Hoofdstuk 9
Geluksvogel. Uren later hoorde Gael dat woord nog steeds in zijn hoofd. Het was vaker tegen hem gezegd – toen zijn vader met Misty trouwde en ze zeiden dat hij niet meer ‘een van ons’ was, maar ‘een van hen’, de bevoorrechte klasse. Toen hij een relatie kreeg met Tamara, toen het goed ging met zijn carrière. Het was op allerlei manieren gezegd, afgunstig, lachend, maar nooit met deze oprechte weemoed.
Aan die tijd dacht hij altijd met spijt en schaamte terug. Tamara’s gemanipuleer had hem definitief bevestigd in zijn wantrouwen sinds de dag dat zijn moeder naar haar nieuwe lover was vertrokken. Zijn latere relaties brachten hem niet op andere gedachten, modellen, rijke vrouwen, actrices, die alleen oog hadden voor wat hij met zijn camera en invloed voor hen kon betekenen. Het enige wat in hun voordeel sprak, was dat ze alleen uit waren op een oppervlakkige, korte affaire en niet veinsden in zijn hart geïnteresseerd te zijn.
Natuurlijk had hij nooit iemand gehad buiten dat kleine wereldje, was hij nooit op zoek gegaan naar iets wat meer betekenisvol was. Waarom zou hij als er zich met eentonige regelmaat zoveel gelegenheden aanboden?
Tot Hope. Zij was beslist anders, de eerste vrouw die hij had ontmoet die niets voor zichzelf leek te willen – hij wist niet of hij haar bewonderde of haar door elkaar wilde rammelen en naar haar wilde roepen om wat egoïstischer te zijn, verdorie. Om te léven. Het zou zo gemakkelijk zijn om misbruik van haar te maken, haar te kwetsen. Elke dag zei hij tegen zichzelf dat hij een einde moest maken aan hun affaire. Maar zie, ze waren nog steeds bij elkaar.
Misschien was hij dan toch niet degene met de macht; op zijn eigen manier was hij net zo erg als zij, een veilig leven leidend, ervoor zorgend dat zijn gemoed niet verstoord werd.
Boos duwde hij die onplezierige gedachte weg. Hij daagde zichzelf wél uit, want door de andere richting die hij was opgegaan, stelde hij zichzelf bloot aan kritiek. Over een paar weken hingen zijn schilderijen in een van de invloedrijkste galeries van de stad. Daarmee gaf hij zijn ziel bloot op een manier zoals hij met zijn foto’s nooit had gedaan.
Gael ging verzitten. Het zat ongemakkelijk op de veel te dikke fluwelen stoel van de exclusieve bruidssalon. De salon had bekendheid verworven door de televisieshow Upper East Side Bride. Vrouwen uit heel Amerika en zelfs daarbuiten kwamen hier om er hun designjurk te halen en waren bereid om er exorbitante prijzen voor te betalen.
‘Ik heb hier de keuzes van uw zus in haar maat,’ had de griezelig elegante verkoopster gezegd, Hope onderwerpend aan een kritische blik. ‘U bent een paar centimeter kleiner en een beetje groter rondom de buste. Toch denk ik dat het goed is als u de jurken even zelf past. Dan weet u hoe ze voelen, hoe uw zus zich erin zal voelen.’
Hopes blik was nog onthutster geweest dan toen Gael haar had gevraagd voor hem te poseren. ‘Ik?’ had ze gestameld, maar ze was al meegetroond voor ze haar zin had kunnen afmaken.
Dat was nu een halfuur geleden. Hij zat hier in volstrekte eenzaamheid, met niets anders dan wat tijdschriften van Bridal World en een glaasje water.
Tamara had dat nooit gedaan, een trouwjurk passen. Ze hadden niet eens de gastenlijst besproken. Terugkijkend had ze alleen maar belangstelling gehad voor de ring – de grootste die hij zich net had kunnen veroorloven. Ze had nooit aangeboden de ring terug te geven.
‘Niet lachen.’
Hopes dringende gefluister bracht hem terug in het hier en nu. Eindelijk. Ze wankelde door de grote privéshowroom alsof ze moeite had rechtop te blijven staan. Het felle licht in de winkel van de glimmende kroonluchters en vele lampen weerkaatste in het bladgoud en de spiegelwanden, wat een hoofdpijnverwekkend en oogverblindend effect had. Alle muren hadden spiegels, dus er viel niet te ontkomen aan zijn norse gezicht, welke kant hij ook op keek.
Voor hem stond een laag podium, te wachten op de bruid. Of in dit geval een bruidsmeisje dat zich voordeed als de bruid. Een wankelend bruidsmeisje met een rood gezicht.
‘Omdat Faith vijf centimeter groter is dan ik, moest ik hoge hakken aan,’ klaagde ze, terwijl ze voorzichtig het podium opstapte. ‘Ik heb ook één maat groter, dus houd in gedachten dat Faith niet zo zal uitpuilen als ik.’
Natuurlijk moest hij meteen naar haar decolleté kijken – hij was ook maar een mens – en het zag er inderdaad nogal weelderig uit, haar roomkleurige vlees dat boven de lage hals van de jurk uit bolde.
De gigantische, barokke, glinsterende jurk, moest hij zeggen. Een bruidsjurk zoals een jong meisje zich die voorstelt, niet wat een volwassen vrouw zou dragen.
Maar wat wist hij ervan? Gael had verstand van kleur, textuur en structuur. Door zijn vroegere werk voor modetijdschriften wist hij of een outfit geschikt was of niet. Maar hier begreep hij niets van, dit leek meer iets uit een groteske kostuumfilm.
‘Zeg iets!’
‘Het eh…’ Het gebeurde hem niet vaak dat hij om woorden verlegen zat, maar instinctief wist hij dat hij heel voorzichtig moest zijn. Zijn echte mening deed er niet toe; hij moest zijn antwoord zorgvuldig afwegen. Stel dat dit Faiths droomjurk was – of erger, van Hope? Hij slikte. Nee, niet van Hope. Met haar handen op haar heupen en boze gezicht zag ze er niet bepaald uit als een bruid in de perfecte jurk.
Gael knipperde met zijn ogen in een poging zich op de details van de jurk te concentreren en niet op de draagster. Maar er waren zoveel details. Een hals die hij meer iets voor een bordeel vond dan voor een trouwerij, veel te veel glinsterende kristallen kralen, massa’s ruches vanaf haar knieën. Dat zag er heel raar uit, maar wie weet?
‘Hij lijkt niet erg comfortabel.’ Dat was zacht uitgedrukt; hij zat verschrikkelijk strak, van de strapless lage buste tot aan haar knieën waar hij als een waterval van tule uitwaaierde. Als Gael een martelgewaad zou moeten ontwerpen, zag het er waarschijnlijk zo uit.
‘Hij zit ook niet comfortabel.’ Ze gromde bijna. ‘En ik zie er afzichtelijk in uit.’
‘Jij kunt er niet afzichtelijk uitzien.’
Hope trok een gezicht. ‘Geef je me nou een complimentje? Doe geen moeite, Gael, ik hoef niet gevleid te worden.’
Dacht ze dat? ‘Ik vlei nooit. Goed, als ik eerlijk moet zijn, die jurk staat je niet. Maar je zoekt niet iets voor jezelf en ik ken je zus niet.’
Ze bestudeerde zichzelf in de spiegel. ‘Ze heeft hem op haar lijstje gezet, maar ik kan me niet voorstellen dat ze deze zal kiezen. Toch is het niet aan ons, dus neem een foto en verstuur hem aan haar.’
De volgende jurk was niet beter. Gael hoefde zelfs niets te zeggen – de uitdrukking op zijn gezicht zei blijkbaar genoeg, want Hope wierp één blik op zijn open mond en opgetrokken wenkbrauwen en draaide zich om.
‘Deze vind ik mooi, maar misschien is hij te eenvoudig.’ zei ze even later. ‘Ze heeft al een zwierige jurk. Ik denk dat ze voor het feest meer een blikvanger wil.’
Gael wist niet of hij nog meer tule aankon en keek aarzelend op. Maar toen hij Hope verlegen het podium op zag stappen, knipperde hij met zijn ogen. ‘Die is prachtig,’ zei hij, althans, dat probeerde hij te zeggen. Zijn stem leek tegelijk met zijn keel te zijn opgedroogd.
Kuchend nam hij een slokje water om zichzelf weer onder controle te krijgen. Op zijn knieën gebracht – bij wijze van spreken – door een trouwjurk? Kom op, zeg.
Maar Hope zag er wel echt… nee, verleidelijk was niet het juiste woord, hoewel ze er wel zo uitzag. Hij bedoelde niet sexy of de andere adjectieven die hij gewoonlijk voor vrouwen gebruikte. Ze was goddelijk, indrukwekkend. Zo hoorde een bruid eruit te zien, inclusief de schittering in haar donkere ogen en de blos op haar wangen.
Zo hoorde een bruid eruit te zien? Hoe kwam hij erbij! Hij was op veel bruiloften geweest, waarvan vele van zijn ouders, maar hij wist vrij zeker dat hij tot op dit moment nooit een mening had gehad over het uiterlijk van een vrouw op haar trouwdag. Het was vast de omgeving die hem infecteerde, de protserige inrichting, de verblindende lichten, het uitgesproken vrouwelijke.
Maar Hope zag er wel prachtig uit. De jurk was bedrieglijk simpel. Hij had brede kanten schouderbandjes waar op een verleidelijke manier haar roomkleurige schouders doorschemerden, en een kanten lijfje dat mooi om haar borsten sloot. De hartvormige hals was niet te laag en niet te hoog en de zijden rok viel vanaf het hoge middel in sierlijke plooien omlaag. Ze leek het toonbeeld van fatsoen, totdat ze zich omdraaide en hij zag hoe laag de jurk vanachter was uitgesneden. Vrijwel haar hele rug was onbedekt, op een kanten bandje over het midden van haar rug na.
‘Ik heb standbeelden van Griekse godinnen gezien die er precies uitzien als jij in die jurk.’
‘Dus ik zie er goed uit?’
Maar dat wist ze. Hij zag het aan het vage lachje om haar mond, aan de manier waarop ze straalde. Ze zag er niet alleen fantastisch uit, ze voelde zich ook zo.
‘Dit wordt hem dan?’ Onverwachts kreeg hij een steek tijdens het stellen van de vraag. Hope zou deze jurk voor zichzelf moeten kopen, niet voor iemand anders. Hij hoorde bij haar, alsof hij speciaal voor haar ontworpen was. Maar zie, ze was bereid om de perfecte jurk op te geven voor haar zus, zoals ze heel haar volwassen leven had opgegeven voor Faith.
‘Ik weet het niet.’ Ze verkeerde zichtbaar in tweestrijd. ‘Ik vind hem echt heel mooi, maar ze vroeg om iets waarin ze op het feest alle aandacht trekt. Deze is te eenvoudig, denk ik.’
Gael was het er niet mee eens. Hope had onmiddellijk zijn aandacht getrokken toen ze in die jurk tevoorschijn kwam. ‘Wat je ook vindt van die jurk, maar hij is niet eenvoudig.’
‘Ik denk ook niet dat ik een mooiere zal kunnen vinden, maar ik vraag me af of dit is wat Faith in gedachten heeft.’
‘Er is nog een hele salon vol jurken die je nog niet hebt geprobeerd,’ zei Gael, zich heldhaftig neerleggend bij nog eens urenlang verblindend witte jurken. ‘Laten we het goed doen en je zus geven wat ze wil. Maar Hope, je ziet er echt spectaculair uit in die jurk. Dat je dat maar weet.’
Zichtbaar verrast keek ze hem aan. Verrast, maar ook blij vanwege het compliment. ‘Dank je. Zo voel ik me ook, echt waar, voor de eerste keer in mijn leven.’
Gael deed een stap naar achteren en bekeek het schilderij van een afstandje. Daarna keek hij naar Hope op de chaise longue. Ze had geklaagd dat ze na elf dagen in dezelfde houding ook zo tijdens haar slaap ging liggen. ‘Ik denk dat we klaar zijn.’
‘Echt waar? Het is af? Mag ik het zien?’
Gael had haar zelfs geen glimp op het portret gegund. Hij wist dat ze er verschrikkelijk nieuwsgierig naar was.
‘Ik moet zeker weten dat je niet bent geswitcht naar een thema van Picasso en blauwe vierkanten van me hebt gemaakt. Hoewel, misschien is dat gemakkelijker om naar te kijken. Doe voor mij maar Picasso.’
‘Nee, het zijn geen vierkanten, ja, je mag kijken, nee, het is nog niet af. Maar voor de afwerking heb ik je niet nodig. Dat gaat om verfijning en detail en daar gebruik ik de foto’s en schetsen voor. Maar voor nu ben ik klaar. Ik laat het een paar dagen drogen en ga er daarna verder aan werken.’
Hope kwam overeind en greep zoals altijd meteen naar de witte badjas, die ze zichtbaar opgelucht dichtknoopte. ‘Goede timing. Faith is er over, even kijken, drie uur? Daarna gaan we vrijwel meteen passen. Morgen loop ik met haar de bruiloft door. Ik hoop dat ze tevreden is met wat we besloten hebben. Niet dat ze veel keus heeft.’
‘Als ze niet tevreden is, zeg dan dat ze het ook zelf had kunnen organiseren in plaats van in Praag te rollebollen.’
Hope negeerde hem. ‘Woensdag is het de hele dag vrijgezellenfeest – dat wil zeggen sauna, ’s middags high tea, een Broadwayshow en daarna een etentje en cocktails. Donderdag is de trouwerij. Vrijdag kunnen we even bijkomen terwijl het gelukkige paar romantisch in het Waldorf Astoria verblijft en dan is zaterdag de huwelijksinzegening en het feest. Dus het is maar goed dat je me niet nodig hebt. Ik heb geen tijd meer om deze week voor je te poseren. Ik ben ook klaar met het archief. Brenda heeft een vormgever en copywriter klaarstaan die met je aan de slag gaan zodra het contract is getekend.’
Dus het was afgelopen. Hij had haar niet meer nodig als model en de bruiloft was geregeld. Wat betekende dat voor hen? Gek hoe ze twee weken naar dit punt hadden toegewerkt en nu het zover was, hij zich totaal onvoorbereid voelde.
De trouwerij was het einde, dat wisten ze allebei. Hij zou de tentoonstelling gaan voorbereiden, zij zou naar DL Media teruggaan, en als haar termijn hier in New York erop zat weer naar Londen vertrekken. Maar hij had het gevoel alsof er iets onaf was. Alsof het tussen hen nog onaf was.
Gael slikte. Het was lang geleden dat het hem iets deed of een relatie voorbij was of niet. En dit was niet eens een relatie, toch?
Hij voelde iets knellen in zijn borst. Natuurlijk was het geen relatie. Daar deed hij niet aan, weet je nog wel? Want dan kon er niemand gekwetst raken. En vanaf het begin had hij haar dat duidelijk gemaakt.
Waarom voelde hij zich dan plotseling zo ellendig?
Hope schopte de muiltjes uit en strekte haar benen. ‘Gelukkig is het voorbij. Weet je hoe ongemakkelijk het is om je been urenlang in dezelfde positie te houden? Nou, mag ik het zien?’ Ze schonk Gael haar liefste lach. ‘Ik weet toch niks van kunst, dus mijn mening heeft geen enkele waarde.’
Hij kneep zijn ogen tot spleetjes. ‘Waarom doe je dat?’
‘Wat?’
‘Jezelf omlaag halen. Jouw mening is veel meer waard dan die van de meeste critici die me over drie weken zullen maken of breken. Want jij bent oprecht. Diep in jou verborgen zit gevoel, passie en leven, als je je maar toestond het te zien. Maar dat zal niet gebeuren, hè? Het is veel gemakkelijker om jezelf te verbergen, dan naar buiten te gaan en het risico te lopen te mislukken of teleurgesteld te worden.’ Zodra hij de woorden had gezegd, wilde hij ze terugnemen.
Ze deinsde terug en staarde hem verslagen aan. ‘Dat heb ik gedaan. Jee, de afgelopen twee weken heb ik alleen maar nieuwe dingen geprobeerd.’
Hij zou sorry kunnen zeggen. Hij zou sorry móéten zeggen, maar hij bleef doorgaan. Vaag besefte hij dat hij niet zozeer boos was op Hope, maar op zichzelf omdat hij zijn eigen regels had overtreden. Boos omdat hij ongemerkt gevoelens voor haar had gekregen. Boos omdat alweer iemand op het punt stond uit zijn leven te verdwijnen. En hij had geen idee hoe hij haar tegen moest houden. ‘Je hebt je door mij naar nieuwe dingen laten leiden. Je volgde alleen maar. Dat is niet hetzelfde.’
Ze rechtte haar rug, haar gezicht werd rood en haar ogen vlamden van woede. Ze zag er fantastisch uit.
‘O, sorry hoor dat ik niet meteen mijn kleren uitdeed toen ik hier binnen kwam lopen en je smeekte om me te schilderen.’
‘Je zegt nooit wat je wilt. Je zegt niet: nee, ik wil geen rode wijn, ik wil witte, ook al wéét ik dat je die lekkerder vindt. Je zegt niet welke smaak ijs je wilt, dus koop ik maar de hele winkel. Je zegt het niet als je kramp in je benen krijgt en het poseren pijn doet. Je zegt niet tegen je zus dat het onmogelijk is om een bruiloft in twee weken te organiseren.’
‘Omdat ik die dingen niet belangrijk vind. Ik wilde Faith helpen, en ik geef er echt niets om welke wijn ik drink. Waarom doe je dit?’
Gaels ogen waren strak op haar ondoorgrondelijke gezicht gericht. ‘Vertel me dit, Hope. Wat wil je dat er hierna gebeurt? Wat gaan we morgen doen, als je hier niet meer hoeft te zijn? Wat zeggen we tegen je zus, tegen Hunter? Zeg me hoe het eindigt.’
Zeg me hoe het eindigt? Het had geen zin om wat dan ook te zeggen, want er was geen echte keus. Het zou eindigen. Vandaag, zondag, als ze terug naar Engeland ging – alleen wanneer was onzeker.
Ze moest zich daarop richten, want als ze aan al het andere dacht wat hij had gezegd, zou ze instorten. Zag hij haar zo? Ze vond zichzelf juist sterk, iemand die deed wat nodig was, wat het haar ook persoonlijk koste. Maar Gael zag geen sterke vrouw. Hij zag een lafaard.
Waarom had ze niet gezegd dat ze liever witte wijn had? Ze was er zo aan gewend om de behoeften en gevoelens van anderen op de eerste plaats te zetten, dat het een tweede natuur was geworden. Nou, nu niet meer.
‘Het is al geëindigd. Het eindigde toen je het penseel neerlegde. We hebben elkaar niets meer te bieden.’
‘Dus dat is wat je wilt,’ zei hij zacht.
Ja! Nee! Maar als ze zich al na twee weken met hem zo verloren, zo gekwetst, zo smachtend voelde, moest ze wel weggaan nu haar hart en trots nog heel waren. Althans, haar trots was nog heel, want op dit moment voelde het alsof er iets in haar hart brak. Hoe was het mogelijk? Ze was al die tijd op haar hoede gebleven en toch had hij haar weerloos gemaakt.
Zonder opzet. Hoe sneu moest zij dan wel niet zijn? Hij had geen moeite gedaan, maar zij was desondanks voor hem gevallen. De enige troost was, dat hij het nooit te weten zou komen.
‘Je wist dat ik liever witte had en bestelde toch rode?’
De blik die hij haar toewierp was zo’n gecompliceerde mengeling van affectie, humor en minachting, dat ze er totaal geen wijs uit kon.
‘Je had het maar hoeven zeggen.’
Met een bravoure die ze niet voelde, ging ze naast hem staan en keek naar het schilderij.
Het zag er tegelijk bekend en toch zo vreemd uit. De houding en het decor leken precies op het schilderij waar ze al vele kopieën van had gezien, maar hier was geen hond, geen bediende, geen achtergrond, alle aandacht was op Hope gericht. Haar ogen keken langs haar bovenlichaam en benen naar het muiltje dat nonchalant aan haar voet hing. Ze kromp ineen toen ze de littekens zag, elk daarvan gedetailleerd in zilvergrijs weergegeven, veel te zichtbaar voor iedereen.
Haar naaktheid zelf was minder erg dan ze had gevreesd in vergelijking met haar littekens. Ze was ronder, bleker, sexyer dan ze had verwacht; ze zag eruit als een vrouw, niet als het meisje zoals ze zich vanbinnen voelde. Haar borsten waren vol en rond, zelfs de lichte ronding van haar buik was sensueel.
Maar haar gezicht… Hope slikte. ‘Kijk ik echt zo droevig?’
In tegenstelling tot Olympia keek ze de kijker niet kalm en zelfverzekerd aan, in het volle bewustzijn van haar sensualiteit. Ze keek behoedzaam, bang, verloren. Ze leek intens verdrietig.
Gael keek haar aan. ‘Meestal wel, ja. Ik schilder wat ik zie, Hope. Ik hoopte een andere emotie naar boven te halen als je met je pijn geconfronteerd werd, maar dit was alles wat er was.’
Alles wat er was. Ze was niet alleen een lafaard, maar meelijwekkend bovendien.
‘Je hebt mijn littekens en emoties, alles genadeloos weergegeven, hè?’ fluisterde Hope.
‘Ik heb niets genadeloos weergegeven, Hope, het was er gewoon.’
Maar voorheen was het er niet, ze had het verborgen onder efficiëntie, tijdschema’s, bezigheden, totdat zelfs zij niet meer had geweten hoe ze zich voelde. Zijn scherpe oog had het gezien en haar kwetsbaar gemaakt, zodat ze zich nergens meer achter kon verbergen. ‘Ik hoop dat je tevreden bent, Gael. Ik hoop dat dit schilderij je rijk en beroemd zal maken. Ik hoop dat het dat waard was. Maar uiteindelijk zal dat alles zijn wat je hebt. Jij zegt dat ik een lafaard ben? Ik ben niet degene die schilderijen van een geïdealiseerde vrouw maakt. Ik negeer de familie niet die van hem houdt en hem steunt ook al is er geen wettige relatie meer. En ik ben te bang om te doen wat ik wil? Ik ben niet de enige. Jij maakt liever foto’s of schilderijen van het leven dan het echt te leven.’
Hope zou er alles voor overhebben om nu een dramatische exit te maken, maar behalve als ze in een witte badjas door de chique marmeren foyer langs Gaels portier naar buiten wilde, zat dat er niet in. Zo snel als ze kon kleedde ze zich aan en stopte ze haar spullen in een tas. Dat was zo gebeurd. Het leek alsof ze hier nooit binnen was geweest – op het schilderij na, dan.
Ze liep terug door de studio en keek nog een keer om zich heen. Wanneer waren de stenen muren met foto’s en deze grote, lege ruimte als haar huis gaan voelen? Maar er was niets wat haar zou bewegen om terug te komen.
Gael deed in elk geval geen poging. Met een biertje in zijn hand leunde hij tegen het raam en keek naar de skyline. Hij draaide zich nauwelijks om toen ze langsliep.
‘Dan zal ik je wel op de bruiloft zien,’ zei Hope ten slotte, blij dat haar stem niet beefde, ondanks de tranen die door de steen voor steen opgetrokken muur om haar heen dreigden te breken.
‘Ik denk het.’
Ze drukte op de knop van de lift, biddend dat hij snel zou komen. ‘Nou, dag, dan.’
Hij keek op. ‘Hope?’
Even flakkerde er dwaze hoop op. ‘Ja?’
‘Je verdient meer. Ga ernaar op zoek. Geloof erin.’
Ze knikte langzaam terwijl haar hoop vervloog en een bittere nasmaak achterliet. ‘Je hebt gelijk, Gael. Ik verdien beter. Tot kijk.’