Hoofdstuk 10
Het had iets ongelooflijk verleidelijks om te zien hoe een vrouw zich aankleedde voor een belangrijke gelegenheid. De concentratie op haar gezicht terwijl ze haar haar nauwgezet opstak, hoe ze een oorbel in haar oorlelletje prikte, en haar lippen in een nog dieper rood stiftte.
De manier waarop ze haar ondergoed aantrok, een subtiele mengeling van praktisch en romantisch, net als zijzelf. De zwarte zijden beha, het minuscule broekje waarvan Kit zijn ogen moest losrukken, omdat ze echt geen tijd hadden. Nog niet.
Maddison droeg dezelfde jurk die ze had gedragen naar de opera, een eenvoudige, knielange zwarte jurk met een witte band om haar middel en een bredere witte strook aan de onderkant. Op de uitnodiging stond ‘black tie’, en Kit wist dat de andere vrouwelijke gasten zich zouden uitsloven. Maddison, met haar opgestoken rode haar en de parels in haar oren, was waarschijnlijkst de eenvoudigst geklede vrouw in het gezelschap – en de mooiste, besefte hij met een zucht.
Zijn moeder had hen in een van de suites ondergebracht, met twee slaapkamers en een gedeelde badkamer. Ze was dus kennelijk onzeker over hun romantische status. Dat gold ook voor Kit. Zijn verstand zei hem zich terug te trekken nu het nog kon, maar zijn lichaam zei iets heel anders. En op dit moment was zijn lichaam aan de winnende hand.
Dat had als voordeel dat het hem afleidde van de ophanden zijnde bruiloft en dat het de pijn van Euans afwezigheid verzachtte. Daarom liet hij zijn lichaam winnen – voor nu.
‘Je lijkt diep in gedachten.’ Maddison kwam naar hem toe, elegant en sexy op haar hoge hakken. Ze legde geruststellend een hand op zijn schouder. ‘Laat mij maar even.’ Ze knoopte handig zijn vlinderstrik. ‘Keurig. Zie je ertegenop?’
‘Niet echt. Ik dacht aan hoe je mijn moeder hebt aangepakt, daarstraks. Alsof jullie twee schermers waren.’ Zijn moeders speciale combinatie van thee en ondervraging had meestal een van twee effecten: haar tegenstanders vielen volkomen stil, óf ze gooiden al hun geheimen op tafel. Er waren er niet veel die haar zo goed konden pareren als Maddison.
‘Ik genoot ervan. Ze is een waardige tegenstander. Ik wist alleen niet hoe ik haar moest noemen. Mrs. Buchanan? De huishoudster zegt My Lady, maar ik weet niet of ik dan mijn gezicht in de plooi kan houden. Dat doet me te veel denken aan Downton Abbey.’
‘Sorry, ik had je moeten waarschuwen dat het hier soms absurd formeel aan toe gaat. Mijn vader is de Viscount van Kilcanon en mijn moeder is de Lady van Kilcanon. De aanspreektitels zijn Lord en Lady Buchanan. Hier noemen ze hen meestal Laird en Lady. Ik weet het,’ zei hij verontschuldigend toen hij de vraagtekens op haar gezicht zag. ‘Het is allemaal erg feodaal.’
‘Zijn Laird en Lord niet hetzelfde?’
‘Nee, niet echt. Angus, de gelukkige bruidegom…’ Kit keek even op de klok, ze hadden nog een uur voordat ze weg moesten. ‘…is nu de Laird van Kameskill omdat hij het meeste land bezit, maar dat is een eretitel. Als hij zijn landgoed verkoopt, gaat de titel mee. Als wij dit landgoed verkopen, is mijn vader nog steeds Viscount.
‘Wacht eens, heb jij ook zo’n koele titel? Moet ik jou Sir noemen?’
Kit zuchtte. Hij haatte dit. ‘Bridge en ik zijn allebei Honourables, maar we gebruiken het geen van beiden,’ gaf hij toe. ‘En nu Euan er niet meer is, ben ik Master van Kilcanon.’
‘Meester dus? Dat klinkt wel erg dominant.’
Hij grijnsde. ‘Daar kom je nog wel achter. Helaas moeten we nu naar een borrel met mijn familie, maar als we terug zijn, zal ik je eens laten zien wie hier de meester is.’
‘Ik kan niet wachten…’ Ze maakte een reverence en deed een stap opzij, zodat Kit voorop kon gaan.
Hij raakte haar schouder aan. ‘Moet ik Morag vragen om de honden op te sluiten?’ Een van de honden was de salon binnen komen lopen toen ze aan de thee zaten en Maddison was er duidelijk bang voor geweest.
‘Nee.’ Het klonk niet erg overtuigend. ‘Het gaat wel, ze zijn alleen zo groot.’
‘Daar had ik je ook voor moeten waarschuwen. Ik denk er nooit aan dat niet iedereen opgroeit met van die enorme bakbeesten.’
Ze lachte wel, maar hij zag de angst in haar ogen en besloot dat hij de honden beter bij haar weg kon houden. Het waren doetjes, maar vijftig kilo hond was wel erg intimiderend, zelfs voor een hondenliefhebber.
‘Ach,’ zei ze, nog steeds met een glimlach. ‘In zo’n groot huis zou een kleinere hond verloren raken.’
‘Er lopen nog ergens een paar corgi’s in de westelijke vleugel en er zit een teckel in de toren,’ zei hij met een stalen gezicht. Zijn beloning was de verwarring op haar gezicht, voordat ze hem boos aankeek en de kamer uit stampte.
Zoals gebruikelijk was de borrel in de bibliotheek en toen Kit Maddison mee naar binnen nam, lagen er uiteraard twee van de enorme jachthonden op een oud kleed voor de openhaard. Eentje tilde even lui zijn hoofd op en hij voelde Maddison verstijven, maar toen legde de hond zijn kop weer neer, hij had geen energie om de nieuwkomer te onderzoeken.
Maddison slikte. ‘Nu voelt het nog meer als Downton,’ zei ze. Kit probeerde het tafereel door haar ogen te zien: de eiken panelen, de enorme glas-in-loodramen, de hoge boekenkasten met een laddertje voor de bovenste planken, de leren chesterfield en het oude walnoten bureau waaraan zijn vader zijn zaken behartigde, net als zijn grootvader en daarvoor nog vele generaties.
‘Het is veel te stoffig voor Downton,’ fluisterde Kit. ‘Ook geen butler, alleen Morag. Die maakt nooit een buiging en gaat om zes uur naar huis.’
‘Kit.’ Zijn aandacht werd afgeleid door zijn vader. Lord Buchanan stond bij de haard, met een glas single malt in zijn hand. Het was alsof ze naar een portret op zolder keek, Kit over dertig jaar.
Kit schoof Maddison naar voren. Ze hield nog steeds de honden in de gaten. ‘Pa, goed om je te zien. Dit is Maddison Carter, mijn zeer capabele assistente, die zo vriendelijk was om me dit weekend te vergezellen. Maddison, dit is mijn vader.’
Zijn vader knikte kort, maar zei niets en Kit was opgelucht toen Bridget haar meenam naar de bank waar zij zat en hem een glas champagne in handen drukte. Gesprekken met zijn vader waren altijd ongemakkelijk en hij had er liever geen getuige bij.
Dat was het probleem als hij iemand meenam naar huis. Ze zagen te veel.
Lord Buchanan keek even naar het glas champagne en naar zijn eigen glas whisky. ‘Goed om te zien dat je de weg naar huis nog steeds kunt vinden, jongen.’
Gingen ze het zo spelen? Niet reageren, niet… ‘Gelukkig hebben ze gps uitgevonden.’
Zijn vader reageerde niet op de speldenprik. ‘Hoe dan ook.’
Kit keek even naar Maddison. Ze leek op haar gemak, tussen Bridget en zijn moeder. Zoals hij had verwacht, was zijn moeder traditioneel gekleed in een lange blauwe jurk, met een sjerp van de familietartan over haar schouder, vastgemaakt met een saffieren broche. Bridget was minder traditioneel, zonder tartan, maar in een enkellange jurk van glinsterende stof. Het leek Maddison niet te deren; ze zag er net zo zelfverzekerd uit als op kantoor.
Maddison keek op en ving zijn blik; heel even waren ze de enige twee mensen in de ruimte. Kits hart sloeg een slag over. Hoe zou het geweest zijn onder andere omstandigheden, om een meisje als Maddison voor te stellen aan zijn familie?
Zijn vader volgde zijn blik en keek keurend naar Maddison voordat hij weer naar zijn zoon keek. ‘Wat heb jij eigenlijk aan? Is een kilt niet meer goed genoeg?’
Kit maakte zijn ogen los van Maddison en keek naar zijn op maat gemaakte smoking. Hij haalde zijn schouders op. De laatste keer dat hij een kilt had gedragen, was op de begrafenis van Euan geweest; daarna had hij formele gelegenheden in Schotland gemeden. In Londen had hij een smoking gedragen als het nodig was.
‘Ik droeg mijn kilt bij Eleanors vorige bruiloft.’ Hij zag hoe zijn moeder opkeek bij die woorden en voelde spijt. ‘Ik kon het gewoon niet,’ zei hij op een wat mildere toon.
Het was niet genoeg. Zijn vader schudde zijn hoofd. ‘Je wordt met de dag meer Londens. Je bent hier nodig. Het wordt tijd dat je je verantwoordelijkheid neemt en…’
En daar was het weer, net als in elk gesprek dat hij met zijn vader had gevoerd sinds de begrafenis. Dezelfde woorden, dezelfde toon, dezelfde boodschap. Hij was hier nodig. Hij was verantwoordelijk voor deze rotzooi en hij moest het opruimen.
Dat besefte hij ook wel. Dat was waarom hij niet de zoon kon zijn die zijn vader wenste. Hoe kon hij hier Euans plek innemen alsof hij het verdiend had? In de voetstappen van zijn dode broer treden?
‘Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Ik kan ook wel vanuit Londen toekijken hoe jij al mijn voorstellen verwerpt.’
De blik in zijn vaders ogen was zo vertrouwd dat het was alsof hij in een spiegel keek. ‘Op een dag heb je de leiding hier en ik wil zeker weten dat je dat kunt.’
Geef maar toe, je zou willen dat ík was overleden, dacht Kit. Hij haalde diep adem om de bittere woorden weg te slikken. ‘Heb je gekeken naar mijn voorstel om de stofproductie te diversifiëren en direct aan het publiek te verkopen? Of het opzetten van een eigen distilleerderij? De vakantiehuisjes opknappen?’ Zijn vader bleef zwijgen en Kit hief zijn handen in de lucht. ‘Ik heb voor al die projecten businessplannen geschreven, de juiste mensen aangezocht. Als je niet geïnteresseerd bent…’
Zijn vader onderbrak hem, zijn gezicht rood aangelopen. ‘Jij wilt alleen maar verandering. Je bent niet geïnteresseerd in de tradities.’
Kit was plotseling moe. ‘Dat ben ik wel. Daarom wil ik ervoor zorgen dat Kilcanon duurzaam is.’
‘Duurzaam…’ Zijn vader gebaarde druk en liet daardoor zijn glas los. Het viel in een soort slow motion, de amberkleurige whisky vloog door de lucht en het honderd jaar oude kristal raakte een hoek van de marmeren schouw en brak in honderden scherfjes. Iedereen schrok, de vrouwen sprongen overeind, Kit en zijn vader deden instinctief een stap achteruit en de twee honden blaften en piepten in paniek.
‘Iain!’
‘Kijk nu eens wat je doet.’
‘Ik haal wel een doek en een stoffer en blik…’ Bridge, uiteraard, die zo snel mogelijk de kamer ontvluchtte.
‘Pa, heb je je gesneden?’
‘O, Iain. De auto is er over twintig minuten. Kom mee, dan knap ik je weer op. Je moet je ook beheersen. Geen wonder dat Kit nooit thuiskomt. Maddison wil hier vast nooit meer komen. Wat moet zij wel niet denken?’ Zijn moeders stem stierf weg toen ze zijn vader meenam, de kamer uit en de trap op.
Kit wendde zich naar Maddison om zich te verontschuldigen, maar de woorden stierven op zijn lippen. Ze keek niet naar hem, haar aandacht was gericht op een van de honden, die zachtjes lag te piepen bij de haard. Hij wilde haar geruststellen, maar het was geen angst wat hij op haar gezicht zag, maar bezorgdheid.
‘De hond…’ fluisterde ze half. ‘Volgens mij is hij gewond.’
En dat klopte, terwijl Heather ongedeerd met haar staart tussen haar poten naar de deur was geslopen, was Thistle op het oude rode kleed blijven liggen.
‘Thistle?’ Zich niet bekommerend om het glas dat nog overal lag, knielde Kit bij de hond neer. Die piepte zachtjes en hield een poot omhoog. Zijn oren trilden en zijn grote ogen keken Kit smekend aan. ‘Ben je gewond, ouwe makker?’ Hij stak voorzichtig een hand uit naar de poot, maar Thistle trok de poot terug en gromde zachtjes. ‘Kom maar,’ moedigde Kit hem aan, maar de volgende grom was nog iets harder.
Heather, die nog bij de deur stond, begon te ijsberen, haar staart nog steeds tussen de poten. Kit keek op naar Maddison. Dit was voor haar een nachtmerrie. Ze had het toch al niet zo op grote honden. ‘Ik wil hem niet meer pijn doen, maar ik moet even naar die poot kijken.’
Ze zag bleek, haar lippen bijna kleurloos, maar ze probeerde te glimlachen en hurkte naast hem. ‘Ik denk dat een van ons hem gerust moet stellen en dat de ander naar zijn poot moet kijken.’
‘Welke kant wil jij? Klauwen of tanden?’ Kit meende het niet serieus, hij wilde haar vragen om wat water te halen en meer hulp, maar tot zijn verrassing legde ze een zachte hand op Thistles kop. Ze wreef zachtjes over het zachte plekje achter zijn oren en murmelde zachtjes tegen hem.
‘Wat een stoere hond! Ik weet het, het doet pijn, maar we moeten er even naar kijken.’ Haar stem en de zachte streling van haar hand waren bijna hypnotiserend. Thistle zuchtte diep en legde zijn enorme kop op haar knie. Maddison bleef tegen hem praten, zei zachtjes troostende en prijzende woordjes, terwijl ze met een hand zijn oor bleef strelen en met de andere voorzichtig zijn poot optilde. Thistle piepte even, maar bleef stilliggen.
Na een snelle blik naar Maddison om te zien of het goed ging, draaide Kit de grote poot voorzichtig om. De drie donkere kussentjes, normaal fluweelzacht, waren vochtig, er zat bloed op zijn vacht. ‘Ik denk dat er glas in zit,’ zei Kit zo rustig mogelijk. ‘Kun jij zo blijven zitten, dan haal ik een pincet, water en wondcrème.’
Toen ze knikte, stond hij op en liep naar de deur, waar hij Heather even geruststelde, die angstig zat te kijken naar haar maatje, die met zijn kop op Maddisons schoot lag.
En Maddison… Zijn adem stokte even. Ze werd verlicht door het vuur, waardoor haar haar een gouden glans had. Ze bewoog niet, haar gezicht stond strak, deels geconcentreerd, deels om haar angst te verbergen. Met het bloed van Thistle aan haar handen en ook op de witte zoom van haar jurk, leek ze op Artemis na de jacht. Een vurige amazone. Zijn hart voelde vreemd aan, alsof het ijs eromheen scheurde. Maar dat was prima. Het ijs was zo dik, dat zou voorlopig echt niet smelten.
‘Dit kan ik niet aantrekken.’ Maddison trok aan de lange rok en keek Kits moeder aan. ‘Echt, My… eh… Lady Buchanan.’ Ze baalde ervan dat ze over haar woorden struikelde, maar ja, ze had nooit gedacht dat ze een Viscountess zou moeten aanspreken.
Áls Kits moeder tenminste een Viscountess was… Bestond dat woord eigenlijk wel?
‘Doe niet zo mal,’ zei Lady Buchanan vlug. ‘Je eigen jurk zit onder het bloed.’ Haar mond vertrok even, ze leek erg kwetsbaar. ‘Het bijwonen van het huwelijk van mijn zoons weduwe is al moeilijk genoeg. Er wordt al genoeg over ons geroddeld zonder dat we de bruid van Dracula bij ons hebben.’
‘Goed punt. Ik beloof dat ik er niet op zal knoeien.’ Maddison keek nerveus in de spiegel. Er was wel erg veel stof om schoon te houden, en weg van kaarsen, vooral in de wapperende rok en de lange, doorschijnende mouwen. Behalve dan de halslijn, daar was echt te weinig stof. Als ze haar best deed, kon ze haar navel zien.
‘Het is fijn dat dit weer gedragen wordt.’ De ogen van Lady Buchanan stonden weemoedig, terwijl ze de kralenrand langs de halslijn schikte. ‘Bridget wil mijn kleding niet dragen en die lieve Eleanor, ach, het was niet echt haar stijl. Dit droeg ik toen ik Iain voor het eerst ontmoette, tijdens Hogmanay, hier in dit huis. Ik droeg er een cape overheen, anders had ik me van mijn vader moeten omkleden. Het was destijds behoorlijk gewaagd.’
Volgens Maddison was dat het nog steeds. Maar het mintgroen stond haar goed en trouwens… ‘Het is een originele Halston,’ zuchtte ze eerbiedig. ‘Een designklassieker. Het is een eer om hem te dragen.’ Al was het geen standaard kleding voor een bruiloft, Maddison vermoedde dat ze in de met bloed bevlekte jurk minder aandacht had getrokken.
‘Het minste wat ik kan doen. Je was zo dapper dat je die arme Thistle hielp. Kit denkt dat hij al het glas eruit heeft, maar Morag blijft hier om op de dierenarts te wachten, voor het geval dat. Anders was ik zelf wel gebleven, maar het is belangrijk dat we met opgeheven hoofd naar deze bruiloft gaan. Niemand kan zeggen dat de Buchanans een uitdaging uit de weg gaan, hoewel…’ Haar stem brak en haar ogen stonden zo verdrietig dat Maddison haar het liefst een knuffel had gegeven.
‘Het was niets. Thistle was erg flink.’
‘Je hebt niet alleen Thistle geholpen. Kit lijkt ook anders, niet zo breekbaar. Gelukkiger. Om mijn zoon te zien glimlachen, wil ik wel honderd jurken afstaan.’
Maddison wist niet hoe ze op die vriendelijke woorden moest reageren. Het was duidelijk dat ze Kit gelukkig maakte, maar niet op de manier zoals Lady Buchanan bedoelde. Kits moeder had het over zijn hart, niet over zijn lichaam. Dat laatste kende ze vrij goed, het eerste had hij waarschijnlijk een paar jaar geleden achter slot en grendel gestopt.
En ze wist vrij zeker dat hij niet van plan was om haar de sleutel te geven. En was zij überhaupt de juiste persoon om het slot open te maken? Wat wist zij nu van families en kastelen en eeuwenoude tradities? Ze hoorde hier niet thuis; ze zou hier nooit thuishoren. Daarvan was ze nu wel doordrongen. Ze kon genieten van Kits gezelschap, zijn bed delen, maar ze zou nooit de juiste persoon zijn om zijn leven te delen. Ze was dan wel als een soort Assepoester in het kasteel beland, maar ze zou haar woonwagenverleden nooit volledig achter zich kunnen laten.