17

Toen Sian en Rory een paar dagen later met de trein teruggingen, voelde Sian zich sterker en beter in staat haar problemen het hoofd te bieden. Er ging niets boven een paar dagen verwend en verzorgd worden om weer een beetje optimistisch gestemd te raken.

Ze had de beschadigde tafelpoot van mevrouw Florence hersteld door een engeltje toe te voegen op de reparatieplek, en ze had nog een paar opdrachten in de wacht gesleept. Een van de opdrachten, een klimplant op een raam schilderen, was zo goed gelukt dat ze er foto’s van had genomen om die aan haar portfolio toe te voegen. De andere opdracht, die nog uitgewerkt moest worden, kwam ongeveer op hetzelfde neer, maar dan op een ouderwetse stortbak, en met een slang erbij. Dat leek Sian ook leuk, al betwijfelde ze of het ontwerp populair zou zijn bij anderen.

Penny had enkele huizen in de buurt gevonden. Dicht bij school en nog net betaalbaar. Sian keek ernaar uit om ze te bekijken.

En Rory had het geweldig gehad bij zijn grootouders; hij was straalverwend en terwijl zijn moeder had gewerkt, was hij dagjes uit geweest met zijn opa, die gek op hem was. Ze hadden beiden genoten van het bezoek.

Fiona haalde hen op van het station, maar weigerde om nog even binnen te komen voor een kopje thee.

‘Nee, lieverds,’ zei ze. ‘Jullie willen vast even tot rust komen.’ Toen Rory de tuin in rende om te kijken hoe de bonen, die Fiona in hun afwezigheid water had gegeven, erbij stonden, zei ze voorzichtig: ‘Sian, als Gus langskomt, wil je hem dan aanhoren? Hij is over de ergste schrik heen en heeft beloofd niet tegen je te schreeuwen. Hij wil Rory graag beter leren kennen, zodat het geen al te grote schok voor hem is als je het hem vertelt.’

Sian rechtte haar rug. Ze was nu sterker dan toen zij en Gus na hun gesprek uit elkaar waren gegaan. Ze was volwassen; ze kon dit aan. Er waren zoveel mensen die dit deden. Ze had bij haar ouders in de krant een verhaal gelezen over een vrouw die zoiets had meegemaakt.

‘Prima! Dat klinkt heel verstandig. Maar Rory mag Gus al erg graag.’

‘Dat weet ik, maar Gus wil hem leren kennen als zijn zoon, niet alleen maar als een leuk jongetje.’

Sian glimlachte. ‘Zolang hij hem maar een leuk jongetje blijft vinden.’

En dus stond Gus een paar dagen later voor de deur. Rory was aan het spelen bij Annabelle.

‘Hoi! Is Rory thuis?’

‘Nee, hij is ergens aan het spelen.’ Onwillekeurig moest Sian glimlachen. Het was alsof Gus had gevraagd of Rory buiten mocht komen spelen.

Gus glimlachte meewarig. Hij dacht waarschijnlijk hetzelfde. ‘Heb je tijd voor een kopje thee? Ik beloof je dat ik niet ga schreeuwen.’

Sian deed de deur wat verder open en besefte plotseling hoe fijn ze het vond hem weer te zien, ondanks de spanning die er tussen hen hing. ‘Je hebt geluk. Ik wilde net even pauze nemen. Ik was aan het schilderen.’

‘Mag ik het zien?’

Ze liep voor hem uit naar boven waar ze een kleine ladekast aan het beschilderen was met allemaal kleine pony’s met kleine berijders die op Melissa leken. ‘Ik kreeg het idee toen ik Melissa’s naambord had gedaan. Sinds ik naar het platteland ben verhuisd, ben ik me bewust van meisjes die ponygek zijn. Daar wil ik op inspelen.’

‘Je bent hier echt goed in, hè? Zou je geen schilderijen willen maken?’

Sian schudde haar hoofd. ‘Nee, ik ben juist dol op dit soort illustraties. Ik geloof niet dat ik mijn verwarde gevoelsleven zou kunnen uiten op een doek.’ Ze glimlachte snel en wilde dat ze het niet over haar warrige gevoelsleven had gehad. ‘Maar het was heerlijk in Londen.’

‘Ja?’

Ze knikte. ‘Het was gezellig om bij papa en mama te zijn, maar ik heb er ook nog een opdracht aan overgehouden.’ Ze beschreef de klimplant en de slang. ‘En ik heb een paar huizen op internet gevonden.’ Ze zweeg even. ‘Ze zijn niet zo mooi als deze cottage, maar misschien zit er een betere keuken in. Laten we maar eens naar mijn keuken gaan, dan zet ik thee.’

‘Je hebt natuurlijk ook een werkruimte nodig in een nieuw huis.’

‘Natuurlijk, maar dankzij jou en Fiona heb ik de schuur voor grotere stukken.’ Ze zweeg plotseling. ‘Tenzij je die ruimte voor iets anders nodig hebt.’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Op het moment niet. Je kunt je er helemaal te buiten gaan.’

Sian zette thee, die ze meenamen naar de tuin. Het was een opluchting dat alles wat gemoedelijker tussen hen ging. Het was niet goed voor Rory als er te veel spanning in de lucht hing.

‘Ik zal dit missen,’ zei ze, en ze keek naar de plek waar ze bonen en aardbeien had geplant en onlangs geplukt.

‘Deze tuin in het bijzonder, of gewoon een tuin?’

‘Deze tuin. Ik heb er zoveel werk in gestoken. Maar ach, als ik een klein stukje grond heb… ergens waar Rory kan spelen en ik wat rond kan darren… dan is het ook goed.’

‘Zeg,’ zei hij, toen ze een tijdje stilletjes bij elkaar hadden gezeten, ‘de reden dat ik hier ben. Denk je dat Rory het leuk lijkt om vannacht met mij in de hut te slapen? Ik had hem met zijn verjaardag beloofd dat we dat een keertje zouden doen, en ik heb de weersvoorspelling bekeken en het weer wordt de komende dagen alleen maar slechter. Dus is het eigenlijk vannacht of voorlopig niet.’

Sian werd overvallen door paniek. Ze zou redelijk moeten zijn, hem tijd met zijn zoon moeten gunnen, maar dit leek te veel, te snel. ‘Dat zou jammer zijn,’ zei ze behoedzaam. ‘Wat gebeurt er met de hut als het regent?’

‘Die hut blijft wel staan, maar het wordt een modderboel. Dat maakt het voor onervaren hutslapers wat moeilijker.’

‘Dat zal best!’ Sian worstelde in stilte en wendde zich van Gus af zodat hij haar gezicht niet kon zien. Wat een kwelling. Ze zag een excuus en greep het aan. ‘Weet je, ik weet gewoon niet of Rory het een hele nacht volhoudt in een hut. Ook niet als jij erbij bent,’ voegde ze eraan toe.

Gus had hierover nagedacht. ‘Dan moet jij ook mee. We spreken het met mama zo af dat we in huis kunnen komen slapen als het niet gaat.’

Dat was nog erger! Met Gus en Rory in een erg kleine ruimte de nacht doorbrengen was niet wat ze in gedachten had toen ze zo makkelijk had gezegd dat Gus zijn zoon kon zien, voordat ze naar Londen was gegaan.

‘O, toe,’ drong Gus aan. ‘Dan koop ik worstjes en zo en roosteren we ze op een kampvuur.’ Hij zweeg even. ‘Ik heb het Rory beloofd. Ik wil niet dat hij denkt dat ik het ben vergeten. Het is belangrijk dat hij beseft dat hij me kan vertrouwen.’

Daar kon ze niets tegen inbrengen. ‘Goed, dan. Dan neem ik wel iets mee als dessert. Eet Fiona ook mee?’

Gus schudde zijn hoofd. ‘Die gaat uit. We zijn met zijn drietjes, zonder chaperonne.’

‘Ja, maak er maar een grapje over. Wat zullen de mensen wel niet denken als ze erachter komen dat we de nacht samen hebben doorgebracht?’

‘In een hut, samen met Rory? Niet veel, denk ik. Welke mensen, trouwens?’

Sian ontspande zich, verrast over de luchtige toon van het gesprek. Londen was echt precies geweest wat ze nodig had gehad, besefte ze. ‘Je hebt gelijk,’ zei ze.

‘En misschien is het een goede gelegenheid om Rory te vertellen dat ik zijn vader ben,’ ging Gus aarzelend verder.

Sian gaf geen antwoord. Ze voelde zich absoluut sterker en was bereid om samen met Rory en Gus in een hut te overnachten, maar ze was er nog niet aan toe om dit onderwerp te bespreken. Ze keek op haar horloge en kwam overeind. ‘Nou, dat zien we nog wel. Ik moet Rory halen. Wat kan ik meenemen?’

‘Een slaapzak voor Rory. Verder heb ik alles, inclusief een peperdure slaapzak voor jou die mijn moeder ooit één keer heeft gebruikt.’

‘Prima, dat klinkt goed. Om een uur of zeven? Of is dat te vroeg? Rory moet wel vrij snel gaan slapen.’

‘Ik zorg dat ik klaar ben.’

Rory was dolenthousiast dat hij in de hut mocht overnachten, zeker toen hij hoorde dat zijn moeder meeging. ‘Mag ik mijn zaklamp meenemen?’

‘Absoluut. We doen je rugzak vol met allemaal nuttige dingen.’

‘En Teddy?’

‘Tuurlijk. Die kunnen we niet achterlaten.’

‘En mijn leesboek?’

‘Misschien wil Gus je wel voorlezen. Stop het er maar in.’

Uiteindelijk zat de rugzak propvol met dingen die Rory onontbeerlijk vond voor een nachtje weg. Sian nam heel weinig mee. Ze was niet van plan iets anders aan te trekken dan haar oude kloffie waar hier en daar verfspetters op zaten. In haar tas zaten een zaklamp, wat nachtcrème voor haar gezicht en een pakje babydoekjes. Ze ging ervan uit dat ze niet daadwerkelijk in de hut zou moeten slapen. Ze was er bijna zeker van dat Rory er genoeg van zou krijgen en óf naar huis zou willen, óf in Fiona’s logeerkamer zou willen slapen. Sian kon vast wel een nachtjapon en wat andere spulletjes van Fiona lenen als ze niet teruggingen naar de cottage.

Ze nam wel een kruimeltaart met zwarte bessen mee. Die had ze gebakken toen Rory zich aan het klaarmaken was. Hij kwam net uit de oven en was nog warm. Rory had al gegeten bij Annabelle, maar Sian vermoedde dat hij vast nog wel een paar worstjes zou lusten als hij de kans kreeg.

Gus had een pad van waxinelichtjes tot achter in de tuin aangelegd – Fiona’s idee? – waar een kampvuur brandde. Sian moest toegeven dat het er sprookjesachtig uitzag.

‘Hé, Rory!’ Gus pakte hem op en gooide hem in de lucht. ‘Sian!’ Toen hij Rory op de grond had gezet, gaf hij haar een zoen op haar wang. ‘Leuk om jullie te zien. Rory, ik heb het vuur zonder jou moeten aansteken, anders was het niet klaar om er vlees op te roosteren, voordat we allemaal in slaap vallen.’

‘Het is heet!’ zei Rory, die opgewonden van zijn ene been op zijn andere been wipte.

‘Daar houden we van. Sian, ga zitten en neem een glas wijn. Wil je een stoel of zit je liever op de grond?’

‘Op de grond,’ zei Sian, en ze ging direct op het kussen zitten dat hij haar zo attent had aangegeven.

Gus had veel moeite gedaan om het allemaal comfortabel te maken. Er was niet alleen een vuur dat groot genoeg was om een os op te roosteren, maar er lagen slaapzakken en kussens omheen om op te liggen en er lag een blok hout dat als tafel fungeerde. In de bomen om hen heen hingen lantaarns met kaarsen en Sian zag een paar flessen wijn en frisdrank voor Rory staan.

‘Wauw!’ zei ze. ‘Alleen nog wat zachte muziek op de achtergrond en we zijn klaar voor een nacht vol…’ Ze had bijna ‘passie’ gezegd, maar wist zichzelf in te houden. ‘Nou ja, voor een feestje.’

‘Muziek is slechts een kwestie van een druk op de knop. Ik heb mijn iPod altijd bij me als ik op reis ben.’

‘O nee, geen muziek, dat vind ik niet passen, tenzij je gitaar kunt spelen.’ Sian lachte om zichzelf en begon zich te ontspannen. ‘Volgens mij zijn mijn ideeën over een kampvuur gebaseerd op van die oude wildwestfilms.’

‘Dan moet je ook maar geen wijn drinken,’ zei Gus, en hij trok het glas weg dat hij haar had willen aanreiken.

‘Nee, koffie,’ beaamde Sian, die het glas toch aannam.

‘En sterkedrank rechtstreeks uit de fles,’ zei Gus. ‘Rory? Wil jij limonadesiroop of iets anders?’

    ‘In Het onbewoonde eiland noemen ze het grog,’ zei Rory.

Sian leunde ontspannen achterover en nam een slokje wijn.

Had ze zich maar iets netter gekleed; haar oude spijkerbroek en sweatshirt waren iets te sjofel voor zo’n prachtige omgeving. ‘Dat is de schuld van mijn vader,’ zei ze. ‘Hij wil Rory geen verhalen voorlezen die hij zelf niet leuk vindt, dus leest hij Rory veel dingen voor waar hij eigenlijk nog een beetje te jong voor is.’

‘Ik ben dol op Het onbewoonde eiland,’ zei Gus. ‘En nu opa niet echt in de buurt is, kan ik je die boeken misschien voorlezen.’

‘Cool,’ zei Rory, en hij nam een slokje van zijn grog.

‘Zo, eten.’ Gus leunde achterover, stak zijn hand achter het houtblok en kwam met een grote, rechthoekige metalen bak met deksel weer tevoorschijn. ‘We hebben koteletjes, worstjes, steak en zelfgemaakte burgers. Die heeft mijn moeder gemaakt. En de salade.’

‘O, en ik heb taart in mijn tas,’ zei Sian.

‘Ik dacht dat we dingen gingen roosteren,’ zei Rory.

‘Ja, dat is ook zo, maar het is laat, al bijna bedtijd… voor mij in elk geval. En ik was bang dat het anders wat lang zou duren. Ik heb nog wel iets wat we zouden kunnen roosteren, maar ik dacht dat je moeder misschien wel honger zou hebben en snel wilde eten.’

‘Ik heb best trek, eigenlijk. Maar jij hebt bij Annabelle gegeten, Rory, jij kunt nog wel even wachten.’

‘Oké, mama, mag ik nu vast wat hebben? Ik wil wel mijn eigen worstje bakken.’

‘Dat is goed.’ Gus gaf Sian een broodje. ‘En wat wil jij hierop? Een koteletje? Worst?’

‘O, een worstje graag, maar zonder ketchup.’ Even later zette ze haar tanden erin. ‘Mmm, dit smaakt verrukkelijk!’

‘Eten dat in de openlucht is klaargemaakt is wel zo lekker. Het smaakt natuurlijk nog beter als je eerst een stevige wandeling hebt gemaakt. Zo Rory, ga jij deze maar eens roosteren.’ Hij haalde een schoongemaakte tak tevoorschijn waar hij een worstje aan had geprikt. ‘Dan hou je het boven het deel zonder vlammen, boven de gloeiende delen. Als je arm moe wordt, zeg je het maar, dan bouwen we iets anders op.’

‘Mijn arm is moe,’ zei Rory na enkele seconden.

‘Oké.’ Als een tovenaar stak Gus zijn arm achter het blok hout en pakte twee stokken die aan het uiteinde vertakt waren. Voorzichtig stak hij ze in de grond. Vervolgens duwde hij Rory’s worstje wat verder op de stok, spiesde er nog een paar aan en legde de stok toen op de vertakte uiteinden. ‘Kijk eens! Een draaigrill die niet draait.’

Rory keek hem vragend aan.

Sian legde uit: ‘Een draaigrill draait in het rond zodat de worstjes, of wat er dan ook aan het spit zit, aan alle kanten gaar wordt. Gus moet de worstjes straks omdraaien als ze aan één kant gaar zijn. Maar dat is geen probleem. Hij is het wel gewend.’

‘Heb je de koteletjes ook op het vuur geroosterd?’ vroeg Rory. ‘Heb je ze ook op de draaigil gedaan?’

‘Nee, ik heb ze hierop gedaan.’ Hij haalde een grillrooster tevoorschijn.

‘Dat lijkt me niet iets wat je in je standaarduitrusting hebt, als je aan het trekken bent,’ zei Sian.

‘Nee, maar probeer jij maar eens koteletjes op een open vuur te grillen zonder een rooster, of iets wat daarop lijkt.’ Hij keerde de worstjes. ‘Ik zou best een hele hertendij kunnen roosteren, geen probleem. Het zijn die kleine rottige lapjes vlees die lastig zijn. Nog wat wijn?’

‘Ik moet zeggen, dit is wel een heel luxe kamp,’ zei Sian, die zich nog eens liet bijschenken. Ze hoefden hooguit naar het huis te lopen als ze iets nodig hadden, en dat vond ze heerlijk. Een van de nadelen als alleenstaande ouder was dat je altijd de beslissingen moest nemen, altijd verantwoordelijk moest zijn, altijd moest rijden. Ze genoot van de momenten waarop ze zich een beetje kon laten gaan. Al was het maar voor één avond, het was een opluchting om hier met Gus te zitten en zo ontspannen te praten zonder spanning die de sfeer kon verpesten. Rory’s aanwezigheid was als een verzachtende balsem. Ze zouden een heel gewoon gezinnetje kunnen zijn, zou Melissa zeggen.

Nee. Stop. Ze wilde niet aan Melissa denken en ook niet aan de toekomst en aan wat die wel of niet zou brengen. Ze wilde alleen maar genieten van dit mooie moment.

‘Ik dacht dat Rory misschien wel iets realistisch en stoers zou waarderen, maar dat jij naar meer comfort zou verlangen,’ zei Gus. ‘Rory en ik gaan morgen samen een stuk wandelen. Als mama dat goedvindt, natuurlijk.’

‘Mama?’ Rory begon slaperig te worden en was al bijna in slaap nog voor zijn worstje gaar was. Maar nu ging hij rechtop zitten. ‘Mag ik met Gus mee?’

‘Natuurlijk,’ zei Sian. Toen ze het gezegd had, besefte ze dat ze het gevoel had dat Rory volkomen veilig zou zijn bij Gus. Misschien was een vader voor Rory toch niet zo moeilijk als ze altijd had gedacht. Zolang het niet de hele tijd was, natuurlijk.

Het was bijna donker en het was niet makkelijk om Gus’ blik te zien, maar Sian was zich bewust van de warmte die hij uitstraalde.

‘Dank je, Sian,’ zei hij. ‘Ik ben blij dat je het vertrouwt om ons samen op pad te laten gaan.’

‘Tja, Rory is een verstandig jongetje en Fiona kennende, zul jij dat ook wel zijn. Het gaat vast wel goed.’ Ze grinnikte. ‘Lieverd,’ zei ze tegen Rory. ‘Volgens mij wordt het tijd dat je in je slaapzak gaat liggen. Dan mag je je worstje nog opeten en ga je daarna slapen.’

‘Ik ben moe,’ verklaarde hij. ‘Mag ik ketchup en een broodje?’

‘Natuurlijk.’

Terwijl Gus het worstje van het vuur haalde, legde Sian Rory in zijn slaapzak. ‘Je kunt rechtop zitten eten en dan de hut in kruipen. Gus helpt je wel.’

Er werd flink gegiecheld en gewriemeld, en ze deden alsof ze rupsen waren, maar toen ze eenmaal in de hut waren, waar al een grondzeil lag, vond Rory het wel erg donker. ‘Je gaat toch niet weg, hè?’ vroeg hij zenuwachtig, nog altijd haar kleine jongetje.

‘Nee. We zijn allebei hier,’ stelde Gus hem gerust. ‘Je kunt ons hier bij het vuur zien zitten. En straks slapen we naast je in de hut. Je bent niet alleen.’

‘Ik wil een verhaaltje!’

‘Lieverd, het is een beetje moeilijk lezen bij dit licht,’ zei Sian.

‘Heb je een boek in je tas gedaan?’ vroeg Gus.

‘O, ja,’ zei Rory. Hij groef in zijn rugzak en haalde het tevoorschijn. ‘Mama zei dat ik er een moest meenemen en dat jij misschien wel wilde voorlezen,’ voegde hij er hoopvol aan toe.

‘Kom dan maar weer uit de hut.’ Gus groef zelf in de tas. ‘Welk boek is het?’

Broer Konijn,’ zei Rory, die in zijn slaapzak de hut uit kwam. ‘Dat is een van opa’s boeken.’

‘Hij bedoelt dat het een van de boeken is die opa bereid is voor te lezen,’ zei Sian.

‘Hier.’ Gus gaf Rory iets wat op een stuk elastiek leek. Toen hij iets soortgelijks opdeed, zag Sian dat het een hoofdlamp was. ‘Hoofdlampen zijn heel belangrijk in het donker als je onderweg bent. Je moet zien waar je je voeten neerzet en je moet je handen vrijhouden. Deze is voor jou,’ zei Gus, terwijl hij Rory hielp om het elastiek te verstellen zodat de lamp op zijn kleine hoofd bleef zitten.

‘O, Gus, wat lief van je!’

‘Dank je wel, Gus, dat is heel lief van je,’ echode Rory, waarop zijn moeders hart zwol van trots en opluchting dat hij Gus spontaan had bedankt zonder dat ze iets had hoeven zeggen.

‘Ik zal hem voor je aanzetten. Het gaat wat lastig.’

Sian leunde achterover en keek toe. Ze nam een hap van haar burger, terwijl vader en zoon dicht tegen elkaar aan waren gekropen, allebei met hun hoofdlamp op. Wie zou er niet smelten bij dat tafereel? Sian merkte dat ze erg emotioneel werd en ze nam nog een hap van haar burger. Niet aan toegeven.

Gus kon goed voorlezen en deed alle stemmen na. Rory giechelde, werd toen slaperig, liet zijn hoofd zakken en schoot weer overeind toen hij wakker werd. Het verhaal was afgelopen en Gus deed zachtjes Rory’s hoofdlamp af. ‘Kom, jongen.’ Daarna pakte hij Rory op en samen met hem kroop hij de hut weer in.

Hoewel het leek alsof hij vast sliep, mompelde hij: ‘Mag de lamp aan blijven?’

‘Ja hoor, als je dat wilt,’ zei Gus. ‘Maar je kunt het vuur ook zien en dat geeft veel mooier licht. Mama en ik zijn gewoon hier, en als je straks wakker wordt, liggen we naast je.’

‘Oké.’ Rory zuchtte. Toen sliep hij in.

‘Je gaat echt geweldig met hem om,’ zei Sian, toen Rory in dromenland wegzakte.

Gus reageerde op deze lof met een grijns.

‘En dat heeft niets te maken met het feit dat je zijn vader bent,’ ging Sian verder. ‘Je bent heel goed met kinderen. Dat zag ik al op Rory’s verjaarsfeestje. Het zit gewoon in je.’

‘Ik voel een diepe band met Rory, maar ik hou van kinderen.’ Hij slaakte een zucht. ‘Mijn droom…’

Sian had het gevoel dat ze de stemming wat luchtiger moest maken. ‘Wat, een zwik kinderen grootbrengen in de rimboe?’

Gus grinnikte spottend. ‘Ja, dat ook, maar mijn directe droom is om survivalcursussen voor kinderen te organiseren. Ik vind het geweldig om ze te laten zien hoe het moet, maar dan op een leuke manier. Veel kinderen, vooral stadskinderen, weten niet dat je met een mes veel meer kunt dan iemand neersteken.’

‘Zijn kinderen van Rory’s leeftijd daar niet een beetje te jong voor?’

‘Waarschijnlijk. Een op een kun je veel meer doen, maar ik wil cursussen geven aan kinderen van een jaar of negen, tien… voordat ze zichzelf te groot vinden voor spelen in het bos.’

‘Dat lijkt me een superplan. Jij gebruikt jouw talenten en doet nog iets goeds voor de wereld ook.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Nou ja, je begrijpt wel wat ik bedoel. Kinderen respect voor de natuur bijbrengen, geen afval laten slingeren… Dat is belangrijk.’

‘Ik vind van wel.’

‘Wat houdt je tegen?’ vroeg ze. Er had zo’n passie in zijn stem doorgeklonken toen hij het over zijn plannen had. Ze voelde zich gevleid dat hij erover vertelde en wist zeker dat hij alles kon wat hij wilde. Plotseling dacht ze aan de schuur vol spullen en ze glimlachte. ‘Je hebt in elk geval genoeg tentdoek om ze allemaal onder dak te brengen.’

‘Dat is waar.’ Gus rekte zich uit en verschoof iets. ‘Helaas heb je meer nodig dan een joert alleen. Om te beginnen, een stukje land. In eerste instantie zou ik het kunnen huren, maar je kunt geen bedrijf beginnen zonder kapitaal. Daardoor gaan zoveel bedrijven ten onder.’

Sian dacht hier even over na. ‘Felicity, van de lagere school, zou je vast kunnen helpen. Misschien kun je haar hoogste klas mee op stap nemen. Als oefening. Dan zou je kunnen zien of het iets voor ze is, wat ze allemaal kunnen en niet kunnen. Zij zou het weer aan andere schoolhoofden kunnen doorgeven, zodat je meer kinderen krijgt.’

‘Dat is een fantastisch idee! Er zouden wel ouders moeten meehelpen, maar dat is vast geen probleem.’

‘Waar zou je de cursus willen geven? Als je kon kiezen.’

‘In de bossen waar ik jou en Rory ook mee naartoe heb genomen. Ik heb alleen geen idee van wie die grond is.’

Sian grinnikte. ‘Vraag mijn moeder om dat uit te zoeken. Die is een kei op het internet. Geef haar een adres, of het dichtstbijzijnde dat je kunt bedenken, en zij komt erachter, dat weet ik zeker.’

‘Hoe is zij zo’n goede internetspeurneus geworden?’

Sian haalde haar schouders op en legde haar arm op een kussen. ‘Oefening. En ze zegt zelf dat ze nieuwsgierig van aard is. Als de informatie bestaat, wil ze die hebben.’

‘Goh,’ zei Gus, ‘het zou een geweldig begin zijn. Als ik die bossen een weekend zou kunnen afhuren, kunnen we het wel uitproberen. Maar ik zou nog steeds een startkapitaal moeten hebben.’

‘Zou Fiona niet willen helpen?’

‘Absoluut, maar ik ben te oud om een aalmoes van mijn moeder aan te nemen.’

Sian zuchtte. ‘Maar het zou toch geen aalmoes zijn? Je zou haar terugbetalen. Ik zou het niet hebben gered zonder mijn ouders toen ik Rory kreeg. Ze hebben me op alle mogelijke manieren gesteund.’

‘Dat is iets anders,’ zei Gus, die kennelijk nog altijd wat gevoelig was als het om Sians alleenstaande moederschap ging. ‘Je was nog een meisje en je was zwanger. Ik heb die tijdsdruk niet en wil zelf aan het geld zien te komen.’

‘Ah,’ zei Sian na een ogenblik. Ze begreep wel wat hij bedoelde. ‘Eens denken. Kun je niets verkopen? De kano, spullen van je reizen? Heb je het allemaal nodig?’

‘Niet echt, maar ze zouden niet veel opleveren, en die kano heb ik zelf gemaakt! Duurde een eeuwigheid. Die ga ik niet verkopen.’

‘Snap ik. En het boek dat je zou schrijven?’

‘Ik denk niet dat het genoeg oplevert om een bedrijf mee te beginnen.’ Hij pakte iets op. Het bleek een lepel te zijn die hij aan het uitsnijden was. Hij haalde zijn mes van zijn riem en begon schilfers weg te snijden. Hij was net als Rory, die kon ook niet stilzitten, moest altijd ergens mee bezig zijn. Ze begon te zien hoezeer ze op elkaar leken, ook al wist ze niet goed wat ze daarvan vond. ‘Uiteindelijk zal het wel iets opleveren, maar in het begin word ik er niet rijk van,’ ging Gus verder.

‘Heb je de bank om een lening gevraagd?’

‘Grapje, zeker! Geen enkele bank zou mij een lening verstrekken, niet in dit economische klimaat… waarschijnlijk nog niet eens als ik mama’s huis als onderpand zou geven. Dat was haar voorstel, maar ik weiger het absoluut.’

‘Een rijke weldoener?’

‘Waar zou ik die kunnen vinden?’

Ze grinnikte.

‘Ik zal vast wel ergens geld vinden, uiteindelijk. Ik moet positief blijven, mijn oor te luisteren leggen.’

‘Dat klinkt ongemakkelijk!’

Hij lachte. ‘Tja, ik ben ontdekkingsreiziger. Ik ben wel gewend aan een beetje ongemak. Zeg, je hebt amper wat gegeten. Neem een koteletje.’

‘Misschien is het tijd voor een toetje? Rory moet het zijne maar voor zijn ontbijt nemen.’

‘Niks ervan. Ik heb iets veel beters in gedachten als ontbijt. Een soort brood.’

‘Mmm, doe mij maar kruimeltaart. Zullen we hem opwarmen, of zo eten?’

‘Zo eten.’

‘Kijk eens. Richard zou er custard bij willen. Ik heb slagroom meegenomen.’

‘Ik ben dol op slagroom,’ zei Gus, en hij keek haar een beetje scheef aan.

‘Tja, ik loop natuurlijk het risico dat dit verkeerd begrepen wordt,’ zei Gus een tijdje later, toen de wijn en het meeste eten op was, ‘maar ik denk dat het tijd is om naar bed te gaan.’

Sian slaakte een zucht. Ze wist niet of het aan de wijn, of aan het flakkerende kampvuur en de romantische sfeer lag, maar deels – de vrouw in haar, niet de moeder – zou ze zonder meer met hem naar bed willen, net als al die jaren geleden. Het was zalig geweest. En Gus was hier in zijn element, op zijn best. Zijn stoere, aantrekkelijke gelaatstrekken waren des te verleidelijker in het vage schijnsel. Maar ze was nu moeder; ze kon niet meer spontaan zijn, niet als het nadelige gevolgen voor Rory kon hebben. En het zou helemaal mis kunnen lopen. Stel dat Gus genoeg van haar kreeg en ervandoor ging. Haar misschien wel in de steek liet voor Melissa Lewis-Jones. Ze zou het heel moeilijk vinden om Gus bij Rory te laten als ze weer voor hem viel en hij haar vervolgens dumpte. Toegegeven, hij had haar de eerste keer niet gedumpt, maar kon ze hem vertrouwen? Echt vertrouwen? Ze kon niet echt helder nadenken, want ze hadden samen de hele fles leeggedronken, maar ze wist dat ze niet met Gus naar bed kon, al zag ze in dat ze het wel graag wilde. Ze hadden een vijfjarige bij zich als chaperonne, dus wat ze wel of niet wilde was ook eigenlijk niet relevant.

‘Ik ga even naar binnen om me op te frissen en zo,’ zei ze. Gus hielp haar overeind; ze stond een beetje wankel op haar benen.

‘Dat komt doordat je een tijd in dezelfde houding hebt gezeten,’ zei hij. ‘Daar ben je een beetje wankel van geworden.’

Sian glimlachte in de duisternis. ‘Het heeft dus niks met de wijn te maken?’

‘Welnee! Zal ik met je mee lopen?’

‘Absoluut niet. Ik red me wel!’ Ze liep over het pad dat nog altijd werd verlicht met waxinelichtjes. ‘Ik ben zo terug.’

Ze spetterde flink wat koud water in haar gezicht, en niet alleen omdat ze wat roet op haar wangen had. Ze wilde zeker weten dat ze zichzelf volkomen in de hand had als ze terugging. Na deze ceremoniële reiniging deed ze wel een lekker geurtje op. Was dat voor haar of voor Gus? Ze wist het niet – en wilde het ook niet weten.

Ze kroop de hut in en duwde haar voeten in de slaapzak die Gus haar had gegeven. Ze schoof tot ze lekker lag, blij dat hij echte kussens had meegenomen. Ze kon Rory’s ademhaling horen en wist dat hij diep in slaap was.

‘Alles goed? Lig je lekker? Is er nog ruimte voor mij?’ vroeg Gus.

‘Er is ruimte. Rory en ik nemen niet zoveel in beslag.’

Maar Gus nam behoorlijk wat ruimte in beslag en niet alleen letterlijk. Sian hoorde hoe hij ging liggen en daarna werd het stil.

Toen ze in bed kroop, was ze best moe en misschien wel een beetje aangeschoten, maar nu was ze klaarwakker en zich bewust van haar omgeving: bladeren, plus datgene wat tussen al die bladeren zat… beestjes. Niet te geloven, dacht ze. Ik ben hier om Rory te beschermen tegen kwade geesten, en hij ligt lekker te pitten, terwijl ik klaarwakker ben en me druk maak om oorwurmen.

Hoewel ze zich zo stil mogelijk hield en haar best deed zich te ontspannen, merkte Gus dat ze nog wakker was.

‘Gaat het?’ vroeg hij, alsof hij aanvoelde dat ze steeds gestresster werd.

‘Jawel, maar ik ben bang dat er dingen op me vallen.’

‘Wat voor dingen?’

‘Kruipers en zo.’

‘Volgens mij zijn die er niet, anders zouden we ze wel horen vallen.’

Dat klonk heel logisch en Sian probeerde zich hierdoor gerust te laten stellen. ‘Oké. Ik stop mijn hoofd gewoon in de slaapzak,’ zei ze. Waarom had ze daar niet eerder aan gedacht?

‘Is dat niet te warm?’

Daarom had ze waarschijnlijk niet eerder overwogen om op een hete zomeravond in een donzen slaapzak weg te kruipen. Aan de andere kant… ‘Ik kan niet tegen die kruipers. O god, er viel iets op me! Ik weet het zeker!’

‘Wacht even. Rustig maar. Ik kijk wel even.’

‘Ik ben rustig!’ fluisterde ze, hoewel ze niemand voor de gek hield.

‘Oké, kruip even weg in je slaapzak, dan kijk ik wat ik kan doen.’

Sian had het gevoel dat ze er uren lag, maar ze wist dat het in werkelijkheid maar een paar minuten duurde voordat Gus terugkwam. Heel voorzichtig keek ze even buiten de slaapzak. Hij droeg zijn hoofdlamp en had iets in zijn handen.

‘Ik heb de tarp hier. Daar maak ik een binnenbekleding van tegen het dak. Het zou wel fijn zijn geweest als je wat eerder iets had gezegd over je angst voor beestjes die op je vallen. Het zou een stuk makkelijker zijn geweest om dit vast te zetten zonder over Rory te struikelen. Ongelooflijk dat die jongen hierdoorheen slaapt.’

‘Ik ga wel even naar buiten,’ zei Sian. ‘Dan heb je meer ruimte.’

Tien minuten later kroop Sian de hut weer in, waar ze beschermd was tegen bladeren, takjes en duizendpoten.

‘Ik dacht dat Rory misschien bang zou zijn, ik had niet verwacht dat ik het zelf eng zou vinden,’ zei ze verontschuldigend.

‘Je hoeft niet bang te zijn, ik bescherm je wel.’

‘En de tarp.’

Gus grinnikte diep. ‘Ja, en de tarp.’

‘Laten we maar stil zijn, anders maken we Rory wakker.’

‘Goed. Welterusten, John-Boy.’

Sian schoot in de lach. ‘Ik zou jou niet voor een fan van

The Waltons hebben gehouden.’

‘O, ja. Ik heb alle herhalingen gezien.’ Hij zweeg even. ‘Afijn, welterusten en laat je niet bijten door de oorwurmen.’

‘O, hou op!’ fluisterde ze.

Hij lachte.

Halverwege de nacht merkte Sian dat er in de hut bewogen werd. Gus en zij hadden hun slaapzakken aan weerszijden van Rory gelegd. Het had lang geduurd voor ze in slaap was gevallen en Gus was zachtjes gaan snurken ver voordat zij sliep. Nu was ze zo slaperig dat ze niet wakker wilde worden. Ze liet het geschuifel voor wat het was. Een tijdje later schrok ze wakker. Rory was weg en Gus lag tegen haar slaapzak aan.

‘Waar is Rory?’ vroeg ze. Ze voelde zich opeens schuldig dat ze had geslapen terwijl haar kind haar nodig had gehad.

‘Rustig maar! Hij werd wakker en wilde naar binnen. Ik heb hem in de logeerkamer ingestopt. Daar ligt hij prima.’

‘Ja, maar…’

‘Hij heeft mijn mobieltje en kan bellen als hij het eng vindt. Maar hij viel direct weer in slaap. Ik heb gewacht tot ik het helemaal zeker wist.’

Sians hersenen accepteerden dat alles goed was en ze wachtte tot haar lichaam ook zover was en haar ademhaling tot rust kwam.

‘Maar ik vind niet dat we hem alleen in het huis moeten laten.’

‘Hij is niet alleen. Mama is thuis en ik heb haar gezegd dat ze een gast heeft.’

‘O.’ Haar zoon was dus veilig. Sian kon geen andere reden bedenken waarom ze naar binnen moest, in elk geval geen reden die ze hardop durfde te zeggen. Ze was nog steeds van slag, en ook al wist ze dat Rory niet de oorzaak was, ze klampte zich aan haar moederschap vast als aan een reddingsboei. ‘Ik vind dat ik…’

‘Dat is nergens voor nodig. Hij ligt daar prima.’

Ze kon moeilijk zeggen dat het met haar niet goed ging, of dat ze zélf naar binnen wilde; dan zou ze net zo goed kunnen zeggen dat ze het te… erotisch vond om samen met Gus in het donker te liggen Ze was zich sterk bewust van zijn lichaam, dat slechts enkele ogenblikken eerder tegen het hare had gelegen.

Ze probeerde iets te zeggen en merkte dat haar stem hees was. Ze schraapte haar keel en probeerde het nog een keer. ‘Het is heel lief van je dat je zo voor Rory zorgt. Dank je wel.’

Ze voelde dat hij huiverde. ‘Hij is mijn zoon. Het is helemaal niet aardig.’

‘Het is wél aardig! Er zijn genoeg andere vaders die het ’s nachts aan de moeder over zouden laten.’

‘Ik ben dus niet zoals genoeg andere vaders.’

‘Nee.’ Het woord ‘vader’ was zo huiselijk dat Sian zich hierop probeerde te concentreren. Ze probeerde hem voor zich te zien in een gestreepte pyjama en slippers, een geruite badjas eroverheen. Zo zagen vaders eruit… Niet zoals Gus.

Sian deed haar best om zich te ontspannen, haar ademhaling te kalmeren, maar het maakte het alleen maar erger.

Uiteindelijk verschoof Gus en zei: ‘Wat ben je gespannen. Zit er een oorwurm in je slaapzak, of zo?’

Ze slaakte een kreetje dat ook een half lachje was. ‘Dan zou ik niet gespannen zijn, dan zou ik krijsend op en neer springen.’

Hij gaf een klopje op haar slaapzak. ‘Dat zou ik wel eens willen zien.’

‘Je krijgt er echt de kans niet voor. Ik ga naar binnen. Dan kruip ik naast Rory in bed.’

‘Waarom krijgt Rory alle pret?’

‘Er is geen pret! We gaan slapen! Het is absurd om hier te blijven, terwijl…’ Ze zweeg. Ze wist niet meer precies wat ze had willen zeggen, maar ze was zich er pijnlijk van bewust dat ze het niet kon zeggen.

‘Terwijl wat?’ Zijn stem was niet meer dan een gefluister.

‘Terwijl Rory er niet is.’ Het klonk niet erg overtuigend.

‘Maar dat is het niet, hè?’

‘Wat bedoel je?’

‘Doe niet zo geheimzinnig. Je vindt het niet fijn om hier alleen met mij te zijn.’

‘Nee…’

‘Omdat je niet weet wat er zou kunnen gebeuren. Omdat je niet kunt garanderen dat niet hetzelfde zal gebeuren als vijf jaar geleden.’

Het feit dat hij gelijk had, maakte haar geen spat minder verontwaardigd. ‘Doe niet zo onnozel! Ik ben heus niet bang dat je me zult bespringen, Gus! Allemachtig…’

‘Je bent niet bang voor mij. Je bent bang voor jezelf.’

‘Ik heb nog nooit zoiets belachelijks gehoord. Ik ga slapen. Welterusten.’

De waarheid is geen goed slaapmiddel, ontdekte Sian. Ze lag gespannen, in elkaar gedoken in haar slaapzak, en luisterde of ze oorwurmen op de tarp hoorde vallen.