Hoofdstuk 6
Waarom ging ze bij Gael O’Connor elke keer weer blazen als een kwade kat? Gewoonlijk was Hope zo goed in het verbergen van haar gevoelens, dat het leek, zelfs voor haarzelf, dat ze er geen had. Blijken van minachting en pesterijtjes gingen langs haar heen. Het deed haar niets als de meisjes op het werk zonder haar uitgingen en in haar bijzijn over hun avond vertelden alsof ze lucht was. Ze zag het nauwelijks als foto’s van schoolreünies of bruiloften waar ze niet voor was uitgenodigd op haar Facebookpagina verschenen. Ze had ervoor gekozen om zich af te scheiden van de mensen en haar leven aan Faith te wijden en was niet van plan te gaan klagen nu haar taak er bijna opzat.
Waarom zou ze klagen als ze een gelukkig, zelfverzekerd meisje had grootgebracht dat haar hele toekomst nog voor zich had? Nooit zou ze het helemaal goed kunnen maken voor haar zusje, maar ze had er alles aan gedaan – en als ze haar eigen leven daarvoor had opgeofferd, nou, dan voelde dat niet meer dan eerlijk. Ze had vrede met haar besluit.
Tenminste, zolang Gael zijn mond hield. Zodra ze die spottende toon in zijn stem hoorde, gingen haar nekharen overeind staan, en elke keer ging ze erop in. Kwam het doordat hij ongevoelig was voor het officiële: geweldig wat Hope allemaal voor Faith overheeft? Dat hij in plaats daarvan haar het gevoel gaf dat ze een sneu meisje was met een plaatsvervangend leven in plaats van een echt leven? Ze hoefde er niet op gewezen te worden. Ze wist dat ze niet geweldig was, maar ze vond zichzelf niet sneu. Doorgaans.
Maar ze mocht niet klagen, want in één middag had hij moeiteloos de trouwlocaties geregeld. Gael wist precies de juiste mensen te benaderen. Na een vergeefse poging het gelukkige stel te bereiken, hadden ze besloten de ceremonie in Central Park te houden, op een lommerrijk plekje aan het meer. Na afloop zou er gelegenheid zijn om een cocktailtje te gaan drinken bij de Tavern on the Green. Het dakterras van het Metropolitan Museum werd gewoonlijk niet verhuurd aan gezelschappen, maar Gael had de manager zover gekregen dat ze er na sluitingstijd terecht konden voor het diner. Dus hoefde Hope alleen nog maar voor entertainment, bloemen en jurken te zorgen. Ze had nog tien dagen. Eitje.
Nu zou ze zich het liefst op de verrassend comfortabele slaapbank gooien en tenminste twaalf uur slapen. Haar voeten deden nog pijn van de bliksemrondleiding door het museum en met haar hoofd was het nog erger gesteld. Maar van slapen zou nog lang niets komen. Ze had minder dan een uur om zich te douchen en aan te kleden. ‘Ik kom je om acht uur halen,’ had Gael bruusk gezegd nadat ze alle details voor de trouwdag hadden doorgesproken. ‘Zorg dat je van tevoren gegeten hebt.’
Oké, dit was geen date, dat was duidelijk, maar toch. Hope zou de helft van haar dure Londense huis erom durven te verwedden dat niet één van de schoonheden die ze op de foto’s aan Gaels arm had gezien ooit minder dan drie uur had genomen om zich op te tutten – en hij zou ze altijd op een etentje hebben getrakteerd.
Ze propte het laatste stukje van haar gevulde cracker in haar mond en pakte een banaan, redenerend dat de toevoeging van fruit er een gebalanceerde maaltijd van maakte.
Een halfuur later had ze gedoucht, haar haren geföhnd en een nieuwe jurk aangetrokken. Ze had hem niet eerder durven dragen, hoe mooi ze de koffiebruine dunne zijden stof met zwart kant aan de randen ook vond; hij was zo kort, bijna meer een tuniek dan een jurk. Ze pakte een dikke zwarte panty; die zou de jurk een stuk fatsoenlijker maken. Maar het was nog steeds benauwd warm en haar benen waren nog nooit zo bruin geweest, dankzij de weekends die ze lezend in haar vensterbank doorbracht. Hope keek omlaag naar wat eindeloos bloot vlees leek, voor ze haar voeten in zwart met roomkleurige schoentjes met hoge hakken propte. Die had ze in de uitverkoop gekocht, maar nog niet gedragen omdat ze niet wist of ze er wel op kon lopen.
Ze dwong zichzelf in de spiegel te kijken. Het was alsof ze naar een vreemde keek: een meisje met enorm grote ogen, extra benadrukt door de eyeliner en mascara, en het haar nonchalant achter in de hals met losse plukjes langs haar gezicht. Het meisje zag eruit als iemand uit Upper East Side, als iemand die voor alles in was. Dit meisje was een bedriegster, maar misschien kon ze een paar avondjes bestaan.
Het geluid van de zoemer bracht haar terug in de kamer en herinnerde haar aan de avond die voor haar lag. In plaats van Gael naar boven te laten komen, pakte ze haar tas en liep langzaam en licht wankelend op haar hoge hakken de studio uit, de trap af de warme avondlucht in.
Gael wierp één blik op haar voeten en hield een taxi aan, tot opluchting van Hope. Ze herkende het adres niet dat Gael aan de taxichauffeur opgaf. Nog steeds niets wijzer geworden over hun bestemming leunde ze tegen de achterbank en keek naar de straten van Manhattan die langzaam voorbij kwamen. Ze reden in westelijke richting, naar het toeristische Times Square en Broadway. Ze woonde een klein halfuurtje lopen van het levendige theaterdistrict en was er toch pas één keer geweest, maar ze had zich toen al snel door de menigte en de hitte laten verjagen. Hope staarde uit het taxiraampje naar al het publiek en de straatartiesten in verreweg het drukste district van New York City.
De taxi reed over Fifty-First Street en stopte vlak na de kruising met Broadway voor een klein, armoedig theatertje. Hope wist niet wat ze had verwacht, maar dit beslist niet. Tijdens het uitstappen trok ze de jurk omlaag. Ze voelde zich veel te bloot en overdressed en wenste dat ze de zwarte panty had aangetrokken.
Gael gaf haar een arm. ‘Deze kant op.’ Het waren de eerste woorden die hij deze avond tegen haar sprak.
Via een houten draaideur liepen ze de lobby in. Het was een typisch geval van vergane glorie: een sierlijk besneden, oude houten lambrisering met een dikke laag stof erop, vaal rood tapijt met versleten plekken erin. Het was de laatste plek waar ze had gedacht dat Gael haar naartoe zou brengen. Hij zag er mooi uit in zijn lichtgrijze pak en met gladgestreken haren, waarmee hij net zo uit de toon viel in deze sjofele omgeving als zij. Hij gaf twee kaartjes aan een vrouw in een uniform uit de jaren veertig en liep met Hope door de gang naar het theater.
Het was alsof ze een andere wereld binnenstapte. De grote kroonluchters aan het hoge plafond verspreidden een zacht licht dat de met bladgoud versierde theaterzaal in een warme gloed zette. Op de vloer voor het podium stonden ronde tafeltjes voor twee, vier of zes personen. Veel tafels waren al bezet. De lachende en geanimeerd pratende gasten die er omheen zaten, waren zeer verschillend gekleed van spijkerbroek tot cocktailjurk.
Op het podium stond een microfoon en een comfortabele leren stoel. Verder niets. Vanaf de vloer liep er een trap naartoe.
Gael bracht haar naar een klein tafeltje voor twee bijna vooraan en trok overdreven galant een stoel voor haar naar achteren. ‘Twee glazen pinot noir, alstublieft,’ zei hij tegen de serveerster, die eveneens gekleed ging in een kostuum uit de jaren veertig.
Hope deed haar mond open om de bestelling te veranderen in witte wijn, vooral op een warme avond als deze, maar sloot hem weer toen de serveerster wegliep. Het was niet belangrijk genoeg om haar daarvoor terug te roepen, besloot ze.
‘Wat betekent dit?’ vroeg ze toen ze ging zitten. ‘Vind je dit passende entertainment voor na het bruiloftsdiner?’
‘Wat? O, nee. Daar kijken we later naar. Dit gaat om jou.’
De wolfachtige blik in zijn ogen stelde haar niet gerust. Met een mechanische glimlach nam ze het glas wijn aan dat de serveerster haar gaf. Dit was toch geen improvisatietheater? O, nee, stel dat het publiek erbij betrokken werd? Ze danste nog liever voor een publiek dan grappen te moeten vertellen. En vermoedelijk kleedde ze zich nog liever uit dan dat ze danste. Misschien ging het daarom.
Net toen ze een volgende vraag wilde stellen, dimden de lichten en werd er een spotlight op de stoel en de microfoon gericht. Het geroezemoes hield op en er was geschraap van stoelen over de grond die naar het podium werden gedraaid. De spanning in de zaal nam toe. Hope klemde haar hand om het glas en haar buik verkrampte.
Eindelijk klonk er laag tromgeroffel. Ze voelde het in haar borst alsof het bij haar hartslag hoorde. Er stapte een lange vrouw het podium op die opvallend gekleed ging in een zwarte lange jurk en een hoge hoed die scheef op haar hoofd zat.
‘Goedenavond, dames en heren, ik heet u van harte welkom in het Huis van de Waarheid. Zoals u weet, bent u de artiest en is het podium van u. Hier kunt u zich bevrijden van een last. U wordt uitgenodigd om iets te delen – een geheim, iets grappigs, een droevig verhaal, een bekentenis, een tirade, een verklaring, wat dan ook. Dit zijn de regels: wat in het Huis van de Waarheid wordt verteld, blijft in het Huis van de Waarheid. Er mogen geen leugens worden verteld en er is geen jury op zoek naar een ster.’ De blonde ceremoniemeester glimlachte. ‘Zoals de gewoonte is tijdens deze avonden, zal ik beginnen. Als u iets wilt vertellen, laat u het de serveerster weten en wordt u op de lijst gezet.’ Ze ademde diep in. Met haar warme stem hield ze de aandacht van het publiek vast. ‘Vanavond ga ik u vertellen over de hamster van mijn dochter en de hond van mijn ouders. Ik moet u waarschuwen dat ik niet kan garanderen dat er in het verloop van het verhaal geen dieren gewond raken.’
‘Je hebt me ergens heengebracht waar gruwelverhalen over huisdieren worden verteld? Schande.’ fluisterde Hope.
Gael schoot in de lach. ‘Vergeleken met sommige andere verhalen die ik hier heb gehoord, is dit amusant.’
‘Voor de hond, ja.’ Maar Hopes hoofd duizelde. Was hij hier vaker geweest? Had hij geluisterd of had hij meegedaan? Wat had hij bekend? Ze kon zich hem niet voorstellen als verteller van een grappig verhaal.
De eerste gast kwam struikelend het podium op. Bleek en zichtbaar nerveus vertelde hij over zijn wraak tijdens een schoolreünie op de pestkoppen die zijn schooltijd tot een hel hadden gemaakt.
‘Heb je daar ook gestaan?’ fluisterde ze.
Gael boog zich naar haar toe. Zijn mond was zo dichtbij, dat ze zijn warme adem op haar blote schouder voelde. Ze huiverde.
‘Ik ben bang dat ik je dat niet kan vertellen. Je weet wat ze zei. Wat in het Huis van de Waarheid wordt verteld, blijft in het Huis van de Waarheid.’ Hij ging weer recht zitten.
De hitte van de tintelende plek op haar schouder verspreidde zich tot diep in haar buik. Beverig inademend, wierp Hope een zijdelingse blik op Gael. Met halfgesloten ogen concentreerde hij zich op het podium. Waarom kwam hij hier naar vreemden luisteren? En nog belangrijker, waarom had hij haar hierheen gebracht?
Hope was verrast dat er zoveel mensen hun hart wilden luchten voor een zaal met vreemden. Het eerste uur ging voorbij zonder dat er een tekort was aan vrijwilligers. Ze merkte een patroon op. De meesten gingen nerveus de trap op, maar allemaal liepen ze met lichte tred de trap weer af, zelfs de vrouw die bekende de auto van haar man in de vernieling te hebben gereden en haar puberzoon omkocht om de schuld op zich te nemen. Het leek alsof er een last van hun schouders was genomen. Het was een aanlokkelijk idee.
De rode wijn was zwaarder dan haar lief was, toch was haar eerste glas leeg voor ze het in de gaten had en vervangen door een tweede, die ook veel te snel ging. Toen Gael de serveerster wenkte om hun glazen bij te vullen, kwam er plotseling een boude gedachte in haar op. Misschien zou ze zich ook van een last kunnen ontdoen. Hoewel ze het niet verdiende. Maar ze droeg het schuldgevoel al negen lange jaren met zich mee. Kon het kwaad om haar geheim te delen, om deze vreemden over haar te laten oordelen?
De adem stokte haar in de keel bij de gedachte hardop te zeggen wat ze al zo lang had verzwegen. Maar toen de serveerster bij hun tafeltje kwam, had ze een besluit genomen en gaf haar het strookje papier. Daarna liet ze zich slap tegen de rugleuning van de stoel vallen.
Wat had ze gedaan? De spanning in haar borst was erger dan ooit, ze werd misselijk en haar keel voelde dik – haar hele lichaam spande samen zodat ze niets zou zeggen. Toen ze naar Gael keek, bleken zijn ogen strak op haar gericht. Was dat goedkeuring wat ze in die blauwgrijze diepten zag? Om deze reden had hij haar hierheen gebracht, besefte ze. Hij wilde dat ze haar gevoelens blootgaf voor ze dat met haar lichaam deed. Waarschijnlijk had hij gelijk – poseren zou hierna niets meer voorstellen.
Als ze ermee doorging.
De volgende spreker hoorde ze nauwelijks. Haar handen waren klam en haar ademhaling was oppervlakkig. Om zich moed in te drinken, goot ze de wijn naar binnen alsof het water was. Ze hoefde dit niet te doen; ze zou kunnen opstaan en weglopen. Wat hield haar tegen? Tenslotte was de bruiloft van haar zus bijna georganiseerd. En als dit de prijs was die ze voor haar carrière moest betalen, dan moest ze er misschien nog eens goed over nadenken.
Gael dwong haar niet. Net zoals hij haar niet dwong voor hem te poseren, en toch deed ze het. Hij was haar poppenspeler en zij liet hem aan de touwtjes trekken.
Haar hoofd gonsde zo hard, dat ze bijna niet hoorde dat haar naam werd afgeroepen. Alleen haar voornaam, anonimiteit gewaarborgd. Ze hoefde dit niet te doen… en toch stond ze onhandig op en liep ze naar de trap. Op de een of andere manier slaagde ze erin, zelfs op die afschuwelijk hoge hakken, de trap op te gaan en naar de microfoon te lopen. Ze pakte hem beet alsof haar leven ervan afhing en ademde diep in.
De spotlight zette haar in een warm, gouden licht en verblindde haar, waardoor ze niet de gezichten kon zien in de zaal. Als ze haar oren sloot voor het kuchen, keelschrapen, schuifelen en vreemde gefluister, was het net of ze alleen was.
‘Hoi, ik ben Hope.’ Ze nam een slok water uit het flesje dat iemand haar in de hand had geduwd, blij dat ze haar droge keel kon smeren. ‘Ik begin met te zeggen dat ik niet gewend ben om zulke hoge hakken te dragen, dus als ik wiebel of val is dat niet omdat ik dronken ben maar omdat ik een heel slecht evenwichtsgevoel heb.’ In feite was ze wel een beetje beschonken na drie glazen pinot noir en twee gevulde crackers en een banaan als bodem, maar ze hoefde nou ook weer niet alles met het publiek te delen.
Hope haalde nog een keer diep adem en keek naar de grijze massa voor zich. Het was nu of nooit. ‘Mijn ouders hebben me vaak verteld dat ze me Hope noemden, omdat ik hun hoop had gegeven. Ze hadden een groot gezin gewild, maar het liep anders, totdat na vier jaren van teleurstellingen en meerdere miskramen ik werd geboren. Ze dachten dat ik een teken was, het begin van een lange rij baby’s. Maar dat was niet zo.’ Lange tijd kneep ze haar ogen dicht, zich de wanhoop en het verlangen in hun stem herinnerend als ze het verhaal over haar naam aan haar vertelden, telkens weer.
‘Ik had in veel opzichten een fijne kindertijd. Ze hielden van me, we hadden een fijn huis in een mooie buurt in Londen, maar altijd wist ik dat ik niet genoeg was. Ze wilden meer kinderen. En dus gaan mijn vroegste herinneringen over mijn huilende moeder als ze opnieuw een baby verloor. Over onderzoeken en afspraken in het ziekenhuis en weer een dode baby. Ik haatte het. Ik wilde dat ze ermee ophielden. Geen tranen meer, geen ziekenhuizen, geen broers of zusjes. Gewoon wij drieën, maar dan gelukkiger. Maar op mijn achtste gaven ze me eindelijk het zusje dat ik niet wilde. Ze noemden haar Faith…’ Brak haar stem nu? ‘…omdat ze altijd het vertrouwen hadden gehouden dat zij geboren zou worden. En hoewel ze nog steeds niet de lange rij kinderen hadden waar ze van hadden gedroomd, stopten ze met proberen nu Faith er was. Zij was genoeg. Zij maakte hen compleet, wat ik niet had gekund.’
In de zaal was het muisstil. Het leek of ze in een grote leegte sprak. ‘Terugkijkend, weet ik dat het niet zo simpel lag. Ze hielden niet meer van haar dan van mij. Maar toentertijd zag ik alleen maar dat haar niet werd verboden te rennen omdat mama verdrietig of ziek was of in het ziekenhuis lag. Zij bracht haar kindertijd niet behoedzaam op haar tenen lopend door. Ze had alles en ik… Ik haatte haar erom. Dus trok ik me terug. Emotioneel en fysiek. Ik bracht zoveel mogelijk tijd bij vriendinnetjes door. Telkens weer duwde ik mijn ouders van me af, terwijl ik in werkelijkheid ze alleen maar wilde horen zeggen dat ik belangrijk voor ze was. Maar ze hadden geen idee hoe ze met me om moesten gaan, en hoe meer ze me de ruimte gaven, hoe bozer ik werd en hoe breder de kloof. Rond mijn vijftiende was de verwijdering bijna onherstelbaar.
‘Ik was geen brave puber. Ik dronk en kwam laat thuis. Ik droeg expres kleren die zij lelijk vonden en nam tegen hun zin in piercings. Ik ging met jongeren om die zij afkeurden en bezocht bars die ze mij verboden hadden. Maar ik was niet gek, ik wist dat een goede studie mijn grootste kans op onafhankelijkheid was. Ik werkte hard en had mijn zinnen op de universiteit in Schotland gezet, een dag reizen van huis. En nog steeds zeiden ze niets, zelfs niet toen ik studiegidsen van de universiteit van Aberdeen liet slingeren. Ik dacht dat het ze niets kon schelen.’ Haar keel was rauw van de ingehouden tranen, en weer nam ze een slok water.
‘De zomer voor ik erheen zou gaan, gingen ze een weekendje weg om de vijftigste verjaardag van mijn moeder te vieren. Ze vroegen mij op Faith te passen. U kunt zich niet voorstellen hoe hard ik heb geprotesteerd, totdat ze me heel veel geld gaven voor het oppassen op mijn eigen zusje. De afspraak was dat ik van vrijdag tot maandagochtend voor haar zou zorgen, maar op zondag belde ik om te zeggen dat ze naar huis moesten komen omdat ik andere plannen had.’
Dit was het moeilijke deel. Ze had nog nooit aan iemand verteld wat een naar kind ze was geweest, hoeveel verdriet ze haar ouders had gedaan – en zichzelf – maar dat was nog niks. Dit, wat nu kwam, was haar misdaad. Haar eeuwige schaamte. ‘Ik ging met een jongen van school om, en zijn ouders besloten op het laatste moment zondagavond ergens heen te gaan. Ik vond hem wel leuk en ik wilde niet als maagd naar de universiteit gaan, en dit leek de perfecte gelegenheid om eindelijk met elkaar naar bed te gaan.
‘Ik belde mijn ouders en zei dat ze hun weekendje moesten afbreken, omdat ik om vier uur weg zou gaan. Als ze dan nog niet terug waren, zou Faith alleen zijn. Ze moesten het zelf weten, zei ik, zij waren verantwoordelijk voor haar, niet ik. Ik gooide de hoorn op de haak in de wetenschap dat ik had gewonnen. Dat klopte. Meteen daarna hebben ze hun koffers gepakt, hun weekendje was door hun eigen dochter verpest.’ Ze slikte omdat ze zich nog precies herinnerde hoe ze zich op dat moment had gevoeld. ‘Zelfs toen wist ik dat ik onredelijk was, ik voelde geen overwinning, er was alleen bitterheid. Naar mezelf toe omdat ik zo’n egoïstisch mispunt was – en naar hen toe omdat ze me daar de gelegenheid toe gaven. Ik had ze niet veel tijd gegeven om naar huis te komen, dus ik denk dat ze afgeleid waren, gejaagd. Ze reden niet te hard, en mijn vader was een goede chauffeur. Maar om de een of andere reden reageerde hij niet tijdig voor een vrachtwagen die vlak voor hem stopte. Ze waren op slag dood, zei de politie. Waarschijnlijk hebben ze niets gevoeld.’
Intense stilte.
‘Ik verloor niet mijn maagdelijkheid die nacht, wel werd ik volwassen. Ik had mijn zus haar ouders ontnomen en dus nam ik die rol op me. Ik gaf mijn droom op om naar de universiteit te gaan, ik gaf elke gedachte aan een eigen leven op om me te weiden aan het grootbrengen van mijn zusje.’ Hope kon toch niet voorkomen dat er een trots lachje om haar lippen kwam. ‘Ik geloof dat ik het goed heb gedaan. Ik heb haar een beetje verwend, maar ze is een mooi, hartelijk lief meisje. En ze houdt van me. Maar ik heb haar nooit verteld wat ik heb gedaan. En ik weet niet of ik dat ooit zal doen. Dank u voor het luisteren.’
Het was helemaal zijn eigen schuld. Hij had willen weten wat ze verborg, gewild dat ze zich opende, en dat had ze gedaan.
Hij zou blij moeten zijn, Hope had haar pantser van zich afgedaan en haar kwetsbaarheid getoond, precies zoals hij in gedachten had gehad. Het zou haar schilderij des te puurder maken. Waarom voelde hij zich dan een manipulator, een voyeur zoals hij zich zelfs niet had gevoeld toen hij in het geheim foto’s van zijn klasgenoten had gemaakt om ze te kijk te zetten?
Want nu begreep hij alles. Hij begreep waarom ze nog maagd was, waarom ze alles deed voor de bruiloft van haar zus, waarom ze zichzelf op de laatste plaats zette, zichzelf niet de luxe gunde om te leven. Gael wist niet of hij haar wilde knuffelen om het goed te maken – of haar tegen zich aan trekken en haar kussen totdat ze alleen nog maar zou voelen.
Het was al moeilijk genoeg om haar op het podium te zien staan: lange benen, grote ogen, zinnelijke mond. Maar wat hem pas echt verwarde, was niet haar uiterlijk. Het was wat ze had gezegd. Wie ze was.
Voor de eerste keer in lange tijd wist hij niet of hij zichzelf onder controle had. En had hij niet gezworen de controle nooit meer aan een ander, aan een vrouw af te staan? Want uiteindelijk lieten ze je altijd zitten.
Hope kwam stilletjes weer naast hem zitten en beefde licht terwijl de adrenaline wegebde. Hij kende het gevoel goed, de opluchting, de euforie, de angst.
‘Zullen we gaan?’ vroeg ze.
‘Tuurlijk. Ik moet nog even betalen.’
‘Oké, ik wacht op je in de hal.’
En daar ging ze, trots rechtop, zelfs met die hoge hakken waar ze nauwelijks op kon lopen. Zijn borst verkrampte pijnlijk. Nog nooit had hij iemand als zij ontmoet. Dapper en vastbesloten haar best doend om te verbergen hoe eenzaam ze in feite was. Hij ging al zo lang om met vrouwen uit de high society die geobsedeerd waren door image, geld en macht, dat hij was vergeten dat er ook nog andere vrouwen bestonden.
Even later voegde hij zich bij haar. Hope stond onbeweeglijk, verdwaald in haar eigen wereld, haar donkere ogen op iets gericht wat hij niet kon zien. Zijn schuldgevoel knaagde.
‘Dat was dapper wat je daar deed.’
‘O, ja?’ Peinzend keek ze hem aan. ‘Ik weet het niet. Het loslaten zou dapper zijn. Maar om het in een zaal vol vreemden te vertellen? Ik weet niet of dat genoeg is.’
‘Aan wie zou je het anders moeten vertellen?’
‘Soms vraag ik me af of Faith niet moet weten wie ik werkelijk ben, iemand die haar liefde en respect niet waard is.’
‘Jezelf nog meer straffen, bedoel je? Wat wil je daarmee bereiken? Kijk me aan, Hope.’ Zachtjes nam hij haar kin in zijn hand om haar te dwingen hem aan te kijken. In haar ogen zag hij een onvoorstelbaar verdriet, en alles wat hij wilde, was het wegnemen. ‘Wat belangrijk is, is wat je de afgelopen negen jaar hebt gedaan. Daarmee verdien je al haar liefde en respect. Geef haar niet het gevoel dat ze een last was die je uit schuldgevoel op je nam, en geen verantwoordelijkheid die je liefdevol aanvaardde. Eerlijkheid is niet altijd het beste, Hope.’
‘Jij vindt dat ik moet blijven liegen?’
‘Hou je van haar?’
‘Natuurlijk hou ik van haar!’
‘Zou je alles voor haar willen opofferen?’
‘Ja!’
‘Dan is dat jullie waarheid. Hoe jullie tot dit punt zijn gekomen, is verleden tijd. Verdikkeme, Hope, het meisje heeft haar ouders verloren. Ontneem haar niet ook nog de band die ze met jou heeft.’ Hij wist maar al te goed hoe het voelde als die band werd weggegooid alsof hij niets waard was. ‘Kom, ik breng je naar huis.’
Maar ze verroerde zich niet. ‘Ik dacht dat we hierna zouden uitgaan. Je zei dat je de perfecte plek wist voor na het bruiloftsdiner en we daar vanavond zouden gaan kijken.’
‘Wordt het niet te veel voor vanavond?’ Hij wist dat het voor hem te veel was. Hij wilde terug naar zijn studio en tekenen totdat al die ongewenste gevoelens weg waren, deze aantrekkingskracht die hij uit alle macht probeerde te bestrijden. Oké, ze had prachtige, lange benen en een man zou zich in haar ogen kunnen verliezen. En hij wist nooit precies wat ze zou zeggen of doen, het ene moment was ze koppig en bazig en het volgende moment buitengewoon kwetsbaar. En ja, hij wilde alles goedmaken wat er in haar leven verkeerd was gegaan. Maar dat alles had niets te betekenen. Als hij haar eenmaal had geschilderd, zouden al die gedachten en gevoelens en verlangens verdwenen zijn. Hij zou ze in het schilderij hebben gestopt waar ze thuishoorden.
Haar ogen vlamden. ‘Vertel mij niet wat ik wel of niet aankan, Gael O’Connor. Jij hebt deze avond voor me geregeld, maar ik zorg al heel lang voor mezelf. Je had me ontspanning beloofd – nou, op dit moment ben ik meer gespannen dan ooit, dus ik wil dat je je aan je woord houdt en me mee uitneemt.’
Haar woorden waren agressief, maar de blik in haar ogen was dat allesbehalve. Ze wilde vergeten; dat begreep hij maar al te goed. Hij twijfelde. Hij zou haar in een taxi moeten stoppen en zelf ergens heen moeten waar hij kon drinken totdat elk woord dat ze op het podium had gezegd uit zijn hoofd was gewist. Maar het leek helemaal niet aantrekkelijk om verstandig te zijn, alles leek minder aantrekkelijk zoals ze daar in een jurkje stond dat nauwelijks haar dijen bedekte en ze een en al verlangen uitstraalde. Hij vloekte binnensmonds. Hij beging een stommiteit – maar in elk geval was hij er zich van bewust. ‘Kom dan, waar wacht je nog op?’