Hoofdstuk 19
‘Het werd hoog tijd dat je hierheen kwam,’ zei Cam nors nadat hij uit de auto was gestapt om Rafael te helpen zijn bagage in te laden. ‘Devon is al sinds je vertrek over zijn toeren. Je besluit tot uitstel maakte hem woest. Copeland heeft hem in zijn macht door zijn eis dat Devon met zijn dochter trouwt. En Ryan heeft zitten broeden op rapporten van zijn privédetective. Ik zweer je dat niemand zijn kop er nog bij houdt. Behalve ik. Vrouwen zijn een ramp.’
‘Cam,’ zei Rafael vriendelijk, het portier aan de passagierskant openend.
Met een ruk keek Cam op. Hij wachtte met instappen. ‘Wat?’
‘Hou je mond.’
Grommend stapte Cam achter het stuur en mompelde iets over verstrengeling van belangen, zaken en vriendschap.
Rafael rolde met zijn ogen.
‘Wat is er in vredesnaam aan de hand, Rafe? Dev zegt dat je koudwatervrees hebt gekregen.’
‘Ik heb geen koudwatervrees. Ik denk alleen dat er een andere manier moet zijn om de deal door te laten gaan. Dus zonder de grond op Moon Island te hoeven gebruiken.’
Cam vloekte opnieuw. Hij werd stiller naarmate het verkeer drukker werd. Roekeloos voegde hij in en uit. Rafael greep zich zo stevig vast aan het portier dat hij er witte knokkels van kreeg. Iedereen die een ritje met Cam in de auto maakte, had recht op gevarengeld. Niet dat Cam vaak reed, want hij had een chauffeur, zodat hij zelfs in de auto tijd overhield om zaken af te handelen.
Rafael vermoedde dat Dev hem had overgehaald om in zijn eentje Rafael van het vliegveld te halen.
‘Dus je herinnert je nog altijd niets?’ vroeg Cam toen ze voorbij een lastig knooppunt waren.
‘Nee, niets.’
‘En toch geloof je haar? Heb je al een DNA-test aangevraagd?’
‘Het doet er niet toe wat er in het verleden is gebeurd. Ik hou nu van haar,’ antwoordde Rafael kalm.
In de auto hing een paar minuten een doodse stilte. Alleen de geluiden van het verkeer drongen door.
‘En de deal over het resort?’ vroeg Cam ten slotte.
‘We moeten dit op een andere manier oplossen. Dat is de reden waarom ik hier ben. We moeten dit oplossen, Cam. Mijn toekomst hangt ervan af.’
‘Fijn dat je je zo’n zorgen maakt over je eigen toekomst en niet die van ons,’ snauwde Cam.
‘Dat is onder de gordel, man,’ zei Rafael nijdig. ‘Als ik niets om jullie gaf, zou ik hier niet zijn. Dan zou ik de gewoon de zaak hebben afgeblazen en de investeerders hebben verteld dat ze naar de maan konden lopen.’
‘En jij vraagt je af waarom ik de vrouwen heb afgezworen? Ze zijn goed voor seks. Geef ze een vinger meer, en ze hakken je ballen eraf. Vervolgens kun je geen kant meer op.’
Rafael grinnikte. ‘Ik kijk uit naar de dag waarop ik je mag herinneren aan je eigen woorden. Of nog beter, ik kan niet wachten om de vrouw te ontmoeten die jou je ballen afhakt.’
‘Luister, ik begrijp gewoon niet wat er is veranderd. Vier maanden geleden wilde je niets liever dan de top bereiken, en nu opeens zegt het je niets meer.’
Voor het appartementencomplex van Rafael trapte Cam op de rem. ‘Misschien zijn mijn prioriteiten veranderd,’ antwoordde Rafael beheerst. ‘Hoe weet jij in vredesnaam wat ik wel en niet wilde vier maanden geleden? Ik kwam net bij uit een coma in mijn ziekenhuisbed.’
‘Je belde me de dag voor je vertrek van Moon Island. Je zei dat de deal gesloten was die dag en dat je naar New York zou komen. Ik vroeg je of je een goede vakantie had gehad omdat je maar liefst vier weken weg was geweest. Je zei dat sommige dingen de opoffering waard waren.’
Rafael wist niet meer wat hij moest zeggen. Hij had moeite om lucht in zijn longen te pompen. Zijn borst kromp ineen, en zijn hoofd begon heftig te bonken.
‘Rafe? Alles goed met je, man?’
Bewegingloze beelden flitsten door zijn hoofd als foto’s. Flarden uit het stuk geheugen dat hij verloren waande, schoten door zijn hoofd. In willekeurige volgorde. Zomaar uit het niets. Ze kwamen met zo’n supersonische snelheid voorbij dat hij er duizelig van werd.
‘Rafe, zeg iets,’ drong Cam aan.
Met moeite zwaaide Rafael het portier open en strompelde het trottoir op. Hij gebaarde naar zijn vriend om in de auto te blijven. ‘Het gaat wel. Laat me maar. Ik bel je later.’
Nadat hij zijn bagage uit de achterbak had getild, sjokte hij naar de entree. De portier zwaaide de glazen deur open en begroette hem opgewekt. Als een zombie liep hij naar de lift. Klunzig stak hij zijn kaart in de gleuf. Toen de lift eindelijk in beweging kwam, viel hij bijna voorover.
Ineens herinnerde hij zich zijn eerste ontmoeting met Bryony. De eerste keer dat ze de liefde bedreven, nee, dat hij seks met haar had. De dag op het notariskantoor, toen Bryony de overdracht ondertekende en hij haar de cheque overhandigde. De dag dat hij afscheid van haar had genomen.
De beelden flitsten zo snel voorbij dat hij moeite had ze bij te houden. Hij was misselijk en voelde zich gedesoriënteerd.
Toen de liftdeuren opengingen, kostte het hem de grootste moeite zichzelf naar zijn appartement te slepen. In de deuropening liet hij zijn bagage uit zijn handen vallen, waarna hij naar de bank in de woonkamer strompelde. Hij voelde zich zo ziek, zo overdonderd dat hij het liefst op dat moment zou sterven. Hij plofte op de bank en liet zijn hoofd in zijn handen zakken.
O, lieve hemel, Bryony zou hem dit nooit vergeven.
Hij kon het zichzelf niet eens vergeven.
‘Mamaw, zou het echt zo’n ramp zijn als hier een resort werd gebouwd?’ vroeg Bryony toen ze samen op de veranda zaten.
‘Je maakt je er veel te druk over, Bryony. Kijk naar wat goed is voor jou. Het is niet jouw verantwoordelijkheid om het hele eiland gelukkig te maken. Als dit resort iets is wat tussen jou en Rafael in staat, kijk dan naar wat het belangrijkst is voor jou. Is dat om de eilandbewoners gelukkig te maken of om zelf gelukkig te worden?’
‘Is het onredelijk van me te eisen dat hij zich aan zijn belofte houdt? Het leek destijds zo eenvoudig, maar hij blijkt ook zakenpartners en investeerders te hebben, die op hem rekenen. Dit is zijn handel, zo verdient hij zijn geld. En ik vraag hem dit allemaal op te geven omdat ik bang ben dat het ons leven zal veranderen.’
‘Die vraag kun jij alleen beantwoorden. We hebben ons heel wat jaren gelukkig kunnen wanen omdat de toeristenindustrie ons over het hoofd zag. Galveston kreeg alle vakantiegangers. We mogen er echter niet van uitgaan dat dit altijd zo zal blijven. Als Rafael het resort niet bouwt, doet iemand anders het wel. Waarschijnlijk zijn we beter af als Rafael het doet, want inmiddels kent hij de mensen en weet hij wat ons bezighoudt. Een buitenstaander zal het geen moer kunnen schelen wat jou of mij bezighoudt.’
‘Ik wil niet dat iedereen me gaat haten.’
‘Niet iedereen zal je haten,’ antwoordde haar grootmoeder geruststellend. ‘Rafael houdt van je. Ik hou van je.’
Plotseling voelde Bryony zich ongelooflijk stom. Ze sloot haar ogen en sloeg met een hand tegen haar voorhoofd. ‘Weet je wat? Je hebt gelijk, Mamaw. Het is mijn grond. Of liever, het wás mijn grond. Het was aan mij te beslissen wat ik ermee deed. Als al die mensen zo graag hadden gewild dat alles bleef zoals het was, hadden ze de handen ineen kunnen slaan en het land gezamenlijk kunnen kopen.’
‘Zo ken ik je weer, meisje. Word gewoon eens boos. Zeg ze op te donderen.’
‘Mamaw!’
Haar grootmoeder grinnikte bij het zien van de blik vol afschuw op het gezicht van haar kleindochter. ‘Je hebt jezelf lang genoeg in allerlei bochten gewrongen, lieverd. Eerst was je overstuur omdat hij vertrok. Toen was je ervan overtuigd dat hij nooit meer terug zou komen. Vervolgens ontdekte je dat je zwanger was en dompelde je jezelf in diepe rouw. En uiteindelijk kwam hij terug en was je weer gelukkig. Laat het je deze keer niet ontglippen. Deze keer heb je het zelf in de hand.’
Bryony leunde voorover en gaf haar grootmoeder een dikke knuffel. ‘Ik hou zoveel van je.’
‘Ik hou ook van jou, schat.’
‘Als je maar niet denkt dat ik mijn woorden over Silas terugneem.’
Haar grootmoeder lachte. ‘Laat Silas maar aan mij over. Hij weet best dat ik vroeg of laat zal bijtrekken. Hij lijkt zich erbij neer te leggen dat hij moet wachten tot ik besluit hem uit zijn lijden te verlossen. Ik ben oud. Misgun me mijn pleziertjes niet.’
‘O, ik wil zo graag bij je blijven. Ik wil dat je je achterkleinkind ziet.’
Geërgerd slaakte haar grootmoeder een diepe zucht. ‘Je doet alsof we elkaar nooit meer zullen zien. Die Rafael van jou is hartstikke rijk. Als zelfs hij het zich niet kan veroorloven je regelmatig hierheen te laten vliegen om mij te zien, wat heeft hij je dan te bieden? Je vraagt gewoon een vliegtuig als huwelijkscadeau. Dan kun je komen wanneer je wil.’
‘Wat ben je toch vreselijk geslepen. Maar je hebt gelijk. Ik doe gewoon veel te moeilijk, en dat alleen omdat ik verandering haat.’
‘Verandering doet een mens goed, houdt een mens jong en levendig. Verandering voorkomt dat het leven saai en voorspelbaar wordt.’
‘Volgens mij moet ik Rafael bellen om te zeggen dat het oké is om door te gaan met het resort. Het zal een last van zijn schouders zijn, ik weet het wel zeker.’
‘Stap in het vliegtuig en ga naar hem toe. Sommige dingen kun je beter onder vier ogen zeggen.’
‘Ik kan je niet alleen laten. Ik heb de dokter beloofd –’
‘Ach, lieve hemel. Het gaat prima met me. Ik bel Silas om te vragen of hij je naar het vliegveld brengt. Ik zal dan ook Gladys vragen of ze bij me kan blijven tot Silas terug is.’
‘Beloofd?’
‘Ik beloof het. Vooruit, kruip achter de computer om te kijken wanneer de eerste vlucht naar New York gaat.’