Hoofdstuk 3

‘Ben je nou helemaal gek geworden?’ Ryan was woest.

Rafe stopte even met ijsberen en keek naar zijn vrienden, die bijeengekomen waren in zijn kantoor. ‘Laten we het daar niet over hebben,’ antwoordde hij. ‘Ik ben niet zoals Ryan, die een zoektocht op touw zet naar de vrouw die hem besodemieterd heeft met zijn broer.’

Ryan draaide zich met een ruk om, stopte zijn handen in zijn zakken en staarde uit het raam.

‘Die was onder de gordel,’ murmelde Devon.

Rafael zuchtte. Devon had gelijk. Welke reden Ryan ook mocht hebben om zijn ex-verloofde te vinden, hij verdiende die opmerking niet. ‘Het spijt me, maat.’

Cam rekte zich uit in Rafaels directiestoel en plantte zijn voeten op het bureau. ‘Volgens mij zijn jullie allebei krankzinnig. Welke vrouw is het waard om zoveel ellende op je nek te halen?’ Hij vouwde zijn handen achter zijn hoofd en wierp een blik in de richting van Rafael. ‘Wat bezielt je in vredesnaam om samen met haar terug te gaan naar Moon Island? Wat hoop je daarmee te bereiken?’

Dat was een goede vraag. Rafe wist het niet zeker. Het enige wat hij wilde, was zijn geheugen terugkrijgen. Hij wilde weten wat hem zover had gebracht dat hij zich als een idioot had gedragen. Binnen een paar weken tijd zou hij niet alleen verliefd zijn geworden, maar ook nog een vrouw zwanger hebben gemaakt. Hij was vierendertig, en als hij de verhalen mocht geloven, had hij zich gedragen als een puber die voor het eerste in zijn leven een naakte vrouw had gezien. ‘Ze zegt dat we verliefd op elkaar waren.’

De drie mannen staarden hem aan alsof hij zojuist had aangekondigd celibatair te gaan leven. Op dit moment klonk dat niet eens als een slecht idee.

‘Ze zegt ook dat ze zwanger is van jou,’ vulde Devon aan. ‘Al met al is het wel veel wat ze beweert.’

‘Heb je de advocaat al gesproken?’ vroeg Ryan. ‘Ik word nogal zenuwachtig van deze situatie. Ze kan heel wat schade aanrichten bij deze deal als ze haar verhaal openbaar maakt. Als ze vertelt dat je haar zwanger hebt gemaakt en de rug hebt toegekeerd nog voordat de inkt op van het contract droog was, kom je er niet goed vanaf. Ook wij niet.’

‘Nee, natuurlijk heb ik Mario nog niet gesproken,’ mompelde Rafael. ‘Wanneer had ik dat moeten doen? Ik zal hem zo bellen.’

‘Hoelang denk je nodig te hebben voor die expeditie van je?’ vroeg Cam.

‘Zolang als nodig is.’

Devon keek op zijn horloge. ‘Hoe leuk ik het ook vind hier te blijven om me te verkneukelen over de laatste ontwikkelingen, ik moet weg. Ik heb een afspraak.’

‘Copeland?’ vroeg Cam met een grijns op zijn gezicht.

‘Staat die oude man er nog altijd op dat je zijn dochter trouwt in ruil voor die fusie?’ vroeg Ryan.

Devon slaakte een diepe zucht. ‘Ja. Ze is nogal opvliegend, en Copeland meent dat ik haar kan bedaren.’

Rafael kromp ineen en wierp zijn vriend een meelevende blik toe.

Cam haalde zijn schouders op. ‘Zeg hem dan gewoon dat de deal niet doorgaat.’

‘Zo erg is ze nou ook weer niet. Ze is gewoon jong… en uitbundig. Je kunt ergere vrouwen trouwen.’

Cam liet zijn voeten met een plof op de grond vallen. ‘Ik ga er ook vandoor. Laat ons wel even exact weten wanneer je vertrekt om jezelf te vinden, Rafe.’

Rafael knarste met zijn tanden en claimde zijn stoel terug toen Cam en Devon vertrokken waren. Ryan stond nog steeds bij het raam en draaide zich om.

‘Hé, nogmaals sorry van die opmerking over Kelly,’ zei Rafael. ‘Heb je haar inmiddels al gevonden?’

Ryan schudde zijn hoofd. ‘Nee, maar dat komt wel.’

Rafe begreep niets van Ryans vastbeslotenheid zijn ex-verloofde op te sporen nadat ze met zijn broer naar bed was geweest en hij haar het huis uit had gezet. Het hele drama had zich afgespeeld in de weken dat hij op Moon Island was geweest.

‘Herinner je je Bryony helemaal niet meer?’ vroeg Ryan.

Rafael tikte met een pen tegen de zijkant van zijn bureau. ‘Nee, helemaal niet. Voor mij is ze een vreemde.’

‘En jij vindt dat raar?’

‘Ja, natuurlijk is dat raar. Alles is raar aan deze situatie.’

Ryan ging met zijn rug tegen het raam staan en nam Rafael in zich op. ‘Jij meent dat als je hoteldebotel was van die vrouw, vier weken lang ieder moment van de dag met haar hebt doorgebracht, en haar tussen de bedrijven door ook nog zwanger hebt gemaakt, je op zijn minst iets van een déjà vu zou moeten krijgen?’

Rafael smeet de pen neer en draaide in zijn stoel tot zijn voeten de prullenmand naast het bureau raakten. ‘Ik begrijp waar je naartoe wilt, Ryan, en ik waardeer je bezorgdheid. Er is iets op dat eiland gebeurd. Ik weet niet wat, maar het draaide allemaal om deze vrouw. Ik moet terug, al is het maar om haar verhaal te kunnen weerleggen.’

‘En wat als ze de waarheid vertelt?’

‘Dan heb ik veel te doen.’

Bryony stond buiten het torenhoge kantorencomplex en staarde recht omhoog. Het moderne gebouw glinsterde in de heldere najaarszon. Een roodgekleurd boomblaadje dwarrelde op haar gezicht en streelde haar neus, waarna het zijn weg vervolgde naar de stoep, die vol lag met andere boomblaadjes. Bijna werd ze onder de voet gelopen door een haastige passant, die mompelend liet blijken niet blij te zijn met toeristen.

De stad beangstigde en fascineerde haar. Iedereen leek gehaast en druk. Niemand leek ook maar even stil te willen staan. Het krioelde van de mensen, auto’s, licht en lawaai. Hoe kon iemand het hier uithouden? Toch was ze bereid geweest deze stad te omarmen. Ze had geweten dat als ze een leven met Rafael wilde, ze moest wennen aan het leven in de stad. Dit was waar hij leefde en werkte, waar hij gedijde.

Aarzelend en onzeker stond ze nu voor het complex waar hij werkte. Het zaadje van twijfel was geplant en groeide met iedere ademteug. Ze vroeg zich af of ze op dit moment niet nog gekker was dan ze al was geweest. ‘Ik moet wel gek zijn om hem nog een keer te vertrouwen,’ mompelde ze in zichzelf.

Hm.. Maar wat als hij de waarheid vertelde? Als zijn bizarre en ongeloofwaardige verhaal waar bleek, dan had hij haar niet besodemieterd. Dan raakten haar beschuldigingen kant noch wal. Enerzijds voelde het als een opluchting, anderzijds wist ze niet wat ze moest denken of geloven.

‘Bryony is het toch, of niet?’

Enigszins gegeneerd dat ze nog altijd als een idioot omhoog stond te staren, draaide ze zich vliegensvlug om. Achter haar stonden twee mannen, die ze op Rafaels feestje had gezien. ‘Ik ben Bryony, ja.’

Een van de mannen lachte en stak zijn hand uit. ‘Ik ben Devon Carter, een vriend van Rafael. Dit is Cameron Hollingsworth.’

Cameron zei niets, bestudeerde haar slechts van top tot teen. Ze probeerde hem te negeren en richtte zich tot Devon. ‘Leuk jullie te ontmoeten.’

‘Kom je voor Rafe?’ vroeg Devon.

Ze knikte.

‘Zullen we je even brengen?’

Bryony schudde haar hoofd. ‘Nee, hoeft niet. Ik kom er wel. Ik wil jullie niet tot last zijn.’

Cameron wierp haar nogmaals een koele, keurende blik toe, die haar een enorm nederig gevoel gaf. Automatisch stak ze haar kin in de lucht en balde haar handen tot vuisten. Ze was allesbehalve een gewelddadig persoon, maar ze had in de afgelopen tijd heel wat gewelddadige fantasieën gehad. Op dit moment visualiseerde ze Cameron als een man die languit op de stoep lag.

‘Het is geen enkele moeite,’ zei Devon allervriendelijkst. ‘Het minste wat ik kan doen, is je naar de lift brengen.’

Vorsend keek ze hem aan. ‘Denk je dat ik de lift niet weet te vinden? Of ben je gewoon nieuwsgierig?’

Devon glimlachte nog altijd en leek niet aangedaan. Hij keek haar aan alsof hij wist dat zenuwachtig was. ‘Dan wens ik je nog een fijne dag.’

Ze slikte en wenste dat ze niet zo onbeleefd was geweest. Het was een van haar tekortkomingen in de aanval te gaan zodra ze het idee had dat ze in het nauw werd gedreven. Op die manier maakte ze geen vrienden. ‘Dank je, leuk je te ontmoeten,’ antwoordde ze, waarbij ze zoveel oprechtheid in haar stem legde dat ze het zelf bijna geloofde.

Devon knikte, maar Cameron leek niet onder de indruk.

Ze nam een diepe ademteug toen de mannen verdwenen waren en liep naar de draaideur van het kantorencomplex. Eenmaal binnen hield ze even halt om de prachtige lobby te bewonderen. De inrichting was een combinatie van oud en modern en had een weelderige uitstraling. Het kletterende water van de fontein in het midden kalmeerde haar. Ze miste de oceaan te midden van al die bedrijvigheid en drukte. Verlangend dacht ze aan de vrede en rust van Moon Island.

Plots voelde ze een steek in haar borst. Haar keel kneep zich samen. Door haar toedoen was het stuk familiegrond nu in handen van een man die vastbesloten was er een resort te bouwen. Niet dat ze tegen vooruitgang was, ze was zeker geen tegenstander van vrije handel en kapitalisme, maar het eiland waar zij was opgegroeid, was speciaal. Het was onaangeroerd gebleven. De families die er leefden, hadden er generatieslang gewoond. Iedereen kende elkaar. De ene helft van de bevolking was visser, de andere helft had de rust opgezocht na een arbeidzaam leven in steden als Houston en Dallas.

Het was een ongeschreven regel onder de eilandbewoners dat het eiland moest blijven zoals het was: een vredig en prachtig oord. Een paradijs voor mensen die wilden ontsnappen uit het haastige bestaan. Het leven voltrok zich er gewoon langzamer.

Door haar zou nu alles veranderen. Bulldozers en bouwvakkers zouden het eiland betreden en de buitenwereld binnen brengen. Hun leven zou drastisch veranderen.

Ze beet op haar lip en liep naar de lift. Hoe naïef had ze kunnen zijn? Pas nu ze van een afstand kon kijken naar de stormachtige relatie die ze had gehad met Rafael, besefte ze hoe stom ze was geweest. Destijds had ze niet helder nagedacht. Ze was weerloos geweest onder zijn aandacht, zijn aantrekkingskracht en het idee dat hij net zo gek was op haar als zij op hem.

Woest mepte ze op de liftknop voor de derde verdieping. Ze had heus wel overwogen een juridische clausule in het koopcontract te laten opnemen, maar ze was bang geweest hem zo te kennen te geven dat ze hem niet vertrouwde. Bovendien had hij haar ervan overtuigd het land alleen te willen kopen voor privégebruik. Hij had ook geen bedrijfsnaam gebruikt bij de koop. Op het koopcontract stond alleen zijn eigen naam. Ze had hem geloofd toen hij zei dat hij terug zou komen, dat hij van haar hield, bij haar wilde zijn.

Ze voelde zich zo stom dat ze niet eens in staat was eraan terug te denken. Ze was naar New York gekomen om Rafael te confronteren met zijn leugen, en nu beweerde hij zijn geheugen kwijt te zijn. Het kwam hem wel allemaal verrekt goed uit.

‘Laat hem alsjeblieft de waarheid vertellen,’ fluisterde ze in zichzelf. Als hij inderdaad aan amnesie leed, was het allemaal misschien niet zo erg als dat ze dacht.

Ze stapte uit de lift en liep naar de receptiedesk. ‘Heeft u een afspraak?’ vroeg de receptioniste met een glimlach.

Een afspraak? Het duurde even voordat ze zichzelf had hernomen. Ze knikte. ‘Rafael verwacht me.’ Haar stem klonk schor en onzeker, maar de receptioniste leek het niet op te merken.

‘Bent u Miss Morgan? Komt u maar mee. Mr. De Luca vroeg me u direct binnen te laten. Wilt u een kopje koffie of thee?’ De receptioniste liet haar blik over Bryony’s buik dwalen en voegde eraan toe: ‘We hebben ook cafeïnevrije koffie, als u dat liever wilt.’

Bryony glimlachte. ‘Dank u, ik hoef niets.’

De receptioniste opende een deur. Rafael keek op van zijn bureau. ‘Mr. De Luca, Miss Morgan is er.’

Rafael stond op en liep met grote passen naar de deur. ‘Dank je, Tamara.’

‘Kan ik iets voor u halen?’ vroeg ze beleefd.

Rafael schudde zijn hoofd. ‘Zorg ervoor dat we niet gestoord worden.’

De receptioniste knikte en sloot de deur achter zich.

Bryony keek Rafael aan. Hij was zo dichtbij dat ze hem kon ruiken. Even wist ze niet meer hoe ze zich moest gedragen. Ze kon boos zijn over het feit dat hij haar in de steek had gelaten, maar als hij zich haar echt niet meer kon herinneren, trof hem geen enkele blaam. Toch kon ze ook niet doen of er niets was gebeurd en zich in zijn armen werpen, met als gevolg dat de spanning tussen hen om te snijden was. Het liefst maakte ze zich acuut weer uit de voeten.

Hij staarde naar haar, zij staarde naar hem. Niemand zou op dit moment vermoeden dat ze samen een kind hadden gemaakt.

‘Voordat we verdergaan, is er nog iets wat ik moet doen,’ zei Rafael met een diepe zucht.

Vragend keek ze hem aan. ‘Wat?’

Hij deed een paar stappen naar voren en nam haar gezicht tussen zijn handen. Met één stap dichtte hij de ruimte tussen hun lichamen. Ze voelde zijn warmte, rook zijn geur.

‘Ik moet je kussen.’