Hoofdstuk 8

‘Voel je je goed genoeg om te reizen?’ vroeg hij tijdens het avondeten.

‘Rafe, nogmaals, het gaat goed met me.’

‘Misschien moet je toch nog even langs de verloskundige voordat we vertrekken.’

‘Ik beloof je dat ik naar mijn eigen arts ga zodra we terug zijn op het eiland. We kunnen gewoon vertrekken, tenzij jij nog iets te doen hebt. Ik wil best vooruit reizen.’

Hij fronste en legde zijn vork neer. ‘We gaan samen. Het is belangrijk dat we alles doen zoals de eerste keer. Misschien komt het me dan zo vertrouwd voor dat ik me weer dingen kan herinneren.’

‘Wat zegt je arts erover?’

Hoewel ze volledige privacy hadden aan hun tafeltje in het restaurant, keek hij spiedend om zich heen, alsof er voor hem niets ergers bestond dan dat iemand hem over privézaken hoorde praten. ‘Hij meent dat er een psychologische oorzaak aan ten grondslag ligt, maar waarom zou ik willen vergeten dat ik gelukkig en verliefd was? Het slaat nergens op. Er is zoveel dat ik niet begrijp. Ik wil terug naar het eiland om de man terug te vinden die ik daar was. De man van wie je hield en die van jou hield, is een volslagen vreemde voor me. En ik zeg dit niet om je te kwetsen.’

Bryony kneep zo hard in haar vork dat haar vingers gevoelloos werden. ‘Het mag duidelijk zijn dat we vreemden voor elkaar zijn,’ zei ze kalm. ‘Misschien bestaat die man niet eens. Misschien heb ik me hem verbeeld.’

‘Maar een kind verbeelden we ons niet. Hij of zij is maar al te reëel.’

Verdrietig schoof Bryony haar bord opzij. ‘Ons kind is niet het enige reële in onze relatie. Mijn liefde voor jou was reëel en oprecht. Ik vrees dat we er nooit achter zullen komen of jouw liefde voor mij ook oprecht was. Je ontkent daartoe in staat te zijn.’

Ze liet haar handen samengebald in haar schoot vallen. ‘Zeg eens eerlijk, Rafael, welke man moet ik geloven? De man die zegt dat ik zijn type niet ben of de minnaar die een paar weken lang iedere nacht in mijn armen lag? Wat je je morgen of overmorgen ook mag herinneren, ik zal altijd rekening moeten houden met het feit dat iets in jou rebelleert tegen het idee bij mij te zijn.’

Het was duidelijk dat haar woorden een snaar bij hem raakten. Zijn gezicht vertrok, zijn ogen werden donker. Hij spreidde zijn handen uit in een bijna hulpeloos gebaar. ‘Bryony, ik…’

‘Niet doen, Rafael. Maak het niet nog erger door te zeggen dat je het niet meende. Besef wel dat je niet het enige slachtoffer bent in deze situatie.’

‘Het spijt me,’ zei hij gemeend, waarna hij haar hand pakte en streelde. ‘Het spijt me echt heel erg. Ik ben vreselijk egoïstisch. Ik weet dat dit pijnlijk voor je is en niet gemakkelijk. Vergeef me.’

Bij het zien van de ernst in zijn ogen kromp haar hart ineen. Het liefst zou ze zich in zijn armen werpen en zich aan hem vastklampen. Ze wilde hem smeken haar nooit meer los te laten, maar het enige wat ze deed, was hem gefrustreerd aanstaren. ‘Wat als je je geheugen nooit meer terugkrijgt?’

‘Ik weet het niet.’

Ze leunde achterover en trok haar hand uit de zijne. Haar keel werd dichtgeknepen door verdriet, waardoor ze moeite had met ademhalen. ‘Wat heb je allemaal ingepakt?’ vroeg ze opeens luchtig en met een geforceerde glimlach.

Verward door de plotse wending van het gesprek, keek hij op. ‘Ik heb nog niets ingepakt.’

‘We gaan morgenvroeg al weg,’ zei ze verbaasd. ‘Wie weet hoelang je wegblijft. Wacht je er echt tot op de laatste minuut mee?’

Hij grijnsde. ‘Ik wist niet wat ik moest inpakken. Laatst had je het over zwemkleding en slippers.’

Iets van de spanning verdween uit haar lijf, en ze lachte. ‘Het water is nu te koud om te zwemmen, al is het nog vrij warm weer. We kunnen een korte broek en slippers voor je kopen, zoals de vorige keer. Je kunt niet de hele tijd in een pak rondlopen. Bovendien zullen je dure loafers geruïneerd worden.’

‘Ik vertrouw op jouw oordeel,’ mompelde hij. ‘Tenslotte zei je dat ik dat de vorige keer ook deed.’

‘Je bent er niet aan doodgegaan,’ plaagde ze. ‘Toen ik klaar was met je make-over, leek je niet meer zo’n duf zakenmannetje.’

‘Insinueer je nu dat ik duf ben?’ vroeg hij quasiboos.

‘Als je dat maar weet. Ongelooflijk duf.’

‘Deze keer wil ik niet opvallen. Ik wil mijn… probleem graag zo privé mogelijk houden.’ Hij speelde met zijn wijnglas en leek aandachtig te luisteren naar de muziek op de achtergrond. ‘Vertel eens, Bryony, hebben we ooit samen gedanst?’ Toen ze verrast haar hoofd schudde, stond hij op en pakte haar hand. ‘Laten we dat dan toch eens doen,’ stelde hij voor.

Gebiologeerd door de plotse heesheid in zijn stem liet ze zich door hem overeind trekken. Hij dirigeerde haar naar de dansvloer, liet zijn hand over haar rug glijden en trok haar naar zich toe. Ze sloot haar ogen en zuchtte van genot. Zijn lichaamswarmte omsloot haar, en zijn geur streelde haar neus. Ze ademde diep in om zijn wezen in haar ziel te kunnen bewaren. O, wat had ze hem vreselijk gemist. Zelfs in de tijd dat ze hem haatte, had ze ’s nachts wakker gelegen, terugdenkend aan hun vrijpartijen met op de achtergrond het geluid van de oceaan.

Haar hele lichaam was zich bewust van hem, terwijl ze samen over de dansvloer zwierden op het ritme van de zwoele klanken. Bezitterig hield hij haar tegen zich aan gedrukt, alsof hij de wereld wilde duidelijk maken dat ze van hem was. Ze vond het heerlijk zichzelf even te verliezen.

‘Je bent een interessant dilemma, Bryony.’

‘Dilemma?’ vroeg ze verbaasd.

‘Een raadsel, een puzzel. Een van de vele dingen waar ik de laatste tijd niet uit kan komen.’

Ze keek hem vragend aan.

‘Ik zweer je dat ik je me niets meer kan herinneren. Ik kijk naar jou, en je zegt me niets. Maar wanneer je dicht bij me bent, wanneer ik je aanraak… Het voelt alsof…’

‘Alsof wat?’ fluisterde ze. Ze voelde een rilling over haar rug gaan.

Even leek hij op zoek naar de juiste woorden en had hij iets verwilderds over zich, tot hij uiteindelijk zuchtte en zijn ogen over haar heen liet glijden. ‘We passen bij elkaar. Ik heb er geen verklaring voor, maar het voelt… goed.’

Haar hart ging tekeer. Hoop maakte zich van haar meester, de eerste echte hoop sinds hij zijn ongeloofwaardige verhaal had verteld. Ze wist niet of ze hem nu moest slaan of kussen. Haar gezicht straalde van geluk.

‘Grappig dat zoiets simpels je zo gelukkig kan maken,’ mompelde hij.

‘We passen bij elkaar,’ herhaalde ze. Ze nam zijn gezicht tussen haar handen, ging op haar tenen staan en streelde met haar lippen de zijne. Ze bedoelde het als een gebaar van affectie. Misschien als een reminder van wat ze ooit gedeeld hadden. Of misschien als een bevestiging dat ze inderdaad bij elkaar pasten.

Hij liet het daar echter niet bij zitten. Hij legde zijn hand in haar nek, sloeg zijn andere arm om haar middel en tilde haar op, zodat hun lippen op dezelfde hoogte kwamen. Zijn kus liet niets te raden over. Hij liet geen enkele aarzeling blijken. Het was alsof ze nooit uit elkaar waren geweest. Hij kuste haar zoals hij haar zo vaak had gekust, alleen deze keer… met meer diepgang, meer emotie. Niet gewoon gepassioneerd, maar… teder. Het was alsof hij zich verontschuldigde voor al het leed dat hij haar had aangedaan. Voor de scheiding, voor het misverstand, voor wat hij zich niet kon herinneren.

Ze zuchtte in zijn mond. Verdriet en geluk vermengden zich en borrelden op in haar hart tot ze overspoeld raakte.

Toen hij zijn hoofd naar achteren boog, zag ze dat zijn ogen donker waren. Ze voelde zijn lichaam trillen. Nadat hij haar weer op de grond had gezet, streelde hij haar gezicht.

‘Iets in mij herinnert zich jou maar al te goed, Bryony. Het voelt alsof ik thuiskom wanneer ik je kus. Dat moet iets te betekenen hebben.’

Aangedaan door de emoties, die zich hadden opgehoopt in haar keel, was ze even niet in staat te reageren. Ze slikte een paar keer en kreeg uiteindelijk haar stem terug. ‘We komen er wel, Rafe. Ik laat je niet zo gemakkelijk gaan. Toen ik dacht dat je me niet wilde, dat je een spelletje met me had gespeeld, dacht ik: dit nooit meer. Nu weet ik wat er gebeurd is, en ik geef niet zomaar zonder slag of stoot op. Ik zal je op welke manier dan ook helpen je geheugen terug te krijgen. Niet alleen jouw geluk staat op het spel, ook het mijne.’

Hij lachte en streelde teder haar wang. ‘Je bent zo gedreven. Je fascineert me. Ik begin nu te begrijpen waarom je me zo intrigeerde vanaf het moment dat ik je zag.’ Hij boog zijn hoofd en kuste haar opnieuw. ‘Ik wil mijn herinneringen terug. Help me.’

‘Je krijgt ze terug,’ zei ze kordaat. ‘Wij krijgen ze terug. Samen.’