Toen de klok eindelijk halfzes aangaf, kon Sian eindelijk met goed fatsoen opstaan. Ze hoefde niet langer te worstelen tegen haar slapeloosheid; het was per slot van rekening al bijna zes uur ‒ een redelijke tijd om op te staan.
Ze zette een kop thee voor zichzelf en ging in de tuin zitten. Ze had een oud kasjmier vest over haar nachtjapon aangetrokken. Het was pluizig van al het wassen. Het beloofde een prachtige dag te worden, maar ze rilde een beetje. Van de kou of van de spanning, ze wist het niet.
De dauw in de tuin gaf alles, zelfs het onkruid, een zachte gloed als fluweel met hier en daar een glinstering. Alles, van de rozen tegen de pergola tot aan de bonenstaak waarvan Rory de eerste bonen een paar dagen geleden had geoogst en de compostbak, zag er mooi en nieuw en veelbelovend uit.
Sian moest er bijna van huilen, terwijl ze haar tranen de hele nacht had weten te bedwingen.
Ze hield haar beker tegen zich aan voor de warmte, trok haar voeten op en trok haar nachtjapon over haar knieën. Zou het leven ooit weer normaal, vredig worden?
Vanuit haar ooghoek zag ze iets aan de andere kant van het muurtje bewegen: een donker hoofd bewoog op en neer; ze besefte dat ze naar een hardloper keek. Zelfs zonder zijn gezicht te zien, wist ze wie het was: Gus. Zodra hij de heuvel op kwam, zou hij op gelijke hoogte met haar zijn en als hij opkeek zou hij haar zien.
Ze stond op het punt naar binnen te gaan om hem te vermijden, toen ze zich afvroeg waarom. Ze zat in haar tuin te genieten van de vroege ochtend. Ze liet zich niet wegjagen door iemand die waarschijnlijk geen idee had dat zij hier zat. Het was nog niet eens zes uur. Als ze heel stil bleef zitten, zag hij haar misschien niet.
Het hoofd stopte. Twee seconden later kwam Gus de tuin in. Hij droeg een korte broek, gympen en een T-shirt met een scheur erin.
‘Hallo,’ zei hij.
Ze deinsde terug. Hier was ze niet op gekleed, ze voelde zich kwetsbaar, en hij was zo te zien nog net zo razend als de vorige dag. Hij zweette, en in combinatie met het zweet straalde hij iets uit wat ze interpreteerde als intense haat en woede.
‘Hallo,’ zei ze behoedzaam.
‘Is Richard er ook?’
Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Nee. Waarom zou hij hier zijn? Heb je hem ergens voor nodig?’
Hij zette zijn voet op de rand van een bloembak en leek zich een beetje te ontspannen. ‘Ik dacht dat hij misschien wel was gebleven toen hij je “in bed had gestopt”.’
‘Zo is het niet gegaan. En dat weet je heel goed. Trouwens, mijn moeder logeert hier.’ Waarom moest hij nu steeds de verkeerde conclusies trekken?
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik besef dat ik niet zoveel van je weet, dat ik niet weet wat jij al dan niet fatsoenlijk gedrag vindt. Alles wat ik dacht te weten blijkt niet meer te kloppen. Gisteren is mijn leven compleet op zijn kop gezet.’
Zij had hetzelfde gevoel, maar zei niets. Hoe verwarrend dit voor haar ook was, voor hem was het ongetwijfeld erger. ‘Het spijt me.’
Zo gemakkelijk kwam ze er niet vanaf. ‘En terecht! Terecht dat je spijt hebt! We moeten nodig praten.’
Ze zuchtte. Ze wist zeker dat ze net zoveel spijt had als hij van haar verwachtte, maar hoe moest ze hem dat duidelijk maken? ‘We praten nu toch?’
‘Ik bedoel dat we moeten praten, zonder dat we hoeven te fluisteren.’
Hij had gelijk. Hij kon zijn verontwaardiging niet uiten en zij kon alle beslissingen die ze had genomen sinds ze zwanger was geraakt niet uitleggen als ze de hele tijd moesten fluisteren. Ze dacht na. Ze voelde er niets voor om een afspraak met hem te maken. Ze kon het maar beter achter de rug hebben.
‘Goed. Ik kleed me even om en ik zal mijn moeder wakker maken om te vragen of ze op Rory wil passen voor het geval hij wakker wordt. Dan kunnen we een stukje wandelen.’
‘Blijf niet te lang weg.’
Als een boze beer ijsbeerde hij door de tuin, terwijl zij haar moeder wakker maakte.
‘Mama?’ fluisterde ze. ‘Gus is er.’
Haar moeder mompelde iets onverstaanbaars.
‘Hij wil met me praten. Dat ben ik hem wel verschuldigd. Wil jij op Rory passen zolang ik weg ben?’
‘Natuurlijk, lieverd.’ Haar moeder ging rechtop zitten en schudde zich wakker. ‘Succes.’
Snel trok Sian haar kleren aan: een spijkerbroek, een T-shirt, gympen en haar vest daaroverheen. Dat was misschien wat warm, maar de zachte stof voelde troostend en dat had ze nodig.
Ze haalde haar handen door haar haar in plaats van een borstel, poetste haar tanden, deed wat crème op haar wangen en ze was klaar. Make-up zou haar nu niet helpen. Ze kon Gus maar beter onder ogen komen zoals ze was.
‘Waar gaan we naartoe?’ vroeg ze, toen ze de tuin weer in liep.
‘Doet er niet toe. We lopen niet om van de omgeving te genieten.’
Sian maakte zich op voor een moeilijk uur. Ze wist niet of ze het langer dan dat zou volhouden, maar ze vond ook dat ze het niet korter kon maken.
Ze liepen door het hek over de weg in de richting van het dorp. Ze waren nog maar een paar meter onderweg, toen Gus begon.
‘Oké, ik wil weten waarom je het me niet hebt verteld, zodra het redelijkerwijs kon.’ Gus klonk alsof hij erg zijn best deed om rustig te blijven en dat niet gemakkelijk vond.
Sian dacht dat hij het nooit zou begrijpen, hoe lang en hoe hard ze ook haar best deed. ‘Er speelde veel mee. Ik had niet gedacht dat ik je ooit nog zou zien. Ik ben er altijd van uitgegaan dat ik Rory in mijn eentje zou opvoeden, zonder vader.’
‘En Richard dan? Ik denk niet dat hij daar ook van uitgaat.’ ‘Richard heeft hier niets mee te maken!’ Sian gleed met haar hand langs de wederik die langs de weg bloeide, zodat ze iets te doen had.
‘Nee? Volgens mij wel. Volgens mij ziet hij zichzelf anders als jouw toekomstige man en Rory’s stiefvader.’
Sian gaf niet direct antwoord. Ze wist dat hij gelijk had, en ze wist dat ze niet goed over Richards rol had nagedacht. Omdat ze niet van hem hield, niet op die manier, had ze zijn gevoelens terzijde geschoven. Maar was dat verstandig? Ze kon zich de gekwetste en verwarde blik op Richards gezicht herinneren toen ze het hem de vorige avond had verteld, toen hij haar thuis had gebracht. Gekwetst omdat ze hem dit niet eerder had toevertrouwd en verward omdat hij niet goed wist wat dit betekende voor zijn relatie met Sian en Rory. Ze was opgelucht geweest dat hij niet had aangedrongen en vrij snel was vertrokken.
‘En waarom ook niet? Jongens hebben een man in hun leven nodig,’ ging Gus verder.
‘O, begin jij niet ook nog eens! Iedereen roept maar dat jongens een man in hun leven nodig hebben. Dat betekent nog niet dat ik moet trouwen. En Richard zou niet met mij willen trouwen alleen om een goed voorbeeld in Rory’s leven te zijn.’ Ze had er genoeg van dat anderen haar vertelden wat wel en niet goed was voor haar zoon. De zoon die ze in haar eentje de afgelopen vijf jaar had opgevoed… nou ja, met hulp van haar ouders, natuurlijk.
‘O nee, hij wil jou,’ gromde Gus. ‘Hij neemt Rory op de koop toe, omdat het de enige manier is om jou te krijgen.’
‘Dat maakt hem nog geen slecht mens!’
‘O, ik weet precies hoe braaf Richard is, verdomme! Maar wat voor deugden hij ook heeft, hij is Rory’s vader niet!’
‘Dat weet ik,’ zei ze zacht, in de hoop dat hij ook wat zachter ging praten.
‘Maar ik was wel de laatste die daarachter kwam, of niet?’ ‘Rory weet het ook niet.’
‘Maar je zult het hem moeten vertellen. En gauw ook. Ik heb vijf jaar van zijn leven gemist, ik wil niet nog meer missen en ik ben niet van plan om afgescheept te worden als “een vriend van de familie”.’
‘Ik heb je niet met opzet weggehouden! Ik kon je niet bereiken… en dat wist ik van tevoren. We hebben het daar al over gehad. Sterker nog, we hebben zes jaar geleden een soortgelijk gesprek gehad.’
Ze raakte buiten adem, maar wilde Gus niet vragen om wat langzamer te lopen. Dan ging hij misschien echt over de rooie. Ze rende met hem mee en deed haar best om zijn lange, boze passen bij te houden.
‘Ik snap ook wel dat je me niet te pakken kon krijgen. Echt. Maar ik weet niet wat me overkomt. Ik heb een zoon van vijf! En dat zou ik misschien nooit hebben geweten als jij niet toevallig terecht was gekomen vlak bij het huis waar ik ben opgegroeid!’
‘Ik weet het. Het was voor mij ook schrikken om tijdens een gezellig etentje een man te zien die ik dacht nooit meer te zullen ontmoeten. Ik bedoel, ik was… ik ben Fiona’s vriendin! Ik had geen idee wie haar zoon was. Waarom geloof je me nou niet?’ Ze streek weer met haar hand langs de heg en raakte per ongeluk een brandnetel aan. Even later voelde ze het prikken en ze was blij met de afleiding.
Hij was niet bereid om begrip te tonen. ‘Ja, maar je hebt toch echt ruim de tijd gehad om dat te verwerken. Als mijn moeder je geen ultimatum had gesteld, zou je het me nooit hebben verteld.’
Ze gaf geen antwoord.
‘Sterker nog, je hébt het me niet eens verteld! Ik moest er zelf achter komen!’
‘Ik zou het je verteld hebben. Als Melissa de gelijkenis niet had gezien en die stomme opmerking niet had gemaakt…’
‘Ga nou niet Melissa de schuld geven. Ze is een ongelooflijke steun voor me geweest.’
‘O, fijn voor je.’ Sian versnelde haar pas, alsof ze hem eruit zou kunnen lopen. Ze voelde haar eigen woede aanwakkeren.
Hij maakte een paar grotere stappen en was alweer naast haar. ‘Waarom mocht ik het niet weten?’
‘Het is niet dat je het niet mocht weten, ik zocht alleen het goede moment. Maar dat zou nooit zijn gekomen, dat zie ik nu ook wel.’
‘Neem je het me kwalijk dat ik boos ben?’
‘Nee! Maar ik zou willen dat je kon begrijpen hoe moeilijk het voor mij is geweest om het juiste moment te vinden.’
Hij gaf niet direct antwoord. ‘Het was de schok van alles.’
Hij leek wat te kalmeren. Misschien konden ze er toch rustig over praten. ‘Voor mij was het ook zoiets.’
Hij werd nog steeds gedreven door zijn boosheid. ‘Dat kun je niet vergelijken! Jij wist dat ik Rory’s vader was. Ik had geen idee dat ik een zoon had.’
Sian bleef staan en keek naar hem. ‘Wat wil je nou horen? Ik kan geen sorry blijven zeggen, het betekent niets meer, maar het spijt me wel echt: dat het zo’n schok was, dat ik niet het moment heb gevonden om het je te vertellen voordat je erachter kwam. Maar ik kan niet nog meer mijn excuses aanbieden!’
Ze liepen in stilte verder. Sian vroeg zich af wanneer hij zich niet meer zo gekwetst zou voelen en ze konden omkeren zodat ze naar huis kon.
‘We moeten afspraken maken zodat ik Rory regelmatig kan zien.’
Sian keek omlaag en voor het eerst zag ze het litteken op zijn been.
‘Een omgangsregeling, bedoel je?’
‘Nee, ik bedoel verdomme geen omgangsregeling! Dan lijkt het alsof we gescheiden zijn en ik om het andere weekend met hem naar een pretpark of McDonald’s moet! Ik wil mijn zoon zien. Ik wil dat hij weet dat ik zijn vader ben.’
‘Ik ga het hem ook…’
‘Wanneer? Als hij achttien is? Als hij ernaar vraagt? Ik wil dat hij het nú weet!’
‘Hij is nog maar vijf.’
‘Alsof ik zou kunnen vergeten hoe oud hij is.’ Hij zweeg even. ‘Hoor eens, Rory is een leuk ventje, maar ik wil hem graag leren kennen als mijn zoon.’
‘Dat komt ook wel. Als we maar niet heel ver weg hoeven te gaan wonen, want dan wordt het lastiger.’
‘Zit over verhuizen maar niet in, dat komt wel goed.’
Hij deed zo luchtig over deze serieuze dreiging dat haar woede weer opvlamde. ‘Dat weten we niet. Tenzij Melissa jou heeft verteld dat ze de cottage niet meer wil.’
‘Nee, ze wil hem nog steeds.’
‘Nou, dan moeten we dus verhuizen. En ik weet niet of we hier in de buurt iets betaalbaars kunnen vinden. Ik wil naar huis,’ voegde ze eraan toe, en ze draaide zich om. ‘Straks vraagt Rory zich af waar ik ben.’
‘Hoor eens, ik heb je al gezegd dat ik je niet bij Rory weg zal houden, maar Rory is waarschijnlijk nog moe van zijn feestje. We moeten hier allebei goed over nadenken.’
‘Ik heb erover nagedacht.’
‘Moet je luisteren, ik trek het niet meer. Even niet. Ik heb tijd nodig om na te denken. Ga naar huis, neem een douche, ga ontbijten. Dat ga ik ook doen. We regelen wel wat.’
Gus was er duidelijk niet blij mee, maar besefte dat hij op dit moment niet meer zou bereiken. Zijn blik verzachtte en hij stemde in. Ze liepen zwijgend terug, en hoewel de stilte niet vriendschappelijk was, was hij niet meer zo vijandig. Totdat Gus in de richting van zijn moeders huis verdween zonder nog zelfs maar even te knikken.
Goh, dat ging goed, dacht Sian, toen ze in elkaar gedoken naar de cottage liep.
‘Hoi, mam! Heb je gewandeld?’
Sian deed haar vest uit; het had haar geen enkele troost geboden! Ze hing het over de rugleuning van een keukenstoel en gaf Rory een zoen op zijn wang. ‘Ja, lieverd. En wat heb jij gegeten?’
‘Brood met ei en stroop.’
‘Lekker kleverig allemaal,’ zei Sians moeder. ‘En wat kan ik voor jou klaarmaken?’
‘O, gewoon een geroosterde boterham met Marmite, hoor. En thee.’ Ze ging aan tafel zitten en keek haar moeder met een dankbare glimlach aan. ‘Fijn om bediend te worden.’ Wat ze bedoelde was: fijn om bemoederd te worden.
Ze zat net aan haar tweede kopje thee toen de telefoon ging. Het was Richard.
‘Het spijt me dat ik zo vroeg bel, maar ik moet over een uur op het vliegveld zijn. We moeten praten.’
Niet hij ook!
‘We praten toch.’ Ze lachte zacht in de hoop dat ze niet had gesnauwd. Het was niet eerlijk om haar gevoelens over Gus op Richard af te reageren.
‘Ja, dat weet ik, maar ik wil het serieus met je hebben over de toekomst. Nu ik weet dat Gus Rory’s vader is, is alles veranderd.’
‘O? Ik bedoel… tussen ons?’
Het bleef even stil. Sian kon bijna horen hoe Richard over de volgende zin nadacht. ‘Ik vind dat we de situatie officieel moeten maken. Omwille van Rory.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik bedoel, als je moet verhuizen… Als we het samen doen, dan hoef je misschien niet weg. Dan kan Rory naar dezelfde school en alles.’
Was dit een huwelijksaanzoek of een aanbod om zijn huis met haar te delen? ‘Het spijt me dat ik zo traag van begrip ben, Richard, maar…’
Hij onderbrak haar snel en zenuwachtig. Sian had zo’n vermoeden dat hij had geweten dat dit niet de manier was om zoiets te bespreken, maar de gedachte niet aankon dat hij weer naar het buitenland moest, zonder eerst te zeggen wat hij wilde zeggen – of zonder eerst zijn territorium af te bakenen. ‘We hebben het er wel over als ik terug ben. Ik moet ophangen. Pas goed op jezelf!’
Sian liep moe en verward terug naar de keuken. Het leek erop alsof ze twee mannen in haar leven had, die allebei de vader van haar kind wilden zijn, als ze Richard goed had begrepen. Ze wist dat hij hun relatie erg graag wilde bestendigen en ze wist ook dat hij op Rory gesteld was, maar hij had haar nooit onder druk gezet, en zij had het prima gevonden om de situatie te laten voor wat die was. Wilde hij het nu dan toch doen? Haar dwingen nóg een beslissing te nemen waar ze niet klaar voor was? Waarom kon ze Rory niet gewoon in haar eentje grootbrengen? Maar ze wist dat dit onmogelijk was; wat Gus betreft, in elk geval. Hij zou nu een rol in Rory’s leven spelen, of ze dat wilde of niet. En ze wilde dat wel. Voor Rory. Al deed Gus’ aanwezigheid in haar leven haar gemoedstoestand geen goed.
Voordat ze kon gaan zitten, hoorde ze de brievenbus. Ze haalde de post op, in de hoop dat er een bevestiging van haar opdracht bij zat, een cheque of zelfs een vrolijke catalogus die ze onder het genot van een kopje thee kon lezen.
Er lag een dikke, roomkleurige envelop met haar naam op de voorkant getypt. Nog voordat ze hem van de mat had gepakt, wist ze dat het slecht nieuws was.
‘Wat is het? Iets leuks?’ vroeg haar moeder, die met een vochtige doek Rory’s vingers schoon boende.
‘Ik vermoed van niet.’ Sian scheurde de envelop open en las de inhoud. ‘Nee, het is de bevestiging dat Luella het huis gaat verkopen en dat ik er vóór 1 oktober uit moet.’ Ze liet zich op de keukenstoel ploffen. Kon deze dag nog erger worden?
‘Dat is al snel!’ zei haar moeder, en ze keek bezorgd naar haar dochter. Toen ze had gekeken of haar kleinzoon helemaal schoon was, woelde ze even door zijn haar en tilde hem toen uit zijn stoel. ‘Rory, als jij nou eens een tekening voor me maakt voordat je naar de speelgroep gaat?’
Rory keek de vrouwen aan. ‘Jullie gaan praten, hè?’
‘Ja, heel saai praten,’ zei Sian. ‘Maak maar een mooie tekening, lieverd. Ik weet wat, maak een tekening van je verjaarstaarten! Dan kun je er een aan Fiona geven als bedankje.’
Geïnspireerd door dit idee liep Rory naar de woonkamer om zijn potloden te zoeken.
Even later zette Penny een verse beker thee voor Sian neer, die er een slokje van nam zodat ze even niet hoefde te praten, even geen beslissing hoefde te nemen. Ze had haar moeder in grote lijnen verteld over haar gesprekken met Gus en Richard.
‘Zeg,’ zei Penny, ‘als jij en Rory nu een paar dagen bij ons komen logeren? Je vader zou het fijn vinden om je weer te zien en dan heb jij rustig de tijd om alles op een rijtje te zetten.’
Sian snakte er opeens naar om naar huis te gaan – thuis, het huis waar ze was opgegroeid. ‘Ik heb nog werk te doen en ik moet Fiona helpen met opruimen na gisteren,’ zei ze halfslachtig, in de hoop dat haar moeder dit als smoesje af zou doen.
‘Dat kan ik wel doen. Dan kan Rory naar zijn speelgroep, doe jij je werk en ga ik naar Fiona. Ik mag haar graag en ze vindt het vast niet erg als ik haar help. En dan rijden we vanmiddag naar huis. We gaan in één auto. Dan kun je terug met de trein terug, of anders breng ik jullie.’
Sian kon wel janken. Ze was zó blij dat haar moeder er was. Die wist precies wat ze nodig had. ‘Het lijkt toch niet alsof ik weg vlucht?’
‘Waarvan? Welnee, het is heel normaal dat je bij je ouders op bezoek gaat. En dan kun je bij ons thuis op internet kijken of je in de buurt een huis kunt vinden. Volgens mij wilde mevrouw Florence ook nog dat je de tafel die je voor haar hebt beschilderd bijwerkt. Ik geloof dat een van de poten beschadigd is.’
‘Dus is het nog werk ook! O, mama, dank je wel!’ Ze liep rond de tafel en sloeg haar armen om haar moeder heen.
‘Je hebt geen uitnodiging nodig om te komen logeren, dat weet je toch?’ Penny gaf haar dochter een klopje op haar rug.
‘Dat weet ik, maar jij kwam met het idee en daardoor leek het mogelijk.’
Ze haalde Rory om hem naar de speelgroep te brengen, en voor het eerst sinds Gus de waarheid over Rory te weten was gekomen, had ze weer een sprankje hoop. Misschien kwam alles toch nog goed. En er even tussenuit zijn, zou haar helpen om haar gedachten te ordenen… hoopte ze.
Rory lag achter in de auto te slapen. Sian maakte van de gelegenheid gebruik om na te denken. Haar moeder wist hoe ze zich voelde en hield zich stil. Ze vroeg alleen zo nu en dan om een pepermuntje.
Wat kon ze het beste doen? Moest ze haar problemen door Richard laten oplossen, hem een goede stiefvader voor Rory en een steun voor haar laten zijn? Hij zou het geweldig doen. Hij zou nooit een trouwdag vergeten, zou haar meenemen op heerlijke vakanties in mooie landen en luxe hotels, en ze zouden nooit een vliegtuig missen.
Als ze zich met Gus zou inlaten, zou ze besneeuwde bergen op moeten klauteren, met een halfbevroren Rory kreunend in haar kielzog, zou ze maaltijden op een klein kampvuur in een enkel pannetje moeten klaarmaken en haar water door een sok moeten filteren om de korstmos eruit te halen.
En het was niet alleen het uiterlijk vertoon, het was de verbintenis. Richard zou haar toegewijd zijn; haar, Rory, hun gezinsleven.
Maar Gus? Hoe zou hij zijn? Hoe was zijn concentratievermogen als het om vrouwen ging? Moeilijk te zeggen, maar ze had zo’n vermoeden dat het niet geweldig was. Hij was in het begin erg in haar geïnteresseerd geweest, maar nu was Melissa zo’n ‘ongelooflijke steun’.
En het werkte twee kanten op. Zij had hem ook niet gesteund, ze had alleen zijn zoon vijf jaar lang bij hem weg gehouden. En als hij haar al voor de eerste vier en driekwart jaar vergaf omdat ze hem toen niet had kunnen bereiken, zou het feit dat ze het hem niet had verteld op de dag van zijn terugkeer altijd tussen hen in blijven staan.
Dat ze voor Richard nooit had gevoeld wat ze voor Gus had gevoeld, was niet echt een probleem. Dat was toch maar een kwestie van feromonen en verstandsverbijstering. Dat ze die gevoelens nog steeds voor hem had, deed er ook niet toe. Dat zou wel slijten. Het moest.
Dan was er nog de kwestie van het huis. ‘Hoe groot is de kans dat ik in dezelfde buurt iets leuks vind dat ook nog betaalbaar is?’ vroeg ze hardop, blij dat Rory nog sliep, jaloers dat hij als kind in staat was overal doorheen te slapen.
Penny gaf niet direct antwoord; ze wekte de indruk dat dit kwam doordat ze een grote vrachtwagen aan het inhalen was, maar Sian wist dat ze probeerde een optimistische manier te vinden om haar te vertellen dat die kans niet zo groot was.
‘Het wordt een uitdaging,’ gaf Penny toe. ‘Maar je kent me, ik kan alles vinden op het internet.’
‘Maar Luella’s cottage was zo goedkoop. Ik besefte pas hoe goedkoop, toen ik er een tijdje had gewoond.’
‘Je zult moeten schikken. Misschien heb je in het volgende huis niet zo’n grote tuin, maar wel een mooiere keuken.’
‘Ik vind de omgeving het belangrijkst. Rory heeft hier vriendjes, ik ook, en zijn school is hier. Het hoofd was geweldig. Hij zou het er geweldig naar zijn zin hebben.’
‘Je zou kunnen forenzen. Dat is toch niet het eind van de wereld.’
Ze reden een tijdje in stilte verder. Toen zei Penny wat ze ook had gezegd toen ze hoorde dat Sian zwanger was: ‘En de grote onbesprokene is natuurlijk Gus. Een spetter van een vent, maar is hij de man voor jou?’ Zo! Haar moeder had gezegd wat Sian dacht. Nu was het echt.
‘Ik weet niet eens of hij de man voor mij zou willen zijn. Hij wil Rory’s vader zijn. Ik weet niet of ik bij de deal hoor.’ Alles was zo verward. Ze kon nergens helder over nadenken en het was niet langer eenvoudigweg een kwestie van: hou ik van hem en houdt hij van mij? Wat ze die nacht had gevoeld was waanzinnig geweest, maar ze wist ook dat seksueel verlangen zichzelf als ware liefde kon voordoen. Ze moest al die hartstocht achter zich laten omwille van Rory en ze moest doen wat voor hem het beste was.
‘Wat vind je daarvan? Dat Rory’s vader een plek in zijn leven wil hebben?’ vroeg haar moeder behoedzaam.
‘Ik vind het natuurlijk prima dat ze elkaar zien.’ Dat meende ze uit de grond van haar hart. ‘Waarom ook niet? Maar…’
Penny wierp een blik op zij. ‘Maar?’
‘Er is nog iemand over wie we het niet gehad hebben: Richard is er ook nog. Hij wil mij én Rory, en hij zou geweldig voor ons zijn. Betrouwbaar, toegewijd, zorgzaam. Als ik met hem ging samenwonen… misschien zelfs trouwen… zou ik hier kunnen blijven. Hij is vaak weg, dus ik zou meer dan genoeg tijd voor mezelf hebben, en dat vind ik belangrijk. Hij zou het prima vinden als ik wil gaan werken. Hij zou perfect zijn!’
‘Je weet me niet te overtuigen.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik bedoel, dat je me een lijst van al zijn kwaliteiten geeft, maar dat je het belangrijkste achterwege laat… Hou je van hem?’
‘Ik mag hem graag! Ik heb respect voor hem. Hij is een vriend; hij zou mijn beste vriend kunnen worden. Op den duur zou ik van hem kunnen houden. Dat kan.’
‘Je weet wat je vader en ik van Richard vinden, we zijn erg op hem gesteld, maar waarom zou jij daar genoegen mee nemen? Waarom zou je willen samenleven met iemand van wie je niet houdt? Zelfs al houdt hij wel van jou… en ik denk dat dat zo is. Hij kon tijdens het feest zijn ogen niet van je af houden. Het is een goede man.’
‘Dat weet ik.’
‘Dat wil niet zeggen dat Gus slecht is. Maar zou hij een goede echtgenoot zijn?’
Sian gaf geen antwoord. Dat was de grote vraag.