Hoofdstuk 23
‘Het duurt nu al een week,’ zei Rafael gefrustreerd. ‘Een week, en ze wil nog altijd niets van me weten, laat staan met me praten.’
Silas grinnikte. ‘Je hebt wel uithoudingsvermogen, vriend. Dat moet ik je nageven. De meeste mannen zouden inmiddels met de staart tussen de benen zijn vertrokken. Het verbaast me nog steeds hoe je Laura aan jouw zijde hebt weten te krijgen. Geen idee of je nu de domste of de gelukkigste man op deze aardkloot bent.’
Bryony sloot zich al dagen op in haar cottage. Haar grootmoeder ging iedere dag even langs om te kijken of ze in orde was.
‘Ik ga niet weg.’ Rafael was vastbesloten. ‘Het kan me niet schelen hoelang het gaat duren. Ik hou van haar. Ik geloof dat ze ook nog steeds van mij houdt, maar ze is gekwetst. Ik neem haar niets kwalijk. Ik heb me als een hufter gedragen. Ik verdien haar niet, maar zij was degene die me duidelijk maakte dat ik kon veranderen. Ik ben veranderd en ik wil dat ze dat ziet.’
Silas legde een hand op Rafes schouder. ‘Op dit eiland hebben we een gezegde: ga ervoor of ga naar huis. Ik denk dat je ervoor moet gaan.’
Vragend keek Rafael hem aan. ‘Wat had je in gedachten?’
‘Het gaat er niet om wat ik in gedachten heb, het gaat erom wat je zelf denkt. Je hebt mij en Laura al verteld dat je je plannen voor het resort hebt laten varen, maar weet zij dat ook? Weet de rest van de eilandbewoners het al? Je zou een groots gebaar kunnen maken om voor eens en voor altijd te laten zien dat je veranderd bent.’
‘Oké, ik volg je.’
‘Volgens mij niet. Beleg een bijeenkomst voor eilandbewoners. Ik zal je helpen door uit te laten lekken dat je een belangrijke mededeling hebt over het resort. Geloof me, alle bewoners zullen komen opdagen. Mensen willen niets liever dan hun ergernissen kenbaar maken. Na twintig jaar als sheriff weet ik waar ik het over heb.’
‘Dat helpt niets als Bryony haar huis niet uit komt.’
‘Maak je niet druk. Laura en ik zullen ervoor zorgen dat zij ook komt. Ga jij je nu maar druk maken over een manier om je nederig op te stellen,’ antwoordde Silas met een grijns.
Rafael zuchtte. Hij keek er niet naar uit zijn persoonlijk leven te delen met een paar honderd eilandbewoners, maar als hij daardoor weer in contact kon komen met Bryony, was hij bereid zijn trots in te slikken.
‘Ben je helemaal gek geworden?’ riep Bryony uit. ‘Waarom zou ik willen luisteren naar zijn plannen voor het resort?’
‘Nou, Bry, je bent toch geen lafaard?’ Silas klonk geïrriteerd. ‘Inmiddels is iedereen wel op de hoogte van wat er is gebeurd. Niemand neemt je iets kwalijk.’
‘Het kan me niet schelen wat mensen over me denken!’
‘Wat is het probleem dan?’ vroeg Mamaw.
‘Ik wil hem niet zien. Begrijpen jullie dat niet? Hebben jullie enig idee hoeveel pijn het me doet hem te zien?’
‘Het beste wat je kunt doen, is met opgeheven hoofd verschijnen. Hoe sneller je je eroverheen zet, des te sneller je weer eens uit dat huis van je komt. Zie het als een pleister. Die kun je ook beter in één ruk eraf trekken.’
‘Oké, ik ga erheen. Als ik het doe, willen jullie me dan eindelijk met rust laten? Ik weet dat jullie bezorgd zijn, maar dit is gewoon niet gemakkelijk voor me.’
Haar grootmoeder gaf haar een dikke knuffel. ‘Vanaf vandaag zal alles beter worden. Je zult het zien.’
Bryony was er nog niet zo van overtuigd. Toch liet ze zich meesleuren naar het gemeentehuis, waar de bijeenkomst gehouden werd. Het was al aardig druk. Silas liet haar plaatsnemen op de voorste rij. Het kostte haar alle moeite om niet heel hard weg te rennen.
Een paar minuten later verscheen de burgemeester. Hij stak zijn handen in de lucht om het publiek tot stilte te manen. Het geroezemoes nam niet af, dus schraapte hij luid zijn keel. Tegen Bryony had hij altijd al geklaagd dat hem weinig respect ten deel viel van zijn burgers. Silas schoot hem uiteindelijk te hulp. Hij stapte naar voren en riep: ‘Stilte! De burgemeester wil jullie aandacht!’
Toen het eindelijk stil werd, wierp de burgemeester Silas een misnoegde blik toe en richtte zich vervolgens met een stralende lach tot het publiek. ‘Onze gast van vandaag is Rafael de Luca van Tricop Investment Opportunities. Hij gaat praten over de lap grond die hij onlangs heeft aangekocht. Geef hem jullie onverdeelde aandacht, alstublieft.’
Bryony moest zich beheersen om zich niet af te wenden in afwachting van zijn komst. Opnieuw begonnen de aanwezigen te mompelen. Ten slotte hoorde ze zijn voetstappen op het middenpad. Toen hij het podium op stapte, werd ze verrast door zijn verschijning. Hij droeg een spijkerbroek en een T-shirt. Bovendien zag hij er moe en afgepeigerd uit. Hij had zijn haren niet gekamd en zich niet geschoren. De donkere wallen onder zijn ogen en de grauwe tint van zijn huid waren haar nooit eerder opgevallen.
Hij schraapte zijn keel, keek de zaal rond en richtte zijn blik tot slot op haar. Hij zag er nerveus uit, al was dat vrijwel onmogelijk voor zo’n zelfverzekerde zakenman als hij.
‘Ik ben naar dit eiland gekomen voor één ding,’ begon hij schoorvoetend. ‘Ik wilde het stuk grond kopen dat Bryony Morgan te koop had staan.’
In de zaal klonken wat verwensingen, maar hij liet zich niet uit het veld slaan.
‘Toen duidelijk werd dat ze voorwaarden stelde aan de verkoop, besloot ik haar te versieren. Ik was bereid alles te doen om haar te laten geloven dat ik me aan die voorwaarden zou houden, zonder dat ze op papier werden gezet.’
Bryony wilde opspringen, maar haar grootmoeder greep haar bij haar arm met een verrassende kracht. ‘Blijf zitten en luister, Bryony. Laat hem zijn verhaal afmaken.’
‘Ik ben niet trots op wat ik heb gedaan,’ vervolgde Rafael. ‘Het was alleen onlosmakelijk verbonden met de man die ik toen was. Ik had niet het plan eerder terug te keren naar Moon Island dan het tijdstip waarop de bouwwerkzaamheden van het resort van start zouden gaan. Op de terugreis naar New York crashte mijn vliegtuig. Ik heb weken nodig gehad om te herstellen van mijn verwondingen. Bovendien bleek ik een deel van mijn geheugen kwijt te zijn. De gebeurtenissen op dit eiland kon ik me niet meer herinneren. Toch ben ik dankbaar voor dat ongeluk. Het heeft mijn leven veranderd.’
De zaal werd volkomen stil. Alle aanwezigen leken op het puntje van hun stoel te gaan zitten om te horen wat hij nog meer te zeggen had.
‘Samen met Bryony ben ik hier teruggekomen in de hoop mijn geheugen terug te krijgen. Ik werd verliefd op het eiland. En op Bryony. Deze keer was het menens. Meerdere keren vertelde ze me dat ik kon veranderen, dat ik kon worden wie ik wilde zijn. Ze had gelijk. Ik wil niet langer de man zijn die ik was. Ik wil iemand zijn op wie ik trots kan zijn, iemand op wie zij trots kan zijn. Ik wil de man zijn van wie zij houdt.’
Tranen welden op in Bryony’s ogen. Ze vouwde haar handen in haar schoot. Haar grootmoeder pakte ze en begon ze geruststellend te masseren.
‘Ik heb besloten Bryony het stuk grond terug te geven. Ze mag ermee doen wat ze wil. Ze mag het aan de gemeente schenken, ze mag er een pretpark op bouwen. Voor mijn part maakt ze er haar eigen toevluchtsoord van. Het kan me niet schelen. De enige die me kan schelen, is zij. En ons kind.’
Zenuwachtig stapte Rafael van het podium af. Hij ging voor haar staan, zakte op zijn knieën, reikte naar haar hand en verstrengelde zijn vingers met de hare, zoals hij honderden keren had gedaan. ‘Ik hou van je, Bryony. Vergeef me. Trouw met me. Zeg dat je een betere man van me wil maken. Ik wil de rest van mijn leven die man voor je zijn, en voor onze kinderen.’
Huilend sprong ze op uit haar stoel en sloeg haar armen om hem heen. Ze begroef haar gezicht in zijn nek en snikte met lange, luidruchtige uithalen.
Hij greep haar stevig vast alsof ook hij op punt van instorten instorten stond. Hij kuste haar oor, haar wang, haar voorhoofd. Om hen heen begonnen mensen te joelen en te applaudisseren, maar Bryony en hij hoorden niets meer.
‘Geef me je antwoord alsjeblieft, schat,’ fluisterde hij in haar oor. ‘Kwel me niet langer. Zeg niet dat ik je voorgoed kwijt ben. Geef me nog een kans.’
Ze kuste hem en streek met haar hand langs de stoppels op zijn wang. Hij zag er moe uit, en eigenlijk net zo beroerd als zij zich de afgelopen week had gevoeld. ‘Je bent de man die ik wil, Rafael. Ik hou van je. Ja, ik wil met je trouwen.’
Hij sprong op, tilde haar op en schreeuwde: ‘Ze zegt ja!’
De menigte juichte. Zonder gêne begon grootmoeder te sniffen, en nadat Silas haar een zakdoek had aangereikt, snoot ze hard haar neus.
Voorzichtig zette Rafael Bryony weer op de grond, maar hij hield zijn armen stevig om haar heen, alsof hij haar nooit wilde laten gaan, al was het slechts voor even. ‘Het spijt me, Bryony,’ zei hij oprecht. ‘Het spijt me dat ik tegen je heb gelogen, je heb gekwetst. Als ik de tijd kon terugdraaien zou ik het doen.’
‘Ik ben blij dat dat niet kan,’ antwoordde ze. ‘Toen ik net naar je zat te luisteren, realiseerde ik me dat als de dingen niet zo waren gelopen, je nu niet hier zou zijn. Het belangrijkste is dat je van me houdt. Vandaag. En morgen.’
‘Ik zal alle dagen van mijn leven de volgende dag ook nog van je houden,’ beloofde hij plechtig.
Bryony keek om zich heen en constateerde dat de eilandbewoners langzaam het gebouw verlieten. Ook haar grootmoeder en Silas hadden zich discreet uit de voeten gemaakt.
‘Wat ga je nu doen, Rafe? Ik was naar New York gegaan om je te vertellen dat ik geen problemen meer had met je plannen. Als je de boel nu afblaast, wat betekent dat dan voor de zaak?’
‘Ryan, Devon en Cam staan achter me. Jij staat achter me. Dat is alles wat ik nodig heb. Toen ik vertrok, waren ze al bezig met plannen de deal op een andere manier te redden. Ik vermoed dat ze op zoek zijn naar een andere locatie. Het kan me ook niet schelen. Ik heb ze gezegd dat ik niet van plan was jou en mijn kind opzij te zetten voor geld. Jij en onze baby betekenen meer voor me dan wat dan ook. Ik meen het.’
‘Na het enorme spektakel dat je zojuist hebt aangericht, geloof ik je,’ plaagde ze.
‘Ik ben moe. Jij ook. Waarom gaan we niet naar jouw huis, kruipen in bed en gaan wat slapen. Ik kan niets heerlijkers bedenken dan je weer in mijn armen te houden.’
Even sloot ze haar ogen en liet zich meedrijven op het zalige gevoel van dit moment. Voor het eerst sinds dagen voelde ze de sluier van verdriet van zich afglijden. Ze voelde zich compleet gelukkig. Lachend pakte ze zijn hand en trok hem mee naar de uitgang. Buiten werden ze overgoten door het felle zonlicht, waarin alle zorgen leken te verdwijnen. Heel even hield ze haar pas in en richtte haar gezicht naar de zon. De warme stralen streelden haar wangen.
Toen ze weer naar Rafael keek, zag ze de intense liefde in zijn ogen. De heldere glinstering deed in niets onder voor de warme zonnestralen. Die blik zou ze nooit moe worden. In nog geen honderd jaar.
‘Laten we naar huis gaan,’ zei ze.
Hij lachte, nam haar hand en dirigeerde haar naar de auto die op hen stond te wachten.
Volg Harlequin op
Facebook
www.facebook.com/harlequin.boeken