aan de oproep was niet de persoonlijke aflevering ervan, maar dat hem niet was gevraagd om ogenblikkelijk te komen. Hij had een uitnodiging ontvangen om over bijna een maand voor het Orakel te verschijnen. En nu was die dag eindelijk aangebroken.
Puc overwoog Miranda te laten weten wat er speelde, maar om de een of andere reden leek het hem beter om eerst te horen wat het Orakel te zeggen had en pas daarna de woede van zijn vrouw over zich af te roepen. Ze zou anders beslist met hem mee willen gaan, maar noch haar naam, noch die van Magnus was genoemd.
Bovendien waren zijn eerdere ontmoetingen met het Orakel al tijd kort geweest; de langste had amper een halfuur geduurd. Hij zou voor het avondeten weer thuis zijn.
Tien jaar lang oefende hij zichzelf er al in zich te verplaatsen zonder gebruik te maken van de Tsuranibollen, aangezien die steeds zeldzamer werden sinds de vernietiging van Kelewan. Enkele ambachtslieden van Kelewan waren verhuisd naar LaReu, maar de meesten die de vernietiging van hun planeet hadden overleefd woonden nu op Nieuw Kelewan.
Hoewel hij het nooit zou toegeven, vond Puc het verschrikkelijk dat zijn vrouw zichzelf zo moeiteloos naar plekken kon verplaatsen die ze amper kende, terwijl hij er al zijn concentratie voor nodig had.
Maar de kamer van het Orakel was uniek, en hij was er in de loop der jaren vele keren geweest. Het zou hem weinig moeite moeten kosten om daar nu naartoe te gaan. En dit was het moment om te vertrekken.
Puc sloot zijn ogen en richtte zijn wil erop om naar die kamer te gaan.
Toen hij daar verscheen, hoorde hij de stem van het Orakel in zijn geest. Welkom, tovenaar. Je bent perfect op tijd.
Toen Puc zich omdraaide om naar de schitterende, met edelstenen bezette gouden draak te kijken, galmde er een gekrijs door de kamer, zo luid dat haar dienaren hun handen over hun oren sloegen.
Er verscheen iets tussen Puc en het Orakel in. Eerst was het een schimmige vorm, die snel uitgroeide tot een gestalte. Een demon, minstens twintig voet lang, bleef even roerloos staan, gedesoriënteerd door de magie die hem hierheen had gebracht. Maar zijn verwarring duurde maar kort. Hij keek snel om zich heen, concludeer de dat de kleine gestalten om hem heen weinig gevaar opleverden en richtte zijn aandacht op het Orakel.
Met een brul die door de enorme zaal weerkaatste sprong de demon op de grote gouden draak af.