Image Nul Image

Hij kijkt recht in de zon. In de oude, onverzorgde man aan het tafeltje naast ons herken ik Ramses Shaffy. Zijn haar is vet en verward, zijn gezicht verlopen. Ik schrik van zijn toestand. Hij is in een heftig gekissebis verwikkeld met de vrouw naast hem. De werkdag gaat onder in een zomerse avond. Er is witbier, rode wijn. Het is 26 mei 1999, we zitten met ons vijven op een terras aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Tussen het geratel van de trams en snerpende brommertjes door luister ik naar Ariane, mijn vriendin. Ze doet haar beklag over de verborgen agenda's en commerciële belangen in de televisie- en muziekwereld. ‘Ik kan daar niet meer tegen!’ zegt ze. Ik ken haar en haar verhaal. In haar gedrevenheid om iets te betekenen voor deze wereld is ze kwetsbaar. ‘Soms denk ik dat niemand wil horen wat ik te vertellen heb… dat ik er toch niet toe doe…’ zegt ze.

Ramses zit al een tijdje luid te bekvechten met de vrouw die naast hem zit. Op het tafeltje staan geleegde glazen. Hij is duidelijk dronken. Ik weet dat hij drinkt, maar zo ken ik hem niet. Voor mij is hij een warme stem op een langspeelplaat. Wat ziet hij er slecht uit! Zo oud is hij toch nog niet? Ik zie hoe hij zijn zakken doorzoekt. Zijn handen volgen de bevelen van zijn hoofd vertraagd op. Marlboro. De vrouw geeft hem vuur. De sfeer aan hun tafeltje is kattig. Steeds luider klinkt hun gescheld. Dan snauwt Ramses dat ze moet oprotten. De vrouw beent driftig weg, en verdwijnt in het cafeetje. Shaffy zit alleen. Mijn ogen houden hem nog even gezelschap, mijn oren keren terug naar mijn vriendin. ‘En als je weet hoeveel echte grote talenten het gewoon niet maken, terwijl negentig procent van wat nu in de top zoveel staat, onzuiver zingt… pfff… Het is allemaal marketing, het gaat niet om de artisticiteit of de boodschap. Het gaat de mannetjes alleen maar om geld! Hoe kun je er iets aan doen?’

In mijn ooghoeken zie ik Shaffy opstaan. Oude man, leunend op een wandelstok. Hij wankelt naar onze tafel! Wat wil hij? Hij begint te praten. Rechtstreeks tot Ariane. ‘Ik zat alleen, en ik heb naar je zitten luisteren. Ik hoorde wat je zei. Je bent zo eerlijk, zo integer. Je hebt gelijk, maar ik wil je zeggen, het gaat alléén maar om jou. Jij bent het. Jij moet 't risico nemen, en dát is het risico. Het gaat alléén maar om jou. Het gaat alleen om jou. Laat je niet tegenhouden. Niet door anderen, niet door jezelf. Je bent een mooie vrouw, je moet het leuke ervan zien.’ Ramses Shaffy is bij ons komen zitten, wankel, zijn lippen wijnpaars, zijn ogen het diepblauw dat je ziet zodra de eerste sterren er zijn. Dronkaards spreken de waarheid. En dit is de waarheid van zijn leven. Zijn meteoren zijn voltreffers: ‘Je bent een mooie vrouw, je hebt een enorme persoonlijkheid, dat geldt in alle talen.’ Mijn borst gloeit. Shaffy is alleen met Ariane. Hij is zichtbaar ontroerd, hij huilt bijna. ‘Maar, je bent zo integer. Zo'n mooi mens, zo integer… Geloof in jezelf, want dan komt het goed.’

‘Ik hoop het,’ mompelt ze. ‘Nee, niet hopen. Het is zo. Je bent zo eerlijk, ik voel je uitstraling, zo integer. Het gaat alleen om jou, om wat jij wilt. Houd dat voor ogen! Wat anderen er ook van zeggen.’

Het is de eerste keer dat ik Shaffy ontmoet. Ik heb drie cd's van hem. De eerste had ik acht jaar eerder gekocht. Zijn teksten troffen me. Ik was een dichter, exploreerde de vrijheid in al haar ruimte, en mijn binnenste zong ‘Laat me mijn eigen gang maar gaan’.

Dan hijst hij zich langs zijn stok omhoog. De vrouw die met hem was, is teruggekomen met twee volle glazen. Shaffy schuifelt bij ons vandaan. Ariane zwijgt en kijkt hem na. Ik wrijf over haar hand en zie hoe Ramses aan zijn tafeltje gaat zitten. Er lijkt niets gebeurd. Als hun glazen weer leeg zijn, staat hij op. Zonder groet of vriendelijke blik, strompelt hij samen met de eveneens wankele vrouw naar de overkant. Een hoek onttrekt hem aan mijn gezichtsveld.

De dichter durfde nooit echt dichter te zijn; ik ben gaan werken voor de televisie. Ik ging mijn eigen gang niet. De vrijheid gaf ik ten dele op in ruil voor zekerheid. En nu dit, nu komt dit op mijn pad. Iemand informeerde of ik ‘iets heb’ met Ramses Shaffy en of ik een boek wil schrijven over zijn leven. Vlam wordt vuur. Ik ben van 1971 en weet niets van hem. Er is een hooguit een diep gevoel. Open en onbevangen begin ik aan mijn reis door het leven van Ramses Shaffy.

In mijn bagage allerlei vragen. Wie is hij? Kan ik hem leren begrijpen? Kun je een boek schrijven over hem zonder er zelf in verwikkeld te raken? In hoeverre klopt het beeld dat we van hem hebben met de werkelijkheid?

Ik wil hem vooral meemaken. Geen wetenschappelijke analyses, of een opsomming van gedane zaken. Zelf ervaren hoe Ramses is en een belevingsbiografie schrijven.

Dit zou een mooie openingszin kunnen zijn: ‘De dag dat Therèsa Wyzsocka haar zoon het leven gaf, kroop Neptunus dicht tegen de zon, en het waaide zacht.’ Maar misschien moet ik dan te veel uitleggen over waarop deze verschijnselen duiden, althans volgens astrologen.

Laat ik maar gewoon vertellen over de reis met de reis als reisdoel, of over hoe Ramses Shaffy een overheersend grijs land van zijn kleur voorziet.