24

De receptioniste was erg aardig. ‘Ik vind het heel vervelend voor u, maar u bent op de verkeerde plek. Dit is het hoofdkantoor, maar Emmanuel & Green zit in Park Street.’

Sian kon wel janken, maar daar was geen tijd voor. Ze was vroeg vertrokken, gewapend met de openbaarvervoerkaart van haar moeder en de stadsplattegrond van haar vader, en alles had goed moeten gaan. Maar de metro was een chaos als gevolg van een elektrisch probleem en ze durfde geen bus te nemen, omdat ze al zo laat was. Dat dacht ze tenminste; ze wist nog steeds niet hoe laat de afspraak was.

‘Hoe kan ik daar het snelst komen?’

‘Met de fiets, eerlijk gezegd, of anders met een taxi. Ik kan even bellen om te zeggen dat u onderweg bent. Wat is uw naam, en met wie is uw afspraak?’

‘Dat weet ik niet! Ik bedoel: ik weet natuurlijk mijn eigen naam wel, maar niet met wie de afspraak is. En de uitgever zal mijn naam waarschijnlijk ook niet kennen.’

De receptioniste keek haar minzaam aan, waarschijnlijk blij dat dit gestoorde mens snel weg wilde. Maar ze was ook nieuwsgierig. ‘Wat gaat u nu doen?’

‘Ik verzin wel iets. Dank u wel!’ riep Sian, terwijl ze de deur uit rende.

In de taxi probeerde ze tot rust te komen en zich geen zorgen te maken over de teller die met een schrikbarend tempo een steeds hoger bedrag aangaf. Gelukkig had haar vader haar wat geld toegestopt en toen ze dit bekeek, besefte ze dat ze zestig pond extra had. Gelukkig. Naarmate ze haar doel naderde, besefte ze dat ze in een wijk van Londen kwam die ze kende, doordat ze er had gewerkt, en ze voelde zich enigszins gerustgesteld.

Na een eindeloze rit door het drukke verkeer kwam de taxi tot stilstand. ‘Daar zijn we dan, meissie.’

Ze sprong uit de auto, riep dat hij het wisselgeld kon houden en rende de trap op naar de ingang.

Het was een veel kleiner gebouw dan het eerste, en Sian vond dat een goed teken. Hier konden nooit veel vergaderingen tegelijk gehouden worden; dat vergrootte haar kans om de juiste te vinden.

Enkele seconden later was ze binnen. Ze moest in een intercom spreken, waar ze zo’n hekel aan had. Nóg een aanslag op haar zelfvertrouwen. Ze wist nooit hoe het moest en als ze niet op een bezoekerslijst stond, zou ze misschien niet binnengelaten worden, als ze al verstaanbaar was. Met een uiterste inspanning wist ze een kalme en professionele stem op te zetten.

‘Ik ben hier met Angus Berresford, maar ik ben aan de late kant?’ Haar vragende toon zou misschien helpen, dacht ze.

De deur klikte, ze duwde ertegenaan en hij ging open. ‘Hallo!’ Ze hoopte dat ze Gus in de hal zou aantreffen. ‘Ik ben nog later dan ik dacht. Is de vergadering al begonnen?

De vrouw, met een headset op, keek haar geschrokken aan. ‘Eh, ja,’ zei ze.

Opgelucht dat ze niet had gevraagd wélke vergadering, glimlachte Sian. ‘Als u me de juiste kant op zou kunnen wijzen?’

Wat ze eigenlijk wilde was dat iemand haar bij de hand nam en naar de juiste kamer bracht, maar de telefoon ging. De receptioniste wuifde. ‘Tweede verdieping, derde deur rechts. De lift is die kant op.’ Het meisje wees, toen Sian verkeerd dreigde te lopen.

De lift was traag en Sian had tijd om te beseffen dat het goed ging. Ze had haar schetsboek niet in de taxi laten liggen, het regende niet en ze hoefde niet naar de wc. Allemaal goed. Het zou ook goed zijn als er tijdens de vergadering water op tafel stond. Haar mond was kurkdroog. De sjaal die ze droeg om een verfvlek te verbergen verhoogde de stress en ze had het veel te warm.

Ze tuimelde de lift uit en zag een gang met veel deuren. Wat had de receptioniste ook alweer gezegd? Derde deur rechts? Ze begon te tellen, klopte dapper aan en ging naar binnen. Het herentoilet. Gelukkig was er niemand. Waarom stond er dan ook niets op de deur? Verontwaardigd liep ze weer naar buiten en zag dat er wel iets op de deur stond, maar dat ze het gewoon niet had gezien. Toen zag ze nog een deur waar iets op stond. Het damestoilet. Moest ze even tijd nemen om zichzelf op te frissen? Ze was al laat, zouden een paar tellen nog wat uitmaken? Ze liep het toilet al binnen nog voordat ze haar eigen vraag had kunnen beantwoorden.

In het damestoilet was wel iemand: een jonge vrouw die haar handen aan het wassen was. ‘O, goddank,’ zei Sian. ‘Ik ben laat voor een vergadering en ik kan het niet vinden. Weet jij misschien waar ik moet zijn?’

De vrouw liep naar de handdoekautomaat, trok een deel omlaag en droogde haar handen. Daarna nam ze wat handcrème uit een pompje. Het leek wel of de tijd stilstond, maar ze besefte dat het niet meer dan een paar seconden kon zijn.

‘Met wie is het? De vergadering?’

‘Dat weet ik niet.’ Sian keek haar met een onnozele glimlach aan. ‘Met Angus Berresford. Enig idee?’

‘O, ja. Ze zitten in de vergaderzaal aan het eind. Ik laat het je wel even zien.’

‘De receptioniste zei de derde deur rechts.’

‘Dat is Edwards kamer, maar met de agent, iemand van Vormgeving en het hoofd Marketing was dat wat te klein. Hier is het.’ Ze wachtte even. ‘Wil je dat ik je even aankondig?’

Sian dacht hierover na. ‘Ja, heel graag. Mijn naam is Sian Bishop. De illustratrice,’ zei ze, met meer zelfvertrouwen dan ze voelde.

De jonge vrouw klopte aan en ging naar binnen. ‘Dit is Sian Bishop, de illustrator,’ zei ze, waarna ze Sian alleen liet.

‘Neem me niet kwalijk dat ik zo laat ben!’ zei Sian opgewekt. ‘Ga rustig verder. Ik haak wel in.’

Iedereen in de ruimte staarde haar aan, en de meeste aanwezigen vroegen zich zichtbaar af wie ze in vredesnaam was en wat ze hier deed. Ze durfde nauwelijks naar Gus te kijken toen ze rond de tafel liep. Maar ze zag een lege stoel en ging snel zitten.

Gus staarde haar vanaf de andere kant van de tafel aan, maar ze durfde hem pas aan te kijken als ze weer op adem gekomen was en kon doen alsof ze precies was waar ze hoorde te zijn. Dat zou nog wel even duren.

Als ze had gehoopt dat ze in de achtergrond zou kunnen verdwijnen, dan kwam ze bedrogen uit. De vergadering lag abrupt stil.

‘Pardon?’ zei een jongeman in een gekreukt linnen pak. ‘Wie is dit? Wie bent u?’ Hij glimlachte naar Sian en wilde duidelijk niet onbeleefd zijn, maar verlangde wel een antwoord.

‘Dit is Sian Bishop,’ zei Gus krachtig. ‘Mijn illustrator.’

‘Let maar niet op mij,’ zei Sian, gesterkt door het feit dat Gus niet deed alsof hij haar niet kende. ‘Ik maak alleen wat aantekeningen. Ga rustig verder.’

Er werd wat geschoven en gewiebeld, waarna de jongeman zei: ‘Zoals ik dus zei, heeft dit boek absolute passie en toewijding nodig.’ Hij keek bezorgd naar de vrouw aan het hoofd van de tafel.

De woorden vielen als bakstenen op de grond, terwijl ze als veren speels door de lucht hadden moeten dansen.

Gus keek omlaag. De man in het linnen pak zat een naakte dame te tekenen en de rest keek beschaamd en teleurgesteld voor zich uit. De vrouw aan het hoofd keek verveeld.

Sian moest iets doen.

‘O, maar die heb ik!’ zei ze, en ze stak van wal. Ze had zichzelf belachelijk gemaakt met haar komst. Nu haar waardigheid weg was, kon ze net zo goed doorgaan. ‘Absoluut! Massa’s! Ik ben ervan overtuigd dat dit boek het waanzinnig gaat doen! Want Gus… Angus…’ Ze glimlachte heel kort in zijn richting. ‘… is geweldig. Een geweldige schrijver, die weet waar hij het over heeft en die dat op een fantastische manier weet over te brengen.’

‘Dat hoor ik te zeggen,’ zei een man in een gestreept overhemd met een krijtstreep pak. ‘Ik ben zijn agent.’ Maar hij klonk niet beledigd, eerder het tegenovergestelde.

‘Maar ik heb het geluk dat ik hem in actie heb gezien,’ ging Sian verder, toen ze merkte dat niemand het van haar wilde overnemen. ‘Niet het ontdekkingsgedeelte, natuurlijk, dat moet je alleen doen, maar de communicatie! Ik heb gezien hoe hij in staat is om een groep kleine kinderen en volwassenen met een glas wijn in hun hand geboeid te houden. Niet het meest ontvankelijke publiek, zult u moeten toegeven. Maar ze aten uit zijn hand! Vergeef me dat cliché,’ voegde ze eraan toe, omdat ze het gevoel had dat ze misschien iets overdreef.

‘En het boek is uitstekend geschreven,’ voerde de agent aan. ‘Daar zijn we het allemaal over eens. We hebben alleen…’

‘… wat pit nodig,’ zei een jonge vrouw in een strakke witte bloes en een behoorlijk decolleté. ‘En die heeft Sian zojuist geleverd!’

Sian glimlachte breed; ze kon deze vrouw wel zoenen!

‘Eh,’ zei een van de andere mannen, met krulletjes, zonder stropdas, ‘wilt u misschien laten zien wat u in huis hebt?’

Sian haalde haar schetsboek tevoorschijn. ‘Het is natuurlijk nog niet heel veel. Gus en ik…’ Ze bloosde en hoopte dat niemand het zag. ‘… hebben de laatste tijd niet veel gelegenheid gehad om samen te werken, maar ik zie hem helemaal zitten… het project, bedoel ik, het concept van Gus als de moderne ontdekkingsreiziger.’

Ze zocht in haar tas naar een zakdoekje zodat ze niet hoefde te zien hoe de anderen haar tekeningen bekeken.

‘Ja,’ zei Gus, en hij keek haar aan. ‘Soms moet je een risico nemen met iemand, niet altijd de veiligste optie kiezen, zelfs als dat in eerste instantie het beste lijkt.’

‘Absoluut,’ zei Sian. Ze keek Gus strak aan en negeerde de anderen. ‘Dat is eng, maar op lange termijn brengt het minder risico met zich mee. De saaie optie is de gevaarlijkste.’

Iemand, het zou Gus’ agent kunnen zijn, schraapte zijn keel. Weer iemand anders, een man in pak die nog niet aan het woord was geweest, leunde naar voren.

‘Tja, zo te zien hebben we een overtuigd auteur, een fantastisch project en een illustratrice die op ongewone wijze bij het hele project betrokken is.’ Hij trok Sians schetsboek naar zich toe en bladerde erdoorheen. ‘O, dit is heel geschikt!’

Het was de tekening van Rory die met een stok in zijn hand aan het rennen was.

‘O,’ zei Gus, toen hij de tekening zag. ‘Dat is Rory.’

Sian en hij keken elkaar ingespannen aan. Sian slikte, hoopte dat ze niet ging niezen of huilen of op een andere morsige, luidruchtige manier emotie zou tonen.

‘Is dat je zoon, Gus? Zijn jij en Sian…’ vroeg een vrouw, die nog niet eerder had gesproken. Ze droeg het onvermijdelijke mantelpakje, de kleur van rijpe tomaten, had zwarte krullen en haar make-up was onberispelijk. ‘Interessant.’

Gus’ agent fronste zijn wenkbrauwen. ‘Ik wist niet dat je een partner had, Gus.’

‘Vooralsnog hebben wij alleen een zakelijke relatie,’ zei Sian, en ze wendde haar blik van Gus af.

‘Maar dat zou kunnen veranderen?’ suggereerde de vrouw in het rode mantelpakje.

‘Laten we het hier niet over hun privéleven hebben,’ zei de agent.

‘Maar het zou wel iets toevoegen…’ hield de vrouw vol.

Sian was verbijsterd dat het gesprek deze wending had genomen. Het leek nogal ongewoon om het liefdesleven van een auteur tijdens een vergadering te bespreken, maar als het hielp om de deal te sluiten, wat deed het er dan toe? De vergadering was al bizar op het moment dat zij de kamer was binnen gegaan. Ze keek de tafel rond, keek ook naar Gus, en besefte dat haar komst iedereen kennelijk betoverd had. Iedereen glimlachte.

Iemand kuchte. ‘Tja, een stel of niet, ik denk dat ik vol vertrouwen kan zeggen dat we zeer binnenkort met een bod kunnen komen. We zullen wat sommetjes moeten doen, kijken wat voor publiciteit we kunnen creëren… Supermarktdeals, dat soort dingen… Maar ik zie het wel zitten. Absoluut!’ Hij keek iedereen stralend aan en stond toen op om aan te geven dat de vergadering voorbij was.

De agent van Gus kwam op haar af en gaf haar op beide wangen een zoen. ‘Tjonge, jij kwam precies op het goede moment! Na de eerste enthousiaste impuls was de vergadering een beetje ingedut. Dat was goed te merken.’

Gus zei: ‘Sian, dit is Rollo Cunningham. Mijn agent. De beste die er is, zegt hij zelf. Rollo, dit is Sian, mijn… Tja, ze is mijn…’

‘Laten we het voorlopig maar op illustrator houden,’ zei Sian, met een glimlach.

‘Maar we kennen elkaar al heel lang,’ voegde Gus eraan toe.

Sian keek naar de grond. Ze had haar best gedaan om Gus te laten zien dat ze van hem hield door naar de vergadering te gaan, haar eigen remmingen overboord te zetten en hem bij zijn project te helpen, maar hoewel hij blij was met wat ze had proberen te zeggen, ze had geen idee wat zijn gevoelens voor haar waren. Misschien dácht Fiona alleen maar dat Gus van haar hield omdat ze dat graag wilde. Maar Sian moest het van hemzelf horen.

Gus keek naar Sian. ‘Wij moeten praten.’

‘Absoluut,’ zei Rollo. ‘We moeten details uitwerken en ervoor zorgen dat de neuzen allemaal dezelfde kant uit staan. Ik ken een leuk tentje hier vlakbij. Het is nog vroeg, maar nu is het er in elk geval rustig.’

‘Ik moet eigenlijk terug naar mijn ouders…’ begon Sian.

‘Ik sta erop dat je mee gaat lunchen, tenzij ze dringend hun medicijnen moeten hebben!’ zei Rollo. ‘Je wordt een belangrijk onderdeel van dit project. Zeker nu de uitgevers je in de armen hebben gesloten.’

‘Vind je het erg?’ vroeg Gus. Hij leek het belangrijk te vinden dat ze blij was met dit plan.

‘Nee, het is prima.’ Ze wilde hem geruststellen. ‘Mijn ouders zijn kerngezond,’ zei ze tegen Rollo. ‘Ik ga graag mee lunchen.’

Sian liep achter hen aan. Ze konden niet met zijn drieën naast elkaar lopen en ze vond het belangrijker dat Gus en Rollo konden praten dan dat hij haar arm vast had.

Ze liepen een smalle deur door, die Gus voor haar openhield. Het was binnen donker, maar toen haar ogen aan de duisternis begonnen te wennen, zag ze dat er niet veel tafeltjes stonden, maar dat er wel witte tafelkleden op lagen en glinsterende glazen stonden. Rollo sprak met de eerste kelner die kennelijk een vriend van hem was, en vervolgens werden ze naar een tafeltje geleid.

‘Ouderwets Engels eten,’ zei hij. ‘Zeer bekend om de traditionele desserts met custard.’

‘Echt iets voor Richard dus,’ zei Gus, en hij keek betekenisvol naar Sian.

‘Ja.’ Sian liet zich door Rollo een zitplaats aanbieden.

Het onderwerp Richard vereiste een betere verklaring dan ze hier kon geven. Haar schuldgevoel stak weer de kop op; ze had hem zoveel verdriet bezorgd. Ze kon nog steeds niet geloven dat Gus ook van haar hield en niet alleen het zolderappartement had gemaakt zodat Rory een dak boven zijn hoofd zou hebben en niet in een of andere kansarme wijk zou hoeven wonen.

‘En overheerlijke frites!’ ging Rollo verder. ‘Wat er ook gebeurt, we moeten frites hebben. En bubbels.’ Hij keek om zich heen, en onmiddellijk kwam er een ober op hen af. ‘We hebben iets te vieren!’

Er kwam een fles champagne op tafel en de glazen werden gevuld.

‘Op het boek?’ zei Rollo, en hij hief zijn glas naar hen beiden.

‘Op het boek,’ zei Sian. ‘Het wordt fantastisch. En dat ze Gus er maar veel geld voor mogen geven.’ Ze keek naar Rollo die glimlachte en zijn glas opnieuw hief.

‘Ja, en op Sian,’ zei Gus, ‘onze redder in nood.’

‘Welnee! Ik kwam zomaar binnenvallen en… Ach, ik heb mezelf belachelijk gemaakt.’

Rollo en Gus schudden hun hoofd. ‘Ze waren een beetje stilgevallen,’ zei Rollo. ‘We hadden een extra element nodig. Jouw prachtige illustraties én je aanwezigheid voor publiciteitsdoeleinden.’

‘Daar wil je mij niet voor hebben. Gus is de ster!’

‘Soms heeft een ster een satelliet nodig,’ zei Rollo, ‘en jij bent een erg mooie, als ik zo vrij mag zijn.’

‘Inderdaad,’ zei Gus.

Op dat moment kwam de ober met de menukaarten, zodat Sian meer stress bespaard bleef.

De maaltijd leek een eeuwigheid te duren. Sian keek voortdurend naar Gus, die voortdurend naar haar keek. Ze voelde zijn voet op de hare en wist niet zeker of dat expres was of dat hij daar per ongeluk was geland. Hoe dan ook, ze bewoog haar eigen voet niet en genoot van het contact, in de hoop dat het een teken was dat alles goed zou kunnen komen.

‘Zo,’ zei Rollo, toen hij zijn nagerecht met extra jam en custard op had. ‘Wat gaan jullie vanmiddag doen? Plannen?’ Toen ze geen antwoord gaven, ging hij verder: ‘Het was een bizarre wending tegen het eind van de vergadering, vond ik.’ Hij zweeg en wendde zich toen tot Gus. ‘Maar, zijn jullie nou een stel?’

Ze keken elkaar aan, maar Sian wist niet wat de blik op Gus’ gezicht betekende. Was het afschuw en paniek bij de gedachte alleen al? Of iets anders? Haar hart, dat al de hele maaltijd tekeer was gegaan, maakte nu helemaal vreemde sprongen.

‘Eh, nou…’ begon Gus.

‘Hemeltje! Ik zeg toch geen verkeerde dingen, hè?’ bralde

Rollo. ‘Weten jullie zeker dat je geen likeurtje wilt? Ik weet dat het lunchtijd is, maar het is een prima manier om iets te vieren. We hebben ongetwijfeld een geweldig bod voor het boek losgepeuterd. Of een cognacje?’ Zijn stem stierf weg.

‘Nee, echt niet. Als ik nog meer drink, kan ik niet meer op mijn benen staan,’ zei Sian. Ze had twee glazen champagne gehad en haar deel van de fles rode wijn. Nu wilde ze weg.

Maar Gus had nog vragen. ‘Vertel, wat is de volgende fase van het boek?’ vroeg hij.

‘De uitgevers gaan nu eerst rekenen en doen ons dan een bod, dat we zullen weigeren…’

‘Hoe hoog het ook is?’ vroeg Sian, blij dat ze ook iets kon zeggen.

‘Ja. Nooit een eerste bod accepteren. Ze mogen blij zijn dat ik het alleen aan hen heb aangeboden.’

‘Ik dacht dat zij de enigen waren die geïnteresseerd waren.’

‘Tja, nou ja, er zijn nog wel een paar uitgevers die interesse zouden kunnen hebben. Die kunnen we alsnog benaderen als deze partij niet met een fatsoenlijk bod komt.’

‘Hoe lang moeten we daarop wachten?’ vroeg Sian.

Rollo haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. Het kan snel gaan, of ze kunnen ons een paar dagen laten wachten. Ik verwacht dat ze het ijzer willen smeden nu het heet is, zullen we maar zeggen.’

‘Wat zenuwslopend,’ zei Sian.

‘Ja,’ beaamde Gus, ‘en vreemd. Ik heb het gevoel dat ik een slaaf ben die aan de hoogste bieder wordt verkocht.’

Rollo knikte. ‘Heel normaal. Maak je geen zorgen. Ik zorg ervoor dat we ze flink laten dokken.’ Hij zweeg even. ‘Goed, weten jullie zeker dat jullie niets meer willen hebben? In dat geval vraag ik de rekening.’

Rollo betaalde met een zwierig gebaar de rekening en grapte met het personeel. ‘Zo,’ zei hij, ‘kan ik iemand nog een lift aanbieden in mijn taxi?’

Sian stotterde en Gus zei: ‘We redden ons wel, dank je.’ Hij stond op om Rollo te bedanken voor alles wat hij had gedaan en Sian deed hetzelfde. Daarna zwaaiden ze hem uit.

‘Hij is duidelijk een goede agent, geweldig in wat hij doet,’ begon Sian.

‘Maar wij moeten onder vier ogen praten,’ maakte Gus de zin af.

Sians hart maakte een sprongetje. Dat klonk goed, maar kon ook slecht zijn.

‘Ja. Zullen we een cafeetje opzoeken?’

Gus schudde zijn hoofd. ‘Ik heb frisse lucht nodig, een groen plekje. Ik kan niet goed nadenken in de stad.’

Sian glimlachte. ‘Gelukkig ben ik een Londense. Ik weet wel iets. Loop maar mee.’

Het duurde niet lang voordat Sian hem een geheime tuin binnen leidde, verstopt achter oude huizen en nieuwe torenflats, alleen toegankelijk via een steegje tussen een oeroude, halfhouten pub en een advocatenkantoor dat uit dezelfde periode leek te stammen.

‘O, wauw!’ zei Gus. ‘Wie had dat kunnen denken?’ Hij keek naar de hoge, oude bomen en de bloembedden; wat gras, hier en daar een paar bankjes en een vogelbad in de vorm van een naakte dame met een schaal in haar handen.

‘Ik heb hier in de buurt een baan gehad. Tussen de middag at ik meestal in deze tuin mijn boterhammen op. Ik weet niet of het niet vroeger een begraafplaats is geweest, of iets dergelijks.’

‘Het is een oase.’

‘Ja. Zullen we gaan zitten?’ Ze wees naar een bankje waar duiven op zoek waren naar kruimels. ‘Om te praten?’ Het was hoog tijd.

Gus keek haar verontschuldigend aan. ‘Vind je het erg om te lopen? Het gaat vast beter als ik loop.’

Sian glimlachte, liep met hem mee en vroeg zich af wat hij met ‘beter’ bedoelde. Maar ze was zo zenuwachtig dat ze het niet wist. Misschien wilde Gus haar bedanken voor wat ze voor het boek had gedaan, of misschien wilde hij haar vertellen dat hij met Melissa ging trouwen, ondanks wat Fiona had gezegd.

Gus pakte haar hand en duwde hem ouderwets door zijn arm, hield haar dicht tegen zich aan. Ze voelde een sprankje hoop.

‘Lief dat je bent gekomen,’ begon hij.

‘Het was wel het minste wat ik kon doen. Ik had beloofd dat ik zou helpen en toen… nam ik het terug. Dat was niet eerlijk. Ik moest het goedmaken.’

‘Vindt Richard het niet erg dat je hier bent?’

‘Nee. Hij weet het niet.’

‘Je bent vertrokken zonder hem iets te zeggen?’

‘Ja.’

Gus was blijven staan, had haar arm losgelaten en keek haar streng aan.

‘Gus, er is niets tussen Richard en mij, dat is er ook nooit echt geweest.’

‘Nee?’ Hij keek verbaasd. ‘Maar je bent met hem naar bed geweest!’

‘Niet! Ik ben met jóú naar bed geweest. Ik heb je alleen dat idee gegeven omdat ik boos en gekwetst was en dacht dat je iets met Melissa had.’

‘Lissa? Goeie genade, hoe kom je daar nou bij?’

Het bewijs dat ze had leek nu erg zwak, terwijl het toen zo expliciet had geleken. Ze dacht na en liep stilletjes naast hem. ‘Ik zag jullie samen, nadat je niets van je had laten horen en je er niet was toen ik belde…’ Fiona was ervan overtuigd dat er niets tussen Gus en Melissa was, maar Sian zou het pas zeker weten als ze het van Gus zelf hoorde.

‘Ze heeft me alleen voorgesteld aan iemand die zijn land wilde verhuren en geld wilde investeren. Ik vind haar een leuk mens, hoor, maar verder… nee. Niet te geloven dat je dat dacht en niets hebt gezegd. Je had iets moeten zeggen.’

‘Fiona zei het al, maar op dat moment… Nou ja, ik was vreselijk gekwetst. En je belde maar niet terug. En toen heb ik mijn toevlucht bij Richard gezocht.’

Gus vond haar redenering kennelijk niet zo logisch. ‘Ah ja, Richard. Onze held.’

Dat was niet eerlijk; ze moest hem verdedigen. ‘Hij is een goede man en ik voel me er vreselijk schuldig over.’

‘Waarom? Hij heeft een kast van een huis en een snelle auto, waar maak je je zorgen om?’

‘Omdat ik zijn hart heb gebroken. Toen ik hem vertelde…’ Ze zweeg.

‘Wat heb je hem verteld?’ vroeg hij zacht. Hij had haar arm weer vastgepakt en hield hem stevig vast alsof hij bang was dat ze zou ontsnappen.

Geen enkele vrouw wil als eerste de woorden ‘houden van’ gebruiken in een relatie. ‘Ik heb hem gezegd dat ik niet bij hem kon zijn. Niet… Nou ja, ik heb er een eind aan gemaakt.’

Hij keek haar ingespannen aan. ‘Wat wil je nu zeggen?’

‘Ik denk dat je dat wel weet.’ Ze keek hem aan, maar ze kreeg de woorden niet uit haar mond.

‘Probeer je nu te zeggen, of juist niet te zeggen wat ik wil dat je zegt?’

Het was een impasse. Ze wilden geen van tweeën het als eerste zeggen, maar zolang Sian die o, zo belangrijke woorden niet had gehoord, kon ze er niet zeker van zijn dat hij van haar hield. Haar eigen gevoelens waren te zeer gekwetst om dat risico te lopen. ‘Waarom begin jij niet?’ zei ze zacht.

Hij slikte, haalde diep adem en vermande zich. ‘Ik vind mezelf geen lafaard, maar dit is wel het engste wat ik ooit heb gedaan. Ik hou van je, Sian. Toen ik thuiskwam en ik zag je daar, werd ik weer helemaal opnieuw verliefd op je, ver voordat ik van Rory’s bestaan wist.’

Sian zei lange tijd niets. Ze kon de woorden niet verzinnen en was bang dat ze zou gaan huilen. Hij had het gezegd. Hij had eindelijk gezegd dat hij van haar hield. De laatste cel in haar lichaam die nog had getwijfeld was om.

‘O, Sian! Lieve schat, toe! Ik heb je verteld wat ik voor je voel. Hou me alsjeblieft niet langer in spanning.’

Het was niet haar bedoeling geweest om hem te kwellen. Ze had het alleen zeker willen weten. ‘Ik ben blij. Toen Fiona me de zolder liet zien… Wees niet boos op haar, ze was wanhopig. Ik dacht dat je het misschien had gedaan zodat Rory een dak boven zijn hoofd zou hebben.’

‘Natuurlijk wil ik niet dat hij dakloos wordt, maar ik heb het voor jou gedaan. Ik wilde jou redden, niet Rory, want Rory had jou.’

‘Wat lief,’ zei ze stilletjes.

‘Nou ja, je bent een goede moeder.’ Zijn mondhoek trilde.

‘Nu weet ik waarom Rory van draken houdt! Hij woont er met een samen!’

Sian haalde adem en draaide zich verontwaardigd naar hem toe. ‘Ik ben geen draak…’

Gus nam haar gezicht tussen zijn handen en kuste haar heel lang. Halverwege was ze blij dat ze niet was vergeten adem te halen; dat kwam goed uit.

Sian zag iemand de tuin in komen en ze maakte zich los. Ook Gus deed een stap naar achteren. ‘Dus we kunnen onze onzekere toekomst samen tegemoet gaan?’

‘O, ja. Ik heb liever een onzekere toekomst met jou dan een leven vol luxe en zekerheid met Richard. En ik wil dat je weet dat ik het alleen voor Rory wilde. Het was niet voor mezelf.’

‘Echt? Ik dacht dat hij in een kasteel woonde.’

Sian knikte. ‘Het is een groot huis, maar de keuken is niet geweldig.’

Gus fronste zijn wenkbrauwen, zichtbaar verward. ‘Bedoel je…’

‘Ik bedoel,’ ging Sian verder, vastbesloten om hem terug te pakken voor de opmerking dat ze een draak was, ‘als je zoveel geld aan een huis besteedt, dan moet de keuken wel iets meer zijn dan oké.’

Gus keek haar nu een beetje bezorgd aan. ‘Maar de keuken in het zolderappartement is piepklein. Is dat een probleem?’

Sian genoot ervan om de overhand te hebben zolang het duurde. ‘Zoals je weet zijn afmetingen niet belangrijk. Zijn keuken had een aanrecht van lelijk marmer. Het deed me denken aan gehakt… van die hele grove terrines die je in Frankrijk wel krijgt.’

Gus had moeite met de informatie. ‘Probeer je me nu te vertellen dat je Richard hebt afgewezen omdat je het marmer in de keuken van zijn landhuis met zwembad en stallen niet mooi vond?’

‘Hoe weet jij dat het een zwembad heeft?’

‘Dat vertelde Rory me die dag tijdens de thee, weet je dat niet meer? Maar, kom, zeg op. Wat was het? De keuken, het zwembad, de stallen…’ zei hij plagerig.

‘Dat zei ik. Het marmer. En de haard in de zitkamer was ook niet geweldig.’

‘En daarom heb je hem afgewezen?’

Ze keek hem met grote ogen vol onschuld aan. ‘Welke andere reden zou er kunnen zijn?’

‘Je bent een rat! Maar je bent absoluut beter af met mij, marmer of geen marmer. Ik ben blij dat je de juiste keus hebt gemaakt.’

‘Maar dat is het ’m, Gus, dat heb ik niet gedaan.’ Sian werd serieus. ‘Je begrijpt het niet. Ik heb niet gekozen tussen jou en Richard. Ik er alleen voor gekozen om niet bij Richard te zijn. Jou kon ik niet kiezen, zie je? Ik dacht dat ik die keus niet had.’

‘Welke keus?’ Hij keek vertwijfeld.

‘Nou, Richard bood me zekerheid en de liefde van een goede man, maar jij…’ Ze zweeg even. Het was belangrijk dat hij het begreep. ‘Ik dacht dat jij me helemaal niets bood.’

‘Wist je dan niet dat ik van je hield?’

‘Nee! Hoe had ik dat moeten weten? Je hebt het nooit gezegd, zelfs niet op momenten dat de meeste mannen naar het schijnt wel bereid zijn een vrouw te zeggen dat ze van haar houden. Ik bedoel, als ze net waanzinnige seks hebben gehad. Ik dacht dat het voor jou… nou ja, gewoon waanzinnige seks was geweest.’ Ze keek naar haar voeten en hoopte maar dat hij niet dacht dat lekkere seks genoeg was, al dacht ze dat soms zelf wel eens.

‘O god, ik ben zo’n sufferd dat ik je niet heb gezegd en dat ik je niet heb laten voelen dat ik van je hou. Ik was bang dat ik je weg zou jagen als ik over liefde begon. Ik vond het zo al eng genoeg.’

‘Ik dacht je bang was om je te binden.’ Zelfs nu vond ze het moeilijk om haar diepste angst toe te geven, dat hij een zwerver was, letterlijk en figuurlijk.

‘Nee. Ik heb me nooit willen binden aan een werkgever of een carrière die ik niet zelf heb gecreëerd, maar toen ik jou had ontmoet… Toen ik mijn zielsverwant had gevonden, wilde ik niet anders dan me binden.’

Ze zuchtte, en omdat de tuin weer leeg was, nam hij haar weer in zijn armen.

‘Ik hou van je, weet je dat?’

Zo, zij had het ook gezegd. Ze wisten nu allebei wat ze voor elkaar voelden en het was heerlijk.

Later, toen ze op een bankje zaten en praatten en kusten en kusten en praatten, vroeg Gus: ‘Wat zijn je plannen?’

Ze keek op haar horloge. ‘O mijn god, de trein! Ik moet ervandoor!’

‘We nemen wel een taxi. Dan rij ik met je mee naar het station.’

‘Dat ik dat bijna vergeten was! Wat voor moeder ben ik?’ ‘Je weet dat mama op Rory past, daar hoef je je geen zorgen om te maken.’

‘Maar je hoeft niet met me mee naar het station. Wat ga jij nu doen?’

‘Even wat spullen ophalen bij de vriend waar ik vannacht heb gelogeerd. Kun je geen latere trein nemen?’

‘Dan moet ik fors bijbetalen.’

Haastig verlieten ze het park. Hij hield haar vast, leidde haar door de menigte totdat ze op de hoek van de straat stonden om een taxi aan te houden.

Ze draaide zich om. ‘Je hoeft niet met me mee te gaan. Ik red me wel.’

‘Ik wil geen moment meer zonder je, als het niet nodig is. Ik ga met je mee.’

‘Gus, wees nou verstandig!’

Net op dat moment botste iemand tegen haar aan en stapte ze onhandig van de stoep af. Een fractie van een seconde later schoot er een brandende pijn door haar enkel. Ze viel op de grond en hoorde piepende remmen.

‘O, mijn god!’ hoorde ze een vrouw zeggen.