Hoofdstuk 4
‘Wat is het plan vandaag?’ Maddison keek op naar de dreigende lucht en trok haar neus op. ‘En wat heb je met de zon gedaan?’
‘Vergeten te bestellen.’ Kit gebaarde naar het eind van de straat. ‘Zullen we?’
‘Oké, maar ik hoop wel dat we vandaag meer met het openbaar vervoer gaan, want mijn voeten gaan in staking na een kilometer of drie.’
Dat verbaasde hem niet. Ze hadden de dag ervoor een enorm stuk gelopen, van Highgate naar Hampstead Heath. Daar had Maddison, na het ontcijferen van de aanwijzing, de openingstijden gevonden van het beroemde openluchtbad. Vandaar waren ze naar Regent’s Park en Hyde Park gegaan, waarna ze het standbeeld van Peter Pan hadden gezocht in Kensington Gardens. Geen ontspannen speurtocht, meer een geforceerde mars door de Londense parken.
Maar Maddison had geen enkele keer geklaagd. Ze bleek heel anders dan hij zich had voorgesteld. Ze had hem verbaasd, door de speech die ze had geschreven, door haar scherpe kritiek op zijn eigen poging. Hij had ervan genoten dat ze zo fanatiek was geweest bij de pubquiz. En gisteren had ze onvermoeibaar de aanwijzingen gevolgd en suggesties gedaan voor verbeteringen en aanvullingen. Ze had geen moment geklaagd over zere voeten of geprobeerd hem een winkel in te lokken. Hij probeerde zich Camilla onder gelijke omstandigheden voor te stellen en moest in stilte lachen. Tenzij de speurtocht naar Bond Street leidde, had zij het bij de eerste aanwijzing al opgegeven.
Maddison bleef staan. ‘De bushalte is hier. Eerst leek het me eng dat ik met de bus naar mijn werk moest, maar ik geniet er nu elke dag van dat ik in een echte rode dubbeldekker zit. Het is een soort avontuur. Ik weet nooit waar hij me naartoe brengt.’
Kit glimlachte, hij verdrong zijn sombere gedachten. Maddison Carter bleek een levendige fantasie te hebben. ‘Stopt de bus niet vlak bij kantoor?’
‘Ja, daar stap ik altijd uit. Maar soms vraag ik me af of hij niet plotseling een hoek omslaat en poef. Dat ik dan ineens in het victoriaanse Londen sta. Dat gevoel heb ik in New York nooit. Daar staan ook wel prachtige oude gebouwen, maar dat zijn baby’s in vergelijking met de gebouwen die ik hier zie.’
‘We moeten de historische tocht binnenkort doen. Die vind je vast te gek.’ De bus kwam net aanrijden en ze stapten in. Na het inchecken beklommen ze de trap naar het bovendek. Kit had gisteren voor het eerst in lange tijd weer eens met de bus gereisd, en hij zag er eerlijk gezegd niet echt een avontuur in, maar om de routes uit te testen, moest hij net zo reizen als zijn beoogde klanten. Hoelang het ook duurde.
Maar hij nam wel een taxi naar huis, nam hij zich voor.
De bus schoot vooruit toen hij naast Maddison ging zitten. Ze droeg dezelfde geruite rok als gisteren, met een ander wollen vestje. Een blauwe deze keer, dat de rode tonen in haar haar versterkte. Ze leek een paradijsvogel, veel te elegant voor het bovendek van een bus of een wandeling door het park. Ze staarde uit het raam, vast dagdromend van reizen door de tijd. De bus reed door een smalle straat, om de paar honderd meter stoppend bij een halte om passagiers te laten in- of uitstappen.
Gelukkig hadden ze de hele dag.
Kit zocht een wat comfortabeler houding. ‘Heb je een leuke avond gehad? Ben je uit geweest met iemand van de boekpresentatie?’ Het was vast leuker geweest dan zijn avond, een verlovingsfeest van een oude vriend. Camilla was er ook geweest, met haar verwijtende ogen. Zijn poging om een normaal gesprek te voeren was mislukt door haar tranen. Grappig, bedacht hij wrang, dat hij zich netjes aan de afspraken had gehouden, maar toch de kwaaie pier was. Ze had nu in ieder geval geaccepteerd dat het uit was, en dat hij zich niet meer zou bedenken.
‘Uit geweest?’ Maddison draaide zich naar hem toe. ‘Ik heb die mannen vrijdag pas ontmoet. Dan zou het wel erg snel zijn om nu al met ze uit te gaan, áls ze me gevraagd hadden.’
Kit moest grinniken om haar verontwaardiging. ‘Sorry hoor. Moet je ze eerst aan je ouders voorstellen?’
Ze bleef serieus kijken. ‘Nee, maar je gaat nooit hetzelfde weekend al met iemand uit. Helemaal niet voor een eerste date.’
‘Niet? Dat is ook niet erg spontaan.’
‘Natuurlijk niet.’ Ze klonk verward. ‘Je moet een potentiële date wel duidelijk maken dat je het druk hebt, dat je niet zomaar alles voor hem opzijzet.’
Kit keek peinzend. ‘En als je nou geen plannen hebt? Als je een avondje uit afslaat voor een serie en een afhaalmaaltijd?’
‘Maakt niet uit. Als hij niet de moeite neemt om van tevoren iets af te spreken, zal hij dat later ook niet doen. Dan blijf je altijd zijn last-minute meisje, en kom je nooit een stap verder.’ Madison keek hem met nieuwsgierig glanzende ogen aan. ‘Is dat in Londen niet zo?’
‘Volgens mij niet. Ik let er eigenlijk nooit op. Ik zeg gewoon: “Zullen we wat gaan drinken?” Zij zeggen ja. Simpel.’ In eerste instantie simpel, in ieder geval.
‘Of nee. Ze zeggen vast weleens nee.’
Kit dacht even na. ‘Misschien.’ Maar in feite zeiden ze eigenlijk altijd ja.
‘Wauw.’ Maddison keek om zich heen, alsof de antwoorden zich ergens in de bus bevonden. ‘Er zit echt een oceaan tussen ons in, hè? Ik zal wel nooit een date krijgen in Londen. Of ik zorg voor een omwenteling in de uitgaanswereld. Dankbare vrouwen zullen een standbeeld voor me oprichten.’
‘Help me eraan herinneren dat ik in New York nooit meer zomaar een vrouw aanspreek. Ik durf er niet aan te denken hoeveel regels ik onbewust gebroken heb.’ Het maakte het leven wel duidelijker, al die regels. Hij stond er altijd weer verbaasd van dat als je alleen maar een paar keer ergens wat was gaan drinken er zo snel verwachtingen gewekt waren.
Hij onderdrukte een grijns toen hij Maddisons geschokte gezicht zag en kon het niet laten om haar nog wat meer te stangen. ‘Als je in Londen iemand wilt ontmoeten, moet je wel wat losser worden. Hier ontmoeten we iemand vaak in de pub, vinden diegene leuk, weten niet goed wat we moeten zeggen, drinken te veel, kussen elkaar, sturen wat flirterige sms’jes en dan ben je officieel een stel.’
Maddison keek hem wantrouwig aan. ‘Lekker romantisch.’
‘Je hebt vast wel Four Weddings and a Funeral gezien, toch? Als Andie McDowell de Britse manier van daten had gesnapt, was ze nooit met die andere man getrouwd. Ze was gewoon een paar keer naar de pub van Hugh Grant gegaan, en klaar.’
‘Vier huwelijken, drie avondjes uit en een begrafenis?’
‘Precies. Je kunt meteen beginnen. Als je op zoek bent, tenminste. Of wacht er in New York iemand op je?’
‘We hebben een pauze ingelast.’ Ze zei het luchtig, maar Kit zag iets melancholieks in haar ogen. Iets treurigs, vermengd met angst.
‘Omdat je naar Londen ging?’
‘Niet echt.’ Ze schudde haar hoofd, met een verlegen lachje. ‘Ik kan niet geloven dat ik je dit vertel.’
‘Maakt mij niet uit.’
Maddison wachtte even, alsof ze afwoog of ze verder moest gaan. ‘Regel 2 bij het uitgaan,’ zei ze uiteindelijk, ‘praat nooit over andere relaties. Wees mysterieus en aantrekkelijk. Als je bent afgewezen, ben je minder aantrekkelijk. Regels zijn regels, zelfs als je met je baas praat!’
‘Het lijkt me lastig om zo te leven.’ Kit keek even opzij. Haar gezicht was bleek, alle kleur was weggetrokken. Hij had met zijn exen van alles meegemaakt: tranen, woedeaanvallen, mokken. Het had hem niets gedaan, maar Maddison raakte hem. Hij wilde haar weer blij zien kijken. Tenslotte wist hij alles van pijn en spijt, hoe dat alles verknoeide. ‘Als je erover wilt praten, vergeet dan dat ik je baas ben. Ik heb een zus, weet je nog? Soms denk ik dat ik fungeer als haar privédagboek.’
Maddison keek hem lang aan en Kit probeerde zo vertrouwenswaardig mogelijk te kijken. Het was niet dat hij nieuwsgierig was. Maar hij had de indruk dat ze zich niet vaak uitte. Dat ze haar zwakheden niet wilde tonen. ‘Regel 3: ga er nooit van uit dat je relatie vastligt, totdat dat formeel is vastgelegd.’ Ze zuchtte. ‘Ik ging er niet van uit, maar ik maakte mezelf wijs dat het binnenkort ging gebeuren. Dat het wat hem betreft blijvend was.’
‘En jij? Was het wat jou betreft blijvend?’
Ze knikte. ‘Toen ik hem voor het eerst zag, nog voordat we elkaar gesproken hadden, voordat we koffie hadden gedronken, of een stukje gelopen of elkaar gekust. Toen ik hem zag, wist ik het. Wist ik dat ik met hem oud kon worden.’
Kit knipperde even. ‘Liefde op het eerste gezicht?’ Hij kon de sceptische toon niet vermijden.
‘Nee.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Niet liefde. Iets wat zou kunnen uitgroeien tot liefde. Twee ouwetjes samen op de bank aan het eind van een lange dag.’
‘En dat wist je al voordat jullie hallo hadden gezegd?’
‘Hoe hij daar stond, zijn haar, zijn kleding. Daardoor wist ik…’ Ze zweeg, naar het plafond kijkend alsof ze daar inspiratie zocht. ‘Hij zag eruit zoals ik me altijd mijn toekomst had voorgesteld. Snap je wat ik bedoel? Heb jij dat nooit gedacht? Dat je met iemand oud zou kunnen worden?’
Kit aarzelde. ‘Ooit,’ gaf hij schoorvoetend toe. ‘Maar niet meteen.’ Het klonk echter niet helemaal geloofwaardig. In werkelijkheid was hij zo onder de indruk geweest van Eleanors uitstraling, dat hij niet had gekeken wat voor vrouw zich onder het zorgvuldig aangebrachte laagje vernis bevond.
‘Wat ging er mis?’
‘Ze trouwde met mijn broer.’
Maddison deed haar mond open en weer dicht. Dat begreep hij wel. Wat viel er te zeggen? Kit haalde zijn smartphone uit zijn zak en bekeek zijn mailtjes. De zaak was afgedaan, hij had er niet over moeten beginnen.
Een halfuur later stapten ze uit de metro bij Notting Hill. Onderweg had hij haar blik bewust gemeden.
‘Klaar?’ Kit gaf Maddison de eerste aanwijzing en met een onderzoekende blik nam ze die aan.
‘Sla linksaf totdat je bij Holland Walk komt. Wat doet Henry’s man op de plek waar het Oosten het Westen ontmoet en waar de Hollanders spelen?’ las ze hardop. ‘Hoe internationaal. Doen we nog steeds de wilde kant van Londen?’
‘Alleen vandaag nog.’ Hierna wilde hij zuidwaarts naar de Chelsea Physic Garden en dan oostwaarts naar Greenwich Park. Hij hoopte dat ze volgend weekend de historische speurtocht konden doen en de week daarna de literaire. Dan zou hij voldoende informatie hebben voor een compleet voorstel, zodat Maddison haar weekenden weer zelf kon invullen.
Net als hij. De gebruikelijke lange, eenzame weekenden, tenzij hij zich in zijn werk begroef of de stad verliet om in de natuur iets inspannends en een beetje gevaarlijks te doen.
Maddison herhaalde de aanwijzing nog een keer, terwijl ze de met bomen omzoomde Holland Park Avenue afliepen, langs de witgeschilderde, overdadig versierde huizen van deze exclusieve wijk. Ze zuchtte tevreden toen ze het park in liepen. ‘Ik hou van het platteland.’
Kit grinnikte. ‘Dit is niet het platteland, stadsmeisje. Twee minuten die kant op en je staat weer midden in de stad.’ Hij staarde naar de dichtstbijzijnde boom. ‘Thuis is er niets dan bomen en gras, water en bergen. De dichtstbijzijnde supermarkt is een uur rijden over achterafweggetjes, en in de wijde omtrek is geen bebouwing te zien.’
‘Klink afgelegen.’
‘Ja.’ Hij sloot zijn ogen en zag Kilcanon voor zich op een perfecte dag. De schemering boven het water, het levendige groen dat langzaam grijs werd. Plotseling verlangde hij naar zijn thuis. Maar zijn verbanning was zelfgekozen, noodzakelijk en permanent. ‘Onvergelijkbaar. Maar dit is nu mijn thuis, ik kan niet meer terug.’
Hij sloot zich weer af, net als in de bus, en Maddison wist niet hoe ze hem moest bereiken en of ze dat wel moest proberen. Ze waren immers geen vrienden. Ze werkten samen, dat was alles.
Maar ze vond het vreselijk om te zien hoe iemand pijn leed. En zijn ogen waren donker, alsof hij met heel veel moeite zijn emoties onderdrukte.
‘Vanwege je ex? En je broer?’ Hun gesprek van gisteren kwam weer terug en ze bleef geschokt staan toen ze zich realiseerde hoe het zat. ‘Wacht, ze trouwde met je broer, die overleden is?’ Ze had meteen spijt van haar woorden, het was er wel heel bot uitgekomen.
‘Ja.’
‘Dat spijt me. Allebei.’
‘Dank je.’
Ze dwaalden langs het pad, volgden de bordjes naar de Japanse tuin. Maddison streepte in gedachten de aanwijzingen af.
‘Dat moet ontzettend moeilijk voor je zijn geweest.’
Zijn mond vertrok. ‘Ik heb lang geleden geaccepteerd dat de Eleanor op wie ik verliefd was niet bestaat. Ik zou alleen willen dat ik Euan echt had kunnen vergeven toen het nog kon. Ik zei van wel, maar ik had het hem niet echt vergeven. Niet omdat zij hem verkoos boven mij. Maar omdat híj háár verkoos boven mij.’ Hij perste zijn lippen op elkaar en beende verder over het pad, alsof ze, net als het Witte Konijn uit Alice in Wonderland, te laat waren.
Om hem wat ruimte te geven liep Maddison langzaam achter hem aan. Ze wist niet veel van families, maar ze wist wat verraad was, wist dat de ergste wonden werden veroorzaakt door mensen voor wie jij op de eerste plaats zou moeten komen. Geen wonder dat hij koos voor vrouwen die veilig waren, die hij nooit te dichtbij zou laten komen.
Maar zijn wonden woekerden nog. Wanneer was zijn broer gestorven? Drie jaar geleden? En hij was nog niet hersteld. Als ze nu niet aandrong, zou dat misschien nooit gebeuren.
Maar elkaar in vertrouwen nemen was gevaarlijk. Zo konden vriendschappen ontstaan. Ze wist het, omdat ze lang geleden had geleerd hoe ze moest luisteren – de juiste vragen, een sympathiek gezicht. Zo kon ze haar weg vinden naar de juiste groep, de juiste kliek, het juiste leven.
Maar deze keer kon ze iets goeds doen met haar vaardigheden. Iemand onbaatzuchtig helpen. Daar had ze eigenlijk helemaal geen tijd voor.
Ze twijfelde, moest een keuze maken. Terug naar aanwijzingen en parken en speurtochten, of dieper graven. Ze wist wat verstandiger was…
Kit stond bij de ingang naar de Japanse tuin, een slordig silhouet, handen in zijn zakken. Maddison liep snel naar hem toe, de beslissing was genomen. Ze zou het luchtig houden. Maar onverhoeds vielen de woorden ‘Hadden jullie een goede band?’ over haar lippen.
Hij draaide zich naar haar om, had een afstandelijke blik in zijn ogen. Maddison deed een stap naar achteren, ze voelde de schok bijna letterlijk. Weg was haar vervelende, plagerige baas, weg was haar weekendmaatje; in zijn plaats stond hier een volkomen onbekende met een geur van verdriet om zich heen.
‘Ooit.’
‘Tot Eleanor?’
‘Tot Eleanor.’ Hij liep de tuin in en Maddison liep achter hem aan, genietend van de diep oranje en rode kleuren in de borders, een perfecte omlijsting van de watervalletjes en beelden. Ze ging naast Kit staan op een brede stenen brug en samen keken ze naar de kois die in de vijver zwommen.
‘Ze was alles waarvan ik niet wist dat ik het wilde.’
Maddisons hart kromp ineen. Was dat niet waar zij naar streefde? Had ze niet geprobeerd om Bart te lezen? Om alles te zijn waarvan hij niet wist dat hij het wilde? Maar zij had het goed bedoeld; als hij haar wilde, de zekerheid bood waarnaar ze op zoek was, zou ze voor zijn hart zorgen alsof het haar eigen hart was en haar best doen om hem haar hart te schenken. Ze zou hem niet breken.
‘We hadden een goede band, Euan en ik. We schelen maar anderhalf jaar, hij was de oudste, en dat moest ik altijd horen. Maar hij had astma, waardoor hij soms niet mee kon komen, en dat liet ik hem voelen.’
Hij zweeg en staarde even in de vijver, alsof de kois de antwoorden hadden. Maar net als zij luisterden ze alleen.
‘In mijn laatste jaar op Cambridge nam ik Eleanor mee naar huis. Ik had nog nooit een meisje meegenomen. Ik wilde haar graag aan mijn familie voorstellen. Maar hij kon het niet laten, hij moest ook hiervan een strijd maken en deze keer won hij. Hoe moest ik hem dat vergeven?’
Zonder nadenken legde Maddison een hand op Kits arm. Die voelde stevig aan, warm. Ze wilde haar hand zo laten liggen, met haar vingers langs zijn arm glijden om zijn pols vast te pakken. Haar hart begon te bonzen, ze was zich ontzettend bewust van zijn nabijheid.
Ze had nog nooit eerder zo’n heftige reactie gevoeld op een simpele aanraking.
Heel behoedzaam, alsof haar hand een op scherp staande granaat was, liet Maddison haar hand weer langs haar lichaam zakken. Kit ging verder alsof er niets gebeurd was, alsof hij haar hand niet eens gevoeld had, laat staan die bijna explosieve reactie van huid op huid.
Dat was goed, toch? Ze had gedaan wat ieder normaal mens op zo’n moment zou doen. Wat steun bieden. Ietwat ongemakkelijk, maar wel goed.
‘Vanaf dat moment ging ik in ballingschap. Ik kwam nog wel thuis tijdens de feestdagen, alsof er niets aan de hand was. Maar ik kon niet lang blijven, niet zolang zij in Kilcanon woonden. Het werd alleen maar erger toen hij stierf. Het wordt steeds moeilijker om terug te gaan. Zijn afwezigheid lijkt steeds groter te worden.’
Maddison haalde eens diep adem, om haar stem onder controle te krijgen. ‘Hield ze van hem?’ Ze hoopte van harte dat het antwoord ja zou zijn. Zij was tenslotte ook bereid geweest om van Bart te houden? Ze had hem haar lichaam en ziel willen geven, in ruil voor de zekerheid die hij kon bieden. Ze was geen geldwolf die alleen maar op een luxeleventje uit was. Ze was gewoon voorzichtig. Ze wilde haar hart pas geven als ze zeker wist dat het veilig was.
‘Dat zou ik graag willen geloven, echt. Ik hoop in ieder geval dat hij is gestorven in de overtuiging dat ze net zoveel om hem gaf als hij om haar. Het feit dat ze binnenkort met een oudere, rijkere en invloedrijkere man gaat trouwen weerspreekt dat misschien, maar wat weet ik van verdriet?’
‘Zo te horen behoorlijk veel,’ zei ze zachtjes.
Hij trok een gezicht. ‘Het is drie jaar geleden. Het is tijd dat ik mijn leven weer oppak. Dat vinden mijn ouders. Niet dat zíj hun leven weer hebben opgepakt. Ik weet niet of ze ooit zullen accepteren dat Euan er niet meer is en dat ze alleen mij nog hebben. De reservezoon.’
‘Zo denken ze er vast niet over.’
Hij lachte kort. ‘Je hebt mijn moeder weleens gesproken. Ze heeft vast wel laten blijken dat ik een teleurstelling ben.’
‘Ik weet dat ze graag van je wil horen, berichtjes via mij zijn niet genoeg.’ Hoe zou het zijn om een moeder te hebben die om je gaf? Die moeite deed om je te bereiken, ook al had je te veel verdriet om te reageren. ‘Wacht, de bruiloft van Eleanor. Is dat de bruiloft waar zoveel over gebeld wordt?’
‘Inderdaad. Ze trouwt met een buurman en mijn ouders staan erop dat we er allemaal naartoe gaan om haar onze zegen te geven. Zo hoort het. En ze hebben gelijk, maar ik kan mezelf er niet toe brengen om mijn komst te bevestigen. Als ik dat doe, houdt het op. Euan is er niet meer en het is allemaal voor niets geweest.’