Hoofdstuk 12
‘Je ziet er heel mooi uit.’
Hopes hart sloeg een slagje over terwijl ze haar jurk gladstreek en naar Gael lachte. Ze hadden de hele dag afstand gehouden tot elkaar, behalve tijdens het poseren voor de foto’s, maar nu de avond was gevallen en het feest was begonnen, bleken de regels die ze zichzelf hadden opgelegd niet zo rigide. Het was de bedoeling om vrienden te worden, tenslotte.
‘Dankzij de jurk. Gelukkig was er iemand die me uitstekend hielp bij het uitkiezen.’ Alle bruidsmeisjes waren in dezelfde knielange zijden halterjurk met een corsage bij de hals. Alleen was de jurk van de andere vier bruidsmeisjes diep rooskleurig, terwijl die van Hope als getuige bloemetjes had in roomkleurige en roze tinten. ‘Als je tentoonstelling een flop wordt, kun je je nog altijd toeleggen op wedding styling. Je hebt er feeling voor.’
‘Ik heb je alleen maar de juiste winkels gewezen. Volgens mij wist je precies waar je naar zocht.’
‘Misschien. Zeg, dat was een goede speech die je daarstraks gaf.’ Ze had veel mensen erover horen praten – en over hem. Het was lastig om vriendelijk te blijven lachen als knappe, slanke meisjes in jurken die meer kostten dan haar hele garderobe zeiden hoe sexy ze hem vonden en erover speculeerden of zijn nettowaarde hoog genoeg was voor een serieuze relatie of dat hij goed was voor een korte romance.
Gael zag er inderdaad vandaag sexy uit, daar hadden ze gelijk in. Sommige mannen werden stijf of saai in een pak; Gael droeg het zijne met een nonchalante elegantie waarmee hij de aandacht van meisjes trok. Ook van dit meisje. Met name dit meisje.
Zijn das had dezelfde donkerroze tint als de bloemen op haar jurk. Het leek alsof ze bij elkaar hoorden.
Grappig hoe schijn kon bedriegen.
‘Dank je wel. Hunter verdiende een oprecht en niet al te wreed verhaal. Hij is een goede jongen. Hoewel ik hem geloof ik geen jongen meer mag noemen nu hij getrouwd is.’
‘Nee.’ Hope keek naar de dansvloer waar haar zus wiegend in de armen lag van haar kersverse echtgenoot. Ze leken zich volledig onbewust van de tweehonderd gasten die Misty had uitgenodigd. Het was een mooi feest. In de bomen en feesttenten rondom de dansvloer hingen lantaarns en kleine lampjes. Er was een feesttent voor de bar, voor het eten, om te zitten en er was er eentje met spelletjes en een groot scherm voor de jongere gasten.
De swingband die het eten had opgeluisterd, was vervangen door een jazzband die gevoelige ballades liet horen tijdens het vallen van de avond. Om negen uur zou er een veelgevraagde zangeres komen om het dansen echt aan de gang te krijgen, waarna een gevierde dj de gasten tot in de vroege uurtjes zou vermaken.
‘Wil je met me dansen?’
De vraag verraste haar. ‘Ik weet niet of dat slim is. Misschien later als de muziek wat minder…’
‘Minder wat?’
‘Minder dromerig is. Ik hoorde dat de zangeres Beyoncé gaat zingen. Daar wil ik wel met je op dansen.’
‘Afgesproken.’
Nou, het kletsen met elkaar was niet al te moeilijk. Iedereen die naar hen keek, zou denken dat daar gewoon de getuigen na een lange drukke dag ontspannen bij elkaar stonden. Het ging hen allebei goed af. Misschien werd het nu tijd om ieder naar een andere kant van de dansvloer te gaan, zodat ze weer heimelijke blikken op hem kon werpen, wat ze voor zichzelf heel hard ontkende.
De nacht na de bruiloft was een cadeautje aan zichzelf geweest. Een kans om sterk en dapper te zijn. Een manier om iets wat mooi en bijzonder was niet wrang te laten eindigen, om haar herinneringen aan Gael en haar tijd met hem te kunnen koesteren. Ze had het heft in handen genomen en hun allebei laten zien waartoe ze in staat was, wie ze kon zijn. En daarna was ze met opgeheven hoofd weggelopen. Zij had het tijdstip en de manier gekozen.
Maar waarom voelde haar overwinning dan zo leeg? Ze had het akelige gevoel dat het kwam doordat het nog niet was afgelopen tussen hen, hoe ze zichzelf ook voor de gek probeerde te houden. Er was tijdens die nacht een tederheid geweest die ze niet eerder had gevoeld. Een intimiteit waarvan ze niet zeker wist of die echt was of alleen in haar overspannen fantasie bestond. Gael kende haar beter dan wie ook ter wereld. Hoe moest ze daarvan weglopen?
Maar ze wist niet wat het alternatief was, of dat ze dapper genoeg was om het te onderzoeken. Hope ging met haar rug naar de dansvloer staan. Voor haar, tussen lage, struikachtige bomen, lag een pad dat naar het strand liep. ‘Ik ga een eindje wandelen,’ zei ze, terwijl ze haar schoenen uittrok. Ze wist niet of het duivelskunstenarij was of door het maanlicht kwam, maar na een paar passen draaide ze zich om en keek Gael glimlachend aan. ‘Ga je mee?’
Hij antwoordde niet maar kwam meteen naar haar toe en pakte haar hand, waar ze niet tegen protesteerde. Met vastberaden passen leidde hij haar tussen de bomen door. Het pad was verlicht met kleine stormlantaarns die sprookjesachtig in de zachte wind bewogen.
Hope was zich alleen bewust van het zout op haar lippen, de zachte zeewind in haar opgestoken haren, het koele zand tussen haar tenen en Gaels stevige hand. ‘Hoe was het om hier te wonen?’
Hij antwoordde pas toen ze boven op het duin stonden. Het brede strand spreidde zich voor hen uit in de parelachtige gloed van de maan. Achter hen hoorde Hope muziek en gelach, verderop was het geluid van de kabbelende golven op het strand.
‘Ik had niet het gevoel dat ik hier hoorde,’ zei hij eindelijk. ‘Ik was een straatjochie, een kind dat probeerde mee te varen op een boot, dat een paar dollars bijverdiende met boodschappen. Thuis bij mijn grootouders was het chaotisch, in mijn slaapkamer hoorde ik de muziek in de bar beneden. En ineens kwam ik hier. Een chauffeur bracht me overal naartoe, ik kreeg meer geld dan ik uit kon geven, er was een boot van de familie compleet met bemanning waarmee ik kon gaan varen wanneer ik wilde. En als ik ’s avonds in slaap viel, was het doodstil. Ik had een kamer, een studeerkamer en een badkamer voor mij alleen.’
‘Hoe vond je dat?’
‘Ik wist niet meer wie ik was.’ Zijn greep om haar hand werd steviger. ‘Nog steeds niet. Alleen…’
Eigenlijk durfde ze het niet te vragen, maar deed het toch maar. ‘Alleen?’
‘Deze afgelopen weken kreeg ik een vaag besef van wie ik zou kunnen zijn, van de man die ik graag zou willen worden.’
‘Ik ook. Niet het gedeelte over de man, maar het zien van een nieuwe weg. Dat is niet gemakkelijk, hè?’
Ze liet zijn hand los en plofte in het zachte zand zonder zich om haar jurk druk te maken. Gael ging naast haar zitten met die natuurlijk gratie van hem die ze zo bewonderde. Ze leunde tegen hem aan, genietend van zijn sterke lichaam, zijn geur, en de illusie dat hij van haar was.
‘Maar je hebt een goed begin gemaakt. Je gaat zonder vaste plannen zorgeloos op reis.’
‘Hm. Dat lijkt zo misschien,’ bekende ze. ‘Ik wil graag gaan, begrijp me niet verkeerd, maar er is nog steeds een stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik het niet verdien. En een ander stemmetje dat naar me gilt dat ik het tot in het kleinste detail moet plannen anders gaat het mis.’
‘Dat klinkt alsof het druk wordt in je hoofd.’
‘Een beetje maar. Alles plannen geeft me een veilig gevoel, dus het is een uitdaging om te proberen alles los te laten. Waar ik pas echt bang voor ben…’ Ze aarzelde.
‘Ga verder.’
‘Voor de eenzaamheid,’ bekende ze. ‘Nog eenzamer dan eerst, want Faith was er altijd en ik had een baan, een dagritme. Ik ben niet goed in het aanknopen van gesprekken, Gael. Ik ben waardeloos op het gebied van vrienden maken. Er dreigt een heel jaar aan te komen met alleen mezelf als gezelschap. Doodeng vind ik het.’
‘Ach, ik weet het niet. Ik vind het wel goed klinken.’
Baf. Dat voelde ze in haar borst, in haar hart, zo verrast was ze. Het kwam niet door de woorden zelf, maar door de manier waarop hij ze zei. Laag, ernstig en met een emotie die ze niet kon thuisbrengen. Het geluid van de zee werd overstemd door haar bonzende hart en het suizende bloed in haar oren. Ze had altijd belangrijk voor iemand willen zijn, iemand waard willen zijn, maar tijdens de afgelopen twee weken was er iets veranderd.
Ze wilde belangrijk zijn voor Gael.
Gael die trots en cynisch was. Een man zonder genade en die ook niet verwachtte. Een man die wist wat hij wilde en ervoor ging. Een man die haar met al haar geheimen had geconfronteerd waardoor ze zichzelf nu kon vergeven.
Een man die haar veilig liet voelen, haar het gevoel gaf iets waard te zijn.
‘Je zou ook kunnen gaan reizen,’ zei ze, terwijl ze naar haar wiebelende tenen in het zand keek. ‘Een reis in de voetsporen van Gauguin bijvoorbeeld.’
‘Heb je je kunstgeschiedenis bijgespijkerd?’
‘Ik herinner me nog wel iets van mijn bliksembezoek aan het museum.’
‘Ik zou het kunnen doen, reizen, hier blijven, naar Parijs of Florence of Tahiti gaan. Maar ik weet niet of het iets verandert. Ik zou me nog steeds verbergen.’
‘Waarvoor?’
‘Voor mezelf. Voor gevoelens. Voor het leven. Weet je waarom jouw schilderij het beste is dat ik ooit heb gemaakt?’
Zonder hem aan te kijken, schudde ze haar hoofd.
‘Omdat ik iets voelde toen ik het schilderde, voor jou. Het waren gecompliceerde, warrige menselijke emoties die ik niet wilde. Lust, natuurlijk. Ergernis omdat ik zag dat je je ware zelf verborg, wie je zou kunnen zijn. Frustratie omdat jij het niet zag. Irritatie omdat je me niet met rust liet en lastige vragen stelde. Je prikte gaatjes in de wereld die ik om me heen had gebouwd.’
Ergernis, irritatie. Frustratie. Ze had hem in ieder geval iets laten voelen.
‘En ik vond je leuk. Heel leuk. Maar dat wilde ik niet. Het laatste waar ik behoefte aan had, was een nimf met donkere waakzame ogen en een to-dolijst die mijn zorgvuldig geordende leven op zijn kop zette.’
‘Deed ik dat?’ Ze keek hem recht aan. Zijn onverwachts tedere glimlach verwarde haar.
‘Volgens mij wist je dat best. Ik wil je iets laten zien. Ga je mee?’
Ze knikte alleen maar.
Gael trok Hope overeind en liep met haar over het pad terug naar huis. Het feest en de vrolijke gasten vermeed hij, want geen van beide had nu zin of was in staat om een babbeltje te maken. Hij maakte een omweg door de Italiaanse tuin en ging via een zijdeur naar binnen. Daarachter bevond zich een bergruimte met een douche die vroeger alleen door Hunter en hem was gebruikt. Het was een ideale ruimte geweest voor vieze surfplanken en handdoeken en zwembroeken. Tegenwoordig lagen er geen opgevouwen handdoeken meer op de planken, hingen er geen surfplanken meer aan de muur en stonden er geen krabbennetjes meer in de hoek. Voor de eerste keer voelde Gael heimwee naar die zorgeloze zomerdagen. Hij had het nooit toegegeven, maar dit enorme jaren twintig herenhuis was op een gegeven moment zijn huis geworden – en de kwieke, hartelijke, extravagante bewoonster zijn moeder.
Achter de bergruimte was een halletje met een smalle trap die heel vroeger uitsluitend werd gebruikt door de bedienden van Misty’s grootouders, de oorspronkelijke bewoners van het herenhuis.
‘Ik voel me weer een tiener, stiekem met een meisje via de achtertrap naar boven.’
‘Had je er veel?’
‘Nee, helaas niet. Ik was te voornaam voor de meisjes met wie ik op was gegroeid en niet voornaam genoeg voor de meisjes die Misty aan me voorstelde. Bovendien had er niets stiekem gedaan hoeven te worden. Misty zou ons met wijn en condooms naar boven hebben gestuurd. Ze was gênant ruimdenkend. Niets effectievers dan dat om een jongen van de drank en de meisjes af te houden.’
‘Ik wed dat er honderden meisjes waren die naar een blik van jou smachtten,’ zei Hope. ‘Ik zou zo’n meisje zijn geweest.’
‘Misschien,’ zei hij. Maar hij was zo bezig geweest met zijn eigen angsten, dat hij het nooit had opgemerkt.
Bovenaan de trap kwamen ze op de overloop via een deur, die, toen hij hem achter zich sloot, één geheel vormde met de houten lambrisering. Het huis zat vol geheime deuren en gangen, en hij kende ze allemaal.
‘Je moet niet denken dat ik deze rondleiding achter de schermen in een van de mooiste huizen op Long Island niet waardeer, maar waar gaan we naartoe?’
‘Hierheen,’ zei Gael, en hij maakte de deur naar zijn suite open en liet haar als eerste binnengaan.
Er was niet veel veranderd sinds zijn jongenstijd. In het woongedeelte stonden een bank, tv en een bureau. De spelcomputer was er al heel lang niet meer en de posters van meisjes in bikini’s waren vervangen door schilderijen van plaatselijke kunstenaars, maar de stoelen voor het raam keken nog altijd uit over het strand en op het oude bureau lagen nog de stapels schetsboeken. Naast het raam was de deur naar zijn slaapkamer.
‘Deze kamers waren helemaal van jou alleen?’
‘Toen Misty me de kamers gaf, verontschuldigde ze zich voor de krappe ruimte, maar ze wilde me niet in een van de vleugels wegstoppen.’
Hope liep zijn slaapkamer in en bekeek met grote ogen het tweepersoons bed en de lage bank bij het raam. Daarna maakte ze de deur naar zijn badkamer open, die een inloopdouche en een bad op pootjes had. ‘Arme stakker, wat vreselijk dat je het moest doen met maar twee gigantische kamers en een vorstelijke badkamer.’
‘Ik wist me te behelpen.’
Nu ze hier was en het moment was gekomen, kreeg hij ineens krampen in zijn buik van de zenuwen. Stel dat hij haar, hen tweeën, de situatie verkeerd had ingeschat? Heel even was hij jaloers op Hunters zekerheid. Hij had gezegd dat hij het meteen wist toen hij Faith zag. Ze waren nog maar twee maanden bij elkaar, en zie, daar zaten ze dan beneden als man en vrouw.
Hij kende Hope nog geen drie weken, toch kon hij zich niet voorstellen iemand anders beter te leren kennen in drie jaar.
Hij zag Hope voor het raam staan en naar de zee in het maanlicht kijken. Haar haren waren nog steeds opgestoken en met een roomkleurig lint bij elkaar gehouden. De jurk benadrukte haar mooie lange hals en liet haar tengere schouders onbedekt. Hij verlangde naar haar, een verlangen dat vermengd was met een beschermingsdrang die hij nooit eerder had ervaren, een overweldigende behoefte om haar te beschermen tegen de tegenslagen van het leven. Ze had al zoveel meegemaakt. ‘Ik heb iets voor je gekocht.’
Ze draaide zich verrast met een verlegen lachje om. ‘Dat had je niet hoeven doen.’
‘Weet ik. Het is geen afscheidscadeau. Het is een ik-hoop-dat-je-terugkomt-cadeau.’
Haar mond beefde. ‘Echt waar?’
Ineens wist hij de woorden niet meer, de speech die hij had voorbereid tijdens zijn slapeloze nacht. Woorden die haar vertelden dat hij wilde dat ze op reis ging, ervaringen opdeed, leefde. Maar dat hij hoopte dat ze aan het einde van haar reis ervoor zou kiezen om terug te komen. Naar hem. ‘Het hangt in de kast.’
Met haar voorhoofd in een vragende frons maakte Hope de deur van zijn inloopkast open. Hij was bijna leeg, op een paar noodzakelijke dingen na die hij opgevouwen op een plank achter in de kast bewaarde. Er hing maar één kledingstuk.
‘Mijn jurk.’
‘Ik vond niet dat iemand anders hem mocht krijgen.’ Hij was van haar. Allebei hadden ze dat onmiddellijk geweten toen ze hem had aangetrokken. Elke naad, elke subtiel kanten werkje, elke zijden plooi hoorde bij haar.
‘Maar… het is een trouwjurk.’
‘Ik wil je niet aan banden leggen, Hope. Ik wil niet dat je je onvrij voelt als je weggaat. Ik wil dat je leeft en lacht, en als je liefhebt, dan is het zoals het moet gaan.’ Hij slikte toen hij de woorden zei, andere woorden lagen hem bevend op de lippen. Blijf bij me. ‘Deze jurk is een talisman, een belofte. Mocht je ervoor kiezen naar me terug te komen, dan zal ik er zijn. En kies je er niet voor, nou, hij is sowieso voor jou. Als je hem wilt.’
Begreep ze het? Wist ze wat het betekende dat hij haar had gevraagd naar hem terug te komen? Dat had hij nog nooit aan iemand gevraagd. Hij had zich nog nooit blootgegeven. Elke keer als hij was verlaten, had hij zich verbeten en een nieuwe pantserlaag om zich heen getrokken.
Hope kon haar ogen niet van de jurk afhouden. Hij zag er perfect uit zoals hij daar hing, elke plooi was precies goed. Hij had gelijk, hij hoorde bij haar. Nooit had ze iets zo zeker geweten – op Gaels armen om zich heen na. En hij had de jurk voor haar gekocht.
De jurk had buitensporig veel gekost, maar dat maakte hem niet bijzonder, zo volstrekt uniek. Het was het gebaar dat erachter zat. Hij stelde zich kwetsbaar op met de kans afgewezen te worden. Dat was het ware cadeau. Hij gaf haar macht. Hij vertrouwde haar zijn hart toe zoals zij hem haar lichaam en ziel had toevertrouwd.
‘Ga met me mee,’ zei ze. ‘Op reis. Je kunt toch overal schilderen? Ga met me mee.’
‘Maar het is jouw grote avontuur.’
‘En dat wil ik samen met jou beleven.’ Dat was de oorzaak van haar twijfel geweest. Haar droomreis werd grauw als ze eraan dacht hem in haar eentje te gaan maken. Ze wilde elke ontdekking, elke ervaring met Gael delen. Ze wilde dat hij haar uitdaagde, haar pushte om haar grenzen te verkennen, haar liet voelen. ‘Dat wilde ik al sinds ik de reis boekte. Ik wist dat ik blij moest zijn, maar elke keer als ik bedacht dat ik straks in het vliegtuig zou stappen en van jou weg zou gaan, van ons, voelde ik me doodellendig.’
‘Je weet het zeker?’
‘Heel zeker.’ Ze legde haar hand op zijn schouder, en onmiddellijk voelde alles goed. Waar ze ook was in de wereld, ze zou thuis zijn als hij bij haar was. ‘Toen Faith zei dat ze ging trouwen met iemand die ze nauwelijks kende, verklaarde ik haar voor gek. Nou, mensen zullen zeggen dat ik gek ben, dat twee weken niets voorstellen, maar voor mij voelden de afgelopen veertien dagen als een heel leven. Een heel leven met jou. Het was niet altijd gemakkelijk of aangenaam, maar voor de eerste keer in lange tijd leefde ik. Jij bracht me tot leven. Ik dacht dat ik niet wist wat liefde was en niet tot liefde in staat was. Ik dacht dat ik liefde niet verdiende, maar door jou weet ik nu beter. Ik hou van je, Gael. Ik hou van je en ik wil de rest van mijn leven samen met jou avonturen beleven.’
Het blauw van zijn ogen was nachtblauw geworden toen hij haar naar zich toetrok en haar vurige tedere kusjes gaf op haar wenkbrauw, haar wangen, haar mond. Hope drukte zich zo dicht mogelijk tegen hem aan, en haar handen hielden hem vast alsof ze hem nooit meer los zou laten. En dat zou ze ook niet doen; deze man was van haar. Ze wist het met heel haar hart en ziel en met haar lichaam dat beefde van geluk. Hij was van haar en zij was van hem.
‘Ik hou van je,’ zei hij met verstikte stem. ‘Ik wilde het niet, en ik heb ertegen gevochten, maar ik denk dat ik al van je hield vanaf dat eerste moment dat je woedend tegen me uitviel.’
‘Ik had nauwelijks hallo gezegd, of je vroeg of ik me uit wilde kleden,’ protesteerde ze. ‘Gael, ga je met me mee? Ik wil niet weg van jou, maar ik wil ook niet deze kans laten lopen. Als ik nu niet ga reizen, zal ik het nooit meer doen.’
‘Op één voorwaarde.’ Hij keek haar lachend in de ogen. ‘Maandag trek je je jurk aan en gaan we naar het gemeentehuis om te trouwen. Ik moet over drie weken voor het openingsfeest van mijn tentoonstelling in New York zijn, maar de rest van het jaar ben ik van jou. Voor de rest van mijn leven. Wat zeg je ervan?’
‘Ik zeg dat je me maar beter fatsoenlijk kunt vragen.’
Ze plaagde maar wat, maar Gael stapte naar achteren en ging op één knie zitten, als een scène uit een sprookje. Hopes hart fladderde van liefde en verlangen toen hij haar hand vastpakte.
‘Jij kunt maar beter ja zeggen nu ik hier op de grond zit.’
‘Stel de vraag, dan kan ik antwoord geven.’
‘Hope McKenzie, wil je mij de zeer grote eer aandoen, om mijn vrouw te worden?’
Hope antwoordde niet meteen om even de plagerige schittering in zijn ogen in zich op te nemen, vermengd met de liefde en tederheid die van hem afstraalden. Ze ging op haar knieën voor hem zitten en pakte zijn gezicht tussen haar handen. ‘Ja, ja, dat wil ik. Voor altijd.’ En toen ze naar voren boog om hem te kussen, wist ze dat haar avonturen nu pas begonnen en dat ze nooit meer eenzaam zou zijn. Niet als Gael bij haar was.