Hoofdstuk 7
‘Rafael! Rafael! Wakker worden! Snel!’
Rafe schrok wakker, zwaaide met zijn armen en duwde zichzelf omhoog in bed. Bryony stond volledig aangekleed naast zijn bed te springen alsof de vloer in brand stond. ‘Wat is er? Is er iets met de baby? Ben je gewond?’
Ze keek hem vragend aan, schudde vervolgens haar hoofd en grijnsde van oor tot oor.
‘Waarom schreeuw je dan zo in vredesnaam?’ vroeg hij, terwijl hij zijn ogen uitwreef en een blik op de wekker wierp. ‘Lieve hemel, het is nog veel te vroeg.’
‘Het sneeuwt!’ Ze greep zijn hand vast en trok hem overeind. De lakens gleden van zijn heupen. Even was het pijnlijk stil. Hij had niets aan, en zijn penis was op een niet al te subtiele manier aanwezig. Vlug trok hij de lakens terug over zijn middel.
Geschrokken deed ze een stap achter en trok haar trui strak, alsof ze zichzelf wilde beschermen. ‘Sorry, ik ga wel alleen,’ zei ze, waarna ze zich omdraaide.
‘Wacht even,’ commandeerde hij, met laken en al uit bed stappend. ‘Wat ga je doen? Waar ga je heen?’
Opnieuw begonnen haar ogen te glinsteren. De fonkeling was besmettelijk. ‘Naar buiten natuurlijk. Het sneeuwt!’
Vluchtig keek hij uit het raam, maar hij was nog niet wakker genoeg om wat dan ook van de weersomstandigheden in zich op te nemen. ‘Heb je nooit sneeuw gezien?’
Bryony schudde haar hoofd.
‘Meen je dat echt?’
Deze keer knikte ze. ‘Op Moon Island sneeuwt het nooit echt, weet je.’
‘Maar je komt toch wel eens van dat eiland af? Ben je nooit ergens geweest waar het sneeuwde?’
‘Ik ga niet zo vaak weg. Mamaw heeft me nodig. Ik ga wel eens naar Galveston voor boodschappen, maar de meeste doe ik via internet.’
Hij zag haar verlangend uit het raam kijken, alsof ze bang was dat de sneeuw iedere minuut kon verdwijnen. ‘Geef me vijf minuten om me aan te kleden,’ zei hij met een zucht. ‘Dan ga ik met je mee.’
De glimlach waarop ze hem trakteerde, verlichtte de hele slaapkamer. Ze danste de kamer uit en sloot de deur achter zich.
Langzaam liet hij het laken van zijn middel op de vloer glijden en staarde naar zijn kruis. ‘Verrader,’ mompelde hij, waarna hij naar de badkamer liep, wat water in zijn gezicht spetterde en met een grimas zijn ongeschoren wangen in de spiegel bekeek. Hij ging nooit naar buiten zonder er pico bello uit te zien. Nu had hij niet eens de tijd om te douchen. Die gek stond waarschijnlijk al buiten te dansen in de sneeuw. Snel poetste hij zijn tanden.
Uit de klerenkast nam hij een broek en sweater en kleedde zich aan. Ineens realiseerde hij zich dat zij niet gekleed was voor de sneeuw, dus griste hij een sjaal en een pet van de bovenste plank. In een jas van hem zou ze verzuipen. Het was zaak haar sneeuwpret tot een minimum te beperken, bedacht hij.
Toen hij de slaapkamer uit kwam, zag hij haar gelukzalig tegen het raam gedrukt in de woonkamer staan. Grote vlokken sneeuw dwarrelden uit de hemel. ‘Hier,’ zei hij nors. ‘Als je naar buiten gaat, moet je wat warmers aantrekken.’
Ze draaide zich om en reikte naar de sjaal en pet die hij voorhield, maar hij wuifde haar hand weg en deed zelf de sjaal om haar nek. ‘Je weet waarschijnlijk niet eens hoe je een sjaal om moet doen,’ mompelde hij, waarna hij de pet op haar hoofd zette. Ze zag er… bijzonder schattig uit. Voordat hij echter iets stoms kon doen, dirigeerde hij haar naar de deur. ‘Je sneeuw wacht, dame.’
Bryony liep het tuintje in dat grensde aan het appartementencomplex en werd verrast door de stilte. Hoe kon iedereen binnen blijven op zo’n mooie dag? Toen een vlok sneeuw op haar neus belandde, richtte ze haar gezicht naar de hemel en gierde het uit. Steeds meer vlokken belandden op haar wangen en bleven kleven aan haar wimpers. Ze stak haar armen in de lucht en draaide in het rond van geluk.
Op de grond lag nog slechts een dun laagje sneeuw, maar op de reling van het hek en op de plantenbakken lag genoeg om een sneeuwbal te maken. Ze raapte voldoende sneeuw bijeen en keek grijnzend naar Rafael, die op zijn hoede was en waarschuwend zijn hand opstak. ‘Haal het niet in je hoofd me…’
Nog voor hij zijn zin kon afmaken of met zijn ogen kon knipperen, voelde hij een sneeuwbal in zijn gezicht exploderen. Woest keek hij haar aan, maar het enige wat ze deed, was giechelen en een nieuwe sneeuwbal maken. ‘O nee,’ snauwde hij. Hij pakte een hoopje sneeuw en smeet het in haar richting voordat ze hem opnieuw had kunnen raken. De sneeuw gleed langs haar nek naar beneden.
‘Ik zie dat je het niet kunt weerstaan,’ zei ze met een zelfgenoegzame glimlach.
‘Wat niet weerstaan?’
‘Spelen. Wie kan nu sneeuw weerstaan?’
‘Ik speelde niet. Ik nam wraak. Kom, je hebt genoeg sneeuw gezien. We gaan naar binnen. Het is veel te koud.’
‘Ja, hallo, het sneeuwt. Sneeuw hoort koud te zijn.’ Ze negeerde zijn geïrriteerde blik en maakte een nieuwe sneeuwbal. Net op tijd wist hij weg te duiken, en zij rende weg, dekking zoekend toen ze de gloed in zijn ogen zag. Vanaf dat moment gingen de sneeuwballen heen en weer.
‘Voor iemand die niet van sneeuw houdt, ben je aardig goed in sneeuwballengevechten!’ riep ze uit, waarna ze hem precies op zijn achterste wist te raken.
‘Ik hoop dat je beseft dat je hiermee de oorlog hebt verklaard!’ riep hij terug.
‘Ja, ja. Ik heb je al eens bevrijd van die duffe houding van je. Ik doe het zo nog eens.’
Met samengeknepen ogen en een vastberaden trek om zijn mond kwam hij naar haar toe. Met een zestal sneeuwballen op rij wist hij haar te raken, waarop ze haar handen in de lucht stak en riep: ‘Genade!’
‘Waarom geloof ik je niet?’
Ze wierp hem haar onschuldigste glimlach toe en toonde haar lege handen. ‘Jij wint. Ik bevries zowat.’
Rafael liep naar haar toe en pakte haar bij de schouders. Met een roofzuchtige blik bekeek hij haar van top tot teen, zoals hij ook had gedaan toen ze elkaar voor het eerst zagen. Deze keer deerde het haar niet, want ze wist dat onder dat hautaine laagje van hem een man zat die hield van plezier. Ze moest hem gewoon bevrijden. Net als toen.
Ze slaakte een zucht en rilde. Het was niet fair. Het leek wel alsof er een misselijke grap met haar werd uitgehaald.
‘Kom, laten we naar binnen gaan,’ stelde hij voor. ‘Je bent niet gekleed op dit weer. Heb je geen warmere kleren meegenomen?’
Ze schudde spijtig haar hoofd.
‘Dan moeten we misschien even gaan winkelen.’
‘Dat heeft geen zin meer. We gaan toch terug naar Moon Island, en daar is het nog aardig warm.’
‘En in de tussentijd bevries je. Je moet in ieder geval een jas hebben. Ik zal iemand op pad sturen. Heb je nog voorkeuren? Bont? Leer?’
‘Eh… gewoon een jas is voldoende. Niets exotisch.’
Hij maakte een wuivend gebaar alsof hij besloot dat haar mening er niet toe deed. ‘Laat het maar aan mij over.’
‘Doe wat je niet laten kan.’ Dat deed hij tenslotte altijd.
‘Toen de portier me vertelde dat je buiten in de sneeuw aan het spelen was, vroeg ik me af of de enige echte Rafael ontvoerd was door buitenaardse wezens.’
Bryony en Rafael draaiden zich tegelijk met een ruk om en zagen Devon tegen een van de pilaren leunen.
‘Erg grappig, Dev,’ mopperde Rafael. ‘Wat kom je doen?’ Hij pakte Bryony bij de hand.
‘Ik kom gewoon even kijken hoe het met jullie gaat. Ik hoorde dat er wat opwinding was gisteren.’
‘Zoals je ziet, is alles in orde met Bryony,’ antwoordde Rafael. ‘Als je ons nu wil excuseren… We wilden net naar binnen gaan om wat warmers aan te trekken.’
‘Ik wilde eigenlijk weten hoe het met jou gaat,’ zei Devon met een grijns om zijn mond. ‘Bryony lijkt me iemand die heel goed voor zichzelf kan zorgen.’
Bryony voelde zich ongemakkelijk en schraapte haar keel. Devon maakte zich geen zorgen om haar, hij maakte zich zorgen om Rafael, die door haar in een houdgreep leek te worden gehouden. Ze bloosde en trok haar hand los. ‘Ik ga vast naar binnen en laat jullie, eh… praten.’
Toen ze vertrokken was, keek Rafe zijn vriend vragend aan. ‘Wat is dit allemaal?’
‘Ik kom gewoon even kijken hoe het met je gaat, zoals ik al zei. Je hebt heel wat te verstouwen gekregen de afgelopen paar dagen. Ik wilde even kijken of je het volhield en of je je al iets kon herinneren.’
‘Laten we in ieder geval naar binnen gaan. Het is koud buiten.’
De twee mannen liepen naar de coffeeshop in de lobby naast de hoofdingang, waar Rafe vroeg om een tafeltje naast de haard. ‘Het gaat prima met me,’ zei hij nadat ze waren gaan zitten. ‘Maak je geen zorgen. Ik wil ook niet dat jij, Ryan en Cam plannen beramen om me te beschermen voor mijn eigen bestwil.’
‘Zelfs als ik vind dat het een belachelijk idee van je is om naar dat eiland af te reizen?’
‘Juist dan.’
‘Weet je zeker dat dit is wat je wilt, Rafe? Vind je het echt een slim plan om weg te gaan met een vrouw die beweert zwanger van je te zijn? Volgens mij is het veel slimmer je advocaat te bellen, een DNA-test te laten uitvoeren en te wachten tot de resultaten bekend zijn.’ Devon wond er geen doekjes om. Hij was rechtdoorzee. Kort en bondig. Pragmatisch tot op het bot.
‘En dan wat?’
‘Nou ja, dat hangt van de uitslag af.’
‘Als blijkt dat ik de vader ben, als alles wat ze beweert waar is, dan heb ik haar en de baby al die tijd ontkend. Als ze de waarheid spreekt en ik de resultaten afwacht, heb ik haar al die tijd veel te veel pijn gedaan. Als ik mijn advocaat op haar afstuur, zal ik het nooit meer goed kunnen maken met haar.’
‘Zo te horen heb je al besloten dat ze de waarheid spreekt.’
‘Ik weet niet wat de waarheid is. Mijn verstand zegt me dat ze onmogelijk de waarheid kan vertellen. Dat het idee dat ik binnen vier weken tot over mijn oren verliefd ben geworden op haar, absurd is. Het klinkt zo belachelijk dat ik er mijn pet niet bij kan.’
‘Maar?’
‘Maar mijn gevoel schreeuwt dat er absoluut iets tussen ons is,’ gaf Rafe bars toe. ‘Wanneer ik bij haar in de buurt kom, haar aanraak… Dan is het alsof ik iemand anders word. Iemand die ik niet ken. Ik hoor de overtuiging in haar stem wanneer ze praat over onze vrijpartijen bij de oceaan, en ik geloof haar. Of liever, ik wil haar geloven.’
Devon floot tussen zijn tanden. ‘Dus je gelooft haar.’
‘Mijn verstand zegt me dat ze liegt.’
‘Maar je gevoel?’
Rafael kuchte, want hij wist waar Dev naartoe wilde. Hij ging namelijk altijd op zijn gevoel af. Zelfs als iedere logische overweging de andere kant op wees. Hij had het nooit bij het verkeerde eind. ‘Mijn gevoel zegt me dat ze de waarheid spreekt.’