Hoofdstuk 8

 

 

 

‘Zijn we er? Is dit Kilcanon?’ Maddison keek reikhalzend uit het raam. ‘Ik zie geen kasteel. Toen je het over een kasteel had, bedoelde je toch niet een cottage? Want dat is voor Amerikanen niet hetzelfde.’

‘Nee, dit is Loch Lomond. Ik moet even mijn benen strekken. Loop je mee?’

‘Lopen?’

‘Ja, de ene voet voor de andere zetten om vooruit te komen.’

‘Ik weet wel wat lopen is. Ik, eh… ik bedoel… ik wist niet of je behoefte had aan gezelschap.’

‘Ik kan je ook in de auto laten zitten, maar dat leek me niet aardig.’

Maar hij begreep wat ze bedoelde. Ze probeerde uit te vissen of hij haar gezelschap nog kon verdragen na haar ontboezemingen van een paar uur eerder. Na haar plotselinge, onverwachte biecht had Maddison er verder het zwijgen toe gedaan, Kit overlatend aan zijn gedachten en gevoelens: verdriet, medelijden, afschuw. Bewondering.

Ze had niet veel gezegd over haar kindertijd, maar hij kon het zelf wel invullen; haar behoefte om altijd de touwtjes in handen te houden, haar angst voor het donker, hij snapte het nu. Net als haar verlangen naar zekerheid.

Dat ze een rijke vent had uitgekozen om voor die zekerheid te zorgen, was lastiger te verteren, dat kwam te dichtbij. Zijn eerste neiging was om naar het vliegveld van Glasgow te rijden en haar op het vliegtuig naar Londen te zetten. Het laatste wat hij nodig had, was weer een geldwolf aan zijn familie voorstellen.

Maar ze was Eleanor niet, en hij was nu veel ouder en veel wijzer. Maddison was tenminste eerlijk over wie ze was en wat ze wilde. Kon hij het haar kwalijk nemen dat ze haar kinderdromen probeerde te verwezenlijken?

Nee. Hij nam haar niets kwalijk, had geen hekel aan haar en zelfs geen medelijden met haar. Eerlijk gezegd had hij bewondering voor haar. Ze had de nodige tegenslagen gehad op haar levenspad, maar was er bovenop gekomen. En dat ze onderweg fouten had gemaakt? Dat was beter dan je verschuilen, boos en verbitterd, of bang om iets te doen.

Zoals hijzelf? Hij duwde de gedachte weg. Hij was niet verbitterd of bang, hij verdiende het niet. Hij verdiende geen geluk of liefde.

Maar Maddison verdiende beide.

Ze kwam naast hem lopen op het pad. Ze had een jack aangetrokken. ‘Is dit een echt loch? Met een monster?’

‘Meerdere. Loop maar niet te dicht langs de rand…’

‘Hou op. Je weet best wat ik bedoel. Een écht monster.’

‘Nessie woont veel verder naar het noorden, ben ik bang. Maar als je geluk hebt, zie je misschien een selkie als we bij Kilcanon zijn. Let maar goed op de zeehonden, het zijn meestal de grotere.’

‘Doe ik.’ Ze aarzelde. ‘Kit, nog even over daarstraks?’

‘Geen probleem. Ik ben blij dat je het verteld hebt, maar je bent mij geen uitleg schuldig, Maddison. We zijn collega’s, meer niet.’ Maar hij hoorde zelf hoe hol zijn woorden klonken.

‘Mooi. Ik heb… Ik praat niet vaak over mezelf. Fijn dat je naar me geluisterd hebt. En dat je me niet haat.’

‘Ik zou jou nooit kunnen haten.’ In andere omstandigheden had zelfs het tegenovergestelde kunnen gebeuren. Maar zijn hart was vastgevroren in het verleden en hij was niet van plan het te laten ontdooien, zelfs niet door deze stoere Amerikaanse.

 

* * *

 

Het was een heldere, warme dag en Maddison had het al snel te warm met haar dikke jack. ‘Je zei toch dat het koud en regenachtig zou zijn?’

‘Dat kan nog, als we in Kilcanon aankomen. Het is een microklimaat, in heel Schotland.’

‘Is het daar net zo mooi als hier?’ Ze bleef staan en keek bewonderend naar het blauwe water van het loch en de oprijzende heuvels aan beide kanten, in groen en paars en grijs. Ze had verwacht dat ze naar het water zouden lopen, maar Kit had gekozen voor een steil pad dat de heuvels in liep. Ondanks haar looptraining viel het Maddison niet mee. Ze voelde het in haar longen en kuiten.

‘Mooi? Kilcanon is niet mooi, het is schitterend… Pas op, het is hier glad.’ Kit stak zijn hand uit en trok Maddison omhoog. Zijn greep was stevig en ze had ineens de neiging om op hem te leunen, om zich door hem te laten helpen op het smalle, glibberige pad. Maar ze duwde die neiging stevig weg en nam resoluut de leiding.

‘Kom op, Buchanan,’ riep ze over haar schouder. Ze ging er in een stevig tempo vandoor, maar schrok ervan hoe haar longen brandden. Ze had echt geen conditie meer; dit zou haar goeddoen. Bovendien zou een goede work-out haar lichaam genezen van verkeerde neigingen – zoals in Kits ogen willen staren, zijn hand willen vasthouden of tegen hem aan willen leunen.

Jeetje, ze werd echt melig. Maddison ging nog harder lopen, genoot van de spierpijn in haar kuiten en dijen, haar zwoegende ademhaling. Van de afstand die ze tussen hen creëerde.

‘Het is geen race, Carter. Doe rustig aan en geniet van het uitzicht.’

‘Rustig aan doen is voor losers. Daar red je het in Manhattan niet mee.’ Ze concentreerde zich op haar voeten en moest zich af en toe met haar handen omhoogtrekken bij erg steile stukken. Ze had alleen nog oog voor het steile pad voor zich, de rotsen waar ze overheen moest klauteren, de kleine, verraderlijk gladde steentjes, de modderige stukken en…

‘Nee! Jakkes!’

En de bedrieglijk diepe plassen. Ze stond tot aan haar kuit in de modder, die haar voet vastzoog.

‘Oef. Ik zit vast, Kit! Lach me niet uit…’

Hij kwam op zijn gemak naast haar staan, sloeg zijn armen over elkaar heen. Er dansten pretlichtjes in zijn ogen. ‘Hoogmoed komt voor de val.’

‘Ik ben niet gevallen.’ Maddison probeerde nog een greintje waardigheid te behouden, wat niet meeviel met een voet in een minimoeras, terwijl de andere wanhopig naar vaste grond zocht. Ze kon elk moment vallen en dat was ze echt niet van plan voor de ogen van deze man. Of welke man dan ook.

‘Nog niet,’ vulde Kit behulpzaam aan.

‘Je zou me kunnen helpen.’

‘Zou kunnen.’ Hij kon zijn lachen niet meer inhouden, wat hem een boze blik opleverde.

‘Moet ik je smeken?’

‘Nou…’ Hij leunde naar haar toe en haar adem stokte. Zijn gezicht bevond zich vlak bij dat van haar, ze hoefde alleen maar zijn schouder vast te pakken en zich te laten redden.

Maar ze hoefde toch niet gered te worden? Ze had alleen een helpende hand nodig.

‘Je zou alsjeblieft kunnen zeggen.’

Hun ogen vonden elkaar, hielden elkaar vast. Die van hem glommen van plezier, er lag een warme glimlach om zijn mond, maar daarachter lag iets diepers, iets dat aan de oppervlakte dreigde te komen. En Maddison wist ineens zeker dat ze het alleen maar hoefde te vragen.

Ze had niet meer om iets gevraagd sinds haar zesde.

Ze keek hem boos aan, zag hoe hij hiervan genoot en er brak een aarzelende glimlach door. ‘Alsjeblieft.’

‘Nou, dat was toch niet zo moeilijk?’ Kit pakte haar hand en trok. Maddison leunde op hem om haar voet los te trekken. Het kostte de nodige moeite, maar uiteindelijk gaf de modder het plotseling op, waardoor ze bijna haar evenwicht verloor.

‘Rustig maar, ik heb je.’

Dat was waar. Zijn armen hielden haar vast en ze liet zich door hem ondersteunen. Heel even maar. Dat kon toch geen kwaad? Eventjes op iemand anders leunen? Heel even, dan zou ze zich met een grapje losmaken en verdergaan, zonder op haar modderige laars en spijkerbroek te letten, want dat deed Maddison Carter, nietwaar? Ze ging verder.

‘Bedankt.’ Ze ademde zijn frisse geur in, zeep en wol, en liet haar handen om zijn middel liggen. Ze zocht naar de juiste, luchtige glimlach om dit moment af te sluiten.

Dat viel niet mee. Toen ze in zijn ogen keek, verging alle neiging om te glimlachen. Het bloed suisde in haar oren. Op zijn gezicht lag nu geen geamuseerdheid meer. Ze zag iets anders in zijn scherpe trekken. Verlangen. Behoefte. Begeerte.

Naar haar.

‘Kit?’

Hij sprak niet, zijn ademhaling ging moeizaam, zijn greep om haar schouders verstrakte. Ze moest weglopen; dit was niet het plan. Ze had haar gezonde verstand nog nooit laten beïnvloeden door begeerte, maar toch bleef ze staan en maakte ze zich niet los uit zijn greep.

Haar bloed stroomde sneller, ze voelde een bijna ondraaglijk kloppen in haar borsten, een brandend verlangen diep vanbinnen. Maddison had altijd elke stap van elke verleiding bepaald, wanneer, hoever, wat, maar nu had ze geen enkele keuze. Haar lichaam nam het over, ze kon niet meer denken, ze kon niets meer.

Ze zag hoe zijn ogen zich op haar mond richtten, er brandde honger in de blauwe diepten. Honger naar haar.

Naar haar. Alles van haar.

Niet alleen haar lichaam. Ze had zich blootgegeven, had hem alle geheimen verteld die ze voor iedereen verborgen hield – en toch was er die honger. Maddison kwam nog dichterbij. Zijn blik was bedwelmend en ze wilde zo wel eeuwig blijven staan.

Kit liet haar schouders los, liet zijn handen langs haar armen glijden. Elke centimeter van haar huid werd tot leven gewekt, gloeide nog na als zijn hand weer verderging. Ze probeerde wanhopig om adem te halen, haar borstkas trok samen van verlangen.

Een verstandig stemmetje vanbinnen waarschuwde haar om weg te lopen.

Maar ze was al tien jaar verstandig geweest, had altijd haar verstand voorrang gegeven boven haar gevoel. Verdiende ze niet even een pauze? Ze moest haar plan toch bijstellen, dan kon ze maar beter alle opties verkennen, toch?

En dat was dit. Haar opties verkennen. Want Kit deed ook niet aan liefde. Hij was veilig.

Maddison schrok toen hij een hand om haar gezicht legde, met een vinger langs de lijnen van haar mond ging. Er klopte onophoudelijk een spiertje in zijn wang. Het kostte haar moeite om zijn blik vast te houden, om te blijven staan terwijl zijn vingers de ronding van haar kaak aftastten. Het viel niet mee om te ademen, te denken, stil te blijven staan; om niet naar hem toe te stappen zodat hij zijn onuitgesproken belofte kon vervullen.

Ze keek naar hem op en liet haar masker heel even zakken. Ze toonde hem haar verlangen en hoop en toen hun ogen elkaar vonden, zag ze hoe zijn weerstand wegviel.

Ze had verwacht dat hij haar naar zich toe zou trekken, maar Kit stapte iets naar achteren en verschoof een hand van haar middel naar haar onderrug, waarbij hij een prikkelend spoor over haar lichaam trok.

‘Dit gaat te ver.’ De woorden kwamen zo onverwacht dat ze eerst niet tot Maddison doordrongen. ‘Ik moet stoppen.’ Maar dat deed hij niet.

‘Dat punt waren we al voorbij, denk ik.’ Geheimen delen, je emotioneel openstellen, samen om iets lachen – voor Maddison was dat allemaal veel intiemer dan gewoon seks. Ze vermoedde dat voor Kit hetzelfde gold. Als ze te ver waren gegaan, dan was dat die dag op de begraafplaats geweest. Misschien zelfs al eerder, toen hij haar mee uit had genomen op haar verjaardag. Misschien waren ze toen al op weg naar dit punt.

Hij sloot zijn ogen even. ‘Misschien wel, ja.’ Toen pas kwam hij een stap dichterbij. Maddison realiseerde zich nu pas hoe lang hij was, hoe breed hij was, hoeveel kracht er verborgen lag achter dat geamuseerde uiterlijk. Ze had zich nooit eerder breekbaar durven voelen, maar door de blik in zijn ogen voelde het alsof ze van glas was. Ze rilde.

Ze liet haar handen over zijn armen glijden, genietend van de harde spieren onder zijn jas, totdat ze om zijn nek lagen.

Ze vleide zich tegen hem aan. Begeerte golfde door haar heen toen ze zijn lichaamswarmte voelde. Ze durfde nauwelijks naar hem op te kijken, plotseling verlegen. Ze gaf zich nu helemaal bloot aan hem; wat als het niet genoeg was?

Maar toen ze hem eindelijk aankeek, zei de blik in zijn ogen genoeg. Haar mond vond die van hem voor een aarzelende kus, die dieper werd naarmate haar weerstand wegsmolt. Ze genoot van zijn mannelijke smaak, hoe hij rook, hoe hij aanvoelde. Zijn handen lagen stil, brandden op haar rug, totdat ze het bijna niet meer hield. Ze moest zijn handen overal voelen, om haar hele lichaam in vuur en vlam te zetten.

Maddison begroef haar handen in zijn haar, trok hem nog dichter naar zich toe, maar het was niet genoeg. Te veel lagen kleding. Ongeduldig gleden haar handen langs zijn lijf, ze wilde huid op huid voelen.

‘Maddison.’ Hij maakte zich los en ze had het meteen koud, zelfs toen hij haar handen in die van hem nam. ‘Rustig aan, meisje. We kunnen niet…’

‘Ik… Ik…’ Ze wankelde naar achteren, met gloeiende wangen terwijl ze tegelijk rilde van de kou. ‘Je hebt gelijk, we kunnen…’

‘Hier niet blijven,’ vulde hij aan. ‘Iedereen kan ons hier zien staan.’

‘O.’ Ze glimlachte wat schaapachtig, zich voor het eerst weer bewust van haar omgeving. ‘Ja.’

‘We kunnen hier een hotel nemen. Als je dat wilt, tenminste. Dan zijn we nog steeds op tijd voor de bruiloft. Maar alleen als je wilt, natuurlijk…’

Maddison legde een vinger op zijn mond. ‘Ik wil het.’

‘Mooi.’ Zijn stem was rauw van verlangen. ‘Ik hoopte al dat je dat zou zeggen.’

 

De stralen van de avondzon vielen schuin door het raam en gaven Maddisons haar een rode gloed. Kit liet een lok door zijn vingers glijden, die net zo glad aanvoelde als haar huid.

Wat was er in godsnaam gebeurd? Het ene moment stampte hij een steile heuvel op, blind voor het moois om hem heen, proberend niet te denken aan hun gesprek in de auto, en het volgende moment… Het was niet alleen het gevoel van haar zachte, gewillige lijf in zijn armen toen hij haar had losgetrokken. Niet alleen dat ze er zo anders uitzag dan op kantoor, in haar jack en spijkerbroek, met een losrakende knot en een blozend gezicht van de inspanning. Het was meer geweest. Misschien gingen ze al een tijd in deze richting.

Misschien waren het de gevoelens die ze bij hem had losgemaakt in de auto. Boosheid – niet op haar, maar óm haar. Het verlaten kind, het eenzame meisje, de afgewezen minnares. Ze verdiende beter. Maar niet alleen boosheid, hij voelde ook mededogen. Hij wilde haar bezitten, beschermen.

Alsof hij iemand kón beschermen. Toch wilde hij voor haar zijn zwaard trekken, haar in bescherming nemen.

‘Waar denk je aan?’ Maddison rolde zich om, haar slanke lichaam bedekkend met het laken. Het was het lichaam van iemand die alles onder controle had – slank, gespierd en soepel. Toch had ze voor hem die controle losgelaten. Twee keer.

‘Dat ik dit niet had verwacht toen we vanmorgen uit Londen wegreden.’ Dat was wel een eerlijk antwoord, maar niet waar hij aan dacht.

Ze keek om zich heen en Kit volgde haar blik. De roze gebloemde wanden, zware fluwelen gordijnen met kwastjes, een enorme hoeveelheid kussens en een glimmende vurenhouten kledingkast. Ze lachte naar hem. ‘Nee, vast niet. Misschien iets te roze naar jouw smaak?’

‘We hadden kunnen wachten en iets anders kunnen zoeken, wat moderner.’ Hij wilde het niet romantisch noemen. Wat dit ook was, het ging niet om romantiek.

‘Nee.’ Haar hand gleed over zijn borst, een tevreden glimlach krulde om haar lippen toen hij even zijn adem inhield. ‘Dit is perfect. En trouwens, ik wilde niet wachten.’

‘Nee? Ik ook niet.’

‘Denk je dat de eigenares ons geloofde? Die smoes over een onverwacht wandelweekend?’

Kit nam weer een lok van haar zonovergoten haar tussen zijn vingers. ‘Tuurlijk wel. Ze is vast wel gewend aan stelletjes die op de deur bonzen, wat geld op tafel gooien en naar boven verdwijnen.’ De bescheiden B&B was de eerste met een bordje ‘Kamers vrij’. Het had misschien geen zijden lakens of duur antiek, maar het was schoon en, nog belangrijker, beschikbaar.

‘Ik had een goede reden. Ik zat onder de modder, ik had een bad nodig.’

Kit trok het laken weg, ondanks Maddisons protesten, en keek keurend naar haar benen. ‘Je zit er nog onder.’ Hij liet met tegenzin het laken los en ging weer liggen. Hij had wel eeuwig willen blijven kijken. ‘Je hebt echt een bad nodig. Moet ik helpen?’

Ze kwam half overeind en keek naar hem. ‘Misschien. Ben je goed met een spons?’

‘Zeer getalenteerd,’ verzekerde hij haar. ‘Wil je weten hoe goed?’

‘Straks,’ beloofde ze hem, terwijl ze haar lichaam over hem heen liet glijden. Kit verschoof iets zodat hij naast haar lag, een van haar borsten vlak bij zijn hand. Het was zo lang geleden dat hij gewoon bij een vrouw in bed had gelegen, in die schemerzone tussen seks en de werkelijkheid. De belofte van genot hing nog in de lucht, maar voor nu was dat genoeg. Misschien. Hij liet zijn vinger langs het topje van haar borst glijden, een lichte streling, terwijl hij zijn gezicht begroef in haar nek, nog een keer proevend van haar huid.

‘Mmm…’ Haar zucht was genoeg aanmoediging en hij streelde haar weer, terwijl zijn andere hand langs haar heup gleed, via haar vlakke buik, en hij aan haar schouder knabbelde. ‘Moeten we echt naar die bruiloft? Kunnen we niet gewoon hier blijven?’

Kit vond een zacht plekje bij haar schouder en proefde ervan, met zijn tong in het kuiltje. Hij volgde een lijn naar haar andere borst. Maddison gaf hem toegang tot haar lichaam, ze gaf zich over aan zijn trage offensief.

‘Ik zou liever hier blijven.’ Hij nam alle tijd, genoot van het versnellen van haar ademhaling, van haar handen die in zijn haar grepen. ‘Ik vind roze gordijnen ineens prachtig.’ Maar terwijl hij zich een weg kuste langs haar lichaam, proefde van haar gladde, zoutige, satijnen huid, wist hij dat het een utopie was. De plicht riep hem naar huis. Maar vannacht? Vannacht genoten ze van elkaar en Kit was vast van plan om van elke seconde te genieten.