15

"Jouw dromen zijn van jezelf," zei een zachte stem.
Thomas draaide zich om. Zijn opa zat op de bank in de lange tunnel. Thomas hield de ankh omhoog. "Moet ik hem loslaten? En al mijn dromen kwijtraken?"
Opa keek hem serieus aan. "Je raakt nooit al je dromen kwijt. Niemand kan je dromen van je afpakken."
Thomas raakte zijn opa's hand aan. "Bedankt, opa. Ik ben blij dat je er bent." Daarna keek hij weer naar Aton. "Denk hard aan de aula en leg dan je hand snel op je ankh."
Er verscheen een snelle, felwitte baan licht en met een enorm, scheurend geluid vielen Thomas en Aton door de zijkant van de piramide op het podium.
"Hé!" schreeuwde iemand. "Wat doen jullie hier?!"
Thomas keek een beetje duizelig om zich heen. Hij zag een kwade conciërge. "Wat doen jullie hier nog?"
Thomas en Aton krabbelden overeind en legden uit waarom ze nog in de aula waren. "Nou, nu hebben jullie wat je zocht, dus hup, naar huis," antwoordde de man.
"Denk je dat alles goed is met Laura?" vroeg Thomas toen ze de gang in liepen.
"Ik denk dat het mijn droom was, en ik heb hem gestopt, dus... ja," zei Aton. "Ik hoop het," voegde hij eraan toe.
Thomas draaide het koordje van de amulet stevig om zijn pols. Daar was hij veilig, voorlopig tenminste. Nu begreep hij waar de Droommeester zo bang voor was geweest. Dromen die je niet onder controle had, werden... nachtmerries.
"En Lisa en Eddie? Zij waren toch niet echt die twee krokodillen?"
Aton wees. Voor hen liepen twee vieze figuren. Slijm en modder kleefden aan hun broekspijpen.
Ineens ging de deur van de lerarenkamer open en alle onderwijzers kwamen naar buiten. Het hoofd van de school zag Eddie en Lisa meteen. "Het lijkt me duidelijk dat jullie bij de rivier zijn geweest," zei ze streng.
"Nee, hoor," zei Lisa.
"O? En als jullie daar niet zijn geweest, hoe kom je dan aan al die waterplanten op je broek?"
"We waren in de aula, mevrouw Helder."
"Ja," zei Eddie meteen. "Met Thomas en Aton."
Mevrouw Helder keek de gang in. Aton deed zijn mond open. Thomas' hart bonsde onder zijn ribben.
"Alleen deze twee jongens waren in de aula," zei de conciërge, die achter hen aan gelopen was. "Ze zeggen dat ze toestemming hadden om er iets te zoeken."
"Dat is zo," zei juf Marjan. "Heb je de ankh al?"
Thomas hield zijn hand omhoog.
"Wat hebben jullie daarop te zeggen?" Mevrouw Helder keek Eddie en Lisa met haar hypnotiserende blik aan.
"We waren écht in de aula!" piepte Lisa. "Daarom heeft Thomas die ankh weer terug. Omdat ik hem liet zien waar we hem verstopt hadden... ik bedoel... eh..."
Juf Marjan sloeg haar armen over elkaar en trok haar wenkbrauwen afwachtend op.
"Lieg niet!" snauwde mevrouw Helder. "Liegen maakt dingen alleen maar erger. Je weet dat er schoolregels zijn en alle leerlingen hebben inmiddels tientallen keren gehoord dat ze niet in de buurt van de rivier mogen komen. Het is daar vreselijk gevaarlijk en als jullie als oudere kinderen daar toch naartoe gaan, doen de kleintjes dat ook."
Ze keek de twee met felle ogen aan. "Jullie komen je hier morgenochtend vroeg melden. Ik zal een geschikte en stevige straf voor jullie bedenken."
Thomas en Aton zagen Eddie en Lisa een beetje hinkend bij de oversteekplaats naar de overkant gaan. Lisa's gezicht was wit en Eddies benen trilden zo erg dat hij bijna niet meer kon lopen. Slierten groen slijm hingen nog steeds aan hun schoenen.
Eddies moeder stond aan de overkant en begon meteen kwaad te roepen. "Wat zie je eruit! Je hebt weer bij de rivier lopen rotzooien, hè?"
"Ik... ik..." stotterde Eddie.
"Dat is zo gevaarlijk, Eddie. Ik hoop dat de school erachter komt en dat je een flinke straf zult krijgen."
Lisa's moeder kwam er net aan en ze bleef ineens staan. "Lisa, schat, wat stink je! Zo kunnen we echt niet die nieuwe schoenen gaan kopen die je gezien had. We gaan naar huis. En blijf alsjeblieft een flink eind achter me lopen."
"Wat is er met hen gebeurd?" vroeg mevrouw Turner.
Thomas en Aton keken elkaar aan. Ze lachten naar mevrouw Turner en haalden tegelijkertijd hun schouders op.
Op de stoep kwamen ze Thomas' vader tegen, die hem op kwam halen. "Aton, zou je bij ons willen eten, vanavond?"
Aton knikte meteen. "Dat zou een eer zijn."
"Dan moeten we het even aan je ouders vragen."
"Hij kan thuis wel bellen, toch?" zei Thomas snel.
Thuis deed Aton alsof hij belde, terwijl Thomas' vader het eten maakte. Aton keek nauwlettend toe toen hij klaar was met bellen.
"In jullie tijd koken de mannen," merkte hij op tegen Thomas. "Dat is opvallend."
"Zeg dat wel," antwoordde Thomas.
"Ja, dat zeg ik toch net?" Hij keek Thomas verward aan. "Ik zei het al."
Thomas schudde lachend zijn hoofd.
Ze hoefden niet lang te wachten tot Laura binnen kwam rennen. Ze trok een stoel achteruit en ging aan tafel zitten. "Dit geloof je gewoon niet. We hadden een tussenuur en Bar, Radslag en ik lagen lekker in de zon, vlak naast het sportveld, en we vielen in slaap."
"Jullie moeten natuurlijk veel te hard werken op school," zei Thomas' vader, terwijl hij een schaal kleine gehaktballetjes op tafel zette. Hij wees ernaar. "Ga je gang," zei hij, "en geen gezeur over mijn kookkunsten tegen je moeder, als ze terugkomt uit het ziekenhuis."
Aton lette op Laura en deed haar in alles na wat betreft het opscheppen en het eten.
"Nou..." ging Laura verder, "toen had ik een heel vreemde droom. We waren in een Egyptisch graf en Aton was er ook."
"Dat is interessant," zei Aton, Thomas' blik vermijdend. "Wat was ik aan het doen?"
"Het was een beetje raar. Het zag ernaar uit dat je twee tamme krokodillen had." Laura haalde diep adem. "Jij was er ook, Thomas."
Aton pakte een stuk brood en zei: "En de BearBoyz."
Thomas verslikte zich.
"Hoe weet je dat?" zei Laura. "Die waren er inderdaad! Bar en Radslag en ik waren achtergrondzangeressen. Maar het vreemdste van alles is dat Radslag en Bar precies dezelfde droom hadden!"
"Nee toch? Echt?" zei Aton.
"Precies: niet echt!" stemde Thomas in. "Mensen hebben nooit dezelfde dromen. Nooit exact hetzelfde."
"Tja, er waren wel wat verschillen," gaf Laura toe. "In mijn droom stond ik naast Declan, terwijl Bar droomde dat zij het was die naast hem stond."
"Nee, ik weet zeker dat jij het was," zei Aton.
"Wat?" Laura's hand bleef in de lucht hangen, met een glas water halverwege de tafel en haar mond.
"Jij was het," zei Aton. Hij merkte niet dat Thomas zijn voet onder tafel heen en weer bewoog, in een poging hem een schop te geven.
"Hoe weet jij dat nou?" vroeg Laura.
"Het is een grapje," zei Thomas. "Het lijkt me duidelijk dat Aton je zit te pesten. Hij weet niet eens wie Declan is."
"Jawel," zei Aton. "Hij is die gozer met die kuif. Hoewel ik het leuker vind staan als zijn haar over zijn ogen valt."
"Ik ook!" riep Laura uit. "Je hebt echt een goeie smaak, Aton. Dat viel me al op toen ik je voor het eerst zag."
"En jij bent erg mooi," antwoordde Aton.
Laura bloosde.
Dit is niet te geloven, dacht Thomas. Hij zit haar te versieren. En ze vindt het leuk. Mijn zus en mijn vriend!
"Ik zou je graag Laura-Nofret willen noemen," ging Aton verder. "In mijn taal betekent 'nofret' namelijk 'mooie vrouw'. Dus Laura-Nofret is zoiets als Laura de Mooie."
"Je maakt een geintje," zei Thomas scherp.
"Nee, echt waar. Daarom zijn er zoveel Egyptische namen als Nefertiti en Nefertari. 'Nefer' betekent bijna hetzelfde als 'nofret': 'goed en mooi'."
"Ik bedoel dat je een geintje maakt over de droom," zei Thomas nadrukkelijk en hij raakte Aton hard onder tafel.
"Au!" riep Aton. Hij wreef over zijn enkel. "Dat zou je haast wel zeggen, hè, dat ik een geintje maak." Hij lachte naar Laura. "Over de droom. Niet over de naam."
"O, dat is prima," zei Laura. Ze keek hem aan vanonder haar knipperende wimpers en pakte haar vork op. "In ieder geval, de droom stopte en we werden alle drie tegelijk wakker. Maar het was een geweldige ervaring. Net of het waar was! Ik dacht dat het allemaal echt gebeurde."
Aton pakte ook zijn vork op. "Dromen zijn mysterieuze zaken," zei hij. Hij keek naar zijn bord. "Eten we alweer beestendro...?" Hij maakte het laatste woord niet af.
"Hou je niet van gehaktballen?" vroeg Thomas' vader.
Aton prikte voorzichtig een stukje aan zijn vork. Hij sloot zijn ogen en stak het vlees in zijn mond. "De smaak is niet onplezierig." Zachtjes voegde hij eraan toe: "Voor konijnenpoep."
Ze waren aan het afwassen toen Thomas' moeder terugkwam.
"O, het gaat zoveel beter met opa!" zei ze, terwijl ze in een leunstoel plofte. Thomas' vader ging thee voor haar zetten. "Weet je, Thomas, opa vertelde me iets grappigs. Hij voelde zich vanmorgen nogal beroerd en vanmiddag viel hij in slaap en had een vreemde droom. Hij was verdwaald in een lange, donkere tunnel en dacht dat hij er nooit meer uit zou komen. Opeens kwam jij eraan en ging naast hem zitten. Je pakte zijn hand vast en zei dat alles goed zou komen. De verpleegsters vertelden dat hij glimlachend wakker werd en daarna al zijn eten opat. Daardoor voelt hij zich een stuk beter en ze denken dat hij weer helemaal de oude wordt. Je mag morgen bij hem op bezoek."
"Dus misschien had onze speurtocht in de doolhof wel een bedoeling," zei Aton later. Ze liepen langzaam naar opa's huis. "Als jij daar niet was geweest, was je opa misschien niet meer uit die tunnel gekomen."
"Ik dacht dat hij daar was om mij te helpen."
Aton haalde zijn schouders op. "Allebei mogelijk. Wie zal het zeggen? Wat ik wél weet..." Hij stopte en keek Thomas aan. "Is dat ik terug moet. Naar de grafkamer."