11

Sian had helemaal geen zin in het sportfeest. Melissa de hele dag met Gus te zien flirten was geen aanlokkelijk vooruitzicht. En nog zorgwekkender was dat dan precies datgene zou gebeuren waar ze al tegenop zag sinds Gus terug was: Rory en Gus zouden elkaar eindelijk ontmoeten. Wat zouden ze van elkaar vinden? Ook al wisten geen van beiden wat ze van elkaar waren, het was toch een belangrijk moment. Hoe zou het voor haar zijn om ze samen te zien? Het stond vast dat haar kleren niet geschikt waren. Ze had lang genoeg op het platteland gewoond om te weten dat stadse lui in de verkeerde kleren heel hard werden uitgelachen.

Maar het was een heerlijke dag en ze had evengoed een mooie jurk, dus dat was een probleem minder. Nu hoefde ze zich alleen nog maar zorgen te maken over haar schoenen, tenzij ze toch echt geacht werd tweed en een jachtpet te dragen.

Rory was makkelijk: korte broek,T-shirt, pet en een heleboel zonnebrandcrème. Hij kon zijn sandalen aan, die dikke, stevige zolen hadden. Sian bezat alleen een paar slippers waar nauwelijks een zool onder zat.

Maar dat was niet erg, want ze reden met Fiona mee.

‘Ik heb een autostoeltje van de kleinkinderen, voor als ze uit Canada overkomen,’ had Fiona gezegd. Op de een of andere manier was het een beladen woord, vond Sian, die het schuldgevoel voelde knagen. Gus was niet de enige die niet wist dat hij familie van Rory was. Ze had zich zo druk gemaakt over hoe ze het hem moest vertellen en of ze dat überhaupt wel wilde, dat ze nauwelijks aan Fiona had gedacht. Ze wist hoe haar eigen moeder het zou vinden als ze bij haar kleinkind weggehouden werd. Ze voelde zich ook erg schuldig tegenover Richard. Hij was weer op zakenreis en had laten doorschemeren dat hij een romantisch diner voor twee met haar wilde zodra hij terug was. Omdat ze de laatste tijd zo weinig samen waren geweest. En door alles wat er de laatste tijd was gebeurd, had ze weinig aan hem gedacht. Al die schuldgevoelens en nu nog een dag vol zorgen. Ze vroeg zich af hoe ze de dag door moest komen.

Rory huppelde met haar mee, toen ze naar het grote huis liepen. Hij keek uit naar de dag, ervan overtuigd dat hij mocht pony rijden. Sian had hem gewaarschuwd dat het misschien niet zou lukken, maar dat wilde hij niet horen.

Fiona gaf hun beiden een zoen toen ze aankwamen. ‘Wat zie je er beeldig uit!’ zei ze tegen Sian, toen Rory was gaan kijken of zijn treinen er nog waren. ‘Angus is weg. We zien hem straks. Hij deed erg mysterieus. Ik wist vroeger ook precies wanneer hij iets van plan was, en dit lijkt er wel heel erg veel op.’

Sian slaakte een zucht door de merkwaardige mengeling van opluchting, teleurstelling en angst voor wat nog zou komen. Om die te verdoezelen, zei ze snel: ‘Ik zit een beetje over mijn schoenen in. Het zijn deze, of anders hakken. Geen van beide echt geschikt voor modder, en misschien is het daar nat.’

‘Ik heb wel iets voor je! Ik heb laatst van die laarzen met bloemetjes erop gekocht en merkte thuis pas dat ze niet om mijn kuiten pasten. Neem die maar. Dan stop je deze in je tas voor het geval het warm wordt.’ Fiona vloog weg, blij om te helpen en tegelijkertijd verheugd om zich van een miskoop te ontdoen. Gelukkig hadden ze nagenoeg dezelfde maat.

‘Hebben we alles wat we nodig hebben?’ vroeg Fiona, en ze rinkelde met haar sleutelbos, terwijl ze de hal in tuurde.

‘Ik heb mijn tas,’ zei Rory. ‘Daar zit drinken in en Babybel-kaasjes, boterhammen en een appel.’

‘Heel verstandig. Melissa’s ouders verzorgen de picknick, maar misschien komt het eten niet snel genoeg voor een jonge maag. Je weet hoe mannen zijn als ze honger krijgen. Dan worden ze humeurig. Kom, dan gaan we naar het sportfeest!’

Rory juichte en rende naar Fiona’s auto. Zijn rugzak slingerde op zijn rug en Sian wenste dat ze half zo blij was.

‘Nou, we zijn maar drie keer verdwaald,’ zei Fiona vrolijk. Ze parkeerde de auto in het weiland, op de aanwijzingen van een blonde jongen die klonk alsof hij op een dure kostschool zat. ‘Dat noem ik een succes.’

‘Ik ook,’ zei Sian, die had genoten van het ritje in de omgeving, door allerlei smalle laantjes die ze anders nooit zou nemen. Wat had ze sinds de verhuizing eigenlijk weinig ondernomen! Ze was amper het dorp uit geweest. ‘Het was een leuk ritje.’

‘Nu moeten we alleen Melissa en haar ouders zien te vinden. Wat een luxe om niet kilometers met een picknickmand te hoeven sjouwen. Nou ja, Rory wel.’

‘Ik heb een rugzak,’ zei Rory. ‘Het gaat best.’

‘Zou het niet vreselijk zijn als we straks ruziemaken over

Rory’s eten omdat er verder niets is?’ zei Sian, toen ze door het hek de weide in liepen. ‘Had ik er nou maar meer in gestopt.’

‘Maak je daar maar geen zorgen om. Je zult nog onder de indruk zijn van de familie Lewis-Jones. Ze is zo’n eerzuchtig type. Reken maar dat er aan alles gedacht is en dat ze genoeg hebben voor vijfduizend mensen en hun vrienden.’

‘Dat kunnen ze van jou ook zeggen,’ zei Sian met een glimlach.

‘Dat weet ik, maar met Veronica voel je je altijd schuldig dat je niet meer op kunt.’

‘Jij voelt je geloof ik over van alles en nog wat schuldig,’ zei Sian.

‘O ja, dat zit in mijn genen.’

Hoewel ze het luchtig had gezegd, kreeg Sian het idee dat ze Fiona zag kleuren. Fiona was niet de enige die zich overal schuldig om voelde. Ze moest eens weten.

Mevrouw Lewis-Jones had inderdaad een grootse picknick georganiseerd. Er waren voor iedereen speciale picknickmanden, thermosflessen, zitgelegenheden en glashouders. Alles was netjes en schoon, geen muffe thermosflessen en kopjes met vlekken of kunststof borden of plastic glazen. De waterdichte kleden waren groot genoeg om een tent op te zetten en de borden waren van Royal Worcester.

‘Werkelijk prachtig!’ zei Fiona, die in een stoel met glashouder ging zitten. ‘Veronica, wat heb je er een werk van gemaakt.’

‘Ik maak er graag een feestmaal van. Als iedereen een goede lunch heeft gehad, geven ze straks meer geld uit en laten we niet vergeten dat het een geldinzamelingsactie ten bate van de hospice is.’

‘En ik heb een verrassing voor jullie allemaal! Angus… Gus en ik hebben een plan.’ Melissa zag er bijzonder schattig uit in haar chique jurk. Haar haar glansde alsof ze uit een shampooreclame kwam. Als Sian moeder en dochter zo naast elkaar zag, was wel duidelijk van wie Melissa haar schoonheid had. Veronica was een slanke, oudere versie van haar dochter. Tijdens de drukte van het etentje had ze niet iedereen goed in zich opgenomen.

Ze nam een slokje champagne uit de zilveren inschuifbare beker die ze had gekregen ‘omdat het toch zo leuk is om die oude dingen te gebruiken’. Ik moet niet zo jaloers zijn op Melissa, zei ze tegen zichzelf. Zij en Gus kennen elkaar al heel lang. Natuurlijk hebben ze plannetjes die niemand anders kent.

‘Rory, lieverd,’ zei Fiona, ‘denk je dat je je eigen lunch nog wilt? Er liggen hier heerlijke dingen.’

‘Dát zijn kleine eitjes,’ zei Rory, en hij wees naar minieitjes op een porseleinen schaaltje.

‘Kwarteleitjes, schat. Net als gewone, maar dan kleiner,’ zei Fiona.

‘Hier, neem een worstenbroodje,’ zei mevrouw Lewis-Jones, en ze hield een grote schaal voor Rory’s neus. ‘Pas op. Ze zijn heet. Nou ja, warm, in elk geval.’

‘Laten we nog wat flessen opentrekken,’ zei Harold Lewis-Jones. ‘Toevallig weet ik wie de onbekende gast van Melissa is. We hebben veel bubbels nodig.’

Hij vulde hun glazen bij en zette de flessen in speciale wijnkoelers die in de grond waren gestoken. Rory kreeg een glas vlierbessensap. Sian was onder de indruk. Ze hadden werkelijk aan alles gedacht.

‘Wat ontzettend lief dat u rekening hebt gehouden met Rory,’ zei ze.

‘Ik ga zo dadelijk ook over op het non-alcoholische vocht,’ zei mevrouw Lewis-Jones, ‘anders val ik na de lunch in slaap.’

‘Ik vrees dat ik wel vaker na het eten in slaap val,’ zei Fiona, ‘met of zonder champagne.’

‘Melly, wanneer komt jouw verrassingsgast? De wildpastei is klaar, die wil ik graag serveren.’

Melissa kwam overeind, hield haar hand boven haar ogen, toen ze over het weiland in de richting van het bos keek. ‘Volgens mij komen ze eraan!’

Iedereen keek waar ze naar wees. ‘O, het is Angus’ landrover,’ zei Fiona. ‘Wie heeft hij bij zich?’

‘Zo te zien is het een vrouw,’ zei Sian, ‘tenzij een van jullie een man kent die zo’n hoed draagt.’

‘Je komt er snel genoeg achter,’ zei Melissa zelfvoldaan. ‘Geduld.’

Sian zag de hoed, maar kon niet zien wie eronder zat. Maar Melissa zou toch zeker geen concurrentie binnenhalen en er dan zo’n show van maken?

‘Mijn hemel!’ zei Fiona, toen de landrover dichterbij kwam. ‘Melissa? Wat heb je gedaan? En waarom al die geheimzinnigheid?’ Het was wel duidelijk dat ze de persoon naast haar zoon in de auto had herkend en een beetje beledigd was dat ze van niets had geweten.

‘Is het niet leuk?!’ kraaide Melissa, zich niet bewust van, of immuun voor Fiona’s ergernis.

‘Wie is het, lieverd?’ vroeg haar moeder. ‘O! Lieve hemel. Wat een giller. Het is Luella!’

‘Het is je huisbazin,’ zei Fiona tegen Sian. ‘Voor het geval je het was vergeten.’

Sian leek de enige die de nieuwe gast niet met vreugdekreten begroette. Hoewel ze haar graag wilde ontmoeten, kreeg ze onwillekeurig het idee dat Melissa iets van plan was. Zou ze in aanwezigheid van iedereen een bod op het huis doen waar Luella geen nee op kon zeggen, zodat Sian en Rory hun thuis kwijt zouden raken? Want zo zag ze de cottage nu, als hun thuis, met vocht en al.

‘Wie is dat, mammie?’ vroeg Rory.

‘Dat is de vrouw van wie ons huis is,’ zei Sian, die haar best deed om enthousiast te klinken.

‘En wie is die man?’ vroeg hij, toen Gus de auto had geparkeerd en uitstapte.

‘Dat is Fiona’s zoon.’ Ze haalde diep adem om zichzelf tot rust te brengen. Luella’s komst was niet het enige waar ze zenuwachtig door was.

‘En hij moet zijn auto daar niet neerzetten,’ zei Veronica Lewis-Jones. ‘Ik ga hem vragen om die rammelkast te verplaatsen.’

‘Laat hem maar niet horen dat je zijn auto zo noemt,’ zei Fiona. ‘Die landrover is zijn grote trots.’

‘Vast, maar alle voertuigen moeten in het weiland worden geparkeerd,’ zei Veronica beslist. ‘Luella! Wat enig je te zien! Ik dacht dat ze jou met geen mogelijkheid uit Frankrijk konden losweken?’

Luella was van top tot teen in wit linnen gekleed en droeg een strooien hoed met roze rozen. Ze was het toonbeeld van een excentrieke Engelse en speelde de rol dan ook volmaakt.

‘Kijk eens, drink dit,’ zei Harold Lewis-Jones, toen hij Luella een zoen op beide wangen had gegeven en haar een beker champagne aanreikte. ‘Drink dit maar eens, om van de reis te bekomen.’

Veronica kwam jachtig naar voren en gaf haar ook een zoen. ‘Ja, wat een afschuwelijke rit over dat weiland, zeg. Angus, ik hoop dat je hem ergens anders neerzet. Als je je landrover hier laat staan, denkt iedereen dat hij zijn terreinwagen kan halen en hem hier kan zetten.’

Het moment was daar. Gus was er, en hij stond op het punt om Rory te ontmoeten. Sians maag keerde zich om en ze hoopte maar dat de anderen niet in de gaten hadden hoe zenuwachtig ze was. Haar handpalmen waren klam. Ze haalde nog een keer diep adem.

‘Maak je geen zorgen, ik zet hem zo weg,’ zei Gus, waarna hij zich tot Sian wendde. ‘Hoi!’ Hij gaf haar een zoen op haar wang en keek toen naar Rory, die met grote ogen naar hem opkeek. ‘En jij bent zeker Rory.’ Gus schudde hem de hand. ‘Ik ben Gus, een vriend van je moeder.’

‘Dag,’ zei Rory, die heel verlegen achter Sian ging staan. Sian trok hem dicht tegen zich aan, omdat ze zijn geruststellende aanwezigheid ook wilde voelen.

‘Dit is mijn zoon,’ zei Fiona. ‘Niet te geloven dat hij vroeger net zo klein was als jij.’

‘Angus, schat, ik wil niet zeuren, maar kun je hem even wegzetten?’ begon Veronica. ‘Ik krijg vuile blikken van mensen daarginds omdat ik ze heb gezegd dat ze hun auto fatsoenlijk moesten parkeren. We kunnen doen alsof Luella slecht ter been is en gebracht moest worden, maar nu moet je je auto echt op de goede plek zetten. We wachten wel met eten tot je terug bent.’

‘Goed,’ zei Gus. ‘Hé Rory, wil je een ritje in een landrover maken? Mama mag ook mee!’

Rory keek verlangend naar Sian, niet langer verlegen.

Als moeder vond ze dat ze zoveel mogelijk ja moest zeggen tegen haar zoon, en er was absoluut geen goede reden om in dit geval nee te zeggen, zeker aangezien zij ook was uitgenodigd. Haar maag was nog steeds van streek, maar hoe graag ze ook nee wilde zeggen, dat zou iedereen raar vinden. ‘Gordels?’ Ze keek naar Gus en hoopte dat het antwoord nee zou zijn.

‘Een volledig harnas achterin.’

‘O, oké,’ zei ze, en ze accepteerde het onvermijdelijke. Ze kon de tijd goed gebruiken om te bedenken wat ze tegen Luella moest zeggen als ze aan elkaar werden voorgesteld. Luella’s komst was een goede afleiding van haar verwarrende gevoelens over Gus en Rory.

Het kostte Gus een paar minuten voor hij Rory achterin had gezet en goed had vastgegespt. ‘Kijk eens, jongen. Zelfs een neushoorn in de aanval kan jou hier niet uit krijgen.’

Sian hees zichzelf in de auto. ‘Heb je wel eens een neushoorn in de aanval gezien?’ vroeg ze Gus, toen hij naast haar achter het stuur ging zitten.

‘Ja. Nooit meer!’

‘Dat zou ik wel eens willen zien,’ zei Rory met een zucht achterin.

‘Ik zal je een foto laten zien, dan denk je dat vast niet meer. Zitten we allemaal vast? Dan gaan we.’

Onderweg zagen ze een rij kraampjes waar van alles verkocht werd, van rijkleding en schilderijen tot mysterieuze voorwerpen bedoeld voor plattelandsactiviteiten waar Sian niet aan wilde denken. In de verte op de heuvel konden ze zien waar het crosscountry parcours liep.

‘Kijk, Rory,’ zei Sian. ‘Zie je dat? Paarden! Die over heggen springen.’

 Op dat moment werd de landrover ingehaald door een paar meisjes op pony’s. Ze droegen roomkleurige rijbroeken, tweed rijjasjes, korte laarzen en zwartfluwelen caps.

‘Zij zijn van de ponyclub,’ zei Gus. ‘Ze zijn vandaag de politie. Ze zorgen ervoor dat alles goed verloopt.’

‘Ik wil een politieman op een paard worden,’ zei Rory verlangend. Maar hij wilde altijd worden wat hij op dat moment zag, dus Sian besteedde er niet te veel aandacht aan.

‘Je zou lid kunnen worden van de ponyclub, als je wilt,’ zei Gus. ‘Je hoeft geen meisje te zijn, al helpt het wel.’

‘Ik wil geen meisje zijn,’ zei Rory bezorgd.

‘Jongens rijden ook pony,’ legde Sian uit.

‘Straks misschien,’ zei Rory, en hij klonk beangstigend veel als zijzelf, vond Sian.

Op dat moment passeerde er een groot kastanjebruin paard in galop. De ruiter was een man in een zwarte jas, een witte rijbroek en een hoge hoed. Toen hij bij de landrover kwam, bleef de man staan.

Het paard snoof zacht en leek enorm groot. De man leunde naar voren. ‘Je weet toch dat je hier niet mag rijden?’

‘Ja, mijn excuses, maar ik heb een gehandicapt familielid afgezet bij de picknick,’ legde Gus uit. ‘Ik breng de auto nu terug.’

‘Prima.’ De man tikte even met zijn zweep tegen zijn hoed en reed in galop verder.

‘Misschien wil ik niet paardrijden,’ zei Rory, vanaf de achterbank.

‘Lieverd, je begint op een kleine pony! We gaan straks wel kijken of we ze ergens zien.’

‘Of we zoeken een vriend op die iets kindvriendelijkers heeft,’ zei Gus. ‘Eentje die je kunt aaien.’

Sian keek snel uit het raam. Gus leek de intuïtie van een goede vader te hebben.

Het weiland stond nu vol auto’s, maar Rory genoot van elk hobbelend moment terwijl ze een plekje zochten. Het was een onwezenlijk ritje voor Sian. Bijna zes jaar lang was ze ervan overtuigd geweest dat Rory en zijn vader elkaar nooit zouden ontmoeten. De afgelopen twee weken had ze ertegenop gezien, en nu leek het bijna een anticlimax om zo vrolijk naast elkaar hobbelend in de landrover te zitten, maar ze besefte dat op dit moment de anticlimax wel goed was. En Rory’s enthousiasme voor terrein rijden was zó aanstekelijk dat Sian er ook plezier in kreeg.

‘Dank je wel!’ riep Rory extatisch, toen Gus hem uit de auto hielp. Hij was verrukt. ‘Dat was superleuk!’

Sian keek trots naar Rory. Ze deed haar best om hem goede manieren bij te brengen, maar soms had hij een zetje nodig. Deze oprechte dankbaarheid betekende dat ze het niet tevergeefs had gedaan. En Gus en Rory’s ontmoeting was goed gegaan, al wilde ze nog niet denken aan de volgende stap.

‘Ja, dank je wel, dat was leuk,’ zei Sian, ‘al wou ik dat ik nu die heuvel niet op hoefde in deze laarzen. Ze zien er leuk uit, maar ze zijn erg warm.’

‘Doe ze gewoon lekker uit en ga dan op blote voeten. Ik draag ze wel.’

‘Oké.’ Blote voeten leek een prima idee en het gras was heerlijk koel.

Op een of andere manier liep Rory ineens handje in handje tussen hen in toen ze weer op de picknickplaats kwamen, en Gus droeg nog altijd Sians laarzen.

‘Wat een plaatje zijn jullie!’ zei Luella, vanuit een picknickstoel. ‘Net een gezinnetje!’

Het was alsof iemand een emmer koud water over haar heen had gegooid. Ze wendde zich af, in de hoop dat niemand haar reactie had gezien. Even had ze zich in een gelukkige droom gewaand, maar Luella’s opmerking bracht haar weer met beide benen op aarde. Rory merkte niets van haar verwarring. Hij had Gus’ hand losgelaten en wees naar de picknick en trok Sian mee naar het kleed.

‘Luella, laat me je voorstellen aan Sian,’ zei Fiona. ‘Jullie kennen elkaar natuurlijk per post en e-mail, maar niet in het echt.’

Sian deed een stap naar voren. ‘Hallo. Wat leuk om je nu eindelijk eens te ontmoeten. Rory en ik hebben het ontzettend naar ons zin in jouw huisje.’ Laten we maar zo snel mogelijk de kaarten op tafel leggen, dacht ze.

‘O, ja! Ik vind het een fijne gedachte dat jullie er wonen! Ik hoop dat je er niet kapot van zult zijn als ik het verkoop?’

‘Eh…’

‘Ik moet iets opbiechten,’ zei Melissa, die met een paar glazen champagne plotseling achter Sian kwam staan. ‘Ik heb ervoor gezorgd dat Luella zou komen, zodat ik haar een bod kan doen. Een bod waar ze geen nee tegen kan zeggen, hoop ik! Omdat ik direct kan betalen, zou ik het natuurlijk voor iets minder dan de vraagprijs kunnen krijgen!’

Sian trok wit weg.

‘Toe, laten we deze prachtige dag niet verpesten door over zaken te praten,’ zei Veronica, die duidelijk merkte dat de timing van haar dochter beter had gekund. ‘We gaan verder met de picknick.’

Sian was opgelucht. Luella zou in elk geval nog een uurtje afgeleid worden van het zakelijke voorstel.

De picknick was nog steeds fantastisch, ook al waren de anderen al begonnen. Behalve de worstenbroodjes en kwarteleitjes, die voor Rory en de anderen meer een voorafje waren, was er een compleet feestmaal: sandwiches met gerookte zalm, driehoekjes geroosterd brood met ingemaakte garnalen, mini-quiches en kleine brioches die waren uitgehold en gevuld met roerei en kaviaar. Gus nam van alles wat. Sian hoorde hem iets mompelen, maar kon niet goed horen wat. Iets met ‘overdreven’, maar ze dacht niet dat hij het over het eten had, want dat was verrukkelijk.

Na het voorgerecht was er keus uit een reusachtige moot gepocheerde zalm met komkommer of een enorme beef Wellington, koud geserveerd.

‘Begrijp je nu wat ik bedoelde met “eerzuchtig”?’ zei Fiona zachtjes tegen Sian.

‘Zeg, Harold, het rundvlees was overheerlijk, ik wil dolgraag nog wat, maar graag met een lepeltje mosterd. Tewkesbury als je die hebt.’

Luella’s verzoek veroorzaakte lichte paniek bij het echtpaar Lewis-Jones.

‘Ik heb grove mosterd, augurk, mierikswortel, ketchup en piccalilly,’ mopperde Harold Lewis-Jones. ‘Echt iets voor jou om toch nog om iets anders te vragen, Lu.’

‘Getver! Nou, doe dan maar mosterd en mierikswortel. Dan meng ik ze. Dat moet dan maar,’ zei Luella. Ze leek het leuk te vinden dat ze haar gastheer en gastvrouw tuk had. ‘En misschien nog wat sla. Dank je wel.’

Rory keek eerst naar Luella en toen naar zijn moeder. ‘Mama,’ fluisterde hij, ‘ze zei “getver”.’

‘Ze is volwassen, zij mag dat,’ fluisterde Sian terug.

‘O, is het net als vloeken?’

Gus schoot in de lach. ‘Nee, jongen, veel erger. Het is slang.’

‘Mammie, wat is slang?’

‘Dat zijn minder nette woorden die mensen soms gebruiken in plaats van de nette woorden,’ zei Gus behoedzaam. ‘Soms is het wel oké… zoals “oké”. Dat is eigenlijk ook slang. Maar als je “plee” zegt in plaats van “wc” krijg je waarschijnlijk een standje van je moeder.’

‘Van mij krijg je een standje als je “wc” gebruikt,’ zei Luella. ‘Het is “toilet”.’

‘Dat is niet eerlijk,’ zei Gus. ‘Jij zei net “getver”.’

‘Ik ben bekakt, ik mag zeggen wat ik wil,’ zei Luella, en ze veegde haar handen aan haar jurk af.

‘Wie wil er dessert?’

De manier waarop Veronica het zei, klonk alsof ze het over een kwak niervetpudding met custard had. Maar Sian liet zich niet voor de gek houden. Ze had zo’n vermoeden dat er iets voortreffelijks uit de koelboxen zou komen, en ze had gelijk. Er was een keur aan kleine bladerdeegbakjes met geglaceerde zomervruchten en slagroom, kleine glaasjes kruisbessenvla en brownies.

‘Als je niet kunt kiezen, neem je gewoon van alles wat,’ zei Veronica. ‘Er is genoeg voor iedereen.’

Daarna begon ze dikke plakken vruchtencake te snijden. ‘Zo, Harold en ik moeten nu onze plicht in de commissietent gaan doen. Mel, lieverd, geen zakelijke gesprekken tijdens de lunch, hoor! Dat is vreselijk onbeleefd.’

‘Alsof ik dat zou doen, mam!’ Melissa giechelde bij het idee.

‘Ik zeg het maar even. Ach, help me eens overeind, Angus. Ik ben hier te oud voor.’

Toen haar ouders weg waren, nam Melissa de taak van gastvrouw keurig over. ‘Luella, weet je zeker dat je niet nog iets wilt drinken? We hebben genoeg bubbels en het is zonde om het allemaal weer mee naar huis te nemen.’

‘Ach, doe dan maar, als je zo aandringt.’ Luella wachtte tot haar beker bijgevuld was en iedereen wat had. ‘Zeg, die zaken waar we het dus niet over mogen hebben… Als je de cottage wilt kopen, kan ik zeggen dat ik absoluut geïnteresseerd ben.’

Sian verslikte zich in haar vlierbessensap, dat ze in plaats van champagne had genomen.

‘Zeg, Melissa, je hebt zeker niet toevallig koffie?’ vroeg Fiona, met een bezorgde blik op Sian.

‘O, ja,’ zei Luella, en ze zette haar lege beker neer. ‘Al heb ik eigenlijk liever thee.’

‘We hebben alles voor thee en koffie bij ons. Angus, lieverd, zou je me willen helpen? Als je het niet erg vindt, Luella, begin ik met de koffie.’ Er verscheen een enorme thermoskan met een pomp en vervolgens een tweede waarop HEET WATER stond.

Luella keek er vol weerzin naar. ‘In welke wereld wordt thee gemaakt met heet water? We hebben kokend water nodig!’

‘Ach toe, Lu,’ zei Fiona. ‘Doe nou niet zo moeilijk. Het kan best met water uit de thermos.’

‘Nou,’ zei Gus, ‘als Luella kokend water voor haar thee wil, dan krijgt ze dat. Sterker nog, ik zal de thee zelf komen brengen.’

‘En hoe wou je dat doen?’ vroeg Melissa.

‘Een vuurtje stoken en water koken,’ zei Gus, en hij gaf Rory een knipoog, alsof hij wist dat hij elk moment van iedereen een uitbrander zou krijgen.

‘Lieverd, het heeft helemaal geen zin om vuur te maken,’ zei Fiona, alsof ze deze discussie al eens eerder had gevoerd en verloren. ‘We hebben geen pan!’

‘Ik heb een pannetje in de landrover. Kom op, Sian, dan kunnen jij en Rory me helpen.’

Aangezien Sian geen zin had om Luella en Melissa te horen praten over de verkoop van haar huis, stond ze op.

‘Ik zou mijn laarzen maar weer aandoen,’ zei Gus.

Hij hield haar bij de elleboog vast toen ze haar voeten in de laarzen stak, en ze voelde zich gesteund, alsof hij haar niet alleen in evenwicht hield. Maar toen ze haar laarzen goed en wel aan had, deed ze een stapje opzij omdat ze een beetje van haar stuk was van het feit dat Gus’ hand zo heerlijk aanvoelde.

Toen ze een klein stukje bij de groep vandaan waren en het bos naderden, zei Gus: ‘Ik kon aan je merken dat het als een donderslag bij heldere hemel kwam. Als ik had geweten dat ze echt van plan was…’

‘Ja, het was nogal een schok. We hebben het hier zo naar ons zin. Het ging allemaal zo goed.’ Ze hoorde haar stem overslaan en merkte dat ze bijna in tranen was. ‘Sorry, let maar niet op mij. Het komt door de champagne. Daar word ik een beetje emotioneel van. Het gaat wel. Het is niet zo dat ik niet wist dat dit kon gebeuren.’

‘Het gaat helemaal niet best,’ zei Gus. ‘Kom, Rory, dan gaan we hout sprokkelen, jongen. Je moeder heeft dringend een kopje thee nodig.’

‘Wat je moet weten,’ zei Gus, toen ze een geschikte plek hadden gevonden, ‘dat je omhoog moet kijken. Kijk naar dode takken die nog aan de boom zitten.’

‘Oké,’ zeiden Sian en Rory in koor.

‘En als je wilt weten of een stuk hout vochtig is of niet, dan leg je het tegen je lip.’ Hij zei dit met een uitdagende grijns, alsof hij dacht dat Sian nog liever doodging dan een tak tegen haar mond leggen.

‘Prima,’ zei ze, blij dat ze zich een beetje aan Gus stoorde, in plaats van dat ze overstuur was door Luella.

‘Goed, jullie weten wat je moet doen?’ vroeg Gus. ‘Dan ren ik even naar de landrover om de spullen te pakken. Ben zo terug.’

Sian keek hem na en zag dat hij een beetje vreemd rende. Hij had verteld dat hij zijn been had geblesseerd. Dat was zeker wel ernstig geweest.

Gus was vrij snel weer terug en begon de berg takken die Sian en Rory hadden verzameld nogal rigoureus te sorteren.

‘Als een tak niet gemakkelijk breekt, is hij meestal te vochtig. Het is belangrijk om alles goed voor te bereiden, anders krijg je alleen maar rook en lacht iedereen je uit. En we willen je moeder toch een kopje thee aanbieden, nietwaar, Rory?’

‘Vrouwen houden van thee,’ zei Rory. ‘Al mama’s vriendinnen drinken thee. Als ze geen wijn drinken.’

‘Rory!’ riep Sian geschokt. ‘Zo erg is het niet. We drinken alleen wijn als we gasten hebben die blijven slapen of met de taxi naar huis gaan. En het was Luella die zo nodig kokend water wilde.’

Gus bleef takjes in tweeën breken; hij negeerde haar protest. De goede takken stopte hij in een plastic tas die hij uit de landrover had gehaald. De rest van de spullen zaten in een groene tas.

‘Ik hoop dat je lucifers en aanmaakblokjes bij je hebt,’ zei Sian bedachtzaam. ‘Ik vraag me af of je vuur kunt maken door met takken tegen elkaar te wrijven…’

‘Natuurlijk kan ik zo vuur maken… min of meer. Maar dat is vandaag niet nodig.’

Rory kwam met nog een armvol takken aan zetten. ‘Kun je echt vuur maken door takken tegen elkaar te wrijven?’

‘Het is iets ingewikkelder, maar in feite wel, ja.’

‘Dat wil ik zien,’ zei Rory opgewonden.

‘Dat gaan we een keer doen,’ beloofde Gus, en zijn gezicht weerspiegelde Rory’s enthousiasme. ‘We gaan nog wel eens een keer een schuilhut bouwen, erin slapen en dan de volgende ochtend ons eigen potje koken op een vuur. Als mama het goedvindt.’

Miljoenen gedachten schoten door Sians hoofd. ‘Misschien vind je het wel helemaal niet leuk om in een schuilhut te slapen, Rory,’ zei ze voorzichtig. ‘Maar als Gus er een voor je wil bouwen, kun je er wel in spelen.’

Gus deed laatdunkend. ‘Madam, ik kan u wel vertellen dat schuilhutten niet zijn om in te spelen!’

‘O, nee?’ zei Sian met een grijns. Ze merkte dat ze genoot, ondanks de spanningen van de dag. ‘Ik denk het wel.’ Rory had geen zin in hun volwassen plagerijtjes en rende weg om nog meer takken te zoeken. ‘En hoewel het een heel lief aanbod is, weet ik niet of Rory echt in een hut zou willen slapen. Waarschijnlijk zou hij zijn bed en zijn teddybeer missen en naar binnen willen. Je weet hoe kinderen zijn. Nou ja… ik bedoel…’

‘Ik kan me nog wel herinneren dat we een keer in de tuin mochten kamperen en dat ik midden in de nacht bang werd en naar binnen rende,’ zei Gus.

‘Dus je begrijpt het wel.’

‘Ik denk dat Rory het best zou willen als jij erbij was. Dan maak ik een tweepersoonshut en kan Rory tussen ons in slapen. Uit fatsoen.’

Goddank scheen er niet veel licht onder de bomen: misschien zag hij niet dat ze bloosde. Ze moest beter haar best doen om niet voortdurend terug te denken aan hun tijd samen; het was te verwarrend. Maar ze moest toegeven dat hij goed gezelschap was. Ze kon zich niet voorstellen dat Richard ooit in een bos zijn kostje bij elkaar zou scharrelen. Maar dat was niet eerlijk. Richard had heel veel andere talenten; ze kon ze alleen even niet bedenken op het moment.

‘Klaar, jongens? Genoeg brandstof om de dames van thee te voorzien?’

‘Volgens mij wel,’ zei Sian. ‘Het lijkt een heleboel.’

‘Dan gaan we.’

Ze liepen met hun vracht terug naar de picknickplaats, waar Gus een rugzak op de grond liet zakken. ‘Zo, eens kijken wat we hier hebben.’

Rory keek erin. ‘Een heleboel.’

‘Wil jij hem voor me uitpakken, jongen?’

Rory stak zijn hand in de tas en haalde er een pannetje uit. En daarna een strak opgevouwen stuk waterdichte stof.

‘Dat is mijn tarp,’ zei Gus. ‘Mijn kompas,’ ging hij verder, toen Rory verder ging met uitpakken. ‘Verbanddoos. Hoofdlamp. Fluitje. Wil je die voor ons testen? Blaas er maar eens op.’ Rory deed het.

‘Heb je hier alles wat je nodig hebt om te trekken?’ vroeg Luella, die ineenkromp bij het horen van het schelle fluitje.

Gus schudde zijn hoofd. ‘Niet echt. Ik heb mijn slaapzak en mijn tent niet bij me.’

‘Geen messen?’ vroeg Fiona, die misschien wel namens alle vrouwen sprak.

Gus schudde zijn hoofd opnieuw. ‘Nee, die zitten aan mijn riem.’ Hij grijnsde. ‘Ik heb ook geen bijl bij me. Was misschien wel handig geweest nu.’

Hoewel hij mopperde over het feit dat hij geen bijl bij zich had, leek Gus zich prima zonder zulk gereedschap te redden. Met de groep mensen om zich heen begon hij droge takjes en aanmaakhoutjes overdwars op elkaar te leggen.

‘Zo, geef me de thermoskan met heet water maar, dan zullen we die eens echt aan de kook brengen. We hadden het pannetje ook kunnen vullen met gefilterd water uit de rivier, maar ik denk dat de dames dan hun geduld zouden verliezen,’ zei Gus, toen hij het vuur had aangestoken.

‘Ik zou er gewoon een prop kranten onder doen en die aansteken,’ zei Sian. Het verbaasde haar hoeveel moeite Gus deed. Hij was zo’n beweeglijke man; dat hij hier zoveel tijd en aandacht voor had, leek niet bij hem te passen. Maar hij was ook een geboren leraar. Rory was geboeid. Eigenlijk keek iedereen geboeid toe alsof ze alles dadelijk zelf zouden moeten nadoen.

‘Met een krant lukt het ook, maar het is leuker om het echt te doen. Ik wil Rory graag laten zien hoe je een vuur maakt zonder lucifers.’

Hij haalde een zakje tevoorschijn dat om zijn nek hing. Daaruit haalde hij een klein katoenen lapje. ‘Brandbaar materiaal,’ legde hij uit, en hij pakte iets wat wit en pluizig was. ‘Eigenlijk is dit vals spelen.’

‘Hoe bedoel je?’ vroeg Rory, en hij klonk teleurgesteld.

‘Als we gaan kamperen, doen we het met wilde planten, maar dit is een snelle manier voor als je moeder graag een kopje thee wil.’

Gus en Rory gingen op hun buik liggen. Gus pakte een handje hooi uit zijn tas. ‘Dit is kurkdroog, Rory. Nu doen we dit handje losgetrokken katoen erbij… Ik heb een wattenschijfje van mijn moeder gejat. Niet zeggen, hoor.’

‘Volgens mij weet ze het al,’ zei Rory, die achterom keek.

‘En nu ga ik hiermee heel hete vonken maken.’ Hij schraapte met een stuk metaal tegen een blokje dat hij om zijn nek had hangen. Een vonkenregen schoot op, zette eerst het katoen in brand en daarna het hooi. Algauw ontstond er een knapperend vuur.

‘Niet helemaal de ouderwetse manier,’ zei Gus, terwijl hij iets grotere takjes op het vuur legde, ‘maar je pannetje water gaat er wel van koken.’

‘O,’ zei Veronica Lewis-Jones, toen ze even later terug kwam. ‘Was er iets mis met het water uit de thermosflessen?’

Iedereen behalve Gus en Rory voelde zich erg schuldig. ‘Gus wilde opscheppen, ben ik bang,’ zei Fiona. ‘Hij wilde Rory laten zien hoe je een kampvuur maakt. Neem ook een kopje thee. Hij smaakt heerlijk.’

‘Ook al moesten we de theezakjes stuk scheuren om de blaadjes in de pan te doen,’ zei Sian.

‘Kon je niet gewoon het zakje in de pan hangen?’ vroeg Veronica verbaasd.

‘Dan is het niet echt,’ zei Gus. ‘Dat gevoel dat je je lippen verbrandt hoort erbij. Bovendien waren er vroeger geen theezakjes.’

‘Nou, als je maar geen sporen van een vuur achterlaat,’ ging Veronica misprijzend verder. ‘We mogen hier geen vuur stoken.’

‘Dat beloof ik; niemand zal weten wat wij hier gedaan hebben,’ antwoordde Gus met een innemende grijns.

Gus liet Rory zien hoe je al het niet verbrande hout moest opruimen, water over de plek van het vuur moest gieten tot de grond was afgekoeld, ook onder het oppervlak, en hij wilde hem net laten zien hoe je de brandplek met aarde bedekt, toen Luella vroeg: ‘Wie heeft er zin in ijs?’

De man en de jongen keken tegelijkertijd haar kant op en het was alsof Sian een stomp in haar maag kreeg. Hoewel de een blond en de ander donker was, was hun gezichtsuitdrukking identiek. Op hetzelfde moment zag ze Fiona, en Sian kreeg het warm en koud tegelijk; Fiona had het ook gezien. Het stond op haar gezicht geschreven. Fiona wist dat haar zoon Angus de vader van Rory was.

Sian kwam snel overeind, stootte een kopje thee om en struikelde. ‘O, neem me niet kwalijk, Veronica, ik…’ Ze besefte dat ze aan het bazelen was, en ze deed haar best om maar niet naar Fiona te kijken. ‘Het is tijd om naar huis te gaan, Rory,’ slaagde ze erin te zeggen. Ze voelde zich slap en in paniek.

‘Vind ik ook,’ beaamde Fiona resoluut, en ze stond op. ‘Rory, als je ijs wilt hebben, bij mij thuis is dat er ook.’

‘Nee, echt, Fiona,’ zei Sian beschaamd. Ze wilde de hele situatie wanhopig graag ontvluchten. ‘Je hoeft om ons niet weg. We kunnen vast wel een lift van iemand krijgen…’

‘Welnee. Het is geen enkel probleem.’ Fiona glimlachte, maar onder haar glimlach lag een vastberaden trekje dat Sian deed huiveren. ‘Ik zou niet anders willen.’